Modelleren van verplaatsingsgedrag van kinderen

Jeroen Jonckheere
Wat als … de school een uur later begint?Geregeld worden er maatregelen ingevoerd die een invloed hebben op het dagelijks leven. De invloed van deze maatregelen kan onderzocht worden aan de hand van een activiteiten-gebaseerd model. Dit is een computerprogramma dat uitrekent welke activiteit iemand wanneer en waar doet. Wanneer in het programma een maatregel wordt ingevoerd, zoals een verhoging van de prijzen van bus of tram, kan het effect van deze maatregel op de activiteiten van een persoon uitgerekend worden.Momenteel bestaan zulke computerprogramma’s enkel nog maar voor volwassenen.

Modelleren van verplaatsingsgedrag van kinderen

Wat als … de school een uur later begint?

Geregeld worden er maatregelen ingevoerd die een invloed hebben op het dagelijks leven. De invloed van deze maatregelen kan onderzocht worden aan de hand van een activiteiten-gebaseerd model. Dit is een computerprogramma dat uitrekent welke activiteit iemand wanneer en waar doet. Wanneer in het programma een maatregel wordt ingevoerd, zoals een verhoging van de prijzen van bus of tram, kan het effect van deze maatregel op de activiteiten van een persoon uitgerekend worden.

Momenteel bestaan zulke computerprogramma’s enkel nog maar voor volwassenen. Maatregelen die een invloed hebben op het leven van kinderen kunnen nog niet bekeken worden. Toch vormen kinderen een belangrijk onderdeel van onze samenleving en heeft een wijziging van hun activiteitenprogramma ook een invloed op het programma van de ouders. Wanneer immers de school een uur later begint, zorgt dit er voor dat op het einde van de dag de school ook een uur later gedaan is. Hierdoor kan het zijn dat ouders niet meer na het halen van hun kinderen naar de winkel gaan, maar voor ze de kinderen naar school doen. Voor het kind zijn er echter ook een aantal veranderingen mogelijk. Zo zou het kunnen dat doordat de school later begint de zwemles niet langer om 17 uur kan beginnen, maar pas om 17 u 30. Om deze berekeningen te kunnen doen dient een computerprogramma opgesteld te worden dat uitrekent welke activiteiten kinderen doen. Wanneer dit geweten is kan men immers voor iedereen in een gezin bepalen waar deze persoon zich bevindt.

Hoe werkt het?

In zijn masterproef ‘verkeerskunde’ stelde Jeroen Jonckheere een prototype van zo een computerprogramma op. In eerder onderzoek werd al nagegaan welke variabelen een invloed hebben op de keuze voor een bepaalde activiteit, voor een bepaald vervoermiddel en begeleiding door een ouder. Een combinatie van al deze zaken in één programma kwam echter zelden of niet voor.

Door het combineren van al deze deelaspecten in één computerprogramma kan een volledig beeld geschetst worden van wat een kind op een dag doet. Hiervoor zijn een aantal gegevens nodig over het kind waarvan men dit wil weten. De informatie die hiervoor nodig is, bevat onder meer het geslacht van het kind, de leeftijd van het kind, het aantal broers en zussen, de woonplaats, … Wanneer deze informatie wordt ingevuld kan het programma berekenen welke activiteiten op elk tijdstip de grootste kans hebben om uitgevoerd te worden door het kind. Zo voorspelt het model bijvoorbeeld dat een jongen van 10 jaar uit een stad in Oost-Vlaanderen met 3 broers en zussen op dinsdag naar school gaat van iets na 8 uur tot 15 u 30. Na deze schoolactiviteit gaat de jongen volgens het model naar huis en blijft hij thuis. Naast het bepalen van deze activiteiten kan het programma ook bepalen hoe de verplaatsing naar de verschillende activiteiten gebeurt en door wie het kind wordt begeleid tijdens de activiteiten en de verplaatsingen.

Beperkingen van het programma

Het opgestelde programma bevat momenteel enkel gegevens over kinderen uit 5de studiejaar tot 2de middelbaar. Het programma kan dan ook enkel een programma opstellen voor kinderen uit deze klassen. Voor oudere en jongere kinderen dienen bijkomende gegevens verzameld te worden. Er werden daarnaast enkel gegevens verzameld tijdens een schooljaar. Hierdoor kan het programma wel bepalen welke activiteiten een kind doet op een schooldag en in het weekend, maar niet welke activiteiten uitgevoerd worden tijdens de vakantie. Om deze beperkingen op te lossen dienen bijkomende data verzameld te worden.

Hoewel het opgestelde programma reeds kan bepalen welke activiteiten een kind doet kan het nog geen globale effecten berekenen. Hiervoor dient nog verder onderzoek te gebeuren. Door immers de berekening te doen voor alle kinderen kan bepaald worden wat het effect is van een kortere vakantie of van een schooldag die later begint. Wanneer dit gebeurt is, zal het op termijn zelfs mogelijk zijn om de specifieke effecten te bepalen op het hele gezinsleven.

Bibliografie

Copperman, R. B., & Bhat, C. R. (2006). An analysis of the determinants of children’s weekend physical activity participation. Transportation, 34(1), 67–87. doi:10.1007/s11116-006-0005-5

Federaal Wetenschapsbeleid. (2012a). Antarctica 4. Retrieved August 29, 2012, from http://www.belspo.be/belspo/fedra/prog.asp?l=nl&COD=A4

Federaal Wetenschapsbeleid. (2012b). Duurzaam beheer van de Noordzee. Retrieved August 29, 2012, from http://www.belspo.be/belspo/fedra/prog.asp?l=nl&COD=MN

Federaal Wetenschapsbeleid. (2012c). Duurzame mobiliteit. Retrieved August 29, 2012, from http://www.belspo.be/belspo/fedra/prog.asp?l=nl&COD=MD

Federaal Wetenschapsbeleid. (2012d). Duurzame productie- en consumptiepatronen. Retrieved August 29, 2012, from http://www.belspo.be/belspo/fedra/prog.asp?l=nl&COD=CP

Federaal Wetenschapsbeleid. (2012e). Global change en duurzame ontwikkeling. Retrieved August 29, 2012, from http://www.belspo.be/belspo/fedra/prog.asp?l=nl&COD=CG

Federaal Wetenschapsbeleid. (2012f). Global change, ecosystemen en biodiversiteit. Retrieved August 29, 2012, from http://www.belspo.be/belspo/fedra/prog.asp?l=nl&COD=EV

Federaal Wetenschapsbeleid. (2012g). Hefbomen voor een beleid gericht op duurzame ontwikkeling. Retrieved August 29, 2012, from http://www.belspo.be/belspo/fedra/prog.asp?l=nl&COD=HL

Federaal Wetenschapsbeleid. (2012h). Normen voor voedingsproducten. Retrieved August 29, 2012, from http://www.belspo.be/belspo/fedra/prog.asp?l=nl&COD=NP

Federaal Wetenschapsbeleid. (2012i). Ondersteunende acties bij het plan voor wetenschappelijke ondersteuning van een beleid gericht op duurzame ontwikkeling PODO 1. Retrieved August 29, 2012, from http://www.belspo.be/belspo/fedra/prog.asp?l=nl&COD=AS

Federaal Wetenschapsbeleid. (2012j). Ondersteunende acties bij het plan voor wetenschappelijke ondersteuning van een beleid gericht op duurzame ontwikkeling PODO 2. Retrieved August 29, 2012, from http://www.belspo.be/belspo/fedra/prog.asp?l=nl&COD=OA

Federaal Wetenschapsbeleid. (2012k). Telsat 4. Retrieved August 29, 2012, from http://www.belspo.be/belspo/fedra/prog.asp?l=nl&COD=T4

Fyhri, A., Hjorthol, R., Mackett, R. L., Fotel, T. N., & Kyttä, M. (2011). Children’s active travel and independent mobility in four countries: Development, social contributing trends and measures. Transport Policy, 18(5), 703–710. doi:10.1016/j.tranpol.2011.01.005

Hjorthol, R., & Fyhri, A. (2009). Do organized leisure activities for children encourage car-use? Transportation Research Part A: Policy and Practice, 43(2), 209–218. doi:10.1016/j.tra.2008.11.005

Laberge, L., Petit, D., Simard, C., Vitaro, F., Tremblay, R. E., & Montplaisir, J. (2001). Development of sleep patterns in early adolescence. Journal of Sleep Research, 10(1), 59–67. doi:10.1046/j.1365-2869.2001.00242.x

Liu, S., Murray-Tuite, P., & Schweitzer, L. (2012). Analysis of child pick-up during daily routines and for daytime no-notice evacuations. Transportation Research Part A: Policy and Practice, 46(1), 48–67. doi:10.1016/j.tra.2011.09.003

Loessl, B., Valerius, G., Kopasz, M., Hornyak, M., Riemann, D., & Voderholzer, U. (2008). Are adolescents chronically sleep-deprived? An investigation of sleep habits of adolescents in the Southwest of Germany. Child: Care, Health and Development, 34(5), 549–556. doi:10.1111/j.1365-2214.2008.00845.x

Mackett, R. L. (2012). Children’s travel behaviour and its health implications. Transport Policy. doi:10.1016/j.tranpol.2012.01.002

McDonald, N. C. (2006). Exploratory Analysis of Children’s Travel Patterns. Transportation Research Record: Journal of the Transportation Research Board, 1977(-1), 1–7. doi:10.3141/1977-03

Meire, J., & Vleugels, I. (2004). Onderzoek betreffende de vervoersautonomievan kinderen. Fase 1: Literatuurstudie over de kwalitatieve methodologie van onderzoek bij kinderenen en over het onderzoek naar de mobiliteit van kinderen. Kind & Samenleving vzw.

Murtagh, N., Gatersleben, B., & Uzzell, D. (2012). Multiple identities and travel mode choice for regular journeys. Transportation Research Part F: Traffic Psychology and Behaviour, 15(5), 514–524. doi:10.1016/j.trf.2012.05.002

Paleti, R., Copperman, R. B., & Bhat, C. R. (2010). An empirical analysis of children’s after school out-of-home activity-location engagement patterns and time allocation. Transportation, 38(2), 273–303. doi:10.1007/s11116-010-9300-2

Petermans, A., & Zwerts, E. (2006). Vervoersafhankelijkheid en -autonomie van kinderen tussen 10 en 13 jaar. Rapport kwantitatief onderzoek. Imob, Unirsiteit Hasselt.

Sener, I. N., Copperman, R. B., Pendyala, R. M., & Bhat, C. R. (2008). An analysis of children’s leisure activity engagement: examining the day of week, location, physical activity level, and fixity dimensions. Transportation, 35(5), 673–696. doi:10.1007/s11116-008-9173-9

Tal, G., & Handy, S. (2008). Children’s Biking for Nonschool Purposes: Getting to Soccer Games in Davis, California. Transportation Research Record: Journal of the Transportation Research Board, 2074(-1), 40–45. doi:10.3141/2074-05

UCLA: Statistical Consulting Group. (n.d.). Statistical Computing Seminars. Survival Analysis with SAS. Retrieved March 10, 2013, from http://www.ats.ucla.edu/stat/sas/seminars/sas_survival/default.htm

Van den Bulck, J. (2004). Television Viewing, Computer Game Playing, and Internet Use and Self-Reported Time to Bed and Time out of Bed in Secondary-School Children. Sleep, 27(1), 101–104.

Van Gils, J., Zuallaert, G., Wets, G., & Cuyvers, R. (2007). Vervoersafhankelijkheid en vervoersautonomie van kinderen 10-13 jaar. Federaal Wetenschapsbeleid. Retrieved from http://www.belspo.be/belspo/organisation/publ/pub_ostc/CPtrans/rappCP61…

Van Hecke, E., Halleux, J.-M., Decroly, J.-M., & Mérenne-Schoumaker, B. (2009). Woonkernen en Stadsgewesten in een Verstedelijkt België. FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie Algemene directie Statistiek en Economische Informatie.

Verkeerswezen. Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs (1998).

Vlaamse regering. Besluit van de Vlaamse Regering tot organisatie van het schooljaar in het basisonderwijs en in het deeltijds onderwijs georganiseerd, erkend of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap (1991). Retrieved from http://www.ond.vlaanderen.be/edulex/database/document/document.asp?doci…

Vlaamse regering. Besluit van de Vlaamse regering houdende de organisatie van het schooljaar in het secundair onderwijs (2001). Retrieved from http://www.ond.vlaanderen.be/edulex/database/document/document.asp?doci…

Vovsha, P., & Petersen, E. (2005). Escorting Children to School: Statistical Analysis and Applied Modeling Approach. Transportation Research Record, 1921(1), 131–140. doi:10.3141/1921-15

Wets, G., & Zwerts, E. (2006). Children’s travel behavior: a world of difference. In TRB 85th Annual Meeting Compendium of Papers CD-ROM. Presented at the Transportation Research Board 85th Annual Meeting, Washington, D.C.

Yarlagadda, A. K., & Srinivasan, S. (2007). Modeling children’s school travel mode and parental escort decisions. Transportation, 35(2), 201–218. doi:10.1007/s11116-007-9144-6

Yeung, J., Wearing, S., & Hills, A. P. (2008). Child transport practices and perceived barriers in active commuting to school. Transportation Research Part A: Policy and Practice, 42(6), 895–900. doi:10.1016/j.tra.2007.12.007

Yoon, S. Y., Doudnikoff, M., & Goulias, K. G. (2011). Spatial Analysis of Propensity to Escort Children to School in Southern California. Transportation Research Record: Journal of the Transportation Research Board, 2230(-1), 132–142. doi:10.3141/2230-15

Universiteit of Hogeschool
Verkeerskunde
Publicatiejaar
2013
Kernwoorden
Share this on: