Public support of paramilitary groups: a case study of the Irish Republican Army

Sven Bollens
Noord-Ierland, 1968-1975: Een voedingsbodem voor politiek geweld?In het Noord-Ierse conflict tijdens de periode van de Troubles (1968-1998) hebben meer dan 3.700 mensen het leven gelaten en zijn ongeveer 40.000 mensen gewond geraakt. Tijdens dit conflict waren er verscheidene paramilitaire groepen werkzaam die zich vergrepen aan politiek geweld. Eén van deze groepen was het Irish Republican Army, oftewel het Iers Republikeins Leger, die zijn wortels kende in de Katholieke gemeenschap.

Public support of paramilitary groups: a case study of the Irish Republican Army

Noord-Ierland, 1968-1975: Een voedingsbodem voor politiek geweld?

In het Noord-Ierse conflict tijdens de periode van de Troubles (1968-1998) hebben meer dan 3.700 mensen het leven gelaten en zijn ongeveer 40.000 mensen gewond geraakt. Tijdens dit conflict waren er verscheidene paramilitaire groepen werkzaam die zich vergrepen aan politiek geweld. Eén van deze groepen was het Irish Republican Army, oftewel het Iers Republikeins Leger, die zijn wortels kende in de Katholieke gemeenschap. Dit artikel belicht een aspect dat vaak als vanzelfsprekend wordt beschouwd wanneer men het over het Iers Republikeins Leger heeft, namelijk het maatschappelijk draagvlak ervan. Er wordt ook aandacht geschonken aan een essentieel aspect: de rol van geweld in de steunbetuiging aan het Iers Republikeins Leger.

Maatschappelijk draagvlak

Deze paramilitaire groep biedt een interessante gevalstudie voor hen die zich interesseren in het maatschappelijk draagvlak van politiek geweld. Het wordt tenslotte gezegd dat het Iers Republikeins Leger, dat een 30-jarige strijd heeft gevoerd tegen een veel sterkere tegenstander, hier niet in zouden geslaagd geweest zijn mocht het geen steun gehad hebben van de Katholieke gemeenschap. Men verwijst hierbij vaak naar de uitspraak van Mao Zedong, die stelde dat de paramilitaire groep een vis is die water nodig heeft om te overleven. Het begrijpen van het maatschappelijk draagvlak genoten door dergelijke groepen is belangrijk indien men op een succesvolle wijze het politiek geweld wil intomen.

Dynamische kracht

De steun die het Iers Republikeins Leger genoot van 1968 tot 1975 kan vooral omschreven worden als een dynamische kracht. Dit betekent dat het laagte- en hoogtepunten kende naargelang het conflict evolueerde. Het niveau van steunbetuiging verschilde ook naargelang drie factoren. Ten eerste, het geografisch gebied waarin men woonde was van belang, aangezien sommige gebieden meer in contact kwamen met het geweld. Ten tweede, de sociale klasse waarin men vertoefde had ook een zekere invloed: de werkende klasse kwam meer in contact met het geweld en ervoer sterkere economische ontevredenheid dan de middenklasse en de hoge klasse. Ten derde waren de politieke ideeën van het individu van belang: sommige politieke ideeën leunden eerder aan tot steun aan dergelijk geweld dan anderen.

Verklarende factoren

Er waren verschillende factoren die het maatschappelijk draagvlak kunnen verklaren. Deze kunnen onderscheiden worden in drie categorieën. De eerste categorie omvat de interne factoren; dit zijn de factoren die gerelateerd zijn aan het gedrag van het Iers Republikeins Leger. De tweede categorie omvat de externe factoren, die op hun beurt gerelateerd zijn aan het gedrag van andere actoren dan het Iers Republikeins Leger (bv. het gedrag van het Britse leger). Ten slotte werd het maatschappelijk draagvlak beïnvloed door de contextuele factoren, die verankerd liggen in de bredere context van de samenleving.

Rol van geweld

De steun voor het Iers Republikeins Leger is niet voor de hand liggend, zeker wanneer men in rekening neemt dat deze groepering verantwoordelijk was voor veel geweld. Dit is net opmerkelijk, omdat het Katholicisme sterk gekant is tegen het gebruik van geweld. Een verklaring voor de steun is dat geweld ten aanzien van sommige doelwitten (bv. een Noord-Ierse agent) als rechtmatig werd gezien door de Katholieke gemeenschap. Indien men geweld pleegde ten aanzien van een doelwit dat niet tot deze categorie behoorde, zorgde dit voor een daling in de steun.

Geweld werd niet alleen aanvaard in sommige omstandigheden, maar de Katholieke gemeenschap eiste zelfs van het Iers Republikeins Leger dat dit geweld gebruikte. Deze eis kwam naar voren wanneer men realiseerde dat het Britse leger en de Noord-Ierse politie niet in staat was om de Katholieke gemeenschap te verdedigen. Hierdoor kon het Iers Republikeins Leger de rol van verdediger op zich nemen. Het gebruik van geweld door het leger en de politie was ook een motiverende factor om deze groep zowel actief als passief te steunen. Een voormalig lid van deze beweging stelde dat “in 1970, werden ze agressief ten aanzien van de Katholieken, het was een situatie waarbij je lastig gevallen werd door het leger. [...] Dan vroeg je jezelf af “Waar haal ik de wapens?””.

Slot

De mate van steunbetuiging aan politiek gewelddadige bewegingen is een interessant onderwerp, omdat een beter begrip kan leiden tot een betere aanpak van dergelijke conflicten. Men kan echter niet cru stellen dat politiek geweld het resultaat is van immoraliteit enerzijds en een lust naar geweld anderzijds.

Bibliografie

Agnew, R. (1985). A revised strain theory of delinquency. Social Forces, 64(1), pp. 151-167.

Agnew, R. (1992). Foundation for a general strain theory of crime and delinquency. Criminology, 30, pp. 47-87.

Agnew, R. (2010). A general strain theory of terrorism. Theoretical Criminology, 14, pp. 131-153.

Aretxage, B. (1993). Striking with Hunger: Cultural Meanings of Political Violence in Northern Ireland. In K. Warren (Ed.), The Violence Within: Cultural and Political Opposition in Divided Nations, (pp. 219-253). Boulder: Westview Press.

Baarda D. B., De Goede, M. P. M. & Teunissen, J. (2009). Basisboek Kwalitatief onderzoek: handleiding voor het opzetten en uitvoeren van kwalitatief onderzoek. Houten: Stenfert Kroese.

Baarda D. B., De Goede, M. P. M. & Van der Meer-Middelburg, A. G. E. (2007). Basisboek Interviewen: Handleiding voor het voorbereiden en afnemen van interviews. Groningen/Houten: Wolters-Noordhoff.

Bensman, J. (1979). Max Weber’s Concept of Legitimacy: An Evaluation. In A. J. Vidich & R. M. Glassman (Eds.), Conflict and control: Challenge to Legitimacy of Modern Governments (pp. 17-48). California: Sage Publications.

Beyens, K., & Tournel, H. (2010). Mijnwerkers of ontdekkingsreizigers? Het kwalitatieve interview. In T. Decorte & D. Zaitch (Eds.), Kwalitatieve methoden en technieken in de criminologie (pp. 199-232). Leuven: Acco.

Bishop, P., & Mallie, E. (1987). The Provisional IRA. London: Heinemann.

Bourdieu, P. (2007). Structures, Habitus, Practices. In C. Calhoun, J. Gerteis, J. Moody, S. Pfaff, & I. Virk (Eds.), Contemporary Sociological Theory, (pp. 276-288). Oxford: Blackwell.

Cambré, B., & Waege, H. (2006). Kwalitatief onderzoek en dataverzameling door open interviews. In J. Billiet & H. Waege (Eds.), Een samenleving onderzocht. Methoden van sociaal-wetenschappelijk onderzoek. (pp. 315-342). Antwerpen: De Boeck.

Carlton, C. (1981). Judging without consensus: The Diplock Courts in Northern Ireland. Law & Policy Quarterly, 3, 225-242.

Cavanaugh, K. A. (1997). Interpretations of political violence in ethnically divided societies. Terrorism and Political Violence, 9(3), pp. 33-54.

Coulter, S., & Mullin, A. (2012). Resilience and Vulnerability in the Midst of Sociopolitical Violence in Northern Ireland: One Family’s Experience of a Paramilitary Style Assault. Journal of Family Issues, 33(1), pp. 99-111.

Crenshaw, M. (1983). Introduction: Reflections on the Effects of Terrorism. In M. Crenshaw (Ed.), Terrorism, legitimacy, and power, (pp. 1-37), Connecticut: Wesleyan University Press.

Crenshaw, M. (2011). Explaining terrorism. Causes, processes and consequences. London: Routledge.

Darby, J. (1986). Intimidation and the Control of Conflict in Northern Ireland. Dublin: Gill and MacMillan.

Darby, J. (1995). Conflict in Northern Ireland: A Background Essay. In S. Dunn (Ed.), Facets of the conflict in Northern Ireland, (pp. 15-24), Hampshire: Macmillan Press Ltd.

Davis, P. K., Larson, E. V., Haldeman, Z., Oguz, M., & Rana, Y. (2012). Understanding and Influencing Public Support for Insurgency and Terrorism [Report]. [03.11.2012, RAND Corporation database, http://www.rand.org/content/dam/rand/pubs/monographs/2012/RAND_MG1122.p…].

Dixon, P. (2009). ‘Hearts and Minds’? British Counter-Insurgency Strategy in Northern Ireland. The Journal of Strategic Studies, 32(3), pp. 445-474.

Durkheim, E. (1897). Le suicide. [11.12.2013, Université due Québec à Chicoutimi, http://classiques.uqac.ca/classiques/Durkheim_emile/suicide/suicide_Liv…)

Eidelson, R. J., & Eidelson, J. I. (2003). Dangerous Ideas: Five beliefs that propel groups towards conflict. American Psychologist, 58(3), pp. 182-192.

Elliott, M. (2000). The Catholics of Ulster. New York: Basic Books.

Ellison, G., & Martin, G. (2000). Policing, collective action and social movement theory: the case of the Northern Ireland civil rights campaign. British Journal of Sociology, 51(4), pp. 681-699.

Feenan, D. (2002). Justice in conflict: Paramilitary punishment in Ireland (North). International Journal of the Sociology of Law, 30, pp. 151-172.

Gudgin, G. (1999). Discrimination in Housing and Employment under the Stormont Administration. In P. J. Roche & B. Barton (Eds.), 'The Northern Ireland Question: Nationalism, unionism and partition', pp. 100-121, Aldershot: Ashgate Publishing Ltd.

Gurr, T. R. (1970). Why men rebel. Princeton: Princeton University Press.

Gurr, T. R., & Moore, W. H. (1997). Ethnopolitical Rebellion: A Cross-Sectional Analysis of the 1980s with Risk Assessments for the 1990s. American Journal of Political Science, 41, 1079-1103.

Hannigan, J. A. (1985). The armalite and the ballot box: Dilemmas of strategy and ideology in the Provisional IRA. Social Problems, 33(1), pp. 31-40.

Hayes, B. C., & McAllister, I. (2005). Public support for political violence and paramilitarism in Northern Ireland and the Republic of Ireland. Terrorism and Political violence, 17, pp. 599-617.

Hepburn, A. C. (2007). Northern Ireland conflict. In S. J. Connolly (Ed.), The Oxford Companion to Irish History, (p. 393), Oxford: Oxford University Press.

Hewitt, C. (1981). Catholic Grievances, Catholic Nationalism and Violence in Northern Ireland during the Civil  Rights Period: A Reconsideration. The British Journal of Sociology, 32(3), pp. 362-380.

Hoffman, B. (2006). Inside terrorism. New York: Colombia University Press.

Holloway, D. (2005). Understanding the Northern Ireland conflict: A summary and overview of the conflict and its origins. Belfast: Community Dialogue.

Horowitz, D. L. (2002). The deadly ethnic riot. Berkeley: The University of California Press.

Hughes, J., Campbell, A., Hewstone, M., & Cairns, E. (2007). Segregation in Northern Ireland. Implications for Community Relations Policy. Policy Studies, 28(1), pp. 35-53.

Jackson, A. (2007). Irish Republican Army. In S. J. Connolly (Ed.), The Oxford Companion to Irish History, (pp. 282-284), Oxford: Oxford University Press.

Jacobs, L. M. (2010). It’s time to leave the Troubles behind: Northern Ireland must try paramilitary suspects by jury rather than in Diplock-type courts. Texas International Law Journal, 45, 655-665.

Jaspaert, E., Matkoski, S., & Vervaeke, G. (2010). Procedural justice and congruence: a temporary buffer against further acidification? English translation of: Jaspaert, E., Matkoski, S., & Vervaeke, G. (2010). Procedurele rechtvaardigheid en congruentie: tijdelijke buffer tegen verdure verzuring? Ad Vocare: interdisciplinair cahier, 17(1), pp. 5-14.

Kalberg, S. (Ed.) (2007). Max Weber: readings and commentary on modernity. Maiden Blackwell.

LaFree, G., & Dugan, L. (2009). Research on Terrorism and Countering Terrorism. In M. Torny (Ed.), Crime and Justice, (pp. 1-37). Chicago: University of Chicago Press.

Lowry, D. (1973). Treatment, Brutality, and Torture: Some Thoughts upon the Treatment of Irish Political Prisoners. DePaul Law Review, 22, 553-630.

Maesschalck, J. (2010). Methodologische kwaliteit in het kwalitatief criminologisch onderzoek. In T. Decorte & D. Zaitch (Eds.), Kwalitatieve methoden en technieken in de criminologie (pp. 119-146). Leuven: Acco.

Maras, M.-H. (2013). Counterterrorism. Burlington: Jones and Bartlett.

McAllister, I. (2004). ‘The armalite and the ballot box’: Sinn Fein’s electoral strategy in Northern Ireland. Electoral Studies, 23, pp. 123-142.

McAtackney, L. (2011). Peace maintenance and political messages: The significance of walls during and after the Northern ‘Irish Troubles’. Journal of Social Archaeology, 11(1), pp. 77-98.

McEvoy, K. (2001). Paramilitary imprisonment in Northern Ireland: resistance, management and release. Oxford: Oxford University Press.

McGrattan, C. (2010). Northern Ireland 1968-2008. The Politics of Entrenchment. Hampshire: Palgrave Macmillan.

McKenna, F. (n.d.). Bloody Friday (21 July 1972) - Northern Ireland Office News-sheet. [15.01.2013, CAIN, http://cain.ulst.ac.uk/events/bfriday/nio/nio72.htm].

Merton, R. K. (1938). Social Structure and Anomie. American Sociological Review, 3, pp. 672-682.

Messner, S. F., & Rosenfeld, R. (2001). Crime and the American dream. Belmont: Wadsworth.

Miles, M. B., & Huberman, A. M. (1994). Qualitative data analysis: An expanded sourcebook (2nd ed.). London: SAGE Publications Ltd.

Mortelmans, D. (2010). Het kwalitatief onderzoeksdesign. In T. Decorte & D. Zaitch (Eds.), Kwalitatieve methoden en technieken in de criminologie (pp. 75-118). Leuven: Acco.

Moxon-Browne, E. (1981). The water and the fish: Public opinion and the Provisional IRA in Northern Ireland. Terrorism: An international journal, 5(1-2), pp. 41-72.

Mullins, C. W., & Young, J. K. (2012). Cultures of Violence and Acts of Terror: Applying a legitimation-Habibituation Model to Terrorism. Crime & Delinquency, 58(1), pp. 28-56.

Munck, R. (1992). The making of the Troubles in Northern Ireland. Journal of contemporary history, 27(2), pp. 211-229.

Newberry, S. (2009). Intelligence and Controversial British Interrogation Techniques: the Northern Ireland Case, 1971-2*. Irish Studies in International Affairs, 20, pp. 103-119.

O’Brien, C. C. (1983). Terrorism under democratic conditions: The case of the IRA. In M. Crenshaw (Ed.), Terrorism, legitimacy, and power, (pp. 91-104), Connecticut: Wesleyan University Press.

Op de Beeck, H. (2012). Strain en jeugddelinquentie: een dynamische relatie? Den Haag: Boom Lemma.

Orbons, S. (2011). Non-lethal weapons: Peace enables or troublesome force? Assessing the role of CS and baton rounds in the Northern Ireland conflict. Small Wars & Insurgencies, 22(3), pp. 467-494.

Page, M. V. T., & Smith, M. L. R. (2000). War by Other Means: The Problem of Political Control in Irish Republican Strategy. Armed Forces & Society, 27(1), pp. 79-104.

Petersen, R. D. (2001). Resistance and rebellion: Lessons from Eastern Europe. Cambridge: Cambridge University Press.

Petersen, R. D. (2002). Understanding ethnic violence. Fear, hatred, and resentment in twentieth-century Eastern Europe. Cambridge: Cambridge University Press.

Pettigrew, T. F. (1997). Generalized Intergroup Contact Effects on Prejudice. Personality and  Social Psychology Bulletin, 23, pp. 173-185.

Purdie, B. (1990). Politics in the streets: The origins of the civil rights movement in Northern Ireland. Belfast: The Blackstaff Press.

Rafferty, O. P. (2001). The Catholic Church and the Nationalist Community in Northern Ireland since 1960. Éire-Ireland, 43(1&2), pp. 99-125.

Rasnic, C. D. (1999). Northern Ireland’s criminal trials without jury: The Diplock experiment. Annual Survey of International & Comparative Law, 5, 239-256.

Rolston, B. (2012). Re-imaging: Mural painting and the state in Northern Ireland. International Journal of Cultural Studies, 15(5), pp. 447-466.

Rose, R. (1971). Governing without consensus: An Irish perspective. London: Faber and Faber.

Rowan, J. (2004). Ethnic minority terrorism: An exploration into the Troubles and Peace process in Northern Ireland. (Unpublished dissertation). Leuven: KU Leuven.

Ruane, J., & Todd, J. (1996). The dynamics of conflict in Northern Ireland. Cambridge: University Press.

Salazar, C. (1998). Identities in Ireland: History, ethnicity and the nation-state. European Journal of Cultural Studies, 1, pp. 369-385.

Sànchez-Cuenca, I. (2007). The Dynamics of Nationalist Terrorism: ETA and the IRA. Terrorism and Political Violence, 19, pp. 289-206.

Sant Cassia, P. (1999). Martyrdom and Witnessing: Violence, Terror and Recollection in Cyprus. Terrorism and Political Violence, 11, pp. 22-54.

Saucier, G., Akers, L. G., Shen-Miller, S., Knežević, G., & Stankov, L. (2009). Patterns of thinking in militant extremism. Perspectives on Psychological Science, 4, pp. 256-271.

Schwartz, S. J., Dunkel, C. S., & Waterman, A. S. (2008). Terrorism: An identity theory perspective. Studies in Conflict and Terrorism, 32, pp. 537-559.

Schmid, A. (2004). ‘Terrorism – The Definitional Problem’. Case Western Reserve Journal of International Law, 36, pp. 371-400.

Silke, A. (2007). Rebel’s dilemma: The changing relationship between the IRA, Sinn Féin and paramilitary vigilantism in Northern Ireland. Terrorism and Political Violence, 11(1), pp. 55-93.

Silverman, D. (2005). Doing qualitative research: a practical handbook (2nd ed.). London: Sage.

Silverman, D. (2010). Doing qualitative research: a practical handbook (3rd ed.). London: Sage.

Shirlow, P. (2003). ‘Who Fears to Speak’: Fear, Mobility, and Ethno-sectarianism in the Two ‘Ardoynes’. The Global Review of Ethnopolitics, 3(1), pp. 76-91.

Sluka, J. A. (1989). Hearts and Minds, Water and Fish: Support for the IRA and INLA in a Northern Irish Ghetto. Greenwich: JAI Press.

Sluka, J. A. (1996). Peace process images, symbols and murals in Northern Ireland. Critique of Anthropology, 16, pp. 381-387.

Smyth, J. (2002). Symbolic power and police legitimacy: The Royal Ulster Constabulary. Crime, Law & Social Change, 38, pp. 295-310.

Steenkamp, C. (2005). The Legacy of War: Conceptualizing a 'Culture of Violence' to Explain Violence after Peace Accords. The Round Table, 94, pp. 253-267.

Suchman, M. C. (1995). Managing Legitimacy: Strategic and Institutional Approaches. The Academy of Management Review, 20(3), pp. 571-610.

Tan, Z. C. W. (1988). Media publicity and insurgent terrorism: A twenty-year balance sheet. International Communication Gazette, 42, pp. 3-32.

Terchek, R. J. (1977). Conflict and cleavage in Northern Ireland. The annals of the American academy of Poltical and Social science, 433, pp. 47-59.

Tölölyan, K. (1987). Cultural Narrative and the Motivation of the Terrorist. Journal of Strategic Studies, 10, pp. 217-233.

Toros, H. (2008). `We Don't Negotiate with Terrorists!': Legitimacy and Complexity in Terrorist Conflicts. Security Dialogue, 39, pp. 407-426.

Townshend, C. (2010). The Culture of Paramilitarism in Ireland. In M. Crenshaw (Ed.), Terrorism in context, (pp. 311-351), Pennsylvania: The Pennsylvania State University Press.

Tyler, T. R. (2000). Social justice: outcome and procedure. International Journal of Psychology, 35(2), pp. 117-125.

United States Institute of Peace. (1999). How Terrorism Ends [Report]. Washington: United States Institute of Peace.

Victoroff, J. (2005). The mind of the terrorist: A review and critique of psychological approaches. Journal of Conflict Resolution, 49, pp. 3-42.

Vincent, R. C. (1997). The `Troubles' as Portrayed in Four Irish Newspapers. International Communication Gazette, 59, pp. 495-519.

Walsh, D. P. J. (1982). Arrest and interrogation: Northern Ireland 1981. Journal of Law & Society, 9, 37-62.

Weinberg, L., Pedahzur, A., & Hirsch-Hoefler, S. (2004). The Challenges of Conceptualizing Terrorism. Terrorism and Political Violence, 16(4), pp. 777-794.

Zenker, O. (2010). Between the lines: Republicanism, dissenters and the politics of meta-trauma in the Northern Irish conflict. Social Science & Medicine, 71, pp. 236-243.

Universiteit of Hogeschool
Criminologische Wetenschappen
Publicatiejaar
2013
Kernwoorden
Share this on: