De nasaleermethodiek van Pahn bij kinderen. Een oefenboek voor kleuters (vier- tot vijfjarigen).

Katrien Brebels
Persbericht

De nasaleermethodiek van Pahn bij kinderen. Een oefenboek voor kleuters (vier- tot vijfjarigen).

De nasaleermethodiek van Pahn bij kinderen (vier- tot vijfjarigen).

De behandeling van stemstoornissen is een specifieke maar uitgebreide discipline binnen de logopedie. De patiëntenpopulatie is divers en bestaat uit zowel personen met stemproblemen als professionals die hun stem willen optimaliseren. Ook jonge kinderen kunnen zich aanmelden met stemklachten zoals heesheid. 14% van de kleuterpopulatie zou hees zijn hebben waarvan 6% chronisch. De behandeling is een persoonlijk en variabel proces waarin verschillende factoren een bepalende rol spelen. Bij jonge kinderen hebben we aandacht voor hun leeftijd en het intellectueel niveau. Een aangepaste aanpak en benadering zijn dan op hun plaats.

De stem en heesheid

Een normale stem beschikt over een goede luidheid, draagkracht en een aangepaste toonhoogte naargelang leeftijd en geslacht. Het stemgeluid is aangenaam om naar te luisteren. Deze stem ontwikkelt gelijklopend met de normale ontwikkeling van een persoon en is onderhevig aan zowel interne als externe factoren. Intrinsieke factoren kunnen zijn: temperament, gedrag, groeispurten, etc. Extrinsieke invloeden omvatten voorbeelden uit de omgeving, de leefsituatie, hobby’s, etc.

Heesheid is het gevolg van een stoornis in het stemapparaat of de stemgeving. Het stemgeluid klinkt afwijkend en vaak niet meer aangenaam. Het is een symptoom van een stemstoornis als groter geheel. Om dit vast te stellen is er nood aan medisch en logopedisch onderzoek.

Kinderen en stemproblemen

Stemproblemen kunnen iedereen treffen. Zowel volwassenen als jonge kinderen. In de populatie van vier- tot vijfjarigen komt heesheid in 14% van de gevallen voor. 6% van de aanmeldingen vertoont een chronische heesheid. Het meest voorkomende probleem bij deze kinderen zijn stemplooiknobbeltjes. Die vallen onder de ‘functionele stemstoornissen’ of stoornissen als gevolg van een verkeerd stemgebruik. De stem op een verkeerde manier gebruiken kan een oorzaak zijn van heesheid. Naast deze oorzaak, kan ook een organisch letsel zoals een stemplooipoliep, zorgen voor een verstoord stemgeluid. Ook een groeispurt kan voor een kind een periode van heesheid betekenen.

Heesheid kan gevolgen met zich meebrengen voor de kinderen op fysiek, functioneel en sociaal-emotioneel vlak. Fysieke gevolgen zijn bijvoorbeeld een kriebelend gevoel of een kropgevoel in de keel. Op functioneel vlak is het mogelijk dat het kind moeilijker kan praten of zingen. Sociaal-emotioneel kunnen er negatieve gevoelens optreden ten opzichte van de stem. De kinderen krijgen vaak opmerkingen over hun stem of manier van spreken.

De nood aan therapie wordt bepaald op basis van logopedisch en medisch onderzoek. Dat laatste gebeurt door een KNO-arts. De behandeling van stemproblemen is een persoonlijk proces dat afhankelijk is van verschillende factoren zoals leeftijd, geslacht, persoonlijkheid, … Omdat jonge kinderen tot een zeer specifieke populatie behoren, is het nodig om therapie en oefeningen op maat te voorzien. Dat is niet steeds een eenvoudige opgave die kennis en ervaring vereist. Voor kleuters en kinderen bestaan enkele aangepaste methodes, maar vaak is het moeilijk om een geschikte aanpak te voorzien.

De nasaleermethodiek

Een behandelmethode die vaak gebruikt wordt bij stempatiënten is de nasaleermethodiek van Johannes en Elke Pahn. De methodiek werd ontwikkeld in 1964 en heeft als doel de stempatiënt zijn stem op een juiste manier leren gebruiken. Deze methode kan worden gebruikt bij personen die stemproblemen hebben en bij professionals die hun stemgebruik willen optimaliseren. Men vertrekt vanuit het ‘nasaleren’. Hiermee wordt teruggegrepen naar het basisgeluid en ontspannen gebruik van de stem zonder die onnodige te belasten.

De oefeningen worden geleidelijk opgebouwd door moeilijkheidsgraden toe te voegen in verschillende oefenstadia. Op die manier evolueert de patiënt naar een normalere manier van spreken met een correct en ontspannen stemgebruik.

Omdat dit een zeer specifieke behandelmethode is, is een extra opleiding tot Pahn-therapeut vereist. Dit met het oog op een kwalitatieve begeleiding en behandeling van de stempatiënt.

Een kindvriendelijke versie

Uit bevraging in het werkveld, blijkt dat de nasaleermethodiek van Pahn niet vaak bij kinderen wordt toegepast omdat die te abstract is om over te brengen. Vaak gebruiken therapeuten slechts enkele en vereenvoudigde onderdelen van de methode. Een kindvriendelijke versie zou wel gebruikt worden door de ondervraagde therapeuten juist omdat ze deze methode graag gebruiken.

Om aanpassingen in de methode door te voeren, werd eerst research gedaan over hoe jonge kinderen leren, elementen onthouden, wat belangrijk is in hun leerproces, enzovoort. Vanuit die kennis en tips uit het werkveld kon de methode worden aangepast naar het niveau van vier- tot vijfjarigen.

Belangrijke aandachtspunten waren: visualiseren, concretiseren en een aangepaste aanpak voorzien. Dat laatste bestaat voornamelijk uit de verklaring van het doel van de oefeningen, speels oefeningen aanbrengen, veel herhalingen doorvoeren en een veilige leeromgeving creëren. Daarnaast is het ook zeer belangrijk om de ouders te betrekken in het leerproces van deze jonge kinderen omdat zij een belangrijke rol spelen in het leven van de kleuters.

De originele opbouw van de methode werd behouden, maar vereenvoudigd door verhalen en prenten toe te voegen en de oefenstadia geleidelijker in elkaar te laten overvloeien. Het oefenboek dat werd ontworpen, is tweedelig. Het gedeelte voor de kinderen bevat een verhaal dat de rode draad vormt doorheen de volledige oefengang. De ouderhandleiding bevat meer uitleg over het doel en verloop van de oefeningen om die thuis te herhalen.

Het verhaal speelt zich af in de dierentuin en handelt over Fien en Tuur, twee kleuters die samen met de dieren, de hese stem van hun nieuwe vriend helpen verbeteren. Dit verhaal, de kleuters en de dieren bieden herkenningspunten die de motivatie van de kleuter verhogen. Daarnaast is het ook een houvast voor de opbouw van de oefenstadia die worden voorgesteld door de dieren. Elke oefening wordt geconcretiseerd door middel van voorwerpen en extra prenten. Dit maakt het verhaal, de oefening en de beleving ervan echter wat ook de motivatie verhoogt.                             

 Tuur en Fien

Naast het oefenboek bestaat de therapeutenhandleiding met richtlijnen en tips voor de toepassing ervan. De therapeut is vrij om die aan te passen aan de noden van de kleuter.

Besluit

Met deze aangepaste versie geeft Katrien Brebels een leidraad aan om alle partijen op niveau en een leuke manier te begeleiden. Zowel therapeuten, patiënten en de ouders worden actief betrokken op een leerrijke en speelse wijze.  

 

 

Bibliografie

Geschreven bronnen

Boeken

Berk, L.E. (1997). The Family. Child development (4th ed.) (pp. 538-576). Massachusetts: Needham Heigths.

Boekaerts, M., & Simons, P.R.J. (1995). Leren en leertheorieën. Leren en instructie: psychologie van de leerling en het leerproces (pp. 1-22). Assen: Van Gorcum.

Boekaerts, M., & Simons, P.R.J. (1995). Instructie en instructietheorieën. Leren en instructie: psychologie van de leerling en het leerproces (pp. 169-222). Assen: Van Gorcum.

Boone, R., & McFarlane, S. (1994). Voice therapy for Young children. The voice and voice therapy (5th ed.) (pp. 147-150). New Jersey: Prentice hall.

Bracke, R. (2003). Bewegingsopvoeding voor kleuters (4de dr.). Antwerpen-Apeldoorn: Garant.

Bracke, R. (2003). Uitgangspunten – Ervaringsgericht werken in de kleuterschool. Bewegingsopvoeding voor kleuters (4de dr.) (pp. 19-64). Antwerpen-Apeldoorn: Garant.

Bracke, R. (2003). Doelen van bewegingsopvoeding voor kleuters. Bewegingsopvoeding voor kleuters (4de dr.) (pp. 65-76). Antwerpen-Apeldoorn: Garant.

Bracke, R. (2003). Activiteitsdomeinen. Bewegingsopvoeding voor kleuters (4de dr.) (pp. 99-287). Antwerpen-Apeldoorn: Garant.

Craeynest, P. (2005). De psychologie van de levensloop (2de dr.). Leuven: Acco

Craeynest, P. (2005). De kleuterjaren. De psychologie van de levensloop (2de dr.) (pp. 171-199). ( Leuven: Acco

De Bodt, M., Heylen, L., Mertens, F., Vanderwegen, J. & Van de Heyning, P. (2008). Specifieke populaties: Kinderdysfonie. Stemstoornissen (pp. 302-307). Antwerpen-Apeldoorn: Garant.

de Jager, M., & Lebeer, J. (1995). Denken kun je leren (herziene druk). Den Haag: Sardes.

 de Jager, M., & Lebeer, J. (1995). Het optimaliseren van de leeromgeving. Denken kun je leren (herziene druk) (pp. 48-55). Den Haag: Sardes.

de Valck, M. (2006). Speelgoed van 0 -12 jaar. Het speelgoedboek: Eerste hulp bij het kiezen van speelgoed (2de herziene dr.) (pp. 11-29). Amsterdam: Uitgeverij SWP.

de Valck, M. (2006). Over speelgoedkeuze. Het speelgoedboek: Eerste hulp bij het kiezen van speelgoed (2de herziene dr.) (pp. 227-234). Amsterdam: Uitgeverij SWP.

Hesselink, B. (2005). Skillslab-serie voor logopedische vaardigheden: Pahn-methodiek (2de dr.). Utrecht: Lemma.

Hunt, J., & Sater, A. (2003). Principles of therapy and management. Working with children’s voice disorders (pp. 47-54). Bicester: Speechmark publishing limited.

Hunt, J., & Sater, A. (2003). The origins of pediatric dysphonia. Working with children’s voice disorders (pp.12-30). Bicester: Speechmark publishing limited.

Kernberg, P., Buhl-Nielsen, B., & Normandin, L. (2006). Beyond the reflection: the role of the mirror paradigm in clinical practice. New York: Other Press.

Kernberg, P., Buhl-Nielsen, B., & Normandin, L. (2006). Self-development, mirror behaviors, and attachment. Beyond the reflection: the role of the mirror paradigm in clinical practice (pp. 3-51). New York: Other Press.

Kernberg, P., Buhl-Nielsen, B., & Normandin, L. (2006). Mapping and measuring mirror behavior. Beyond the reflection: the role of the mirror paradigm in clinical practice (pp. 81-177). New York: Other Press.

Laishley, J. (1987). Working with Young children, Looking at how children learn (2nd ed.) (pp. 72-80). Baltimore: Edward Arnold.

Laishley, J. (1987). Making the most of children’s learning opportunities. Working with Young children (2nd ed.) (pp. 103-119). Baltimore: Edward Arnold.

Laishley, J. (1987). Adult behavior with children – some general approaches to dealing with problems. Working with Young children (2nd ed.) (pp. 133-157). Baltimore: Edward Arnold.

Laishley, J. (1987). Parent involvement as a development in work with young children. Working with Young children (2nd ed.) (pp. 185-191). Baltimore: Edward Arnold.

Laishley, J. (1987). Making parent involvement work well – the planning. Working with Young children (2nd ed.) (pp. 192-203). Baltimore: Edward Arnold.

Laishley, J. (1987). Making parent involvement work well – the people. Working with Young children (2nd ed.) (pp. 204-220). Baltimore: Edward Arnold.

Morris, D. (2010). Vertrekpunt. Kind: De ontwikkeling van het kind van 2 tot 5 jaar (pp.9-27). London: Hamlyn, a devision of Octopus Publishing Group Ltd.

Morris, D. (2010). Intellect in ontwikkeling. Kind: De ontwikkeling van het kind van 2 tot 5 jaar (pp. 29-117). London: Hamlyn, a devision of Octopus Publishing Group Ltd.

Morris, D. (2010). Emotie in ontwikkeling. Kind: De ontwikkeling van het kind van 2 tot 5 jaar (pp. 119-165). London: Hamlyn, a devision of Octopus Publishing Group Ltd.

Nijzink-Van Grinsven, C.W., Smit-Hermer, S.A.L., & Waar, C.H. (1994). Kinderheesheid, achtergronden en suggesties voor therapie. Bussum: Dick Coutinho.

Nijzink-Van Grinsven, C.W., Smit-Hermer, S.A.L., & Waar, C.H. (1994). De ontwikkeling van kinderheesheid. Kinderheesheid, achtergronden en suggesties voor therapie (pp. 21-29). Bussum: Dick Coutinho.

Nijzink-Van Grinsven, C.W., Smit-Hermer, S.A.L., & Waar, C.H. (1994). Signalering en verwijzing. Kinderheesheid, achtergronden en suggesties voor therapie (pp. 30-35). Bussum: Dick Coutinho.

Nijzink-Van Grinsven, C.W., Smit-Hermer, S.A.L., & Waar, C.H. (1994). De rol van de ouders. Kinderheesheid, achtergronden en suggesties voor therapie (pp. 53-58). Bussum: Dick Coutinho.

Nijzink-Van Grinsven, C.W., Smit-Hermer, S.A.L., & Waar, C.H. (1994). Van beleid naar therapie. Kinderheesheid, achtergronden en suggesties voor therapie (pp. 59-69). Bussum: Dick Coutinho.

Nijzink-Van Grinsven, C.W., Smit-Hermer, S.A.L., & Waar, C.H. (1994). Oefensituaties adem en ontspanning. Kinderheesheid, achtergronden en suggesties voor therapie (pp. 70-75). Bussum: Dick Coutinho.

Nijzink-Van Grinsven, C.W., Smit-Hermer, S.A.L., & Waar, C.H. (1994). Pahn. Kinderheesheid, achtergronden en suggesties voor therapie (pp. 97-102). Bussum: Dick Coutinho.

Pahn., J., & Pahn., E. (2000). De nasaleermethode: oefenmethode voor de spreek- en zangstem (2de dr.). Lisse: Swets & Zeitlinger.

Vermeulen, E., & Staelens, N., (2011). Tem je stem. Belsele: Vlaamse vereniging voor logopedisten.

Eindwerken

Coenjaerts, L., & De Jonghe, S. (2011). De nasaleermethode van Pahn voor kinderen: Voor kinderen van zes t.e.m. tien jaar. Gent: Arteveldehogeschool.

Van Assche, E. (2001). Auditief discriminatievermogen voor suprasegmentele aspecten van spraak: screening van auditieve vaardigheden bij kinderen in functie van stemtherapie. Gent, Hogeschool Gent.

Artikels

Kuiper, J.H. (2004). De kinderstem, Symposium ‘De stem door het leven heen: multidimensionaal – multidisciplinair (pp. 71-79). Nijmegen: UMC St. Radboud.

Verdonck-de Leeuw, I. (2003). Leerpsychologische analyse van een therapiemethode: De Nasaleermethode van Pahn. Logopedie en foniatrie, 75 (9), 270-275.

Audiovisuele bronnen

Internetbronnen

Boon, A., ten Cate, L., Snijders, W., & Nannes, R. (s.d.) Stemproblemen. Geraadpleegd op       4 april 2011, op http://www.ieder1stem.nl/problemen.htm

Houfflijn, N. (2005) Vijf uitdagingen voor elke opvoeder volgens Pnina Klein. Geraadpleegd     op 4 april 2011, op                 http://www.kiddo.net/100470

Rubinstein, N. (2007). The elements of good therapy. Geraadpleegd op 4 april 2011, op http://www.goodtherapy.org/what-is-good-therapy.html

Elektronische bronnen

Verduyckt, I., Remacle, M., Jamart, J., Benderitter, C., & Morsomme, D. (2010). Voice-related complaints in the pediatric population [electronic version]. Journal of voice, 25 (3), 373-380.

Connor, N.P., Cohen, S.B., Theis, S.M., Thibeault, S.L., Heatly, D.G., & Bless, D.M. (2008). Attitudes of children with dysphonia [electronic version]. Journal of voice, 22 (2), 197-209.

Lee, E.K., & Son, Y.I. (2005). Muscle tension dysphonia in children: Voice characteristics and outcome of voice therapy [electronic version]. International journal of pediatric otorhinolaryngology, 69 (), 911-917.

Lens, W. (2001) Ik wil niet naar school [electronic version]. Klasse voor ouders, 52 (198), 4-5.

Martin, A., Ryan, R.A., & Brooks-Gunn, J. (2006). The joint invluence of mother and father parenting on child cognitive outcomes at age 5 [electronic version]. Early childhood research quarterly, 22 (2007), 423-439.

Stollman, M.H.P., van Velzen, E.C.W., Simkens, H.M.F., Snik, A.F.M., & van den Broek, P. (2004). Development of auditory processing in 6-12-year-old children: a longitudinal study [electronic version]. International journal of audiology 43 (1), 34-44.

Martins, R.H.G.M., Defaveri, J., Domingues, M.A.C., Silva, R.A. & Fabro, A. (2009). Vocal nodules: Morphological and immunohistochemical investigations [electronic version]. Journal of voice 24 (5), 531-539.

Nienkerke-Springer, A., McAllister, A., & Sundberg, J. (2005). Effects of Family therapy on children’s voices [electronic version]. Journal of voice, 19 (1), 103-113.

Peralta de Mendoza, O.A., & Salsa, A.M. (2003). Instruction in early comprehension an use of a sumbol-referent relation [electronic version]. Cognitive development, 18 (2003), 269-284.

Sigafoos, J., Roberts-Pennell, D., & Graves, D., (1999). Logitudinal assessment of play and adaptive behavior in young children with developmental disabilities [electronic version]. Research in developmental disabilities 20 (2), 147-162.

Simkens, H.M.F., & Verhoeven, L. (2003). Auditieve vaardigheden bij kinderen in de basisschoolleeftijd: ESM-kinderen scoren slechter [electronic version]. Logopedie en foniatrie, 12 (9), 378-385.

Trani, M., Ghidini, A., Bergamini, G., & Presutti, L. (2007). Voice therapy in pediatric functional dysphonia: A prospective study [electronic version]. International journal of pediatric otorhinolaryngology, 71 (), 379-384

Universiteit of Hogeschool
Professionele bachelor in de logopedie en audiologie. Afstudeerrichting logopedie
Publicatiejaar
2012
Share this on: