Dove leerkrachten als motor voor verandering? Een etnografisch onderzoek naar de beleving van dove leerkrachten in Vlaanderen.

Marieke Kusters
Dove leerkrachten als motor voor verandering? “Education is the most powerful weapon which you can use to change the world”, luidt een krachtig citaat van wijlen Nelson Mandela. Via onderwijs kan je de wereld veranderen. Beter onderwijs leidt tot een betere wereld. Het huidige onderwijs voor dove kinderen wordt vandaag, in Vlaanderen, hoofdzakelijk door horende mensen ingevuld.

Dove leerkrachten als motor voor verandering? Een etnografisch onderzoek naar de beleving van dove leerkrachten in Vlaanderen.

Dove leerkrachten als motor voor verandering?

“Education is the most powerful weapon which you can use to change the world”, luidt een krachtig citaat van wijlen Nelson Mandela. Via onderwijs kan je de wereld veranderen. Beter onderwijs leidt tot een betere wereld. Het huidige onderwijs voor dove kinderen wordt vandaag, in Vlaanderen, hoofdzakelijk door horende mensen ingevuld. In dit onderzoek richtte ik me tot dove leerkrachten.

In mijn titel zit de belangrijkste motivatie van dove leerkrachten vervat, namelijk dat ze motors willen zijn voor de verandering en verbetering van het dovenonderwijs. In de achttiende en negentiende eeuw waren er veel dove leraars werkzaam in dovenscholen. Zij waren dikwijls mede-oprichters van verschillende dovenscholen in Europa en Noord-Amerika. Op het onderwijscongres van Milaan in 1880 werd de onderwijspolitiek gewijzigd en werd er uitsluitend nadruk gelegd op het leren spreken en het leren via spraak. Gebarentaal werd gebannen in de verschillende dovenscholen en dove leerkrachten werden op termijn ontslagen. Er volgde een tijdperk van de onderdrukking van de dovengemeenschap en haar taal, de gebarentaal.

In die tijd werd de kennis en ervaringen van dove personen niet belangrijk gevonden in het dovenonderwijs. Honderd jaar na het congres van Milaan kunnen we ons afvragen wat er in tussentijd is veranderd. Dove leerkrachten komen druppelsgewijs terug binnen in het dovenonderwijs. Een kleine groep dove personen heeft een leraarsdiploma en een nog kleinere groep hiervan is actief in het dovenonderwijs. In 2013, wanneer ik mijn onderzoek deed, waren er zeven dovenscholen. Slechts in twee van hen werkten er dove leerkrachten en vier van hen had dove medewerkers (zonder lerarendiploma) in dienst.

Dove leerkrachten ‘aan het gebaar’

Wat zijn nu de ervaringen van dove leerkrachten? Hoe ervaren ze het lesgeven, de relaties met hun leerlingen, de interacties met collega’s en leidinggevenden, hun positie op de school en de contacten met ouders? Zijn zij inderdaad motors voor de verandering van het dovenonderwijs?

Dit zijn vragen die me bezig hielden en waarvan ik het antwoord onderzocht. Ik ging observeren hoe dove leerkrachten lesgeven, deed een dagboekstudie en nam interviews af van drie dove leerkrachten die actief in het dovenonderwijs stonden. Daarnaast heb ik twee dove leerkrachten, die op dat moment niet lesgaven aan dove kinderen, geïnterviewd over hun vroegere ervaringen als leraar in het dovenonderwijs.

Van generatie op generatie

“Goed onderwijs, wat ik niet heb gehad, dat is mijn verantwoordelijkheid”, is een van de uitspraken die samenvat wat de drijfveer is van dove leerkrachten om les te geven aan dove kinderen. Dove leerkrachten willen niet dat de volgende generatie dove kinderen hetzelfde onderwijs krijgen wat ze zelf hebben gehad. Over dat onderwijs zijn ze namelijk niet tevreden. Dit rechtsvaardigheidsgevoel wekt gevoelens van verantwoordelijkheid op, voor het doorbreken van wat er van generatie op generatie fout loopt.

Wat geven dove leerkrachten wel door aan dove leerlingen? Hun eigen positieve ervaringen als dove persoon, deel uitmakend van de dovengemeenschap en van de horende maatschappij. Dit doen ze door voorbeelden, uit het leven gegrepen, te vertellen en door zelf een voorbeeld te zijn voor de leerlingen. Zo helpen dove leerkrachten de kinderen zich te ontwikkelen tot zelfbewuste volwassenen die trots zijn op hun dove identiteit. Dove leerkrachten reflecteren hierbij bewust over hun eigen ‘voorkomen’, naar leerlingen, ouders, de school en de maatschappij toe. Ze willen zich niet voordoen als zielige dove individuen die zich schamen over hun doof zijn, maar als trotse dove personen met een eigen taal en een bijhorende cultuur.

Visueel lesgeven

Dove leerkrachten hebben een specifieke zintuiglijke ervaring gemeen met dove leerlingen. Als het gehoor afwezig is, daagt dat andere zintuigen uit, vooral de ogen. Wat houdt het ‘zien’ in zich in, voor het lesgeven? In de klas gebruiken alle dove leerkrachten Vlaamse Gebarentaal als communicatietaal. Daarnaast worden er bijvoorbeeld visuele technieken gebruikt om elkaars aandacht te vragen, zoals zwaaien in het gezichtsveld. Bij de inrichting van het klaslokaal wordt er ook rekening gehouden met de visuele manier van leren van dove leerlingen. De banken staan bijvoorbeeld steeds in een U-vorm, zo kan iedereen elkaar goed zien. Oogcontact hebben is namelijk een belangrijke voorwaarde om te communiceren in Vlaamse Gebarentaal. Ook bij het creëren van lesmateriaal maken dove leerkrachten gebruik van allerlei visuele trucjes. Deze elementen vatten samen dat dove leerkrachten zorgen dat dove leerlingen op een visuele manier kunnen leren.  

Deafhood: een gedeeld buikgevoel als basis

Het concept Deafhood is ontwikkeld door dr. Paddy Ladd (2005). Het belicht doof zijn op een positieve manier, als iets dat kan bijdragen aan de wereld. Het is een tegenstelling van de negatieve kijk op doof zijn, namelijk als een defect aan het oor. Het concept erkent de gedeelde ervaringen en de kennis van dove personen. Dit ‘gedeeld buikgevoel’ is de aanleiding tot een visuele manier van lesgeven. Dit is ook de bron van verantwoordelijkheidsgevoelens tegenover de volgende dove generaties. “Zij zijn doof, ik ben doof, wij zijn hetzelfde”, zei een leerkracht. Dit gevoel van ‘hetzelfde’ zijn kleurt de relaties met de leerlingen. Maar krijgen dove leerkrachten voldoende ruimte om deze kennis en ervaringen te ontwikkelen en te gebruiken in het dovenonderwijs?

Besluit

Zijn dove leerkrachten nu motors voor verandering, zoals in de titel van dit werkstuk wordt gesuggereerd? Verandering is de krachtigste drijfveer voor dove leerkrachten om les te geven aan dove kinderen. De dove leraars in het onderzoek hebben zich met al hun moed, wilskracht en wijsheid ingezet voor het onderwijs van dove kinderen, maar had dit resultaat?

De voormalige dove leerkrachten hebben dit opgegeven, want zij zagen verandering van de dovenscholen waar ze werkten als een onbereikbaar doel. Bij de actieve leerkrachten heeft hun inzet een impact op de dovenscholen. Maar hun ervaringen en hun opvoedkunde worden nog niet voldoende (h)erkend door henzelf, de dovengemeenschap en de dovenscholen. Dit (h)erkennen kan de (her)opbouw van het dovenonderwijs op basis van dove kennis en ervaringen stimuleren, met andere woorden: de verandering aandrijven.

Bibliografie

Andrews, J. & Franklin, T. (1996/1997). Why hire deaf teachers? Texas Journal of Audiology and Speech Pathology, 12(1), 120-131.

Antoons, I. (2012). Bilinguaal-bicultureel dovenonderwijs in Vlaanderen. In G. De Clerck & R. Pinxten (red.), Gebarentaal zegt alles (pp. 71-87). Leuven: Acco.

Baarda, B., De Goede, M., & Teunissen, J. (2005). Basisboek Kwalitatief Onderzoek. Handleiding voor het opzetten en uitvoeren van kwalitatief onderzoek. Groningen/Houten: Wolters-Noordhoff.

Baarda, D.B., de Goede, M.P.M., & van der Meer-Middelburg, A.G.E. (1996). Open interviewen: praktische handleiding voor het voorbereiden en afnemen van open interviews. Groningen: Stenfert Kroese.

Bavelier, D., Tomann, A., Hutton, C., Mitchell, T., Corina, D., Liu, G. & Neville, H. (2000). Visual Attention to the Periphery Is Enhanced in Congenitally Deaf Individuals. The Journal of Neuroscience, 20, 1-6.

Baynton, D. (1996). Forbidden Signs: American Culture and the Campaign Against Sign Language. Chicago: The University of Chicago Press.

Baynton, D. (2008). Beyond Culture: Deaf Studies and the Deaf Body. In D. Bauman (red.), Open Your Eyes: Deaf Studies Talking (pp. 293-313). Minneapolis: University of Minnesota Press.

Bluebond-Langner, M. (1980). The Private Worlds of Dying Children. New Jersey: Princeton University Press.

BuBaO SLP Gent (2014). Geraadpleegd op 31 mei 2014, via http://bubao.slp-gent.be/doelgroepen/dsh

BuSO Sint-Gregorius (2014). Geraadpleegd op 31 mei 2014, via http://www.busosintgregorius.be.

Buyens, M. (2005). De dove persoon, zijn gebarentaal en het dovenonderwijs. Antwerpen/Apeldoorn: Garant.

Codina, C., Buckley, D., Michael Port, M. & Pascalis, O. (2011) Deaf and hearing children: a comparison of peripheral vision development. Developmental Science, 14(4), 725–737.

De Kade (2014). Geraadpleegd op 31 mei 2014, via http://www.de-kade.org/PortaalDeKade/Structuur-De-Kade/BuBaO-Spermalie/Aanbod/Buitengewoon-onderwijs/Doof-of-slechthorend

De Meulder, M. (2005). Macht en onmacht op school: de invloed van en onderwijssysteem op dove kinderen en volwassenen: een etnografisch onderzoek. Ongepubliceerde eindverhandeling, Universiteit Gent.

De Meulder, M., Smessaert, I., & Vermeerbergen, M. (2008). Onderwijs aan dove en slechthorende kinderen, jongeren en volwassenen. Onderwijs van Vlaamse Gebarentaal en Dovencultuur. In M. Vermeerbergen & M. Van Herreweghe (red.), Wat (geweest/gewenst) is. Organisaties van en voor doven in Vlaanderen bevraagd over 10 thema’s (pp. 73-140). Gent: Academia Press.

Eeman, T. (prod.), & Rijckaert, J. (reg.). (2012). Ik ben ook een mens: een documentaire van Visual Box gebaseerd op het doctoraatsonderzoek van Goedele De Clerck [DVD]. België: Visual Box.

Eggermont, M. (1999). Belevingsonderzoek en participterende observatie. In B. Levering & P. Smeyers (red.), Opvoeding en onderwijs leren zien: Een inleiding in interpretatief onderzoek (pp. 173 – 189). Amsterdam: Boom.

Emerson, R.M., Fretz, R.I., & Shaw, L.L. (1995). Writing Ethnographic Fieldnotes. Chicago: The University of Chicago Press.

Ingold, T. (2000). Stop, look and listen! Vision, hearing and human movement. In T. Ingold (red.), The Perception of the Environment. Essays on Livelihood, Dwelling and Skill (pp. 243-287). London: Routledge.

Kasterlinden (2014). Geraadpleegd op 31 mei 2014, http://www.kasterlinden.be

Kelchtermans, G. (1999) De biografische methode. In B. Levering & P. Smeyers (red.), Opvoeding en onderwijs leren zien: Een inleiding in interpretatief onderzoek (pp. 132 – 150). Amsterdam: Boom.

KI Woluwe (2014). Geraadpleegd op 31 mei 2014, via http://www.kiwoluwe.org/onderwijs/buitengewoon-basis-onderwijs

KIDS (2014). Geraadpleegd op 31 mei 2014, via http://www.kids.be

KOCA (2014). Geraadpleegd op 31 mei 2014, via http://www.koca.be

Krashen, S. (1982). Principles and Practice in Second Language Acquisition. New York: Pergamon Press Inc.

Kusters, A. (2012). Being a deaf white anthropologist in Adamorobe: Some ethical and methodological issues. In U. Zeshan & C. De Vos (red.), Village Sign Languages: Anthropological and Linguistic Insights. Berlin: Mouton de Gruyter & Ishara Press.

Kusters, A., & De Meulder, M. (2013) Understanding Deafhood: In Search of Its Meanings. American Annals of the Deaf, 5, 428-438.

Ladd, P. (2003). Understanding Deaf Culture: In Search of Deafhood. Buffalo: Multilingual Matters

Ladd, P. (2005). Deafhood: a concept stressing possibilities, not deficits. Scandinavian Journal of Public Health, 33, 12–17

Ladd, P. (2006). What is deafhood and why is it important? In Goodstein, H. (red.), The Deaf Way II Reader, Perspectives from the Second International Conference on Deaf Culture (pp. 245-250). Washington, DC: Gallaudet University Press.

Ladd, P. (2011). Deafhood and Deaf Educators: Some Thoughts. In Mathur G. & Napoli D.J. (red.), Deaf around the World: The Impact of Language (p. 372–382). West Yorkshire: Oxford University Press.

Ladd, P. (2013). A Final Frontier – Can Deafhood Pedagogies Revolutionise Deaf Education? [Filmbestand].

Ladd, P. & Gonçalves J.C. (2012). A Final Frontier? How Deaf Cultures and Deaf Pedagogies Can Revolutionize deaf Education. In Lorraine Leeson and Myriam Vermeerbergen (red.), Working with the Deaf Community: Deaf Education, Mental Health & Interpreting. Dublin: Interesource Group Ireland Limited.

Ladd, P. & Lane, H. (2013). Deaf Ethnicity, Deafhood, and Their Relationship. Sign Language Studies, 13 (4), 565-579.

Lane, H. (1984) When the Mind Hears: a History of the Deaf. New York: Vintage Books.

Lane, H. (1992). The Mask of Benevolence: Disabling the Deaf Community. New York: Vintage Books.

Levering, B. & Smeyers, P. (1999). Opvoeding en onderwijs leren zien: Een inleiding in interpretatief onderzoek. Amsterdam: Uitgeverij Boom.

Loots, G. & Devisé, I. (2003) The Use of Visual-Tactile Communication Strategies by Deaf and Hearing Fathers and Mothers of Deaf Infants. Journal of Deaf Studies and Deaf Education, 8 (1), 31-42.

Marschark, M. & Hauser, P. (2012) How Deaf Children Learn: What Parents and Teachers Need to Know. New York: Oxford University Press.

Mazeland, H. (2003), Inleiding in de conversatieanalyse. Bussum: Uitgeverij Coutinho.

Mindess, A. (1999). Reading Between the Signs: Intercultural Communication for Sign Language Interpreters. Yarmouth: Intercultural Press.

Mortelmans, D. (2013). Handboek kwalitatieve onderzoeksmethoden. Leuven: Acco.

Nespor, J. (2000). Anonymity and Place in Qualitative Inquiry, Qualitative Inquiry, 6(4): 546-569.

Onderwijsdecreet van 10 juli 2013 (2013). Geraadpleegd op 7 juni 2014, via http://docs.vlaamsparlement.be/docs/stukken/2012-2013/g2066-10.pdf

Scheiris, I., & Raemdonck, L (2007). Ongehoord verleden: dove frontvorming in België aan het begin van de 20ste eeuw. Gent: Fevlado Diversus vzw.

Scott, P. (2011). Do Deaf Children Eat Deaf Carrots? In Mathur G. & Napoli D.J. (red.), Deaf around the World: The Impact of Language (p. 359 – 366). West Yorkshire: Oxford University Press.

Shantie, C., & Hoffmeister, R. (2000). Why Schools for Deaf Children Should Hire Deaf Teachers: A Preschool Issue. Journal of Education, 182 (3), 37-47.

Smessaert, I. (2009) Over leven in de horendenschool. Een exploratieve studie naar het welbevinden van dove leerlingen in het Vlaamse regulier secundair onderwijs. Scriptie, Hogeschool Utrecht.

Smith, D.H., & Ramsey, C. (2004). Classroom Discourse Practices of a Deaf Teacher Using American Sign Language. Sign Language Studies, 5(1), 39-62.

Solomon, A. (2013). Ver van de boom: als je kind anders is. (P. van der Veen & C. van Soelen, Vert.). (Amsterdam: Nieuw Amsterdam. (oorspronkelijk werk gepubliceerd in 2012).

Tijsseling, C. (2006). Anders doof zijn: een nieuw perspectief op dove kinderen. Twello: Van Tricht.

Vermeerbergen, M. (1997). Grammaticale aspecten van de Vlaams-Belgische gebarentaal. Gentbrugge: Cultuur voor Doven vzw.

Vlaamse Gebarentaal leeft (2007). Geraadpleegd op 5 mei 2014, via www.vlaamsegebarentaal.be.

VVKBuO (2008). Gespecialiseerd onderwijs aan leerlingen met een auditieve beperking.

West, D. (2008). Deaf children’s wisdom (Seeing trough new eyes). Ongepubliceerd werk, Centre for Deaf Studies, University of Bristol, Bristol.

Universiteit of Hogeschool
pedagogische wetenschappen, optie orthopedagogiek
Publicatiejaar
2014
Kernwoorden
Share this on: