En waar kunnen wij terecht?

Nele Jordaens
En waar kunnen WIJ terecht?                                                                                                       Auteur: Nele Jordaens“Ik ging niet instorten, maar ik weende ook gelijk een klein kind. Hier was geen uitkomst meer. Die psychologe stuurde aan: “het wordt wel eens tijd dat jullie aan jezelf gaan denken”. (…) Toen werden we met de neus op de feiten gedrukt.”  “Mijn kind gebruikt drugs!”, “Mijn kind is verslaafd aan drugs!”, “Hoe moet ik mijn kind helpen?”. Dat zijn slechts enkele van de vele gedachten waarmee ouders van drugverslaafde kinderen rondlopen.

En waar kunnen wij terecht?

En waar kunnen WIJ terecht?

                                                                                                       Auteur: Nele Jordaens

“Ik ging niet instorten, maar ik weende ook gelijk een klein kind. Hier was geen uitkomst meer. Die psychologe stuurde aan: “het wordt wel eens tijd dat jullie aan jezelf gaan denken”. (…) Toen werden we met de neus op de feiten gedrukt.”

 “Mijn kind gebruikt drugs!”, “Mijn kind is verslaafd aan drugs!”, “Hoe moet ik mijn kind helpen?”. Dat zijn slechts enkele van de vele gedachten waarmee ouders van drugverslaafde kinderen rondlopen. Misschien is een kind met drugproblemen een “ver-van-uw-bed-show”, maar voor vele ouders in België wordt het meer en meer realiteit. “Er bestaan toch veel hulpbronnen voor jongeren met een drugproblematiek?”, hoor ik u denken. Inderdaad, voor jongeren zijn er verschillende instanties zoals De Sleutel, De Spiegel of ADIC. Maar waar kunnen ouders terecht? We vergeten maar al te vaak dat ook zij onder de situatie lijden. Ouders ervaren gevoelens van angst, schaamte en schuld, en weten vaak niet waar ze heen moeten voor hulp en voor een gesprek.

De focus van de meeste voorgaande onderzoeken ligt vaak op de druggebruikende jongeren zelf. Hierdoor wordt de indruk gewekt dat het probleem zich enkel bij hen situeert, en dat enkel zij geholpen moeten worden. Het werd ons al snel duidelijk dat er nood was aan onderzoek dat een ander licht wierp op de problematiek. Ons onderzoek kijkt door de bril van ouders van drugverslaafde jongeren. Aan de hand van semigestructureerde diepte-interviews gingen we dieper in op de hulpverlening die ouders van druggebruikende kinderen voor zichzelf doorliepen en wat de ervaringen daarbij waren. We peilden naar de weg die de ouders aflegden doorheen de hulpverlening en vroegen hen naar de stappen die ze reeds doorlopen hadden. Ook de drempels en gevoelens die ze hierbij ervoeren lieten we niet links liggen. Tot slot peilden we naar het contact met huisartsen en zelfhulpgroepen. In totaal waren er tien moedige ouders bereid hun schaamte en schroom opzij te zetten en met mij in gesprek te gaan.

Resultaten

De ontdekking

Bij de ontdekking van het druggebruik willen ouders het kind zo snel mogelijk helpen. Ze willen de situatie volledig onder controle krijgen en schuiven op die manier de eigen hulpbehoefte volledig aan de kant.“Uiteindelijk heb je één doel voor ogen. Dat is hem helpen, hem eruit krijgen, ervoor zorgen dat hij niet hervalt.”

Het keerpunt

De meeste ouders ervaren op een bepaald moment een keerpunt waarbij het besef groeit dat ook zij zelf hulp nodig hebben. De ervaring van dat keerpunt is heel verschillend voor ouders. Er zijn ouders die tot dit besef komen wanneer ze instorten en hierdoor zelf opgenomen moeten worden. Andere ouders worden zich bewust van de hulpbehoefte wanneer hun zoon of dochter opgenomen wordt in een hulpinstantie. Bij enkele ouders komt het keerpunt wanneer er hen letterlijk wordt aangeraden om aan zichzelf te denken.

Procesmatige stappen in de hulpverlening

Vanaf het moment dat ouders het keerpunt ervaren, en de eerste stappen zetten richting de hulpverlening, kan er een procesmatig verloop vastgesteld worden. De meest laagdrempelige hulp, waar ouders gemakkelijk terecht kunnen, zijn de vrienden, familie en zelfhulpgroepen. Ouders moeten deze personen eerst volledig kunnen vertrouwen vooraleer ze durven spreken over de problematiek. De volgende stappen in het proces zijn contacten met de huisarts, psychologen en persoonlijke begeleidingspersonen. Opvallend was dat bijna alle respondenten op een moment in het hulpverleningsproces een zelfstandig psycholoog raadpleegden. Hierbij bleek de steun sterk af te hangen van de persoonlijkheid en de “klik”. Verder bleek er bij de ouders vooral nood aan continuïteit of aan onafgebroken hulp. Ouders tonen aan dat ze zoeken naar continue begeleiding tijdens het hele proces.

“Zelf zoeken” versus “aangeboden krijgen”

Een heel verontrustende bevinding uit ons onderzoek was dat ouders vooral zelf de zoektocht naar hulp moeten inzetten. Ze gaan zelf op zoek naar waar zij als ouder terecht kunnen, en dit via allerlei wegen. Enkele ouders gingen op zoek naar hulp op het internet, terwijl anderen de zoektocht startten met hulp van hun huisarts. Hulp krijgen blijkt echter een uitzondering voor vele ouders van verslaafde jongeren. “Ik denk uiteindelijk dat je er toch alleen voor staat. (…) Niemand komt aan uw deur kloppen en zeggen: “je kan naar daar, of naar daar”. Je moet het allemaal zelf doen.”

Mentaal rouwproces

Gedurende ons onderzoek is gebleken dat ouders een soort “mentaal rouwproces” doormaken in hun confrontatie met het druggebruik van hun kind. Hoewel dit rouwproces eigenlijk niet het opzet was van ons onderzoek, kwam dit in de interviews zeer sterk naar voor. Het rouwproces dat ouders doormaken wanneer hun kind verslaafd is aan drugs, is te vergelijken met een rouwproces wanneer men iemand verliest door sterfte. In beide gevallen moet men de persoon loslaten. Ouders van drugverslaafde jongeren hebben het gevoel dat ze hun kind verliezen aan drugs en dit brengt rouwgevoelens teweeg. Ouders rouwen om het kind dat ze kenden voor het gebruik en om het kind dat het geweest zou kunnen zijn zonder het druggebruik. Dit rouwproces is in het verslavingsonderzoek weinig geëxploreerd en verdient extra aandacht in de drughulpverlening. “Het is een harde manier van loslaten. Het is zo. We zijn hem aan het...”

Tot slot…

Ouders van drugverslaafde jongeren staan nog steeds te veel in de schaduw van de hulpverlening. Ook zij verdienen, net zoals hun verslaafde kinderen, een aanbod aan hulp. Het zijn in de meeste gevallen de ouders die zelf de stappen moeten zetten in de hulpverlening, naast alle ellende die ze doormaken. Het wordt hoog tijd dat de drughulpverlening ook voor hen de deuren openzet. “Hulpverlening naar ons toe, dat is weinig. Dat is maar zoveel gelijk wij zelf zoeken. Je krijgt geen aanbod, je moet zelf zoeken. En als je niet zoekt, dan ga je de put in.” 

Bibliografie

Bonomo, Y., & Bowes, G. (2001). Putting harm reduction into an adolescent context. [Article]. Journal of Paediatrics and Child Health, 37(1), 5-8. doi: 10.1046/j.1440-1754.2001.00623.x

Centrum Algemeen Welzijnswerk. from http://www.caw.be/

Charmaz, K. (2006). Constructing grounded theory: A practical guide through qualitative analysis: Pine Forge Press.

Charmaz, K. (2012). The power and potential of grounded theory. Medical Sociology Online, 6(3), 2-15.

Choate, P. W. (2011). Adolescent addiction: What parents need? Procedia-Social and Behavioral Sciences, 30, 1359-1364.

Copello, A., Templeton, L., & Powell, J. (2010). The impact of addiction on the family: Estimates of prevalence and costs. Drugs-Education Prevention and Policy, 17, 63-74. doi: 10.3109/09687637.2010.514798

De Druglijn. (1994), from http://www.druglijn.be/omgaan-met-drugs/ouders.aspx

De Sleutel. (1974), from http://www.desleutel.be/

Hoagwood, K. E., Cavaleri, M. A., Olin, S. S., Burns, B. J., Slaton, E., Gruttadaro, D., & Hughes, R. (2010). Family Support in Children's Mental Health: A Review and Synthesis. [Review]. Clinical Child and Family Psychology Review, 13(1), 1-45. doi: 10.1007/s10567-009-0060-5

Hoeck, S. (2006). Help! mijn kind is verslaafd!  , Universiteit Antwerpen

 Hoeck, S., & Van Hal, G. (2012). Experiences of parents of substance-abusing young people attending support groups. Archives of Public Health, 70(1), 1-11.

Jackson, D., & Mannix, J. (2003). Then suddenly he went right off the rails: Mothers' stories of adolescent cannabis use. Contemporary nurse, 14(2), 169-179.

Kirby, K. C., Dugosh, K. L., Benishek, L. A., & Harrington, V. M. (2005). The Significant Other Checklist: Measuring the problems experienced by family members of drug users. Addictive Behaviors, 30(1), 29-47. doi: 10.1016/j.addbeh.2004.04.010

Mortelmans, D. (2007). Handboek kwalitatieve onderzoeksmethoden: Acco.

Nevid, J. S., Rathus, S. A., Greene, B. A., Hoencamp, E., Haffmans, J., & van Loon, J. (2008). Psychiatrie, een inleiding.: Pearson Education.

Oreo, A., & Ozgul, S. (2007). Grief experiences of parents coping with an adult child with problem substance use. Addiction Research & Theory, 15(1), 71-83.

Orford, J., Copello, A., Velleman, R., & Templeton, L. (2010). Family members affected by a close relative's addiction: The stress-strain-coping-support model. Drugs-Education Prevention and Policy, 17, 36-43. doi: 10.3109/09687637.2010.514801

Orford, J., Natera, G., Davies, J., Nava, A., Mora, J., Rigby, K., . . . Velleman, R. (1998). Tolerate, engage or withdraw: a study of the structure of families coping with alcohol and drug problems in South West England and Mexico City. Addiction, 93(12), 1799-1813.

Orford, J., Natera, G., Velleman, R., Copello, A., Bowie, N., Bradbury, C., . . . Tiburcio, M. (2001). Ways of coping and the health of relatives facing drug and alcohol problems in Mexico and England. Addiction, 96(5), 761-774. doi: 10.1046/j.1360-0443.2001.96576111.x

Orford, J., Templeton, L., Copello, A., Velleman, R., & Ibanga, A. (2010). Working with teams and organizations to help them involve family members. Drugs-Education Prevention and Policy, 17, 154-164. doi: 10.3109/09687637.2010.514807

Orford, J., Velleman, R., Copello, A., Templeton, L., & Ibanga, A. (2010). The experiences of affected family members: A summary of two decades of qualitative research. Drugs-Education Prevention and Policy, 17, 44-62. doi: 10.3109/09687637.2010.514192

Rosiers, J., Hublet, A., Van Damme, J., Maes, L., Van Hal, G., Sisk, M., & Si Mhand, Y. (2013). In hogere Sferen? (Vol. 3). Antwerpen.

Similes. from http://nl.similes.be/

Templeton, L. J., Zohhadi, S. E., & Velleman, R. D. B. (2007). Working with family members in specialist drug and alcohol services: Findings from a feasibility study. [Article]. Drugs-Education Prevention and Policy, 14(2), 137-150. doi: 10.1080/09687630600901123

Thoits, P. A. (1995). Stress, coping, and social support processes: Where are we? What next? Journal of health and social behavior, 53-79.

Trefpunt Zelfhulp vzw. (1982). Zelfhulplandschap, from http://www.zelfhulp.be/

Trimbos Instituut. (1996), from http://www.trimbos.nl/nieuws/persberichten/2014/13-februari-verslaafd-aan-jou-dag-voor-ouders-van-verslaafde-kinderen

Usher, K., Jackson, D., & O'Brien, L. (2005). Adolescent drug abuse: Helping families survive. [Article]. International Journal of Mental Health Nursing, 14(3), 209-214. doi: 10.1111/j.1440-0979.2005.00383.x

Usher, K., Jackson, D., & O'Brien, L. (2007). Shattered dreams: Parental experiences of adolescent substance abuse. International Journal of Mental Health Nursing, 16(6), 422-430.

Van Hout, M. C. A. (2009). Youth alcohol and drug use in rural Ireland - parents' views. Rural and Remote Health, 9(3).

Van Reybrouck, T., & Vandeburie, J. (2011). Behoeften en verwachtingen van familieleden van drugsgebruikers als basis voor gerichte ondersteuning. Verslaving, 7(2), 34-46.

Vereniging voor Alcohol- en andere Drugproblemen (VAD). (2004). Drugs etc. Achtergrondinformatie. In VAD (Ed.). Brussel.

 

 

Universiteit of Hogeschool
Sociologie
Publicatiejaar
2014
Kernwoorden
Share this on: