Traditioneel pesten versus cyberpesten onder jongeren: een vergelijkende analyse naar slachtofferschap, daderschap en gevolgen

Magali Van Gampelaere
 Traditioneel pesten versus cyberpesten onder jongerenHoewel pestgedrag zo oud is als de mensheid zelf, blijkt het nog steeds brandend actueel. Het laatste decennium is de manier waarop dit gedrag zich kan manifesteren immers aanzienlijk gewijzigd. Met de intrede van nieuwe sociale media en de gsm in de samenleving, kwamen namelijk nieuwe vormen van pesterijen tot uiting, die gevat worden onder de term cyberpesten.

Traditioneel pesten versus cyberpesten onder jongeren: een vergelijkende analyse naar slachtofferschap, daderschap en gevolgen

 

Traditioneel pesten versus cyberpesten onder jongeren

Hoewel pestgedrag zo oud is als de mensheid zelf, blijkt het nog steeds brandend actueel. Het laatste decennium is de manier waarop dit gedrag zich kan manifesteren immers aanzienlijk gewijzigd. Met de intrede van nieuwe sociale media en de gsm in de samenleving, kwamen namelijk nieuwe vormen van pesterijen tot uiting, die gevat worden onder de term cyberpesten. Uit deze vaststelling vloeit het centrale thema van deze thesis voort: het maken van een vergelijking tussen traditioneel pestgedrag in de ‘echte, fysieke wereld’ en cyberpesten via nieuwe communicatietechnologieën, met name het internet en de gsm. Deze studie vergelijkt traditioneel versus digitaal pesten onder jongeren op een aantal onderbelichte punten.

Doelstelling en concrete onderzoeksvragen

Concreet stelden we ons drie grote vragen bij deze patronen van daderschap en slachtofferschap. (1) Wat is de omvang van traditioneel pesten en cyberpesten, en onder welke vorm komt dit gedrag doorgaans tot uiting? (2) Zijn jongeren die in aanraking komen met cyberpesten ook vaker betrokken bij traditionele pesterijen? (3) Uit heel wat onderzoek blijkt dat traditionele manieren van pesten (zoals iemand slaan of sociaal uitsluiten) een negatieve impact hebben op het psychosociaal welzijn van slachtoffers. Hoe zit dat bij cyberpesten?

Werkwijze

Om deze vragen te beantwoorden hebben we een grootschalige enquête uitgevoerd onder leerlingen uit de tweede graad van het secundair onderwijs. De keuze voor deze groep vloeide voort uit twee aspecten. Enerzijds vormen de kanalen waarlangs cyberpesten plaatsvindt (m.n. het internet en de gsm) voor deze adolescenten essentiële communicatiemiddelen in hun sociaal leven. Anderzijds wijzen eerdere studies er op dat deze leeftijdscategorie regelmatig in aanraking komt met zowel traditionele als cyberpesterijen; en dit zowel als dader, maar ook als slachtoffer. Omwille van beperkingen in tijd en ruimte werd de steekproef beperkt tot de stad Gent. Iedere Gentse school die tweedegraads secundair onderwijs aanbiedt onder de vorm van ASO, TSO, BSO of KSO werd gecontacteerd. Uiteindelijk verleenden zes scholen hun medewerking aan dit onderzoek. De resultaten werden vervolgens geanalyseerd aan de hand van vergelijkende grafieken en tabellen.

Onderzoeksbevindingen

Uit de statistische analyses bleek dat slachtofferschap van traditioneel en cyberpesten een probleem vormt dat ook onder jongeren uit het Gentse frequent voorkomt. 40.8 % van de leerlingen uit onze steekproef was de afgelopen twaalf maanden immers betrokken bij traditioneel pesten: 14.5 % als slachtoffer; 16.7 % als dader; 9.6 % bleek zowel pester als slachtoffer. Traditioneel pesten kent bovendien een hogere graad van voorkomen dan cyberpesten, waarbij 36.2 % van de respondenten betrokkenheid rapporteerde: 17.8 % als slachtoffer; 3.9 % als dader; 14.5 % bleek zowel cyberpester als cyberslachtoffer. Opmerkelijk hierbij is dat slechts weinig ‘exclusieve’ daders betrokken zijn bij elektronisch pesten, vermits de meeste cyberpesters ook slachtofferschap rapporteren. Verder is van belang dat zowel in de echte als de virtuele wereld verbaal pestgedrag (iemand uitschelden of bedreigen) het meest voorkomende pesttype vormt. Globaal gezien worden meisjes zowel bij traditioneel als digitaal pesten vaker slachtoffer en zijn jongens vaker dader van pesterijen. Één van de belangrijkste bevindingen van dit onderzoek betreft de vaststelling dat cyberpesterijen in het verlengde lijken te liggen van traditionele pesterijen. Een groot deel van de betrokkenen bij pestgedrag blijkt namelijk hun rol te behouden doorheen de ‘echte’ en de cyberwereld. Bijna drie kwart van de cyberpesters is immers eveneens traditioneel pester en meer dan de helft van de cyberslachtoffers heeft ook te lijden onder klassieke pesterijen. We mogen echter niet over het hoofd zien dat deze bevindingen er eveneens op wijzen dat een belangrijk deel van de jongeren enkel betrokken is bij één van beide pesttypes.

Geregeld wordt gesuggereerd dat slachtoffers van traditioneel pestgedrag uit wraak zouden overgaan tot cyberpesterijen. Dit onderzoek vond echter geen ondersteuning voor deze hypothese. Wel integendeel: slachtoffers van traditioneel pesten zijn beduidend minder vaak cyberpester dan hun leeftijdsgenoten.

We onderzochten eveneens de potentiële gevolgen waartoe slachtofferschap van pestgedrag aanleiding kan geven. Hieruit bleek dat slachtoffers van traditionele pesterijen significant vaker depressief en angstig zijn dan hun niet gepeste leeftijdsgenoten. Daarnaast hebben zij ook een lager zelfbeeld dan niet gepeste jongeren en meer uitgesproken negatieve verwachtingen ten opzichte van zichzelf en de toekomst. In tegenstelling tot wat soms beweerd wordt, blijkt de impact uitgaande van cyberpesterijen echter niet groter dan deze van traditionele pesterijen. Cyberslachtoffers vertonen namelijk een gelijkaardige mate van depressiviteit en negatieve toekomstverwachtingen als traditionele slachtoffers. De impact van cyberslachtofferschap op angstgevoelens en zelfbeeld bleek zelfs iets kleiner dan bij traditioneel slachtofferschap. Niettemin benadrukken we dat ook cyberslachtoffers beduidend meer angst en een lager zelfbeeld vertonen dan hun leeftijdsgenoten die niet te lijden hebben onder cyberpesterijen.

Naast de nodige zorgen voor de slachtoffers, dient ook aandacht uit te gaan naar jongeren die pesten. Wat betreft traditionele pesterijen vertonen jongeren die zowel pesten als zelf gepest worden immers nog meer angst, depressieve gevoelens en een lager zelfbeeld dan zij die enkel gepest worden. Ook bij cyberpesten ervaren jongeren die zowel pesten als gepest worden de grootste mate van angst en depressiviteit. Adolescenten die enkel pesten (en dus niet zelf gepest worden) vormen zowel bij traditioneel als elektronisch pesten de groep met de minste emotionele problemen, hoewel ze vaker angstig en depressief zijn dan leeftijdsgenoten die noch pester noch slachtoffer zijn.

Conclusie

Samenvattend blijkt uit onze studie dat cyberpesten voor heel wat jongeren in het verlengde ligt van pesterijen in de ‘echte, fysieke wereld’. Interventie- en preventieprogramma’s inzake cyberpesten dienen dan ook niet enkel gericht te zijn op pesten in de virtuele wereld, maar worden beter geïntegreerd in programma’s die ook aandacht hebben voor traditioneel pesten. Jongeren moeten via traditionele kanalen en nieuwe sociale media hulp kunnen krijgen. Een gecombineerde aanpak is noodzakelijk vermits beide pestvormen niet los van elkaar opereren. Het belang van dergelijke programma’s wordt ondersteund door de vaststelling dat beide vormen van pestgedrag een negatieve impact op de emotionele en sociale ontwikkeling van adolescenten kunnen hebben.

Bibliografie

BIBLIOGRAFIE

1. Wetenschappelijke literatuur

a) Theoretische literatuur

AGATSTON, P. W., KOWALSKI, R. en LIMBER, S., ‘Students’ perspectives on cyber bullying’, Journal of Adolescent Health, 2007, volume 41, issue 6, supplement, S59-S60.

BOND, L., CARLIN, J. B., THOMAS, L., RUBIN, K. en PATTON, G., ‘Does bullying cause emotional problems? A prospective study of young teenagers’, British Medical Journal, 2001, volume 323, nr. 7311, 480-484.

BRADSHAW, C. P. en WAASDORP, T. E., ‘Measuring and changing a ‘culture of bullying’’, School Psychology Review, 2009, volume 38, nr. 3, 356-361.

BRUNSTEIN KLOMEK, A., MARROCCO, F., KLEINMAN, M., SCHONFELD, I. S. en GOULD, M. S., ‘Bullying, depression, and suicidality in adolescents’, Journal of the American Academy of Child and Adolescent Psychiatry, 2007, volume 46, nr. 1, 40-49.

BUHS, E. S., LADD, G. W. en HERALD, S. L., ‘Peer exclusion and victimization: Processes that mediate the relation between peer group rejection and children’s classroom engagement and achievement?’, Journal of Educational Psychology, 2006, volume 98, nr. 1, 1-13.

CAMPBELL, M. A., ‘Cyber bullying: An old problem in a new guise?, Australian Journal of Guidance and Counselling, 2005, volume 15, nr. 1, 68-76.

COOK, C. R., WILLIAMS, K. R., GUERRA, N. G., KIM, T. E. en SADEK, S., ‘Predictors of bullying and victimization in childhood and adolescence: A meta-analytic investigation’, School Psychology Quarterly, 2010, volume 25, nr. 2, 65-83.

CRAIG, W. M., ‘The relationship among bullying, victimisation, depression, anxiety, and aggression in elementary school children’, Personality and Individual Differences, 1998, volume 24, nr. 1, 123-130.

CRAIG, W. M. en PEPLER, D. J., ‘Understanding bullying: From research to practice’, Canadian Psychology, 2007, volume 48, nr. 2, 86-93.

DAKE, J. A., PRICE J. H. en TELLJOHANN, S. K., ‘The nature and extent of bullying at school’, Journal of School Health, 2003, volume 73, nr. 5, 173-180.

DEMANET, J., ‘Populair of verstoten? Een netwerkanalytische studie naar de sociale kenmerken van pesters in het Vlaamse secundaire onderwijs’, Tijdschrift voor Sociologie, 2008, nr. 4, 397-423.

DEWULF, M. en STILHART, C., ‘Le vécu des victimes de harcèlement scolaire’, Médecine Thérapeutique Pédiatrie, 2005, volume 8, nr. 2, 95-100.

DOERNER, W. G. en LAB, S. P., Victimology: sixth edition, USA, Elsevier – Anderson Publishing, 2011, 488 p.

DOOLEY, J. J., PYZALSKI, J. en CROSS, D., ‘Cyberbullying versus face-to-face bullying: A theoretical and conceptual review’, Zeitschrift für Psychologie – Journal of Psychology, 2009, volume 217, nr. 4, 182-188.

ESBENSEN, F. en CARSON, D. C., ‘Consequences of being bullied. Results from a longitudinal assessment of bullying victimization in a multisite sample of American students’, Youth & Society, 2009, volume 41, nr. 2, 209-233.

ESPELAGE, D. L., HOLT, M. K. en POTEAT, V. P., ‘Individual and contextual influences on bullying. Perpetration and victimization’ in Handbook of Research on Schools, Schooling and Human Development, MEECE, J. en ECCLES, J. S., (eds.), New York, Routledge, 2010, 146-160.

Bullying in American schools: a social-ecological perspective on prevention and intervention, ESPELAGE, D. L. en SWEARER, S. M., (eds.), Mahwah – New Jersey, Lawrence Erlbaum Associates, 2004, 385 p.

ESPELAGE, D. L. en SWEARER, S. M., ‘Research on school bullying and victimization: What have we learned and where do we go from here?’, School Psychology Review, 2003, volume 32, issue 3, 365-383.

FEINBERG, T. en ROBEY, N., ‘Cyberbullying’, Principal Leadership, 2008, volume 9, nr. 1, 10-14.

FORERO, R., MCLELLAN, L., RISSEL, C. en BAUMAN, A., ‘Bullying behaviour and psychosocial health among school students in New South Wales, Australia: cross sectional survey’, British Medical Journal, 1999, volume 319, nr. 7206, 344-348.

GINI, G. en POZZOLI, T., ‘Association between bullying and psychosomatic problems: A meta-analysis’, Pediatrics: Official Journal of the American Academy of Pediatrics, 2009, volume 123, nr. 3, 1059-1065.

GOTTFREDSON, M. R. en HIRSCHI, T., ‘Aggression’ in The generality of deviance, HIRSCHI, T. en GOTTFREDSON, M. R., (eds.), New Jersey, Transaction Publishers, 1994, 23-46.

GRADINGER, P., STROHMEIER, D. en SPIEL, C., ‘Traditional bullying and cyberbullying. Identification of risk groups for adjustment problems’, Zeitschrift für Psychologie – Journal of Psychology, 2009, volume 217, nr. 4, 205-213.

GREGORY, A. M., BALL, H. A. en BUTTON, T. M. M., ‘Behavioral genetics’ in The Wiley-Blackwell handbook of childhood social development: Second edition, SMITH, P. K. en HART, C. H., (eds.), Malden, Blackwell Publishing, 2011, 27-44.

GRIFFIN, R. S. en GROSS, A. M., ‘Childhood bullying: Current empirical findings and future directions for research’, Aggression and Violent Behavior, 2004, volume 9, nr. 4, 379-400.

HEBBERECHT, P., Cursus criminologie academiejaar 2008-2009, Gent, UGent Vakgroep Strafrecht & Criminologie, 2008, 126 p.

HINDUJA, S. en PATCHIN, J. W., Bullying beyond the schoolyard: preventing and responding to cyberbullying, Thousand Oaks, Corwin Press (Sage), 2008, 254 p.

HINDUJA, S. en PATCHIN, J. W., ‘Cyberbullying: An exploratory analysis of factors related to offending and victimization’, Deviant Behavior, 2008, volume 29, 129-156.

JANOFF-BULMAN, R., ‘The aftermath of victimization: Rebuilding shattered assumptions’ in Trauma and its wake: the study and treatment of post-traumatic stress disorder, FIGLEY, C. R., (ed.), Pennsylvania, Routledge – Brunner/Mazel Publishers, 1985, 15-35.

JANSEN, D., VEENSTRA, R., ORMEL, J., VERHULST, F. C. en REIJNEVELD, S. A., ‘Early risk factors for being a bully, victim, or bully/victim in late elementary and early secondary education. The longitudinal TRAILS study’, BMC Public Health, 2011, volume 11, 440-446.

KALTIALA-HEINO, R., RIMPELÄ, M., MARTTUNEN, M., RIMPELÄ, A. en RANTANEN, P., ‘Bullying, depression, and suicidal ideation in Finnish adolescents: school survey’, British Medical Journal, 1999, volume 319, nr. 7206, 348-351.

KEITH, S. en MARTIN, M. E., ‘Cyber-bullying: Creating a culture of respect in a cyber world’, Reclaiming Children and Youth: The Journal of Strength-based Interventions, 2005, volume 13, nr. 4, 224-228.

KOCHENDERFER, B. J. en LADD, G. W., ‘Peer victimization: Cause or consequence of school maladjustment?’, Child Development, 1996, volume 67, 1305-1317.

KÖSZEGHY, A., ‘School bullying: The problems of internalizing consequences for participants in the literature of the USA’, Practice and Theory in Systems of Education, 2010, volume 5, nr. 3, 257-262.

KOWALSKI, R. M., LIMBER, S. P. en AGATSTON, P. W., Cyber bullying: bullying in the digital age, Malden, Blackwell Publishing, 2008, 218 p.

KRAHÉ, B., The social psychology of aggression, Hove, Psychology Press, 2001, IX, 277 p.

LEMBRECHTS, L., ‘Cyberpesten: als de grenzen van de echte en de virtuele wereld vervagen’, Panopticon, 2011, nr. 6, 21-35.

LISTER, M., DOVEY, J., GIDDINGS, S., GRANT, I. en KELLY, K., New media: a critical introduction: second edition, London, Routledge, 2009, XVI, 446 p.

MA, X., STEWIN, L. L. en MAH, D. L., ‘Bullying in school: nature, effects and remedies’, Research Papers in Education, 2001, volume 16, nr. 3, 247-270.

MILLER, A. L., RATHUS, J. H. en LINEHAN, M., Dialectical behavior therapy with suicidal adolescents, New York, Guilford Press, 2007, 346 p.

MITCHELL, K. J., YBARRA, M. en FINKELHOR, D., ‘The relative importance of online victimization in understanding depression, delinquency, and substance use’, Child Maltreatment, 2007, volume 12, nr. 4, 314-324.

Bullying in different contexts, MONKS, C. P. en COYNE, I., (eds.), Cambridge, Cambridge University Press, 2011, 261 p.

NANSEL, T. R., OVERPECK, M., PILLA, R. S., RUAN, W. J., SIMONS-MORTON, B. en SCHEIDT, P., ‘Bullying behaviors among US youth: Prevalence and association with psychosocial adjustment’, Journal of the American Medical Association, 2001, volume 285, nr. 16, 2094-2100.

NEWMAN, B. M. en NEWMAN, P. R., Development through life: A psychosocial approach, Wadsworth, Cengage Learning, 2011, 623 p.

NORET, N. en RIVERS, I., The prevalence of bullying by text message or email: Results of a four year study, Cardiff, 31 maart 2006 (lezing, gehouden op de British Psychological Society Annual Conference in Cardiff).

NORRIS, P., Digital divide: civic engagement, information poverty, and the Internet worldwide, New York, Cambridge University Press, 2001, 303 p.

OLWEUS, D., Bullying at school: what we know and what we can do, Oxford, Blackwell Publishers, 1993, 140 p.

PAUWELS, L., Etiologische criminologie: Van klassieke naar hedendaagse causale benaderingen van criminaliteit, Gent, UGent Vakgroep Strafrecht & Criminologie, 2009, 352 p.

PEPLER, D. J., CRAIG, W. M., CONNOLLY, J. A., YUILE, A., MCMASTER, L. en JIANG, D., ‘A developmental perspective on bullying’, Aggressive Behavior, 2006, volume 32, 376-384.

PERREN, S., DOOLEY, J., SHAW, T. en CROSS, D., ‘Bullying in school and cyberspace: Associations with depressive symptoms in Swiss and Australian adolescents’, Child and Adolescent Psychiatry and Mental Health, 2010, volume 4, issue 1, 28, 1-10.

PHAM-GIA, K., Radical innovation and open innovation: Creating new growth opportunities for business, Hamburg, Diplomica Verlag, 2011, 128 p.

RASKAUSKAS, J. en STOLTZ, A. D., ‘Involvement in traditional and electronic bullying among adolescents’, Developmental Psychology, 2007, volume 43, nr. 3, 564-575.

RIGBY, K., ‘Addressing bullying in schools: Theory and practice’, Trends and Issues in Crime and Criminal Justice, juni 2003, nr. 259, 1-6 (paper van de Australian Institute of Criminology).

RIGBY, K., New perspectives on bullying, London, Jessica Kingsley Publishers, 2002, 320 p.

RIGBY, K., Stop the bullying: A handbook for schools, Melbourne, Australian Council for Educational Research, 2003, 92 p.

SALMON, G., JAMES, A. en SMITH, D. M., ‘Bullying in schools: self reported anxiety, depression, and self esteem in secondary school children’, British Medical Journal, 1998, volume 317, nr. 7163, 924-925.

SANSONE, R. A. en SANSONE, L. A., ‘Bully victims: Psychological and somatic aftermaths’, Psychiatry (Edgmont), 2008, volume 5, nr. 6, 62-64.

SMITH, P. K., MAHDAVI, J., CARVALHO, M., FISHER, S., RUSSELL, S. en TIPPETT, N., ‘Cyberbullying: its nature and impact in secondary school pupils’, Journal of Child Psychology and Psychiatry, 2008, volume 49, nr. 4, 376-385.

SOURANDER, A., RONNING, J., BRUNSTEIN-KLOMEK, A., GYLLENBERG, D., KUMPULAINEN, K., NIEMELÄ, S., HELENIUS, H., SILLANMÄKI, L., RISTKARI, T., TAMMINEN, T., MOILANEN, I., PIHA, J. en ALMQVIST, F., ‘Childhood bullying behavior and later psychiatric hospital and psychopharmacologic treatment. Findings from the Finnish 1981 birth cohort study’, Archives of General Psychiatry, 2009, volume 66, nr. 9, 1005-1012.

SRABSTEIN, J. C., ‘Frequent childhood victimisation predicts later psychiatric problems in females’, Evidence-Based Mental Health, 2010, volume 13, nr. 2, 59.

TURAN, N., POLAT, O., KARAPIRLI, M., UYSAL, C. en TURAN, S. G., ‘The new violence type of the era: Cyber bullying among university students. Violence among university students’, Neurology, Psychiatry and Brain Research, 2011, volume 17, issue 1, 21-26.

TUSINSKI, K. E., The causes and consequences of bullying, Diss. Doct. Filosofie, Missouri – Saint Louis, 2009, 227 p.

VANDEBOSCH, H. en VAN CLEEMPUT, K., ‘Cyberbullying among youngsters: profiles of bullies and victims’, New Media & Society, 2009, volume 11, nr. 8, 1349-1371.

VANDEBOSCH, H., VAN CLEEMPUT, K., MORTELMANS, D. en WALRAVE, M., Cyberpesten bij jongeren in Vlaanderen. Studie in opdracht van het viWTA, Brussel, 2006, 211 p. (onderzoeksrapport).

VAN DIJK, J. A. G. M., De netwerkmaatschappij: sociale aspecten van nieuwe media, Alphen aan den Rijn, Samsom (Kluwer), 2001, 310 p.

VEENSTRA, S., KERSTENS, J. en STOL, W., ‘Cyberpesten: wangedrag in cyberspace en gedragsverklarende theorie’, Panopticon, 2009, volume 30, nr. 4, 77-81.

WALLACE, H. en ROBERSON, C., Victimology. Legal, psychological and social perspectives : third edition, New Jersey, Pearson Education, 2011, 364 p.

WALRAVE, M., DEMOULIN, M., HEIRMAN, W. en VAN DER PERRE, A., Cyberpesten: Pesten in bits & bytes. Brussel: FOD Economie. Observatorium van de Rechten op Internet, Brussel, februari 2009, 261 p. (onderzoeksrapport).

WALRAVE, M. en HEIRMAN, W., ‘Cyberbullying: Predicting victimisation and perpetration’, Children & Society, 2011, volume 25, 59-72.

WANG, J., NANSEL, T. R. en IANOTTI, R. J., ‘Cyber and traditional bullying: Differential association with depression’, Journal of Adolescent Health, 2011, volume 48, 415-417.

WEMMERS, J. M., Introduction à la victimologie, Montréal, Presses de l’Université de Montréal, 2003, 224 p.

WILLIAMS, K. R. en GUERRA, N. G., ‘Prevalence and predictors of internet bullying’, Journal of Adolescent Health, 2007, volume 41, issue 6, supplement, S14-S21.

YBARRA, M. L. en MITCHELL, K. J., ‘Online aggressor/targets, aggressors, and targets: a comparison of associated youth characteristics’, Journal of Child Psychology and Psychiatry, 2004, volume 45, nr. 7, 1308-1316.

b) Methodologische literatuur

BABBIE, E. R., The basics of social research: Fifth edition, Wadsworth, Cengage Learning, 2010, 552 p.

BACHMAN, R. en SCHUTT, R. K., The practice of research in criminology and criminal justice: third edition, Thousand Oaks, Sage Publications, 2007, 616 p.

BIJLEVELD, C. C. J. H., Methoden en technieken van onderzoek in de criminologie, Den Haag, Boom Juridische uitgevers, 2005, 340 p.

Een samenleving onderzocht: methoden van sociaal-wetenschappelijk onderzoek, BILLIET, J. en WAEGE, H., (eds.), Antwerpen, De Boeck, 2006, 390 p.

BRINKMAN, J., De vragenlijst, Groningen, Wolters-Noordhoff, 2000, 199 p.

CUSTERS, K. en ENGELS, R., ‘Delinquentie van adolescenten: de rol van delinquente vrienden en emotionele problemen’, Pedagogiek, 2003, volume 23, nr. 2, 137-155.

DECORTE, T., Methoden van onderzoek: Ontwerp en dataverzameling: Een handleiding, Gent, Academia Press, 2011, XII, 265 p.

FRANCK, E., DE RAEDT, R., BARBEZ, C. en ROSSEEL, Y., ‘Psychometric properties of the Dutch Rosenberg self-esteem scale’, Psychologica Belgica, 2008, volume 48, nr. 1, 25-35.

Kwantitatieve en kwalitatieve criminologische onderzoeksmethodes: een introductie, GOETHALS, J. en PAUWELS, L., (eds.), Leuven, Acco, 2009, 201 p.

JOHNSON, B. en CHRISTENSEN, L. B., Educational research: Quantitative, qualitative, and mixed approaches: Fourth edition, Thousand Oaks, Sage Publications, 2010, 648 p.

JOLLIFFE, D., ‘Researching bullying in the classroom’ in Doing research on crime and justice: second edition, KING, R. D. en WINCUP, E., (eds.), Oxford, Oxford University Press, 2008, 501-513.

KENT, R., Data construction and data analysis for survey research, New York, Palgrave Macmillan, 2001, 268 p.

MCLAUGHLIN, E. en MUNCIE, J., The Sage dictionary of criminology: Second edition, London, Sage Publications, 2006, 485 p.

MOORE, D. S. en MCCABE, G. P., Statistiek in de praktijk: Theorieboek, Den Haag, Sdu Uitgevers, 2006, 726 p.

OLDEHINKEL, A. J. (2000) Nederlandse vertaling RCADS [WWW]. University of California Los Angeles: http://www.childfirst.ucla.edu/RCADS%20(dutch%20version).pdf [30/11/11]

OTTEN, R., VAN DE VEN, M., ENGELS, R. en VAN DEN EIJNDEN, R., ‘Depressive mood and smoking onset: A comparison of adolescents with and without asthma’, Psychology & Health, 2009, volume 24, nr. 3, 287-300.

PAUWELS, L., Buurtinvloeden en jeugddelinquentie. Een toets van de sociale desorganisatietheorie, Den Haag, Boom Juridische uitgevers, 2007, 247 p.

PAUWELS, L. en PLEYSIER, S., Criminaliteit en onveiligheid meten: de gestandaardiseerde vragenlijst, Leuven, Acco, 2009, VI, 197 p.

PAUWELS, L. en PLEYSIER, S., ‘Self-report studies in Belgium and the Netherlands’ in Criminografische basisinformatie in België, PAUWELS, L., (ed.), Gent, UGent Vakgroep Strafrecht & Criminologie, 2010, 48-71.

PAUWELS, L. en VAN DE VELDE, M., Toegepaste kwantitatieve data-analyse voor criminologen: Een inleiding tot de statistische analyse en verwerking van gegevens aan de hand van SPSS, Leuven, Acco, 2010, VI, 295 p.

ROSENBERG, M., Society and the adolescent self-image, Middletown, Wesleyan University Press, 1989, 347 p.

ROVERS, B., De buurt een broeinest? : een onderzoek naar de invloed van woonomgeving op jeugdcriminaliteit, Nijmegen, Ars aequi Libri, 1997, 243 p.

SMITH, P. K., MAHDAVI, J., CARVALHO, M. en TIPPETT, N. (z.d.) An investigation into cyberbullying, its forms, awareness and impact, and the relationship between age and gender in cyberbullying [WWW]. Anti-Bullying Alliance: http://www.anti-bullyingalliance.org.uk/pdf/ CyberbullyingreportFINAL230106.pdf [29/11/11]

VAN DAMME, A., Onveiligheidsbeleving en slachtofferschap van geweld op school, Diss. Lic. Criminologie, Gent, 2008-2009, 133 p.

VAN KERCKVOORDE, J., Een maat voor het kwaad? Over de meting van criminaliteit met behulp van officiële statistieken en door middel van enquêtes, Leuven, Leuven University Press, 1995, 262 p.

VAN LANG, N. D. J., FERDINAND, R. F., OLDEHINKEL, A. J., ORMEL, J. en VERHULST, F. C., ‘Concurrent validity of the DSM-IV scales Affective Problems and Anxiety Problems of the Youth Self-Report’, Behaviour Research and Therapy, 2004, volume 43, 1485-1494.

VAN ROOIJ, T. en VAN DEN EIJNDEN, R., Monitor Internet en Jongeren 2006 en 2007: Ontwikkelingen in internetgebruik en de rol van opvoeding, Rotterdam, 2007, 134 p. (onderzoeksrapport)

VYNCKIER, G., PAUWELS, L. en VAN DAMME, A., ‘Slachtofferschap onder eerstegraads leerlingen. Een beschrijvende schets op basis van slachtofferenquêtes in Sint-Niklaas en Lokeren’ in Criminografische ontwikkelingen: van (victim)-survey tot penitentiaire statistiek, PAUWELS, L., DE KEULENAER, S., DELTENRE, S., DESCHAMPS, L., ELFFERS, H., FORCEVILLE, J., GOETHALS, J., KERKAB, R., MAES, E., PLEYSIER, S., PONSAERS, P. en VAN DAEL, E., (eds.), Antwerpen – Apeldoorn, Maklu, 2010, 61-82.

WEISS, D. C. en CHORPITA, D. F. (2011) RCADS User’s Guide [WWW]. University of California Los Angeles: http://www.childfirst.ucla.edu/RCADSGuide20110202.pdf [30/11/11]

2. Krantenartikels, televisie- en internetbronnen

BERGMANS, E. (2011/11/22) ‘Gekleineerd, bespot en gediscrimineerd’. Acht maanden cel gevraagd voor pesters bij stad Gent [WWW]. De Standaard: http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx? artikelid=NA3IK9IC [25/11/11]

COSTERMANS, P. (2009/03/27) Zeven maanden cel voor man die buren pestte [WWW]. Het Belang Van Limburg: http://www.hbvl.be/limburg/hoeselt/zeven-maanden-cel-voor-man-die-buren… [11/11/11]

HUYBERECHTS, P. (2011/10/11) Iedereen deed zijn best, maar toch liep het mis met Lisa [WWW]. Het Nieuwsblad: http://www.nieuwsblad.be/article/detail.aspx?articleid=GNA3GSILK [28/11/11]

J. V. (2011/10/10) Tienermeisje pleegt zelfmoord na pesterijen op school [WWW]. De Morgen: http://www.demorgen.be/dm/nl/989/Binnenland/article/detail/1331284/2011… [28/10/11]

KOPPEN-REDACTIE, Pesten op school met dramatische gevolgen, ÉÉN, 13 oktober 2011, 20h45-21h15. [TV-programma]

L. E. J. (2011/10/17) Twee Gentse ambtenaren voor strafrechter na zelfdoding collega door pesterijen [WWW]. Het Nieuwsblad: http://www.nieuwsblad.be/article/detail.aspx?articleid=DMF20111017_ 047 [11/11/11]

M. V. D. B. (2011/08/29) Meer maatregelen tegen cyberpesten nodig [WWW]. De Morgen: http://www.demorgen.be/dm/nl/1344/Onderwijs/article/detail/1311109/2011… [28/10/11]

VROOM, A., Pesten is nog steeds een pest, VTM, 14 februari 2012, 20h45-21h35. [TV-programma]

V. S. V. (2011/06/14) Werknemers veroordeeld voor pesten en opsluiten van mentaal gehandicapte collega [WWW]. De Morgen: http://www.demorgen.be/dm/nl/989/Binnenland/article/detail/1278455/ 2011/06/14/Werknemers-veroordeeld-voor-pesten-en-opsluiten-van-mentaal-gehandicapte-collega.dhtml [11/11/11]

X, Scholen worstelen met cyberpesten, Metro, 30 augustus 2011, p. 1.

Universiteit of Hogeschool
Master in de Criminologische Wetenschappen
Publicatiejaar
2012
Kernwoorden
Share this on: