En de boer... hij hield ermee op - over functieveranderingen in het agrarisch gebied

Julie Verstraete Julie Verstraete
Nieuwe functies voor oude boerderijenDe landbouw is aan het veranderen. Door een toenemende vrije markteconomie en een afname van de Europese subsidiëring, dalen de levenskansen van de landbouwbedrijven in West-Europa. Door deze afname van landbouwactiveiten, komt er echter ruimte vrij op het platteland voor nieuwe functies. In haar studie omtrent ‘functieveranderingen in het agrarisch gebied’ onderzoekt Julie Verstraete daarom wat de oorzaken, gevolgen en mogelijkheden zijn ten overstaan van het wijzigende platteland. Welke nieuwe functies zijn mogelijk op het platteland?

En de boer... hij hield ermee op - over functieveranderingen in het agrarisch gebied

Nieuwe functies voor oude boerderijen

De landbouw is aan het veranderen. Door een toenemende vrije markteconomie en een afname van de Europese subsidiëring, dalen de levenskansen van de landbouwbedrijven in West-Europa. Door deze afname van landbouwactiveiten, komt er echter ruimte vrij op het platteland voor nieuwe functies. In haar studie omtrent ‘functieveranderingen in het agrarisch gebied’ onderzoekt Julie Verstraete daarom wat de oorzaken, gevolgen en mogelijkheden zijn ten overstaan van het wijzigende platteland. Welke nieuwe functies zijn mogelijk op het platteland? Wat zijn de consequenties van deze functieveranderingen? Moeten we veranderingen bovendien gewoon hun gang laten gaan, of is een degelijke regeling van overheidswege noodzakelijk? Verstraete gaat hiervoor de vergelijking aan tussen de Nederlandse en Vlaamse situatie, op vlak van achtergrond, huidige situatie en toekomstperspectieven. De toenemende problematiek is immers een niet te onderschatten gegeven: de landbouw heeft een enorme impact op het landschap rondom ons, en gaat ons allen aan.

Landbouwers verdwijnen

Meerdere oorzaken leiden landbouwers er steeds vaker toe, te stoppen met hun bedrijfsvoering. Negatieve toekomstperspectieven op vlak van rendabiliteit van hun bedrijf, te weining uitbreidingsmogelijkheden om nog te kunnen concurreren op de markt en de steeds strengere regelgeving, zorgen ervoor dat veel landbouwers geen opvolger meer vinden, en dus besluiten hun bedrijf stop te zetten. Gevolg is dat de stallen vaak staan te verkrotten, of als opslagplaats dienen voor allerlei rommel. Deze ‘verrommeling’ van het landschap is allesbehalve positief te noemen voor onze leefomgeving. Ook wanneer er nieuwe grond vrijkomt voor bebouwing, binnen het landbouwgebied, als gevolg van de afnemende agrarische bedrijvigheid, leidt dit vaak tot een minder aangenaam beeld van het landelijke gebied.

Vlucht naar het platteland

Hiertegenover staat echter een toenemende vlucht naar het platteland, als gevolg van de ‘rurale idylle’: mensen trekken uit de stad en zoeken een nieuw plekje op de ‘boerebuiten’. Men is niet langer afhankelijk van de nabijheid van werk, winkels, vrienden en vervoer die men in de stad heeft, want door de ver geëvolueerde telecommunicatie kan men intussen ook vanop verdere afstand in contact blijven met het stadse leven, en tegelijkertijd genieten van de voordelen van het platteland. Die voordelen blijken vaak echter overschat te worden: men hoopt daar een vredig, ideaal landschap te vinden waarin ze tot rust kunnen komen en kunnen genieten van de bloemetjes en de bijtjes, de wijdse landschappen en de koeien in de wei. De toenemende verrommeling en diversiteit in het landschap, samen met de grootschalige landbouw, brengen enigszins verstoring in dit ideaalbeeld. Niettemin is dit een belangrijke drijfveer, en opent deze factor deuren naar een ‘nieuw platteland’.

Randvoorwaarden in Nederland

Nederland ving deze tendens reeds een tiental jaar geleden op, en trachtte hier meteen op in te spelen, door een aangepast beleid op te stellen. Landbouwers konden hun bedrijf stopzetten, en nieuwe woningen creëren op hun erf, op voorwaarde dat alle niet-waardevolle stallen werden gesloopt. Gebouwen met een hoge erfgoedwaarde dienden behouden te worden en konden als woning worden gerenoveerd. Dit bleek absoluut geen slechte zet.

Vandaag de dag wordt dit beleid nog steeds verdergezet, weliswaar met een aantal toegevoegde maatregelen. De ervaring wees uit dat de eerste zogenaamde functieveranderingen vaak leidden tot onaanvaardbaar grote villa’s, landschapsverstorende nieuwe elementen of nieuwe niet-agrarische bedrijven die vaak in strijd waren met de bestaande landbouw. Het nieuwe beleid houdt dan ook rekening met belangrijke omgevingsfactoren. Nederland werd ingedeeld in verschillende landschapstypen op basis van typische landschappelijke kenmerken. In het kader van de functieveranderingen werden per landschapstype de erfkarakteristieken (typische beplanting, bebouwing, kavelindeling) achterhaald, die vervolgens bepalend zijn voor het al dan niet goedkeuren van een functieverandering. Bijgevolg moeten de stoppende landbouwers niet alleen rekening houden met de oppervlakte van de te slopen stallen, maar moeten ze ook de nodige compensatie aan landschapsinpassing en groene omkadering voorzien. Wanneer een landbouwer bijvoorbeeld in het kampenlandschap (een kleinschalig, gesloten landschap, ontgonnen in de 13de-14de eeuw op de flanken van de heuvelruggen) een landbouwbedrijf wil omvormen tot een drietal nieuwe woonkavels, moet hij ervoor zorgen dat er voldoende beslotenheid gecreëerd wordt, in de vorm van gemengde houtwallen, groepen eikenbomen, hoogstamboomgaarden, e.d. Op die manier wil men het typische landschap van weleer terugbrengen, met alle positieve gevolgen van dien op vlak van recreatie, natuur, ecologie en beeldkwaliteit. Door de strenge controle op en naleving van deze maatregelen, wijst de praktijk uit dat de functieveranderingen hun doel niet missen, wat de ruimtelijke kwaliteit ten goede komt.

Eng beleid in Vlaanderen

Waar in Nederland de toekomst van het ‘buitengebied’ behoorlijk strak geregeld is, blijkt Vlaanderen toch wel wat de feiten achterna te lopen. In Vlaanderen heeft de verrommeling namelijk al een lange tijd kunnen botvieren. Vanaf de nieuwe ruimtelijke planning, rond de eeuwwisseling, begon men hier echter toch tegenin te gaan, en heeft men strenge regels opgelegd aan veranderingen in het agrarische gebied. Dit strak beleid deed het agrarisch gebied zowat op slot, en geeft slechts zeer beperkte beleidsmatige mogelijkheden voor zonevreemde functieveranderingen, zeker wanneer men puur een nieuwe woonfunctie op het platteland wil gaan creëren, zonder enige bedrijfsfunctie. Een voormalig landbouwerf indelen in verschillende nieuwe woonkavels – zoals in Nederland gestimuleerd wordt – blijkt in Vlaanderen nagenoeg onmogelijk.

Echter, ook in Vlaanderen daalt het aantal agrariërs sterk, en worden veel bedrijven stopgezet. De vraag is dan natuurlijk wat gebeurt met deze ex-boerderijen, als er weinig of geen beleidsmatige ruimte bestaat. De praktijk wijst hier uit dat er vaak – al dan niet onder gedoogbeleid – nieuwe illegale bedrijven verrijzen en men ook erven in meerdere woonkavels opsplitst om meerdere woningen te creëren. Gezien landschappelijke waarden hier geen rol spelen, en men gewoon zijn gang gaat, drukt dit alles uiteraard zijn stempel op het Vlaamse landschap, en draagt in meerdere gevallen alsnog bij tot verrommeling.

Uitdaging op het platteland

Grote veranderingen in de agrarische sector zorgen voor nieuwe vraagstukken op het platteland. De klok tikt, de mogelijkheden zijn er om nog te redden wat te redden valt. Het is echter de taak van de besturende overheid, hier op passende wijze in te grijpen. Nederland is op goede weg, maar ook in Vlaanderen verandert het agrarische landschap. De uitdaging wordt groot om deze veranderingen aan te pakken, voor het effectief te laat is.

Bibliografie

 

Literatuurlijst

 

 

Agentschap van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LASER). (2004). Handleiding Natuurschoonwet 1928. Den Haag: Den Haag Offset.

Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie. (2009). De landbouw in België in cijfers - Kerncijfers landbouw 2009. Brussel: Federale Overheidsdienst Economie.

Alterra WUR; WOT Natuur en Milieu; Planbureau voor de Leefomgeving. (2009). Krassen op het landschap - over de beleving van storende elementen. Wageningen: Wettelijke Onderzoekstaken Natuur en Milieu.

Bügel-Hajema Adviseurs. (2008). Beeldkwaliteitsplan - Functieveranderingen Gelderse Vallei. Amersfoort: SGVG-Programma bureau De Vallei/Regio De Vallei.

Belgische Regering. (1962). Wet houdende organisatie van de Stedenbouw en Ruimtelijke Ordening. Brussel: Belgische Regering.

Boeren op een kruispunt vzw. (2008). Het welzijn van een dynamische landbouw heeft ook sociale aspecten. Opgeroepen op 14 april, 2010, van Boeren op een kruispunt vzw - "wij helpen u verder": www.boerenopeenkruispunt.be

Boxem, R. (2009). Kijk op de Veluwe - Beeldessay. Arnhem: Provincie Gelderland.

Bruil, P. M. (2002). De Reconstructiewet - Reconstructie en ruimtelijke ordening in de praktijk. Den Haag: Ministerie van VROM, LNV.

Budding, B. (2010, 10 februari). landschapsbeheerder gemeente Ede. (J. Verstraete, Interviewer)

Daalhuizen, F. (2004). Nieuwe bedrijven in oude boerderijen - De keuze voor een oude boerderij als nieuwe bedrijfslocatie. Delft: Eburon.

Daalhuizen, F. (2003). Nieuwe plattelandsondernemers in het noorden. Noorderbreedte (Themanummer Boederijen).

Daalhuizen, F., van Dam, F., Piek, M., & Sorel, N. (2008). Plattelandsontwikkelingen en de gevolgen voor het landschap. Planbureau voor de Leefomgeving. Rotterdam/Den Haag: NAi Uitgevers/Ruimtelijk Planbureau.

de Jong, M., & de Vries, J. (2003). Planningspraktijken in Vlaanderen en Nederland: groeien ze naar elkaar toe? Delft: TU-Delft.

De Roo, N. (2008). Symposium 'Dynamiek en Ruimtelijke Kwaliteit op het platteland'. De transformatie van het Vlaamse platteland. Brugge: West-Vlaamse Intercommunale.

Derckx, M., Kooiman, M., & Scheffener, V. (2010). Nieuwe Landgoederen - State of the Art. Bussum, NL: Uitgeverij THOTH.

Eelerwoude. (2006). Rood voor Rood inrichtingsplan Slagter en Pittau te Nieuwleusen. Goor: Eelerwoude.

Farjon, J., Dirkx, G., Koomen, A., Vervloet, J., & Lammers, G. (2001). Neder-landschap Internationaal - Bouwstenen voor een selectie van gebieden landschapbehoud. Wageningen: Alterra Wageningen.

Geluk, M., & Leijs, S. (2007). Ruimtelijke kwaliteit én beheer; geen vanzelfsprekendheid. Rotterdam: Erasmus Universiteit.

Gemeente Ede. (2004). Kiezen voor een fraaie omgeving - Streekeigen beplanting in het buitengebied van Ede. (B. Bureau De Uil, Red.) Amsterdam: I.O.V. Stadsdrukkerij Amsterdam N.V.

Gemeente Ede. (2008). Ontwikkelingsplan buitengebied Ede - Ruimte voor kwaliteit. Ede: Gemeente Ede.

Gies, E., Groenemeijer, L., Meulenkamp, W., Smidt, R., Naeff, H., Pleijte, M., et al. (2005). Verstening en functieverandering in het landelijk gebied. Wageningen: Alterra WUR.

Habiforum. (2010). Homepage Habiforum. Opgeroepen op 18 maart, 2010, van www.habiforum.nl

Heins, S. (2001). Op zoek naar de rurale idylle; plattelandsbeelden, preferenties en keuzegedrag met betrekking tot rurale woonmilieus. Utrecht: DVGH/Nethur.

Hooimeijer, P., Kroon, H., & Luttik, J. (2001). Kwaliteit in meervoud - Conceptualisering en operationalisering van ruimtelijke kwaliteit voor meervoudig ruimtegebruik. Gouda: Habiforum.

Interbestuurlijk Plattelandsoverleg. (2005). IPO. Opgeroepen op 25 maart, 2010, van Interbestuurlijk Plattelandsoverleg: www.ipo-online.be

Janssen-Jansen, L., Klijn, E. H., & Opdam, P. (2009). Ruimtelijke kwaliteit in gebiedsontwikkeling. Gouda: Habiforum.

Kesteloot, C. (2002). Verstedelijking in Vlaanderen: problemen, kansen en uitdagingen voor het beleid in de 21ste eeuw. Instituut voor Sociale en Economische Geografie . Leuven: Katholieke Universiteit Leuven.

Lenders, S., Carels, K., Gijseghem, D. V., Adriansens, J., Bergen, D., & Vaerewijck, J. (2007). Transformaties in de land- en tuinbouwsector met impact op agrarische architectuur. Brussel: Vlaamse Overheid - Beleidsdomein Landbouw en Visserij.

Leneman, H., Van Bavel, M., van Blitterswijk, H., van Wijk, M., & Venema, G. (2004). Functieverandering van landbouw naar natuur; Naar een grotere deelnamebereidheid van particulieren. Den Haag: LEI.

Ministerie van Financiën. (1928). Natuurschoonwet 1928. Den Haag: Ministerie van Financiën.

Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. (2010). Subsidieregeling Natuur en Landschap. Den Haag: Ministerie van LNV.

Ministerie van Volkshuisvesting en Bouwnijverheid. (1960). Eerste Nota inzake de Ruimtelijke Ordening in Nederland. Den Haag: Ministerie van VB.

Ministerie van Volkshuisvesting en Bouwnijverheid. (1965). Wet op de Ruimtelijke Ordening. Den Haag: Ministerie van VB.

Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. (1975). Derde Nota. Den Haag: Ministerie van VRO.

Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. (1966). Tweede Nota inzake Ruimtelijke Ordening. Den Haag: Ministerie van VRO.

Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. (1991). Vierde Nota Extra. Den Haag: Ministerie van VROM.

Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. (2001). Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening. Den Haag: Ministerie van VROM.

Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. (2008). Wet op de ruimtelijke ordening. Den Haag: Ministerie van VROM.

Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. (2007). Investeringsbudget Landelijk Gebied. Den Haag: Ministerie van VROM.

Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. (2006). Nota Ruimte - Katern over nieuw ruimtelijk beleid in 2006. Den Haag: Ministerie van VROM.

Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. (1988). Vierde Nota. Den Haag: Ministerie van VROM.

Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; InterProvinciaal Overleg; Vereniging van Nederlandse Gemeenten. (2006). Evaluatie Nota Ruimte Thema: Functieverandering Buitengebied Samenvatting onderzoeksresultaten. Nijmegen: Ministerie van VROM; IPO; VNG.

Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. (2002). Reconstructiewet concentratiegebieden. Den Haag: Ministerie van VROM, LNV.

Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. (1995). Structuurschema Groene Ruimte. Den Haag: Ministerie van VROM, LNV.

Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; Verkeer en Waterstaat; Economische Zaken. (2004). Nota Ruimte. Den Haag: Ministerie van VROM, LNV, VenW en EZ.

MNP. (2006). Analyse Verkiezingsprogramma’s 2006. Bilthoven: Milieu en Natuur Planbureau.

NAV. (2009, 28 augustus). Nieuwe vergunningsprocedure verontrust architecten. Opgeroepen op 26 april, 2010, van Bouw&Wonen: www.bouwenwonen.be

NedVastgoed, B. (2008). V.A.B. Smeijersdijk te Zuna. Opgeroepen op 5 april, 2010, van NedVastgoed: www.nedvastgoed.nl

Nieuwland Advies B.V. (2007). Ede, Zonneoordlaan - Toelichting bestemmingsplan. Wageningen: Nieuwland Advies B.V.

Nieuwland Advies B.V. (2007-2010). Intern archief Nieuwland Advies B.V.

Nieuwland Advies B.V. (2007). Landgoed de Lieskamp - Landschapsplan: inrichting en beheer. Wageningen: Nieuwland Advies B.V.

Nieuwland Advies B.V. (2003). Landgoed Roodselaar - het landschapsplan van ontwerp tot beheer. Wageningen: Nieuwland Advies B.V.

Nieuwland Advies B.V. (2009). Ruimtelijke onderbouwing Functieverandering Hoeverweg 2 Wekerom. Wageningen: Nieuwland Advies B.V.

Pisman, A. (2007). Landelijk of stedelijk wonen in Vlaanderen: een bewuste en een vrije keuze? - Discussienota woonregieboek Zuid-West-Vlaanderen. Gent: Universiteit Gent.

Planbureau voor de Leefomgeving, Centraal Bureau voor de Statistiek, Wageningen University & Research Centre. (2003). Compendium voor de Leefomgeving. Opgeroepen op 12 maart, 2010, van Landschapstypologie: www.compendiumvoordeleefomgeving.nl

Provincie Gelderland. (2008). Functieverandering Vrijkomende Agrarische bedrijfsgebouwen - belangrijke procedurele en fiscale aspecten. Arnhem: Provincie Gelderland.

Provincie Gelderland. (2008). Mooi Gelderland! Gedeeld bouwmeesterschap - Actieplan ruimtelijke kwaliteit 2008-2011. Arnhem: Provincie Gelderland.

Provincie Gelderland. (2008). Mooi Gelderland! Kijken naar kwaliteit - Beeldessay. Arnhem: Provincie Gelderland.

Provincie Gelderland. (2005). Streekplan Gelderland. Arnhem: Provincie Gelderland.

Provincie Gelderland. (2008). Streekplanuitwerking functieveranderingen Regio Noord-Veluwe. Arnhem: Provincie Gelderland.

Provincie Gelderland/Amersfoort. (2008). Regionale beleidsinvulling functieverandering en nevenactiviteiten. Arnhem/Amersfoort: Provincie Gelderland/Amersfoort.

Provincie Gelderland/Utrecht. (2005). Reconstructieplan Gelderse Vallei/Utrecht Oost - Van wet naar werkelijkheid. Utrecht/Arnhem: Provincie Gelderland/Utrecht.

Provincie Overijssel. (2009, december 23). Bevorderen hergebruik vrijgekomen agrarische bebouwing. Opgeroepen op 5 april, 2010, van Provincie Overijssel: www.overijssel.nl

Provincie Overijssel. (2007). Een stal voor een bouwkavel - Rood voor rood met gesloten beurs. Zwolle: Provincie Overijssel.

Redactie Nieuws.be. (2010, 24 april). Wijzigingen Codex Ruimtelijke Ordening: Advies Raad van State alweer omzeild. Opgeroepen op 26 april, 2010, van Haal meer uit het nieuws: www.nieuws.be

Regio Rivierenland. (2008). Beleidskader hergebruik vrijgekomen agrarische bebouwing in het buitengebied. Tiel: Regio Rivierenland.

Regio's Randmeren, Noord en Oost. (2007). Fiscale gevolgen van deelname aan functieveranderingsregelingen. Hoogeveen: Regio's Randmeren, Noord en Oost.

Short, J. (1991). Imagined country: society, culture and environment. London: Routledge.

Siemens, R. (2010, 29 maart). ingenieur, landschapsarchitect. (J. Verstraete, Interviewer)

Sijtsema, S., Goddijn, S., Wolf, C., Aarts, N., Tacken, G., & Verstegen, J. (2009). Groot, groter, ... duurzaamst !? Percepties van burgers ten aanzien van schaalgrootte en schaalvergroting in de agrarische sector. Den Haag: LEI Wageningen UR.

Sikking, A. (2010, 28 maart). adviseur planologie. (J. Verstraete, Interviewer)

Sikking, A. (2008). Landelijk wonen in een Nieuwe Geografie - een opgave voor de ruimtelijke ordening. Utrecht: Universiteit Utrecht.

Tabak, M. (2009). Nieuwe Landgoederen - Nieuwe variant op een oud thema? Apeldoorn: Gemeente Apeldoorn.

Team-jaap.nl. (2009). JAAP.NL. Opgeroepen op 5 april, 2010, van Alles over huizen: www.jaap.nl

Themagroep IPO - Herbruik functieloze gebouwen op het platteland. (2006). Debatnota - Discussie-elementen m.b.t. hergebruik van functieloze gebouwen op het platteland. Brussel: Interbestuurlijk Plattelandsoverleg (IPO).

Themagroep IPO - Hoevewinkels. (2007). Hoevewinkels op het platteland. Brussel: Interbestuurlijk Plattelandsoverleg (IPO).

Themagroep IPO - Logiesbedrijven. (2007). Logiesbedrijven op het platteland. Brussel: Interbestuurlijke Plattelandsoverleg.

Tolkamp, W., Pak, G., & Swaagstra, A. (2007). Groene lijnen in het landschap. Culemborg/Babberich: CLM Onderzoek en Advies/ES Consulting.

van Dam, F., Jókövi, M., van Hoorn, A., & Heins, S. (2003). Landelijk wonen. Rotterdam/Den Haag: NAI Uitgevers/Ruimtelijk Planbureau.

Van Damme, S. (2008). Landschapsplanning en stedenbouwkunde. Gent: Hogeschool Gent.

van Delm, T., Kerselaers, E., & Lauwers, L. (2008). Nieuwe functies op het platteland: de impact van functiewijzigingen. Merelbeke: Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO).

van der Vaart, J. (2000). Boerderijen zonder boer in Friesland. Noorderbreedte (nr. 4).

Van der Wulp, N. (2009). Storende elementen in het landschap - Welke, waar en voor wie? Wageningen: Alterra WUR.

Van Hecke, E., Halleux, J., Decroly, J., & Mérenne-Schoumaker, B. (2006). Woonkernen en stadsgewesten in een verstedelijkt België. Brussel: Vrije Universiteit Brussel.

Van Huylenbroeck, G., Vandermeulen, V., & Mettepenningen, E. (2009). Studiedag “Voedselgarantie in een turbulente wereld”. Het platteland... meer dan land- en tuinbouw alleen. Gent: Universiteit Gent.

van Kempen, G. (2007). Hergebruik voormalige agrarische bedrijfsgebouwen - Een verkenning van de succes- en faalfactoren. Nijmegen: Universiteit Nijmegen.

Van Wynsberge, K. (2008). Wonen op een (para-)agrarisch bedrijf. Agripress .

Verdoodt, G. (2008). Ledenvergadering Kabinet . Landelijk Vlaanderen. Brussel: Kabinet van de Vlaamse minister-president en minister van Plattelandsbeleid Kris Peeters.

Verhoeve, A. (2008). Schone schijn. Over hoe onzichtbare zonevreemde economische dynamiek op het platteland zichtbaar wordt en het beleid confronteert. Merelbeke: Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO).

Verhoeve, A. (2008). Symposium 'Dynamiek en ruimtelijke kwaliteit op het platteland'. Economische dynamiek en ruimtelijke kwaliteit op het platteland. Brugge: West-Vlaamse Intercommunale.

Verstraete, E. (2010, 18 april). Account-manager Dierengezondheidszorg Vlaanderen (DGZ). (J. Verstraete, Interviewer)

Vlaamse Overheid. (2010). Welke weg volgt uw aanvraag voor stedenbouwkundige vergunning? Opgeroepen op 27 maart, 2010, van Ruimtelijke Ordening in Vlaanderen: www.ruimtelijkeordening.be

Vlaamse Regering. (2009). Besluit van de Vlaamse Regering van 1 april 2009 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 november 2003 tot bepaling van de toelaatbare functiewijzigingen voor gebouwen, gelegen buiten de geëigende bestemmingszone. Brussel: Vlaamse Regering.

Vlaamse Regering. (2000). Besluit van de Vlaamse Regering van 14 april 2000 tot bepaling van de vergunningsplichtige functiewijzigingen en van de werken, handelingen en wijzigingen waarvoor geen stedenbouwkundige vergunning nodig is. Brussel: Vlaamse Regering.

Vlaamse Regering. (1996). Besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 1996 betreffende de heffing ter bestrijding van leegstand en verkrotting van gebouwen en/of woningen. Brussel: Vlaamse Regering.

Vlaamse Regering. (2003). Besluit van de Vlaamse Regering van 28 november 2003 tot bepaling van de toelaatbare functiewijzigingen voor gebouwen, gelegen buiten de geëigende bestemmingszone. Brussel: Vlaamse Regering.

Vlaamse Regering. (1999). Decreet op de Ruimtelijke Ordening (DRO). Brussel: Vlaamse Regering.

Vlaamse Regering. (1999). Decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening (DRO). Brussel: Vlaamse Regering.

Vlaamse Regering. (2005). Omzendbrief RO 2005/01 Betreffende de beleidsmatige herbevestiging van de gewestplannen in het kader van de afbakening van de gebieden van de natuurlijke en agrarische structuur in uitvoering van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen. Brussel: Vlaamse Regering.

Vlaamse Regering. (1997). Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen. Brussel: Vlaamse Regering.

Vlaamse Regering. (2009). Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. Brussel: Vlaamse Regering.

Welstandscommissie Ede. (2009). Welstandsnota buitengebied Gemeente Ede. Ede: Gemeente Ede.

WeRKpartners. (2010). Ruimtelijke Kwaliteit. Opgeroepen op 18 maart, 2010, van WeRKpartners - bouwen aan ruimtelijke kwaliteit: www.werkpartners.nl

Zonderop, Y. (2007, April 21). Red het Hollandse Landschap. De Volkskrant .

 

 

Universiteit of Hogeschool
Landschaps- en tuinarchitectuur
Publicatiejaar
2010
Share this on: