Cooperatives, an alternative for a more sustainable economy? Lessons from the Mondragón case.

Imane Tiane
Private ondernemingen zijn wereldwijd de meest voorkomende bedrijfsvorm. De dominante focus in deze bedrijven ligt op het creëren van waarde voor de aandeelhouders, namelijk zo hoog mogelijke winsten. Vandaag de dag zien we dat deze ondernemingen door economische crisissen moeilijkheden kunnen ondervinden. Vooral grote multinationale bedrijven geraken in problemen en zien het ontslaan van personeel vaak als de enige oplossing. Een zeer actueel voorbeeld van deze issue is die van autobouwer Ford.

Cooperatives, an alternative for a more sustainable economy? Lessons from the Mondragón case.

Private ondernemingen zijn wereldwijd de meest voorkomende bedrijfsvorm. De dominante focus in deze bedrijven ligt op het creëren van waarde voor de aandeelhouders, namelijk zo hoog mogelijke winsten. Vandaag de dag zien we dat deze ondernemingen door economische crisissen moeilijkheden kunnen ondervinden. Vooral grote multinationale bedrijven geraken in problemen en zien het ontslaan van personeel vaak als de enige oplossing. Een zeer actueel voorbeeld van deze issue is die van autobouwer Ford. Het bedrijf kondigde vorig jaar aan in 2014 haar werkzaamheden in Genk te sluiten en te delokaliseren naar het Spaanse Valencia (“Ford Genk sluit in 2014”, 2012).        

Een geheel andere ondernemingsvorm is de coöperatie vennootschap. Het voornaamste doel van de coöperatie is niet economisch van aard (i.e. winstmaximalisatie). Centraal staat echter het bevredigen van gemeenschappelijke behoeften of doelmaximalisatie. In België zijn er circa 26.000 coöperatieve vennootschappen, waarvan slechts 500 coöperaties erkend zijn door de Nationale Raad voor de Coöperatie (Van Opstal, 2012). Een opmerkelijk voorbeeld van het succes van coöperaties is Mondragón. Mondragón is een groep van coöperaties die gesitueerd is in de gelijknamige stad in de Autonome Gemeenschap Baskenland.  Terwijl Ford Genk ten tijde van economische crisis banen schrapt, worden er in Mondragón juist banen gecreëerd. Indien één van de coöperaties in de groep moeilijkheden heeft, worden werknemers verplaatst naar coöperaties in de groep die het wel goed doen. De groep bestaat momenteel uit 256 bedrijven, waarvan 120 coöperaties, werkzaam in vier sectoren: industrie, financiën, distributie en kennis. Het grootste deel van de coöperaties zijn industriële werknemerscoöperaties (89 coöperaties), met hoogtechnologische producten gaande van huishoudelijke apparaten tot zonnepanelen. Innovatie, dat een grote rol speelt in de groep, behoort tot één van Mondragóns waarden. In het Internationale jaar van de Coöperatie in 2012 ontving de groep een prijs voor haar innovatiestrategie (“Mondragón wins the ‘Cambio Financiero’ award for the most innovative company”, 2012). Naast coöperatieve bedrijven beschikt de groep ook over een bank (Caja Laboral), een verzekeringsmaatschappij (Lafun-Aro), een universiteit (Mondragón Unibersitatea), diverse onderzoeks- of technologiecentra, en een business and innovation centre (CEO-Saiolan) om de coöperaties te ondersteunen. Mondragón telde 80.321 werknemers in het jaar 2012 waarvan een groot deel lid en dus eigenaar is van de coöperatie.

Hoe komt het dat Mondragón zo succesvol is geworden?  Dit is een vraag die vele onderzoekers, politici en bedrijfsleiders zich stellen. In het hoofdkwartier van de Mondragón groep is het dan ook een komen en gaan van geïnteresseerden. Men reist speciaal naar Mondragón om het succes met eigen ogen te kunnen aanschouwen. Gegeven het succesverhaal van de Mondragón groep, verdienen coöperaties aandacht. Onderzoek naar deze ondernemingsvorm kan een antwoord bieden op de vraag waarom coöperaties ten tijde van economische crisissen sterker staan. Deze informatie is niet alleen interessant voor coöperaties, maar voor iedere andere ondernemingsvorm.  

Bibliografie

We zien vandaag de dag dat steeds meer kapitalistische bedrijven door economische crisissen en toenemende internationale concurrentie moeilijkheden ondervinden. Aangezien de dominante focus in deze bedrijven ligt op winstmaximalisatie, worden er vaak drastische maatregelen genomen die niet altijd in het voordeel van de werknemers zijn. In Mondragón, een groep van voornamelijk werknemerscoöperaties, staan de werknemers echter centraal. De groep werd namelijk in 1959 opgericht met als doel tewerkstelling te creëren in het Baskenland. Vandaag de dag is Mondragón uitgegroeid tot een belangrijke wereldspeler en heeft het internationale vestigingen. Het feit dat de groep zowel economisch sterk staat en jaar na jaar grote winsten genereert, maar tegelijkertijd participatie verleent aan de werknemers, wekt wereldwijde interesse op. Aan de andere kant zijn critici ervan overtuigd dat er aan deze participatie een limiet is. 

 “Onder welke omstandigheden kunnen coöperaties succesvol worden en welke omstandigheden kunnen hun coöperatieve eigenheid beperken?”.

In het eerste deel van deze eindverhandeling wordt de onderzoeksopzet beschreven. Hoofdstuk één behandelt het praktijkprobleem. Er wordt een korte voorstelling gegeven van de Baskische coöperatieve groep Mondragón. In het tweede hoofdstuk wordt de centrale onderzoeksvraag gedefinieerd en worden de bijhorende deelvragen weergegeven.

Het tweede deel bevat de wetenschappelijke literatuurstudie naar het onderzoeksthema. In het derde hoofdstuk wordt er even stilgestaan bij coöperaties in het algemeen, om in het vierde hoofdstuk te focussen op de Mondragón groep. Uit de literatuur blijkt dat onderzoekers verschillende factoren naar voren schuiven om het succes van Mondragón te verklaren. Enerzijds zijn er onderzoekers die concluderen dat het succes ligt in organisatorische aspecten en anderzijds stellen anderen dat het succes van Mondragón voortvloeit uit unieke aspecten die te maken hebben met de geschiedenis van de Mondragón coöperaties. Er is dus geen consensus wat betreft het succes van Mondragón. Over de uitdagingen waarmee Mondragón heden ten dage kampt, stellen de meeste onderzoekers dat de globalisering er de oorzaak van is. Door het feit dat Mondragón kapitalistische vestigingen heeft, is er een kans dat Mondragón verandert in een kapitalistische groep.

In het derde en laatste deel van deze eindverhandeling wordt het kwalitatief onderzoek uitgevoerd. In hoofdstuk 5 wordt de methodiek van dit kwalitatief casestudie onderzoek besproken. Er werd gebruik gemaakt van acht interviews en bijkomende documentatie zoals online interviews, reportages en presentaties. Deze werden eerst afzonderlijk geanalyseerd en vervolgens met elkaar vergeleken om te zoeken naar overeenkomsten en verschilpunten. Hoofdstuk 6 betreft de onderzoeksresultaten van deze studie en in hoofdstuk 7 wordt een conclusie geformuleerd. Uit de resultaten bleek dat er een onderscheid dient te worden gemaakt tussen factoren die hebben geleid tot: het ontstaan, de groei en het succes van Mondragón. Om een coöperatie op te richten dient er een noodzaak te zijn om samen te werken, een collectieve identiteit onder de oprichters en een drang naar autonomie. De groei van een coöperatie kan vervolgens worden vergemakkelijkt indien er een soort van beschermde economie is. Wanneer er meteen concurrentie is van grote conventionele bedrijven, kan een coöperatie moeite ondervinden om te groeien. Factoren die ten slotte tot het succes van een coöperatie kunnen leiden zijn inter-coöperatie en charismatisch leiderschap. Inter-coöperatie is één van de principes van coöperatief ondernemen en betreft coöperatie of samenwerking tussen coöperaties. Charismatische leiders, die sterk betrokken zijn bij de coöperatie waarvoor ze werken, hebben een positief effect op het slagen van coöperaties. In de meest optimale situatie zijn werknemers in een werknemerscoöperatie eigenaar (participatie in eigenaarschap) en beheren zij  hun coöperatie (participatie in bestuur). Een grote belemmering voor participatie in eigenaarschap is echter de internationalisering. De daarbij horende groei van de groep belemmert vervolgens participatie in bestuur.  In hoofdstuk 8 volgt een vergelijking van de gevonden bevindingen met de wetenschappelijke literatuur, aanbevelingen voor toekomstig onderzoek en worden de implicaties voor de praktijk besproken. Deze eindverhandeling wordt afgesloten met een persoonlijke reflectie. 

 

 

 

 

Universiteit of Hogeschool
Toegepaste economische wetenschappen
Publicatiejaar
2014
Share this on: