Een ergotherapeutische evaluatie van de rolstoeltoegankelijkheid in Vlaamse stations

Siri Vanpeene
 
“Vlaamse stations: toegankelijk voor rolstoelgebruikers?!”
 
Veel onderzoek heeft reeds aangetoond dat rolstoelgebruikers problemen ervaren bij het gebruikmaken van het openbaar vervoer. Dit komt omdat ze, naast hun persoonlijke afmetingen, ook nog eens de afmetingen (minimum 0.90m x 0.90m) van hun rolstoel met zich meenemen. De ervaring van deze problemen is in tegenstrijd met de wetgeving rond toegankelijkheid. Deze stelt dat elke omgeving voor elke persoon toegankelijk moet zijn, ongeacht of deze persoon al dan niet een beperking heeft.

Een ergotherapeutische evaluatie van de rolstoeltoegankelijkheid in Vlaamse stations

 

“Vlaamse stations: toegankelijk voor rolstoelgebruikers?!”
 
Veel onderzoek heeft reeds aangetoond dat rolstoelgebruikers problemen ervaren bij het gebruikmaken van het openbaar vervoer. Dit komt omdat ze, naast hun persoonlijke afmetingen, ook nog eens de afmetingen (minimum 0.90m x 0.90m) van hun rolstoel met zich meenemen. De ervaring van deze problemen is in tegenstrijd met de wetgeving rond toegankelijkheid. Deze stelt dat elke omgeving voor elke persoon toegankelijk moet zijn, ongeacht of deze persoon al dan niet een beperking heeft.  Iedereen moet zelfstandig kunnen handelen.
 
De NMBS levert reeds lang inspanningen voor meer toegankelijke stations. Op 15 juni 2009 verklaarde de NMBS dat reeds 113 stations, waarvan 67 in Vlaanderen, toegankelijk zijn voor personen met een beperkte mobiliteit. Aan de hand van een door ons opgestelde checklist onderzochten wij of deze stations daadwerkelijk rolstoeltoegankelijk zijn.
 
Het zelfstandig handelen is een doel dat de ergotherapeut nastreeft. Daarbij komt ook nog eens dat de ergotherapeut een visie hanteert die rekening houdt met alle aspecten van en rondom de persoon. Daarom zijn wij ervan overtuigd dat studenten Bachelor in de ergotherapie geschikt zijn om dergelijk onderzoek uit te voeren.
 
Ons onderzoek startte met het opstellen van een checklist om de stations te beoordelen. We stelden deze checklist samen op basis van verschillende literatuurbronnen, waaronder : ‘Handboek voor Toegankelijkheid’, ‘Handboek: Mobiliteit en Integrale Toegankelijkheid’ en ‘Building for everyone’. Eens we een eerste versie van de checklist afgerond hadden, startten we met het uitproberen ervan. We gingen na of de checklist beperkingen bevatte. Indien dit zo was stuurden we deze bij. Deze controlerende fase gebeurde enkele malen, tot de checklist helemaal op punt stond.
 
Tijdens het testen van de checklist, ontwikkelden we ook een scoringsmethode. Deze moest efficiënt en statistisch gemakkelijk verwerkbaar zijn, zodat latere berekeningen makkelijk konden worden uitgevoerd.
 
Eens de checklist en de scoringsmethode op punt stonden, startten we het onderzoek naar de rolstoeltoegankelijkheid in de door de NMBS toegankelijk verklaarde Vlaamse stations. Het onderzoek spreidde zich over een periode van anderhalve maand. Na de afronding van het onderzoek, gaven we alle verkregen gegevens in in het statistisch programma ‘SPSS’ om zo de latere berekeningen te kunnen maken.
 
Naast het eigenlijke onderzoek, namen we ook verschillende interviews af om te peilen naar de ervaringen van rolstoelgebruikers die regelmatig de trein nemen. Ook deze gegevens verwerkten we mee in de eindconclusie.
 
 Bij het bekijken van de uiteindelijke resultaten, kunnen we concluderen dat de gecontroleerde stations een uiteenlopende mate van rolstoeltoegankelijkheid hebben. In dit onderzoek zijn er zowel positieve als werkpunten naar boven gekomen.
 
Als positieve elementen kunnen we de toegangsweg, de bediening door het station en de doorgang in het station aanhalen. 
 
Alle stations beschikken over een toegangsweg die minimum 1.20 m breed is met een horizontaal vlak. Bovendien beschikt het grootste deel (94%) over een deur aan de hoofdingang met een minimale breedte van 0.90m, waardoor zo de toegang tot het grootste deel van de stations ook rolstoeltoegankelijk is. Ook konden we opmerken dat de gangen in stations voldoende breed zijn en de persoon van voldoende keerruimte voorzien waardoor rolstoelgebruiker gemakkelijk kunnen draaien.
 
Op vlak van begeleiding scoort de NMBS goed. Uit de interviews bleek dat het personeel vriendelijk is. Ze zijn voor de rolstoelgebruikers een meerwaarde, want zonder hen zouden zij niet op de trein geraken. Daarnaast geraken rolstoelgebruikers ook zonder problemen op de trein, want het merendeel van de stations is uitgerust met een mobiele laadbrug.
 
Naast voorgenoemde positieve elementen, halen we ook werkpunten aan naar de NMBS toe. Het grootste werkpunt situeert zich op vlak van het sanitair. Slechts bij 46% van de onderzochte Vlaamse ‘toegankelijke’ stations kon men een aangepast sanitair vinden. Dit wil zeggen dat in meer dan de helft van de stations de rolstoelgebruiker niet zonder problemen naar het toilet kan gaan. Naast deze afwezigheid van een aangepast sanitair, voldoet een groot deel van de onderzochte stations niet aan bepaalde criteria die nodig zijn om te kunnen spreken van een aangepast sanitair. Zo waren er bijvoorbeeld bij 57% van de onderzochte stations met een aangepast sanitair geen handvaten voorzien, terwijl deze bij rolstoelgebruikers wel degelijk nodig zijn indien zij zelfstandig naar het toilet willen gaan.
 
Een volgend werkpunt betreft de hoofdingang. We stellen vast dat bij 67% van de onderzochte stations een drempel aanwezig is. Bij 36% bedraagt de hoogte van deze drempel meer dan 2 cm, waardoor het station minder toegankelijk is voor de rolstoelgebruiker doordat zij hierdoor al meer afhankelijk worden van derden.
 
Ook op vlak van parkeergelegenheid voor rolstoelgebruikers schiet de NMBS te kort. 57% van de onderzochte stations voldeed tijdens de onderzoeksperiode, die zich spreidde tussen januari 2010 en maart 2010, zowel niet aan de oude (1 op 25 parkeerplaatsen) als de nieuwere norm (1 op 17). Hierdoor kunnen we stellen dat in meer dan de helft van de stations de rolstoelgebruiker niet kan parkeren.
 
Bij de rolstoelgebruikers zelf komt de 24-uursregeling – een regeling waarbij zij 24 uur op voorhand dienen te reserveren als zij een trein willen nemen- als grootste beperking naar voor. Ze geven aan dat dit hen beperkt in hun dagdagelijks leven.
 
Samenvattend kunnen we stellen dat er in het verleden zeker al inspanning geleverd zijn door de NMBS op vlak van toegankelijkheid voor personen met een beperkte mobiliteit en hier specifiek de rolstoelgebruikers. Uit dit onderzoek kwamen zowel positieve als werkpunten.   Op basis hiervan kunnen we stellen dat het merendeel van de stations toegankelijk is. Toch stellen we vast dat rolstoelgebruikers nog niet van alle faciliteiten, die horen bij het treingebruik, evenwaardig gebruik kunnen maken als andere mensen doordat zij belemmerd worden door zowel infrastructurele als sociale elementen. We melden hier wel bij dat dit afhangt van station tot station.
 

Bibliografie

 

Belgische Rekenhof (2008).

 

Naleving van de beheerscontracten door de nmbs, Infrabel en de NMBS-Holding. Geraadpleegd op 16 februari 2010, op http://www.ccrek.be/docs/Reports/2008/2008_24_NMBS_beheerscontracten.pdf Op1lijn , jaargang 17, , 66, 3-5. UAIS,91- 98. Handboek Toegankelijkheid Publieke gebouwen. Geraadpleegd op 15 april 2010, op http://www.toegankelijkgebouw.be Het Laatste Nieuws, p.9. Het Laatste Nieuws, p 3. Grondslagen van de ergotherapie. Maarssen : Elsevier gezondheidszorg. Inclusief beleid voor personen met een handicap: voorbeelden uit de beleidspraktijk. Leuven: Acco. Een ergotherapeutische evaluatie van toegankelijkheid voor rolstoelgebruikers in Vlaamse stations: Voorafgaande studie naar de rolstoeltoegankelijkheid van de NMBS- stations in Vlaanderen. Gent: onuitgegeven bachelorproef, Arteveldehogeschool Gent, professionele bachelor in de ergotherapie. Public Health Nursing , 17, 3, 178-186. Social sciense & Medicine, 55, 1435-1446. 110 Gids voor de Reiziger met beperkte mobiliteit. Geraadpleegd op 22 april 2009, op http://www.brail.be/ Dienstverlening aan personen met beperkte mobiliteit [brochure]. Brussel: NMBS. Beheerscontract NMBS 2008-2012. Geraadpleegd op 16 februari 2010, op http://www.b-rail.be/corporate/N/info/managementcontract/summary/index… Dienstverlening aan personen met beperkte mobiliteit. [brochure]. Brussel: NMBS. Beheersovereenkomsten NMBS-Groep- denken vanuit de reiziger, verder bouwen aan kwaliteit-. Geraadpleegd op 16 februari 2010, op www.nmbs.be Disability and rehabilitation , vol. 26, 5, 280-289. Wat doet de ergotherapeut? Geraadpleegd op 10 mei 2010, op http://www.ergotherapie.be Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid. Geraadpleegd op 16 februari 2010, op Beleidsbrief. Gelijke Kansen. Beleidsprioriteiten 2008-2009. Geraadpleegd op 22 april 2009, op : http://jsp.vlaamsparlement.be/docs/stukken/2008-2009/g1936-1.pdf Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening betreffende toegankelijkheid. Geraadpleegd op 22 april 2009, op http://www.gelijkekansen.be/ Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening betreffende toegankelijkheid. Geraadpleegd op 24 juni 2009, op http://www.gelijkekansen.be Gemeentelijk Accommodatiebeleid: Van Integraal naar Universeel. Geraadpleegd op 30 mei 2009, op http://ursi.eldoc.ub.rug.nl/FILES/root/ResRep/2005/309/309_Voogd.pdf Toegankelijkheid. Geraadpleegd op 29 september 2009, op Toegankelijkheid .Geraadpleegd op 31 maart 2009, op http://www.wikipedia.be/

DeFré, B. (2008). Het belang van toegankelijkheid,

Edwards, S., Walsh, S., Blythe, P., Hamilton, N., Soutter, J. (2001). Accessibility in the built and transport environment. The wheelchair user perspective .[Elektronische versie].

Entervzw. (s.d), geraadpleegd op 31 maart 2009,op http://www.entervzw.be/

Entervzw., Gelijke Kansen (2010),

Galle,M., Royackers, T. (2010, 25 maart). Dienst toeganklijkheid: geen rolstoel geraakt er binnen.

KCL ( 2010, 23 maart). Ook jongen (15) in rolstoel kan niet op lijnbus.

Kinébanian, A., le Grande, M. (2006).

Kennes, R., Kempeneers, P., Peumans, J., De Ganck, E., Latruwe, A., Feys, M., et al. (2001).

Lamote, L., Van De Ginste, E.(2009).

McClain, L., Ph. D. (2000). Shopping Center Wheelchair Accessibility: Ongoing Advocacy to Implement the Americans with Disabilities Act of 1990. [elektronische versie].

Meyers, A.R., Anderson, J.J., Miller, D.R., Shipp, K., Hoenig, H. (2002). Barriers, facilitators, and access for wheelchair users: substantive and methodologic lessons from a pilot study of environmental effects [elektronische versie].

NMBS (2007),

NMBS (2008).

NMBS (2008).

NMBS (2009).

NMBS-groep (2008).

Thapar, N. et al.(2004). A pilot study of functional access to public buildings and facilities for persons with impairments. [Elektronische versie].

Vlaams ergotherapeutenvereniging (2009).

Vlaamse overheid(2009).

http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&caller…

Vlaams Parlement (2008),

Vlaamse Regering (2009).

Vlaamse Regering (2009),

Voogd, H. (2005).

Westkans,

http://www.westkans.be/nl/toegankelijkheid.asp 111

Wikipedia (s.d.),

Universiteit of Hogeschool
Bachelor in de ergotherapie
Publicatiejaar
2010
Kernwoorden
Share this on: