Er beweegt wat. Kwaliteitsvolle ontmoeting voor kinderen en hun opvoeders in de Antwerpse ontmoetingsruimtes.

Katrien Pieters
Ruimte voor ontmoeting in een geïndividualiseerde samenleving?Vandaag kiezen we wat we studeren, we kiezen onze partner, we beslissen wanneer we kinderen willen krijgen... Kortom, in onze geïndividualiseerde samenleving mogen we zelf ons levensverhaal schrijven. Deze keuzevrijheid heeft ook een keerzijde: zelf beslissingen moeten nemen en knopen doorhakken vraagt niet alleen de nodige sociale vaardigheden, het kan ook voor heel wat onzekerheid zorgen. Ook ouders krijgen de kans om eigen keuzes te maken in de opvoeding van hun kinderen.

Er beweegt wat. Kwaliteitsvolle ontmoeting voor kinderen en hun opvoeders in de Antwerpse ontmoetingsruimtes.

Ruimte voor ontmoeting in een geïndividualiseerde samenleving?

Vandaag kiezen we wat we studeren, we kiezen onze partner, we beslissen wanneer we kinderen willen krijgen... Kortom, in onze geïndividualiseerde samenleving mogen we zelf ons levensverhaal schrijven. Deze keuzevrijheid heeft ook een keerzijde: zelf beslissingen moeten nemen en knopen doorhakken vraagt niet alleen de nodige sociale vaardigheden, het kan ook voor heel wat onzekerheid zorgen. Ook ouders krijgen de kans om eigen keuzes te maken in de opvoeding van hun kinderen. Die vrijheid is waardevol, maar roept tegelijkertijd onzekerheid op. Vooral andere ouders bieden daarbij waardevolle steun. Een ontmoetingsruimte is één van de plaatsen waar contacten met andere ouders mogelijk zijn én waar ook kinderen hun plaats kunnen vinden. Zowel voor ouders als kinderen wordt het belang van ontmoetingsruimtes meer en meer erkend. Ook daar is een keerzijde aan. Kunnen ontmoetingsruimtes de druk van een maatschappij en een daaraangekoppeld beleid dat zich focust op resultaten doorstaan? 

Ruimte voor kinderen en ouders

Een ontmoetingsruimte is een open huis voor jonge kinderen  en één of beide ouders, hun oppas of grootouder. De kinderen spelen met elkaar, met hun eigen ouder, alleen of met een andere volwassene. Ouders kunnen met elkaar ervaringen delen of gewoon even tot rust komen. In de ontmoetingsruimte kan het kind experimenteren met afstand en nabijheid, met het exploreren van de ruimte, het speelgoed en de omgang met andere kinderen en volwassenen. Tegelijkertijd blijft de ouder altijd als een veilige haven op de achtergrond aanwezig en kan het kind af en toe komen bijtanken. Op deze manier willen de ontmoetingsruimtes de overgang van de geborgenheid van het gezin naar bijvoorbeeld de kinderopvang of de school vergemakkelijken. Het kind wordt in de ontmoetingsruimte als een volwaardig individu aangesproken. Er wordt niet ‘over’ zijn hoofd heen gepraat maar er wordt met hem gepraat. Deze benadering sluit aan bij de tendens in onze geïndividualiseerde maatschappij om kinderen mee te laten participeren aan de samenleving en mee te laten onderhandelen over opvoeding. Een andere belangrijke waarde van de ontmoetingsruimte ligt in ‘het vinden van de eigen stem’ voor de ouders. Een veelvoud aan mogelijke manieren om op te voeden, maakt het voor ouders moeilijk om hun weg te vinden. Door te zien hoe anderen opvoeden, zich daarin te herkennen of zich er juist door geconfronteerd te voelen, worden ouders dichter bij hun eigen waarden gebracht. In de ontmoetingsruimtes heet dit ‘de vrije confrontatie’. De sterkte van de ontmoetingsruimte is dat er geen ideaal model van opvoeden naar voren geschoven wordt. Integendeel, de medewerkers van een ontmoetingsruimte trachten hun eigen oordelen en visies opzij te zetten en ruimte te creëren om te laten zijn wat is. Daarmee zwemt de ontmoetingsruimte in tegen de stroom van de maatschappij die vooral gericht is op resultaten en prestaties. 

Verwachtingen en gevaren

Nu uit diverse onderzoeken blijkt dat informele ontmoeting voor vele ouders een gewaardeerd hulpmiddel is bij opvoedingsvragen, neemt ook in Vlaanderen de interesse voor ontmoetingsplaatsen toe. De ontmoetingsruimtes zijn ontstaan uit heel diverse achtergronden en leggen hun eigen accenten. Het grootste verschil is het doelpubliek. Sommige ontmoetingsruimtes richten zich heel sterk op een specifieke doelgroep, zoals kansarme of allochtone ouders. Anderen kiezen resoluut voor een sociale mix. Gelet op hun recente ontstaansgeschiedenis en verschillende accenten, zijn ontmoetingsruimtes op zoek naar een gemeenschappelijke identiteit. Dit kan helpen om zich bijvoorbeeld ten aanzien van ouders en het beleid te profileren. Tegelijkertijd komt daardoor de eigenheid van elke ontmoetingsruimte onder druk te staan. Daarenboven zijn de ontmoetingsruimtes niet alleen in volle expansie en op zoek naar hun ‘eigen’ identiteit, de verwachtingen zijn ook groot. Ook dat is niet vrij van gevaren.Een eerste gevaar is de eenzijdige gerichtheid op preventie. Ontmoetingsruimtes kunnen inderdaad heel wat betekenen op het vlak van gemeenschapsvorming en integratie. Dit zijn echter de effecten van de ontmoetingsruimte en niet de doelstellingen ervan. Preventie kan daarenboven ook bevoogdend zijn. Zeker wanneer er dan sprake is van een instantie die weet wat ‘goed opvoeden’ is. Ontmoetingsruimtes laten zich beter situeren in contextgerichte preventie. In plaats van bevoogdend te werken, dragen de ontmoetingsruimtes bij tot een verbetering van de omstandigheden waarin ouders hun kinderen opvoeden. Ze bevorderen bijvoorbeeld de sociale ondersteuning die ouders als bijzonder waardevol ervaren in de opvoeding. Een ander gevaar schuilt in het resultaatgerichte denken van het beleid. Wat in de ontmoetingsruimtes gebeurt, is niet te vatten in effecten en is niet meetbaar in de klassieke zin van het woord. Een traditionele effectevaluatie is dan ook niet zinvol noch mogelijk. Zo blijven de bezoekers anoniem, is het bezoek altijd vrijblijvend en komen ouders omwille van heel diverse redenen naar de ontmoetingsruimtes. In de werking en evaluatie van de ontmoetingsruimtes moet de focus daarom liggen op een procesgerichte kwaliteitszorg. Het beleid moet eerder voorwaarden scheppen, dan geüniformiseerde resultaatsverbintenissen op te leggen. De diversiteit in het landschap van ontmoetingsruimtes zorgt er net voor dat ouders en kinderen in al hun verscheidenheid hun gading kunnen vinden. Voor de ene is dat bijvoorbeeld de geborgenheid van het samenzijn met lotgenoten, voor de andere net de confrontatie met opvoeden in andere culturen. 

Er beweegt wat

Opvoeden in een geïndividualiseerde samenleving is niet eenvoudig. Als ouder word je geconfronteerd met een veelheid aan opvoedingsmodellen. De ontmoetingsruimtes, elk met hun eigenheid, kunnen helpen keuzes te maken doordat ouders zichzelf beter leren kennen in de confrontatie met en herkenning in de opvoedingspatronen van andere ouders. Wat betreft de kinderen, dragen de ontmoetingsruimtes bij aan de ontwikkeling van hun sociale vaardigheden die essentieel zijn om in een geïndividualiseerde samenleving niet uit de boot te vallen.  In de wereld van de ontmoetingsruimte beweegt heel wat: tussen ouders, tussen kinderen, tussen ouders en kinderen. Ook de ontmoetingsruimtes zelf en het beleid zijn in beweging. De erkenning van de meerwaarde van de informele ontmoeting is zonder meer positief te noemen. Te meer omdat ontmoetingsruimtes net de eigenheid, de initiatieven en de mogelijkheden van ouders en hun kinderen respecteren en volgen. De betekenis van de ontmoetingsruimtes kan echter pas naar waarde geschat worden als ze niet in een keurslijf gedwongen worden. Uniformisering en standaardisering zijn belangrijke elementen in de zoektocht naar de identiteit en de profilering, maar indien te strak geformuleerd, zou daarmee een grote rijkdom in het aanbod verloren gaan.

Bibliografie
  • ACREDOLO, L. GOODWYN, S. (2007) Babytaal: praat al met je baby voor hij iets kan zeggen. Arnhem, Terra.
  • BENOIT, P. (2009) Ce qu’est la Maison verte. In: DOLTO, F. Une psychanalyste dans la cite. L’aventure de la Maison verte, Gallimard, 149-176.
  • BOUVERNE-DE BIE, M. (2002) Opvoedingsondersteuning: maatschappelijke dienstverlening. In: VANDEMEULEBROECKE, L., VAN CROMBRUGGE, H., J.ANSSENS, J., COLPIN, H. (red.) Gezinspedagogiek. Deel II: Opvoedingsondersteuning. Antwerpen-Apeldoorn, Garant, 317-339.
  • BOGAERTS, S. (2007) Gezinnen uitgedaagd. Thema’s uit de gezinssociologie. Antwerpen-Apeldoorn, Garant.
  • BRINKGREVE, C. (1999) Van huis uit: individualisering en opvoeding. In: SCHNABEL, P. Individualisering en sociale integratie. Nijmegen, Sun, 39-62
  • BUSSEMAKER, J. (1999) Markt, overheid en samenleving. Over de noodzaak de tegenstelling tussen individualisme en gemeenschapszin te overstijgen. In: SCHNABEL, P. Individualisering en sociale integratie. Nijmegen, Sun, 112-125.
  • BUYSSE, A. (s.a.) Opvoedingsondersteuning. Ondersteuning van gezinnen vandaag: Een onderzoek. Ugent, Gent. 85 pp.
  • COLPIN, H., VANDEMEULEBROECKE, L. (2002) Legitimering van opvoedingsondersteuning. In: VANDEMEULEBROECKE, L., VAN CROMBRUGGE, H., J.ANSSENS, J., COLPIN, H. (red.) Gezinspedagogiek. Deel II: Opvoedingsondersteuning. Antwerpen-Apeldoorn, Garant, 31-52.
  • DECOENE, J., MYNY, F., VANTHUYNE, T., VERSCHELDEN, G. (red.) (2006) Samen op een hobbelpaard. Over preventie en ondersteuning van opvoedingssituaties. Antwerpen-Apeldoorn, Garant.
  • DECREET VAN 13 juli 2007 betreffende opvoedingsondersteuning, http://wvg.vlaanderen.be/juriwel/gezinszorg/regelgeving/decr130707.htm
  • DE HALLEUX, C. (s.a.) Basisideeën en ethische principes van onthaalruimtes voor kinderen en ouders. s.l., s.n. 5 pp.
  • DE MUNTER, A., VANDEMEULEBROECKE, L., MAES, B., HELLINCKX, W., GHESQUIERE, P., GRIETENS, H., COLPIN, H. (2004) Opvoedingsondersteuning van prakijk naar theorie en terug: een delphi-onderzoek. In: VANDEMEULEBROECKE, L., DE MUNTER, A. (red.) Opvoedingsondersteuning. Visie en kwaliteit. Universitaire Pers, Leuven, 13-28.
  • DE SWAAN, A. (1997) De mens is de mens een zorg. Opstellen 1971-1981. Amsterdam, Meulenhoff.
  • DOLTO, F. (2009) Une psychanalyste dans la cité. L’aventure de la Maison verte. Lonrai, Gallimard.
  • DOLTO, F. (2009) La Maison verte. Un lieu de rencontre et de loisirs pour les tout-petits avec leurs parents. In: DOLTO, F. Une psychanalyste dans la cité. L’aventure de la Maison verte, Gallimard, 206-223.
  • DU SAUTOY, M. (2009) Het symmetrie-monster. Amsterdam, Nieuwezijds.
  • FRAIBERG, S. (2009) De magische wereld van het kind. Spectrum, Houten.
  • GEENEN, G., CORVELEYN J. (2010) Helpende handen. Gehechtheid bij kwetsbare ouders en kinderen. Leuven, Lannoo.
  • GELDOF, D. (2002) Niet meer maar beter. Over zelfbeperking in de risicomaatschappij. Leuven-Leusden, Acco.
  • GERRIS, J. (1999) Gezinsopvoeding: een multidisciplinair werkterrein op weg naar een interdisciplinaire benadering? In: VANDEMEULEBROECKE, L., VAN CROMBRUGGE, H., GERRIS, J. (red.) Gezinspedagogiek. Deel I: Actuele thema’s in onderzoek en praktijk. Antwerpen-Apeldoorn, Garant, 19-51.
  • GREENSPAN, S., BRESLAN LEWIS, N. (2000) Wat gaat er in dat hoofdje om. Hoe het denken van uw baby, peuter en kleuter zich ontwikkelt. Kosmos, Utrecht-Antwerpen.
  • HAERDEN, H., JANSSEN, D. (red.) (1995) Pedagogische preventie: een antwoord op kansarmoede? Leuven-Apeldoorn, Garant.
  • HERMANNS, J. (2001) Kijken naar opvoeding. Opstellen over jeugd, jeugdbeleid en jeugdzorg. Amsterdam, SWP.
  • HERMANNS, J. (1995) Opvoedingsondersteuning: een poging tot wetenschappelijke en maatschappelijke legitimering. In: HAERDEN, H., JANSSENS D. (red.), Pedagogische preventie: een antwoord op kansarmoede? Leuven-Apeldoorn, Garant, 17-33.
  • HOGER INSTITUUT VOOR GEZINSWETENSCHAPPEN met bijdragen van DEWISPELAERE, J., EL OUALI, M., GROMMEN, R. (et al.) (2008). Zin in gezin. Kan levensbeschouwing de duurzaamheid van gezinsrelaties bevorderen? Tielt, Lannoo.
  • HOOGHE, M., GROMMEN, R., VAN CROMBRUGGE, H. (et al.) (2005) Waanzin van het gezin. Lannoo, Tielt.
  • http://opvoeding.antwerpen.be
  • http://www.antwerpen.be/eCache/ABE/16/103.Y29udGV4dD04MDM0MTA2.html# (=lokaal sociaal beleidsplan)
  • INCE, D., BEUMEN, M., JONKMAN, H., PANNEBAKKER, M. (2001) Veelbelovend en effectief. Overzicht van preventieve projecten in de domeinen Gezin, School, Jeugd, Wijk. Utrecht, NIZW.
  • Jaarverslag 2009, De Speelbrug.
  • JORISSEN, N. (2003) De ondersteuning van de vroegste ouder-kind relatie: een pleidooi voor ‘ontwikkelingsondersteuning’ naast ‘opvoedingsondersteuning’. Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen, Brussel. (eindwerk)
  • Kwaliteitsbeoordeling van de spazio insieme. Instrumenten. Rome, 2008.
  • KOHNSTAMM, R. (2002) Kleine ontwikkelingspsychologie. Deel 1: Het jonge kind. Houten, Bohn Stafleu Van Loghum.
  • KUNNEMAN, H. (1998) Postmoderne moraliteit. Amsterdam, Boom.
  • LEWIS, D. (1997) Wat zegt mijn kind? De lichaamstaal van baby’s, peuters en kleuters. Houten, Van Holkema Warendorf.
  • LICKONA, T., WESSEL, Y. (red.) (2003) Als kinderen je een zorg zijn. Over opvoeding in waarden en normen. Baarn, HB.
  • MEURS, P. (2007) Genetische psychologie, niet-gepubliceerde syllabus van 1ste jaar Gezinswetenschappen, Schaarbeek, Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen, 145pp.
  • MEURS, P., JULLIAN, G. (s.a.) De Eerste Stappen. Een praktische leidraad voor begeleiders van kwetsbare ouders en jonge kinderen op weg naar veerkracht. Methode voor preventieve opvoedingsondersteuning, ontwikkelingsbegeleiding, gezinsempowerment en gelijkekansenbevordering. Brussel, Vandenbroele.
  • NOENS, P., & RAMAEKERS, S. (2011) Opvoedingsondersteuning in Ontmoeten: Onderzoeksverslag ter ontwerp van een bronnenboek. Leuven: Laboratorium voor Educatie en Samenleving, K.U.Leuven.
  • NYS, K. (2010) Bevraging van de gemeenten in verband met de implementatie van het decreet opvoedingsondersteuning op lokaal niveau. Brussel, Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen.
  • NYS, K. (2004) Empowerment als leidend beginsel. In: VANDEMEULEBROECKE, L., DE MUNTER, A. (red.) Opvoedingsondersteuning. Visie en kwaliteit. Universitaire Pers, Leuven, 43-62.
  • PARKIN, F. (1992) Durkheim. Oxford, Oxford University Press.
  • RAMAEKERS, S. Moeten ouders de opvoeders van hun kinderen zijn? In: POW Alert, jg. 35, nr. 4, okt. 2009, 8-17.
  • SCHNABEL, P. (red.) (2002) Individualisering en sociale integratie. Nijmegen, Sun.
  • SCHNABEL, P. (1999) Individualisering in wisselend perspectief. In: SCHNABEL, P. (red.) Individualisering en sociale integratie. Nijmegen, Sun, 9-38.
  • SNOECK, G., VAN DEN WIJNGAERDE, L. (2004) Van de begripsomschrijving naar een kwaliteitskader. In: VANDEMEULEBROECKE, L., DE MUNTER, A. (red.) (2004) Opvoedingsondersteuning. Visie en kwaliteit. Universitaire Pers, Leuven, 63-96.
  • STERN, D. (1998) Het eerste kind: geboorte van een moeder. Spectrum, Utrecht.
  • Strategische keuzes voor de toekomst van gezinnen en kinderen. Memorandum Kind en Gezin 2009-2014.
  • TRAVERSIER, T. (1998) Françoise Dolto. Kinderen aan het woord. Psychoanalyse, kind en psychose. Nijmegen, Sun.
  • Tussen schoot en school, 8 oktober 2009, Antwerpen, (verslagboek), De Speelbrug vzw.
  • VAN BEEMEN, L. (2001) Ontwikkelingspsychologie. Groningen, Wolters-Noordhoff.
  • VANCROMBRUGGE, H., LOMBAERT, E. (red.) (2005) Gezin en opvoeding: weldadig en gewelddadig. Antwerpen-Apeldoorn, Garant.
  • VANCROMBRUGGE, H., VANDEMEULEBROECKE, L. (2002) Oudervorming door gesprek. Invalshoeken voor opvoedingsondersteuning in sociale netwerken. In: VANDEMEULEBROECKE, L., VAN CROMBRUGGE, H., JANSSENS, J., COLPIN, H. (red.) Gezinspedagogiek. Deel II: Opvoedingsondersteuning. Antwerpen-Apeldoorn, Garant, 71-94.
  • VANDEMEULEBROECKE, L., DE MUNTER, A. (red.) (2004) Opvoedingsondersteuning. Visie en kwaliteit. Universitaire Pers, Leuven.
  • VANDEMEULEBROECKE, L., VAN CROMBRUGGE, H., JANSSENS, L., COLPIN, H. (red.) (2002) Gezinspedagogiek. Deel II: Opvoedingsondersteuning. Antwerpen-Apeldoorn, Garant.
  • VANDEMEULEBROECKE, L., NYS, K. Het concept opvoedingsondersteuning. (2002). In: VANDEMEULEBROECKE, L., VAN CROMBRUGGE, H., J.ANSSENS, J., COLPIN, H. (red.) Gezinspedagogiek. Deel II: Opvoedingsondersteuning. Antwerpen-Apeldoorn, Garant, 11-30.
  • VANDENBORRE, R. (2005) Een stapje in de wereld. s.l., s.n. 9 pp.
  • VANDENBROECK, M. (2007a) De blik van de yeti. Over het opvoeden van jonge kinderen tot zelfbewustzijn en verbondenheid. Amsterdam, VBJK/SWP.
  • VANDENBROECK, M., ROOSE, R. (2006) De dialoog tussen gezin en samenleving: moeten of ontmoeten? In: DECOENE, J., MYNY, F., VANTHUYNE, T., VERSCHELDEN, G. Samen op een hobbelpaard. Over preventie en ondersteuning van opvoedingssituaties. Antwerpen-Apeldoorn, Garant.
  • VANDENBROECK, M., BOONAERT, T., VAN DER MESPEL, S., DE BRABANDERE, K. (2007b) Opvoeden in Brussel. Ugent, Gent.
  • VANDENBROECK, M., GEENS, N. (2010) Evaluatierapport van Baboes, de Brusselse ontmoetingsplaats voor kinderen en ouders. Vakgroep sociale agogiek UGent, Gent.
  • VAN DEN BRUEL, B. (red.) (2004) Aandacht voor het psychosociaal welzijn van kinderen en gezinnen binnen Kind en Gezin. Wetenschappelijke legitimering. s.l., s.n. 56 pp.
  • VAN DEN BRUEL, B., BLANCKE, E. (2010) Evaluatie van het decreet opvoedingsondersteuning, www.kindengezin.be.
  • VAN DEN BRUEL, B., VERHEGGE, K. (2005) Kind & Gezin. Kinderen en gezinnen... een preventieve aanpak. In: H. GRIETENS, J. VANDERFAEILLIE & W. HELLINCKX (red.) Handboek orthopedagogische hulpverlening. Nieuwe ontwikkelingen in het zorgveld. Leuven-Voorburg, Acco, 19-58.
  • VAN DER MESPEL, S., (s.a.) Ontmoetingsplaatsen voor Kinderen en Ouders. Discussietekst van het netwerk Ontmoetingsplaatsen voor Kinderen en Ouders. 10 pp.
  • VAN DER STEL, J. (1999) Individualisering, zelfbeheersing en sociale integratie. In. SCHNABEL, P. (red.) Individualisering en sociale integratie. Nijmgen, Sun, 126-158.
  • VAN DER VEEN, R. (1999) Individualisering en beleid. In: SCHNABEL, P. Individualisering en sociale integratie, Nijmegen, Sun, 90-111.
  • VAN PEPERSTRATEN, F. (2005) Jean-François Lyotard. In: DOORMAN, M., POTT, H., (red.) Filosofen van deze tijd. Amsterdam, Bert Bakker, pp. 237-251.
  • VAN PRAAG, C. (1999) Gezochte en ongezochte gezamenlijkheid. In: SCHNABEL, P. Individualisering en sociale integratie. Nijmegen, Sun, 39-62.
  • VERHEGGE, K. (2002) Het uitbouwen van een netwerk opvoedingsondersteuning door Kind en Gezin.In:VANDEMEULEBROECKE, L., VAN CROMBRUGGE, H., J.ANSSENS, J., COLPIN, H. (red.) Gezinspedagogiek. Deel II: Opvoedingsondersteuning. Antwerpen-Apeldoorn, Garant, 151-163.
  • VETTENBURG, N., BURSSENS, P., GORIS, P. (et al.) (2003) Preventie gespiegeld. Visie en instrumenten voor wenselijke preventie. Heverlee, LannooCampus.
  • VLIEGEN, N. (2006) Kleine baby’s, prille ouders. Samen in ontwikkeling. Leuven, Acco.
  • WALRAVENS, E. (2005) Gezinsopvoeding in een postmodern tijdperk. In: VAN CROMBRUGGE, H., LOMBAERT, E. (red.) Gezin en opvoeding: weldadig en gewelddadig. Antwerpen-Apeldoorn, Garant, pp. 13-28.
  • WALRAVENS, E. (2006) Het empathische verstaan van de ander bij David Hume en Richard Rorty. In: WALRAVENS, E., VAN DEN BOSSCHE, M., BEECKMAN, T. (red.) Het verstaan van de ander. Dialogische benaderingen van de diversiteit. Budel, Damon, pp. 87-103.
  • WALRAVENS, E. (2009) Filosofie: het postmodernisme, niet-gepubliceerde syllabus van 2de jaar Gezinswetenschappen, Schaarbeek, Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen, 29pp.
  • WILDEMEERSCH, D. (2010) Leren bezig zijn met jezelf, De Morgen, 25 november 2010: 16.
  • www.gezinsbond.be
  • www.kindengezin.be                             
  • www.opvoeding.antwerpen.be