Een leefwereld in portretten. Leven en werk van Antonine De Mun (1849-1931)

Wendy Wiertz
Persbericht

Een leefwereld in portretten. Leven en werk van Antonine De Mun (1849-1931)

Penseelprinses zoekt man

“Vrouwen aan de haard.” Ook nu nog zijn er mensen die vinden dat vrouwen beter thuis voor de kinderen zorgen. Hun man zal het geld wel verdienen. Tijdens de negentiende eeuw is dit de realiteit voor meisjes van adel en rijke burgerij. Dan moest je er wel eerst voor zorgen dat een rijke man van aanzien je wou versieren. Het hielp als je knap, rijk en van adel was. Bovendien was je nog aantrekkelijker als je een talent had voor kunst. Dus werd er massaal getekend en geschilderd.

Twee eeuwen geleden was er een strikte scheiding tussen mannen en vrouwen. Mannen gingen buitenshuis werken, terwijl hun vrouw thuisbleef. Hierdoor kregen ze elk een ander soort onderwijs. Naast enkele basisvakken, zoals taal, godsdienst en wiskunde, kregen meisjes vooral lessen in kunst. Allemaal moesten ze leren tekenen en schilderen, zelfs als ze er een hekel aan hadden of er niets van konden. Daarom stopten sommigen meteen op het moment dat ze trouwden. De buit was binnen. Anderen bleven hun hele leven lang de kunsten als hobby beoefenen. Zij worden penseelprinsessen genoemd. Eén van hen is Antonine De Mun.

“Ik heb een raar karakter. Ik ben vrolijk en zorgelijk tegelijk.” Zo omschrijft Antonine zichzelf op tweeëntwintigjarige leeftijd. De jonge vrouw is in 1849 in Parijs geboren. Haar ouders zijn de markiezen de Mun. Antonine is dus van adel en leert tekenen en schilderen, zoals het hoort voor een meisje van haar afkomst. Hiervoor gaat ze een tijdje les volgen in de meisjesklas van de Parijse schilder Charles Chaplin. Net als haar leraar kiest ze voor de portretkunst. Haar eerste modellen zijn haar jongere zussen, Sissy en Marie.

In 1872 trouwt Antonine met de toekomstige hertog Joseph d’Ursel en ze verhuist naar België. Afwisselend woont het koppel in Brussel en Hingene. In Brussel heeft de familie d’Ursel haar hoofdwoonst in het Hôtel d’Ursel. Het Kasteel d’Ursel in Hingene is het buitenverblijf, waar ze enkel tijdens de zomer verblijven. Hier wordt de jongste van de vier kinderen van Antonine en Joseph geboren. Dankzij de zorgen van voedsters, gouvernantes en een legertje bedienden blijft er tijd over om te schilderen.

Schilderen doet ze met voorkeur in haar schildersatelier. Haar echtgenoot liet in het park rond het kasteel een schildersatelier voor haar bouwen. De amateurkunstenares vraagt iedereen om er voor haar te poseren. Zo worden familieleden, vrienden en bedienden op doek vereeuwigd. Toch loopt het niet altijd van een leien dakje. Voor een processie door het dorp wil ze graag een schilderij maken, dat het kindje Jezus in de kribbe voorstelt. Een struise baby uit het dorp is model, maar hij blijft niet echt stil liggen. ’s Avonds schrijft ze naar één van haar vriendinnen: “Het is tien uur ’s avonds. Ik ben veel te moe om me nog langer bezig te houden met een zeer beweeglijk en weinig goddelijk kindje Jezus, dat lag te brullen op het stro. Ik ga snel proberen te slapen.” Ondanks zijn temperament is de kloeke baby uit Hingene nog steeds op doek te bewonderen.

De hertogin is erg trots op haar werk en toont het graag. Familieleden en vrienden worden steeds meegenomen naar het atelier om haar laatste schilderij te bewonderen. Ook stuurt ze regelmatig schilderijen in naar tentoonstellingen in Brussel en Parijs. Zo hoopt ze dat meer mensen haar portretten kunnen bewonderen. In de Franse hoofdstad neemt ze een vijf keer deel aan de expositie van de Société Artistique des Amateurs. Het is een vereniging voor amateurkunstenaars, die om de twee jaar een kunsttentoonstelling organiseren. Net voor de eeuwwisseling zendt ze het portret van haar huisarts, dr. Martiny in. Het schilderij krijgt goede kritieken in de pers. Ook latere recensies loven Antonine steeds als een goede portretschilderes.

Strikt genomen is Antonine een amateurkunstenares. Schilderen is dus niet haar beroep. Toch neemt ze deel aan tentoonstellingen en verkoopt ze af en toe een schilderij. Vaak vragen vrienden om een portret te kopiëren. Hiervoor krijgt de hertogin geld, maar dit geeft ze steeds aan liefdadigheidsorganisaties. Het past niet voor een vrouw van de hoge kringen om haar eigen geld te verdienen. Voor haar steun aan talrijke goede doelen krijgt ze aan het einde van haar leven een onderscheiding. Koning Albert I verheft haar in april 1931 tot ridder in de Leopoldorde. Een maand later, op 31 mei 1931, sterft Antonine De Mun op 81-jarige leeftijd.

Na haar dood werd Antonines naam en werk al snel vergeten. Dit was het lot, dat ze deelt met andere vrouwelijke kunstenaars. Na haar opleiding in Parijs, trouwde ze, kreeg kinderen én bleef schilderen. Ze toonde haar kunst aan de buitenwereld, door deel te nemen aan tentoonstellingen in binnen- en buitenland. Af en toe verkocht ze een werk. Het geld ging naar het goede doel. Antonine De Mun was een rasechte penseelprinses, die door haar portretten van familieleden, vrienden en bedienden, ons nu nog een kijkje in haar wereld gunt. Deze schilderijen vormen een ‘leefwereld in portretten.’

Bibliografie

Anoniem, “Uit Hingene” (Hingene: Archief kerkfabriek Sint-Stefanuskerk Hingene, 10 mei 1912).

Anoniem, “Rekening Old England,” familiearchief d’Ursel (Brussel: Algemeen Rijksarchief Brussel, 16 januari 1902).

Anoniem, Paravent peint par Antonine (Frankrijk: Archief Les Orantes de l’Assomption, na 1911).

De Mun, Antonine, “Correspondence d’Antonine et sa famille pendant la guerre ‘14-’18” (België: familiearchief d’Ursel, 1914-1918).

———, “Correspondentie Joseph d’Ursel 1904-1931” (Brussel: familiearchief d’Ursel, 1904-1931).

De Mun, Antonine, en Maria von Hohenzollern-Sigmaringen. “Correspondentie tussen hertogin Antonine de Mun en Maria von Hohenzollern, gravin van Vlaanderen” (België: familiearchief d’Ursel, 1891-1912).

De Mun, Antonine, “Journal d’Antonine”, Dagboek (Ciney: privébezit Baudouin d’Ursel, 1861-1872).

De Mun, Antonine, “Kasboeken”, familiearchief d’Ursel (Brussel: Algemeen Rijksarchief Brussel: 1897-1903), F454-F457, F434 en Le1575.

d’ Ursel, Joseph, “Correspondentie Joseph d’Ursel 1856-1884” (Brussel: familiearchief d’Ursel, 1856-1884).

d’ Ursel, Joseph en Antonine de Mun, “Correspondentie Joseph d’Ursel 1885-1893” (Brussel: familiearchief d’Ursel, 1885-1893).

———, “Correspondentie Joseph d’Ursel 1894-1900” (Brussel: familiearchief d’Ursel, 1894-1900).

———, “Correspondentie Joseph d’Ursel 1901-1903” (Brussel: familiearchief d’Ursel, 1901-1903).

Dewit, Albert, “Rekening Belgique charitable,” familiearchief d’Ursel (Brussel: Algemeen Rijksarchief Brussel, 4 oktober 1904), F455.

Mommen, Félix, “Rekeningen Antonine De Mun 1897-1903,” familiearchief d’Ursel (Brussel: Algemeen Rijksarchief Brussel: 1897-1903), F454-F457, F434 en Le1575.

Thielemans, Henri, en Antonine de Mun, “Uitgaves in verband met muurschilderingen door Max Enderlé in Sint-Stefanuskerk en Sint-Benedictuskapel in Hingene 1911-1912 (kasboek en kwitanties)”, familiearchief d’Ursel (Brussel: Algemeen Rijksarchief Brussel, 1911-1912), L559.

van België, Albert en Paul-Emile Janson, “Benoeming van Antonine de Mun, hertoginweduwe d’Ursel in de Leopoldorde,” familiearchief d’Ursel (Brussel: Algemeen Rijksarchief Brussel: 1897-1903), R34.

 

Anoniem, “Reviewed works: Charles Chaplin”, The Aldine, 1879.

Anoniem, “Correspondance de Belgique. L’exposition Van Dyck à Anvers”, Le bulletin de l’art ancien et moderne. Supplément hebdomadaire de la Revue de l’art ancien et moderne, 24, 8 juli 1899, 194.

Anoniem, “Expositions et Concours prochains”, Le bulletin de l’art ancien et moderne. Supplément hebdomadaire de la Revue de l’art ancien et moderne, 1, 7 januari 1899, 12.

Anoniem, “Frédéric Le Play”, Encyclopedia Britannica online,

http://www.britannica.com/EBchecked/topic/333416/Frederic-Le-Play.

Bungeneers, Joke en Benny Croket, “Bidden aan den Hinck”, Kasteel d’Ursel magazine, april 2011.

Corbeau-Parsons, Caroline, “Drie generaties op doek”. Kasteel d’Ursel magazine, april 2011.

Curtis, Sarah A, “Charitable ladies: gender, class and religion in mid nineteenth-century Paris”, Past & present 117 (2002): 121–156.

Daguerre de Hureaux, A., en F. Masson, “Chaplin, Charles”. Oxford Art Online, 5 maart 2012, www.oxfordartonline.com.

Davenport, Nancy, “Pater Desiderius Lenz at Beuron: History, Egyptology and modernism in nineteenth-century German monastic art”, Religion and the arts, 2009.

Depelchin, Davy, “Een stille revolte in de Senaat. Wauters’ portret van Joseph d’Ursel”, Kasteel d’Ursel magazine, november-december 2010-januari 2011.

Deveen, Lydia, “Het taalgebruik van kunstcritici in verband met vrouwelijke kunstenaars (Frankrijk, 19de eeuw). Enkele voorbeelden,” Handelingen van de Koninklijke Zuid-Nederlandse Maatschappij voor Taal-en Letterkunde en Geschiedenis, 43 (1989), 185-202.

De Vlieger-De Wilde, Koen, “Zomers in Hingene”, Kasteel d’Ursel magazine, februari-maart-april 2012.

De Vlieger-De Wilde, Koen, “Antonine de Mun, de artistieke hertogin”, Kasteel d’Ursel magazine, oktober-november-december 2010.

De Vlieger-De Wilde, Koen en Joke Bungeneers, “Kasteel d’Ursel in Hingene: from maison de plaisance to ducal lieu de mémoire?”, Belgisch tijdschrift voor filologie en geschiedenis 88 (2010): 455–478.

d’ Ursel, Baudouin, “Henri d’Ursel”, Bulletin de l’Association de la Famille d’Ursel, 1997.

G., R. “Expositions et concours. Société artistique des amateurs”, Le bulletin de l’art ancien et moderne. Supplément hebdomadaire de la Revue de l’art ancien et moderne, 4 maart 1905.

Germond, Adeline, “Charles J. Chaplin, la vie et l’oeuvre 1847-1870”, Le Journal des Arts, 25 juni 2010, http://www.artclair.com/jda/archives/docs_article/76997/charles-j-chaplin-la-vie-et-l-oeuvre-1847-1870.php.

Higonnet, Anne, “Writing the gender of the image: art criticism in late nineteenth-century France”, Genders 6 (herfst 1989): 60-73.

J., G., “Expositions et concours”, Le bulletin de l’art ancien et moderne. Supplément hebdomadaire de la Revue de l’art ancient et moderne, 11, 18 maart 1899, 93-94.

Laermans, Rudi, “Learning to consume: early department stores and the shaping of the modern consumer culture (1860-1914)”, Theory, culture & society 10 (1993): 79–102.

L., G., “Expositions et concours. Société artistique des amateurs”, Le bulletin de l’art ancien et moderne. Supplément hebdomadaire de la Revue de l’art ancien et moderne, 16 maart 1901.

Limouzin-Lamothe, R., “Craven, (Pauline de La Ferronays, Mrs Augustus)”, in Dictionnaire de biographie française, bewerkt door Roman d’ Amat, tôme neuvième Clésinger-Dallière (Parijs: Librairie Letouzey, 1961), 1176–1177.

M., D., en Jules Comte, “Le mouvement artistique: La Société des Amateurs”, La Revue de l’Art ancien et moderne, augustus 1897.

Milet, Éva, “De Constantin Meunier à Pierre Paulus en passant par Cécile Douard: variation du regard sur la femme de la mine (fin XIXe siècle-début XXe)”, Revue des historiens de l’art, des archéologues et des musilogues de l’Université de Liège Femmes et créations, nr. 24 (2005): 37–39.

Morant, Valerie, “Charles Joshua Chaplin, an Anglo-French artist, 1828-1891”, Gazette des Beaux-Arts, oktober 1989.

Nochlin, Linda, “Why have there been no great women artists?”, ARTNews 69, nr. 9 (1971): 22–39.

Nochlin, Linda, “Why have there been no great women artists?” in Women, art and power and other essays (Londen: Thames and Hudson, 1989):145–177.

A. Paenhuysen en Tom Verschaffel, “De strategieën van de roem. Het publieke leven van de kunstenaar, 19-20ste eeuw. Bij wijze van inleiding,” in Revue belge de philologie et d’histoire. Histoire medievale, moderne et contemporaine, 83, 4 (2005): 1207-1210.

Sauer, K.G., “Seibert, Bernhard”, Künstlerlexikon. Bio-bibliographischer Index A-Z. (München/ Leipzig: K.G. Sauer, 2000): 140.

Scheen, Pieter A, “Baar van Slangenburg, Carel Jacob van”, Nederlandse beeldende kunstenaars 1750-1950, A-L (Den Haag: Kunsthandel Pieter A. Scheen N.V., 1970): 630-631.

———, “Idsinga, Wilhelmina Geertruida”, Nederlandse beeldende kunstenaars 1750-1950, A-L (Den Haag: Kunsthandel Pieter A. Scheen N.V., 1970): 240.

———, “Kooi, Willem Bartel van der”, Nederlandse beeldende kunstenaars 1750-1950, A-L (Den Haag: Kunsthandel Pieter A. Scheen N.V., 1970): 39.

———, “Schwartze, Thérèse”, Nederlandse beeldende kunstenaars 1750-1950, M-Z en supplement (Den Haag: Kunsthandel Pieter A. Scheen N.V., 1970): 333.

ten Bokum, Anne-Marie. “Virginie Bovie, een vergeten Brusselse schilderes”. Revue des historiens de l’art, des archéologues et des musilogues de l’Université de Liège Femmes et créations, nr. 24 (2005): 24–33.

Thieme, Ulrich en Felix Becker, “Cluysenaar, Alfred Jean André”, Allgemeines Lexikon der bildenden Künstler von der Antike bis zur Gegenwart (Leipzig: Verlag von E. A. Seemann, 1912): 126.

Thieme, Ulrich, Felix Becker, en Hans Vollmer, “Schwartze, Thérèse”, Allgemeines Lexikon der bildenden Künstler von der Antike bis zur Gegenwart (Leipzig: Verlag von E. A. Seemann, 1936): 368.

———, “Seibert, Bernhard”, Allgemeines Lexikon der bildenden Künstler von der Antike bis zur Gegenwart (Leipzig: Verlag von E. A. Seemann, 1936): 454.

Verhaegen, P., “Ursel (Marie-Charles-Joseph, sixième duc d‘)”, Biographie nationale, 25 (Brussel: l’Académie royale des Sciences, des Lettres et des Beaux-Arts, 1932), 927-929.

Vollmer, Hans, “Mücke, Heinrich Karl Anton”, Allgemeines Lexikon der bildenden Künstler von der Antike bis zur Gegenwart (Leipzig: Verlag von E. A. Seemann, 1931).

 

 

Anoniem, Exposition générale des Beaux-arts 1881. Catalogue explicatif (Brussel: Imprimerie Ad. Mertens, 1881).

Allard, Sébastien en Guilhem Scherf, Portraits publics. Portraits privés. 1770-1830 (Parijs: Éditions de la Réunion des musées nationaux, 2006).

Amaat, Joos, Bemint de armen. Een reeks lezingen voor liefdadigheidsgenootschappen (Sint-Niklaas: Edom, 1910).

Balthazar, Herman en Jean stengers, La dynastie et la culture en Belgique (Antwerpen: Mercatorfonds, 1990).

Beyer, Andreas, Das Porträt in der Malerei (München: Hirmer Verlag, 2002).

Biermé, Maria, La vie d’une princesse. Marie de Hohenzollern, comtesse de Flandre (Brussel: Bibliothèque littéraire, 1913).

Billen, Claire, De marktplaatsen van de vijfhoek, Brussel, stad van kunst en geschiedenis 26 (Brussel: Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest: Dienst Monumenten en Landschappen/ Stad Brussel, 2000).

Billen, Claire, en Jean-Marie Duvosquel, Brussel, bewerkt door Jean Dethier, Steden in Europa (Antwerpen: Mercatorfonds, 2000).

Brandes, Inga en Katrin Marx-Jaskulski, Armenfürsorge und Wohltätigkeit. Ländliche Gesellschaften in Europa, 1850-1930,Frankfurt-am-Main: Lang, 2008.

Brandt Cortius, Liesbeth en Cora Hollema, De kunst van het moederschap. Leven en werk van

Nederlandse vrouwen in de 19e eeuw (Haarlem/ Den Haag: Frans Halsmuseum/De Dageraad, 1981).

Bricard, Isabelle, Saintes ou pouliches. L’éducation des jeunes filles au XIXe siècle (Parijs: Albin Michel, 1985).

Bungeneers, Joke, Benny Croket, Koen De Vlieger-De Wilde, Patrick Maervoet, Marc Mees en Linda Van Langendonck, Op maat van de hertog. De bouw van een nieuwe kerk voor Hingene (1872-1906), Kasteel d’Ursel. Historische publicaties 3 (Antwerpen: Provinciebestuur Antwerpen, 2006).

Bungeneers, Joke en Koen De Vlieger-De Wilde, Zomers in Hingene. Het kasteel d’Ursel en zijn bewoners (Leuven: Davidsfonds, 2012).

Castiglione, Balthasare, The book of the courtier, vertaald door George Bull, 3e ed. (Harmondsworth: Penguin books, 1978).

Chadwick, Whitney, Women, art and society (Londen: Thames and Hudson, 1994).

Clément-Bodard, Suzette, La princesse Marie de Flandre, artiste et mécène. Estampes et aquarelles de 1867 à 1912 (Bouillon: Musée Ducal de Bouillon, 1983).

———, Paysages et villegiature pour une princesse (1869-1912). Exposition, Bouillon et la Semois (Bouillon/Luik: Musée Ducal de Bouillon/Massoz s.a., 1983).

Creusen, Alexia, Femmes artistes en Belgique. XIXe et début XXe siècle (Parijs: L’Harmattan, 2007).

Crook, Malcolm, The short Oxford history of France. Revolutionary France 1788-1880 (Oxford: Oxford University Press, 2002).

Cusas, Éric, Le statut de la noblesse en France et en Belgique. Précis de législation nobilaire et héraldique (Brussel: Bruylant, 2002).

De Brouckere, Charles, Liefdadigheid en openbare onderstand (Zierikzee: Quanjer, 1853).

De Dainville, M. Isabelle de Clermont-Tonnerre: comtesse Henri d’Ursel, fondatrice des Orantes de l’Assomption, 1849-1921 (Parijs: P. Lethielleux, 1939).

De Keyzer, Diane, “Madame est servie.” Leven in dienst van adel en burgerij (1900-1995). 7e ed. (Leuven: Uitgeverij Van Halewyck, 1996).

De Meyer, Dirk en Kristiaan Versluys, The urban condition: space, community, and self in the contemporary metropolis (Rotterdam: 010 Publishers, 1999).

De Ren, Leo, Materialen en technieken van de kunst, 3 herziene uitgave (Leuven: Acco, 2009).

Dewilde, Jan, Louise De Hem 1866-1922, Inventarissen van het Iepers kunstpatrimonium 7 (Ieper: Stadsbestuur Ieper, 2008).

Douard, Cécile, Impressions d’une seconde vie. 2e ed. (Brussel: Les éditions Robert Sand, 1923).

———, Paysages indistincts (Luik: Imprimerie Bénard, 1929).

Draulans, Veerle, Vrouwen-werk. Voor meer V/M diversiteit op het werk (Tielt: Lannoo, 2012).

d’Ursel, Baudouin, Les Schetz: la maison d’Ursel. Recueil de l’office généalogique et héraldique de Belgique 55 (Brussel: Association royale office généalogique et héraldique de Belgique, 2005).

d’ Ursel, Hedwige, Ombre portée (Genève: Perret-Gentil, 1976).

d’Ursel, Hippolyte, La cour de Belgique et la cour de France de 1832 à 1850. Lettres intimes de Louise-Marie d’Orléans première reine des Belges. Au roi Louis-Philippe et à la reine Marie-Amélie (Parijs: Librairie Plon, 1933).

 ———, L’œuvre du roi au Congo. Son passé, son présent, son avenir (Brussel: Imprimerie Goemaere, 1895).

———, La campagne antiesclavagiste belge raconté par les lettres de Jacques de Dixmude (Brussel: Goemaere, 1929).

du Sart de Bouland, Raoul, Le duc d’Ursel 1848-1903 (Doornik/Parijs: Établissements Casterman S.A. éditeurs, 1904).

Garb, Tamar, Sisters of the brush. Women’s artistic culture in late nineteenth-century Paris (New Haven/ Londen: Yale University Press, 1994).

———, The painted face. Portraits of women in France 1814-1914 (New Haven/ Londen: Yale University Press, 2007).

Gaze, Delia, Women artists, bewerkt door. Vol. 1. (Londen: Dearborn, 1997).

Gerard, Emmanuel, Hedendaagse geschiedenis. 12e ed. (Leuven: Acco, 2008).

Ghesquière, Rita, Literaire verbeelding. Een geschiedenis van de Europese literatuur en cultuur tot 1750. 3e ed. (Leuven/Den Haag: Acco, 2009).

Halbertsma, Marlite, Wies van Moorsel, Karin Baars en Miriam van Rijsingen, Beroep: kunstenares. De beroepspraktijk van beeldend kunstenaressen in Nederland 1898-1998 (Nijmegen: SUN, 1998).

Heyne, Hildegard, Ludwig Richter. Meister der Kunst (Mülhausen in Elzas: Braun & Co., s.d.)

Hillegeer, Judocus, De christelijke liefdadigheid (Gent: Van der Schelden, 1866).

Hoesl, Paula, Isabelle de Clermont-Tonnerre, comtesse d’Ursel 1849-1921. Fondatrice d’un institut moderne les Orantes de l’Assomption (Parijs: Spes, 1960).

Jonkman, Mayken en Eva Geudeker, Mythen van het atelier. Werkplaats en schilderpraktijk van de negentiende-eeuwse Nederlandse kunstenaar (Zwolle/Den Haag: Uitgeverij d’jonge Hond/RKD, 2010).

Kervyn de Lettenhove, Henri, Une association de femmes artistes (Gembloux: Imprimerie Duculot, 1924).

Klarenbeek, Hanna, Naakt of bloot. Vrouwelijk naakt in de negentiende eeuw (Arnhem: Uitgeverij Terra Lannoo BV, 2006).

———, Penseelprinsessen & broodschilderessen. Vrouwen in de beeldende kunst 1808-1913 (Bussum: Uitgeverij Thoth, 2012).

Krins, Hubert, Die Kunst der Beuroner Schule. Wie ein Lichtblick vom Himmel (Beuron: Beuroner Kunstverlag, 1998).

Lenz, Desiderius, Zur Ästhetik der Beuroner Schule (Wenen/Leipzig: Wilhelm Braumüller, s.d.).

Oele, Anneke, Miriam van Rijsingen en Hesther van den Donk, Bloemen uit de kelder. Negen kunstenaressen rond de eeuwwisseling (Zwolle/Arnhem: Waanders Uitgevers Zwolle en Gemeentemusuem Arnhem, 1989).

Parker, Rozsika en Griselda Pollock, Old mistresses: women, art and ideology (New York: Pantheon books, 1981).

Preimesberger, Rudolf, Hannah Baader en Nicola Suthor, Porträt (Berlijn: Reimer, 1999).

Rideal, Liz, Mirror mirror: self-portraits of women artists (New York: Watson-Guptill publications, 2002).

Simonton, Deborah, The Routledge history of women in Europe since 1700 (Londen/New York: Routledge Taylor & Francis group, 2006).

Rousseau, Jean-Jacques, Emile of over de opvoeding, bewerkt door Jeanne-Marie Noël, vertaald door Anneke Brassinga (Boom klassiek 20. Meppel: Boom, 1980).

Siemann, Wolfram, Gesellschaft im Aufbruch Deutschland 1849-1871 (Darmstadt: Wissenschaftliche Buchgesellschaft, 1997).

Standaert, Felix, L’école de Beuron. Un essai de renouveau de l’art chrétien à la fin du XIXe siècle (Maredsous: Éditions de Maredsous, 2011).

Stiévenart, Pol, Il Fiammingo (1826-1899). Silhouette et paysage de la vie de Antoine Bourlard (Brussel: Maurice Lamertin, éditeur, 1919).

Stock, Phyllis, Better than rubies: A history of women’s education (New York: Capricorn books, 1978).

Sutherland Harris, Ann en Linda Nochlin, Women artists 1550-1950 (New York: Knopf, 1978).

Van der Stighelen, Katlijne, Hoofd- en bijzaak. Portretkunst in Vlaanderen van 1420 tot nu (Leuven/Zwolle: Davidsfonds/Uitgeverij Waanders, 2008).

———, Vrouwenstreken: onvergetelijke schilderessen uit de Lage Landen (Tielt: Lannoo, 2010).

Van der Stighelen, Katlijne en Mirjam Westen, Elck zijn waerom: vrouwelijke kunstenaars in België en Nederland 1500-1950 (Gent: Ludion, 1999).

Verhoeven, Elke, Hingene en den Duc. Mondelinge geschiedenis in het kasteel, Kasteel d’Ursel historische publicaties 1 (Boechout: Albatros printing, 2005).

Vloeberghs, Emilie en Maria Emilie de Spoelberch de Lovenjoul-d’Ursel, Belgique charitable, 2e ed. (Brussel: Libraire Nationale Albert Dewit, 1904).

Wolf, Norbert, Diego Velázquez (1599-1660). Le visage de l’Espagne, vertaald door Michèle Schreyer (Keulen: Taschen, 2001).

 

Wiertz, Wendy. “Album des enfants. Het schetsboek van Antonine de Mun (1849-1931)” (Ongepubliceerde bachelorpaper, Katholieke Universiteit Leuven, 2011).

 

Anoniem, “François, Baron Gérard”, Encyclopedia Britannica online,

http://www.britannica.com/EBchecked/topic/230482/Francois-Baron-Gerard.

de Haas, Anna, “IDSINGA, Willemina Geertruida van”, bewerkt door Els Kloek, 1001 vrouwen uit de Nederlandse geschiedenis, 2012, http://www.historici.nl/Onderzoek/Projecten/DVN/lemmata/data/Idsinga.

Dumont de Chassart, Reginald,

http://gw1.geneanet.org/index/php3?b=gounou&lang=nl;p=joseph;n=d+ursel.

KBS, “bijbelnet. Katholieke Bijbelstichting”, www.bijbel.net.

“L’infante Maria Marguertite door Diego Velázquez”, Musée du Louvre, http://cartelfr.louvre.fr/cartelfr/visite?srv=car_not_frame&idNotice=2096.

http://www.geneall.net/F/per_page.phpid=148066.

Vandale, http://vwob.vandale.be

Van de Pas, Leo, http://worldroots.com/brigitte/royal/plantagenet/claudeadreindesc1773.htm.

 

 

 

 

 

 

Universiteit of Hogeschool
Kunstwetenschappen
Publicatiejaar
2012
Share this on: