Psychodiagnostic assessment of internationally adopted children referred to the UZ Brussel CAMHS

Sam Bonduelle
Nood aan opvolging van adoptiegezinnen na adoptieBRUSSEL – Op de Psychiatrische Afdeling voor infants, kinderen en adolescenten (PAika) van het UZ Brussel werd recent een onderzoek over adoptiekinderen afgerond. Uit de studie blijkt dat deze kinderen (en hun adoptiegezin) dikwijls met complexe problemen te maken krijgen, waaronder hechtingsproblemen.

Psychodiagnostic assessment of internationally adopted children referred to the UZ Brussel CAMHS

Nood aan opvolging van adoptiegezinnen na adoptie

BRUSSEL – Op de Psychiatrische Afdeling voor infants, kinderen en adolescenten (PAika) van het UZ Brussel werd recent een onderzoek over adoptiekinderen afgerond. Uit de studie blijkt dat deze kinderen (en hun adoptiegezin) dikwijls met complexe problemen te maken krijgen, waaronder hechtingsproblemen. Ondanks uitgebreide voorbereiding van de adoptieouders, blijven veel gezinnen op hun honger zitten wat betreft de opvolging na adoptie.

Bij de studie werden alle kinderen betrokken die vanuit het buitenland werden geadopteerd en op de dienst kinderpsychiatrie van het UZ Brussel werden geëvalueerd (samen met hun adoptiegezin) tussen 2005 en 2012.

Volgens dr. Sam Bonduelle, kinderpsychiater in opleiding aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB) die meewerkte aan de studie, gaat het om een heel diverse groep kinderen: “We zagen zowel jongens als meisjes, tussen 3 en 17 jaar oud, afkomstig uit 12 verschillende landen. De kinderen en jongeren kwamen om allerlei redenen naar PAika, sommigen eerder uit voorzorg, anderen met een dringende, gegronde hulpvraag.”

Vooral de adoptieouders zochten hulp, maar ook andere hulpverleners (huisarts, kinderarts, psycholoog), leerkrachten en CLB’s stuurden de kinderen regelmatig door. De kinderen werden het vaakst aangemeld omwille van gedragsmoeilijkheden, maar ook emotionele en sociale problemen, moeilijkheden op school, gebrek aan concentratie, worstelen met identiteit, opvoedingsproblemen, angststoornissen, enz. waren veel voorkomende aanmeldingsredenen.

Het is al langer geweten dat adoptiekinderen relatief vaak verwezen worden naar kinderpsychologen en –psychiaters. Nochtans hebben recente grootschalige studies aangetoond dat de meeste adoptiekinderen een belangrijke inhaalbeweging doormaken na hun adoptie ten opzichte van niet-geadopteerde kinderen. “Inderdaad, bij de meerderheid van de adoptiekinderen stellen er zich in feite geen grote problemen. Toch blijven ze als groep gemiddeld een beetje achterop hinken in een aantal domeinen. Zo doen ze het wat minder goed op school en hebben ze vaker hechtingsproblemen. Het zijn natuurlijk die kinderen waarbij het minder goed gaat die we tegenkomen op een dienst kinderpsychiatrie. ”

En net over deze groep kinderen, de zogenaamde “klinische” groep adoptiekinderen, is nog niet zo veel bekend. “De meeste studies gaan niet specifiek over adoptiekinderen die naar een kinderpsycholoog of –psychiater werden verwezen. Deze klinische groep heeft een bijzonder profiel. We stelden bijvoorbeeld vast dat de kinderen die op onze dienst kwamen vaker moeilijkheden hadden op emotioneel, gedragsmatig en sociaal gebied. Ze deden het ook minder goed op school en behaalden lagere IQ scores dan een doorsnee populatie, wat deels te verklaren valt door hun taalachterstand. Het belangrijkste probleem was echter het gebrek aan een veilige hechting.”

Het begrip “hechting” werd ruim 50 jaar geleden geïntroduceerd door prof. John Bowlby, een Britse pionier in het toen nog jonge domein van de kinderpsychiatrie. Volgens zijn hechtingstheorie zoeken kinderen vanaf zeer jonge leeftijd de nabijheid van hun ouders op in situaties die stress veroorzaken. Ze doen dit zelfs nog vóór ze kunnen lopen, bijvoorbeeld door te huilen wanneer hun ouders de kamer verlaten. Naarmate ze opgroeien, worden ze gehecht aan zorgfiguren die betrouwbaar zijn en vormen ze zo een veilige basis, van waaruit ze kunnen exploreren. Oudere kinderen hebben minder nood aan de fysieke nabijheid van hun ouders, maar wel aan beschikbaarheid: ze willen weten dat ze op hun ouders kunnen rekenen wanneer dat nodig is.

Dr. Bonduelle licht verder toe: “De interactie tussen ouders en kinderen is bepalend voor de verwachtingen die kinderen ontwikkelen naar andere mensen toe. Kinderen die verwaarloosd of mishan-deld zijn, hebben dikwijls veel minder vertrouwen in latere relaties in hun leven. We weten dat deze traumatische ervaringen in de eerste levensmaanden en –jaren een risicofactor zijn voor het ontwikkelen van hechtingsproblemen, naast oudere leeftijd bij adoptie en een gebrek aan continuïteit in de verzorging van een kind. Al deze risicofactoren kwamen duidelijk vaker voor in onze klinische groep kinderen.” 

De gevolgen van hechtingsproblemen zijn niet te onderschatten. Uit voorgaande studies blijkt dat veilig gehechte kinderen dikwijls beter scoren in verschillende andere ontwikkelingsdomeinen dan onveilig gehechte kinderen. Dit werd ook nagekeken in de studie in PAika. “We stelden vast dat kinderen met hechtingsstoornissen meer problemen ondervonden op emotioneel, gedragsmatig en sociaal gebied en een minder positief zelfbeeld hadden. Veilig gehechte kinderen deden het beter in deze domeinen. Er werd geen verband vastgesteld tussen intelligentie en hechting, zoals ook in eerder onderzoek beschreven werd.”

Ook de adoptieouders werden betrokken in de studie. Bij iedere adoptieouder werd o.a. gevraagd naar de band die ze hadden met hun eigen ouders tijdens hun jeugd, aan de hand van een vragenlijst. “Dit liet ons toe een idee te vormen over de opvoedingsstijl van hun ouders. Opvoedingsstijlen beïnvloeden de interactie tussen ouders en kinderen en dragen bij tot het beeld dat kinderen vormen over andere relaties, ook later in hun leven. Toch konden we in onze studie niet aantonen dat er een verband bestond tussen de opvoedingsstijl van de ouders van een adoptieouder en de band die de adoptieouders hadden met hun eigen kinderen.” Deze resultaten waren enigszins verbazend, aangezien in eerder onderzoek een vrij grote overeenkomst werd vastgesteld tussen de hechting van ouders en kinderen. Bij klinische populaties adoptiekinderen werd dit echter nog niet aangetoond.

De ouders vulden verder een vragenlijst in die peilde naar de moeilijkheden die ze ondervonden bij het opvoeden van hun kind. Daarbij gaven ze aan veel stress te ervaren, zeker bij kinderen met een hechtingsstoornis. “Onze resultaten benadrukken dan ook het belang van een brede, individueel aangepaste aanpak voor deze kinderen en van verdere opvolging van adoptiegezinnen na adoptie. Hoewel ze meestal uitgebreid voorbereid en gescreend werden voorafgaand aan de adoptie, gaven verschillende ouders aan dat ze weinig of geen begeleiding meer hadden gekregen na adoptie.” 

Bibliografie

1.      Abidin, R. R. (1986). Parenting stress index – second edition (PSI). Lutz, FL: Psychological Assessment Resources.

2.      Ainsworth, M.D., Blehar, M.C., Waters, E., & Wall, S. (1978). Patterns of attachment: A psychological study of the strange situation. Hillsdale, NJ: Erlbaum Associates.

3.      American Psychiatric Association. (2000). Diagnostic and statistical manual of mental disorders (4th edition) Text Revision – DSM-IV-TR. Washington, DC: American Psychiatric Association.

4.      American Psychological Association. (2010). Publication manual of the American Psychological Association – 6th edition. Washington, DC: American Psychological Association.

5.      Atkinson, L., Paglia, A., Coolear, J., Niccols, A., Parker, K.C.H., & Guger, S. (2000, November). Attachment security: A meta-analysis of maternal mental health correlates. Clinical Psychology Review, 20(8), 1019–1040.

6.      Bakermans-Kranenburg, M.J., & van IJzendoorn, M.H. (2007, December). Research review: Genetic vulnerability or differential susceptibility in child development: The case of attachment. Journal of Child Psychology and Psychiatry, 48(12), 1160–1173.

7.      Barone, L., & Lionetti, F. (2012, September). Attachment and emotional understanding: a study on late-adopted pre-schoolers and their parents. Child: Care, Health and Development, 38(5): 690–696.

8.      Bartholomew, K., & Horowitz, L.M. (1991). Attachment styles among young adults: A test of a four-category model. Journal of Personality and Social Psychology, 61, 226–244.

9.      Belgische Federale Overheidsdiensten. (2011). Buitenlandse adoptie. Retrieved from: http://justitie.belgium.be/nl/themas_en_dossiers/kinderen_en_jongeren/a…

10.   Belgische Federale Overheidsdiensten. (2011). Definitie. Retrieved from: http://justitie.belgium.be/nl/themas_en_dossiers/personen_en_gezinnen/a…

11.   Belgische Federale Overheidsdiensten. (2012). Adoptie. Retrieved from: http://www.belgium.be/nl/familie/kinderen/adoptie/

12.   Belgische Federale Overheidsdiensten. (2013, May 8). Globale statistieken. Retrieved from: http://justitie.belgium.be/nl/themas_en_dossiers/kinderen_en_jongeren/a…

13.   Bimmel, N., Juffer, F., van IJzendoorn, M.H., & Bakermans-Kranenburg, M.J. (2003, March/April). Problem behavior of internationally adopted adolescents: A review and meta-analysis. Harvard Review of Psychiatry, 11(2), 64–77.

14.   Booth-Laforce, C., Oh, W., Hayoung Kim, A., Rubin, K. H., Rose–Krasnor, L., & Burgess, K. (2006, December). Attachment, self-worth, and peer-group functioning in middle childhood. Attachment & Human Development, 8(4), 309–325.

15.   Bos, K., Zeanah, C.H., Fox, N.A., Drury, S.S., McLaughlin, K.A., & Nelson, C.A. (2011). Psychiatric outcomes in young children with a history of institutionalization. Harvard Review of Psychiatry, 19(1), 15–24.

16.   Bowlby, J. (1982). Attachment and loss: Volume 1. Attachment (2nd ed.). London, United Kingdom: Hogarth Press.

17.   Brent Donnellan, M., Trzesniewski, K. H., Robins, R. W., Moffitt, T. E., & Caspi, A. (2005, April). Low self-esteem is related to aggression, antisocial behavior, and delinquency. Psychological Science, 16(4), 328–335.

18.   Carlson, E. A. (1998). A prospective longitudinal study of disorganized/disoriented attachment. Child Development, 69, 1970–1979.

19.   Castle, J., Groothues, C., Colvert, E., Hawkins, A., Kreppner, J., Sonuga-Barke, E., Beckett, C., Kumsta, R., Schlotz, W., Stevens, S., & Rutter, M. (2009, October). Parents' evaluation of adoption success: A follow-up study of intercountry and domestic adoptions. American Journal of Orthopsychiatry, 79(4), 522–531.

20.   Chisholm, K., Carter, M.C., Ames, E.W., & Morison, S.J. (1995, March). Attachment security and indiscriminately friendly behavior in children adopted from Romanian orphanages. Development and Psychopathology, 7(2), 283–294.

21.   Colombo, M., de la Parra, A., & Lopez, I. (1992, July). Intellectual and physical outcome of children undernourished in early life is influenced by later environmental conditions. Developmental Medicine and Child Neurology, 34(7), 611–622.

22.   de Brock, A.J.L.L., Vermulst, A.A., Gerris, J.R.M., & Abidin, R.R. (1992). Nijmeegse ouderlijke stress index (NOSI). Amsterdam, the Netherlands: Harcourt Assessment.

23.   Direction de l’adoption, Autorité centrale communautaire. (2012). Rapports d’activités. Retrieved from: http://www.adoptions.be/index.php?id=3780

24.   Dozier, M., Chase-Stovall, K., Albus, K., & Bates, B. (2001, September/October). Attachment for infants in foster care: The role of caregiver state of mind. Child Development, 72(5), 1467–1477.

25.   Fensbo, C. (2004, April). Mental and behavioural outcome of inter-ethnic adoptees: A review of the literature. European Child & Adolescent Psychiatry, 13(2), 55–63.

26.   Fraley, C. (2012, November). Information on the Experiences in Close Relationships – Revised [ECR-R] adult attachment questionnaire. Retrieved from http://internal.psychology.illinois.edu/~rcfraley/measures/ecrr.htm

27.   Fraley, R. C., Waller, N. G., & Brennan, K. A. (2000). An item-response theory analysis of self-report measures of adult attachment. Journal of Personality and Social Psychology, 78, 350–365.

28.   Ganzeboom, H.B.G., De Graaf, P.M., & Treiman, D.J. (1992). A standard international socio-economic occupational status. Social Science Research, 21, 1–56.

29.   George, C., Kaplan, N., & Main, M. (1985). Adult Attachment Interview. Berkeley, CA: University of California.

30.   Goodman, R. (2005). Sterke kanten en moeilijkheden: Vragenlijst voor ouders (SDQ-Dut) O4-16 Follow-up. Retrieved from: http://www.sdqinfo.org/py/sdqinfo/b3.py?language=Dutch

31.   Goodman, R. (2005). Sterke kanten en moeilijkheden: Vragenlijst voor leerkracht (SDQ-Dut) L4-16 Follow-up. Retrieved from: http://www.sdqinfo.org/py/sdqinfo/b3.py?language=Dutch

32.   Goodman, R. (2005). Sterke kanten en moeilijkheden: Vragenlijst voor jongeren (SDQ-Dut) J11-17 Follow-up. Retrieved from: http://www.sdqinfo.org/py/sdqinfo/b3.py?language=Dutch

33.   Goodman, R. (2005). Strengths and difficulties questionnaire P4-16 Follow-up. Retrieved from: http://www.sdqinfo.org/py/sdqinfo/b3.py?language=Englishqz(UK)

34.   Goodman, R. (2005). Strengths and difficulties questionnaire S11-17 Follow-up. Retrieved from: http://www.sdqinfo.org/py/sdqinfo/b3.py?language=Englishqz(UK)

35.   Goodman, R. (2005). Strengths and difficulties questionnaire T4-16 Follow-up. Retrieved from: http://www.sdqinfo.org/py/sdqinfo/b3.py?language=Englishqz(UK)

36.   Goodman, R., Scott, S. (2012). Child and adolescent psychiatry - Third edition. Oxford, United Kingdom: Wiley-Blackwell.

37.   Green, J., Stanley, C., Smith, V., & Goldwyn, R. (2000, April). A new method of evaluating attachment representations in young school-age children: The Manchester Child Attachment Story Task. Attachment and Human Development, 2(1), 48–70.

38.   Habraken, J.H.M. (2012, May). Bronvermelding volgens de richtlijnen van de APA – Handleiding. Tilburg, the Netherlands: Tilburg University Library and IT Services. Retrieved from: http://drcwww.uvt.nl/its/voorlichting/handleidingen/bibliotheek/apa.pdf

39.   Hamilton, C.E. (2000, May/June). Continuity and discontinuity of attachment from infancy through adolescence. Child Development, 71(3), 690–694.

40.   Harter, S. (1985). Manual for the self-perception profile for children. Denver, CO: University of Denver.

41.   Harter, S. (1988). Manual for the self-perception profile for adolescents. Denver, CO: University of Denver.

42.   Harter, S. (1999). The construction of the self: A developmental perspective. New York, NY: Guilford Press.

43.   Hjern, A., Lindblad, F., & Vinnerljung, B. (2002, August 10). Suicide, psychiatric illness and social maladjustment in intercountry adoptees in Sweden: A cohort study. Lancet, 360(9331), 443–448.

44.   Judge, S. (2003). Determinants of parental stress in families adopting children from Eastern Europe. Family Relations, 52(3), 241–248.

45.   Juffer, F., & van IJzendoorn, M.H. (2005, May 25). Behavior problems and mental health referrals of international adoptees: A meta-analysis. Journal of the American Medical Association, 293(20), 2501–2515.

46.   Juffer, F., & van IJzendoorn, M.H. (2007, November). Adoptees do not lack self-esteem: A meta-analysis of studies on self-esteem of transracial, international and domestic adoptees. Psychological Bulletin, 133(6), 1067–1083.

47.   Kaler, S. R., & Freeman, B. J. (1994, May). Analysis of environmental deprivation: Cognitive and social development in Romanian orphans. Journal of Child Psychology and Psychiatry, 35(4), 769–781.

48.   Kind & Gezin. (2012). Hoe lang duurt het om een buitenlands kind te adopteren? Retrieved from: http://www.kindengezin.be/contact-en-help/veelgestelde-vragen/adoptie/h…

49.   Kind & Gezin. (2012). In cijfers. Retrieved from: http://www.kindengezin.be/adoptie/in-cijfers/

50.   Kind & Gezin. (2012). Over Kind en Gezin. Retrieved from: http://www.kindengezin.be/over-kind-en-gezin/

51.   Kind & Gezin. (2012). Waarom duurt het zo lang om een kind te adopteren? Retrieved from: http://www.kindengezin.be/contact-en-help/veelgestelde-vragen/adoptie/w…

52.   Kooiman, C.G., Klaassens, E.R., van Heloma Lugt, J.Q., & Kamperman, A.M. (2013). Psychometrics and validity of the Dutch Experiences in Close Relationships – Revised [ECR-r] in an outpatient mental health sample. Journal of Personality Assessment, 95(2), 217–224.

53.   Leary, M. R. (2004, May). The function of self-esteem in terror management theory and sociometer theory: Comment on Pyszczynski et al. (2004). Psychological Bulletin, 130(3), 478–482.

54.   Loehlin, J. C., Willerman, L., & Horn, J. M. (1982, June). Personality resemblances between unwed mothers and their adopted-away offspring. Journal of Personality and Social Psychology, 42(6), 1089–1099.

55.   Main, M., Hesse, E., & Kaplan, N. (2005). Predictability of attachment behavior and representational processes at 1, 6 and 19 years of age: The Berkeley longitudinal study. In Grossman, K., Grossman, K., & Waters, E. (2006). Attachment from infancy to adulthood: The major longitudinal studies, 245–304. New York, NY: Guilford Press.

56.   Mainemer, H., Gilman, L. C., & Ames, E. W. (1998). Parenting stress in families adopting children from Romanian orphanages. Journal of Family Issues, 19, 164–180.

57.   Mednick, S. A., Gabrielli, W. F., & Hutchings, B. (1984, May 25). Genetic influences in criminal convictions: Evidence from an adoption cohort. Science, 224(4651), 891–894.

58.   Miller, B.C., Fan, X., Grotevant, H.D., Christensen, M., Coyl, D., & van Dulmen, M. (2000, December). Adopted adolescents’ overrepresentation in mental health counseling: Adoptees’ problems or parents’ lower threshold for referral? Journal of the American Academy of Child and Adolescent Psychiatry, 39(12), 1504–1511.

59.   Nickman, S.L., Rosenfeld, A.A., Fine, P., Macintyre, J.C., Pilowsky, D.J., Howe, R.A., Derdeyn, A., Gonzales, M.B., Forsythe, L., & Sveda, S.A. (2005, October). Children in adoptive families: Overview and update. Journal of the American Academy of Child and Adolescent Psychiatry, 44(10), 987–995.

60.   Pace, C.S., Zavattini, G.C., & D’Alessio, M. (2012, January). Continuity and discontinuity of attachment patterns: A short-term longitudinal pilot study using a sample of late-adopted children and their adoptive mothers. Attachment & Human Development, 14(1), 45–61.

61.   Parker, G., Tupling, H., & Brown, L.B. (1979). A parental bonding instrument. British Journal of Medical Psychology, 52, 1-10.

62.   Parker, G., Tupling, H., & Brown, L.B. (n.d.) Parental bonding instrument (PBI). Retrieved from: http://www.mymsw.info/downloads/parentalbondinginstrument.pdf

63.   Peters, B.R., Atkins, M.S., McKay, M.M. (1999, April). Adopted children’s behavior problems: A review of five explanatory models. Clinical Psychology Review, 19(3), 297–328.

64.   Pinquart, M., Feussner, C., & Ahnert, L. (2013). Meta-analytic evidence for stability in attachments from infancy to early adulthood. Attachment & Human Development, 15(2), 189–218.

65.   Plomin, R., Fulker, D. W., Corley, R., & De Fries, J. C. (1997). Nature, nurture, and cognitive development from 1 to 16 years: A parent-offspring adoption study. Psychological Science, 8, 442–447.

66.   Ravitz, R., Maunder, R., Hunter, J., Sthankiya, B., & Lancee, W. (2010, October). Adult attachment measures: A 25-year review. Journal of Psychosomatic Research, 69(4), 419–32.

67.   Rees, C.A., & Selwyn, J. (2009, July). Non-infant adoption from care: Lessons for safeguarding children. Child: Care, Health and Development, 35(4), 561–567.

68.   Rogeness, G. A., Hoppe, S. K., Macedo, C. A., Fischer, C., & Harris, W. R. (1988, September). Psychopathology in hospitalized adopted children. Journal of the American Academy of Child and Adolescent Psychiatry, 27(5), 628–631.

69.   Rushton, A., & Dance, C. (2006, July). The adoption of children from public care: A prospective study of outcome in adolescence. Journal of the American Academy of Child and Adolescent Psychiatry, 45(7), 877–883.

70.   Rutter, M. (2012, May). Resilience as a dynamic concept. Development and psychopathology, 24(2), 335–344.

71.   Rutter, M. (2013, April). Annual research review: Resilience: Clinical implications. Journal of Child Psychology and Psychiatry, 54(4), 474–487.

72.   Rutter, M., Beckett, C., Castle, J., Colvert, E., Kreppner, J., Mehta, M., Stevens, S., & Sonuga-Barke, E. (2007). Effects of profound early institutional deprivation: An overview of findings from a UK longitudinal study of Romanian adoptees. European Journal of Developmental Psychology, 4(3), 332–350.

73.   Rutter, M., Colvert, E., Kreppner, J., Beckett, C., Castle, J., Groothues, C., Hawkins, A., O’Connor, T.G., Stevens S.E., & Sonuga-Barke, E.J. (2007, January). Early adolescent outcomes for institutionally-deprived and non-deprived adoptees. I: disinhibited attachment. Journal of Child Psychology and Psychiatry, 48(1), 17–30.

74.   Rutter, M., Kreppner, J., & Sonuga-Barke, E. (2009, May). Emanuel Miller Lecture: Attachment insecurity, disinhibited attachment, and attachment disorders: Where do research findings leave the concepts? Journal of Child Psychology and Psychiatry, 50(5), 529–543.

75.   Rutter, M., Macdonald, H., Le Couteur, A., Harrington, R., Bolton, P., & Bailey, A. (1990). Genetic factors in child psychiatric disorders—II: Empirical findings. Journal of Child Psychology and Psychiatry, 31, 39–83.

76.   Rutter, M.L., Kreppner, J.M., & O’Connor, T.G. (2001, August). Specificity and heterogeneity in children’s responses to profound institutional privation. British Journal of Psychiatry, 179, 97–103.

77.   Shaffer, D., Gould, M.S., Bird, H., & Fisher, P. (n.d.). Children’s Global Assessment Scale – Adaptation of the Adult Global Assessment Scale. Retrieved from: http://www.rcpsych.ac.uk/pdf/CGAS%20Ratings%20Guide.pdf

78.   Sibley, C.G., Fischer, R., & Liu, J.H. (2005, November). Reliability and validity of the revised experiences in close relationships [ECR-R] self-report measure of adult romantic attachment. Personality & Social Psychology Bulletin, 31(11), 1524–1536.

79.   Smyke, A. T., & Zeanah, C. H. (1999). Disturbances of attachment interview. Unpublished manuscript.

80.   Stroobants, T., Vanderfaeillie, J., & Put, J. (2011, March). Evaluatie van de huidige screening van adoptieouders uitgevoerd door Diensten voor maatschappelijk onderzoek van de CAW’s in het kader van de geschiktheidprocedure voor interlandelijke adoptie gevoerd voor de jeugdrechtbank. Leuven, Belgium: Steunpunt Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. Retrieved from: http://www.kindengezin.be/img/evaluatie-screening-adoptieouders.pdf

81.   Target, M., Fonagy, P., & Yael, S.G. (2003). Attachment representations in school-age children: The development of the Child Attachment Interview (CAI). Journal of Child Psychotherapy, 29, 171–186.

82.   Tellegen, P.J., & Laros, J.A. (2003). Snijders-Oomen Niet-verbale intelligentietest (SON-R). Göttingen, Germany: Hogrefe Verlag.

83.   Treffers, P.D.A., Goedhart, A.W., Veerman, J.W., Van den Bergh, B.R.H., Ackaert, L., & de Rycke, L. (2002). Competentiebelevingsschaal voor adolescenten (CBSA). Amsterdam, the Netherlands: Pearson,

84.   United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization (UNESCO) Institute for Statistics (UIS). (2012). International Standard Classification of Education (ISCED) 2011. Montreal, Canada: UNESCO Institute for Statistics (UIS). Retrieved from http://www.uis.unesco.org/Education/Documents/isced-2011-en.pdf

85.   van IJzendoorn, M. H., Dijkstra, J., & Bus, A. G. (1995, July). Attachment, intelligence, and language: A meta-analysis. Social Development, 4(2), 115–128.

86.   van IJzendoorn, M.H. (1995, May). Adult attachment representations, parental responsiveness, and infant attachment: A meta-analysis on the predictive validity of the Adult Attachment Interview. Psychological Bulletin, 117(3), 387–403.

87.   van IJzendoorn, M.H., & Bakermans-Kranenburg, M.J. (1996, February). Attachment representations in mothers, fathers, adolescents, and clinical groups: A meta-analytic search for normative data. Journal of Consulting and Clinical Psychology, 64(1), 8–21.

88.   van IJzendoorn, M.H., & Juffer, F. (2006, December). The Emanuel Miller Memorial Lecture 2006: Adoption as intervention. Meta-analytic evidence for massive catch-up and plasticity in physical, socio-emotional, and cognitive development. Journal of Child Psychology and Psychiatry, 47(12), 1228–1245.

89.   van IJzendoorn, M.H., & van Vliet-Visser, S. (1988, March). The relationship between quality of attachment in infancy and IQ in kindergarten. The Journal of Genetic Psychology, 149(1), 23–28.

90.   van IJzendoorn, M.H., Bakermans-Kranenburg, M.J., & Juffer, F. (2007, August). Plasticity of growth in height, weight, and head circumference: Meta-analytic evidence of massive catch-up after international adoption. Journal of Developmental and Behavioral Pediatrics, 28(4), 334–343.

91.   van IJzendoorn, M.H., Juffer, F., & Klein Poelhuis, C.W. (2005, March). Adoption and cognitive development: A meta-analytic comparison of adopted and nonadopted children’s IQ and school performance. Psychological Bulletin, 131(2), 301–316.

92.   van IJzendoorn, M.H., Rutgers, A., Bakermans-Kranenburg, M.J., Swinkels, S., van Daalen, E., Dietz, C., Naber, F.B., Buitelaar, J.K., & van Engeland, H. (2007, March/April). Parental sensitivity and attachment in children with autism spectrum disorder: Comparison with children with mental retardation, with language delays, and with typical development. Child Development, 78(2), 597–608.

93.   van IJzendoorn, M.H., Schuengel, C., & Bakermans-Kranenburg, M.J. (1999). Disorganized attachment in early childhood: Meta-analysis of precursors, concomitants, and sequelae. Developmental Psychopathology, 11(2), 225–249.

94.   van Widenfelt, B.M., Goedhart, A.W., Treffers, P.D., & Goodman, R. (2003, December). Dutch version of the Strengths and Difficulties Questionnaire (SDQ). European Child and Adolescent Psychiatry, 12(6), 281–289.

95.   Veerman, J.W., Straathof, M.A.E., Treffers, P.D.A., Van den Bergh, B.R.H., & ten Brink, L.T. (1997). Competentiebelevingsschaal voor kinderen (CBSK). Amsterdam, the Netherlands: Pearson.

96.   Veerman, J.W., ten Brink, L.T., Straathof, M.A., & Treffers, P.D. (1996, August). Measuring children's self-concept with a Dutch version of the "self-perception profile for children": Factorial validity and invariance across a nonclinic and a clinic group. Journal of Personality Assessment, 67(1), 142-154.

97.   Vereniging voor Kind en Adoptiegezin vzw. (n.d.). Interlandelijke adoptie. Retrieved from: http://www.adoptievlaanderen.be/adoptievlaanderen-vzw_interlandelijke-a…

98.   Verhulst, F. C., Althaus, M., & Versluis-Den Bieman, H. (1990, January). Problem behavior in international adoptees: I. An epidemiological study. Journal of the American Academy of Child and Adolescent Psychiatry, 29(1), 94–103.

99.   Verhulst, F. C., Althaus, M., & Versluis-Den Bieman, H. (1992, May). Damaging backgrounds: Later adjustment of international adoptees. Journal of the American Academy of Child and Adolescent Psychiatry, 31(3), 518–524.

100. Verissimo, M., & Salvaterra, F. (2006, September). Maternal secure base scripts and children’s attachment security in an adopted sample. Attachment & Human Development, 8(3), 261–273.

101. Verschueren, K., & Marcoen, A. (1993). Gehechtheidsstijl, intimiteit en vertrouwen in de jongvolwassenheid: een reflectie van de ervaren ouderlijke sensitiviteit? Psychologica Belgica, 33(1), 49–76.

102. Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid. (2011, July 13). Leeftijdsverdeling naar opleidingsgraad moeder. Retrieved from: http://www.zorg-en-gezondheid.be/Cijfers/Sterftecijfers/Foeto-infantiel…

103. Vorria, P., Papaligoura, Z., Dunn, J., van IJzendoorn, M.H., Steele, H., Kontopoulou, A., & Sarafidou, Y. (2003, November). Early experiences and attachment relationships of Greek infants raised in residential group care. Journal of Child Psychology and Psychiatry, 44(8), 1208–1220.

104. Vorria, P., Papaligoura, Z., Sarafidou, J., Kopakaki, M., Dunn, J., van IJzendoorn, M.H., & Kontopoulou, A. (2006, December). The development of adopted children after institutional care: A follow-up study. Journal of Child Psychology and Psychiatry, 47(12), 1246–1253.

105. Warren, S.B. (1992, May). Lower threshold for referral for psychiatric treatment for adopted adolescents. Journal of the American Academy of Child and Adolescent Psychiatry, 31(3), 512–527.

106. Waters, E. (1995). The attachment Q-set (version 3.0). Monographs of the Society for Research in Child Development, 60, 234–246.

107. Wechsler, D. (2002). Wechsler intelligence scale for children – derde editie (WISC-III-NL). London, United Kingdom: Pearson.

108. Wechsler, D. (2009). Wechsler preschool and primary scale of intelligence – derde editie (WPPSI-III-NL). London, United Kingdom: Pearson.

109. Wechsler, D. (2012). Wechsler adult intelligence scale – fourth edition – Nederlandstalige bewerking (WAIS-IV-NL). London, United Kingdom: Pearson.

110. Wierzbicki, M. (1993). Psychological adjustment of adoptees: A meta-analysis. Journal of Clinical Child Psychology, 22, 447–454.

111. World Health Organization. (1993). The ICD-10 Classification of Mental and Behavioural Disorders - Diagnostic criteria for research. Geneva, Switzerland: World Health Organization. Retrieved from: http://www.who.int/classifications/icd/en/GRNBOOK.pdf

112. Zeanah, C.H., Smyke, A.T., Koga, S.F., & Carlson, E. (2005, September/October). Attachment in institutionalized and community children in Romania. Child Development, 76(5), 1015–1028.

Universiteit of Hogeschool
Geneeskunde
Publicatiejaar
2013
Kernwoorden
Share this on: