Professionalisering van pleegouders. Exploratief onderzoek naar het perspectief van pleegouders.

Hanneke Van Belle
Pleegouders  mét diploma?
De pleegzorgsector is de laatste jaren sterk geprofessionaliseerd. De tendens naar professionalisering van het pleegouderschap is ingezet en lijkt onontkoombaar. Maar willen pleegouders wel geprofessionaliseerd worden?
In 2009 werden er 6.129 pleegzorgsituaties geregistreerd in Vlaanderen.

Professionalisering van pleegouders. Exploratief onderzoek naar het perspectief van pleegouders.

Pleegouders  mét diploma?

De pleegzorgsector is de laatste jaren sterk geprofessionaliseerd. De tendens naar professionalisering van het pleegouderschap is ingezet en lijkt onontkoombaar. Maar willen pleegouders wel geprofessionaliseerd worden?

In 2009 werden er 6.129 pleegzorgsituaties geregistreerd in Vlaanderen. Pleeggezinnen bestaan er in alle soorten en maten: grootouders die de zorg opnemen voor een kleinkind, pleegouders die een volwassene met een beperking in huis nemen, een jongere die door de jeugdrechtbank geplaatst wordt in een pleeggezin… Met de steun van een dienst voor pleegzorg bieden pleeggezinnnen een thuis. Een pleeggezin is geen adoptiegezin: afkomstouders behouden grotendeels hun rechten. Afkomstouders en pleegouders kennen elkaar en moeten samen op weg gaan om het kind of de volwassene een thuis te bieden. Plaatsing in een pleeggezin kan zowel vrijwillig of onder dwang, via een uitspraak van de (jeugd)rechtbank.

Wetenschappelijke literatuur geeft aan dat de stem van pleegouders vaak vergeten wordt in maatschappelijke debatten. In de tendens naar professionalisering van pleegouders lijkt opnieuw hetzelfde te gebeuren. Aan de hand van acht diepte-interviews tracht deze exploratieve studie dit te vermijden. Pleegzorg binnen de jeugbeschermingssector krijgt de focus in dit onderzoek, aangezien vooral hier de vraag naar professionalisering rijst.

Deskundigheid gevraagd

Wanneer het woord professionalisering valt, betekent dit in de eerste plaats deskundigheidsbevordering. Een degelijke voorbereiding lijkt voor zowel beleid, diensten voor pleegzorg, als voor de geïnterviewde pleegouders noodzakelijk. Ten eerste zou dit de continuïteit van de plaatsing ten goede komen. Ten tweede zou dit het mogelijk maken professioneler te reageren op bepaalde opvoedingsproblemen. Deze twee zaken worden (nog) niet gestaafd met wetenschappelijk onderzoek. Opmerkelijk is ook dat de vragen welke capaciteiten verworven zouden moeten worden en de duur van de voorbereiding geen éénduidig antwoord krijgen.  Het professionaliseren van opvoedingspraktijken binnen een gezin is met andere woorden niet vanzelfsprekend. Bestaat er iets als ‘goede pleegouders’ en kunnen pleegouders zo gevormd worden? Een volwaardige pedagogische opleiding voor pleegouders is geen wondermiddel, zeggen de geïnterviewden.

De vraag naar gevormde pleegouders past ook in een tijdsgeest waar opvoeding steeds meer psychologisch en therapeutisch wordt benaderd. Deskundigheid betekent dan psychologische kennis; psychologen/psychiaters worden als opvoedingsexperten gezien. De zoektocht naar antwoorden op opvoedingsonzekerheden en –vragen van pleegouders mag niet uit deze context geplaatst worden. Het is misschien geen unieke zoektocht en de antwoorden kunnen een bepaald opvoedingsbeeld bevestigen.

Loon naar werk

Professionalisering van pleegouders betekent ook loon naar werk. Pleegouders krijgen vandaag al een onkostenvergoeding. Veel pleegouders geven aan dat het tijd is voor een verhoging en dus een reële onkostendekking. Ook diensten voor pleegzorg ijveren hier voor. Dit wil niet zeggen dat pleegouders een loon willen krijgen. Een loon zou immers meer verantwoording en minder beweegruimte meebrengen. Enkel wanneer pleegouders echt professioneel worden opgeleid, is zo’n loon te rechtvaardigen, zeggen de pleegouders. Maar zoals reeds gezegd zijn de meningen hieromtrent verdeeld.  

Meer status en duidelijker (wettelijk) statuut

Pleegzorg is relatief bekend. (H)Erkenning in de omgeving van een pleegzorgsituatie ontbreekt soms wel. Campagnes van pleegzorg proberen hieraan tegemoet te komen en ook het beleid wil bekendheid en een positief imago bevorderen. Toch is er nog steeds geen duidelijk afgebakend statuut voor pleegouders. Dit zorgt voor veel moeilijkheden. Gehoord worden en inspraak krijgen in dagdagelijkse beslissingen hangt momenteel af van de goodwill van alle betrokkenen. In het achterhoofd houdend dat pleegzorg een snel groeiende werkvorm is, lijkt dit op zijn minst merkwaardig.

Het beleid wil alleszins de werkvorm versterken aan de hand van doelgerichte acties die in het plan Perspectief! worden toegelicht. Het plan biedt vooral organisatorische antwoorden zoals bijvoorbeeld het eenduidig en transparant maken van het aanbod. Waarom versterking nodig is en of de acties tegemoet komen aan de noden van pleeggezinnen, wordt weinig beargumenteerd en onderzocht. Eén pleegouder interpreteert de bevordering van pleegzorg als een besparingsmaatregel binnen de sector jeugdbescherming. Hoewel dit zeker niet gestaafd blijkt uit deze studie, rijst wel de vraag naar de intrensieke meerwaarde van pleegzorg boven residentiële voorzieningen. Pleegouders geven in de diepte-interviews aan dat pleegzorg voor veel pleegkinderen en –gasten een zeer goede maatregel is omdat een gezin en een vrijwillig zorgengagement helend lijken te werken en de nodige flexibiliteit bieden. Het is echter geen te veralgemenen werkvorm, die voor ieder kind of gast een ‘goede’ oplossing is.

Pleegouders als begeleider

Pleegouders zijn actief en zoeken zelf informatie op over opvoeden en opvoedingshulp. De geïnterviewden geven aan bewust op te voeden en bezig te zijn met maatschappelijke discussies.  Als pleegouderschap geprofessionaliseerd wordt, zouden bepaalde vaardigheden en taken geformaliseerd kunnen worden. Op die manier zou de ervaring van pleegouders erkend worden in andere opvoedingsberoepen of zouden pleegouders op zijn minst ingezet kunnen worden in het begeleiden van andere pleeggezinnen. Doorheen de studie is duidelijk dat dit nog verre toekomstmuziek is en dat het debat nog niet (grondig) gevoerd is.

Nood aan een gedeelde toekomstvisie

De discussie rond professionalisering van pleegouders maakt duidelijk dat pleegzorg zich beweegt op veel spanningsvelden. Belangrijk is dat de discussies over pleegzorg niet vervallen in organisatorische en methodische antwoorden. De betekenis en meerwaarde van pleegzorg moet in dialoog centraal staan. Als bepaalde maatregelen binnen pleegzorg naar voor worden geschoven is het belangrijk om te kijken wie de aanzet geeft: pleegouders of –kinderen, diensten voor pleegzorg en/of overheid. Daarbij moet nagegaan worden waarom iets geproblematiseerd wordt en wat de voorgestelde maatregel concreet inhoudt. Het is van belang om samen met alle betrokkenen een gedeeld perspectief op de toekomst van pleegzorg te ontwikkelen en te beseffen dat dialoog hierrond nooit gesloten kan worden. Het onderzoek tracht dan ook bij te dragen aan het openen en voortzetten van een nooit eindigende dialoog.

 

 

Bibliografie

 

Abbott, P., & Meerabeau, L. (1998). Chapter one: Professionals, Professionalization and the Caring Professions. In P. Abbot & L. Wallace (Eds.),

 

The Sociology of the Caring Professions (2nd ed.) (pp. 1-19). London: UCL Press. Journal of Marriage and the Family, 57(4), 879-893. . Basisboek kwalitatief onderzoek: Praktische handleiding voor het opzetten en uitvoeren van kwalitatief onderzoek. Groningen: Stenfert Kroese. Mens en organisatie. Liber Amicorum Pol Coetsier (pp.149-164). Gent: Academia Press. Werkboek: Normatieve professionalisering 2.0. Utrecht: Universiteit voor Humanistiek. Geraadpleegd op 25 juli, 2010 op http://studentenweb.uvh.nl/Media/download/8827/NP2.0%2009-10.wb.pdf Belaste pleegouders en verscheurde pleegkinderen? Onderzoek naar de wijze waarop pleegouders de opvoedingssituatie beleven en pleegkinderen de relatie met het pleeggezin en het gezin van oorsprong beleven. Doctoraatsproefschrift van Katholieke Universiteit Nijmegen: Instituut voor Orthopedagogiek. Nieuwsbrief Jeugdrecht, 17, 6-8. Bestaat er een tendens dat er met de jaren meer kinderen met ernstiger probleemgedrag in de pleegzorg opgenomen worden? Probleemgedrag van pleegkinderen in kaart gebracht. Scriptie van Rijksuniversiteit Groningen: Faculteit der Gedrags- en Maatschappijwetenschappen. Geraadpleegd op 25 juli, 2010, op http://www.pleegzorg.info/Pleegzorgscripties/Esmiralda%20Boer/Esmiralda… Onthaalouders in Vlaanderen: Een klik vooruit? Onuitgegeven masterproef van Universiteit Gent: Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen. Geraadpleegd op 25 juli, 2010, op http://archive.ugent.be/input/download?func=downloadFile&fileOId=494030…. Klantentevredenheid bij de Overheid. Eerste rapport ‘Burgergericht Besturen: Kwaliteit en Vertrouwen in de 76

Overheid’.

Bouverne-De Bie, M. (2010).

Brown, J. (2007). Fostering children with disabilities: A concept map of parent needs.

Buysse, A. (2007).

Cunningham, H. (1997).

de Brabander, A. (1988). Hoofdstuk 10: Pleegzorg. In K. Doornbos, C. Van Rijswijk, & A. van Veen (Eds.).

De Cort, L. (2008). Vrijwilligerswerk in zorg en hulpverlening: naar een nieuwe vermaatschappelijking. In J. Mostinckx & F. Deven (Eds.),

Doornenbal, J. (1997). De ervaren opvoedingsonzekerheid van moeders en vaders.

Dorsey, S., Farmer, E. M., Barth, R. P., Greene, K. M., Reid, J., & Landsverk, J. (2008). Current status and evidence base of training for foster and treatment foster parents.

Dozier, M., Albus, K., Fisher, P.A., Sepulveda, S. (2003). Interventies bij pleegouders: implicaties voor de ontwikkelingspsychologie.

Driessens, K., & Geldof, D. (2008). Normatieve professionaliteit in het sociaal werk.

Du Bois-Reymond, M. (1994). Jongeren en ouders: Hedendaagse gezinsculturen.

Edwards, R., & Gillies, V. (2004). Support in Parenting: Values and Consensus concerning who to turn to.

Evans, M.E., Armstrong, M.I., Dollard, N., Kuppinger, A.D., Huz, S., & Wood, V.M. (1994). Development and evaluation of treatment foster care and family-centered intensive case

Leuven: Instituut voor de Overheid. Geraadpleegd op 9 december, 2009, op http://soc.kuleuven.be/io/pubpdf/io05050040_rap1.pdf Nota's bij sociale pedagogiek/sociaal pedagogische studie van praktijk en beleid. Ongepubliceerde cursus van Universiteit Gent: Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen. Children and Youth Services Review, 29(9), 1235-1248. Opvoedingsondersteuning. Ondersteuning van gezinnen vandaag: een onderzoek. Brussel: Gezinsbond. Geraadpleegd op 14 april, 2010, op http://www.gezinsbond.be/images/stories/opvoeden/rapport.pdf Het kind in het Westen: Vijf eeuwen geschiedenis. Amsterdam: Van Gennep. Verschuivingen in Orthopedagogische Werkvelden. Publikaties van het Amsterdams Pedologisch Centrum Nummer 4. (pp. 139-150). Amsterdam/Lisse: Swets & Zeitlinger. Welzijn en zorg in Vlaanderen: Wegwijzer voor de sociale sector 2008-2009 (pp. 351-370). Mechelen: Kluwer. Comenius, 17, 281-292. Children and Youth Services Review, 30(12), 1403-1416. Kind en Adolescent Review, 10(4), 475-505. Alert, 34(2), 66-75. Jeugd en samenleving, 24(12), 676-689. Journal of Social Policy, 33(4), 627-647. 77

management in New York.

Federatie Pleegzorg vzw. (2008).

Fees, B.S., Stockdale, D.F., Crase, S.J., Riggins-Caspers, K., Yates, A.M., Lekies, K.S., & Gillis-Arnold, R. (1998). Satisfaction with foster parenting: Assessment one year after training.

Friesen, L.D. (2001). Privatized child welfare services: Foster parents‟ perspectives.

Geerts, F. (1995). De organisatie van de pleegzorg in Vlaanderen. Zorg voor gezinnen en kinderen. In

George, S., Van Oudenhoven, N., & Wazir, E. (2003). Foster care beyond the crossroads: Lessons from an international comparative analysis.

Glaser, B., & Strauss, A. (1967).

Goris, P., Burssens, D., Melis, B., & Vettenburg, N. (2006). Opvoedingsondersteuning.

Hampson, R.B., Schulte, M.A., & Ricks, C.C. (1983). Individual vs. group training for foster parents: Efficiency/effectiveness evaluations.

Heeren, V. (2009).

Hermanns, J. (1992).

Hermanns, J. (2008). Opvoedingsondersteuning: een winst- en verliesrekening.

Hudson, P., & Levasseur, K. (2002). Supporting foster parents: Caring voices.

Kruis, M. (2010). Pleegouders langs de lat. Zeven kerncompetenties voor pleegouders.

Journal of Emotional and Behavioral Disorders, 2(4), 228-239. doi: 10.1177/106342669400200405 De pleegzorgregistratie 2007: 10 jaar pleegzorg geregistreerd. Geraadpleegd op 14 april, 2010, op http://www.pleegzorgvlaanderen.be/files/pages/files/Registratierapport_… Children and Youth Services Review, 20(4), 347-363. Child Welfare, 80(3), 309-324. Welzijnsgids – Welzijnszorg; Zorg voor gezinnen en kinderen. Afl. 16 (pp. 51-76). Mechelen: Kluwer. Childhood: A Global Journal of Child Research, 10(3), 343-361. doi: 10.1177/09075682030103006 The discovery of grounded theory: Strategies for qualitative research. New York: Aldine de Gruyter. Alert, 32(5), 31-46. Family Relations, 32(2), 191-201. Opvolgingsrapport. Perspectief! Evaluatie van het Globaal Plan Jeugdzorg. Visie op en toekomstperspectieven voor welzijn van kinderen en jongeren. Brussel: Vlaams Parlement. http://jsp.vlaamsparlement.be/docs/stukken/2008-2009/g2167-1.pdf Het sociaal kapitaal van jonge kinderen: Jonge kinderen, opvoeders en opvoedingsondersteuning. Utrecht: SWP. Welwijs, 19(1), 12-15. Child Welfare, 81(6), 853-877. Mobiel, 36(2). Geraadpleegd op 25 juli, 2010, op http://www.mobiel-pleegzorg.nl/ 78

Kunneman, H. (1996).

Kunneman, H. (2005). Social Work as laboratory for Normative Professionalisation.

Kuppens,N., Verdonck, D., D‟haene, G., & Telemans, K. (2008). De kracht van het netwerk. Pleegzorg voor volwassen personen met een beperking.

Linares, L.O., Montalto, D., Li, M., & Oza, V.S. (2006). A promising parenting intervention in foster care.

Maas, J.G.V. (2000).

Maso, I., & Smaling, A. (1998).

Morales, A., & Sheafor, B. (1980). The Emergence of Social Work as a Profession. In A. Morales & B. Sheafor (Eds.),

Morgan, D. (1998).

Nenquin, P. (2009). Bijzondere jeugdzorg. Praktijkvoorbeeld 4. Pleegzorg, een maatpak in de bijzondere jeugdzorg. In T. Wijnen (Ed.),

Oberhuemer, P. (2000). Conceptualizing the professional role in Early Childhood Centers: Emerging profiles in four European countries.

Oberhuemer, P. (2005). Conceptualising the early childhood pedagogue: Policy approaches and issues of professionalism.

Pacifici, C., Delaney, R., White, L., Cummings, K., Nelson, C. (2005). Foster parent college: Interactive multimedia training for foster parents.

Patton, Q.M. (1990).

Payne, S. (1999). Interview in qualitative research. In A. Memon & R. Bull (Eds.),

Van theemutscultuur tot Walkman-ego: Contouren van een postmoderne individualiteit. Amsterdam: Boom. Social Work & Society, 3(2), 191-200. Vlaams Tijdschrift voor Orthopedagogiek, 27(4), 1-16. Geraadpleegd op 6 april, 2010, op http://www.pleegzorgvlaanderen.be/files/pages/files/VTVO_Pleegzorg_voor… Journal of Consulting and Clinical Psychology, 74(1), 32-41. Professionaliteit: Management van professie en professionele organisaties. Deventer: Kluwer/INK. Kwalitatief onderzoek: praktijk en theorie. Amsterdam: Boom. Social Work: A Profession Of Many Faces (2nd ed.). (pp. 33-48). Boston: Allyn and Bacon Inc. The focus group guidebook. London: Sage. Praktijkboek kwaliteitszorg in welzijnsvoorzieningen. Afl. 26 (pp. 30-41). Brussel: Politea. Early Childhood Research & Practice, 2(2), 1-9. European Early Childhood Education Research Journal, 13(1), 5-16. doi: 10.1080/13502930585209521 Social Work Research, 29(4), 243-251. Qualitative evaluation and research methods (2nd ed.). Newbury Park, CA: Sage. Handbook of the psychology of interviewing (pp. 89-102). Chichester: John Wiley & Sons. 79

Peeters, J. (2008).

Philippart, M. (2000). Verwijzen met zorg voor de context. In Opvang vzw,

Pleegouders Vlaanderen vzw. (2009).

Pleegzorg Vlaanderen vzw. (2010a). www.pleegzorgvlaanderen.be

Pleegzorg Vlaanderen vzw. (2010b).

Poot, W. (1994). De populariteit van opvoedingsondersteuning, aandacht voor opvoeding en ondersteuning in onderzoek. In A. Hol (Ed.),

Puddy, R. W., & Jackson, Y. (2003). The development of parenting skills in foster parent training.

Punselie, E. C. (2006).

Reddy, L.A., & Pfeiffer, S.I. (1997). Effectiveness of treatment foster care with children and adolescents: a review of outcome studies.

Regiocommissie NVP-Gelderland. (N.D.).

Robbroeckx, L. (2001). Naar een ruimer pedagogisch ondersteuningsaanbod voor pleegouders.

Robson, C. (2002). Chapter 9: Interviews. In C. Robson (2002).

Rodger, S., Cummings, A., & Leschied, A.W. (2006). Who is caring for our most vulnerable children?: The motivation to foster in child welfare.

De warme professional. Begeleid(st)ers kinderopvang construeren professionaliteit. Gent: Academia Press. Twintig jaar Opvang. Colloquium: Wanneer kiezen voor pleegzorg? Verslagboek (pp. 29-35). Verslag van interprovinciale vergadering afdelingen Antwerpen en Vlaams-Brabant donderdag 26/03/2009 in Mechelen. Verkregen via e-mail. Memorandum: De federale verkiezingen 13 juni 2010. Geraadpleegd op 25 juli, 2010, op http://www.pleegzorgvlaanderen.be/files/pages/files/Memorandum_Pleegzor… Opvoedingsondersteuning: Methoden, nieuwe opvattingen en praktische toepassingen (pp. 38-49). Utrecht: SWP. Children and Youth Services Review, 25(12), 987-1013. Voor een pleegkind met recht een toekomst: Een studie naar de (rechts)positie van (pleeg)ouders en (pleeg)kinderen in geval van langdurige uithuisplaatsing. Leiden: Kluwer, E. M. Meijers Instituut. Journal of the American Child and Adolescent Psychiatry, 36(5), 581-588. Deskundigheidsbevordering voor pleegouders op maat. Geraadpleegd op 6 april, 2010, op http://www.denvp.nl/modules.php?name=News&file=print&sid=29 Mobiel, 27(6), 10-11. Geraadpleegd op 25 juli, 2010, op http://www.mobiel-pleegzorg.nl/archief/2001/mo01610.htm Real world research: A resource for social scientists and practitioner-researchers (2nd ed.) (pp. 269-291). Oxford: Blackwell science. Child Abuse & Neglect, 30(10), 1129-1142. 80

Sanchirico, A., Lau, W.J., Jablonka, K., & Russel, S.J. (1998). Foster parent involvement in service planning : Does it increase job satisfaction?

Small, S., & Eastman, G. (1991). Rearing adolescents in contemporary society: A conceptual framework for understanding the responsibilities and needs of parents.

Spierts, M. (2005). Een derde weg voor de sociaal-culturele beroepen.

Testa, M..F., & Rolock, N. (2001). Professional foster care: a future worth pursuing? In K. Barbell, & R. Wright, (Eds.),

Tronto, J. (1994). Moral boundaries: A political argument for an ethic of care. Routledge: New York.

Van Crombrugge, H. (2006).

van Daal, H. J. (1994). Hoofdstuk 11. Hedendaags vrijwilligerswerk: Gedaanten, identiteit en aantrekkingskracht. In P. Dekker (Eds.),

van den Bersselaar, V. (1999). Hoofdstuk 6: Vuile handen in de gedwongen hulpverlening. Normatieve professionaliteit en subjectiviteit in de context van hulp en recht. In V. van den Bersselaar (Ed.),

Van Gils, J. (2004). Opvoedingsonzekerheid. Maak er geen drama van.

Van Holen, F. (2005). Ondersteuningsbehoeften van pleegouders in Vlaanderen.

Van Houdt, S., & Van Meerbeeck, A. (2002).

van Lieshout, J. (1997). De ontwikkeling van het pleegouderschap. In H. Baartman, & T. Zandberg (Eds.).

van Pagée, R. (1997). Naar een systeemgerichte aanpak van deskundigheidsbevordering. In H. Baartman, & T. Zandberg (Eds.).

Children and Youth Services Review, 20(4), 325-346. Family Relations, 40(4), 455-462. Tijdschrift voor sociale interventie, 14 (1), 13-22. Family foster care in the next century (pp. 107-124). New Brunswick, N.J.: Transaction Publishers. Denken over opvoeden: Inleiding in de pedagogiek. Antwerpen-Apeldoorn: Garant. Civil Society: Verkenningen van een Perspectief op Vrijwilligerswerk. Civil Society en Vrijwilligerswerk I (pp. 201-219). Rijswijk: Sociaal en Cultureel Planbureau. Zorgvuldig hulpverlenen. Maatschappelijk werk en sociale participatie. Assen: Koninklijke Van Gorcum. Alert, 30 (2), 10-14. Tijdschrift voor orthopedagogiek, 44, 472-483. Pleegzorg voor personen met een handicap: een doorlichting. Onderzoek in opdracht van het Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen met een Handicap. Leuven: Lucas. Geraadpleegd op 25 juli, 2010, op http://www.kuleuven.be/lucas/_docs/Publicaties/RapportPleegzorg.pdf. Pleegzorg (pp.13-61). Groningen: Wolters-Noordhoff. Pleegzorg (pp. 77-92). Groningen: Wolters-Noordhoff. 81

Van Woensel, A. (2006).

Vandemeulebroecke, L., & De Munter, A. (2004).

Vandenbroeck, M. (2008).

Vandenbroeck, M., & Bouverne-De Bie, M. (2006). Children‟s agency and educational norms: A tensed negotiation.

Vandenbroeck, M., Boonaert, T., Van der Mespel, S., & De Brabandere, K. (2007).

Vanderplasschen, W., Vandevelde, S., Claes, C., Broekaert, E., & Van Hove, G. (2006).

Vanthuyne, T., Verschelden, G., & Bouverne-De Bie, M. (2006). De vrijwilliger of zijn werk?

Vaughn, S., Schumm, J., & Sinagub, J. (1996).

Verbruggen, A. (2007).

Verreth, K. (2009).

Verschelden, G. (2005). Eenieder geboeid door levenslang leren? De plaats van sociaal-cultureel werk in het debat over levenslang leren en EVC. In Y. Larock, F. Cockx, G. Gehre, G. Van den Eeckhaut, T. Vanwing, & G. Verschelden (Eds.),

Verschelden, G., & Vanthuyne, T. (2007). Vrijwilligerswerk en participatie aan het verenigingsleven binnenstebuiten.

In het lang en in het breed. Levenslang leren in Vlaanderen en Europa. Leuven: Steunpunt Werkgelegenheid, Arbeid en Vorming. Geraadpleegd op 9 december, 2010, op www.steunpuntwse.be/download/nl/343010/pdf Opvoedingsondersteuning. Visie en kwaliteit. Leuven: Universitaire Pers Leuven. Gezinspedagogiek. Ongepubliceerde cursus van Universiteit Gent: Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen. Childhood, 13(1), 127 – 143. Opvoeden in Brussel. Gent-Brussel: Universiteit Gent – VBJK – VCOK – VGC. Geraadpleegd op 25 juli, 2010, op http://www.vbjk.be/files/Opvoeden%20in%20Brussel%20-%20eindrapport_0.pdf Orthopedagogische werkvelden in beweging: organisatie en tendensen. Antwerpen-Apeldoorn: Garant. Vrijwillige Inzet Onderzocht, 3(2), 7-16. Focus group interviews in education and psychology. California: Sage publications. De ziel van de stiel. Maatschappelijk assistenten en hun beroep: bouwstenen voor een gedeeld verhaal. Gent: Academia Press. KC-rapport. Pleegzorg Wanneer? Deel 1. (Rechts)vergelijkend onderzoek naar beleid en wetgeving in Vlaanderen en enkele Europese landen. Brussel: Kenniscentrum WVG. Geraadpleegd op 25 juli, 2010, op https://wvg.vlaanderen.be/applicaties/kenniscentrum/pdf/KC-rapport_WVG_… Spoor zoeken: Handboek sociaal-cultureel werk met volwassenen (pp. 343-369). Gent: Academia Press. Sociale Interventie, 16(4), 21-30. 82

Vlaams Parlement (2008).

Weterings, A.M., Bakhuizen, N.C.A., Oppenoorth, W.H., Quik-Schuijt, A.C., Singer, E., & Verbraak, A.M.L. (1998).

White, M.D., & Marsh, E.E. (2006). Content analysis: A flexible methodology.

Willems, L. (1994). Hoofdstuk 10. Burgerzin en Vrijwillige Zorg. In P. Dekker (Eds.),

Willemse, A. i.s.m. Federatie Pleegzorg. (2004).

Wubs, J. (2004).

Zwiep, C., Ligtermoet, I., & de Ruyter, B. (1996). Vragen hebben is nog geen opvoedingsonzekerheid. Onderzoek naar de behoefte aan opvoedingsondersteuning in Harderwijk.

Beleidsbrief Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. Beleidsprioriteiten 2008-2009 ingediend door de heer Steven Vanackere Vlaams Minister WVG. Stuk 1923 (2008-2009). Nr. 1 Pleegzorg in balans. A.M. Weterings, (Ed.). Leuven/Apeldoorn: Garant. Library Trends,55(1), 22-45. Civil Society. Verkenningen van een perspectief op vrijwilligerswerk. Civil Society en Vrijwilligerswerk I (pp. 185-200). Rijswijk: Sociaal en Cultureel Planbureau. Elke dag is pleegzorgdag. Alles voor en over pleeggezinnen. Tielt: Lannoo. Luisteren naar deskundigen: Opvoedingsadvies aan Nederlandse ouders 1945-1999. Assen: Koninklijke Van Gorcum. Jeugd en samenleving, 26(2/3), 81-86.

Ambert, A.M., Adler, P.A., Adler, P., & Detzner, D.F. (1995). Understanding and evaluating qualitative research.

Baarda, D.B., De Goede, M.P.M., & Teunissen, J. (2001)

Baele, A., Claes, R., De Waele, F., & Pringels, A. (2002). Een mens werkt niet voor geld alléén: Psychologische betekenis van vrijwilligerswerk in Oost-Vlaanderen. In P. Vlerick, F. Lievens, R. Claes (Eds.),

Bakker, D., Dohmen, J., Jorna, T., Kunneman, H., Leeman, Y., Lensvelt-Mulders, G., & Lugten, B. (2009).

Bastiaensen, P. (2001).

Berghmans, M. (2002). Pleegzorg: jongeren aan het woord.

Boer, E. (2009).

Boonaert, T. (2006).

Bouckaert, G., Kampen, J. K., Maddens, B., & Van De Walle, S. (2001).

Universiteit of Hogeschool
Master in het Sociaal Werk
Publicatiejaar
2010
Share this on: