Dentogene sinusitis: Helingspotenieel na endodontische behandeling gevalideerd met Cone Beam CT

Amoëna De Hondt
DENTOGENE SINUSITIS: HELINGSPOTENTIEEL NA ENDODONTISCHE BEHANDELING GEVALIDEERD MET CONE BEAM CTABSTRACTHet doel van de studie was het nagaan welke de etiologiën en de behandelingsmethodes zijn alsook de betrokken tandnummers, de sinusale reacties en de vitaliteit wanneer er sprake is van een dentogene sinusitis. Een retrospectieve studie met 79 patiënten werd uitgevoerd.INTRODUCTIEDe botdikte van de scheidingswand tussen de sinusholte en de apexen van de elementen is zo’n 0,8 tot 7 millimeter. De dunste botzone bevindt zich ter hoogte van de 2e premolaren en de molaren.

Dentogene sinusitis: Helingspotenieel na endodontische behandeling gevalideerd met Cone Beam CT

DENTOGENE SINUSITIS: HELINGSPOTENTIEEL NA ENDODONTISCHE BEHANDELING GEVALIDEERD MET CONE BEAM CT

ABSTRACT

Het doel van de studie was het nagaan welke de etiologiën en de behandelingsmethodes zijn alsook de betrokken tandnummers, de sinusale reacties en de vitaliteit wanneer er sprake is van een dentogene sinusitis. Een retrospectieve studie met 79 patiënten werd uitgevoerd.

INTRODUCTIE

De botdikte van de scheidingswand tussen de sinusholte en de apexen van de elementen is zo’n 0,8 tot 7 millimeter. De dunste botzone bevindt zich ter hoogte van de 2e premolaren en de molaren. Volgens een onderzoek van Kiley & Kay zijn respectievelijk de apexen van de 2e molaren, de 1e molaren, de 2e premolaren en de 1e premolaren het dichtst bij de sinus gelegen. Het is dan ook binnen deze regio dat de dentogene sinusproblematiek voorkomt. Slechts in het geval van uitgesproken pneumatisatie kunnen ook de 3e molaren en de hoektanden tot aan de sinus rijken.

MATERIAAL EN METHODE

79 patiënten zijn opgenomen in de studie. Allen hebben ze een medisch dossier in het UZ Leuven Sint-Raphaël-ziekenhuis. Als toelatingscriterium is een duidelijke sinusale reactie op Cone Beam CT beelden vereist. Vervolgens werden diegenen uitgeselecteerd met een dentogene oorzaak. Eens het bestand uitgebouwd, is men gaan kijken naar de etiologie, het betrokken tandnummer, de eigenlijke sinusale reactie, de vitaliteit van het oorzakelijk element en de behandeling. Op basis van deze informatie zijn grafieken uitgezet.

RESULTATEN

Etiologie

Uit het verzamelde patiëntenbestand kunnen we stellen dat de 2 meest voorkomende oorzaken van dentogene sinusitis een deficiënte endodontische behandeling (55,7%) en een necrose( 24,1%) zijn. Verder heeft men bij 6,3% een achtergebleven wortelrest vastgesteld als basis voor de sinusale reactie en bij 5,1% een vreemd lichaam in de sinus, gevolgd door parodontale problematiek bij 3,8% en een cyste bij eenzelfde percentage. Ook zagen we bij 2,5% een oro-antrale communicatie ten gevolge van extractie. Tot slot waren implantogene sinusitis, ingesloten tanden en een open apexen onder melkelementen elk met 1,3% vertegenwoordigd.

Als we de necrose verder bekijken kunnen we stellen dat dit bij 57,9% het gevolg is van een zeer uitgebreide vulling, bij 21,1% van een cracked tooth, bij 15,8% van een diepe cariës en bij 5,3% van een septische necrose.

Onder de deficiënte endodontische behandelingen zien we dat zowel gemiste kanalen als onvolledig gevulde kanalen voorgesteld worden met 31,8%. Bij 15,9% heeft men te maken met een persisterende reactie. Zowel onvoldoende gecondenseerde gutta, overvulling als een afgebroken instrument komen in 9,1% van de gevallen voor. Met 4,5% is de perforatie van debifurcatie het minst oorzakelijke probleem binnen deze studie.

Als we het vreemd lichaam bekijken kunnen we stellen dat het bij 75% om een echt vreemd lichaam gaat en bij 25% om een tand in de sinus.

Tandnummer

In 84,8% van de gevallen vormen de molaren de oorzaak, in 36,7% de premolaren en in 1,3% de hoektanden. Als men deze percentages optelt komt men aan meer dan 100% omdat in sommige gevallen meerdere elementen aan de basis van de sinusale reactie liggen.

Meer specifiek kunnen we voor de molaren zeggen dat het in 56,3% om 1e molaren gaat, in 38,0% om 2e molaren en in slechts 5,6% om 3e molaren.

Bij de premolaren zien we dat vooral de 2e premolaren de oorzaak vormen (58,6%) ten opzichte van de 1e premolaren (41,3%).

Sinusale reactie

In 80% van de onderzochte gevallen kon men zowel een apicale reactie als een sinusale reactie waarnemen. In 20% kon men een rechtstreeks effect op de sinus bemerken.

Specifieker kunnen we stellen dat de elementen met enkel een sinusale reactie in 88,9% van de gevallen een molaar waren en in 11,1% een premolaar. Dit kunnen we verder verdelen in 56,3% 2e molaren en 43,8%  1e molaren enerzijds en anderzijds een 50/50 verdeling bij de premolaren.

Als we dan kijken naar de elementen met een gecombineerde reactie gaat het bij 75% om molaren en bij 25% om premolaren. Dit kunnen we verder opdelen in 63,0% 1e molaren, 35,2% 2e molaren en 1,9% 3e molaren. Bij de premolaren zien we 61,1% 2e premolaren en 38,9% 1e premolaren.

Vitaliteit

Deze is spijtig genoeg in slechts 43% van de gevallen van een nog niet ontzenuwd element getest. Op de 24 geteste elementen zijn 16 vitaal en 8 avitaal.

Behandeling

Van het 79-koppig patiëntenbestand is de behandeling van 50 van hen bekend. De overige zijn buiten het UZ Leuven Sint-Raphaël ziekenhuis behandeld. De in eigen huis behandelde patiënten kunnen we alsvolgt indelen: 37 zijn endodontisch behandeld, bij 12 zijn extracties uitgevoerd, bij 2 apexresecties en er zijn 2 chirurgische ingrepen uitgevoerd.

De endodontisch behandelde personen kunnen we indelen in primair endodontische behandeld (10) en endo-retreat (27). Bij de primaire behandeling was bij 4 patiënten sprake van een grote vulling, bij 1 een diepe cariës en bij 1 een barst. In de categorie endo-retreat zien we bij 11 patiënten een gemist kanaal, bij 11 een te korte kanaalvulling, bij 3 een afgebroken instrument, bij 2 onvoldoende condensatie, bij 2 overvulling van het kanaal, bij nog andere 2 een persisterende reactie en bij 1 een bifurcatie-perforatie.

Van de 12 extracties zijn 2 na een endodontische behandeling, 2 het verwijderen van een wortelrest, 1 ten gevolge van een grote vulling en 1 ten gevolge van een cracked tooth.

De apexresecties zijn beide uitgevoerd bij persisterende reacties en bij de chirurgische ingrepen zien we 1 cysteverwijdering en 1 verwijdering van een geïmpacteerde hoektand.

BESLUIT

We moeten spijtig genoeg stellen dat een deficiënte endodontische behandeling de belangrijkste etiologie is van dentogene sinusitis. Deze iatrogene oorzaak omvat voornamelijk gemiste kanalen en onvolledig gevulde kanalen gevolgd door onvoldoende gecondenseerde gutta percha, overvullingen en afgebroken instrumenten.

Het spreekt dan ook voor zich dat de meeste voorkomende behandeling een endo-retreat is of een extractie van verloren elementen. Slechts zelden heeft men een bifurcatieperforatie. Onder de necrose zien we voornamelijk uitgebreide vullingen als oorzaak, aangevuld met diepe cariës. Deze worden primair endodontisch behandeld.  De cracked tooth dienen te worden geëxtraheerd.

Qua tandnummer kunnen we afleiden dat hoe dichter de elementen bij de sinusbodem gelocaliseerd zijn, hoe groter hun invloed is.

 

Bibliografie

 

  1. Hauman CHJ, Chandler NP, Tong DC., Endodontic implications of the maxillary sinus: a review’, internet, Journal of endodontics research, 2002-01-02, (http://endodonticsjournal.com/articles/13/5/Endodontic-implications-of-…).
  2. BOHN, STAFLEU, VAN LOGHUM, ‘Sobotta, Atlas van de menselijke anatomie: Deel 1’, derde druk, Elsevier, Houten, 2006, 431 pagina’s.
  3. PUSHKAR M., HAITHAM M., ‘Maxillary sinus Disease of odontogenic origin’, internet, Otolarygologic Clinics of North America, 2004, nummer 37, pg. 347-364.
  4. Mc Donnell D., Espesito M., Todd M.E., ‘A teaching model to illustrate the variation in size and shape of the maxillary sinus’, internet, NCBI, 1992-07-28, p-377-380, (http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC1259734/pdf/janat00148-0189…).
  5. WIKIPEDIA, ‘Maxillary Artery’, internet, Wikipedia, 2011-11-08, (http://en.wikipedia.org/wiki/Maxillary_artery).
  6. STEVENS A., LOWE J., ‘Histologie van de mens’, tweede druk, Bohn Stafle Van Loghum, 1997, 408 pagina’s.
  7. SCIENCE PHOTO LIBRARY,  ‘Maxillary sinus mucosa, light micrograph’, internet, Visual Photos: Atlas of Histopathology,  2012-05-05, (http://www.visualphotos.com/image/1x6009996/maxillary_sinus_mucosa_ligh…).
  8. ‘Nasal cavity, paranasal sinuses, nasopharynx’, internet, Pathology Outlines, 2011-08-29, (http://pathologyoutlines.com/nasal.html).
  9. Het vak Pathologische Ontleedkunde, derde bachelor Tandheelkunde
  10. CBO, ‘Richtlijn chronische rhinosinusitis en neuspoliepen’, Utrechts, 2010, 118 pagina’s.
  11. Red. LANGE C., ‘Radiologische Diagnostik bei Gesichtsschädelfrakturen’, internet, 2011-09-12, (http://www.mevis-research.de/~hhj/Mittelgesichtsfrakturen/imaMGF/MGF(om…).
  12. WIKIPEDIA, ‘Echografie’, internet, Wikipedia, 2012-02-21, (http://nl.wikipedia.org/wiki/Echografie).
  13. HASSAN B., ELISSAVET METSKA M., RIFAT OZOK A., VAN DER STELT P., WESSELINK P.R., ‘Comparisation of Five Cone Beam Computed Tomography Systems for the Detection of Vertical Root Fractures’, JOE, Volume 36, January 2010,  nr. 1, p. 126-129.
  14. VANDEWOUDE C., ‘Beeldvorming van odontogene maxillaire sinusistis: dentale Conebeam CT vergeleken met de panoramische en de intra-orale opname’, Capita Selecta, KUL Faculteit Wetenschappen, Departement Tandheelkunde, mondziekten en kaakchirurgie, 2009-2011, 33 pagina’s.
  15. DANIEL L., HAMILOS MD., ‘Chronic Sinusitis’, Journal of Allergy and Clinical Immunology Volume 106, 2000, Augustus, nummer 2, 23 pagina’s.
  16. KYUNG CHUL LEE en SUNG JIN LEE, ‘Clinicale Features and Treatments of Odontogenic Sinusitis’, Yonsei Med J, volume 51, 2010, nummer 6, p. 932-937.
  17. BROOK I., ‘Microbiology of acute and chronic maxillary sinusitis associated with an odontogenic origin’, internet, The Laryngoscope, volume 115, mei 2005, p. 823-825, (http://www.endoexperience.com/userfiles/file/ap/sinusitis_of_odontogeni…).
  18. UGNICIUS P., KUBILIUS R., GERVICKAS A., VAITKUS S., ‘Chronic odontogenic maxillary sinusitis’, Stomatologija, Baltic Dental and Maxillofacial Journal, volume 8, 2006, nummer 2, p.44-48.
  19. VAN T WOUT J.W., KULLBERG B.J., MEIS J.F.G.M. en REISS P., ‘Schimmelinfecties bij patiënten met een verstoorde afweer’, internet, Ned Tijdschr Geneeskd., 1995, juli, nr. 139, p. 1430-1436, (http://www.ntvg.nl/publicatie/schimmelinfecties-bij-pati%C3%ABnten-met-…).
  20. ARIAS-IRIMIA O., BARONA-DORADO C., SANTOS-MARTINO JA., MARTINEZ-RODRIGUEZ N., MARTINEZ-GONZALEZ JM., ‘Meta-analisis of the etiology of odontogenic maxillary sinusitis’, Med Oral Patol Oral Cir Bucal, 2010, januari, 1;15(1):e70-3, (http://www.medicinaoral.com/medoralfree01/v15i1/medoralv15i1p70.pdf).
  21. CANTIN L.M., CORONADO G.C., SUAZO G.I., SAN PEDRO V.J., ‘Maxillary sinusitis of dental origin. A case report and literature review’, Int. J. Odontostomat., 3(1): 5-9, 2009.
  22. HAAPASALO M., FRIEDMAN S., ENDAL U., ‘Visual Endodontics Curriculum’, cd-rom, Quintessenz Verlags-GmbH, Berlijn.
  23. STEGENA B., VISSINK A., DE BONT L.G.M., ‘Mondziekten en Kaakchirurgie’, Van Gorcum & Comp. BV, Assen, 2000, 573 pagina’s.
  24. FOKKENS W. et al, ‘European Position paper on Rhinosinusitis and Nasal Polyps: Zakboekje’ internet, 2007, (http://www.ep3os.org/pdf/pocketguide/netherlands.pdf).
  25. FOKKENS W. et al, European Position paper on Rhinosinusitis and Nasal Polyps, internet 2007, (http://www.ep3os.org/pdf/EPOS2007.pdf).
  26. UZ GENT, ‘Infofolder neuoperaties’, internet, 2012-04-21, (http://www.nko.ugent.be/FESS.pdf).
Universiteit of Hogeschool
Master in de Algemene Tandheelkunde
Publicatiejaar
2013
Kernwoorden
Share this on: