De samenwerking tussen justitie en drughulpverlening

Marie Adams
De samenwerkingsverhouding tussen justitie en hulpverlening wint op alle gebied aan belangstelling. In deze masterscriptie wordt de samenwerking tussen beide instituten onder de juridische loep genomen, en dit tegen de complexe achtergrond van drugsproblematiek. In een eerste deel wordt dit bijzonder interessante en actuele thema ingeleid en worden probleem- en doelstellingen scherpgesteld.Justitie en hulpverlening trachten beiden het drugsgebruik te beheersen, maar hanteren hierbij een compleet verschillende invalshoek.

De samenwerking tussen justitie en drughulpverlening

De samenwerkingsverhouding tussen justitie en hulpverlening wint op alle gebied aan belangstelling. In deze masterscriptie wordt de samenwerking tussen beide instituten onder de juridische loep genomen, en dit tegen de complexe achtergrond van drugsproblematiek. In een eerste deel wordt dit bijzonder interessante en actuele thema ingeleid en worden probleem- en doelstellingen scherpgesteld.

Justitie en hulpverlening trachten beiden het drugsgebruik te beheersen, maar hanteren hierbij een compleet verschillende invalshoek. Daardoor was lange tijd weinig sprake van enige samenwerking tussen beide actoren. Twintig jaar geleden ontpopte zich echter een copernicaanse evolutie in denken en beleid die uitmondde in nieuwe vormen om een strafproces af te handelen. In dit gewijzigd repressiebeleid werd op ieder niveau van de strafrechtsbedeling voorzien in diverse mogelijkheden om druggebruikers naar de hulpverlening te oriënteren. Dit vereist evenwel dat justitie en hulpverlening de handen in elkaar slaan. Enkel dan kunnen de alternatieve afhandelingsmodaliteiten functioneren als werkelijke bruggen tussen justitie en hulpverlening.

In het tweede deel van deze masterscriptie wordt de evolutie van een repressief naar geïntegreerd drugsbeleid geschetst. De alternatieve afhandelingsmodaliteiten op de verschillende niveaus van de strafrechtsbedeling worden weergegeven en geëvalueerd. Deze evaluatie toont evenwel aan dat de samenwerking tussen justitie en hulpverlening anno 2013 niet optimaal verloopt. De meest fundamentele knelpunten blijken een gebrek aan gestroomlijnde visies, vragen bij de huidige organisatie van het justitieel landschap en problemen rond de informatie-uitwisseling te zijn.

In het derde deel wordt de uitdaging aangegaan om constructieve oplossingen voor deze knelpunten te formuleren waar alle betrokken partijen zich in kunnen vinden en die bovendien juridisch correct zijn. Het optimaliseren van de samenwerkingsverhouding tussen justitie en hulpverlening in het kader van de alternatieve afhandeling van het strafproces vormt dan ook de centrale doelstelling van deze masterscriptie.

 

Bibliografie

Bibliografie

I. Wetgeving (in de meest ruime zin)

 A. Hard law

Internationaal Opiumverdrag van ’s-Gravenhage van 23 januari 1912, BS 16 juli 1919.

Enkelvoudig Verdrag inzake verdovende middelen opgemaakt te New York op 30 maart 1961, BS 27 november 1969.

Verdrag van de Verenigde Naties tegen de sluikhandel in verdovende middelen en psychotrope stoffen, opgemaakt te Wenen op 20 december 1988, BS 21 maart 1996.

Declaration on the promotion of patients rights in Europe, Amsterdam, 1994, http://www.who.int/ genomics/public/eu_declaration1994.pdf.

Verdrag inzake psychotrope stoffen, opgemaakt te Wenen op 21 februari 1971, BS 21 maart 1996.

Burgerlijk wetboek 21 maart 1804, BS 3 september 1807.

Wetboek van Strafvordering van 17 november 1808,  BS 27 november 1808.

Strafwetboek van 8 juni 1867, BS 9 juni 1867.

Wet van 17 april 1878 houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering, BS 25 april 1878.

Wet van 31 mei 1888 tot invoering van de voorwaardelijke invrijheidstelling in het strafstelsel, BS 3 juni 1888.

Wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van gifstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, BS 6 maart 1921.

Wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, BS 17 juli 1964.

Wet van 1 juli 1964 betreffende de Bescherming van de Maatschappij tegen abnormalen, gewoontemisdadigers en bepaalde plegers van seksuele strafbare feiten, BS 17 juli 1964.

Wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade, BS 15 april 1965.

Wet van 9 juli 1975 tot wijziging van de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, ontsmettingsstoffen of antiseptica, BS 26 juli 1975.

Wet van 26 juni 1990 betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke, BS 27 juli 1990.

Wet 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, BS 14 augustus 1990.

Wet tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens van 8 december 1992, BS 18 maart 1993.

Wet van 10 februari 1994 houdende de regeling van een procedure voor de bemiddeling in strafzaken, BS 27 april 1994.

Wet van 5 maart 1998 betreffende de Voorwaardelijke Invrijheidsstelling en tot wijziging van de Wet van 9 april 1930 tot Bescherming van de Maatschappij tegen abnormalen en gewoontemisdadigers, BS 2 april 1998.

Wet van 18 maart 1998 betreffende de instelling van de Commissies voor de Voorwaardelijke Invrijheidstelling, BS 2 april 1998.

Wet van 4 mei 1999 houdende instemming tot het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat en de Vlaamse Gemeenschap inzake de begeleiding en behandeling van daders van seksueel misbruik, BS 11 september 1999.

Wet van 28 november 2000 betreffende de strafrechtelijke bescherming van de minderjarigen, BS 17 maart 2001.

Wet van 4 april 2003 tot wijziging van de Wet van 21 februari betreffende het verhandelen van gifstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, ontsmettingsmiddelen en antiseptica, en van artikel 137 van het Wetboek van Strafvordering, BS 2 juni 2003.

Wet van 3 mei 2003 tot wijziging van de Wet van 21 februari 1921 betreffende het verhandelen van gifstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, ontsmettingsmiddelen en antiseptica, BS 2 juni 2003.

Wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten, BS 15 juni 2006.

Wet van 17 mei 2006 houdende oprichting van de strafuitvoeringsrechtbanken, BS 15 juni 2006.

Wet van 21 april 2007 betreffende de internering van personen met een geestesstoornis.

Wet van 17 maart 2013 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten, BS  19 maart 2013.

Decreet van 19 december 1997 betreffende het algemeen welzijnswerk, BS 17 februari 1998 .

Decreet betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn van 19 december 2008, BS 24 december 2008.

Koninklijk besluit van 22 januari 1930 betreffende slaap- en verdovende middelen, BS 10 januari 1931.

Koninklijk besluit van 31 december 1930 omtrent de handel in slaap- en verdovende middelen, BS 10 januari 1931.

Koninklijk besluit van 22 januari 1998 tot reglementering van sommige psychotrope stoffen en betreffende risicobeperking en therapeuthisch advis, BS 14 januari 1999.

Koninklijk besluit van 13 juni 1999 houdende organisatie van de Dienst Justitiehuizen van het Ministerie van Justitie, BS 29 juni 1999.

Koninklijk besluit van 16 mei 2003 tot wijziging van het Koninklijk Besluit van 31 december 1930 omtrent de handel in slaapmiddelen en verdovende middelen alsmede van het Koninklijk Besluit van 22 januari 1998 tot reglementering van sommige psychotrope stoffen, teneinde daarin bepalingen in te voegen met betrekking tot risicobeperking en therapeutisch advies, en tot wijziging van het Koninklijk Besluit van 26 oktober 1993 houdende maatregelen om te voorkomen dat bepaalde stoffen worden misbruikt voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen, BS 2 juni 2003.

Ministerieel besluit tot vaststelling van de basisinstructies van justitiehuizen, BS 29 juni 1999.

B. Soft law

Algemene richtlijnen van het College van Procureurs-Generaals onder voorzitterschap van de minister van Justitie over een gemeenschappelijk beleid inzake verdovende middelen van 26 mei 1993.

Gemeenschappelijke richtlijn van het College van Procureurs-generaals over het vervolgingsbeleid inzake bezit en detailhandel van illegale verdovende middelen van 19 mei 1998, http://www.om-mp.be/extern/getfile.php?p_name=3319595.PDF.

Gemeenschappelijke omzendbrief nr. Col 8/99 van 7 mei 1999 inzake bemiddeling in strafzaken,http://www.ommp.be/omzendbrief/4016756/omzendbrief_col_8_d_d_7_mei_1999.html.

Ministeriële Omzendbrief van 29 februari 2000 inzake de voorlopige invrijheidstelling van bepaalde drugsverslaafde veroordeelden met het oog op aangepaste behandeling en/of begeleiding.

Ministeriële richtlijn van 16 mei 2003 betreffende het vervolgingsbeleid inzake het bezit van en de detailhandel in illegale verdovende middelen, BS 2 juni 2003.

C. Parlementaire documenten

Ontwerp van wet tot wijziging van de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van de gifstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, ontsmettingsstoffen of antiseptica,  Parl. St. Senaat 1970-71, 2 maart 1971, nr. 290.

Verslag namens de parlementaire werkgroep belast met het bestuderen van de drugsproblematiek, Parl. st. Kamer, 1996-97, nr. 1062/1-3, 1023 p.

Verslag namens de commissie voor justitie over het wetsontwerp betreffende de strafrechtelijke bescherming van minderjarigen (J. Vandeurzen), Parl. St. Kamer 1999-2000, 20 oktober 2000, nr. 0695/009, 76 p.

 

D. Beleidsdocumenten

Europees Waarnemingscenter voor Drugs en Drugsverslaving, Jaarverslag over de stand van de drugsproblematiek in Europa, 2 december 2006, http://annualreport.emcdda.eu. int, 104 p.

Kabinet van de Eerste Minister, Algemene beleidsverklaring inzake drugs en toxicomanie, en actieplan toxicomanie-drugs, Brussel, 2 februari 1995, 18 p.

Federale Regering, Beleidsnota van de Federale regering in verband met drugsproblematiek, Brussel, 19 januari 2001, 68 p.

II. Rechtspraak

Cass. 10 maart 1982, RW 1982-83, 234.

Cass. 20 februari 1905, I, 141, concl. L. Janssens.

Cass. 12 april 1976, Arr. Cass. 1976, 935.

Cass. 30 oktober 1978, Arr. Cass. 1978-79, 235.

Cass. 13 mei 1987, Arr. Cass. 1986-87, 1203.

RvS 27 november 1992, n. 42211, RACE 1992.

Brussel 3 februari 1981, T. Gez. 1981-82, 34, noot H. Nys.

Rb. Antwerpen 7 april 2000, T. Gez. 2004-05, 126.

III. Rechtsleer

 

Allemeersch, B.,“Het toepassingsgebied van art. 458 Strafwetboek. Over het succes van het beroepsgeheim en het geheim van dat succes”, RW 2003-04, 1-19.

Brosens, W., “De wet en de drugs”, RW 1976-77, 1025-1112.

Casselman, J. en Kinable, H. (eds.), Het gebruik van illegale drugs, multidimensionaal bekeken, Heule, UGA, 2007, 372 p.

Casselman, J., Cosyns, P., Goethals, J.,  Vandenbroucke, M., De Doncker, D. en Dillen, C., Internering, Antwerpen, Garant, 2005, 125 p.

Casselman, J., “Zijn drughulpverlening en strafrechtsbedeling zoals water en vuur?” Orde dag 2004, afl. 26, 47-54.

Colman, C., De Wree, E. en De Ruyver,B., “Alternatieve afhandelingen: keerpunten voor druggebruikers?” in Pauwels, L. en Vermeulen, G. (eds.), Actualia strafrecht en criminologie, Antwerpen, Maklu, 2010, 287-311.

Colman, C., De Ruyver, B., Vander Laenen, F., Vanderplasschen, W.  en Broekaert, E., De Drugbehandelingskamer: een andere manier van afhandelen. Het proefproject geëvalueerd, Antwerpen, Maklu, 2011, 163 p.

Colman, C., Vander Laenen, F. en De Ruyver, B., “De samenwerking tussen justitie en de (drug)hulpverlening. Randvoorwaarden voor een optimale interactie” in Pauwels, L. en Vermeulen, G. (eds.),  Actualia strafrecht en criminologie, Antwerpen, Maklu, 2010, 313-341.

Cosyns, P., Recente evolutie van het medisch beroepsgeheim bij de behandeling van slachtoffers of daders van fysiek of seksueel geweld” in Goethals, J., Hutsebaut, F., Vervaeke G. (eds.), Gerechtelijke geestelijke gezondheidszorg: wetenschap, beleid en praktijk, Liber Amoricom Joris Casselman, Leuven, Universitaire Pers Leuven,  2005, 231-241.

De Ruyver, B., Born, M., Colman, C., Vandam, L. en  Pirenne, C., Definiëring en meting van druggerelateerde criminaliteit, 2008, http://www.belspo.be/belspo/organisation/Publ/pub_ostc/Drug/ rDR30r_nl.pdf , 11 p.

De Ruyver, B., Vermeulen, G., De Leenheer, A. en. Van Der Straten Waillet, G. (eds.), Drugbeleid 2000. Op weg naar een geïntegreerd drugbeleid in België, Antwerpen, Maklu, 1995, 310 p.

De Ruyver, B., Colman, C. en Vandam, L., “Drugs en criminaliteit: bestaat het ene zonder het andere?”, Orde dag 2008, afl. 44, 7-12.

De Ruyver, B., Colman, C., De Wree, E.,  Vander Laenen, F., Reynder, D., Van Liempt, A. en De Pauw, W., Een brug tussen justitie en hulpverlening: een evaluatie van het proefzorgproject, Antwerpen, Maklu, 2008, 199 p.

De Ruyver, B., “Een geïntegreerd drugbeleid: de vlag en de lading.” in Casselman, J. en Kinable, H. (eds.), Gebruik van illegale drugs, multidimensionaal bekeken, Heule, UGA, 2007, 327-341.

De Ruyver, B., Ponsaers, P., Lemaître, A., Macquet, C., De Wree, E., Hodeige, R., Pieters, T., Cammaert, F. en Sohier, C.,  Effecten van alternatieve afhandeling voor druggebruikers, Gent, Academia Press, 2007, 321 p.

De Ruyver, B., Ponsaers, P., Lemaître, A., Macquet, C., De Wree, E., Hodeige, R., Pieters, T., Cammaert, F. en Sohier, C., Samenvatting van de voornaamste resultaten: Effecten van alternatieve afhandeling voor druggebruikers, Gent, Academia Press, 2007, http://www.belspo.be/belspo/organisation/Publ/pub_ostc/Drug/rDR16r_nl.pdf, 10 p.

Flore, D., Bosly, S.,Honhon, A. en Maggio, J. (eds.), Probation measures and alternative sanctions in the European Union, Antwerpen, Intersentia, 2012, 621 p.

Geenens, K., Vanderplasschen, W., Broekaert, E., De Ruyver, B. en  Alexander, S., Tussen droom en daad. Implementatie van case management door middelengebruikers binnen de hulpverlening en justitie, Gent, Academia Press, 2005, 179 p.

Goossens, S., “Drugwet- justitie- hulpverlening: This is not a lovesong (PIL)”, Orde dag 2004, 71-78.

Goris, P., “Aanpak van de drugproblematiek: verslaafd aan controle, hoe afkicken?”, Orde dag 2004, afl. 26, 55-62.

Meese, J.,  Van Impe, K. en De Ruyver, B., “De relatie tussen strafrechtsbedeling en drugshulpverlening: op dreef of op drift?” Panopticon 2000, afl. 4, 304- 345.

Pauwels,L. en Vermeulen, G. (eds.), Actualia strafrecht en criminologie, Antwerpen, Maklu, 2010, 516 p.

Put, J., “ De kar of het paard? Justitieassistenten en beroepsgeheim”, NC 2012, 286-296.

Roose, N., “Afstemming tussen justitiële medewerkers en drughulpverleners in het belang van iedereen!”, Orde dag 2004, afl. 26, 19-26.

Rotthier, K., Gedwongen opname: de rechtsbescherming van de psychiatrische patiënt, Brugge, Die Keure, 2008, 228 p.

Schaub, M., Stevens, A., Berto, D., Hunt, N.,  Kerschl, V., McSweeney, T., Oeuvray, K., Puppo, I., Santa Maria, A., Trinkl, B.,  werdenict, W., Uchtenhagen, A., “Comparing Outcomes of ‘Voluntary’ and ‘Quasi-Compulsory’ treatment of Substance Depence in Europe”, Eur Addict Res 2010, http://www.zora.uzh.ch/28897/1/QCTEuropeOutcome_MSchaub.pdf, 53–60.

Schuermans, F.,  “Drugwetgeving: belangrijke wijzigingen”, RABG 2003, afl.3, 703-708.

Serlippens, A. en Dangreau, J., “Over druggebruikers die cirminaliteit plegen en criminelen die drugs gebruiken, Orde dag 2008, afl. 44, 27-32.

Snacken, S. en Beyens, K., “Alternatieven voor de vrijheidsberoving: hoop voor de toekomst?” in Snacken, S. (ed.), Strafrechtelijk beleid in beweging, Brussel, VUBpress, 2002, 271-316.

Snacken, S. (ed.), Strafrechtelijk beleid in beweging, Brussel, VUBpress, 2002, 320 p.

Todts, S., “De drugwet en de hulpverlening: lat-relatie of shotgun wedding?”, Orde dag 2004, afl. 26, 7-18.

Uyttersport, E., “ Drugs en criminaliteit?”, Orde dag 2008, afl. 44, 21-32.

VAD, “Standpunt over de hulpverlenings- en welzijnssector over Therapeutisch advies”, 21 januari 2002, Brussel, 6 p.

VAD, Persbericht WG alternatieve maatregelen, 2 p.

VAD, Visietekst over de juridische handvaten voor de hulpverlener bij het rapporteren aan justitiële medewerkers bij doorverwijzing van meerderjarige druggebruikers, Brussel, 2012, http://www.vad.be/media/1149706/juridische%20handvateen%20beroepsgeheim%20voor%20hulpverleners.pdf, 38 p.

Van Cauwenberghe, K., “Geef hulpverlening wat ruimte”, Orde dag 2004, afl. 26, 27-35.

Van Cauwenberghe, K.,  Handhavingszakboekje drugs, Mechelen, Kluwer, 2009, 153 p.

Van Cauwenberghe, K., “Justitie- hulpverlening: een L.A.T.-verhouding” in De Ruyver, B. Vermeulen, G., De Leenheer, A. en. Van Der Straten Waillet, G. (eds.), Drugbeleid 2000. Op weg naar een geïntegreerd drugbeleid in België, Antwerpen, Maklu, 1995, 213-225.

Vandam, L., De Ruyver, B. en Vander Beken, T., “De invloed van de detentie op het gebruik van legale en illegale drugs” in Pauwels, L. en Vermeulen G. (eds.), Actualia strafrechtrecht en criminologie, Antwerpen, Maklu, 2010, 265-285.

Vander Beken, T. en Ketels, B., “Dansen op de brug. Enkele reflecties over het beroepsgeheim van de justitieassistent.” Pantopticon 2011, 53-61.

Van der Straeten, I. en Put, J., Beroepsgeheim en hulpverlening, Brugge, Die Keure, 2005, 267 p.

Van der Straete, I.,  Put, J. en  Leenaerts, E., “Het beschikkingsrecht over het beroepsgeheim”, TPR 2003, 1093-1137.

Van der Straete, I. en Put, J., “Het gedeeld beroepsgeheim en het gezamenlijk beroepsgeheim – halve smart of dubbel leed?”, RW 2004-05, nr.2, 41-59.

Van der Straeten, I. en Put, J., “Het nieuwe artikel 458bis Strafwetboek: wettelijke mogelijkheid tot doorbreking van het beroepsgeheim bij kindermishandeling”, Med-ius, 2001, afl. 4, 10-15.

Van der Straeten, I. en Put, J., “ Het spanningsveld tussen beroepsgeheim en kindermishandeling: wetgevende initiatieven in België en Nederland”, T. Gez. 2001-02, 70-84.

Vander Laenen, F. en Vanderplasschen, W., Hulpverlening aan druggebruikers: wet en duiding: drugwetgeving: commentaar bij artikel 9, Larcier, 2012, https://biblio.ugent.be/publication/2019517, 10 p.

Vander Laenen, F., “De Drugwetgeving” in  Casselman, J. en Kinable, H. (eds.), Het gebruik van illegale drugs, multidimensionaal bekeken, Heule, UGA, 2007, 251-264.

Vander Laenen, F., Vandam, L., Colman, C. en De Ruyver, B.,  “Do’s en dont’s van een integraal en geïntegreerd drugbeleid” in Pauwels, L. en Vermeulen, G. (eds.), Actualia strafrecht en criminologie, Antwerpen, Maklu, 2010, 247-285.

Vander Laenen, F., “The end of the affair? Het beroepsgeheim in de samenwerking tussen justitie en de hulpverlening”, Panopticon 2011, 1-11.

Vander Laenen, F. en Dhondt, F., “Zalven en slaan. Een eerste analyse van de nieuwe drugwetgeving”, T. Strafr. 2003, 227-245.

Vanderplasschen, W. en Wolf, J., “Case management bij drugsverslaafde: ABC voor implementatie en praktijk”, Tijdschrift Verslaving 2005, 66-78.

Vandevelde, D., “Hulpverlening en Justitie: samenwerken in het belang van de verslaafde”, Orde dag 2008, afl. 44, 39-44.

Vandevelde, D., “Een vergelijkende studie naar de rol van justitiële druk bij de behandeling van drugsverslaafden in een drugvrije therapeutische gemeenschap” in De Ruyver, B. Vermeulen, G., De Leenheer, A. en. Van Der Straten Waillet, G. (eds.), Drugbeleid 2000. Op weg naar een geïntegreerd drugbeleid in België, Antwerpen, Maklu, 1995, 289-297.

Verbruggen, F. en Verstraeten,  R., Strafrecht en strafprocesrecht voor bachelors, I, Antwerpen, Maklu, 2011, 332 p.

Willemsen, J., Declerq, F. en Dautzenberg, M., Het effect van alternatieve gerechtelijke maatregelen, Antwerpen, Maklu, 2006, 221 p.

IV. Andere bronnen

Bacon, J.,  in The art of community, California Sebastopol, O’Reilly, 2009, 366 p.

 

Petersen, P., Handboek online marketing, Deventer, Kluwer, 2010, 401 p.

 

Vlaamse provincies en de Vlaamse Gemeenschapscommissie van Brussel, Een overzicht van de voorzieningen uit de welzijns- en gezondheidssector in Vlaanderen en Brussel,  http://www.desocialekaart.be.

 

Universiteit of Hogeschool
Rechten
Publicatiejaar
2013
Kernwoorden
Share this on: