'O demon van de poëziekritiek!' Een receptieonderzoek naar de poëzie van Christine D’haen

Kila van der Starre
De Vlaamse dichteres Christine D’haen: de duivel van de poëziekritiekLiteratuurcritici hebben altijd geworsteld met de poëzie van de Vlaamse dichteres Christine D’haen (1923-2009). Waren de gedichten klassiek, traditioneel of toch modern? Was de dichteres vrijzinnig, katholiek of toch neutraal? Was de poëzie hoogstaand of juist potsierlijk? Was de dichteres een feminist of toch een ouderwetse oma? Hoorde het oeuvre in een stroming of stond het buiten deze tijd? Ging de dichteres niet met haar tijd mee of liep ze juist voor op nieuwe tendensen?

'O demon van de poëziekritiek!' Een receptieonderzoek naar de poëzie van Christine D’haen

De Vlaamse dichteres Christine D’haen: de duivel van de poëziekritiek

Literatuurcritici hebben altijd geworsteld met de poëzie van de Vlaamse dichteres Christine D’haen (1923-2009). Waren de gedichten klassiek, traditioneel of toch modern? Was de dichteres vrijzinnig, katholiek of toch neutraal? Was de poëzie hoogstaand of juist potsierlijk? Was de dichteres een feminist of toch een ouderwetse oma? Hoorde het oeuvre in een stroming of stond het buiten deze tijd? Ging de dichteres niet met haar tijd mee of liep ze juist voor op nieuwe tendensen? Was de dichteres een ouderwetse classica of juist een vernieuwende postmodernist? Vanaf 1951 tot de dag van vandaag stellen critici zich deze vragen over D’haens poëzie. Sluitende antwoorden zijn nooit gevonden.            Gedurende D’haens gehele dichterschap werd ze als een buitenbeentje gezien, een unieke en eigenzinnige schrijver in de literaire wereld. Nergens paste ze helemaal bij. Toen ze debuteerde in de jaren ’50 bestond er in het poëzielandschap een tegenstelling tussen traditie en experiment. De traditionelen streefden in gedichten naar harmonie en evenwicht tussen vorm en inhoud. Zij bejubelden D’haens eerste tijdschriftpublicaties en poëziebundels en gebruikten haar als een symbool tegen de experimentelen. De experimentelen schreven vernieuwende poëzie en experimenteerden met vorm en inhoud. Zij vonden D’haen ouderwets en zagen haar als een symbool voor alles waar zij tegen waren.            Maar zo groot was het verschil niet tussen de poëzie van D’haen en die van de experimentelen. Ondanks de onafhankelijke positie die D’haen probeerde in te nemen, zagen critici overeenkomsten tussen haar werk en dat van de experimentele dichtersgroep ‘de Vijftigers’. Al vanaf de jaren ’50 wezen critici op de moderne aspecten in haar gedichten en in de jaren ’60 vroegen recensenten zich telkens af: hoort D’haen bij de traditionelen of bij de experimentelen? Vanaf halverwege de jaren ’60 begonnen traditionele critici af te haken. D’haens poëzie was niet meer te verenigen met hun manier van poëzie lezen en schrijven. Dat zorgde ervoor dat in de jaren ’70  D’haens poëzie nauwelijks meer werd besproken in de Vlaamse media en in Nederland hadden critici nog geen interesse in de dichteres.            Begin jaren ’80 kwam daar verandering in. De hernieuwde aandacht voor traditionele dichters en vooral D’haens verzamelbundel Onyx (1983) zorgden voor meer en meer besprekingen van D’haens poëzie. Daarnaast introduceerden critici een nieuwe leeshouding. Er was een nieuwe beweging opgekomen in het literaire landschap: het postmodernisme. Critici begonnen te wijzen op kenmerken van D’haens gedichten die ze ‘postmodernistisch’ noemden, zoals verwijzingen naar andere teksten, meerdere ikken, paradoxen en een gefragmenteerd karakter. Hierdoor werd D’haens poëzie op een geheel nieuwe manier gelezen. Een postmodernistische leeshouding was ontstaan. D’haen was geen onderdeel meer van het ouderwetse classicisme, maar een dichteres van vernieuwende poëzie. In 1992 ontving D’haen de belangrijkste literaire prijs van Vlaanderen en Nederland: de Prijs der Nederlandse Letteren. De jury gebruikte de nieuwe leeshouding en noemde D’haens poëzie postmodernistisch. Een jaar later werden gedichten van D’haen opgenomen in de postmodernistische bloemlezing Plejade. Sommige andere dichters in het boek waren zelfs veertig jaar jonger dan D’haen.            D’haens positie was veranderd. Doordat mensen haar poëzie met een nieuwe bril op waren gaan lezen, was haar positie in het literaire landschap verschoven van traditioneel naar vernieuwend. Door haar unieke en eigenzinnige positie hoorde D’haen nog steeds niet bij één stroming. Critici, academici en jury’s noemden haar poëzie postmodernistisch, maar nationale en regionale media zagen haar nog steeds als een klassieke en traditionele dichter. In deze fase, de jaren ’90, was D’haens bekendheid het grootst. Naast de toekenning van de Prijs en de publicatie van zeven bundels, zorgde de verschijning van een reeks autobiografische boeken voor extra belangstelling. D’haen had nooit eerder proza gepubliceerd. Het zorgde voor een nieuwe ontwikkeling in de besprekingen van haar poëzie. De autobiografische boeken werden bijvoorbeeld gebruikt als sleutel tot D’haens poëzie. Critici gebruikten feiten uit haar leven om haar gedichten te begrijpen. Ook zorgden de prozaboeken ervoor dat er minder aandacht was voor haar poëzie. Critici vonden haar proza veel makkelijker en interessanter.            Aan het begin van de eenentwintigste eeuw was de grote belangstelling voor D’haens poëzie uit de jaren ’90 bedaard. Bij de nominatie van D’haens laatste bundel voor de VSB Poëzieprijs werd het duidelijk dat critici D’haens poëzie opeens weer ouderwets en moeilijk vonden. Bovendien waren critici van mening dat D’haen niet meeging met haar tijd. Maar zoals altijd waren niet alle critici het met elkaar eens. Voordat D’haen overleed lieten de samenstellers van de bloemlezing Hotel New Flandres. 60 jaar Vlaamse poëzie. 1945-2005 zien dat D’haens poëzie juist wel vernieuwend en modern was en heel belangrijk was geweest voor de ontwikkeling van de poëzie in Vlaanderen en Nederland.            Na D’haens overlijden in 2009 werd het duidelijk dat de vragen die critici hadden over D’haens poëzie nog steeds niet waren beantwoord. D’haen bleef een traditionele en een experimentele, een klassieke en een postmodernistische, een hoogstaande en een gekunstelde dichteres, maar vooral een unieke. Haar poëzie werd door critici met verschillende achtergronden bejubeld en bekritiseerd en haar gedichten werden in verschillende literaire stromingen geplaatst, zonder dat ze als dichter ooit één vaste plek kreeg. De constante variatie van tegengestelde termen in de vele recensies over D’haens poëzie bewijst dat haar poëzie verschillende betekenissen en functies innam in de literaire wereld. In de eerste fases van haar leven werd D’haen als een traditionele dichter gezien, terwijl ze in de laatste periodes van haar leven bij het postmodernisme werd geplaatst. Terwijl in de jaren ’50 de experimentelen niets met haar te maken wilden hebben, sloten de experimentele postmodernisten haar vanaf de jaren ’80 in hun armen.            Christine D’haens poëzie is moeilijk te lezen, moeilijk te begrijpen en vooral moeilijk te plaatsen. Dat is wat blijkt uit de vele teksten die over haar poëzie zijn geschreven. Benno Barnard uitte zijn frustratie op 5 februari 1993 in de krant De Morgen. Met een verwijzing naar D’haens bekendste gedicht ‘Daimoon megas’ sprak hij de dichteres aan op wat ze de critici met haar gedichten had aangedaan: “O demon van de poëziekritiek!”

Bibliografie

Alleene 1980. Carlos Alleene, 1980 “‘Dichters zijn vaak vervelende mensen’”, in: Spectator, 6 december 1980.Andringa 2006. Els Andringa, 2006 “Penetrating the Dutch Polysystem: The Reception of Virginia Woolf, 1920-2000”, in: Poetics Today, jaargang 27, nummer 3, p. 501-568.Andringa e.a. 2006. Els Andringa, Sophie Levie en Mathijs Sanders, 2006 “Het buitenland bekeken. Vijf internationale auteurs door Nederlandse ogen (1900-2000)”, in: Nederlandse Letterkunde, jaargang 11, nummer 3, p. 197-210.A.Z. 1990. A.Z., “Christine D’haen: ‘Een stijfdeftig schoolfrikje’”, in: De Tijd, 20 april 1990, p. 38.Barnard 1993. Benno Barnard, “Demonische gedachten. Over de poëzie van Christine D’haen”, in: De Morgen, 5 februari 1993.Berghuis 1984. Hans Berghuis, 1984 “Een monument voor Christine D’haen. Grootste Vlaamse dichteres krijgt weinig aandacht”, in: Het Belang van Limburg, 30 april 1984.Bongers 2011. Willem Bongers, 2011 De verteller van de waarheid. Aspecten van Kader Abdolahs posture (1993-2011), Research Masterscriptie (begeleider: Geert Buelens), Universiteit Utrecht.Boon 1951. Louis Paul Boon, 1951 “Ook Christine D’haen?”, in: Vooruit, 12 oktober 1951, in: Louis Paul Boon, 1967 Geniaal… maar met te korte beentjes, Ten Berg/Aalst: Herwig Leus [geen paginanummers].Boon 1951a. Louis Paul Boon, 1951 "Beste Minne” [brief aan Richard Minne, september/okotober 1951], in: De elektronische editie van de correspondentie en tegencorrespondentie van Louis Paul Boon, het Antwerpse antiquariaat Demian, het L.P. Boon-documentatiecentrum van de Universiteit Antwerpen, ISLN, de Vakgroep Nederlands van de Universiteit Gent, http://www.lpbooncentrum.be/correspondentie/boonminne/brieven.html (geraadpleegd op 14 juli 2013).Bornauw 1969. E. Bornauw, 1969 De experimentele poëzie uit Noord- en Zuid-Nederland, Caleidoscoop der Nederlandse Letteren, Leuven: Boekengilde de Clauwaert vzw, p. 9-10.Bos 2007. Nelleke Bos, 2007 “Virtuoze betovering of over-the-top klassiek? Christine D’haen. Innisfree”, in: Meander, 20 oktober 2007, http://eerder.meandermagazine.net/recensies/recensie.php?txt=3595&id (geraadpleegd op 19 juli 2013).Brems 1981. Hugo Brems, 1981 Al wie omziet. Opstellen over Nederlandse poëzie 1960-1980, Antwerpen/Amsterdam: Elsevier Manteau.Brems 1988. Hugo Brems, 1988 Analyse van een malaise. Het jongerenprobleem in de Vlaamse poëzie 1945-1950. Kahiers over de geschiedenis van de Vlaamse Poëzie sinds 1945 deel 2, Antwerpen: Houtekiet.Brems 1993. Hugo Brems, 1993 “Woord vooraf”, in: Hugo Brems, Geert van Istendael, Charles Ducal, Stefan Hertmans, Dirk Van Bastelaere, Peter Verhelst, Erik Spinoy, Paul Claes en Christine D’haen, 1993 Plejade. Zeven Vlaamse dichters, Leuven: PLEK vzw, p. V-VI.Brems 1993a. Hugo Brems, 1993 “En het zong”, in: Dietsche Warande en Belfort, jaargang 138 nummer 3, p. 392-398.Brems 1996. Hugo Brems, 1996 “De schepping van vormen”, in: Ons Erfdeel, jaargang 39, nummer 2, p. 269-271.Brems 2006. Hugo Brems, 2006 Altijd weer vogels die nesten beginnen. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1945-2005, Amsterdam: Bert Bakker.Brems e.a. 1993. Hugo Brems, Geert van Istendael, Charles Ducal, Stefan Hertmans, Dirk Van Bastelaere, Peter Verhelst, Erik Spinoy, Paul Claes en Christine D’haen, 1993 Plejade. Zeven Vlaamse dichters, Leuven: PLEK vzw.Brems & De Geest 1988. Hugo Brems & Dirk De Geest, 1988 ‘Wij bloeien maar bloeien vergeefs’. Poëzie in Vlaanderen 1945-1955, Katholieke Universiteit Leuven, Afdeling Nederlandse Literatuurstudie, Leuven/Amersfoort: Acco.Brems & De Geest 1989. Hugo Brems & Dirk De Geest, 1989 ‘Barbaar in mijn mond’. Poëzie in Vlaanderen 1955-1965, Katholieke Universiteit Leuven, Afdeling Nederlandse Literatuurstudie, Leuven/Amersfoort: Acco.Brems & De Geest 1991. Hugo Brems & Dirk De Geest, 1991 ‘Opener dan dicht is toe’. Poëzie in Vlaanderen 1965-1990, Katholieke Universiteit Leuven, Afdeling Nederlandse Literatuurstudie, Leuven/Amersfoort:  Acco.Bresser 1998. Jan Paul Bresser, 1998 “(Geen) geheimtaal. De afstand tussen D’haen en Selman”, in: Elsevier, 8 augustus 1998, p. 75.Breukers 2007. Chrétien Breukers, “En zo is het”, in: De Contrabas, 4 december 2007, http://www.decontrabas.com/de_contrabas/2007/12/en-zo-is-het.html (geraadpleegd op 15 juli 2013).Breukers 2008. Chrétien Breukers, “Dragon-slayers vs. victims?", in: De Contrabas, 11 april 2008, http://www.decontrabas.com/de_contrabas/2008/04/dragon-slayers.html (geraadpleegd op 18 juli 2013).Brill 1960. E.J. Brill, 1960 “De Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs”, in: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde 1959-1960, Leiden, p. 163-164.Brokaat 1998. N.N., 1998 “Over de eerste bundel in de Goudbrokaatreeks”, 15 november 1998, Deventer: Brokaat.Brouwers 1992. Jeroen Brouwers 1992, “‘Zo perfekt als bellen blazen’ Christine D’haen. ‘Duizend-en-drie’” , in: De Morgen, 17 april 1992.Bruinja [2004]. Tsead Bruinja, [2004], “Lik uw vacht buit, uw bruid ziet uw glans eg wel!”, in: Recensies door Tsead Bruinja, http://www.tseadbruinja.nl/tbrecensies.htm#mirabilia   (geraadpleegd op 18 juli 2013).Buckinx 1956. Pieter G. Buckinx, 1956 De moderne Vlaamse poëzie, Katholieke Vlaamse Hogeschooluitbreiding, jaargang L, nummer 1, verhandeling 444, Antwerpen/Brussel/Gent/Leuven: Standaard-Boekhandel, p. 31-38.Buelens 2001. Geert Buelens, 2001 Van Ostaijen tot heden. Zijn invloed op de Vlaamse poëzie, Nijmegen: Vantilt.Carette 1984. Hendrik Carette, 1984 “Christine D’haen. Echt of vals marmer?”, in: De Nieuwe, 17 mei 1984.Carette 2007. Hendrik Carette, 2007 “Christine D’haen en de Koetsier van de Dood”, in: Parlandoooooh!, 4 december 2007, http://poezieinvlaanderen.blogspot.be/2007/12/parlandoc-27_04.html (geraadpleegd op 26 juli 2013).Claes 1986a. Paul Claes, 1986 De Kwadratuur van de Onyx. Over de dichtkunst van Christine D’haen, Leidse Opstellen 1, Leiden: Dimensie.Claes 1986b. Paul Claes, 1986 “Handschrift van D’haen”, in: De Kwadratuur van de Onyx: over de dichtkunst van Christine D’haen, Leidse Opstellen 1, Leiden: Dimensie, p. 7.Claes 1994. Paul Claes, 1994 “Christine D’haen. Kritische beschouwing”, in: Kritisch Literatuur Lexicon, Groningen: Martinus Nijhoff Uitgevers.Claes 2010. Paul Claes, “Glimpen. De zingende vibrator Cecilia Bartoli”, in: Knack, 5 januari 2010.Claes 2011a. Paul Claes, 2011 “Christine D’haen: Het patroon in het tapijt”, in: Verslagen en Mededelingen 2011 van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde, jaargang 121, nummer 1, p. 61-69.Claes 2011b. Paul Claes, 2011 Animula, twaalf zielgedichten van Paul Claes voor Christine D’haen, Druksel, Gent [geen paginanummers].Claes 2011c. Paul Claes, 2011 “De laatste beker. Christine D’haens poëtisch testament”, in: Poëziekrant, jaargang 35, nummer 8, p. 32-34.Claes 2013a. Paul Claes, 2013 “Serendipity (22)”, in: Poëziekrant jaargang 37, nummer 3, p. 69.Claes 2013b. Paul Claes, 2013 Zwarte Zon. Code van de hermetische poëzie, Nijmegen: Vantilt.Cobbaut 1992. Jo Cobbaut, 1992 “Christine D’haen, ‘genoemd meisje en vrouw’: Driejaarlijkse Prijs der Nederlandse Letteren”, in: HV, 25 juni 1992.Cornet 2000. Pascal Cornet, 2000 “‘Een stijl zoek ik mij, in een stijlloze tijd’”, in: Poëziekrant, jaargang 24, nummer 1, p. 6-10.Cottyn 2011. Hans Cottyn, 2011 “Christine D’haen liet volledig dichtbundel na”, in: De Papieren Man, 24 februari 2011, http://www.depapierenman.nl/blog/2011/2/24/christine-dhaen-liet-volledige-dichtbundel-na (geraadpleegd op 17 juli 2013).C.S. 1990. C.S., “Christine D’haen: ‘Een stijfdeftig schoolfrikje’, in: De Tijd, 20 april 1990, p. 38.D’haen 1950. Christine D’haen (Kristien D’haen), “L’esprit consume la vie” (gedichtenreeks bestaande uit de gedichten ‘Het tapijt’, ‘Eros’, ‘Psyche’, ‘Daimoon megas’, ‘Akme’, ‘Klacht van den worm’, ‘De nacht’, ‘Maria van Magdala’, ‘Vers’), in: Nieuw Vlaams Tijdschrift, jaargang IV, mei 1950, p. 1153-1162.D’haen 1948. Christine D’haen (Kristien D’haen), “Abailard en Heloys”, in: Dietsche Warande en Belfort, jaargang 93, nummer 2, p. 65-75.D’haen 1997. Christine D’haen, 1997 De zoon van de Zon. Het werk van Paul Claes, Leidse Opstellen 29, Leiden: Dimensie.D’haen 1993. Christine D’haen, 1993 “Christine D’haen leest. Een luisterboek”, Brugge: HKM Literatuur / Amsterdam: CNR-boek.De Boer 1995. Peter de Boer, 1995 “Poëzie die haar hoofdletter met glans verdient”, in: Trouw, 10 november 1995.De Geest 1990. Dirk de Geest, 1990 “Geen enkel kaartje afstaan. Verrassend nieuw werk van Christine D’haen”, in: Ons Erfdeel, jaargang 33, nummer 2, p. 263-267.De Geest 2006. Dirk de Geest, 2006 “Hans Groenewegen: de criticus als dichter”, in: Ons Erfdeel, jaargang 49, nummer 1, p. 142-145.De Geest e.a. 1981. Dirk De Geest, Luc De Smedt & Leen Van Britsom, 1981 Dichtersbij. De poëzie in Vlaanderen en Nederland na 1945, Leuvense werkgroep voor poëzie-onderricht vzw, Gent: Poëziecentrum.De Laere 2007a. Frederik Lucien De Laere, 2007 “De eerste indruk: Christine D’haen – Innisfree”, in: Venijnig Gebroed, 8 juli 2007, http://venijniggebroed.blogspot.be/2007/07/de-eerste-indruk-christine-dhaen.html (geraadpleegd op 19 juli 2013).De Laere 2007b. Frederik Lucien De Laere, 2007 “Leve de Vlaamse verskunst”, in: Venijnig Gebroed, 4 december 2007, http://venijniggebroed.blogspot.be/2007/12/leve-de-vlaamse-verskunst.html (geraadpleegd op 19 juli 2013).De Ridder 2003. Matthijs de Ridder, 2003 “Van Golfslag tot Arkprijs. Het opmerkelijke debuut van Christine D’haen in de Vlaamse letteren”, in:  Spiegel der Letteren, jaargang 45, nummer 3, p. 217-238.De Smet 1985. Marc De Smet, 1985 Droom en doen. Vlaamse poëzie 1960-1985, Yang.De Standaard 1987. N.N., 1987 “Christine D’haen wint Kultuurprijs van Gent”, in: De Standaard, 24 december 1987.De Standaard 1993. N.N., 1993, “Hier”, in: De Standaard, 10 april 1993.De Standaard 2001. N.N., 2001 “Emile Bernheim-prijs 2001 voor Christine D’haen”, in: De Standaard, 17 mei 2001.De Standaard 2009. N.N., 2009 “Brugge neemt afscheid van schrijfster Christine D’haen”, in: De Standaard, 5 september 2009.De Vos 2010. Lukas De Vos (red.), 2010 Buiten het bereik van Farisese handen. 60 jaar Arkprijs van het Vrije Woord, Antwerpen: De Vrienden van de Zwarte Panter.De Wispelaere 1993. Paul de Wispelaere, 1993 “Schrijvers in beeld. Christine D’haen”, Den Haag: Letterkundig Museum.Den Besten 1954. Ad den Besten, 1954 Stroomgebied. Een inleiding tot de poëzie van de na-oorlogse dichtergeneratie, Amsterdam: Uitgeversmaatschappij Holland, p. 14-15.Den Haerynck 1994. Jean-Paul den Haerynck, 1994 “Postmoderne poëzie in Vlaanderen. Van Twist met ons tot Plejade”, in: Poëziekrant jaargang 18, nummer 5, p. 27-36.Decorte 1985. Bert Decorte 1985, “Christine D’Haen” in: G.J. van Bork & P.J. Verkruijsse, 1985 De Nederlandse en Vlaamse auteurs. Van Middeleeuwen tot heden met inbegrip van de Friese auteurs, Weesp: Uitgeverij De Haan, p. 171.Decorte 2008. Luc Decorte, 2008 “‘Mijn levensgevoel is niet zo, dat ik vrolijk ben over het gepresteerde - mijn levensgevoel is tragisch.’ Een gesprek met dichteres en prozaïste Christine D'haen”, in: Vlaanderen, jaargang 57, nummer 320, p. 136-142.Dekkers 1993. Odin Dekkers, 1993 John Donne, gedichten. Keuze uit zijn poëzie. Samengesteld door Odin Dekkers, Ambo Tweetalige Editie, Baarn: Uitgeverij Ambo.Demedts 1972. André Demedts, 1972 “Moderne Vlaamse dichtkunst. Christine D’haen”, in: De Periscoop, jaargang 21, 7 augustus 1972, p. 1-3.Demedts 1973. André Demedts, 1973 “Moderne Vlaams dichtkunst. Christine D’haen’, in: De Periscoop, jaargang 22, p. 1-2.Demets 2003. Paul Demets, 2003 “Het zinnelijke verweer van Christine D’Haen”, in: Knack, 28 mei 2003.Demets 2004a. Paul Demets, 2004 “Met hand en tand. Drie merkwaardige bundels van drie vrouwen, zowat tegelijkertijd. Wie horen we nog klagen?”, in: Knack, 3 maart 2004, p. 66-67.Demets 2004b. Paul Demets, 2004 “Een leven in scherven”, in: De Morgen, 28 april 2004, p. 8-9.Demets 2005. Paul Demets, 2005 “‘De wereld vraagt om exegese’ Christine D’haen over een leven van lezen, kijken en schrijven”, in: Knack, 5 januari 2005, p. 68-71.Demets 2007. Paul Demets, 2007 “Grand dame”, in: De Morgen, 14 augustus 2007.Demets & Vanderstraeten 2009. Paul Demets & Margot Vanderstraeten, “Ode aan een buitengewone dichteres. Paul Demets en Margot Vanderstraeten staan stil bij de dood van Christine D’haen (1923-2009)”, in: De Morgen, 9 september 2009, p. 41.Derluyn 1977. Eric Derluyn, 1977 “Christine D’haen: De ring nog niet gesloten”, in: Ons Erfdeel, jaargang 20, nummer 4, p. 628-629.Detrez & De Vos 2010. Mon Detrez & Lukas De Vos, 2010 "Struinend langs erezerken”, in: Lukas De Vos (red.), 2010 Buiten het bereik van Farisese handen. 60 jaar Arkprijs van het Vrije Woord, Antwerpen: De Vrienden van de Zwarte Panter, p. 17-27.Dewulf 1992a. Bernard Dewulf, 1992 “Een stem van altijd. Prijs der Nederlandse Letteren voor Christine D’haen”, in: De Morgen, 24 juni 1992, p. 15.

Dewulf 1992b. Bernard Dewulf, 1992 “Christine D’haen gebloemleesd. Het woord mag niet dun zijn”, in: De Morgen, 26 juni 1992.Dijkvogel 1951. Frans Dijkvogel, 1951 “De schrijver van De Metsiers. Hugo Claus. Ze klagen en zeuren in Vlaanderen”, in: De Periscoop, 1 april 1951, jaargang 1, nummer 6, p. 1.[Online (tekst én scan van origineel artikel): “Hugo Claus Interviews”, http://theater.ua.ac.be/claus/html/1951-04-01_claus_deperiscoop.html (geraadpleegd op 13 juli 2013).]Dinaux 1961. C.J.E. Dinaux, 1961 "Christine D’haen", in: Gegist bestek. Benaderingen en Ontmoetingen. Deel II, ’s-Gravenhagen: A.A.M. Stols/J.-P. Barth, p. 254-258.Dirkmaat-Planting 1998. Martha Dirkmaat-Planting, 1998 “Grafgedichten Christine D’haen gebundeld in eerste boek Brokaat”, in: NNC, 28 november 1998.Doorman 1993. Maarten Doorman, 1993 “Koppig allegaartje van Christine D’haen”, in: De Volkskrant, 3 september 1993.Doorman 1998. Maarten Doorman, 1998 “D’haens poëzie voor bij het handboek”, in: NRC Handelsblad, 16 oktober 1998.Dorleijn 2003. Gillis J. Dorleijn, 2003 “The revision of the cultural repertoire in a segmented society. Protestant, catholic and socialist critics, and their double bind relationship with the dominant literary paradigm in the Netherlands, 1895-1940”, in: M. Gosman (red.), 2003 Cultural repertoires. Structure, Function and Dynamics, Leuven: Peeters, p. 179-199.Dorleijn 2007. Gillis J. Dorleijn, “De muzikale verwijzing als positioneringsmiddel”, in: Nederlandse Letterkunde, jaargang 12, nummer 4, p. 241-253.Druksel [2011]. N.N., [2011] “Vorm en traan”, in: Druksel, http://www.druksel.be/nl/fondsen/claes/animula.html (geraadpleegd op 20 juli 2013).Fens e.a. 1974a. Kees Fens, H.U. Jesserun d’Oliveira en J.J. Oversteegen (samenstellers), 1974 Literair Lustrum I. Een overzicht van vijf jaar Nederlandse literatuur 1961-1966, Amsterdam: Athenaeum Paperback.Fens e.a. 1974b. Kees Fens, H.U. Jesserun d’Oliveira en J.J. Oversteegen (samenstellers), 1974 Literair Lustrum II. Een overzicht van vijf jaar Nederlandse literatuur 1966-1971, Amsterdam: Athenaeum Paperback.Fens 1998. Kees Fens, 1998 “Wandtapijten van de dood”, in: De Volkskrant, 12 december 1998.Freriks 2009. Kester Freriks, “Vormvast tussen uitbundigen. Christine D’haen (1923-2009), dichteres”, in: NRC Handelsblad, 4 september 2009.Gazet van Antwerpen 1990. N.N., 1990 “Basiel De Craeneprijs en de prijs van de Vlaamse Poëziedagen”, in: Gazet van Antwerpen, 12 maart 1990.Gazet van Antwerpen 1992. N.N., 1992 “Driejaarlijkse Prijs der Nederlandse Letteren voor Christine D’haen”, in: Gazet van Antwerpen, 12 oktober 1992.Gazet van Antwerpen 2001. N.N., 2001 “Emile Bernheim-prijs 2001 voor Christine D’haen”, in: Gazet van Antwerpen, 17 mei 2001.Gentenaar 1987. N.N., 1987 “Kultuur, Nederlandse literatuur, studie. Drie Gentse prijzen”, in: Gentenaar, 23 december 1987.Gerbrandy 2008. Piet Gerbrandy, 2008 “Geen boom in de wolken”, in: De Volkskrant, 11 april 2008.Gerits 1996. Joris Gerits, 1996 “Gedichten zijn altijd hermetisch”, in: Streven, 7 juni 1996, p. 635-638.Groenewegen 1995. Hans Groenewegen, 1995 “Inwaarts”, in: Hans Groenewegen, “Ongebundelde stukken over poëzie”, http://kapiteel.home.xs4all.nl/forumdhaen.htm (geraadpleegd op 17 juli 2013).Groenewegen 2005. Hans Groenewegen, “Genot als drijfveer, een rêverie”, in: Hans Groenewegen, 2005 Overvloed. Kritieken en kronieken over poëzie, Nijmegen: Vantilt,  p. 67-80.Hagenaars 1998. Albert Hagenaars, 1998, “Twee bundels veredelde rederijkerij. Nieuwe poëzie van Christine D’haen”, in: Haagsche Courant, [dag en maand onbekend].Heering-Moorman 1992. Clasine Heering-Moorman, 1992 “Ons verstikken de lussen der uren”, in: Hervormd Nederland, 7 november 1992, p. 28-29.Heideland [1966]. Uitgeverij Heideland, [1966] “Christine D’haen heeft na acht jaar wachten haar tweede bundel ‘Vanwaar zal ik u lof toezingen?’ gepubliceerd”, Hassselt: Heideland [reclameflyer/advertentie van de uitgever].Hellemans 2009a. Frank Hellemans, 2009 “Vlaamse schrijfster Christine D’haen overleden”, in: Knack, 4 september 2009, http://www.knack.be/nieuws/boeken/recensies-volwassenen/poezie/vlaamse-schrijfster-christine-d-haen-overleden/article-1194674433208.htm (geraadpleegd op 25 juli 2013).Hellemans 2009b. Frank Hellemans, 2009 “Machtig demon”, in: Knack, 10 september 2009, http://www.knack.be/nieuws/boeken/recensies-volwassenen/poezie/machtige-demon/article-1194674433034.htm (geraadpleegd op 25 juli 2013).Herreman 1951a. R. Herreman, 1951 “De Dichteres Christine D’Haen”, in: Verslagen en Mededelingen 1951 van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde, Gent: Drukkerij N.V. Erasmus.Herreman 1951b. R. Herreman, 1951 “Vals marmer?”, in: Nieuw Vlaams Tijdschrift, jaargang V, p. 1091.Het Belang van Limburg 2001. N.N., 2001 “Emile Bernheim-prijs 2001 voor Christine D’haen”, in: Het Belang van Limburg, 17 mei 2001.Hoorne 2007. Philip Hoorne, 2007 “Niet voor nitwits”, in: Knack, 6 juni 2007, p. 83.Janssen 1994. Susanne Janssen, 1994 In het licht van de kritiek. Variaties en patronen in de aandacht van de literatuurkritiek voor auteurs en hun werken, Hilversum: Verloren.Jonckheere 1957. Karel Jonckheere, 1957 “De Ark van het Vrije Woord”, in: De Groene Amsterdammer, 21 juli 1957, in: Lukas De Vos (red.), 2000 Een Onberaamd Verbond. 50 jaar Arkprijs van het Vrije Woord, Antwerpen: De Vrienden van de Zwarte Panter, p. 43.Joosten 1996. Jos Joosten, 1996 Feit en tussenkomst. Geschiedenis en opvattingen van Tijd en Mens (1949 – 1955), Nijmegen: Vantilt.Joosten 1998. Jos Joosten, 1998 “Hel en hemel revisited. Het verschil tussen Dante en D’haen”, in: De Standaard, 10 december 1998, p. 9.Joosten 2002. Jos Joosten, 2002 “Buelens' poëziegeschiedenis: uitdagende tocht terug naar teksten”, in: Vooys, jaargang 19, nummer 3, p. 187-190.KANTL 2010. N.N., 2010 “Colloquium Christine D’haen”, Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde [aankondigingsflyer] [uitgever/drukker onbekend].Kemp 1963. Bernard Kemp, 1963 De Vlaamse letteren tussen gisteren en morgen 1930-1960, Hasselt: Heideland.Komrij 1999. Gerrit Komrij, 1999 In liefde Bloeyende. De Nederlandse poëzie van de twaalfde tot en met de twintigste eeuw in 100 en enige gedichten, Amsterdam: Bert Bakker, p. 313-315.Komrij 2005. Gerrit Komrij, 2005 Kost en inwoning. De Nederlandse poëzie in enige nagekomen gedichten, Amsterdam: Bert Bakker, p. 59-62.Kregting 2013. Marc Kregting, 2013 “Hans Groenewegen (1)”, in: De Honingpot, 21 juni 2013, http://dehoningpot.blogspot.be/2013/06/hans-groenewegen-1.html (geraadpleegd op 30 juli 2013).Kuiper & Pruis 2008. Stefan Kuiper & Marja Pruis, 2008 “Lees poëzie als je zin en tijd hebt”, in: De Groene Amsterdammer, 2 april 2008, http://www.groene.nl/2008/14/lees-poezie-als-je-zin-en-tijd-hebt (geraadpleegd op 19 juli 2013).Kusters 1984. Wiel Kusters, 1984 “De goudfazant des middags op den disch. Gedichten van Christine D’haen”, in: NRC Handelsblad, 20 april 1984, p. 5.L’Estaminet 1973. L’Estaminet, 1973 “Programma Christine D’haen”, in: L’Estaminet stelt voor, poëzie de woensdag van 9 tot 10, een synopsis van de moderne stromingen in de aktuele poëzie. Samenstelling en organisatie Johan Sonneville, inleiding en presentatie Georges Wildemeersch [een aankondigingsflyer] [uitgever/drukker onbekend].L.P. 1967. L.P., 1967 “Christine D’haen: moeilijke poëzie”, in: Het Volk, 14 februari 1967.Leyman & Cottyn 2009. Dirk Leyman en Hans Cottyn, 2009 “Vlaamse schrijfster Christine D’haen (85) overleden”, in: De Papieren Man, 3 september 2009, http://papierenman.blogspot.be/2009/09/vlaamse-schrijfster-christine-dhaen-85_03.html (geraadpleegd op 20 juli 2013).Lissens 1967. R.F. Lissens, 1967 De Vlaamse letterkunde van 1780 tot heden, Brussel/Amsterdam: Elsevier, p. 257.Marja 1963. A. Marja, 1963 “Dichten uit protest. Christine D’haen, Catharina van der Linden, Catharina Kortenbos”, in: Poëzieproeven. Over dichters, gedichten, beweegredenen, resultaten, Den Haag: Bert Bakker/Daamen n.v., p. 118-119.Middag 1992. Guus Middag, 1992 “Het mythische huishouden van Christine D’haen. Portret van de winnares van de Prijs der Nederlandse Letteren”, in: NRC Handelsblad, 23 oktober 1992.Musschoot 1994. Anne Marie Musschoot, 1994 “Plejade”, in: Ons Erfdeel, jaargang 37, nummer 4, p. 596-597.Musschoot 2009. Anne Marie Musschoot, 2009 “In Memoriam Christine D’haen”, in: Jaarboek van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, p. 104-106.Musschoot e.a. 1983. Anne Marie Musschoot, Paul van Aken, Hugo Brems, Jaak van Schoor, Lukas De Vos en Paul de Wispelaere, 1983 Literatuur. De twintigste eeuw. Culturele Geschiedenis van Vlaanderen, deel 9, Deurne: Baart, p. 102.Naaijkens 2006. Ton Naaijkens, 2006 “Tekstmobiliteit en culturele dynamiek. Vertalingen als lakmoesproef”, in: Martine de Clerq, Tom Toremans en Walter Verschueren (eds.), 2006 Tekstmobiliteit en Culturele Overdracht, Leuven: Leuven University Press, p. 15-26.Nederlandse Taalunie 1992. Comité van Ministers van de Nederlandse Taalunie, 1992 “Juryrapport Prijs der Nederlandse Letteren 1992”, Nederlandse Taalunie, 28 oktober 1992.Nieuwsblad 2009. N.N., 2009 “Christine D’haen krijgt eigen straat”, in: Nieuwsblad, 17 december 2009.Nuyens 2003. Bart Nuyens, 2003 “‘Meer waard dan mijn verzen.’ De correspondentie van Raymond Herreman, tussentijds dichter en voltijds criticus”, in: Edward Vanhoutte en Yves T'Sjoen (red.), 2003 Epistolaria. Tekstgenetische studies, Antwerpen: AMVC Letterenhuis, p. 91-112.Peeters 2009. Patrick Peeters, 2009 “Untimely Meditations/‘[De vernieuwing van het oude]’ In memoriam Christine D’haen (1923-2009)”, nY, jaargang 2009, nummer 4, p. 585-587.Poëziecentrum 2011. N.N., 2011 “Querido publiceert nagelaten gedichten van Christine D’haen”, in: Poëziecentrum, 28 februari 2011, http://www.poeziecentrum.be/nieuws/querido-publiceert-nagelaten-gedichten-van-christine-dhaen (geraadpleegd op 18 juli 2013)Pollet 2009. Jan Pollet, “Dat was wel even anders in 1830”, in: Versindaba, 8 september 2009, http://versindaba.co.za/2009/09/08/nuusbrief-2-de-contrabas/ (geraadpleegd op 10 juli 2013).Prijs der Nederlandse Letteren [z.j.]. N.N., [z.j.] “Over de Prijs der Nederlandse Letteren”, Prijs der Nederlandse Letteren, http://prijsderletteren.org/over_de_prijs_der_nederlandse_letteren/ (geraadpleegd op 30 juli 2013).Pruis 2000. Marja Pruis, 2000 “Vormen uit vormen”, in: De Groene Amsterdammer, 5 januari 2000, p. 31.Pruis 2008. Marja Pruis, 2008 “Martha en Maria. Christine D’haen", in: De Groene Amsterdammer, 5 maart 2008, http://www.groene.nl/2008/VSB/martha-en-maria (geraadpleegd op 19 juli 2013).Radboud Universiteit Nijmegen [z.j.]. Radboud Universiteit Nijmegen, [z.j.] “Interuniversitaire Werkgroep Internationale Receptie”, op: Radboud Universiteit Nijmegen, Faculteit der Letteren, Historical, Literary and Cultural Studies: http://www.ru.nl/hlcs/@740421/pagina/ (geraadpleegd op 03-07-2013).Raspoet 2007. Erik Raspoet, 2007 “Toeristen, de achtste plaag van Egypte”, in: De Morgen, 30 juni 2007, p. 63.Reynebeau 2009. Marc Reynebeau, 2009 “Poëzie met een geheugen”, in: De Standaard, 5 september 2009.Ruiter 1992. Truus Ruiter, 1992 “Je kunt mij niets verwijten dan mijn leeftijd”, in: De Volkskrant, 12 juni 1992, p. 3.Rutten 1961. M. Rutten, 1961 “Herwig Hensen en Christine D’haen”, in Nieuw Vlaams Tijdschrift, jaargang XIV. [Ook opgenomen in: M. Rutten,  1967 Nederlandse dichtkunst. Achterberg en Burssens voorbij, Hasselt: Heideland, p. 299- 318.]Rutten 1967. M. Rutten, 1967 Nederlandse dichtkunst. Achterberg en Burssens voorbij, Hasselt: Heideland.Schouten 1995. Rob Schouten, 1995 “Onder auspiciën van een hogere geest”, in: Vrij Nederland, 11 november 1995, p. 79.Schrijversgewijs [z.j.]a. N.N., [z.j.] “Urbain van de Voorde”, in: Schrijversgewijs, http://schrijversgewijs.be/schrijvers/van-de-voorde-urbain/ (geraadpleegd op 9 juli 2013).Schrijversgewijs [z.j.]b. N.N., [z.j.] “Daniël Van Ryssel”, in: Schrijversgewijs, http://schrijversgewijs.be/schrijvers/van-ryssel-daniel/ (geraadpleegd op 12 juli 2013).Segers 1992. Karel Segers, 1992 “Christine D’haen wint Prijs der Nederlandse letteren. ‘Hoe oud ik ook ga worden, kunnen dichten zal ik nooit’”, in: Het Belang van Limburg, 27 oktober 1992.Segers & Koopman-Thurlings 1985. Segers, R.T. & M. Koopman-Thurlings, 1985 “Receptie-onderzoek” in: R.T. Segers (red.), 1985 Vormen van literatuurwetenschap, Groningen: Wolters-Noordhoff.Speliers 1963. Hedwig Speliers, 1963 “De schrijver en zijn kritikus”, in: De Periscoop, jaargang 12, nummer 1-2.[In een iets andere versie opgenomen in: Hedwig Speliers, 1965 Wij, galspuwers, De Galge, Brugge, p. 32-42.]Speliers 1964. Hedwig Speliers, 1964 “Een profiel van de hedendaagse dichtkunst. Repliek op de principiële beschouwingen van Christine D’haen”, in: De Vlaamse Gids, jaargang 48, nummer 5, p. 320-333.[Opgenomen in: Hedwig Speliers, 1965 Wij, galspuwers, Uitgeverij De Galge, Brugge, p. 79-99.]Speliers 1992. Hedwig Speliers, 1992 “L’enseigne du Gersaint. Over het magnum opus van Christine D’haen”, in: De tong van de dichter. Een modellenpoëtica, speciaal nummer van Kruispunt, jaargang 33, nummer 148, p. 23-60.[Eerder in twee delen en ingekort gepubliceerd in: Poëziekrant, jaargang 12, nummer 2 (1987), p. 14-16 en Poëziekrant, jaargang 12, nummer 3 (1987), p. 12-14.]Speliers 2009. Hedwig Speliers, 2009 “Parnassusvaart van Christine D’haen”, in: Poëziekrant, jaargang 33, nummer 6, p. 58-59.

Spillebeen 1967. Willy Spillebeen [commentaar en aantekeningen], 1967 Een zevengesternte. Caleidoscoop der Nederlandse letteren, Leuven: Boekengilde de Clauwaert vzw.Swinkels 1993. Jessica Swinkels, 1993 “Persbericht. Videoportret Christine D’haen”, december 1993, Den Haag: Nederlands Letterkundig Museum.T’Sjoen 2003. Yves T’Sjoen, 2003 “Met liefde geschreven. Verzamelbundel van Christine D’haen”, in: Standaard der Letteren, 10 april 2003.T’Sjoen 2010a. Yves T’Sjoen, 2010 “Lees maar, er staat meer dan de tekst. Christine D’haen”, in: Versindaba, 17 maart 2010, http://versindaba.co.za/2010/03/17/lees-maar-er-staat-meer-dan-de-tekst-6-christine-dhaen/ (geraadpleegd op 10 juli 2013).T’Sjoen 2010b. Yves T’Sjoen, 2010 “Over Christine D’haen en het weven van een web”, in: Lukas De Vos (red.), 2010 Buiten het bereik van Farisese handen. 60 jaar Arkprijs van het Vrije Woord, Antwerpen: De Vrienden van de Zwarte Panter, p. 31-38.T’Sjoen 2011. Yves T’Sjoen, 2011 “Christine D’haen en sporen van auteursintenties”, in: Yves T’Sjoen, 2011 Dingenzoeken in Taka-Tukaland. Periteksten in de moderne Nederlandstalige poëzie, Gent: Academia Press/Atlas, p. 115-121.Vaessens & Joosten 2003. Thomas Vaessens en Jos Joosten, 2003 Postmoderne poëzie in Nederland en Vlaanderen, Nijmegen: Vantilt.Van Bastelaere e.a. 2008a. Dirk van Bastelaere, Erwin Jans en Patrick Peeters, 2008 Hotel New Flandres. 60 jaar Vlaamse poëzie 1945-2005, Gent: Poëziecentrum.Van Bastelaere e.a. 2008b. Dirk van Bastelaere, Erwin Jans en Patrick Peeters, “Hotel NF Blog”, in: Hotel New Flandres. Idées reçues, kletspraat en halve waarheden in de receptie van HNF, http://hotelnewflandres.wordpress.com/hotel-nf-blog/ (geraadpleegd op 19 juli 2013).Van Bastelaere e.a. 2008c. Dirk van Bastelaere, Erwin Jans en Patrick Peeters, “Vandevoorde, de geannoteerde versie”, in: Hotel New Flandres. Idées reçues, kletspraat en halve waarheden in de receptie van HNF, http://hotelnewflandres.wordpress.com/vandevoorde-de-geannoteerde-versie/ (geraadpleegd op 19 juli 2013).Van Bastelaere e.a. 2008d. Dirk van Bastelaere, Erwin Jans en Patrick Peeters, “Bavard & Ricochet”, in: Hotel New Flandres. Idées reçues, kletspraat en halve waarheden in de receptie van HNF, http://hotelnewflandres.wordpress.com/bavard-ricochet/ (geraadpleegd op 19 juli 2013).Van Bastelaere [2011]. Dirk van Bastelaere, [2011] “Een stem van over het graf”, in: Alphaville, http://www.alphavillle.com/avillle/zone/gloss/?item=11235 (geraadpleegd op 12 juli 2013).Van Bastelaere 2011. Dirk van Bastelaere, 2011 “Een stem van over het graf”, in: Awater, jaargang 11, nummer 1, p. 14-15.Van Bork 2002. G.J. van Bork, 2002 “Claes, Paul”, in: Schrijvers en dichters (dbnl biografieënproject I), http://www.dbnl.org/tekst/bork001schr01_01/bork001schr01_01_0194.php (geraadpleegd op 12 juli 2013).Van Bork 2002a. G.J. van Bork, 2002 “Berghuis, Hans”, in: Schrijvers en dichters (dbnl biografieënproject I), http://www.dbnl.org/tekst/bork001schr01_01/bork001schr01_01_0069.php (geraadpleegd op 13 juli 2013).Van Bork 2002b. G.J. van Bork, 2002 “Carette, Hendrik”, in: Schrijvers en dichters (dbnl biografieënproject I), http://www.dbnl.org/tekst/bork001schr01_01/bork001schr01_01_0179.php (geraadpleegd op 13 juli 2013).Van Bork 2002c. G.J. van Bork, 2002 “Claus, Hugo”, in: Schrijvers en dichters (dbnl biografieënproject I), http://www.dbnl.org/tekst/bork001schr01_01/bork001schr01_01_0196.php (geraadpleegd op 14 juli 2013).Van Bork 2003. G.J. van Bork, 2003 “D’Haen, Christine”, in: Schrijvers en dichters (dbnl biografieënproject I), http://www.dbnl.org/tekst/bork001schr01_01/bork001schr01_01_0256.php (geraadpleegd op 12 juli 2013).Van Bork 2006. G.J. van Bork, 2006 “Herreman, Raymond”, in: Schrijvers en dichters (dbnl biografieënproject I), http://www.dbnl.org/tekst/bork001schr01_01/bork001schr01_01_0471.php (geraadpleegd op 14 juli 2013).Van Bork 2007. G.J. van Bork, 2007 “Kusters, Wiel”, in: Schrijvers en dichters (dbnl biografieënproject I), http://www.dbnl.org/tekst/bork001schr01_01/bork001schr01_01_0640.php (geraadpleegd op 29 juli 2013).Van Bouwel 1959. R. van Bouwel, 1959 “Poëziekroniek. Christine D’Haen”, in: De Periscoop, jaargang 9, p. 2.Van Buul 2012. Anne van Buul, 2012 “In vreemde grond geworteld. Prerafaëlitisme in de Nederlandse literatuur en beeldende kunst (1855-1910)”, Rijksuniversiteit Groningen.Van der Perre 1983. Rudolf van der Perre, 1983 “Christine D’haen. Een inleiding tot haar poëzie”, in: Oostvlaamse Literaire Monografieën, overdruk uit Kultureel Jaarboek Provincie Oost-Vlaanderen Bijdragen Nieuwe Reeks 22.Van de Perre 1992. Rudolf van de Perre, 1992 Woorden om wakker te lezen. Vijftig gedichten kort belicht, Leuven: Davidsfonds, p. 41-43.Van de Perre 1995. Rudolf van de Perre, 1995 “Christine D’haen. Merencolie”, in Vlaanderen, jaargang 44, nummer 254, p. 71.Van de Voorde 1966. Urbain van de Voorde, 1966, “Apologie van Christine D’haen. ‘Vanwaar zal ik u lof toezingen?’’, in: De Spectator, maart 1966.Van de Weghe 1952. Jan Van de Weghe, 1952 “De Ark van het Vrije Woord van het N.V.T. Hugo Claus laureaat”, in: De Standaard, in: Lukas De Vos (red.), 2000 Een Onberaamd Verbond. 50 jaar Arkprijs van het Vrije Woord, Antwerpen: De Vrienden van de Zwarte Panter, p. 48.Van Deel 1992. Tom van Deel, 1992 “D’haen met Prijs Letteren bekroond”, in: Trouw, 26 juni 1992.Van Deel 2003. Tom van Deel, 2003 “Echo’s die elkaar tegenspreken, haten en liefhebben”, in: Trouw, 11 januari 2003.Van den Berg 1995. Arie van den Berg, 1995 “Het gerei van de goden”, in: NRC Handelsblad, 8 december 1995, p. 5.Van den Berg 2008. Arie van den Berg, 2008 “Een paspoort voor de Parnassus. De VSB-jury richt zich bij de genomineerde bundels op poëtisch constructivisme”, in: NRC Handelsblad, http://nrcboeken.vorige.nrc.nl/recensie/een-paspoort-voor-de-parnassus (geraadpleegd op 28 juli 2013).Van den Bossche 1996. Stefan van den Bossche, 1996 “Christine D’haen”, in: Vlaanderen, jaargang 45, nummer 4, p. 252.Van den Hoof 2010. Mark Van den Hoof [sic], 2010 “‘Je haar zit niet goed.’ ‘Ik weet dat.’ Over de humor in het proza van Christine D’haen”, in: Lukas De Vos (red.), 2010 Buiten het bereik van Farisese handen. 60 jaar Arkprijs van het Vrije Woord, Antwerpen: De Vrienden van de Zwarte Panter, p. 39-47.Van den Hooff & Meijer 1996. Hilde van den Hooff en Maaike Meijer, 1996 “‘tot voorbeeld, tot troot, tot gezelschap in de geest’ Christine D’haen, vrijmoedig intellectueel”, in: Veel te veel geluk verwacht. Schrijfsters over schrijfsters 1, Meulenhoff/Manteau, p. 125-146.Van der Hoeven 1991. Jan van der Hoeven, 1991 Christine D’haen. Een monografie, Torhout: Vereniging van West-Vlaamse Schrijvers.Van der Hoeven 1993. Jan van der Hoeven, 1993 “Merencolie”, in: Streven, juni  1993, p. 571-572.Van der Straeten 2008. Bart van der Straeten, 2008 “Bloemlezing ‘Hotel New Flanders’ [sic] ambieert correctie op de canon te zijn. Een boksbal van de Vlaamse poëzie”, in: De Morgen, 26 november 2008.Van der Zee 1995. Mirjam van der Zee, 1995 “Taal als tweespalt. Leven en poëzie in het werk van Christine D’haen”, in: Surplus, jaargang IX, nummer 1, p. 11.Van Gool 2009. Jef van Gool, 2009 “Christine D’Haen overleden”, in: Literatuurplein.nl http://www.literatuurplein.nl/nieuwsdetail.jsp?nieuwsId=2224 (geraadpleegd op 8 juli 2013).Van Hulle 1990. Jooris van Hulle, 1990 “Er is niets banaals in het leven”, in: De Standaard, 12 mei 1990.Van Hulle 1992a. Jooris van Hulle, 1992 “Cultus van het kleine”, in: Standaard, 14 maart 1992.Van Hulle 1992b. Jooris van Hulle, 1992 “Christine D’haen: wie werd bekroond?”, in: De Standaard, 25 juni 1992.Van Istendael 1993. Geert van Istendael, 1993 “Voorrede (intertextueel natuurlijk)”, in: Hugo Brems, Geert van Istendael, Charles Ducal, Stefan Hertmans, Dirk Van Bastelaere, Peter Verhelst, Erik Spinoy, Paul Claes en Christine D’haen, 1993 Plejade. Zeven Vlaamse dichters, Leuven: PLEK vzw, p. VII-XIII.Van Nieuwenborgh 1991. Marcel van Nieuwenborgh, 1991 “Christine D’Haen: ‘Niets in de wereld is banaal’, Dichteres krijgt Nederlands-Vlaamse Anna Bijns-prijs”, in: De Standaard, 1 oktober 1991.Van Renssen 2011. Floor van Renssen, 2011 ‘Lezer, er zijn ook Belgen!’ Interactie tussen de Nederlandse en Vlaamse literatuur via literaire kritiek en uitgeverij (1980-1995), Radboud Universiteit Nijmegen.Van Soest 1991. Marjo van Soest, 1991 “‘De relatie tussen seksualiteit en lyriek heb ik al vroeg geraden’, Anna-Bijnsprijs voor dichteres Christine D’haen”, in: Opzij, december 1991, p. 68-70.Van Soest 1994. Marjo van Soest, 1994 “Over de liefde. Christine D’haen en Elly de Waard”, in: Vrij Nederland, 26 februari 1994, p. 46- 47.Van Weenen 2005. Bert van Weenen, 2005 “Verzenfeest met dichtervrienden. Bert van Weenen bespreekt Mirabilia van Christine D'haen”, in: Meander, 30 januari 2005, http://eerder.meandermagazine.net/recensies/recensie.php?txt=&id=329 (geraadpleegd op 28 juli 2013).Vandenbroucke 1992. Johan Vandenbroucke, 1992 “De tijd is te kort”, in: Knack, 20 mei 1992, p. 126-134.Vandevoorde 1985. Hans Vandevoorde, 1985 “Gedolven gedichten”, in: Yang, jaargang 21, nummer 123, p. 51-53.Vandevoorde 1988. Hans Vandevoorde, 1988 “‘Het leven is groter dan de dood’. Een kleine reeks voelbare gedichten”, in: Het Nieuwsblad, 16 maart 1988, p. 9.Vandevoorde 1998a. Hans Vandevoorde, 1998 “De tombe van Dante”, in: FET-Cultuur, 2 september 1998Vandevoorde 1998b. Hans Vandevoorde, “Dante D‘haen”, in: Ons Erfdeel, jaargang 41, nummer 5, p. 661-675.Vanderstraeten 2007. Margot Vanderstraeten, 2007 “’Poëzie is een moeilijk metier. Ze is niet: een goed idee, een grapje, of wat losse flodders.’ Margot Vanderstraeten praat met Christine D’haen, de belangrijkste dichteres van Vlaanderen”, in:  De Morgen, 21 november 2007, p. 4-5.Vanderstraeten & Vanfleteren 2009. Margot Vanderstraeten en Stephan Vanfleteren, 2008 Schrijvers gaan niet dood, Amsterdam: Atlas.Vergeer 1996. Koen Vergeer, 1996 “Exacte kostbaarheid. Christine D’haen. ‘Morgane’”, in: De Morgen, 2 februari 1996.Vermeulen 2003. Julien Vermeulen, 2003 “De jonge Claus: een behoedzame bohémien”, in: Vlaanderen, jaargang 52, p. 122-127.Vervliet 1993. Raymond Vervliet, 1993 “Christine D’haen”, in: De Nieuwe Gemeenschap [speciale bijlage], december 1993.Vonck 1994. Bart Vonck, 1994 “Gedichten tegen het verdwijnen. De eenzame studie van Christine D’haen”, in: De Standaard, 19 februari 1994.Voskuil [2007]. Menno Voskuil, “Gouden Reeks van Athenaeum- Polak & Van Gennep, uitgegeven vanaf 1997”, in: Antiqbook, http://antiqbook.info/nl/verzamelen/series/gouden_reeks.phtml (geraadpleegd op 13 juli 2013).Warren 1989. Hans Warren, 1989 “Christine D’haen”, in: PZC, 25 november 1989.Willockx 2003a. Dietlinde Willockx, 2003 “Verander uzelf tot eeuwigheid”, in: De Tijd, 26 maart 2003.Willockx 2003b. Dietlinde Willockx, 2003 “Verander uzelf tot eeuwigheid. Het autobiografische pact van Christine D’haen”, in: Spiegel der Letteren, jaargang 45, nummer 3, p. 241-266.Willockx 2004. Dietlinde Willockx, 2004 “‘Er niet zijn: dat deed ik goed’”, in: De Tijd, 11 september 2004.

Universiteit of Hogeschool
Vergelijkende Moderne Letterkunde
Publicatiejaar
2013
Kernwoorden
Share this on: