Levensduur van bouwmaterialen voor massiefbouw

Jona Van Steenkiste
 Levensduur van bouwmaterialen in massiefbouwIn eerste instantie was het de bedoeling om bouwdetails te analyseren op basis van de levensduur van bouwmaterialen. Materialen met een korte levensduur mogen immers niet ingesloten zijn door materialen met een lange levensduur. Dit zou er namelijk voor zorgen dat er op het einde van de korte levensduur meer materialen af te breken zijn, dan enkel het te vervangen materiaal.

Levensduur van bouwmaterialen voor massiefbouw

 

Levensduur van bouwmaterialen in massiefbouw

In eerste instantie was het de bedoeling om bouwdetails te analyseren op basis van de levensduur van bouwmaterialen. Materialen met een korte levensduur mogen immers niet ingesloten zijn door materialen met een lange levensduur. Dit zou er namelijk voor zorgen dat er op het einde van de korte levensduur meer materialen af te breken zijn, dan enkel het te vervangen materiaal. Duurzaam materiaalgebruik houdt naast de milieu-impact van het materiaal zeker ook in dat materialen zo lang mogelijk moeten gebruikt worden, dus best tot het einde van hun levensduur. Vervroegde afbraak vraagt sneller nieuwe materialen, waardoor grondstoffen en productie-energie vlugger opnieuw aan te wenden zijn. Dit is uiteraard ten koste van het milieu.

Er zijn echter zodanig veel bouwmaterialen dat een bepaalde materiaallaag, bijvoorbeeld vloerafwerking of spouwisolatie, afhankelijk van de materiaalkeuze meerdere levensduren kan aannemen. Een analyse waarbij de materialen enkel worden gekozen op basis van de levensduur van dat materiaal is kortzichtig en niet nuttig, want nog veel andere factoren bepalen een materiaalkeuze. Daarom gaat in het eerste deel van deze masterproef de aandacht naar een nieuwe grondige en gefundeerde vergelijking van bouwmaterialen. Deze vergelijking baseert zich op de drie belangrijkste invloedsfactoren: de levensduur, de bouwkost en de milieu-impact. Deze drie invloedsfactoren zijn van groot belang omdat ze veel andere aspecten in zich opnemen. De bouwkost en de levensduur worden vervolgens samengenomen in hun quotiënt: de bouwkost per jaar. Op basis van deze invloedsfactoren start de zoektocht naar bronnen met betrouwbare cijferwaarden. Vervolgens worden veel materialen vergeleken met behulp van een nieuwe grafische methode. Ten eerste is er een tabel die duidelijk de bronnen van de cijferwaarden vermeldt. Ten tweede is er een grafiek die de twee coördinaten van elk materiaal omzet in een punt. Dit maakt een vergelijking tussen materialen met eenzelfde functie visueel gemakkelijker. De punten op de grafiek bezitten door hun lettergrootte ook een indicatie van de levensduur van het materiaal dat ze representeren, waardoor de last van renovatie af te leiden is. Ten derde is er een partiële rangschikking die een volgorde en een voorkeursmateriaal aangeeft per materiaalgroep. Op deze onderbouwde manier valt per materiaalgroep het beste materiaal te kiezen. Hieruit blijkt dat het beste materiaal in minder dan de helft van de gevallen ook het meest milieubewuste materiaal is. Door rekening te houden met de levensduur en de bouwkost ontstaat er dus een verschuiving in bestaande rangschikkingen. Dit bewijst dat er nood is aan een samenwerking tussen de verschillende bronnen, om zo sneller en gegronder materiaalkeuzes te kunnen maken.

Om nog een stap verder te gaan, wordt ook een website uitgewerkt. Dit blijkt de meest communicatieve methode om resultaten van de nieuwe manier om bouwmaterialen te vergelijken aan de buitenwereld mee te delen. De grafieken op de website bezitten een zoomfunctie en via bouwdetails en materiaalgroepen kan zowel de bouwheer als de architect gegronde keuzes maken.

In het tweede deel van deze masterproef komt de oorspronkelijke bedoeling aan bod. Hier zijn de aan te raden materialen van het eerste deel gebruikt om bestaande referentiedetails te analyseren. Door de bouwdetails in te kleuren op basis van de levensduur van het meest aan te raden materiaal, blijkt enkel de spouwisolatie voor een groot probleem te zorgen. Wie vandaag intelligent ontwerpt en detailleert, kan best zorgen dat de spouwisolatie en eventueel de dakisolatie in de toekomst op een handige manier vernieuwd of verdikt kunnen worden. Zo wordt een afbraak van het buitenspouwblad voor het einde van zijn levensduur vermeden en tevens kunnen de Belgische gebouwen sneller aan de strengere EPB-eisen voldoen. Bij de andere materiaallagen neemt de levensduur naar buiten of naar binnen af, vertrekkende van de structuur die de langste levensduur moet hebben. Uit de analyse blijkt ook dat de beschikbare referentiedetails nog extra informatie mogen bevatten om de levensduur van de bouwmaterialen te verlengen. Een goed uitgewerkt bouwdetail is een eerste aanzet tot een goede uitvoering, met een duurzaam gebouw tot gevolg.

Deze masterproef over de levensduur van bouwmaterialen in massiefbouw geeft een uitgebreider inzicht in verband met duurzaamheid en vormt een uitnodiging en uitdaging om de resultaten van de onderzoeken morgen in de bouwpraktijk toe te passen. Vandaag gaat daar helaas in de traditionele bouwmethode nog te weinig aandacht naar uit.

Trefwoorden

Levensduur, bouwkost, milieu-impact, bouwmaterialen, bouwdetails, woningbouw, massiefbouw

Bibliografie

 

NIBE; HAAS, M.; ABRAHAMS, R.; DE GROOT, S., NIBE’s Basiswerk Milieuclassificaties Bouwproducten deel 1: Draagconstructies, Bussum: NIBE Publishing bv, 2006, 352pNIBE; HAAS, M.; ABRAHAMS, R.; DE GROOT, S., NIBE’s Basiswerk Milieuclassificaties Bouwproducten deel 2: Gevels en daken, Bussum: NIBE Publishing bv, 2006, 272pNIBE; HAAS, M.; ABRAHAMS, R.; DE GROOT, S.; VERHEES, S., NIBE’s Basiswerk Milieuclassificaties Bouwproducten deel 3: Afwerkingen, Bussum: NIBE Publishing bv, herdruk 2008, 252pNIBE; HAAS, M.; VAN BEIJNUM, G. J.; SCHOLTES, R; JANSEN, K., NIBE’s Basiswerk Milieuclassificaties Bouwproducten deel 1: Draagconstructies, Bussum: NIBE Publishing bv, 2011, 383pNIBE; HAAS, M.; VAN BEIJNUM, G. J.; SCHOLTES, R; JANSEN, K., NIBE’s Basiswerk Milieuclassificaties Bouwproducten Classificatie Tabellenboek, Bussum: NIBE Publishing bv, 2011, 169pASPEN ARCHITECTEN & INGENIEURS; VAN DE WOUWER, M., Aspen Index - Gebouwen voor bewoning, Berchem: Baeyens, 2005, 500pSTICHTING BOUWRESEARCH; HUFFMEIJER, F.; DAMEN, A., Levensduur van bouwproducten: Praktijkwaarden, Rotterdam: Stichting Bouwresearch, 1995, 72pSBR; VISSERING, C., Levensduur van bouwproducten – methode voor referentiewaarden, Rotterdam: SBR, 2012, 32pBCIS, Life expectancy of building components: surveyors’ experiences of buildings in use: a practical guide, second edition, Londen: BCIS, 2006, 353pStad Gent, Passiefwoningen in massiefbouw, Gent: Milieudienst Stad Gent, 2010VAN DEN DOBBELSTEEN, A.; DE JONG, L., ‘Bouwen voor eeuwen – echte duurzaamheid vraagt om een beschouwing over lange termijn’, Gezond bouwen en wonen, 1-2009BIM, Infofiche– Duurzaam gebouw – De levenscyclus van gebouwen en hun componenten, via documentatiecentrum LeefmilieuBrussel, 2010www.archidat.nlwww.bouwkosten-online.nlwww.livios.bewww.milieuadvieswin…

 

Universiteit of Hogeschool
Ingenieurswetenschappen: Architectuur
Publicatiejaar
2012
Share this on: