Resistentie bij T. congolense in de Ghibe vallei, Ethiopië

Jana Pauwels
De slaapziekte ontwaaktStelt u zich eens voor dat uw gehele financiële vermogen bestond uit twee Zeboe koeien en een kalf. Dat zij er voor zorgden dat u uw zes kinderen kon voeden, dat zij onmisbaar waren bij het ploegen en bewerken van uw land en dat zij bovendien de basis vormden voor uw aanzien binnen het dorp.Wat zou u doen als u wist dat uw dieren dagelijks, tijdens het grazen, risico liepen om geïnfecteerd te worden met slaapziekte?

Resistentie bij T. congolense in de Ghibe vallei, Ethiopië

De slaapziekte ontwaakt

Stelt u zich eens voor dat uw gehele financiële vermogen bestond uit twee Zeboe koeien en een kalf. Dat zij er voor zorgden dat u uw zes kinderen kon voeden, dat zij onmisbaar waren bij het ploegen en bewerken van uw land en dat zij bovendien de basis vormden voor uw aanzien binnen het dorp.

Wat zou u doen als u wist dat uw dieren dagelijks, tijdens het grazen, risico liepen om geïnfecteerd te worden met slaapziekte? Een ziekte waarvan de symptomen evolueren van asymptomatische bloedarmoede, over algemeen wegkwijnen en verminderde productie van vlees en melk tot, ten slotte, sterfte?

De besmetting is vergelijkbaar met de overdracht van malaria. Het insect, in dit geval de tseetseevlieg, zuigt bloed bij mens of dier en injecteert terzelfdertijd een parasiet in de bloedbaan van zijn slachtoffer. De parasieten die slaapziekte veroorzaken bestaan elk uit slechts één cel en bezitten een zweepachtig staartje waarmee zij zich tussen de rode bloedcellen van hun gastheer kunnen bewegen. Zij worden “trypanosomen” genoemd. Er bestaan verschillende soorten trypanosomen, waarvan Trypanosoma congolense potentieel de gevaarlijkste is voor runderen. Een Trypanosoom van de congolense soort kan echter ook zeer milde symptomen veroorzaken waar de koe nog jarenlang mee kan leven.

U zou uw koeien waarschijnlijk vaccineren? Dit zou een schitterend idee zijn, ware het niet dat een vaccin tegen slaapziekte om verschillende redenen niet geproduceerd kan worden. De voornaamste reden is dat de parasiet constant van “jasje” (oppervlakte antigenen) verandert. Hierdoor komt het immuunsysteem van de koe steeds te laat. Immers, wanneer het lichaam antistoffen gevormd heeft tegen jasje A, zijn er alweer parasieten in het bloed aanwezig die jasje B dragen. Deze variabiliteit is oneindig en niet te vatten in een vaccin.

U zou preventief de tseetseevliegen kunnen bestrijden met behulp van tseetseevallen. Deze vallen bestaan uit blauwe netten waarop een giftige stof is aangebracht. De blauwe kleur trekt de vliegen aan en de stof doodt hen nadat zij op de val geland zijn. Maar u zal merken dat het onderhoud van zulke vallen enig werk vergt en dat er bovendien vallen zullen gestolen worden door uw buren, die met hetzelfde probleem kampen als uzelf. Ook de vacht van de koeien behandelen met een middel dat tseetseevliegen afstoot of doodt, is geen ideale oplossing, daar het duur is alle dieren keer op keer te behandelen.

Misschien moeten enkel de zieke dieren behandeld worden. Al sinds de jaren ’60 zijn geneesmiddelen op de markt om trypanosomen in de bloedbaan van een geïnfecteerd dier af te doden. Echter, steeds vaker en in steeds meer gebieden wordt resistentie tegenover deze middelen gerapporteerd. In 2009 ging dit over één derde van het hele Afrikaanse continent. “Resistentie” betekent dat de trypanosomen niet meer gevoelig zijn aan een middel waarmee zij vroeger bestreden konden worden, net zoals “antibiotica-resistentie”. De middelen kunnen de symptomen wel nog tijdelijk verzachten, maar meer dan het uitstellen van de dood doen zij niet.

Er bestaan twee hypothesen rond het oprukken van deze resistentie. Enerzijds is het mogelijk dat de parasieten “gewend” geraakt zijn aan de geneesmiddelen. De drie zelfde stoffen worden al sinds jaar en dag gebruikt en vaak worden de geneesmiddelen onterecht of in een te lage dosis toegediend, waardoor selectie optreedt in het voordeel van de resistente trypanosomen. Namelijk: als een rund besmet is met honderd parasieten, waarvan er twee resistent zijn, dan zullen, na behandeling, enkel die twee nog levend in het bloed van het rund aanwezig zijn. Vervolgens hebben die twee alle ruimte om te vermenigvuldigen en de hele koe te vullen met resistente parasieten. Als een tseetseevlieg nu bloed zuigt uit deze koe en er later enkele nieuwe koeien mee besmet, dan gebeurt dit dus garantie met resistente parasieten. Anderzijds zou het ook kunnen dat de geneesmiddelen eigenlijk nooit meer hebben gedaan dan het verzachten van de symptomen. Deze hypothese wordt gesteund door de isolatie van resistente trypanosomen uit gebieden waar nooit eerder behandeld werd en die bovendien ver genoeg verwijderd lagen van getroffen gebieden om overdracht door tseetseevliegen uit te sluiten.

Stel u tenslotte voor dat u in Ethiopië woont, een land waarvan één zesde bezet wordt door tseetseevliegen. Slaapziekte is in Ethiopië één van de grootste hindernissen op de ontwikkeling van de vee- en landbouwproductie.  Onze studie wees uit dat, als u een veehouder bent in de buurt van de Ghibe vallei, in het zuidwesten van het land, gemiddeld  één derde (32,6%) van uw koeien geïnfecteerd zal zijn met trypanosomen en bij meer dan de helft hiervan (17,8%) zal het gaan het om T. congolense, de potentieel gevaarlijkste stam voor runderen. Bovendien bleek, na het testen van de resistentiestatus, dat 100% van de T. congolense, geïsoleerd uit koeien in dit gebied, resistent was tegen de twee meest gebruikte geneesmiddelen. Het behandelen van de zieke dieren heeft in uw situatie dus weinig kans op slagen.

Wat u wel zou kunnen doen, is uw ziek dier behandelen met een combinatie van enkele geneesmiddelen tegen trypanosomen of één ervan combineren met een antibioticum. Onderzoek toonde reeds aan dat de parasieten voor zulke cocktails vaak wel nog gevoelig zijn. U zou ook kunnen overstappen op een ander ras, er bestaan immers rassen die minder gevoelig zijn aan slaapziekte dan Zeboes. Zou u het echter aandurven om over te stappen op een ras waar u verder niets vanaf weet? Waarvan u niet eens weet waar u het kunt kopen en of het uw geld wel waard zal zijn? Op een nieuw geneesmiddel in de toekomst hoeft u niet te rekenen. Door de hoge kost om een nieuw product te ontwikkelen en op de markt te brengen en daar tegenover de beperkte financiële capaciteit van de Afrikaanse landen, toont de farmaceutische industrie hiervoor weinig interesse.

U zou kunnen hopen dat, doordat de dieren niet behandeld kunnen worden, er selectie optreedt in het voordeel van de minst gevaarlijke individuen. Het is immers zo dat een trypanosoom die zijn gastheer snel doet sterven weinig kans heeft om, tijdens het korte leven van de koe, opgezogen te worden door een tseetseevlieg en weer bij andere koeien geïnjecteerd te worden. Zo een parasiet zal dus sterven, samen met zijn gastheer. Een trypanosoom die daarentegen wel in het bloed van de koe aanwezig is, maar weinig last veroorzaakt en de koe een lang leven gunt, zal een heel koeienleven lang de kans krijgen om opgepikt te worden door een tseetseevlieg. Zo een trypanosoom zal verder leven in andere koeien wanneer de eerste koe uiteindelijk bezwijkt, al dan niet ten gevolge van slaapziekte.

Tenslotte wens ik u te bedanken voor het gastvrije verblijf dat ik in uw land genoten heb. De resultaten van dit onderzoek zullen mij mooie punten opleveren en de foto’s zullen jaloerse blikken wekken bij mijn vrienden. Ik wens u het beste voor u en uw koeien.

Bibliografie
  • Agriwiki, 2009, Boran cattle. http://www.agriwiki.co.za/index.php?title=Boran_cattle.
  • Ancelle, T., Paugam, A., Bourlioux, F., Merad, A., Vigier, J.P., 1997. Detection of trypanosomes in blood by the Quantitative Buffy Coat (QBC) technique: experimental evaluation. Med Trop. 57, 245-8.
  • Barrett, M.P., Fairlamb, A.H., 1999. The biochemical basis of arsenical-diamidine crossresistance in African trypanosomes. Parasitol. Today 15, 136–140.
  • Barry, J.D., McCulloch, R., 2001. Antigenic variation in trypanosomes: enhanced phenotypic variation in a eukaryotic parasite. Adv. Parasitol. 49, 1-70.
  • Bekelea, J., Asmarea, K., Abebeb, G., Ayeletc, G., Gelayec, E., 2009. Evaluation of deltamethrin applications in the control of tsetse and trypanosomosis in the southern rift valley areas of Ethiopia.  Vet Parasitol. 168, 177-84.
  • Bengaly, Z., Sidibe, I., Ganaba, R., Desquesnes, M., Boly, H., Sawadogo, L., 2002a. Comparative pathogenicity of three genetically distinct types of Trypanosoma congolense in cattle: clinical observations and haematological changes. Vet. Parasitol. 108, 1–19.
  • Bengaly, Z., Sidibe, I., Boly, H., Sawadogo, L., Desquesnes, M., 2002b. Comparative pathogenicity of three genetically distinct Trypanosoma congolense-types in inbred Balb/c mice. Vet. Parasitol. 105, 111–118.
  • Budd, L.T., 1999. DFID-funded tsetse and trypanosome research and development since 1980. Vol. 2: Economic Analysis.
  • Cavalcanti, D.P., Fragoso, S.P., Goldenberg, S., de Souza, W., Motta, M.C., 2004. The effect of toposiomerase II inhibitors on the kinetoplast ultrastructure. Parasitol Res. 94, 439-48.
  • CDC (Centers for disease control and prevention), 2010, Parasites – African Trypanosomiasis. (http://www.cdc.gov/parasites/sleepingsickness/health_professionals/inde…).
  • Chappuis, F., Loutan, L., Simarro, P., Lejon, V., Büscher, P., 2005. Options for field diagnosis of human african trypanosomiasis. Clin Microbiol Rev. 18, 133-46.
  • Clausen, P.H., Leendertz, F.H., Blankenburg, A., Tietjen, U., Mehlitz, D., Sidibe, I., Bauer, B., 1998. A drug incubation glossina infectivity test (DIGIT) to assess the susceptibility of Trypanosoma congolense bloodstream forms to drypanocidal drugs (Xenodiagnosis). Acta tropica. 72, 111-117.
  • Clausen, P.H., Bauer, B., Zessin, K.H., Diall, O., Bocoum, Z., Sidibe, I., Affognon, H., Waibel, H., Grace, D., Randolph, R., 2010. Preventing and containing trypanocide resistance in the cotton zone of West Africa. Transbound Emerg Dis. 57, 28-32.
  • Courtin, D., Berthier, D., Thevenon, S., Dayo, G., Garcia, A., Bucheton, B., 2008. Host genetics in African trypanosomiasis. Infection, Genetics and Evolution 8, 229-238.
  • Cox, A., Tilley, A., McOdimba, F., Fyfe, J., Eisler, M., Hilde, G., Welburn, S., 2005. A PCR based assay for detection and diVerentiation of African trypanosome species in blood. Experimental Parasitology 111, 24–29.
  • Cox, A.P., Tosas, O., Tilley, A., Picozzi, K., Coleman, P., Hilde, G., Welburn, S.C., 2010. Constrains to estimating the prevalence of trypanosome infections in East African zebu cattle. Parasites & vector. 3, 82.
  • Dayo, G.K., Thevenon, S., Berthier, D., Moazami-Goudarzi, K., Denis, C., Cuny, G., Eggen, A., Gautier, M., 2009. Detection of selection signatures within candidate regions underlying trypanotolerance in outbred cattle populations. Mol. Ecol. 18, 1801-13.
  • de Almeida, P.J., Ndao, M., Van Meirvenne, N., Geerts, S., 1997. Diagnostic evaluation of PCR in goats experimentally infected with Trypanosoma vivax. Acta Trop. 66, 45–50.
  • Delespaux. V., Geerts, S., Brandt, J., Elyn, R., Eisler, M.C., 2002. Monitoring the correct use of isometamidium by farmers and veterinary assistants in Eastern Province of Zambia using the isometamidium-ELISA. Vet. Parasitol. 110, 117–122.
  • Delespaux, V., Geysen, D., Majiwa, Phelix.A.O., Geerts, S., 2005. Identification of a genetic marker for isometamidium chloride resistance in Trypanosoma congolense. Int. J. Parasitol. 35, 235–243.
  • Delespaux, V., Chitanga, S., Geysen, D., Goethals, A., Van den Bossche, P., Geerts, S., 2006. SSCP analysis of the P2 purine transporter TcoAT1 gene of Trypanosoma congolense leads to a simple PCR-RFLP test allowing the rapid identification of diminazene resistant stocks. Acta Trop. 100, 96–102.
  • Delespaux, V., de Koning, H.P., 2007. Drugs and drug resistance in African trypanosomiasis. Drug Resist Updat.10, 30-50.
  • Delespaux, V., Geysen, D., Van den Bossche, P., Geerts, S., 2008. Molecular tools for the rapid detection of drug resistance in animal trypanosomes. Trends Parasitol 24, 236-242.
  • Delespaux, V., Vitouley, H.S., Marcotty, T., Speybroeck, N., Berkvens, D., Roy, K., Geerts, S., Van den Bossche, P., 2010. Chemosensitization of Trypanosoma congolense strains resistant to isometamidium chloride by tetracyclines and enrofloxacin. PLoS Negl Trop Dis. 49.
  • Desquesnes, M., Dávila, A.M., 2002. Applications of PCR-based tools for detection and identification of animal trypanosomes: a review and perspectives. Vet. Parasitol. 109, 213-31.
  •  d'Ieteren, G.D., Authié, E., Wissocq, N., Murray, M.,1998. Trypanotolerance, an option for sustainable livestock production in areas at risk from trypanosomosis. Rev Sci Tech. 17, 154-75.
  • FAO, 1980, Trypanotolerant livestock in West & Central Afrika – Vol. 1. General study, chapter 3. http://www.fao.org/Wairdocs/ILRI/x5468E/x5468e04.htm.
  • Gari, F.R., Ashenafi, H., Tola, A., Goddeeris, B.M., Claes, F., 2010. Comparative diagnosis of parasitological, serological and molecular tests in dourine-suspected horses. Trop Anim Health Prod. 42, 1649-1654.
  • Geerts, S., Holmes, P.H., Eisler, M.C., Diall, O., 2001. African bovine trypanosomiasis: the problem of drug resistance. Trends Parasitol. 17, 25–28.
  • Geerts, S., Holmes, P.H., 1998. Drug management and parasite resistance in animal trypanosomiasis in Africa. FAO, Rome.
  • Geerts, S., Holmes, P.H., Eisler, M.C., Diall, O., 1998. Drug management and parasite resistance in bovine trypanosomiasis in Africa. Trends in Parasitology 17, 25-28.
  • Geysen, D., Delespaux, V., Geerts, S., 2003. PCR-RFLP using Ssu-rDNA amplification as an easy method for species-specific diagnosis of Trypanosoma species in cattle. Vet Parasitol 110, 171-180.
  • Hanotte, O., Ronin, Y., Agaba, M., Nilsson, P., Gelhaus, A., Horstmann, R., Sugimoto, Y., Kemp, S., Gibson, J., Korol, A., Soller, M., Teale, A., 2002. Mapping of quantitative trait loci controlling trypanotolerance in a cross of tolerant West African N’Dama and susceptible East African Boran cattle. Pros Natl Acad Sci U.S.A. 100, 7443-8.
  • Herbert, W.J., Lumsden, W.H.R., 1976. Trypanosoma brucei: A rapid “matching” method for estimating the host’s parasitaemia. Exp. Parasitol. 40, 427-431.
  • Hide, G., Tait, A., 2004. Genetic and molecular epidemiology of trypanosomes. In: I. Maudlin, P.H. Holmes and M.A. Miles, Editors, The Trypanosomiases. CAB International, London 77–93.
  • Holmes, P.H., Eisler, M.C., Geerts, S., 2004. Current chemotherapy of animal trypanosomiasis. In: The Trypanosomiasis pp. 431–444, Maudlin, I., Holmes, P.H., Miles, M.A., 2004.
  • Ilemobade, A.A., 2009. Tsetse and trypanosomiasis in Africa: the challenges, the opportunities. Onderstepoort J. Vet. Res. 76, 35-40.
  • ILRI(a) (International Livestock Research Institute), n.d., Trypanosomiasis. http://www.ilri.org/InfoServ/Webpub/fulldocs/ilrad81/Trypanosomiasis.htm.
  • ILRI(b) (International Livestock Research Institute), n.d., Host immune responses to infection. http://www.ilri.org/InfoServ/Webpub/fulldocs/Ilrad90/Trypano.htm#P62_12….
  • ILRI(c) (International Livestock Research Institute), n.d., Drug resistance in trypanosomes, http://www.ilri.org/InfoServ/Webpub/fulldocs/ILRADre1992v10n4/Howtrypa….
  • IVM (Integrated vector management), n.d., Human African Trypanosomiasis. http://www.ivmproject.net/about/index.cfm?fuseaction=static&label=hat
  • Jamal, S., Sigaugue, I., Macuamule, C., Neves, L., Penzhorn, B.L., Marcotty, T., Van den Bossche, P., 2005. The susceptibility of Trypanosoma congolense isolated in Zambezia Province, Mozambique, to isometamidiumchloride, diminazene aceturate and homidium chloride. Onderstepoort J. Vet. Res.72, 333–338.
  • Kinabo, L.D., 1993. Pharmacology of existing drugs for animal trypanosomiasis. Acta trop 54, 169-83.
  • Kristjanson, P.M., Swallow, B.M., Rowlands, G.J., Kruska, R.L., de Leeuw, P.N., 1999. Measuring the costs of African animal trypanosomosis, the potential benefits of control and returns to research. Agricultural Systems. 59, 79–98.
  • Lane, C.D., 1914. Age determination in beef cattle. In: The Stockman’s Handbook, 7th ed.” by Ensminger, M.E., 1992.
  • Leak, 1996. A contribution to the epidemiology and understanding of tsetse-transmitted trypanosomiasis.
  • Lemecha, H., Mulatu, W., Hussein, I., Rege, E., Tekle, T., Abdisho, S., Ayalew, W., 2006. Response of four indigenous cattle breeds to natural tsetse and trypanosomosis challenge in the Ghibe valley of Ethiopia. Veterinary Parasitology 141, 165–176.
  • Limon-Flores, A.Y., Cervera-Cetina, R., Tzec-Arjona, J.L., Ek-Macias, L., Sánchez-Burgos, G., Ramirez-Sierra, M.J., Cruz-Chan, J.V., VanWynsberghe, N.R., Dumonteil, E., 2010. Effect of a combination DNA vaccine for the prevention and therapy of Trypanosoma cruzi infection in mice: role of CD4+ and CD8+ T cells. Vaccine 28, 7414-9.
  • Lin, C.M., Chen, T.Y., Wang, L.F., HUI, C.F., Hwang, J., 2001. Characterization of drug resistance to VM-26 in A2780 ovarian carcinoma cells. Zool. Stud. 40, 71–78.
  • Machila, N.A., Fèvre, E.M., Maudlin, I., Eisler, M.C., 2008. Farmer estimation of live bodyweight of cattle: Implications for veterinary drug dosing in East Africa. Prev. Vet. Med. 87, 394–403.
  • Maclennan, K.J., Jones-Davies, W.J., 1967. The occurrence of a berenil-resistant Trypanosoma congolense strain in Northern Nigeria. Vet Rec. 80, 389-90.
  • MacLeod, A., Turner, C.M., Tait, A., 1997. Detection of single copy gene sequences from single trypanosomes. Mol Biochem Parasitol. 84, 267–270.
  • Maina, N.W., Kunz, C., Brun, R., 2006. Cryopreservation of T. brucei gambiense in a commercial cryomedium developed for bull semen. Acta Trop. 98, 207-11.
  • Mamoudou, A., Zoli, A., Tanenbe, C., Andrikaye, J.P., Bourdanne, Marcotty, T., Delespaux, V., Clausen, P.H., Geerts, S., 2006. Evaluation sur le terrain et sur souris de la résistance des trypanosomes des bovins du plateau de l’Adamaoua au Cameroun à l’acéturate de diminazène et au chlorure d’isométamidium. Rev. Elev. Med. Vet. Pays. 59, 11–16.
  • Marquis, J.F., Hardy, I., Olivier, M., 2005. Topoisomerase I amino acid substitutions, Gly185Arg and Asp325Glu, confer camptothecin resistance inLeishmania donovani. Antimicrob. Agents Chemother. 49, 1441–1446.
  • Mäser, P., Lüscher, A., Kaminsky, R., 2003. Drug transport and drug resistance in African trypanosomes. Drug Resist. Updat. 6, 281–290.
  • Masumu, J., Marcotty, T., Geysen, D., Geerts, S., Vercruysse, J., Dorny, P., Van den Bossche, P., 2006. Comparison of the virulence of Trypanosoma congolense strains isolated from cattle in a trypanosomiasis endemic area of eastern Zambia. International Journal for Parasitology 36, 497-501.
  • Mattioli, R.C., Feldmann, U., Hendrickx, G., Wint, W., Jannin, J., Slingenbergh, J., 2004. Tsetse and trypanosomiasis intervention policies supporting sustainable animal-agricultural development. Food Agr Environ 2, 310-314.
  • Meyers Lexikon, n.d., Tsetsefliegen, http://de.winelib.com/wiki/Tsetsefliegen.
  • Mihret, A., Mamo, G., 2007. Bovine trypanosomosis in three districts of East Gojjam Zone bordering the Blue Nile River in Ethiopia. J Infect Dev Ctries. 1, 321-5.
  • MINITÜB GmbH, 2010, Semen extenders: http://www.minitube.de/DE_eng/Products-Services/Bovine/Semen-Extenders.
  • Moloo, S.K., Kutuza, S.B., 1989. Expression of resistance to isometamidium and diminazene in Trypanosoma congolense in Boran cattle infected by Glossina morsitans centralis. Acta Trop. 47, 79-89.
  • Mulugeta, W., Wilkes, J., Mulatu, W., Majiwa, P.A.O., Masake, R., Peregrine, A.S., 1996. Long-term occurrence of Trypanosoma congolense resistant to diminazene, isometamidium and homidium in cattle at Ghibe, Ethiopia. Acta tropica. 64, 205-217.
  • Negash, M., Girma, M., Seyoum, E., 2007. Epizootiological importance of Glossina morsitans submorsitans (Diptera: Glossinidae) (Newstead) in the Ghibe River Valley, Southwest Ethiopia. Acta Tropica 102, 100–105.
  • Nicholson, M.J., Butterworth, M.H., 1986. A guide to condition scoring of Zebu cattle.
  • NRI (Natural resources institute), n.d., Bait technologies. http://www.nri.org/tsetse/Technol/index.html.
  • Ofcansky, T.P., Laverle, B., 1991. Livestock. http://countrystudies.us/ethiopia/95.htm.
  • Pathogen profile dictionary, n.d., Protozoan and helminth parasites. http://www.ppdictionary.com/parasites_3.htm.
  • Picozzi, K., Tilley, A., Fèvre, E.M., Coleman, P.G., Magona, J.W., Odiit, M., Eisler, M.C., Welburn, S.C., 2002. The diagnosis of trypanosome infections: application of novel technology for reducing disease risk. Afr Jl of Biotechnol. 1, 39–45.
  • Radwanska, M., Guirnalda, P., De Trez, C., Ryffel, B., Black, S., Magez, S., 2008. Trypanosomiasis-Induced B Cell Apoptosis Results in Loss of Protective Anti-Parasite Antibody Responses and Abolishment of Vaccine-Induced Memory Responses. PLoS Pathog. 30.
  • Rayaisse, J.B., Tirados, I., Kaba, D., Dewhirst, S.Y., Logan, J.G., Diarrassouba, A., Salou, E., Omolo, M.O., Solano, P., Lehane, M.J., Pickett, J.A., Vale, G.A., Torr, S.J., Esterhuizen, J., 2010. Prospects for the development of odour baits to control the tsetse flies Glossina tachinoides and G. palpalis s. PLoS Negl Trop Dis. 16.
  • Robson, J., Ashkar, T.S., 1972. Trypanosomiasis in domestic livestock in the Lambwe Valley area and a field evaluation of various diagnostic techniques. Bull World Health Organ. 47, 727-34.
  • Rodriguez, A.E.V., Zuñiga, E., Montes, C.L., Gruppi, A., 2003. Interleukin-4 biases differentiation of B cells from Trypanosoma cruzi-infected mice and restrains their fratricide: role of Fas ligand down-regulation and MHC class II-transactivator up-regulation. Journal of Leukocyte Biology 73, 127-136.
  • Rowlands G.J., Leak, S.G.A., Peregrine, A.S., Nagda, S.M., Mulatu, W., d’Ieteren, G.D.M., 2001. The incidence of new and the prevalence and persistance of recurrent trypanosome infections in cattle in southwest Ethiopia exposed to a high challenge with drug-resistant parasites. Acta tropica. 79, 149-163.
  • Rowlands, G.J., Leak, S.G.A., Mulatu, W., Nagda, S.M., Wilson, A., d’Ieteren, D.M., 2000. Use of deltamethrin “pour-on” insecticide for the control of cattle trypanosomosis in the presence of high tsetse invasion. Medical and veterinary entomology. 15, 87-96.
  • Rowlands, G.J., Leak, S.G., Mulatu, W., Nagda, S.M., Wilson, A., d’Ieteren, G.D., 2001. Use of deltamethrin “pour-on” insecticide for the control of cattle trypanosomosis in the presence of high tsetse invasion. Med Vet Entomol. 15, 87-96.
  • SIT Africa (Pty) Ltd, 2011, How does SIT work?, http://www.sitafrica.co.za/index.php?option=com_content&task=view&id=14….
  • Sones, K., 2001. Pharmaceutical companies: partners or enemies ? ICPTV Newsletter 3, 19-21.
  • S.O.S. (Stamp out Sleeping Sickness compaign), n.d., tsetse flies– the transmittors of the sleeping sickness parasites, http://www.stampoutsleepingsickness.com/about-sos-/tsetse-and-trypanoso…
  • Stein, J., Ayalew, W., Rege, J.E.O., Mulatu, W., Malmfors, B., Dessie, T., Philipsson, J., 2009. Livestock keeper perceptions of four indigenous cattle breeds in tsetse infested areas of Ethiopia. Trop Anim Health Prod. 41, 1335–1346.  
  • Steven Mihok, 1999-2009, Biting flies, http://www.nzitrap.com/Biting/biting.htm.
  • Tadesse, A., Tsegaye, B., 2010. Bovine trypanosomosis and its vectors in two districts of Bench Maji zone, South Western Ethiopia. Trop anim health prod. 42, 1757-1762.
  • Talaki, E., Sidibe, I., Diall, O., Grace, D., Barry, A.M., Djiteye, A., Bocoum, Z., Clausen, P.H., Randolph, T., Affognon, H., Hendrickx, G., Pangui, L.J., Belem, A.M.G., 2006. Répartition spatiale des trypanosomoses animales en relation avec la chimiorésistance dans la zone cotonnière de l’Afrique de l’Ouest (Mali et Guinée). Rev. Afr. Sante Prod. Anim. 4, 45–50.
  • Taylor, J.E., Rudenko, G., 2006. Switching trypanosome coats: what’s in the wardrobe? Trends Genet. 22, 614-620.
  • Vale, G.A., Torr, S.J., 2005. User-friendly models of the costs and efficacy of tsetse control: application to sterilizing and insecticidal techniques. Medical and Veterinary Entomology. 19, 293-305.
  • Van den Bossche, P., Rowlands, G.J., 2001. The relationship between the parasitological prevalence of Trypanosomal infections in cattle and herd average packed cell volume. Acta Trop. 78, 163-170.
  •  Van den Bossche, P., Akoda, K., Kubi, C., Marcotty, T., 2006. The transmissibility of Trypanosoma congolense seems to be associated with its level of resistance to isometamidium chloride. Veterinary parasitology. 135, 365-367.
  • Van den Bossche, P., Chitanga, S., Masumu, J., Marcotty, T., Delespaux, V., 2010. Virulence in Trypanosoma congolense Savannah subgroup. A comparison between strains and transmission cycles. Parasite Immunol. 10, 1365-3024.
  • Verloo, D., Holland, W., My, L.N., Thanh, N.G., Tam, P.T., Goddeeris, B., Vercruysse, J., Büscher, P., 2000. Comparison of serological tests for Trypanosoma evansi natural infections in water buffaloes from North Vietnam. Veterinary Parasitology. 92, 87-96.
  • Vickerman, K., 1978. Antigenic variation in trypanosomes. Nature 273, 613 – 617.
  • Wang, Z., Englund, P.T., 2001. RNA interference of a trypanosome topoisomerase II causes progressive loss of mitochondrial DNA. EMBO J. 20, 4674–4683.
  • Whiteside, E.F., 1963. A strain of Trypanosoma congolense directly resistant to berenil. J Comp Pathol. 73, 167-75.
  • Wilkes, J.M., Mulugeta, W., Wells, C., Peregrine, A.S., 1997. Modulation of mitochondrial electrical potential: a candidate mechanism for drug resistance in African trypanosomes. Biochem. J. 326, 755–761.
  • Yamamoto, D.S., Nagumo, H., Yoshida, S., 2010. Flying vaccinator; a transgenic mosquito delivers a Leishmania vaccine via blood feeding. Insect Molecular Biology 19, 391–398.   
  • Zerba, E., 1988. Insecticidal activity of pyrethroids on insects of medical importance. Parasitol Today. 4, S3-7.