Van clubhuis naar gironummer? Een kwantitatief onderzoek naar nieuwe vormen van maatschappelijke betrokkenheid in Vlaanderen.

Dries Van den Bosch
 
Liever lui dan betrokken?

Van clubhuis naar gironummer? Een kwantitatief onderzoek naar nieuwe vormen van maatschappelijke betrokkenheid in Vlaanderen.

 

Liever lui dan betrokken? Giro-activisme in Vlaanderen

 

U kent ze wel, de duizenden vrijwilligers en betaalde (uitzend)krachten die elk jaar de straat opgaan en nietsvermoedende voorbijgangers aanspreken om hun duit in het zakje te doen voor goededoelenorganisaties zoals 11.11.11, Greenpeace, Amnesty International, Oxfam Solidariteit, Artsen Zonder Grenzen, het Rode Kruis, … Hierbij is de wat ouderwetse collectebus reeds lang vervangen door goed ingestudeerde openingszinnen, blitse folders, en voorgestructureerde formulieren waarop prompt voor een maandelijkse donatie via domiciliëring getekend kan worden. Ook op de websites van deze organisaties valt nog moeilijk te ontsnappen aan de vraag naar een online schenking.

Achter deze nieuwe collectestrategieën gaan goed geoliede professionele organisaties en marketingtechnieken schuil. Voor de goededoelenorganisaties zijn deze geldelijke bijdragen immers een broodnodige structurele bron van inkomsten om hun werking draaiende te houden. Hoe guller de Vlaming, hoe groter de ruimte voor professionele staf, vrijwilligerswerking, en maatschappelijke projecten en acties in binnen- en/of buitenland.

Dat Vlamingen massaal geld doneren – een specifieke vorm van maatschappelijke betrokkenheid die ook wel ‘giro-activisme’ wordt genoemd, kan op het eerste zicht dus enkel worden toegejuicht. Vaak wordt deze vorm van betrokkenheid echter als een trivialiteit afgedaan en wordt de vraag gesteld of we dit niet moeten zien als een soort ‘luiheid’ of een gebrek aan motivatie om een ‘serieus’ engagement op te nemen. Het giro-activisme is immers een ‘gemakzuchtige’, passieve vorm van maatschappelijke betrokkenheid die weinig tijd en inspanning vraagt, en aldus als het ware compenseert voor het gebrek aan echte actieve (vrijwillige) inzet. Van de goededoelenorganisaties die burgers vooral aansturen op ‘het geven van geld’, in plaats van ‘het geven van tijd’, wordt dan ook beweerd dat ze het meer klassieke vrijwilligerswerk in verenigingen en organisaties verdringen. Zeker in Westerse samenlevingen waar (vrije) tijd een duur en schaars goed is geworden, en het maatschappelijk engagement moet concurreren met een bloeiende vrijetijdsindustrie en een digitaal televisietijdperk, lijkt het perfect in de tijdsgeest te passen om maatschappelijk engagement te gaan uitbesteden aan professioneel gerunde middenveldorganisaties. Het geven van geld levert tijdswinst en een goed geweten, dus ook de burger wint.

Vraag is of de samenleving er ook beter van wordt. Het klassieke middenveld met zijn bloeiend verenigingsleven en actieve betrokkenheid en participatie van burgers, is steeds gelauwerd voor de belangrijke maatschappelijke effecten die het genereerde – wat doorgaans gevat wordt onder noemers als ‘sociaal kapitaal’ en ‘sociale samenhang’. Actieve en vrijwillige inzet van burgers is steeds het evenbeeld geweest van een warme en zorgzame samenleving. Dat deze vorm van inzet steeds meer wordt ingeruild voor passieve vormen van doneren, zou dus wel eens kwalijke gevolgen kunnen hebben voor de kwaliteit van ons samenleven. Wanneer de maatschappelijke betrokkenheid van ‘clubhuis’ (lees: actieve betrokkenheid) naar ‘gironummer’ (lees: passieve betrokkenheid/giro-activisme) verschuift, betekent dat doodsteek voor het gemeenschapsleven. Al zijn de burgers nog wel met de goede zaak verbonden, ze ontwikkelen niet langer onderlinge sociale banden.

De Amerikaanse politicoloog Robert Putnam gooide hoge ogen met zijn boek ‘Bowling Alone’ waarin deze pessimistische aanname uitvoerig geïllustreerd werd. Volgens hem zou het toenemende passieve, ‘gemakzuchtige’ engagement (o.a. via het geven van geld) geen tegenindicatie zijn voor deze neergang. De verschuiving van de traditionele bowlingclubs naar het meer gecommercialiseerde ‘solo-bowlen’ zou hiervan de ultieme verzinnebeelding zijn.

Maar is al dat pessimisme wel op zijn plaats? Een toenemend aantal onderzoekers stellen van niet. Volgens hen is het niet bewezen dat een afname in het aantal actieve vormen van betrokkenheid – zoals vrijwilligerswerk – ook leidt tot een afname in het sociaal kapitaal. Zij zien de evolutie naar meer passieve vormen van engagement, zoals het populaire giro-activisme, wel als een waardevol alternatief. Met andere woorden: zijn passieve vormen van betrokkenheid, zoals het geven van geld wel zo ‘gemakzuchtig’? Of moet men optimistischer zijn en ook andere, meer passieve, vormen van betrokkenheid als bevorderend voor het sociaal kapitaal zien?

Uit onderzoek van de onderzoekers Dries Van den Bosch en Lesley Hustinx (KULeuven) bij een representatief staal van Vlamingen blijkt dat de opkomst van het giro-activisme niet noodzakelijk negatieve maatschappelijke gevolgen heeft. Zij brachten op basis van data verzameld door de Studiedienst van de Vlaamse Regering, voor Vlaanderen het ‘giro-activisme’ als nieuwe vorm van maatschappelijke betrokkenheid in kaart, en bestudeerden de gevolgen hiervan voor het sociaal kapitaal in Vlaanderen. Uit hun analyses blijkt dat het giro-activisme in Vlaanderen een courante praktijk is. Zo is, afhankelijk van het jaartal waarvoor dit wordt bekeken, 42% tot 54% van de Vlamingen bij minstens één organisatie giro-activist. Ongeveer de helft van deze groep geeft aan twee of meer organisaties, wat neerkomt op gemiddeld 1,68 (in 2000) tot 1,89 (in 2002) organisaties per giro-activist in Vlaanderen. Het zijn vooral de organisaties die onder de noemer hulp- of gezondheidsorganisaties vallen of organisaties die zich inzetten voor Derde Wereldlanden die meer dan 20% van de respondenten kunnen verleiden tot giro-activisme, gevolgd door milieu- of natuurorganisaties, mensenrechtenorganisaties of consumentenverenigingen.

Uit analyses naar het profiel van de giro-activist blijkt dat de giro-activist vaker hooggeschoold is, tot het (iets) oudere deel van de bevolking behoort, vaker gehuwd is én met een partner samenwoont en vaker naar erediensten gaat. Verder blijkt de betrokkenheid van de Vlaming geen of-of verhaal te zijn: respondenten die giro-activist zijn, zijn vaak ook passief of actief lid in een andere vereniging, of zijn vroeger lid geweest van een organisatie.

Maar wat zijn gevolgen van dit giro-activisme voor het sociaal kapitaal van Vlaanderen? In dit onderzoek werd de mate van sociaal kapitaal nagegaan via een aantal houdingsschalen zoals etnocentrisme, utilitair individualisme, politieke machteloosheid, vertrouwen in politiek en vertrouwen in overheidsapparaat. Uit de analyses blijkt dat het giro-activisme meer bijdraagt tot het sociaal kapitaal in Vlaanderen dan de actieve vormen van betrokkenheid zoals bijvoorbeeld vrijwillige inzet. Deze bevinding betekent dat negatieve connotatie die met de verschuiving van ‘clubhuis’ naar ‘giro-nummer’ gepaard gaat, minstens in vraag moet worden gesteld.

Beter lui dan actief betrokken dus? Dat niet, maar de resultaten van dit onderzoek bieden een nieuwe invalshoek bij de studie naar de maatschappelijke effecten van middenveldorganisaties.

 

Bibliografie

 

11.11.11 (2008). Financieel verslag 11.11.11-campagne 2007. [19.11.2008, 11.11.11: http://www.11.be/downloads/campagne 2007/fin_verslag_2007.pdf].

Almond, G. & Verba, S. (1989 [1963]). The Civic Culture. Princeton: Princeton University Press.

Amnesty International Vlaanderen (2008). Wie-we-zijn, Centen. [20.11.2008, Amnesty International Vlaanderen: http://www.aivl.be/wie-we-zijn/centen].

Beck, U. (1994). The reinvention of politics: towards a theory of reflexive modernization, pp. 1-55, in: Beck, U., Giddens, A. & Lash, S. (eds.) (1994), Reflexive modernization. Politics, tradition and aesthetics in the modern social order. Cambridge: Polity press.

Bekkers, R. (2002). Giving Time and/or Money: Trade-Off or Spill-over? Paper presented at 31st Annual ARNOVA Conference, Montreal, Canada. Z.p.

Bekkers, R. (2003). Trust, Accreditation and Philanthropy in the Netherlands. Nonprofit and Voluntary Sector Quarterly, 32(4), 596-615.

Bekkers, R. & Bowman, W. (2008). The Relationship Between Confidence in Charitable Organizations and Volunteering Revisited. Nonprofit and Voluntary Sector Quarterly OnlineFirst, published on October 21, 2008.

Bellah, R., Madsen, R., Sullivan, W. (1996 [1985]). Habits of the Heart. Individualism and Commitment in American Life. Berkeley (Calif.): University of California press.

Billiet, J. (1998), Sociaal kapitaal, levensbeschouwelijke betrokkenheid en maatschappelijke integratie in België. Tijdschrift voor Sociologie, 19(1), 33-54.

Billiet, J. (2004a). Het middenveld als sociaal kapitaal. De Gids op Maatschappelijk Gebied, 95(9), 4-12.

Billiet, J. (2004b). Van verwerpelijke verzuiling naar geprezen middenveld: bilan van 30 jaar onderzoek. Tijdschrift voor Sociologie, 25(1), 129-157.

Billiet, J. & Cambré, B. (1999). Social capital, active membership in voluntary associations and some aspects of political participation: an empirical case study, pp. 240-262, in: van Deth, J., Maraffi, M., Newton, K. & Whiteley, P. (eds.) (1999). Social Capital and European Democracy. London: Routledge.

Billiet, J. & Waege, H. (2006). Een samenleving onderzocht. Methoden van sociaal-wetenschappelijk onderzoek. Antwerpen: Uitgeverij De Boeck nv.

Bourdieu, P. (1979). La Distinction: critique sociale du jugement. Paris: Editions de Minuit.

Brehm, J. & Rahn, W. (1997). Individual Level Evidence for the Causes and Consequences of Social Capital. American Journal of Political Science, 41, pp. 686-695.

Carton, A., Hegemann, L., Van Geel, H. (2002). Basisdocumentatie: sociaal-culturele verschuivingen in Vlaanderen 2002. Brussel: Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Administratie Planning en Statistiek

Castells, M. (2000). The Rise of the Network Society. Oxford: Blackwell.

Coleman (1990). Foundations of Social Theory. Cambridge: Harvard University Press.

Dalton, R. (2004). Democratic Challenges, Democratic Choices. The Erosion of Political Support in Advanced Industrial Democracies. Oxford: Oxford University Press.

De Hart, J. & Dekker, P. (1999). Civic Engagement and Volunteering in the Netherlands. A ‘Putnamian’ Analysis, pp. 75-107, in: van Deth, J., Maraffi, M., Newton, K. & Whiteley, P. (eds.) (1999). Social Capital and European Democracy. London: Routledge.

Dekker, P. (2002). De oplossing van de civil society. Over vrijwillige associaties in tijden van vervagende grenzen. [Rede uitgesproken bij de openbare aanvaarding van het ambt van hoogleraar Civil society, globalisering en duurzame ontwikkeling aan de Katholieke Universiteit Brabant op 28 juni 2002]. Den Haag: SCP.

Dekker, P. & Hooghe, M. (2003). De burger-nachtwaker. Naar een informalisering van de politieke participatie van de Nederlandse en Vlaamse bevolking. Sociologische Gids, 50(2), pp. 156-181.

Dekker, P. & Van den Broek, A. (2005). Involvement in voluntary associations in North America and Western Europe: Trends and correlates 1981-2000. Journal of Civil Society, 1(1), pp. 45-59.

Dejaeghere, Y. & Hooghe, M. (2006). Op zoek naar de ‘monitorial citizen’. Een empirisch onderzoek naar de prevalentie van postmodern burgerschap in België. Res Publica, 48(4), pp. 393-420.

de Tocqueville, A. (1951 [1835]). De la démocratie en Amérique. Paris: Génin.

Elchardus, M., Hooghe, M. & Smits, W. (2000), Tussen burger en overheid. Een onderzoeksproject naar het functioneren van het maatschappelijk middenveld in Vlaanderen. Samenvatting van de onderzoeksresultaten: Deel 1: Oorzaken en gevolgen van middenveldparticipatie. TOR Rapport nr. 2000/43, Brussel: VUB-vakgroep Sociologie.

Elchardus, M., Hooghe, M. & Smits, W. (2001). De vormen van middenveldparticipatie, pp. 15-46, in: Elchardus, M., Huyse, L. & Hooghe, M. (eds.) (2001). Het maatschappelijk middenveld in Vlaanderen. Brussel: VUBpress.

Gijselinckx, C. & Loose, M. (2007). Wie participeert er (toch)? Patronen en factoren van verwachte en onverwachte participatie aan het verenigingsleven in Vlaanderen, pp. 114-140, in: Pickery, J. (ed.) (2007). Vlaanderen Gepeild! Studiedag 18 september 2007. Brussel: Studiedienst van de Vlaamse Regering.

Field, J. (2003). Social Capital. London: Routledge.

Hall, P. (1999). Social Capital in Britain. British Journal of Political Science, 29(3), pp. 417-461.

Halpern, D. (2006). Social Capital. Cambridge: Polity Press.

Heerwegh, D. (2008). Dataverwerking en analyse voor sociale wetenschappers. Leuven: Acco.

Holzer, B. & Sørensen M. (2003). Rethinking Subpolitics: Beyond the `Iron Cage' of Modern politics? Theory, Culture & Society, 20(2), pp.79–102.

Hooghe, M. (1996). Met vlag en spandoek: hedendaagse actiegroepen. Groot-Bijgaarden: Globe.

Hooghe, M. (1999). Inleiding: Verenigingen, Democratie en Sociaal Kapitaal. Tijdschrift voor sociologie, 20(3-4), pp. 233-246.

Hooghe, M. (2001a). Verenigingsleven en sociaal kapitaal in het werk van Robert Putnam. De Gids op Maatschappelijk Gebied, 92(6), 15-25.

Hooghe, M. (2001b). Waardencongruentie binnen vrijwillige verenigingen. Een sociaal-psychologisch verklaringsmodel voor de interactie van zelfselectie en socialisering. Mens en Maatschappij, 76(2), 102-120.

Hooghe, M. (2002). Sociaal kapitaal in Vlaanderen. Een onderzoek naar de relatie tussen verenigingsleven en democratische politieke cultuur. [Proefschrift ter verkrijging van de graad van doctor aan de Erasmus Universiteit Rotterdam]. Rotterdam: Erasmus Universiteit.

Hooghe, M. (2003a). Participation in Voluntary Associations and Value Indicators: The Effect of Current and Previous Participation Experiences. Nonprofit and Voluntary Sector Quarterly, 32(1), pp. 47-69.

Hooghe, M. (2003b). Sociaal Kapitaal in Vlaanderen. Verenigingen en democratische politieke cultuur. Amsterdam: Amsterdam University Press.

Hooghe, M. (2003c). Why Should We Be Bowling Alone? Results from a Belgian Survey on Civic Participation. Voluntas: International Journal of Voluntary and Nonprofit Organizations, 14(1), pp. 41-59.

Hooghe, M. & Quintelier, E. (2007). Naar een vergrijzing van het verenigingsleven? Trends in de participatie aan het verenigingsleven in Vlaanderen, 1998-2006, pp. 141-166, in: Pickery, J. (ed.) (2007). Vlaanderen Gepeild! Studiedag 18 september 2007. Brussel: Studiedienst van de Vlaamse Regering.

Hustinx, L. & Lammertyn, F. (2003). Collective and Reflexive Styles of Volunteering. A Sociological Modernization perspective. Voluntas: International Journal of Voluntary and Nonprofit Organizations, 14(2), pp. 167-187.

Jordan, G. & Maloney, W. (1997). The protest business? Mobilizing campaign groups. Manchester: Manchester University Press.

Jordan, G. & Maloney, W. (1998). Manipulating Membership: Supply-Side Influences on Group Size. British Journal of Political Science, 28(2), pp. 389-409.

Jordan, G. & Maloney, W. (2007). Explaining low participation rates: collective action and the “concerned unmobilized”, pp. 127-151, in: Zittel, T. & Fuchs, D. (eds.) (2007). Participatory Democracy and Political Participation. London: Routledge.

Lane, R. (2000). The Loss of Happiness in Market Democracies. New Haven (Conn.): Yale university.

Listhaug, O. & Gronflaten, L. (2007). Civic Decline? Trends in Political Involvement and Participation in Norway, 1965-2001. Scandinavian Political Studies, 30(2), 272-299.

Loose, M., Dujardin, A., Gijselinckx, C. & Marée, M. (2007). De meting van het vrijwilligerswerk in België. Kritische analyse van de statistische bronnen met betrekking tot het vrijwilligerswerk in België. Brussel: Koning Boudewijnstichting.

Maloney, W. (1999). Contracting out the participation function: social capital and chequebook participation, pp. 108-109, in: van Deth, J., Maraffi, M., Newton, K. & Whiteley, P. (eds.) (1999). Social Capital and European Democracy. London: Routledge.

Maloney, W. & Roβteutscher, S. (2007). Associations, participation and democracy, pp. 3-15, in: Maloney, W. & Roβteutscher, S. (eds.) (2007). Social Capital and Associations in European Democracies: a comparative analysis. London: Routledge.

Marée, M., Gijselinckx, C., Loose, M., Rijpens, J. & Franchois, E. (2008). Verenigingen in België. Een kwantitatieve en kwalitatieve analyse van de sector. Editie 2008. Brussel: Koning Boudewijnstichting.

Mariën, S., Hooghe, M. & Quintelier, E. (2008). Inequalities in ‘New’ Forms of Political Participation. An analysis of the 2004 ISSP Survey. Paper presented at the Conference on Normative implications of new forms of participation, Grythyttan, Zweden, 8-10 may 2008.

Micheletti, M. (2003). Political Virtue and Shopping. Individuals, consumerism and collective action. New York: Palgrave Macmillan.

Morales, L. & Geurts, P. (2007). Associational involvement, pp. 135-157, in: van Deth, J., Montero, J.R. & Westholm, A. (eds.) (2007). Citizenship and Involvement in European Democracies. London: Routledge.

Mortelmans, D. & Dehertogh, B. (2007). Uni- en bivariate analyse. Leuven: Acco.

Newton, K. (1999a). Social and Political Trust in Established Democracies, pp. 169-187, in: Norris, P. (ed.) (1999). Critical Citizens: global support for democratic government. Oxford: Oxford University Press.

Newton, K. (1999b). Social capital and democracy in modern Europe, pp. 3-24, in: van Deth, J., Maraffi, M., Newton, K. & Whiteley, P. (eds.) (1999). Social Capital and European Democracy. London: Routledge.

Offe, C. & S. Fuchs (2002). A Decline of Social Capital? The German Case, pp. 189-243, in: Putnam, R. (ed.) (2002), Democracies in Flux. The Evolution of Social Capital in Contemporary Society. Oxford: Oxford University Press.

Portes, A (1998). Social Capital. Its origins and applications in modern sociology. Annual Review of Sociology, 24, pp. 1-24.

Putnam, R. (1994). Making Democracy Work. Civic Traditions in Modern Italy. New Jersey: Princeton University Press.

Putnam, R. (1995). Bowling Alone: America’s declining social capital. Journal of Democracy 6(1), pp. 65-78.

Putnam, R. (1996). The Strange Disappearance of Civic America. The American Prospect, 13(7), z.p..

Putnam, R. (2000). Bowling Alone. The collapse and revival of American community. New York: Simon and Schuster.

Salamon, L., & Anheier, H. (1997). Toward a common definition, pp. 29-50, in: Salamon, L. & Anheier, H. (eds.) (1997), Defining the nonprofit sector. A cross-national analysis. Manchester: Manchester University Press.

Samyn, S. (06.05.2009). Vertrouwen in politici en bankiers nooit lager. De Standaard, pp. 4-5.

Schudson, M. (1999). The Good Citizen. A History of American Public Life. New York: Free Press.

Schudson, M. (2006). The Varieties of Civic Experience. Citizenship Studies, 10(5), pp. 591-606.

Schuyt, T. & Gouwenberg, B. (2005). Geven in Nederland. Giften, Legaten, Sponsoring en Vrijwilligerwerk. ’s Gravenhage: Elsevier Overheid.

SCP (1998). Sociaal en Cultureel Rapport 1998. 25 jaar sociale verandering. Rijswijk/Den Haag: SCP/VUGA, 1998.

SCP (2004). In het zicht van de toekomst. Sociaal en Cultureel Rapport 2004. Den Haag: SCP.

Selle, P. & Strømsnes, K. (2001). Membership and democracy, pp. 134-147, in: Dekker, P. & Uslaner, E. M. (eds.) (2001). Social Capital and Participation in Everyday Life. London: Routledge.

Sierra Club (2008). Welcome to the Sierra Club! [10.12.2008, Sierra Club: http://www.sierraclub.org/welcome/].

Skocpol, T. (2003). Diminished Democracy. From membership to management in American civic life. Norman (Oklahoma): University of Oklahoma press.

Stolle, D. (1999). Onderzoek naar Sociaal Kapitaal: naar een attitudinale benadering. Tijdschrift voor sociologie, 20(3-4), pp. 247-275.

Stolle, D. & Hooghe, M. (2005). Inaccurate, exceptional, one-sided or irrelevant? The debate about the alleged decline of social capital and civic engagement in Western societies. British Journal of Political Science, 35(1): 149-167.

Stolle, D., Hooghe, M. & Micheletti, M. (2005). Politics in the Supermarket: Political Consumerism as a Form of Political Participation. International Political Science Review, 26(3), pp. 245-269.

Studiedienst van de Vlaamse Regering (2009). SVR – SCV – survey. [05.03.2009, Studiedienst van de Vlaamse Regering: http://www4.vlaanderen.be/dar/svr/Enquetes/Pages/Enquetes. aspx].

Torpe, L. & Ferrer-Fons, M. (2007). The internal structure of associations, pp. 96-117, in: Maloney, W. & Roβteutscher, S. (eds.) (2007). Social Capital and Associations in European Democracies: a comparative analysis. London: Routledge.

Uslaner, U. (2002). The Moral Foundations of Trust. New York: Cambridge University Press.

Welzel, C., Inglehart, R. & Deutsch, F. (2005). Social Capital, Voluntary Associations and Collective Action: Which Aspects of Social Capital Have the Greatest ‘Civic‘ Payoff? Journal of Civil Society, 1(2), pp. 121-146.

Whiteley, P. (1999). The Origins of Social Capital, pp. 25-44, in: van Deth, J., Maraffi, M., Newton, K. & Whiteley, P. (eds.) (1999). Social Capital and European Democracy. London: Routledge.

Wollebæk, D. & Selle, P. (2002a). Does Participation in Voluntary Associations Contribute to Social Capital? The Impact of Intensity, Scope, and Type. Nonprofit and Voluntary Sector Quarterly, 31(1), pp. 32-61.

Wollebæk, D. & Selle, P. (2002b). Passive Support: No Support at All? Nonprofit Management and Leadership, 13(2), pp. 87-203.

Wollebæk, D. & Selle, P. (2003). The Importance of Passive Membership for Social Capital Formation, pp. 67-88, in: Hooghe, M. & Stolle, D. (eds.) (2003). Generating Social Capital. Civil Society and Institutions in Comparative Perspective. New York: Palgrave Macmillan.

Wollebæk, D. & Selle, P. (2007). Origins of Social Capital: Socialization and Institutionalization Approaches Compared. Journal of Civil Society, 3(1), pp. 1-24.

Wollebæk, D. & Strømsnes, K. (2008). Voluntary Associations, Trust and Civic Engagement: A Multilevel Approach. Nonprofit and Voluntary Sector Quarterly, 37(2), pp. 249-263.

Wuthnow, R. (1998). Loose Connections. Joining Together in America’s Fragmented Communities. Cambridge (Mass.): Harvard university press.

 

Universiteit of Hogeschool
Master in het Sociaal Werk
Publicatiejaar
2009
Kernwoorden
Share this on: