"Kunst voor kleine kijkers?"

Yasmin Spaens Yasmin Spaens
Dit onderzoek handelt over de betekenis van kunst in de leefwereld van zes- tot twaalfjarige kinderen en welke inspanningen de openbare omroep verricht als opvoedende instantie ter bevordering van kunst- en cultuureducatie naar deze doelgroep. De aanleiding tot de keuze van dit onderwerp is door de persoonlijke interesse naar kunst. Hierbij kwam de stimulans om dit nader te bestuderen binnen de leefwereld van kinderen gerelateerd aan de media, specifiek de openbare omroep aangezien zij hier een duidelijke opdracht bij hebben.

"Kunst voor kleine kijkers?"

Dit onderzoek handelt over de betekenis van kunst in de leefwereld van zes- tot twaalfjarige kinderen en welke inspanningen de openbare omroep verricht als opvoedende instantie ter bevordering van kunst- en cultuureducatie naar deze doelgroep. De aanleiding tot de keuze van dit onderwerp is door de persoonlijke interesse naar kunst. Hierbij kwam de stimulans om dit nader te bestuderen binnen de leefwereld van kinderen gerelateerd aan de media, specifiek de openbare omroep aangezien zij hier een duidelijke opdracht bij hebben. Dit onderzoek is relevant voor de communicatiewetenschappen op vlak van media en cultuur, het gekozen profiel van deze richting. De betekenis van kunst bestuderen bij kinderen en bij de openbare omroep maakt dat hier diverse belangen mee gepaard gaan. Dit opleidingsonderdeel is cruciaal voor het behalen van een Master in de Communicatiewetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel. Het doel hierbij is om kritisch een inzichtelijk en onderbouwend onderzoek uit te voeren en te voltooien, om binnen de academische wereld zowel een wetenschappelijke als een maatschappelijke bijdrage aan te reiken.

Het betreft een kwalitatief empirisch onderzoek op basis van theoretische en methodologische literatuur waarbij er enerzijds gekozen is voor focusgroepen met zes- tot twaalfjarige kinderen van het Algemeen Secundair Onderwijs op een katholieke school en op een stedelijke school. Anderzijds is er gekozen voor expert- interviews met werknemers van de VRT, meer bepaald Ketnet. Doorheen het onderzoeksproces aan de hand van de aangegeven methodes, analyses en interpretaties zijn er concluderende onderzoeksbevindingen aan het licht gekomen. De betekenis van kunst in de leefwereld van kinderen wordt zeer breed opgevat. Kunst is voor kinderen iets waar iedereen kan aan participeren, waarbij je vrij bent en niemand kritiek kan geven op de waarde van de kunst die vervaardigd wordt. Enerzijds, hebben de zes- tot tienjarige een voorkeur voor de moderne, vernieuwende kunststromingen zoals Pop Art en Surrealisme omdat deze puur in functie van ontspanning en een positieve gemoedsinstelling functioneren. Anderzijds, hebben de tien- tot twaalfjarigen een voorkeur voor de iets traditionelere kunststromingen zoals de Romantiek en de Renaissance, dit omdat ze er belang aan hechten iets bij te leren door middel van kunst. Ze vinden het zeer interessant te leren over de geschiedenis en vroegere tijden aan de hand van schilderijen.   

Doordat kinderen bijna geen aanbod hebben dat gevuld is met klassieke muziek, herkennen ze deze niet, zijn ze er minder voor geïnteresseerd en tonen ze er moeilijker appreciatie voor. Hetzelfde kan gezegd worden over de schilderwerken. Vroeger hadden mensen meer de tijd om naar een schilderij te kijken, waarbij verdieping in het verhaal en de details een onderdeel waren van de ervaring. Vandaag, kiezen kinderen het eenvoudige en het meest aantrekkelijke, zoals Pop Art bijvoorbeeld. Het is gemakkelijk consumeerbaar aangezien het gekenmerkt wordt door een duidelijke en onmiddellijke boodschap. Om een schilderij van de Romantiek of de Renaissance te vatten, is er meer tijd en energie nodig. Deze hebben kinderen misschien niet of willen ze er geen tijd of energie aan besteden aangezien zij leven in een consumptiemaatschappij waar veel domeinen gemakkelijk verteerbaar dienen te zijn. Doordat zij ingebakken zijn, in laat ons zeggen een ‘wegwerpmaatschappij’, zijn zij het gewoon minder ‘arbeid’ te leveren om tot een voldoening te komen, hier de appreciatie van een kunstwerk. Opvallend is dat kinderen die bijvoorbeeld zelf een instrument bespelen op de muziekacademie of zelf tekenles volgen op de tekenacademie, meer appreciatie vertonen voor klassieke muziek of schilderkunst. Dit om de reden dat ze er meer mee in contact komen en het herkennen als iets van hun cultuurpakket in tegenstelling tot de andere kinderen.              

Ketnet, de kinderzender van de openbare omroep speelt in op de interesses, voorkeuren, behoeften en meer bepaald op de leefwereld van kinderen, om kunst en cultuur tot bij hen te brengen. De belangrijkste argumentatie hierbij is dat zij dit doen omwille van hun educatieve opdracht en om de reden dat ze individueel als volwassene en als werknemer het belangrijk vinden bij te dragen tot de ontwikkeling van kinderen door middel van kunst en cultuur. Zij doen dit op een specifieke wijze aangezien kinderen aanzien worden als een specifieke doelgroep en proberen te denken binnen hun leefwereld. Hierbij vormt de combinatie van educatie en ontspanning, het edutainment, een onmisbaar gegeven. Uit onderzoek kan vastgesteld worden dat Ketnet zeer goed weet waar ze mee bezig zijn door net zoals bij de kinderen zelf ook een zeer brede definitie van kunst en cultuur te hanteren. Ze vinden het essentieel een breed scala en een diverse mix de kinderen aan te bieden. Hen verschillende kunst- en cultuurvormen te laten smaken waarbij de kinderen de keuze hebben om hun creativiteit en participatie te uiten.

Dit onderzoek maakt duidelijk dat kinderen van zes tot twaalf jaar en de kinderzender Ketnet een zelfde perspectief hanteren op kunst. Kunst kan voor hen opgevat worden als een zeer brede mix van diverse kunstvormen die spreekt tot hun verbeelding, past binnen hun leefwereld en een bijdrage kan leveren tot hun ontwikkeling. Doordat de betekenis van kunst door zes- tot twaalfjarige kinderen en door Ketnet hetzelfde is, kan er gesproken worden van een mooie relatie tussen beiden.

Ketnet weet wel degelijk waar zij mee bezig zijn in het vervullen van het behoeftepakket van de kinderen enerzijds en het aanbod van informatie, educatie en ontspanning, waarvan zij denken dat deze noodzakelijk zijn binnen een kind zijn leven anderzijds. Op deze wijze kan Ketnet als kinderzender van de VRT op vlak van kunst én cultuur beschouwd worden als een ‘openbare(nde) omroep’. Zij zijn sterk op de hoogte van wat er speelt binnen een kind zijn leefwereld. Dit doen zij op een doeltreffende wijze door te gaan praten met de belangrijkste actoren binnen hun leven, die een invloed hebben op hun denken en ontwikkeling. Namelijk de ouders, de school en de kinderen zelf natuurlijk. Aan de hand van focusgroepen, kinderpanels, gesprekken met leerkrachten en ouders, etc. trachten zij een op een interactieve wijze zichzelf te verplaatsen binnen de leefwereld van kinderen. Hierbij kan er besloten worden dat media wel degelijk een krachtig instrument zijn om kinderen in contact te brengen met kunst. Kinderen leven in en met de media, zij behoren tot de beeldcultuur waarbij Ketnet de nodige inspanningen verricht om als volwaardige kinderzender er overal en altijd voor hen te zijn.

Bibliografie

Wetenschappelijke werken

  • BAMFORD (Anne). Kunst- en cultuureducatie in Vlaanderen. Vlaanderen, Jo De Ro, Agentschap voor Onderwijscommunicatie, 2007, 96p.
  •   BAUMAN (Zygmunt). Zoals op TV. Nederland,s.e., Ethische perspectieven 10, 2000, 16p. [Online] http://www.kuleuven.be/ep/viewpic.php?LAN=E&TABLE=EP&ID=175 [04.01.2012]
  • BENJAMIN (Walter). The Work of Art in the Age of Mechanical Reproduction. Clive Cazeaux (ed.) The Continental Aesthetics. London: Routledge, pp. 322- 343.
  • BREEUWSMA (Gerrit) & HAANSTRA (Folkert) & KOOPMAN (Constantijn) & LAARAKKER (Karin) &
  • SCHRAM (Dirk) & WITTE (Theo). Ontwikkelingsstadia in het leren van kunst, literatuur en muziek. Utrecht, Cultuurnetwerk, 2005, 47p. [Online] http://www.cultuurnetwerk.nl/producten_en_diensten/publicaties/pdf/cplu… [04.11.2011]
  • BURN (Andrew) & BUSCHKÜHLE (Carl- Peter) & DUNCUM (Paul) & HEIJNEN (Emiel) & MARTENS (Hans). Media + Kunst + Educatie: internationale ontwikkelingen in media- en kunsteducatie. Utrecht, Cultuurnetwerk, 2009, 120p. [Online] http://www.cultuurnetwerk.nl/producten_en_diensten/publicaties/pdf/cplu… [04.11.2011]
  • CANON CULTUURCEL. Ingebeeld. Print International, Brugge, 2007, 42p.
  • CHRISTENSEN (Pia) & JAMES (Allison). Research with children. Perspectives and practices. London & New York, Falmer Press, 2000, 272p.
  • DE GROOF (Jan) & SCHECK (W. Michaël) & PENNEMAN (Hilde). Cultuurparticipatie. Leuven- Appeldoorn, Garant, 2001, 223p.
  • D’HAENENS (Leen) & KOKHUIS (Madelon) & VAN SUMMEREN (Cindy). Kijken of surfen? Mediagebruik van kinderen en adolescenten. Leuven, Uitgeverij Acco, 2001, 127p.
  • DOORMAN (Maarten) & ZEEMAN (Michaël). Het scherm der verbeelding. Amsterdam, J.M. Meulenhoff bv, 1998, 239p.
  • F. KOHL (Mary Ann) & SOLGA (Kim). Kinderen ontdekken de grote kunstenaars. Katwijk- Nederland, Panta Rhei, 2000, 133p.
  • FLICK (Uwe). An Introduction to Qualitative Research. SAGE Publications Ltd., 2009, 528p.
  • GAUNTLETT (David). Creative Explorations. New approaches to identities and audiences. London & New York, Routledge, 2007, 211p.
  • GAWAIN (Shakti). Creatief visualiseren. Deventer, Ankh- Hermes, 1981, 140p.
  • GOEGEBUER (Annemie). Audiovisuele Vorming in het Vlaamse Onderwijs 2004.Gent, IAK, 2004, 218p.
  • HOWE (Michael J.A.). Learning from Television. Psychological and Educational Research. London, Academic Press Inc., 1983, 226p.
  • HUISINGH (Annemieke) & HULSHOFF POL (Rixt) & VAN DEN BOMEN (Ellie). Toeval gezocht: kunst, kunstenaars en jonge kinderen. Rotterdam, Lemniscaat, 2009, 274p.
  • JONKER (Jan) & PENNINK (Bartjan). De kern van methodologie. Assen, Van Gorcum, 2000, 106p.
  • MORTELMANS (Dimitri). Handboek kwalitatieve onderzoeksmethoden. Leuven, Uitgeverij Acco, 2007, 534p.
  • MC QUAIL (Denis). Mc Quail’s mass communication theory. London, SAGE Publications Ltd, 2005, 616p. (Vijfde editie)
  • NIKKEN (Peter). Kind en media. Amsterdam, Uitgeverij Boom, 2002, 156 p.
  • RONDHUIS (Thecla) Filosoferen met kinderen. Anders kijken naar kinderen. Rotterdam, Lemniscaat Publishers, 1994, 123p.
  • SCHNEIDER (Cy). Children’s Television. The art, the Business and How It Works. Chicago- U.S.A., NTC Business Books, 1987, 228p.
  • SCHOLLEN (Ineke). Kunsteducatie. Picasso in de poppenhoek. Nederland, HJK, april 2010, 3p. [Online] http://tm.thiememeulenhoff.nl/assets/documentenservice_zen/hjk/archief/… [04.11.2011]
  • SCHREUDER PETERS (R.P.I.J). Methoden en technieken van onderzoek. Schoonhoven, Academic Service, 2000, 340p.
  • SINGER (Dorothy G.) & SINGER (Jerome L.). Handbook of children and the media. USA, Sage Publications, 2001, 765p.
  • TWAALFHOVEN (Anita). Van jonge mensen en de dingen die gaan komen. Nederland, Boekman, 2003, 6p. [Online] http://www.boekman.nl/documenten/boekman_56_twaalfhoven1.pdf [04.11.2011]
  • VALKENBURG (Patti). Beeldschermkinderen. Theorieën over kind en media. Boom/Amsterdam, P.M. Valkenburg, 2002, 224p.
  • VALKENBURG (Patti). Vierkante ogen. Opgroeien met TV & PC. Amsterdam, Uitgeverij Balans, 1997, 176p.
  • VAN DEN BULCK (Jan). Kijkbuiskennis. Leuven, Uitgeverij Acco, 1996, 242p.
  • VAN DER WAL (Geke). Kleine mensen, grote zaken. Kindertelevisie, commercie & internet. Amsterdam/Antwerpen, Uitgeverij L.J. Veen, s.d., 166p.
  • VAN DRIEL (Hans). Beeldcultuur. Boom- Amsterdam, Hans van Driel redactie, 2004, 216p.
  • V. THOMAS (Glyn) & M.J. SILK (Angèle). De psychologie van kindertekeningen. Amsterdam/ Lisse, Swets & Zeitlinger B.V., 1993, 173p. (vertaling)
  • WESTER (Fred) & SMALING (Adri) & MULDER (Lambert). Praktijkgericht kwalitatief onderzoek.Bussum, Coutinho, 2000, 206p.
  •  WESTER (Fred) & RENCKSTORF (Karsten) & SCHEEPERS (Peer). Onderzoekstypen in de communicatiewetenschap. Alphen aan den Rijn, Kluwer, 2006, 692p.

Niet- wetenschappelijke werken

Universiteit of Hogeschool
Communicatiewetenschappen
Publicatiejaar
2012
Share this on: