De betekenis van een psychiatrisch verpleegkundige voor mensen met een psychotische kwetsbaarheid

Shalini Matthys
Wat kunnen psychiatrisch verpleegkundigen leren van mensen met een psychose?Het hier gerapporteerd onderzoek laat mensen met een langdurig traject van psychotische kwetsbaarheid, opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis aan het woord. Hen werd gevraagd wat ze van de verpleegkundigen die voor hen zorg bieden, verwachten? Het gaat om een kwetsbare groep waarvan hun mogelijkheden door de patiënten en door de verpleegkundigen vaak onderschat worden. De meeste patiënten kwamen aanvankelijk stil en onzeker over.

De betekenis van een psychiatrisch verpleegkundige voor mensen met een psychotische kwetsbaarheid

Wat kunnen psychiatrisch verpleegkundigen leren van mensen met een psychose?

Het hier gerapporteerd onderzoek laat mensen met een langdurig traject van psychotische kwetsbaarheid, opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis aan het woord. Hen werd gevraagd wat ze van de verpleegkundigen die voor hen zorg bieden, verwachten? Het gaat om een kwetsbare groep waarvan hun mogelijkheden door de patiënten en door de verpleegkundigen vaak onderschat worden. De meeste patiënten kwamen aanvankelijk stil en onzeker over. Ze hadden soms moeilijkheden om zich te concentreren en de inhoudelijke lijn van het gesprek vast te houden. Toch werd gepoogd, d.m.v. semigestructureerde interviews de diepere betekenis van hun ervaringen als patiënt te leren kennen. Van vijftien patiënten werden data verzameld, geanalyseerd en met mekaar in verband gebracht om zodoende te achterhalen welke betekenis de psychiatrisch verpleegkundige voor hen kon hebben.

Het was een hele uitdaging voor de onderzoeker om deze kwetsbare personen te blijven stimuleren om met hun verhaal te komen. Patiënten reageerden tijdens het interview nu en dan, vanuit een psychotische modus. Ze spraken dan over de ervaringen vanuit hun ‘andere’ werkelijkheid. Een patiënt ervoer bijvoorbeeld bestralingen vanop afstand tijdens het interview. Tegelijkertijd bleek dat ze zeer accuraat luisterden. Wanneer de onderzoeker niet het meest gepaste woord gebruikte, gingen ze het corrigeren. De meeste patiënten hadden ook veel geduld om de onderzoeker te helpen om hen te begrijpen.

De patiënten gaven aan dat de psychiatrisch verpleegkundigen betekenis hadden op verschillende vlakken. Deze bevindingen werden gegroepeerd in vijf thema’s namelijk de binnenwereld, de buitenwereld, herstellende identiteit, waarderend zelfbeeld en toegangspoort. Met betrekking tot deze vijf thema’s heeft de verpleegkundige verschillende rollen op te nemen.

De binnenwereldDe patiënten wensen vanuit hun anders zijn voornamelijk rust en een plaats te vinden waar ze zichzelf kunnen zijn, zonder meer. De wereld is voor hen te veeleisend of begrijpt hen niet. M.b.t. de binnenwereld, werden vier verpleegkundige rollen geformuleerd.

De verpleegkundige kan de rol als rustgever opnemen door rekening te houden met beperkingen en mogelijkheden van de patiënt, door hen te (h)erkennen, hen te beluisteren en zich aan te passen aan hun noden. Binnen een wereld van achterdocht en broosheid is het ervaren van veiligheid een noodzaak, waarin de verpleegkundige als beveiliger kan fungeren. Het gevoel van veiligheid creëert op zich rust en kan op verschillende manieren bekomen worden. Zo geeft het aan de patiënt een veilig gevoel te weten dat de verpleegkundigen over kennis beschikken en professioneel zijn, dat ze de patiënt informatie en de nodige zorg geven. Het gevoel van veiligheid wordt ook bevorderd door voorspelbaarheid van personeel en medepatiënten, door veiligheid van de omgeving en door samen dingen te doen.

Het voorkomen van escalatie is nauw verbonden met veiligheid. De verpleegkundige heeft dan de rol van preventieadviseur. De preventie van escalatie zit reeds vervat in de voorgaande rollen. Niemand is echter vrij van escalatie. Als de situatie uit de hand dreigt te lopen, vragen de patiënten een respectvolle benadering die hen de ruimte geeft om zichzelf te zijn. Het is van belang dat de verpleegkundigen de wensen van de patiënt kent en er ook naar handelt, dat de verpleegkundigen observeren en tijdig signalen opmerken en bij escalatie de patiënten een veilige plaats aanbieden waar ze als mens blijven gezien worden ook als het minder goed gaat. Een continue bereikbaarheid zodat als het nodig is ze gedachten kunnen ventileren, is een wens die dikwijls wordt geuit. Sommige patiënten ervaren echter dat een gesprek over hun gedachten het nog erger maakt en verkiezen eerder een gesprek over dagdagelijkse dingen.

In hun binnenwereld is het vinden van ontspanning belangrijk. De verpleegkundige als ontspanner leert hun interesses kennen, en creëert mogelijkheden in hun zoektocht naar ontspanning.

De buitenwereldEr zijn momenten waarop de patiënt meer buiten zichzelf wil komen, meer nood ervaart om deel uit te maken van een groter geheel. We hebben het de buitenwereld genoemd. Ze willen verkennen wat deze wereld inhoudt en hoe het is om er als persoon met beperkingen aan deel te nemen. Ze zijn op zoek naar een manier om hun leven terug op de sporen te krijgen, naar een streefdoel. De verpleegkundige kan hier als toekomstondersteuner helpen de mogelijkheden in te schatten en de patiënt waar nodig activeren, zodat hij niet bij de pakken blijft zitten. De patiënten willen als normaal behandeld worden. Als normalisator ziet de verpleegkundige de patiënten als meer dan als een ziek iemand. Het in contact komen met de buitenwereld, weg van de vervreemding en vereenzaming is een nood die bij veel patiënten gevoeld wordt. Als contactmotivator probeert de verpleegkundige het sociale netwerk van de patiënt terug aan te wakkeren of te behouden, en activiteiten aan te bieden waardoor sociale contactname ondersteund wordt.

Herstellende identiteitIn de overgang naar de buitenwereld vindt een ontwikkeling plaats waarin de patiënt zoekt naar de herstellende identiteit. De verpleegkundige als ondersteuner in het herstel van de identiteit kan de patiënt meehelpen een antwoord te krijgen op de vraag: ‘Wie ben ik?’

Waarderend zelfbeeldEen tweede ontwikkeling komt voort uit de vraag: ‘Ben ik nog iets waard? Aanvaard me voor wie ik ben’. Door de psychose en de (zelf)stigmatisatie hebben sommigen een negatief zelfbeeld. Voor de verpleegkundige is hier de rol van motivator van een waarderend zelfbeeld weggelegd. Verpleegkundige acties worden vaak door patiënten afgetoetst met de vraag: ‘Vinden ze me de moeite waard om dit voor mij te doen?’

ToegangspoortBij de vaak geblokkeerde overgang tussen binnen-en buitenwereld kan de verpleegkundige als toegangspoort fungeren. Door een voorbeeldfiguur te zijn, een spiegelend proefpersoon waar veilig en laagdrempelig kan geëxperimenteerd worden om mee in contact te komen.

Via een intergraliteitsbenadering, rekeninghoudend met het continu interactieproces tussen de twee werelden creëert de verpleegkundige een samenspel van verschillende rollen. Dit met als ultiem doel, de respondent een kwalitatief leven te laten leiden als een evenwaardig persoon in een niet-stigmatiserende wereld.

Het onderzoek laat zien dat het boeiend is en veel oplevert om als verpleegkundige met patiënten met psychose in gesprek te gaan over hun rol, zelfs als ze op dit ogenblik niet vrij zijn van psychose.

Bibliografie

Literatuurlijst

Allen, M.H., Carpenter, D., Sheets, J.L., Miccio, S.& Ross, R. (2003). What Do Consumers Say They Want and Need During a Psychiatric Emergency? Journal of Psychiatric Practice, 9 (1), 39-58.

Andreasson, E. & Skärsäter, I. (2012). Patients treated for psychosis and their perceptions of care in compulsory treatment: basis for an action plan. Journal of Psychiatric and Mental Health Nursing 19, 15-22.

Dearing, K.S. (2004). Getting it, together: how the nurse-patient relationship influences treatment compliance for patients with schizophrenia. Archives of psychiatric nursing, 18 (5), 155-163.

Debyser, B., Grypdonck, M., Defloor, T. & Verhaeghe, S. (2011). Involvement of inpatient mental health clients in the practical training and assessment of mental health nursing students: Can it benefit clients and students? Nurse Education Today, 31, 198-203.

De Lange, J. (2004). Omgaan met dementie. Het effect van geïntegreerde belevingsgerichte zorg op adaptatie en coping van mensen met dementie in verpleeghuizen; een kwalitatief onderzoek binnen een gerandomiseerd experiment. (Academisch proefschrift Erasmus Universiteit Rotterdam). Utrecht: Trimbos-instituut. Geraadpleegd via: http://www.trimbos.nl/~/media/Files/Gratis%20downloads/AF0517%20Proefsc…

De Leeuw, M., Vanmeijel, B., Grypdonck, M. & Kroon, H. (2012). The quality of the working alliance between chronic psychiatric patients and their case managers: process and outcomes. Journal of Psychiatric and Mental Health Nursing, 19, 1-7.

de Ruijter, B.(2007). Keerpunt: van psychose naar herstel. Assen: Koninklijke van Gorcum

Ernst, B (1986). Der zauberspiegel des M.C. Escher. Berlin: Taco

Forrest, S., Masters, H.& Brown, N.(2000). Mental health service user involvement in nurse education: exploring the issues. Journal of Psychiatric and Mental Health Nursing, 7, 51-57

Glaser, B. G. & Strauss, A. L. (1967). The discovery of grounded theory: Strategies for qualitative research. New Jersey: Aldine

Hewitt, J. & Coffey, M. (2005). Therapeutic working relationships with people with schizophrenia: literature review. Journal of advanced nursing, 52 (5), 561-570.

Hörberg, U., Brunt, D. & Axelsson, A. (2004). Clients’ perceptions of client-nurse relationships in local authority psychiatric services: a qualitative study. International journal of mental health nursing, 13 (1), 9-17.

Holloway, I. & Wheeler S. (2010). Qualitive Research in Nursing and Healthcare. Oxford: Blackwell (3°druk).

Lammers, J. & Happell, B. (2003). Consumer participation in mental health services: looking from a consumer perspective. Journal of Psychiatric and Mental Health Nursing 10, 385-392.

Lego, S. (1999). The One-To-One Nurse-Relationship. Perspectives in Psychiatric Care, 35(4), 4-23.

Maso, I. & Smaling, A. (1998). Kwalitatief onderzoek: praktijk en theorie. Amsterdam: Boom.

Morse, J. M. & Field, P. A. (1995). Nursing research: The application of qualitative approaches. Thornes: Nelson.

Moyle, W. (2003). Nurse-patiënt relationship: A dichotomy of expectations. International Journal of Mental Health Nursing 12, 103-109.

Polit, D. F. & Beck, C. T. (2010). Essentials of Nursing research: Appraising Evidence for Nursing Practice. Philadelphia: Lippincott Williams and Wilkins.

Pols, J. (2005). Enacting Appreciations: Beyond the Patient Perspective. Health Care Analysis 13 (3), 203-221.

Raemdonck, T. (2013). Dagdagelijkse interacties tussen psychiatrische verpleegkundigen en patiënten vanuit een therapeutische invalshoek (Masterproef Universiteit Gent). Geraadpleegd via http://users.ugent.be/~dibeeckm/2012_2013/Raemdonck,%20T..pdf

Reed, S. I. (2008). First-episode psychosis: A literature review. International Journal of Mental Health Nursing, 17, 85-91.

Scanlon, A. (2006). Psychiatric nurses perceptions of the constituents of the therapeutic relationship: a grounded theory study. Journal of Psychiatric and Mental Health Nursing 13, 319-329.

Stringer, B., Van Meijel, B., De Vree, W. & Van Der Bijl, J.(2008). User involvement in mental health care: the role of nurses. A literature review. Journal of Psychiatric and Mental Health Nursing 15 (8), 678–683.

Tielens, J. (2012). In gesprek met psychose. Utrecht: De Tijdstroom.

van Alphen, C., Ammeraal, M., Blanke, C., Boonstra, N., Boumans, H., Bruggemans, R., et al. Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (2012). Multidisciplinaire richtlijn schizofrenie. Utrecht: De Tijdstroom.

Van Bos, L.& De Hert, M. (2013). Evidence based nursing en de therapeutische relatie: een literatuurstudie. Psychiatrie en verpleging 4, 144-156.

Van Dusseldorp, L., Goossens, P. & van Achterberg, T. (2011). Mental Health Nursing and First Episode Psychosis. Issues in Mental Health Nursing 32, 2-19.

Van Heule, S. (2011). The Subject of Psychosis: A Lacanian Perspective. Hampshire: Palgrave Mac Millan.

Wilken J.P. (2010). Recovering Care: A contribution to a theory and practice of good care. Amsterdam: SWP.

Wester, F. (1987). Strategieën voor kwalitatief onderzoek. Muiderberg: Coutinho.

Wester, F. (2004). Analysis of qualitative research material. Huisarts en Wetenschap, 47(12), 565-570.

Universiteit of Hogeschool
Master of science in de verpleegkunde en vroedkunde
Publicatiejaar
2014
Kernwoorden
Share this on: