L’héritage des grands penseurs politiques du XVIIIe siècle: Présences de Montesquieu, Voltaire et Rousseau dans la presse française contemporaine

Karolien Michiels
'De Fransen zijn niet vergeten dat Rousseau zich aftrok'Op zoek gaan naar een hedendaags scriptie-onderwerp en uitkomen bij achttiende-eeuwse filosofie? Het kan. Karolien Michiels is net afgestudeerd aan het departement Vertalers en Tolken van Artesis Hogeschool. Voor haar scriptie deed ze onderzoek naar Franse politieke filosofen uit de 18e eeuw.Het onderwerp was haar op het lijf geschreven. Karolien studeerde in 2010 immers al af in de Politieke Wetenschappen. Twee jaar lang had ze de studies gecombineerd. ‘Politiek is fascinerend,’ zegt ze daarover.

L’héritage des grands penseurs politiques du XVIIIe siècle: Présences de Montesquieu, Voltaire et Rousseau dans la presse française contemporaine

'De Fransen zijn niet vergeten dat Rousseau zich aftrok'

Op zoek gaan naar een hedendaags scriptie-onderwerp en uitkomen bij achttiende-eeuwse filosofie? Het kan. Karolien Michiels is net afgestudeerd aan het departement Vertalers en Tolken van Artesis Hogeschool. Voor haar scriptie deed ze onderzoek naar Franse politieke filosofen uit de 18e eeuw.

Het onderwerp was haar op het lijf geschreven. Karolien studeerde in 2010 immers al af in de Politieke Wetenschappen. Twee jaar lang had ze de studies gecombineerd. ‘Politiek is fascinerend,’ zegt ze daarover. Toch heeft ze allesbehalve spijt van haar zijsprong naar Toegepaste Taalkunde. ‘Politieke wetenschap is wetenschap. Allemaal goed en wel, maar ik miste cultuur, taal, boeken.’ En de spelfouten op de powerpoints in de aula waren deprimerend.

Dus belandt Karolien op het vroegere HIVT op het Antwerpse Zuid. Haar voorliefde voor het politieke blijft. Bij het kiezen van een scriptieonderwerp grijpt het meisje terug naar één van haar favoriete denkers: Rousseau. Ze neemt er Montesquieu en Voltaire bij want ‘je kunt moeilijk ontkennen dat ze een drie-eenheid vormen’.

Twee dingen wilt de studente absoluut vermijden. Ten eerste wilt ze niet afhankelijk zijn van interpretaties. Terug naar de oorspronkelijke werken uit 1700 dus. Ten tweede wil Karolien een scriptie schrijven die relevant is. ‘Ik was een bachelorstudente. Toch wilde ik meer dan een literatuuronderzoek dat al vaak veel grondiger is gedaan.’ Ze krijgt een idee. Er blijkt amper onderzoek te bestaan naar het belang van de filosofen buiten de academische wereld. ‘Elke Fransman weet dat Montesquieu, Voltaire en Rousseau een deel zijn van het Franse collectieve erfgoed. Maar elke analyse is over interpretaties van academici.’ Karolien besluit krantenartikels te analyseren. Wordt er verwezen naar de filosofen? En kloppen die verwijzingen?

Ze leest eerst het oorspronkelijke werk. ‘Aanvankelijk haalde ik alles door elkaar. Waar was ik welk idee tegengekomen? Wie had het over de aardbeving van 1755? Terwijl ze eigenlijk niet op elkaar lijken. Niet qua werk, maar al evenmin – of zo stel ik ze mij toch voor – qua karakter. Neem Montesquieu. Goede afkomst, saaie man. Bordeaux voor en na, een echtgenote. L’Esprit des Lois werd verboden door de Kerk, maar dat was het wel zowat. Nee, Voltaire dan! Arrestaties, verbanningen, schandalen, rijke beschermvrouw. Dat laatste had Rousseau trouwens ook, en meer dan één.’ Karolien grinnikt. ‘Hij kwam niet eens uit Frankrijk, maar daar maalt niemand om. Een groot Frans denker, punt. Wist je dat Voltaire en hij elkaar niet konden luchten?’

Dan vergelijkt ze hun ideeën. ‘Montesquieu is zowat de vader van de vergelijkende politiek. Hij onderscheidt drie bestuursvormen – republiek, monarchie, autocratie – en vergelijkt hun karakteristieken. Republieken deelt hij op in democratieën en aristocratieën. Hij heeft bovendien een voorkeur voor dat laatste, hoewel hij ook lovend is over indirecte democratie. De scheiding der machten? Dat zegt hij niet echt. Verdeling van macht, dat wel. Zelf geeft hij als voorbeeld dat de macht verdeeld moet worden over verschillende magistraten – binnen de juridische macht. Dat is dus nog iets anders.’

Dan is er Voltaire. ‘Wie Voltaire zegt, zegt godsdienst. Die man gaat snoeihard in tegen de manier waarop geloof beleden werd. Het katholicisme en de clerus waren in Frankrijk almachtig. Voltaire vecht tegen de intolerantie van de Kerk en tegen religieuze veroordelingen zoals in de zaak-Calas. Maar vergis je niet: hij is gelóvig.’ Als verlichtingsfilosoof? ‘Absoluut. Rousseau trouwens ook. Rousseau gaat wel sterk in tegen bijgeloof – in tegenstelling tot Montesquieu, die godsdienst nu eenmaal onmisbaar vindt.’

‘Rousseau schrijft vooral over de samenleving. Hij vraagt zich af wie het volk mag onderwerpen. Zijn antwoord, geniaal, is dat het volk zichzelf mag onderwerpen – aan zichzelf. Volkssoevereiniteit! Die impliciete afspraak tussen mensen is zijn beroemde ‘sociale contract’. Verder denkt hij na over opvoeding, over hoe pure kinderen opgevoed kunnen worden vrij van de invloeden van de samenleving.’ Maar dat is niet het enige. ‘Hij heeft ook een autobiografie geschreven waarin hij absolute eerlijkheid belooft. Dus ja, hij schrijft openlijk over masturbatie. En ja, daar heb ik in de krant expliciete verwijzingen naar gevonden. Frankrijk is dat duidelijk niet vergeten!’

In haar krantenonderzoek komt Karolien veel beperkingen tegen. Praktisch, want de scriptie moet in mei af zijn. Methodologisch, want de meeste kranten stellen hun archief niet open. ‘De representativiteit is dus beperkt,’ geeft ze toe, ‘maar het zijn interessante indicaties voor verder onderzoek.’ De studente analyseert alle artikels uit 2010 van Libération, één van Frankrijks grootste kranten. De conclusies? ‘Heb je een half uurtje?’

Karoliens onderzoek toont aan dat de verlichtingsfilosofen geen verleden tijd zijn. Elke week duiken hun namen op – voornamelijk in politieke en sociale artikels, maar ook bij economie en in de sportrubriek! Karolien is onder de indruk van de correctheid en de breedte van de verwijzingen. ‘Er zit na al die eeuwen verbazingwekkend weinig ruis op.’ Maar het meest geruststellende is dat ‘de oppervlakkigheden die je op internetfora leest’ niet terugkomen in de krant. Dubieuze citaten over slavenhandel en kortzichtige misinterpretaties over antisemitisme worden vermeden. Conclusie? ‘De journalisten kennen hun geschiedenis.’

Hoe werkt dat, een scriptie schrijven? Karolien is met honderdenéén dingen bezig. Praesidiumlid van de Chinese taalclub en studentenvertegenwoordiger van het departement Vertalers en Tolken. Op de UA begeleidt ze nog steeds seminaries voor internationale politiek. Bovendien – ‘het tijdrovendste van al’ – rijft ze opnieuw twee Europese titels en de wereldtitel diplomatie binnen met MUN Society Belgium.

'Kwestie van een goede promotor kiezen,' meent ze zelf. ‘En planning. Ik ben in oktober en november al begonnen. Daarna heeft het lang stilgelegen. Het diplomatiek wedstrijdseizoen was bezig, ik had geen tijd. Maar toen we eind maart van de laatste wedstrijd in Singapore terugkwamen, stond ik te popelen om verder te schrijven. Was ik om vijf uur 's nachts nog bezig. Kris Peeters - mijn promotor – liet mij mijn ding doen, hoewel hij altijd nieuwsgierig was naar het resultaat. Dat is motiverend.' Ze glimlacht: 'Onze inhoudelijke discussies waren ernaar.' ‘Het was druk, ja. Ik was zo gefocust. Mijn kotgenootje werd gek van me. Maar het is gelukt. Ik had tijd om er de laatste spelfouten uit te halen en de details te laten kloppen. Dus ik ben absoluut tevreden met het resultaat.’

Ondertussen heeft ze talen opnieuw losgelaten om zich te specialiseren in strategische studies en internationale veiligheid. Heeft ze nog een tip voor studenten die nu aan hun scriptie beginnen? ‘Kies een leuk onderwerp, een promotor die niet horendol wordt van jouw manier van werken, maak jezelf trots.’

Bibliografie

 

  • Angouri, J. (2010). „Quantitative, Qualitative or Both ? Combining Methods in Linguistic Research‟. Dans Litosseliti, L. (2010), Research Methods in Linguistics, p. 29-48. Londres: Continuum.
  • Ariès, P. (1960). L'enfant et la vie familiale sous l'Ancien Régime. Paris : Plon.
  • Baxter, J. (2010). „Discourse-Analytic Approaches to Text and Talk‟. Dans Litosseliti, L.(2010), Research Methods in Linguistics, p. 117-137. Londres: Continuum.
  • Broome, J.H. (1963). Rousseau: A Study of his Thought. Londres: Edward Arnold Publishers Ltd.
  • Chisick, H. (2002). „Ethics and History in Voltaire‟s Attitudes toward the Jews‟, Eighteenth- Century Studies, 35(4), p. 577-600.
  • Centre National de Ressources Textuelles et Lexicales (2009). „Prédétermination „. CNRTL. Dernière consultation le 20/05/2011. Récupéré de http://www.cnrtl.fr/ .
  • Desné, R. (1979). „Voltaire était-il antisémite ?‟, Pensée (La) Paris, 203, p. 70-81.
  • Fabré, J. (1912). Jean-Jacques Rousseau. Paris: Librairie Félix Alcan.
  • Greefs, H. (2007). Cursus Sociale & Politieke Geschiedenis 2007-2008, BA1, politieke en sociale wetenschappen. Anvers: Universitas.
  • Guislain, G. & Tafanelli, C. (2005). Voltaire. Paris : Studyrama.
  • Herzberg, A. (1990). „Voltaire and the Jews‟. New York Times. Publié le 30/09/1990, dernière consultation le 17/05/2011. Récupéré de http://www.newyorktimes.com/ .
  • Johnstone, Barbara (2002). Discourse analysis. Oxford: Blackwell.
  • Keohane, N. (1972). „Virtuous Republics and Glorious Monarchies: Two Models in Montesquieu‟s Political Thought‟, Political Studies, 20(4), p. 383-396.
  • Kis, Z. (2010). L’Orient dans les contes philosophiques de Montesquieu et de Voltaire : résume de la thèse de doctorat. Université de Szeged & Ecole Normale Supérieure de Lyon.
  • Lazaraton, A. (2005). „Quantitative research methods‟. Dans Hinkel, E. (Éd.) (2005),
  • Handbook of Research in Second Language Teaching and Learning. New Jersey: Lawrence
  • Erlbraum. Cité dans Litosseliti, L. (2010), Research Methods in Linguistics, p. 32. Londres: Continuum.
  • Lejeune, P. (1975). Le Pacte autobiographique. Seuil : Coll. « Poétique ».
  • Litosseliti, L. (Éd.) (2010). Research methods in linguistics. Londres: Continuum
  • Lowenthal, D. (1964). „Montesquieu and the Classics: Republican Government in The Sprit of the Laws‟. Dans Cropsey, J. (Éd.), Ancients and Moderns, Essays in the Tradition of Political Philosophy in Honor of Lea Strauss. New York: Basic Books.
  • Mauzi, R. (1980). 'L'idée de tolérance de Locke à Voltaire'. Dans Maisons Descartes Amsterdam (Ed.), Voltaire, Rousseau et la tolérance: actes du colloque franco-néerlandais des 16 et 17 novembre 1978 à la Maison Descartes d'Amsterdam, p. 31-38. Lille: Presses Universitaires de Lille.
  • Montesquieu (1721). Les Lettres Persanes.
  • Montesquieu (1747). De L’Esprit des Lois.
  • Nabarra, A. (2007). 'Les rapports que nous font les hommes', Dix-huitième siècle, 39(1), p.
  • 129-144.
  • Nichols, M. (1985). „Rousseau‟s Novel Education in the Emile‟, Political Theory, 13(4), p.
  • 535-558.
  • Oake, R. (1953). „Montesquieu‟s Religious Ideas‟, Journal of the History of Ideas, 14(4), p. 548-560.
  • Peeters, K. (2008). „Voltaire en de Joden: over Internet, racisme en copy-paste‟. Dans Van Huffel, B. & Segers, W., Frankrijk en het jodendom, p. 49-62. Louvain: Acco.
  • Perrin, D. (2006). Medienlinguistik. Constance: UVK.
  • Pomeau, R. (1980). 'Voltaire et Rousseau devant l'affaire Calas'. Dans Maisons Descartes Amsterdam (Éd.), Voltaire, Rousseau et la tolérance: actes du colloque franco-néerlandais des 16 et 17 novembre 1978 à la Maison Descartes d'Amsterdam, p. 59-75. Lille: Presses Universitaires de Lille.
  • Prager, D. & Telushkin, J. (1983). Why the Jews?: The Reason for Antisemitism. New York: Simon & Schuster.
  • Reynaert, P. (2009). Cursus Politieke Filosofie 2009-2010, BA3, politieke wetenschappen. Anvers: Universitas.
  • Rousseau (1749, publié en 1782 et en 1789). Les Confessions.
  • Rousseau (1755). Discours sur l’Inégalité.
  • Rousseau (1762a). Du Contrat Social.
  • Rousseau (1762b). Émile, ou De l’Éducation.
  • Rousseau (1764). Lettres Écrites de la Montagne.
  • Sgard, J. (1980). 'Les spectacles ou des limites de la tolérance'. Dans Maisons Descartes Amsterdam (Éd.), Voltaire, Rousseau et la tolérance: actes du colloque franco-néerlandais des 16 et 17 novembre 1978 à la Maison Descartes d'Amsterdam, p. 79-96. Lille: Presses Universitaires de Lille.
  • Skinner, Q. (1985). „Grand Theory‟, Sociology Professor. Dernière consultation le 16/05/2011. Récupéré de http://www.sociologyprofessor.com/ .
  • Tavener, J. (s.d.). „Orientalism and The Persian Letters: How Europe Speaks to Itself through its Vision on the Other.‟ Cultural Studies and Critical Theory. Dernière consultation le 17/05/2011. Récupéré de http://theory.eserver.org/ .
  • Van Crugten-André, V. (1999). Le ‘Traité sur la tolérance’ de Voltaire : un champion des Lumières contre le fanatisme. Paris : Champion.
  • Versini, L. (Éd.) (1995). De l’Esprit des Lois. Paris : Gallimard.
  • Voltaire (1734). Lettres Philosophiques.
  • Voltaire (1756). Essai sur les Mœurs et de l’Esprit des Nations.
  • Voltaire (1763a). 'Lettre à d'Argence'. Dans Voltaire & Hachette (Éd.) (1861), Œuvres complètes de Voltaire, p. 153-154.
  • Voltaire (1763b). Traité sur la Tolérance.
  • Voltaire (1764). Dictionnaire Philosophique.
  • Voltaire (1768). 'Epître à l'auteur du livre des Trois imposteurs'. Dans Voltaire & Moland, L. (Éd.) (1877-1885), Œuvres complètes de Voltaire, tome 10, p. 402-405.
  • Von Stackelberg, J. (1986) ‟1685 et l‟idée de la tolérance. La réaction des « philosophes » à la révocation de l‟Edit de Nantes‟, Francia, 14, p. 229-243.
  • Walgrave, S. (Éd.) (2005). Politieke agenda-setting in België (1991-2000): de moeilijke dialoog tussen publieke opinie, media en het politieke systeem. Gand: Academia Press.
  • Wesfreid, M. (2010). 'Antisémite, islamophobe, esclavagiste Voltaire?'. L'Express. Publié le 03/08/2010, dernière consultation le 12/05/2011. Récupéré de http://www.lexpress.fr/ .
  • Zbíral, D. (2009). „Voltaire et sa pensée‟. David Zbíral filosofie. Publié le 11/06/2009, dernière consultation le 17/05/2011. Récupéré de http://www.david-zbiral.cz/ Bibliographie de l’annexe
  • Althusser, L.P. (1969). Montesquieu, la politique et l’histoire. Paris.
  • Barckhausen, H. (1970). Montesquieu : L’esprit des lois et les archives (du château) de la Brède. Genève: Slatkine.
  • Britannica Academic Edition. Britannica Online Encyclopedia. Dernière consultation le 17/05/2011. Site : http://www.britannica.com/ .
  • Broome, J.H. (1963). Rousseau: A Study of his Thought. Londres: Edward Arnold Publishers Ltd.
  • Dedieu, J. (1943). Montesquieu : l’homme et l’œuvre. Paris.
  • Fabré, J. (1912). Jean-Jacques Rousseau. Paris : Alcan.
  • Guislain, G. & Tafanelli, C. (2005). Voltaire. Paris : Studyrama.
  • Leigh, J. (2004). Voltaire : a sense of history. Oxford: Voltaire Foundation.
  • O‟Dea, M. (Éd.) (2010). Rousseau et les philosophes. Oxford : Voltaire Foundation.
  • Shlar, J. (1987). Montesquieu. Oxford : Oxford University Press.
  • Wikipédia. Wikipédia: L’encyclopédie libre. Dernière consultation le 20/05/2011. Site : http://fr.wikipedia.org/ .
  • Zbíral, D. (2009). „Voltaire et sa pensée‟. David Zbíral filosofie. Publié le 11/06/2009, dernière consultation le 17/05/2011. Récupéré de http://www.david-zbiral.cz/ .
Universiteit of Hogeschool
Toegepaste taalkunde
Overige
Publicatiejaar
2011
Share this on: