Prognostic and pathobiologic relevance of morphological and immunohistochemical markers in ductal carcinoma in situ of the breast

Mieke Van Bockstal
DECORINE: MEER DAN LOUTER DECORATIE VAN BORSTKANKER!Volgens de recentste cijfers en statistieken van de Stichting Kankerregister werd in 2008 borstkanker vastgesteld bij 5.528 Vlaamse vrouwen. Ongeveer een kwart van hen zal sterven aan deze ziekte. Dit maakt borstkanker tot de meest voorkomende vorm van kanker, en tevens tot de belangrijkste oorzaak van kankersterfte bij vrouwen in Vlaanderen.Wereldwijd wordt onderzoek gevoerd naar borstkanker, met als doel het ontstaan van deze kanker beter te begrijpen en nieuwe behandelingen te ontwikkelen.

Prognostic and pathobiologic relevance of morphological and immunohistochemical markers in ductal carcinoma in situ of the breast

DECORINE: MEER DAN LOUTER DECORATIE VAN BORSTKANKER!

Volgens de recentste cijfers en statistieken van de Stichting Kankerregister werd in 2008 borstkanker vastgesteld bij 5.528 Vlaamse vrouwen. Ongeveer een kwart van hen zal sterven aan deze ziekte. Dit maakt borstkanker tot de meest voorkomende vorm van kanker, en tevens tot de belangrijkste oorzaak van kankersterfte bij vrouwen in Vlaanderen.

Wereldwijd wordt onderzoek gevoerd naar borstkanker, met als doel het ontstaan van deze kanker beter te begrijpen en nieuwe behandelingen te ontwikkelen. Aanvankelijk focusten onderzoekers op de kankercellen zelf. Echter, de afgelopen jaren werd duidelijk dat ook het omringende gezonde weefsel rond de kankercellen een belangrijke rol speelt in de evolutie van borstkanker. Dit ogenschijnlijk normale weefsel rondom de borstkanker noemt men stroma. Verschillende interacties tussen de kankercellen en het stroma zouden bepalen of een lokale borstkanker zich al dan niet verder door het lichaam verspreidt.

In dit onderzoek werd het stroma bestudeerd bij 61 patiënten met borstkanker in een vroeg stadium. Het doel van deze analyse bestond erin een bepaalde eigenschap in het stroma te identificeren, die zou toelaten beter te voorspellen welke patiënten zullen hervallen na behandeling. Het resultaat lijkt bijzonder veelbelovend: één bepaald eiwit, decorine, komt duidelijk minder voor in het stroma van borstkankers die er zeer kwaadaardig uitzien.

De meeste borstkankers ontstaan uit de cellen die de afvoergangen van de melkklier bekleden. Eén van deze cellen wordt kwaadaardig en begint nieuwe cellen af te splitsen, die ook kwaadaardig zijn. Zo ontstaat een kankergezwel. Ongeveer één op vijf borstkankers bevindt zich op het moment van de diagnose in een vroeg stadium. In dit vroege stadium bevindt het kwaadaardig gezwel zich nog ter plaatse in de afvoergang van de melkklier. Het gaat dan om een lokale borstkanker. Het gevaar bestaat echter dat de kankercellen niet ter plaatse blijven, maar buiten de melkkliergang groeien, in het gezonde stroma. Dit proces, waarbij kankercellen in het stroma migreren, noemt men invasie. De borstkanker is dan niet meer lokaal, maar invasief. Wanneer deze kankercellen de bloed- of lymfevaten bereiken, kunnen ze via het bloed of lymfevocht over het hele lichaam verspreiden en uitzaaiingen vormen, bijvoorbeeld in de lever, de longen of de hersenen. Deze uitzaaiingen zijn levensbedreigend.

Omwille van het risico op het ontwikkelen van een invasieve kanker, bestaat de behandeling van een lokale borstkanker uit het wegsnijden van het hele gezwel. Bij een lokale borstkanker van beperkte grootte wordt doorgaans voor een borstsparende operatie gekozen, al dan niet aangevuld met bestraling. Toch zal één op vijf vrouwen hervallen na borstsparende chirurgie. Bij herval kan het opnieuw om een lokale borstkanker gaan, maar in de helft van de gevallen gaat het om een invasieve borstkanker, met risico op levensbedreigende uitzaaiingen.

Momenteel is het nog steeds niet evident te voorspellen welke vrouw zal hervallen na een borstsparende operatie. In dit onderzoek werd gefocust op het stroma rond borstkanker in een vroeg stadium, om een voorspellende merker te identificeren.

In een eerste fase van het onderzoek werd het weefsel van 61 vrouwen met lokale borstkanker bestudeerd met behulp van een microscoop. Alle kankers werden op basis van de pathologische indeling verdeeld in twee groepen. Deze indeling wordt bepaald aan de hand van de hoeveelheid afwijkingen in de kwaadaardige cellen. Zo ontstond een groep met hooggradige lokale borstkankers (veel abnormaliteiten in de kankercellen) en een groep met laaggradige lokale borstkankers (minder uitgesproken afwijkingen in de cellen). Deze pathologische indeling weerspiegelt de kwaadaardigheid van de kanker. Aangezien geen gegevens beschikbaar waren over eventuele herval, werd deze pathologische indeling gebruikt als een vervangende merker voor de prognose van de 61 patiënten. Uit eerdere studies is immers reeds afgeleid dat vrouwen met hooggradige lokale borstkanker een groter risico lopen om te hervallen na een borstsparende operatie.

In een tweede fase van het microscopisch onderzoek werd de vorm van het stroma rond de lokale borstkanker nagegaan. Het stroma is doorgaans opgebouwd uit dicht op elkaar liggende bindweefselvezels. Echter, bij sommige patiënten waren rondom de kanker minder bindweefselvezels aanwezig en was de samenstelling van het stroma veranderd, wat in vaktermen 'myxoid stroma' wordt genoemd. Ook de hoeveelheid ontstekingscellen in het stroma werd onderzocht. Uit deze evaluatie bleek dat hooggradige lokale borstkankers opvallend vaker omringd werden door een myxoid stroma, waarin ook nog eens veel meer ontstekingscellen voorkwamen. Deze twee eigenschappen zouden gebruikt kunnen worden om beter in te schatten wat de kans is op herval na een borstsparende operatie.

Vervolgens werd onderzocht of er een verband bestond tussen de aanwezigheid van negen verschillende eiwitten enerzijds, en de pathologische indeling anderzijds. Dit verband bleek zeer sterk aanwezig voor één van de negen onderzochte eiwitten, namelijk decorine. Dit decorine is een relatief klein eiwit dat vastzit op de collageenvezels in het bindweefsel. Decorine is meer dan louter 'decoratie' van het bindweefsel. Het zorgt ervoor, samen met een heleboel andere eiwitten, dat deze collageenvezels een hecht netwerk vormen, zodat het bindweefsel steun geeft aan de verschillende organen in ons lichaam, waaronder de borst. Uit dit onderzoek kwam zeer duidelijk naar voor dat de hoeveelheid decorine in het stroma sterk verminderd is bij zestig procent van de hooggradige lokale borstkankers, terwijl dit bij laaggradige lokale borstkankers slechts acht procent bedraagt.

Momenteel kan dit verband nog niet met zekerheid verklaard worden. Een mogelijke hypothese is dat hooggradige lokale borstkankers een stof produceren die decorine in het omringende stroma afbreekt. Daardoor wordt het netwerk van collageenvezels in het stroma minder hecht. De kwaadaardige kankercellen hebben het dan makkelijker om uit de afvoergang van de melkklier te treden en doorheen het stroma te migreren. Een vermindering van decorine in het stroma bevordert dus het proces van invasie!

Dit onderzoek bij 61 vrouwen met lokale borstkanker wees uit dat de vorm van het stroma, de omvang van ontsteking en de hoeveelheid decorine in het stroma gerelateerd zijn aan de mate van kwaadaardigheid van de kanker. Decorine in het bijzonder komt hier naar voor als een veelbelovende krachtige voorspellende merker bij het inschatten van de prognose van borstkanker in een vroeg stadium. In de toekomst zal decorine onder de loep worden genomen in een grotere groep patiëntes met lokale borstkanker, met en zonder herval na behandeling. Dit moet op termijn leiden tot een voorspellende merker die door de behandelende arts kan worden toegepast in de dagelijkse praktijk.

Bibliografie

References

 

1.             S. E. Pinder, Ductal carcinoma in situ (DCIS): pathological features, differential diagnosis, prognostic factors and specimen evaluation. Mod Pathol 23 Suppl 2, S8 (May, 2010).

2.             L. H. Sobin, M. K. Gospodarowicz, C. Wittekind, TNM Classification of Tumors.  (Wiley-Blackwell, Hoboken, ed. 7th, 2009).

3.             D. Rosner, R. N. Bedwani, J. Vana, H. W. Baker, G. P. Murphy, Non-Invasive Breast-Carcinoma - Results of a National Survey by the American-College-of-Surgeons. Ann Surg 192, 139 (1980).

4.             H. G. Welch, S. Woloshin, L. M. Schwartz, The sea of uncertainty surrounding ductal carcinoma in situ--the price of screening mammography. J Natl Cancer Inst 100, 228 (Feb 20, 2008).

5.             V. L. Ernster, J. Barclay, K. Kerlikowske, D. Grady, I. C. Henderson, Incidence of and treatment for ductal carcinoma in situ of the breast. Jama-J Am Med Assoc 275, 913 (Mar 27, 1996).

6.             L. N. van Steenbergen et al., Screening caused rising incidence rates of ductal carcinoma in situ of the breast. Breast Cancer Res Treat 115, 181 (May, 2009).

7.             B. A. Virnig, T. M. Tuttle, T. Shamliyan, R. L. Kane, Ductal carcinoma in situ of the breast: a systematic review of incidence, treatment, and outcomes. J Natl Cancer Inst 102, 170 (Feb 3, 2010).

8.             B. Erbas, E. Provenzano, J. Armes, D. Gertig, The natural history of ductal carcinoma in situ of the breast: a review. Breast Cancer Res Treat 97, 135 (May, 2006).

9.             L. C. Collins et al., Outcome of patients with ductal carcinoma in situ untreated after diagnostic biopsy: results from the Nurses' Health Study. Cancer 103, 1778 (May 1, 2005).

10.          M. E. Sanders, P. A. Schuyler, W. D. Dupont, D. L. Page, The natural history of low-grade ductal carcinoma in situ of the breast in women treated by biopsy only revealed over 30 years of long-term follow-up. Cancer 103, 2481 (Jun 15, 2005).

11.          D. L. Page, W. D. Dupont, L. W. Rogers, R. A. Jensen, P. A. Schuyler, Continued Local Recurrence of Carcinoma 15-25 Years after a Diagnosis of Low-Grade Ductal Carcinoma in-Situ of the Breast Treated Only by Biopsy. Cancer 76, 1197 (Oct 1, 1995).

12.          L. Sontag, D. E. Axelrod, Evaluation of pathways for progression of heterogeneous breast tumors. J Theor Biol 232, 179 (Jan 21, 2005).

13.          A. Bombonati, D. C. Sgroi, The molecular pathology of breast cancer progression. J Pathol 223, 307 (Jan, 2011).

14.          L. Wiechmann, H. M. Kuerer, The molecular journey from ductal carcinoma in situ to invasive breast cancer. Cancer 112, 2130 (May 15, 2008).

15.          S. Lin, Mixture modeling of progression pathways of heterogeneous breast tumors. J Theor Biol 249, 254 (Nov 21, 2007).

16.          K. D. Yu et al., Different Distribution of Breast Cancer Subtypes in Breast Ductal Carcinoma in situ (DCIS), DCIS with Microinvasion, and DCIS with Invasion Component. Ann Surg Oncol 18, 1342 (May, 2011).

17.          X. J. Ma, S. Dahiya, E. Richardson, M. Erlander, D. C. Sgroi, Gene expression profiling of the tumor microenvironment during breast cancer progression. Breast Cancer Res 11, R7 (2009).

18.          P. Meijnen, J. L. Peterse, N. Antonini, E. J. Rutgers, M. J. van de Vijver, Immunohistochemical categorisation of ductal carcinoma in situ of the breast. Br J Cancer 98, 137 (Jan 15, 2008).

19.          L. Burkhardt et al., Gene amplification in ductal carcinoma in situ of the breast. Breast Cancer Res Treat 123, 757 (Oct, 2010).

20.          S. Steinman, J. M. Wang, P. Bourne, Q. Yang, P. Tang, Expression of cytokeratin markers, ER-alpha, PR, HER-2/neu, and EGFR in pure ductal carcinoma in situ (DCIS) and DCIS with co-existing invasive ductal carcinoma (IDC) of the breast. Ann Clin Lab Sci 37, 127 (Spr, 2007).

21.          F. Wärnberg, H. Nordgren, L. Bergkvist, L. Holmberg, Tumour markers in breast carcinoma correlate with grade rather than with invasiveness. Br J Cancer 85, 869 (2001).

22.          L. A. Lee et al., Breast cancer-specific mortality after invasive local recurrence in patients with ductal carcinoma-in-situ of the breast. Am J Surg 192, 416 (Oct, 2006).

23.          M. J. Silverstein et al., 10-Year Results Comparing Mastectomy to Excision and Radiation-Therapy for Ductal Carcinoma in-Situ of the Breast. European Journal of Cancer 31A, 1425 (Sep, 1995).

24.          A. Goodwin, S. Parker, D. Ghersi, N. Wilcken, Post-operative radiotherapy for ductal carcinoma in situ of the breast. Cochrane Database Syst Rev, CD000563 (2009).

25.          G. A. Viani et al., Breast-conserving surgery with or without radiotherapy in women with ductal carcinoma in situ: a meta-analysis of randomized trials. Radiat Oncol 2, 28 (2007).

26.          C. Correa et al., Overview of the randomized trials of radiotherapy in ductal carcinoma in situ of the breast. J Natl Cancer Inst Monogr 2010, 162 (2010).

27.          B. Fisher et al., Tamoxifen in treatment of intraductal breast cancer: National Surgical Adjuvant Breast and Bowel Project B-24 randomised controlled trial. The Lancet 353, 1993 (1999).

28.          J. Houghton, Radiotherapy and tamoxifen in women with completely excised ductal carcinoma in situ of the breast in the UK, Australia, and New Zealand: randomized controlled trial. The Lancet 362, 95 (2003).

29.          J. Cuzick et al., Effect of tamoxifen and radiotherapy in women with locally excised ductal carcinoma in situ: long-term results from the UK/ANZ DCIS trial. Lancet Oncol 12, 21 (Jan, 2011).

30.          F. Petrelli, S. Barni, Tamoxifen added to radiotherapy and surgery for the treatment of ductal carcinoma in situ of the breast: A meta-analysis of 2 randomized trials. Radiother Oncol,  (Mar 14, 2011).

31.          S. Kumar, V. Sacchini, The surgical management of ductal carcinoma in situ. The breast journal 16 Suppl 1, S49 (Sep-Oct, 2010).

32.          C. M. Quinn, J. L. Ostrowski, Cytological and architectural heterogeneity in ductal carcinoma in situ of the breast. J Clin Pathol 50, 596 (Jul, 1997).

33.          R. Holland et al., Ductal Carcinoma in-Situ - a Proposal for a New Classification. Semin Diagn Pathol 11, 167 (Aug, 1994).

34.          M. Silverstein, The University of Southern California/Van Nuys prognostic index for ductal carcinoma in situ of the breast. The American Journal of Surgery 186, 337 (2003).

35.          S. E. Pinder et al., A new pathological system for grading DCIS with improved prediction of local recurrence: results from the UKCCCR/ANZ DCIS trial. Br J Cancer 103, 94 (Jun 29, 2010).

36.          S. Altintas et al., Prognostic Significance of Oncogenic Markers in Ductal Carcinoma In Situ of the Breast: A Clinicopathologic Study. Breast J 15, 120 (Mar-Apr, 2009).

37.          M. A. Cichon, A. C. Degnim, D. W. Visscher, D. C. Radisky, Microenvironmental Influences that Drive Progression from Benign Breast Disease to Invasive Breast Cancer. J Mammary Gland Biol 15, 389 (Dec, 2010).

38.          T. Hasebe et al., Atypical Tumor-stromal Fibroblasts in Invasive Ductal Carcinoma of the Breast. Am J Surg Pathol 35, 325 (Mar, 2011).

39.          G. Finak et al., Stromal gene expression predicts clinical outcome in breast cancer. Nat Med 14, 518 (May, 2008).

40.          S. Troup et al., Reduced expression of the small leucine-rich proteoglycans, lumican, and decorin is associated with poor outcome in node-negative invasive breast cancer. Clin Cancer Res 9, 207 (Jan, 2003).

41.          A. K. Witkiewicz et al., An absence of stromal caveolin-1 expression predicts early tumor recurrence and poor clinical outcome in human breast cancers. Am J Pathol 174, 2023 (Jun, 2009).

42.          E. K. Sloan et al., Stromal cell expression of caveolin-1 predicts outcome in breast cancer. Am J Pathol 174, 2035 (Jun, 2009).

43.          A. K. Witkiewicz et al., Stromal caveolin-1 levels predict early DCIS progression to invasive breast cancer. Cancer Biology & Therapy 8, 1071 (Jun 1, 2009).

44.          K. Pavlakis et al., The assessment of angiogenesis and fibroblastic stromagenesis in hyperplastic and pre-invasive breast lesions. BMC Cancer 8, 88 (2008).

45.          P. J. Barth, S. Ebrahimsade, A. Ramaswamy, R. Moll, CD34+ fibrocytes in invasive ductal carcinoma, ductal carcinoma in situ, and benign breast lesions. Virchows Arch 440, 298 (Mar, 2002).

46.          A. K. Witkiewicz et al., Stromal CD10 and SPARC expression in ductal carcinoma in situ (DCIS) patients predicts disease recurrence. Cancer Biology & Therapy 10, 391 (2010).

47.          N. A. Makretsov et al., Stromal CD10 expression in invasive breast carcinoma correlates with poor prognosis, estrogen receptor negativity, and high grade. Mod Pathol 20, 84 (Jan, 2007).

48.          O. Gevaert, A. Daemen, B. De Moor, L. Libbrecht, A taxonomy of epithelial human cancer and their metastases. BMC Med Genomics 2, 69 (2009).

49.          K. Savage et al., Distribution and significance of caveolin 2 expression in normal breast and invasive breast cancer: an immunofluorescence and immunohistochemical analysis. Breast Cancer Res Treat 110, 245 (Jul, 2008).

50.          G. Sauter, J. Lee, J. M. Bartlett, D. J. Slamon, M. F. Press, Guidelines for human epidermal growth factor receptor 2 testing: biologic and methodologic considerations. Journal of clinical oncology : official journal of the American Society of Clinical Oncology 27, 1323 (Mar 10, 2009).

51.          E. K. Latta, S. Tjan, R. K. Parkes, F. P. O'Malley, The role of HER2/neu overexpression/amplification in the progression of ductal carcinoma in situ to invasive carcinoma of the breast. Mod Pathol 15, 1318 (Dec, 2002).

52.          L. C. Collins, S. J. Schnitt, HER2 protein overexpression in estrogen receptor-positive ductal carcinoma in situ of the breast: frequency and implications for tamoxifen therapy. Mod Pathol 18, 615 (May, 2005).

53.          K. Park, S. Han, H. J. Kim, J. Kim, E. Shin, HER2 status in pure ductal carcinoma in situ and in the intraductal and invasive components of invasive ductal carcinoma determined by fluorescence in situ hybridization and immunohistochemistry. Histopathology 48, 702 (May, 2006).

54.          K. Lambein et al., Relationship between pathological features, HER2 protein expression and HER2 and CEP17 copy number in breast cancer: biological and methodological considerations. J Clin Pathol 64, 200 (Mar, 2011).

55.          S. C. Lester et al., Protocol for the Examination of Specimens From Patients With Ductal Carcinoma In Situ of the Breast. Arch Pathol Lab Med 133, 15 (Jan, 2009).

56.          J. M. Harvey, G. M. Clark, C. K. Osborne, D. C. Allred, Estrogen receptor status by immunohistochemistry is superior to the ligand-binding assay for predicting response to adjuvant endocrine therapy in breast cancer. J Clin Oncol 17, 1474 (May, 1999).

57.          A. C. Wolff et al., American Society of Clinical Oncology/College of American Pathologists guideline recommendations for human epidermal growth factor receptor 2 testing in breast cancer. Arch Pathol Lab Med 131, 18 (Jan, 2007).

58.          S. Goldoni et al., An antimetastatic role for decorin in breast cancer. Am J Pathol 173, 844 (Sep, 2008).

59.          M. Santra, I. Eichstetter, R. V. Iozzo, An anti-oncogenic role for decorin. Down-regulation of ErbB2 leads to growth suppression and cytodifferentiation of mammary carcinoma cells. J Biol Chem 275, 35153 (Nov 10, 2000).

60.          E. A. Perez et al., HER2 and chromosome 17 effect on patient outcome in the N9831 adjuvant trastuzumab trial. Journal of clinical oncology : official journal of the American Society of Clinical Oncology 28, 4307 (Oct 1, 2010).

61.          L. C. Collins et al., Relationship Between Clinical and Pathologic Features of Ductal Carcinoma In Situ and Patient Age An Analysis of 657 Patients. Am J Surg Pathol 33, 1802 (Dec, 2009).

62.          N. A. Miller et al., Heterogeneity between ducts of the same nuclear grade involved by duct carcinoma in situ (DCIS) of the breast. Cancer Informatics 9, 209 (2010).

63.          A. H. S. Lee, L. C. Happerfield, L. G. Bobrow, R. R. Millis, Angiogenesis and inflammation in ductal carcinoma in situ of the breast. Journal of Pathology 181, 200 (Feb, 1997).

64.          L. F. Brown et al., Vascular stroma formation in carcinoma in situ, invasive carcinoma, and metastatic carcinoma of the breast. Clin Cancer Res 5, 1041 (May, 1999).

65.          E. Leygue et al., Lumican and decorin are differentially expressed in human breast carcinoma. Journal of Pathology 192, 313 (Nov, 2000).

66.          K. G. Danielson et al., Targeted disruption of decorin leads to abnormal collagen fibril morphology and skin fragility. J Cell Biol 136, 729 (Feb 10, 1997).

67.          X. Bi et al., Genetic deficiency of decorin causes intestinal tumor formation through disruption of intestinal cell maturation. Carcinogenesis 29, 1435 (2008).

68.          M. Santra et al., Ectopic expression of decorin protein core causes a generalized growth suppression in neoplastic cells of various histogenetic origin and requires endogenous p21, an inhibitor of cyclin-dependent kinases. Journal of Clinical Investigation 100, 149 (Jul 1, 1997).

69.          C. C. Reed et al., Decorin prevents metastatic spreading of breast cancer. Oncogene 24, 1104 (Feb 3, 2005).

70.          D. K. Moscatello et al., Decorin suppresses tumor cell growth by activating the epidermal growth factor receptor. Journal of Clinical Investigation 101, 406 (Jan 15, 1998).

71.          S. Goldoni et al., Decorin is a novel antagonistic ligand of the Met receptor. The Journal of Cell Biology 185, 743 (2009).

72.          H. Colognato, P. D. Yurchenco, Form and function: The laminin family of heterotrimers. Dev Dynam 218, 213 (Jun, 2000).

73.          M. Patarroyo, K. Tryggvason, I. Virtanen, Laminin isoforms in tumor invasion, angiogenesis and metastasis. Seminars in Cancer Biology 12, 197 (2002).

74.          V. Matejas et al., Mutations in the human laminin beta2 (LAMB2) gene and the associated phenotypic spectrum. Hum Mutat 31, 992 (Sep, 2010).

75.          M. Fujita et al., Overexpression of beta1-chain-containing laminins in capillary basement membranes of human breast cancer and its metastases. Breast Cancer Res 7, R411 (2005).

76.          J. Y. Ljubimova et al., Association between laminin-8 and glial tumor grade, recurrence, and patient survival. Cancer 101, 604 (Aug 1, 2004).

77.          K. Iwaya, H. Ogawa, M. Izumi, M. Kuroda, K. Mukai, Stromal expression of CD10 in invasive breast carcinoma: a new predictor of clinical outcome. Virchows Arch 440, 589 (Jun, 2002).

78.          C. Schwencke, R. C. Braun-Dullaeus, C. Wunderlich, R. H. Strasser, Caveolae and caveolin in transmembrane signaling: Implications for human disease. Cardiovasc Res 70, 42 (Apr 1, 2006).

79.          S. J. Koo, S. Park, S. I. Kim, S. Lee, B. W. Park, The impact of caveolin protein expression in tumor stroma on prognosis of breast cancer. Tumour Biol,  (2011).

80.          Y. Sagara et al., Clinical significance of Caveolin-1, Caveolin-2 and HER2/neu mRNA expression in human breast cancer. Br J Cancer 91, 959 (Aug 31, 2004).

81.          S. E. Elsheikh et al., Caveolin 1 and Caveolin 2 are associated with breast cancer basal-like and triple-negative immunophenotype. Br J Cancer 99, 327 (Jul 22, 2008).

82.          C. Yazhou, S. Wenlv, Z. Weidong, W. Licun, Clinicopathological significance of stromal myofibroblasts in invasive ductal carcinoma of the breast. Tumour Biol 25, 290 (Sep-Dec, 2004).

83.          M. Yamashita et al., Role of stromal myofibroblasts in invasive breast cancer: stromal expression of alpha-smooth muscle actin correlates with worse clinical outcome. Breast Cancer,  (Oct 27, 2010).

84.          E. J. Chapman, M. A. Knowles, Necdin: a multi functional protein with potential tumor suppressor role? Mol Carcinog 48, 975 (Nov, 2009).

85.          K. Ohman Forslund, K. Nordqvist, The melanoma antigen genes--any clues to their functions in normal tissues? Exp Cell Res 265, 185 (May 1, 2001).

86.          F. Otterbach et al., Aquaporin 1 (AQP1) expression is a novel characteristic feature of a particularly aggressive subgroup of basal-like breast carcinomas. Breast Cancer Res Treat 120, 67 (Feb, 2010).

87.          Y. Horimoto et al., Significance of HER2 Protein Examination in Ductal Carcinoma In Situ. J Surg Res 167, e205 (May 15, 2011).

88.          T. Baqai, S. Shousha, Oestrogen receptor negativity as a marker for high-grade ductal carcinoma in situ of the breast. Histopathology 42, 440 (May, 2003).

89.          L. Goethals et al., A new approach to the validation of tissue microarrays. J Pathol 208, 607 (Apr, 2006).

90.          Y. Lin et al., Tissue microarray-based immunohistochemical study can significantly underestimate the expression of HER2 and progesterone receptor in ductal carcinoma in situ of the breast. Biotech Histochem,  (Aug 12, 2010).

91.          D. M. Barnes et al., Overexpression of the c-erbB-2 oncoprotein: why does it occur more frequently in ductal carcinoma than in invasive mammary carcinoma and is this of prognostic significance? European Journal of Cancer 28A, 644 (1992).

92.          S. Toikkanen, H. Helin, J. Isola, H. Joensuu, Prognostic-Significance of Her-2 Oncoprotein Expression in Breast-Cancer - a 30-Year Follow-Up. J Clin Oncol 10, 1044 (Jul, 1992).

93.          M. P. Santiago et al., Whether to determine HER2 status for breast cancer in the primary tumour or in the metastasis. Histol Histopathol 24, 675 (Jun, 2009).

94.          P. Tang et al., Expression patterns of ER-alpha, PR, HER-2/neu, and EGFR in different cell origin subtypes of high grade and non-high grade ductal carcinoma in situ. Ann Clin Lab Sci 36, 137 (Spr, 2006).

95.          A. Hendrix et al., Effect of the secretory small GTPase Rab27B on breast cancer growth, invasion, and metastasis. J Natl Cancer Inst 102, 866 (Jun 16, 2010).

 

 

Universiteit of Hogeschool
Geneeskunde
Publicatiejaar
2011
Kernwoorden
Share this on: