Merovingische mystiek? Mystieke elementen in de vitae van Merovingische heiligen uit de bisdommen Kamerijk-Atrecht, Terwaan, Doornik en Luik

Tim Opgenhaffen
 Aldegonde, eerste mystica van de Lage LandenIn het jaar 684 na Christus sterft in het klooster van Maubeuge een bijzondere vrouw aan de gevolgen van kanker. Haar naam was Aldegonde, en haar medezusters roemden haar om haar mystieke kwaliteiten. Ze werd een voorbeeld voor vele Merovingische vrouwen in een wereld geregeerd door mannen. Bijna een half millennium later, aan de vooravond van de hoogdagen van de mystiek, zijn twee van deze mannen haar naam vergeten. De eerste was Bernardus van Clairvaux, bekend van de tweede kruistocht. De tweede was de Luikenaar Willem van Saint Thierry.

Merovingische mystiek? Mystieke elementen in de vitae van Merovingische heiligen uit de bisdommen Kamerijk-Atrecht, Terwaan, Doornik en Luik

 Aldegonde, eerste mystica van de Lage Landen

In het jaar 684 na Christus sterft in het klooster van Maubeuge een bijzondere vrouw aan de gevolgen van kanker. Haar naam was Aldegonde, en haar medezusters roemden haar om haar mystieke kwaliteiten. Ze werd een voorbeeld voor vele Merovingische vrouwen in een wereld geregeerd door mannen. Bijna een half millennium later, aan de vooravond van de hoogdagen van de mystiek, zijn twee van deze mannen haar naam vergeten. De eerste was Bernardus van Clairvaux, bekend van de tweede kruistocht. De tweede was de Luikenaar Willem van Saint Thierry. Hij werd de eerste mysticus van de Lage Landen en Aldegonde verdween voorgoed onder het stof. Tot vandaag, want de oudste mystica uit onze streken heeft recht op eerherstel.

De geschiedenis van de mystiek

Mystiek, het is een onderwerp dat tot de verbeelding spreekt, zeker in tijden van New Age en hunker naar oosterse spiritualiteit. Toch kent ook de christelijke cultuur een rijke mystieke geschiedenis, ingebed in haar traditie. Het gaat hierbij om meer dan wat de volksmond vandaag met mystiek wil zeggen, het is meer dan een ervaring van iets. Alles draait fundamenteel om de ervaringskennis die het gevolg is van een onmiddellijke en passieve ontmoeting met de drie-ene God van het christendom. Christelijke mystiek plaatst de traditie dus niet buiten spel, maar maakt er zelf essentieel deel van uit. Mystiek is met andere woorden een andere vorm van kennis over God.

Deze vorm van kennis is zo oud als het christendom zelf, maar de uitwerking ervan door mystieke auteurs is dat niet. De hele geschiedenis lang hebben mystici gezocht naar metaforen om het onbeschrijfbare, de ontmoeting met God, te beschrijven. Ze balanceerden op het dunne koord tussen authentieke ervaringen en gebrekkige, vaak ketterse, bewoordingen. Één metafoor slaagde er bij uitstek in om deze impasse te overstijgen: de hoogliedmetafoor. Deze metafoor, genoemd naar het gelijknamige Bijbelboek, stelde Christus voor als een Bruidegom die de bruid, de mysticus, aanraakt in de ziel. Hierdoor verlangt de bruid naar een kus van de mond van de Bruidegom: de twee komen samen, zonder dat het onderscheid verdwijnt.

Hoewel deze metafoor reeds in de tweede eeuw bij de kerkvader Origenes voorkwam, neemt de academische wereld aan dat het Bernardus van Clairvaux en Willem van Saint Thierry waren die er in de twaalfde eeuw, tijdens hun verblijf in een ziekenboeg, een volwaardige mystieke metafoor van maakten. Het is aan deze mystieke verdienste dat Willem van Saint Thierry vandaag zijn titel ‘eerste mysticus van de Lage Landen’ dankt.

De vergeten Merovingische vrouwen

Het wekt verwondering op dat de eerste mysticus van de Lage Landen en de mystieke hoogliedmetafoor plots uit het niets opduiken aan de vooravond van de twaalfde eeuw. Te meer omdat de kerkvaders Origenes, Ambrosius en Gregorius in de kerkelijke oudheid reeds een aanzet gegeven hebben. Bovendien bleek er in het wetenschappelijk onderzoek een gapend gat te bestaan: de periode van de zesde tot achtste eeuw, de tijd van de kerstening in de Lage Landen, werd nooit onderzocht op mystieke auteurs. Ten onrechte, zo blijkt.

Na onderzoek van alle 79 geschreven heiligenlevens die we uit de Merovingische periode in onze contreien bezitten, blijkt dat meer dan 30 teksten thema’s en onderwerpen aanhalen die later, vanaf de twaalfde eeuw, als mystiek bestempeld zullen worden. Vaak echter gaat het in de Merovingische periode slechts om enkele zinnen, wortels van wat in de twaalfde eeuw mystieke bomen zullen worden. Toch waren er ook meer bijzondere ontdekkingen: de Merovingische periode kent enkele zeer opmerkelijke fragmenten, en in één geval, het leven van Aldegonde, zelfs een heus mystiek visioenenboek.

Het volledige overzicht van de heiligenlevens uit de Merovingische periode in de Lage Landen, leidde tot drie zeer opmerkelijke vaststellingen: ten eerste blijken mystieke teksten en ervaringen prominent aanwezig in deze periode. Bovendien bekleedt de hoogliedmetafoor, de vermeende vernieuwing uit de twaalfde eeuw, hier reeds de belangrijkste plaats. Ten derde blijkt mystiek zich vooral te ontwikkelen op plaatsen waar men het niet zou verwachten: in het leven van vrouwen. Geheel tegen onze vooroordelen over de middeleeuwse mannenwereld in, zijn het vooral de vrouwen die de protagonistenrol in de Merovingische mystiek op zich nemen.

Aldegonde, de eerste mystica van de Lage Landen

Deze drie vaststellingen culmineren in de levensbeschrijving van Sint Aldegonde, een werk waarvan vandaag met zekerheid kan gezegd worden dat het teruggaat op de heilige zelf. Het leven van Aldegonde is immers het enige heiligenleven uit de Merovingische periode dat deels door de heilige zelf werd opgesteld; het visioenenboek, dat vandaag deel uitmaakt van het heiligenleven, werd immers door haarzelf gedicteerd. Met andere woorden, Aldegonde is dé bevoorrechte getuige voor het innerlijke leven in de Merovingische periode.  

Daar waar de mystica zelf spreekt, dringt de mystieke ervaring het verhaal binnen. Het ooggetuigenkarakter is de hoofdvoorwaarde voor mystiek in een op schrift gesteld heiligenleven. Het visioenenboek van Aldegonde bevat mystieke onderwerpen die van een twaalfde-eeuwse hand zouden kunnen zijn. Het past als puzzelstukje in wat Willem van Saint Thierry in de twaalfde eeuw over het Hooglied schreef. Het beschrijft de ontmoeting van de Bruidegom, Christus, met zijn bruid, de ziel op een even intieme wijze als Bernardus van Clairvaux dat deed.

Toch dicteerde Aldegonde haar visioenen niet ná, maar wel vier eeuwen vóór de herontdekking van de hoogliedmetafoor. Bovendien deed ze dit net als Willem van Saint Thierry in de Lage Landen. Hiermee werpt Aldegonde onverhoopt een nieuw licht op de hele geschiedenis van de mystiek in de Lage Landen: de start van de mystieke bedrijvigheid verschuift eensklaps enkele eeuwen naar voor, en de rol van founding father wordt in de schoot van een vrouw geworpen.

Het succes van het leven van deze vrouw was overigens groot: ze kende vele volgelingen, zowel mannen als vrouwen. In haar omgeving, het klooster van Maubeuge, duikt de hoogliedmetafoor tot in de negende eeuw met de regelmaat van de klok weer op: ook Aldegondes volgelingen voelden dat Gods liefde voor hun ziel het best beschreven werd als een huwelijk, de ontmoeting van twee individuen die elkaar beminnen.

De bloei van de hoogliedmetafoor zal na Aldegondes dood nog drie eeuwen standhouden, en verdwijnt dan geleidelijk van de radar. Teksten uit de tiende eeuw spreken niet meer over Aldegondes mystieke visioenen, en zien in haar een dagdagelijkse heilige, de beschermster van de kankerpatiënten. De mystieke traditie bloeit uit en de hoogliedmetafoor verdwijnt weer in de kast. Tot ergens in Luik, in het jaar 1075, een nieuwe mystieke theoloog het levenslicht ziet. Zijn naam is Willem van Saint Thierry. Hij werd de eerste mysticus van de Lage Landen. Een vrouw ging hem echter voor: Aldegonde, de eerste mystica van de Lage Landen.

Bibliografie

Alaerts, J., Albert Deblaere, S.J. (1916-1994). An Inspired and Inspiring Life in Faesen, R. (ed.), Albert Deblaere. Essays on Mystical Literature, Leuven, Universitaire Pers-Peeters, 2004, XV-XX.

Augustus, L. & Jamar, J.T.J., Annales Rodenses. Kroniek van Kloosterrade. Tekst en vertaling, Maastricht, Rijksarchief Limburg, 1995.

Barré, H., Haymon D’Auxerre, in Dictionnaire de Spiritualité VII, 1, 91-97.

Beda Venerabilis, De Temporum Ratione in Patrologia Latina, Vol. 90, Varyet de Surcy, Parijs, 1845, 293-578, p. 568. 

Gregoire le Grand. Commentaire sur le Cantique des Cantiques, Parijs, Cerf, 1984.

Angelome de Luxeuil, in Dictionnaire de Spiritualité I, p. 580.

Bernardus van Clairvaux, Hij kusse mij met de kus van zijn mond: Preken 1-9 over het Hooglied (Mystieke teksten en thema's, 14) (vert. Visser, N.), Kok, Kampen; Carmelitana, Gent, 1999.

Bijsterveld, A.A, De goederen van Monseigneur Saint Vincien aan Maas en Waal, in Blaton, P.,  et al., Vita Amalbergae, Sint-Niklaas, Van Lijsebetten, 2003.

The Typology of Medieval Hagiography, in Becker-Nielsen, H., et al. (ed.), Hagiography and Medieval Literature. A symposium, Odense, Odense University Press, 1981, 27-36.

Christenheid en Christendom in de Middeleeuwen. Over verhoudingen tussen godsdienst, kerk en samenleving, Kampen, Kok-Agora; Kapellen, De Nederlandsche boekhandel-Pelckmans, 1986.

Buc, P.,  Butler, A. & Godescard, J.F, Vies des Saints, I, Lille, Lefort, 1855.

Butler’s Life of the Saints. New Full Edition. July, Wellwood, Burns & Oates; Collegeville, The Liturgical Press, 2000.

Butler’s Life of the Saints. New Full Edition. November, Wellwood, Burns & Oates; Collegeville, The Liturgical Press, 1997.

Butler’s Life of the Saints. New Full Edition. October, Wellwood, Burns & Oates; Collegeville, The Liturgical Press, 1997.

Carasso-Kok, M., Repertorium van verhalende historische bronnen uit de Middeleeuwen, Den Haag, Martinus Nijhoff, 1981.

Cholei, R., Clerical Celbacy in East and West, Paderborn, Ferdinand Schoning, 1989.

Coppens, C., Corbet, P., Les saints Ottoniens. Sainteté dynastique, sainteté royale et sainteté feminine autour de l’ an mil, Sigmaringen, Jan Thorbecke Verlag, 1986.

Cruz, J.C., Relics, Huntington (IN), Our Sunday Visitor, 1984.

De Beule, Y. & Geerts, P., Merkwaardige bomen in België. 100 bomen en verhalen om te koesteren, Tielt, Lannoo, 2005.

Eerst Vlaanderen voor Christus. De pionierstrijd van het Ruusbroecgenootschap, Averbode, Averbode, 2001.

De Coster, R., In schola verbi. Inleiding tot de monastieke literatuur. Reeks I: D/4, leven van Sint Gallus, passie van sint Placidus, leven van sint Geertrui, Nijvelse Aanvulling over Foilanus, Dendermonde, St.-Pieters en Paulusabdij Dendermonde, 2008.

De Graaf, F., De Heiligheidsopvatting in de periode der Merowingers, in De Leeuw, L. & Geirnaert, N., De Santa Theresa, P. S. (ed.), Deblaere, A. , Altniederländische Mystik in Faesen, R. (ed.), Albert Deblaere. Deblaere, A., Deblaere, A., Témoignage mystique Chrétien, in Faesen, R. (ed.), Albert Deblaere. Essays on Mystical Literature, Leuven, Universitaire Pers-Peeters, 2004, 113-140.

Dinzelbacher, P., Die Mittelalterliche Adlersymbolik, in Ons Geestelijk Erf 54 (1980) 5-25.

Dinzelbacher, P., Revelationes, in Typologie Des Sources du Moyen Age Occidental 57 (1991).

Dubois, D.J. & Lemaitre, J.L., Sources et méthodes de l’hagiographie médiévale, Parijs, Cerf, 1993.

Dünzl, F., A Brief History of the Doctrine of the Trinity in the Early Church, Londen-New York, T&T Clark, 2007.

A Dictionary of Saintly Women. Dupuy, M., Spiritualité, in Dictionnaire de Spiritualité XIV, 1142-1173.

Faesen, R., “Theologie en spiritualiteit, het gesprek heropend, Leuven, Acco, 2004, 27-42.

Begeerte in het werk van Hadewijch, Leuven, Peeters, 2003.

Lichaam in lichaam, ziel in ziel. Christusbeleving bij Hadewijch en haar tijdgenoten, Baarn, Ten Have; Gent, Carmelitana, 2003.

Mystiek en hagiografie. Hoe benadert de anonieme auteur van de Vita Beatricis het verschijnsel mystiek?, in Ons Geestelijk Erf 73 (1999) 97-110.

Faesen, R., What is a Mystical Experience? History and Interpretation, in Louvain Studies 23 (1998), 221-245.

Fouracre, P. & Gerberding, A., Late Merovingian France. History and Hagiography (Manchester Medieval Series), 640-720, Manchester, Manchester University Press, 1996.

Merovingian History and Merovingian Hagiography, in Past & Present 127 (1990), 3-38.

Visioenen als literarire mystagogie in Goldstein, J. L. & Godemont, M.M.L., The Legend and the Lessons of Geel, Belgium. A 1500-Year-Old Legend, a 21st Century Model, in Community Mental Health Journal 39(2003) nr. 5, 441-458.

Gratianus., Corpus Iuris Canonici, Editio lipsiensis secunda post aemilii ludovici richteri. Pars prior, Decretum magistri Gratiani (Friedberg, A (ed.)), Leipzig, Berhardi Tauchnitz, 1879.

Gregorius van Nyssa, Over het leven van Mozes de Wetgever (Kerkvaderteksten met commentaar 9), Bonheiden, Abdij Bethlehem, 1992.

Gypen, M., Vita sancti Popponis abbatis Stabulensis, in The Narrative Sources from the Medieval Low Countries. De verhalende bronnen uit de Zuidelijke Nederlanden (Brussel: Koninklijke Commissie voor Geschiedenis, sinds 2009), ID O033.  (www.narrative-sources.be) (geraadpleegd op 22 april 2011).

Hadewijch, Hamblenne, J., Saints et saintes de Belgique au premier millénaire, Braine l’Alleud, Altaïr, 2003.

Heffernan, T.J., Sacred Biography. Saints and Their Biographers in the Middle Ages, Oxford, Oxford University Press, 1988.

Brieven. Deel II (vert. C. Tazelaar), Budel, Damon, 2008.

Holweck, F.G., A Bibliographical Dictionary of the Saints, Saint Louis, Herder, 1924.

Jan Van Ruusbroec, Opera Omnia. 9. Van Seven Trappen (R. Faesen (ed.))(Corpus Christianorum. Continuatio Mediaeualis CIX), Turnhout, Brepols, 2003.

Werken. Deel II, Tielt, Lannoo, 1948.

Jelsma, A., Inleiding, in Baers, J., Brinkman, G., Jelsma, A., Steggink, O.  (ed.), Encyclopedie van de mystiek. Fundamenten, tradities, perspectieven, Kampen, Kok; Tielt, Lannoo, 2003, 11-17.

King, A.S., Spirituality. Transformation and Metamorphosis, in Religion 26 (1996) nr. 4, 343-351.

De mooiste onder de vrouwen, Hilversum, Uitgeverij Verloren, 1993.

Labbel, P.  & Cossaert, G., Sacrosanta concilia. Ad regiam editionem exacta. Tomus Sextus, Parijs, Societatis Typographiae ae Libirorum Ecclesiasticorum, 1671.

Leclercq, J.,  Les lettres de Guillaume de Saint-Thierry à Saint-Bernard, in Leclercq, J., Initiation aux auteurs monastiques du moyen âge. L’amour des lettres et le désir de dieu, Parijs, Cerf, 1957.

Dictionnaire de Spiritualité. Matter, E.A., The Voice of My Beloved: The Song of Songs in Western Medieval Christianity, Philadelphia , University of Pennsylvania Press, 1990.

Mommaers, P., Mommaers, P., Mommaers, P., Vijfenzeventig jaar Ruusbroecgenootschap, in Ons Geestelijk Erf 75 (2001) 10-12.

Moorhead, J., Pope Gregory the Great (The early Church Fathers), Oxon-New York, Routledge, 2005.

Mulder-Bakker, A.B., Gefascineerd door Heiligen. Heiligenlevens en heiligenverering in de Nederlanden van de dertiende eeuw, in Mulder-Bakker, A.B. & Carasso-Kok, M. (ed.), Gouden legenden. Heiligenlevens en heiligenverering in de Nederlanden, Hilversum, Uitgeverij Verloren, 1997, 1-26.

Nip, R.  & Lambert, V., Vita prima S. Waldedrudis (Waldetrudis) abbatissae Montensis in The Narrative Sources from the Medieval Low Countries. De verhalende bronnen uit de Zuidelijke Nederlanden, Brussel, Koninklijke Commissie voor Geschiedenis, sinds 2009, ID W038. URL: www.narrative-sources.be (geraadpleegd op 13 mei 2011).

Nip, R., Passio sanctorum martyrorum Walfridi ot Radfridi, in The Narrative Sources from the Medieval Low Countries. De verhalende bronnen uit de Zuidelijke Nederlanden (Brussel: Koninklijke Commissie voor Geschiedenis, sinds 2009), ID NL0151.  (www.narrative-sources.be) (geraadpleegd op 22 april 2011).

Nip, R., Vita beatae Aldegundae virginis. Vita Aldegundis prima. Vita prima Aldegundis Malbodiensis in The Narrative Sources from the Medieval Low Countries. De verhalende bronnen uit de Zuidelijke Nederlanden, Brussel, Koninklijke Commissie voor Geschiedenis, sinds 2009, ID A128. URL: www.narrative-sources.be (geraadpleegd op 13 mei 2011).

Vita Madelberthae in The Narrative Sources from the Medieval Low Countries. De verhalende bronnen uit de Zuidelijke Nederlanden (Brussel: Koninklijke Commissie voor Geschiedenis, sinds 2009), ID M063. URL: www.narrative-sources.be (geraadpleegd op 4 mei 2011).

Nip, R., VNoyen, C., Theresa van Avila. Mijn leven. Autobiografie, Gent, Carmelitana, 1984.

Origenes, Commentaire sur le Cantique des Cantiques. I, Livres I-II, Parijs, Cerf, 1991.

The Seven Ecumenical Councils of the Undivided Church, Vol XIV,  T&T Clark, Edinburgh; Grand Rapids, Eerdmans, 1991².

Piette, A., Histoire de l’abbaye de Foigny, ordre de Citeaux, filiation de Clairvaux, Parijs, Lefebre, 1931.

Podevijn, R., De oorspronkelijke “Vita Bavonis”, in Ons Geestelijk Erf 15 (1941) 62-72.

St. Augustine on the Psalms (Christian Writers on the Psalms, 2), Mahwah, Paulist Press, 1961.

Reynaert, J., De beeldspraak van Hadewijch (Studiën en Tekstuitgaven van Ons Geestelijk Erf 21), Tielt-Bussum, Lannoo, 1981

Reypens, L., Vita Beatricis. De autobiografie van de Z. Beatrijs van Tienen O. Cist (Studiën en tekstuitgaven van Ons Geestelijk Erf 15), Antwerpen, Ruusbroecgenootschap, 1964.

Ruusbroecgenootschap, Zwaartepunten in het onderzoek van het zelfstandig academisch personeel (ZAP) (Februari 2010); http://www.ua.ac.be/main.aspx?c=*RUUSBROEC &n=19713.

Schollaert, P., Lekenapostolaat in de VIIe eeuw. Historisch belang en de bronnen. Schulenburg, J.T., Sijen, G. P., Philippe de Harveng, Abbé de Bonne-Espérence, in Analecta Praemonstratensia 14 (1938) 37-52.

Spaey, E., Over middeleeuwse heiligenliteratuur, in Ons Geestelijk Erf 3 (1929), 291-303 & 409-425.

Red, white and blue martyrdom, in D. Withelock (ed.), Ireland in Early Medieval Europe. Studies in Memory of Kathleen Hughes, Cambridge-New York, Cambridge University Press, 1982, 21-46,

Stegginck, O., Mystiek. Woordgebruik en theorievorming, in J. Baers, G. Brinkman, A. Jelsma, O.Steggink (ed.), Steggink, O.  (ed.), Theresa de Jesus. Libro de la vida, Castalia, Madrid, 1986.

Stracke, D. A., Over de Antiquissima Vita S. Trudonis, in Ons Geestelijk Erf 39 (1965) 272-297.

Historisch Tijdschrift 7 (1928) 361-387.

Stracke, D.A., Thurston, H. (ed.), Butler’s Life of the Saints. April, Wellwood, Burns, Oates & Washbourne, 1933.

Thurston, H. (ed.), Butler’s Life of the Saints. May, Wellwood, Burns, Oates & Washbourne, 1936.

Van de Weerd, H., Wanneer leefde de H. Odrada van Baelen? Haar legende en vereering, in Ons Geestelijk Erf 2 (1928) 77-99.

Van Der Peeters, K., & Dekeyser, D., Vrouwenfaam op straat. Vrouwen maken naam, Leuven-Apeldoorn, Garant, 1999

The Heythrop Journal 50 (2009) 689-696.

en duizend jaar oude Groninger overlevering, Noordhoff, Wolters; Groningen, Boema’s Boekhuis, 1985.

Vanneste, A., Ons Geestelijk Erf  75 (2001) 5-9.

Vita Beatricis en de Seuen manieren van Minne. Een vergelijkende studie, in Ons Geestelijk Erf 46 (1972) 4-54.

Verdeyen, P., Un théologien de l’ expérience, in Colloque de Lyon-Cîteaux-Dijon. Bernard de Clairvaux. Histoire, mentalités, spiritualité (Sources Chrétiennes 380), Parijs, Cerf, 1992, 557-577.

Willem van Saint-Thierry en de liefde. De eerste mysticus van de Lage Landen, Leuven, Davidsfonds, 2001.

Waaijman, K., Spiritualiteit. Vormen, grondslagen en methoden, Gent, Carmelitana; Kampen, Kok, 2000.

Civium Causa. Handboek Romeins recht, Leuven-Culemborg, Acco-Centraal Boekhuis, 2008².

Wemple, S.F., Medieval Religious Women. Vol 2. Peaceweavers (Cistercian Studies 72), Cisterician Publications, Kalamazoo, 1987, 39-53.

Woman in Frankish Society. Marriage and the Cloister, Philadephia, University of Pennsylvania Press, 1981.

Hadewijch. Visioenen (nederlandse klassieken), Amsterdam, Prometheus-Bert Bakker, 1996.

St. Bernard. The Canticle of Canticles in Mystcal Poetry, in Szarmach, P. E. (ed.) , An Introduction to the Medieval Mystics of Europe: Fourteen Original Essays,  Suny Press, New York, 1984, 77-94.

et al. (ed.), Hagiography and Medieval Literature. A symposium, Odense, Odense University Press, 1981, 9-26.

C. 700-980, (onuitgegeven thesis, University of Saint Andrews), Saint Andrews, 2007.

Universiteit of Hogeschool
Master Godgeleerdheid en Godsdienstwetenschappen
Publicatiejaar
2011
Kernwoorden
Share this on: