Impact van acute nierinsufficiëntie op de prognose van patiënten behandeld met extracorporele membraanoxygenatie

Mira Van Thielen
Kan de nierfunctie werkelijk het verschil maken tussen leven en dood?Stel: uw vader heeft net een hartoperatie achter de rug en wordt opgenomen op intensieve zorgen. Na enkele dagen blijkt dat ondanks het toedienen van medicatie het hart niet naar behoren werkt en dat de nierfunctie achteruit gaat. De dokters stellen voor uw vader te behandelen met extracorporele membraanoxygenatie, zodat – aldus de witte jassen – de organen tijd krijgen te recupereren.

Impact van acute nierinsufficiëntie op de prognose van patiënten behandeld met extracorporele membraanoxygenatie

Kan de nierfunctie werkelijk het verschil maken tussen leven en dood?

Stel: uw vader heeft net een hartoperatie achter de rug en wordt opgenomen op intensieve zorgen. Na enkele dagen blijkt dat ondanks het toedienen van medicatie het hart niet naar behoren werkt en dat de nierfunctie achteruit gaat. De dokters stellen voor uw vader te behandelen met extracorporele membraanoxygenatie, zodat – aldus de witte jassen – de organen tijd krijgen te recupereren. U vraagt zich enerzijds af wat deze term inhoudt en anderzijds of het opstarten van deze procedure de overlevingskansen van uw vader wel degelijk zal vergroten. In uw zoektocht naar antwoord vindt u onderstaande informatie.

Extracorporele membraanoxygenatie (ECMO) is een techniek die soms wordt toegepast bij kritisch zieke patiënten. Het doel is de hart- en longfunctie tijdelijk te ontlasten. In plastic buizen wordt het bloed voortgestuwd door middel van een pomp. Tevens wordt zuurstofgas aan het bloed toegevoegd en CO2 verwijderd. Dit gebeurt buiten het lichaam (i.e. ‘extracorporeel’).

U voelt zich gesteund door het feit dat u vrij veel informatie over ECMO vindt, maar anderzijds blijft u toch met de meest prangende vraag zitten: welke invloed heeft deze procedure op de overlevingskansen van uw vader?            Immers, tijdens uw opzoekingswerk bent u ook gestuit op de risico’s en mogelijke complicaties van ECMO. Het feit dat dit aanleiding kan geven tot stolselvorming, bloeding, inflammatie, … boezemt u angst in. Bovendien vindt u in de meeste bronnen terug dat ECMO-patiënten die een gestoorde nierfunctie hebben er qua overleving slechter aan toe zijn. Dit wordt echter tegengesproken door andere bronnen. “Verdorie, waarom bestaat er hier geen eensgezindheid over? Wie moet ik nu geloven? Waar vind ik concrete cijfers?”, uit u uw frustratie.        Hopend op beterschap stemt u ermee in de ECMO-procedure op te starten, maar uw honger naar informatie blijft bestaan.

Tijdens uw zoektocht stoot u regelmatig op de term ‘meta-analyse’. Dit is een statistische analyse waarin de resultaten van verschillende, streng geselecteerde studies in rekening worden gebracht. Intelligent als u bent vermoedt u de oplossing gevonden te hebben. U gaat op zoek naar dergelijke grote studie die overlevingsdata van gelijkaardige patiënten als uw vader onder de loep neemt. Al snel merkt u echter dat het net dun bezaaid is met meta-analyses over ECMO-patiënten die aan acute nierinsufficiëntie (ANI) lijden. Uiteindelijk vindt u er een terug, een waarin u zich verdiept.

Er wordt vermeld dat er verschillende classificaties bestaan volgens dewelke ANI wordt ingedeeld. ‘Creatinine’ lijkt hierbij een belangrijke term. Uit uw middelbare schooltijd herinnert u zich inderdaad dat de nierfunctie wordt ingeschat aan de hand van de concentratie creatinine in het bloedserum. Hoe slechter de nierfunctie, hoe hoger de creatinineconcentratie in het bloedserum. Onder meer op basis van dit principe categoriseert de AKIN-classificatie (Acute Kidney Injury Network, zie tabel 1) ANI in 3 klassen. Via de behandeld arts verneemt u dat de serum creatinineconcentratie van uw vader met 150% is toegenomen in vergelijking met 12h geleden. Dit komt overeen met AKIN-stadium ≥ 2. In deze groep patiënten is het risico op overlijden 4.72 x groter t.o.v. ECMO-patiënten die niet aan ANI lijden. U bent dankbaar dat de serum creatinineconcentratie niet is verdubbeld over 12h, want dit houdt een groter risico op overlijden in, nl. 4.97 x groter t.o.v. ECMO-patiënten die geen nierinsufficiëntie vertonen. Vergeleken met patiënten die volgens de AKIN-classificatie niet aan ANI lijden, hebben patiënten die zich in eender welk AKIN-stadium bevinden (i.e. AKIN-stadium ≥ 1) een kans op overlijden die 4.36 x groter is.        Verder in het artikel leest u dat vergelijking van patiënten die het ziekenhuis overleefden met patiënten die stierven alvorens het ziekenhuis te verlaten uitwees dat de eerste groep een lagere gemiddelde bloedserum creatinineconcentratie had op het moment dat ECMO werd opgestart. Analoog geldt dit voor de bloedserum creatinineconcentratie die werd gemeten 48h na het opstarten van de ECMO-therapie. Concreet vindt u ook terug dat het feit dat de serum creatinineconcentratie van uw vader tijdens de ECMO-therapie onder 3.0 mg/dL bleef als gunstig kan worden beschouwd. Vergeleken met patiënten bij wie dit niet het geval is heeft uw vader nl. een risico op overlijden dat 1.47 x kleiner is.              Opgewonden razen uw ogen over de letters. Ze remmen vaart wanneer ze stuiten op de paragraaf waarin de duur van de ECMO-therapie wordt vergeleken tussen ECMO-patiënten die het ziekenhuis overleefden en zij die stierven alvorens het ziekenhuis te verlaten. Er blijkt geen statistisch significant verschil te zijn tussen beide groepen. Dit geeft u weer een beetje hoop aangezien uw vader ondertussen al bijna 2 weken met ECMO wordt behandeld en u dit zelf interpreteerde als een ongunstig teken.

Gewapend met deze info trekt u naar het ziekenhuis en vraagt u een onderhoud met de behandelend arts van uw vader. Met goede moed vertelt u hem over uw bevindingen. U krijgt een koude douche wanneer u merkt dat hij uw opwinding en hoop niet deelt. Hij vertelt u voorzichtig over de tekortkomingen van dergelijke studie als een meta-analyse. Deze integreert nl. gegevens van allerlei soorten studies. Omwille van het feit dat de studieopzet soms sterk kan verschillen tussen de geïncludeerde studies kunnen aldus ook foute conclusies worden getrokken. Hij stelt u de retorische vraag of een populatie vrouwen tussen de 70 en 90 jaar kan worden vergeleken met mannen tussen de 30 en 60 jaar (zoals uw vader). Verder noemt hij een meta-analyse een staaltje ‘hogere statistiek’ waarin de realiteit uit het oog wordt verloren. Immers, geneeskunde blijft net boeien omdat het menselijk lichaam een geïntegreerd geheel vormt. Gaat er niet heel veel informatie verloren door enkel de nierfunctie onder de loep te nemen? Spelen niet veel meer factoren een rol bij de inschatting van mortaliteit?

Een week later overlijdt uw vader, terwijl hij nog aan ECMO lag. De woorden van de arts blijven nazinderen.Over 2 maanden starten de inschrijvingen voor een opleiding in het hoger onderwijs. U besluit een medische richting uit te gaan …

Bibliografie

{C}{C}{C}{C} ADDIN EN.REFLIST 1.    Roosens C. De niet te ventileren patient: en wat dan? Jaarboek voor de Intensievezorgenverpleegkundige. 2011.

2.    Sidebotham D, McGeorge A, McGuinness S, Edwards M, Willcox T, Beca J. Extracorporeal membrane oxygenation for treating severe cardiac and respiratory failure in adults: part 2-technical considerations. J Cardiothorac Vasc Anesth. 2010 Feb;24(1):164-72.

3.    Lindstrom SJ, Pellegrino VA, Butt WW. Extracorporeal membrane oxygenation. The Medical journal of Australia. 2009 Aug 3;191(3):178-82.

4.    Clark JB, Guan Y, McCoach R, Kunselman AR, Myers JL, Undar A. An investigational study of minimum rotational pump speed to avoid retrograde flow in three centrifugal blood pumps in a pediatric extracorporeal life support model. Perfusion. 2011 May;26(3):185-90.

5.    Bennett M, Horton S, Thuys C, Augustin S, Rosenberg M, Brizard C. Pump-induced haemolysis: a comparison of short-term ventricular assist devices. Perfusion. 2004 Mar;19(2):107-11.

6.    Hoste E. KJ, Katz N., Rosner M., Haase M., Ronco C. Epidemiology of Acute Kidney Injury. Contrib Nephrol. 2010;165:1-8.

7.    Valette X, du Cheyron D. A critical appraisal of the accuracy of the RIFLE and AKIN classifications in defining "acute kidney insufficiency" in critically ill patients. Journal of critical care. 2013 Apr;28(2):116-25.

8.    Waikar SS, Liu KD, Chertow GM. Diagnosis, epidemiology and outcomes of acute kidney injury. Clin J Am Soc Nephrol. 2008 May;3(3):844-61.

9.    Schrier RW, Wang W. Acute renal failure and sepsis. The New England journal of medicine. 2004 Jul 8;351(2):159-69.

10.  Langenberg C, Bagshaw SM, May CN, Bellomo R. The histopathology of septic acute kidney injury: a systematic review. Critical care. 2008;12(2):R38. PubMed PMID: 18325092.

11.  Calzavacca P, May CN, Bellomo R. Glomerular haemodynamics, the renal sympathetic nervous system and sepsis-induced acute kidney injury. Nephrol Dial Transplant. 2014 Mar 11.

12.  Ricci Z, Ronco C. New insights in acute kidney failure in the critically ill. Swiss medical weekly. 2012;142:w13662.

13.  Thurman JM. Triggers of inflammation after renal ischemia/reperfusion. Clinical immunology. 2007 Apr;123(1):7-13. PubMed PMID: 17064966.

14.  Haase M, Shaw A. Acute kidney injury and cardiopulmonary bypass: special situation or same old problem? Contrib Nephrol. 2010;165:33-8.

15.  Pieri M, Agracheva N, Bonaveglio E, Greco T, De Bonis M, Covello RD, et al. Bivalirudin versus heparin as an anticoagulant during extracorporeal membrane oxygenation: a case-control study. J Cardiothorac Vasc Anesth. 2013 Feb;27(1):30-4.

16.  Voss B, Krane M, Jung C, Brockmann G, Braun S, Gunther T, et al. Cardiopulmonary bypass with physiological flow and pressure curves: pulse is unnecessary! Eur J Cardiothorac Surg. 2010 Jan;37(1):223-32.

17.  Serraino GF, Marsico R, Musolino G, Ventura V, Gulletta E, Sante P, et al. Pulsatile cardiopulmonary bypass with intra-aortic balloon pump improves organ function and reduces endothelial activation. Circ J. 2012;76(5):1121-9.

18.  Legrand M, Dupuis C, Simon C, Gayat E, Mateo J, Lukaszewicz AC, et al. Association between systemic hemodynamics and septic acute kidney injury in critically ill patients: a retrospective observational study. Critical care. 2013;17(6).

19.  Haase M, Haase-Fielitz A, Bellomo R. Cardiopulmonary bypass, hemolysis, free iron, acute kidney injury and the impact of bicarbonate. Contrib Nephrol. 2010;165:28-32.

20.  Haase M, Bellomo R, Haase-Fielitz A. Novel biomarkers, oxidative stress, and the role of labile iron toxicity in cardiopulmonary bypass-associated acute kidney injury. J Am Coll Cardiol. 2010 May 11;55(19):2024-33.

21.  Sponsel HT, Alfrey AC, Hammond WS, Durr JA, Ray C, Anderson RJ. Effect of iron on renal tubular epithelial cells. Kidney Int. 1996 Aug;50(2):436-44.

22.  Yap HJ, Chen YC, Fang JT, Huang CC. Combination of continuous renal replacement therapies (CRRT) and extracorporeal membrane oxygenation (ECMO) for advanced cardiac patients. Renal failure. 2003 Mar;25(2):183-93.

23.  Schrier RW. Cardiorenal versus renocardiac syndrome: is there a difference? Nat Clin Pract Nephrol. 2007 Dec;3(12):637.

24.  Peek GJ, Elbourne D, Mugford M, Tiruvoipati R, Wilson A, Allen E, et al. Randomised controlled trial and parallel economic evaluation of conventional ventilatory support versus extracorporeal membrane oxygenation for severe adult respiratory failure (CESAR). Health Technol Assess. 2010 Jul;14(35):1-46.

25.  Case J, Khan S, Khalid R, Khan A. Epidemiology of acute kidney injury in the intensive care unit. Critical care research and practice. 2013;2013:479730.

26.  Askenazi DJ, Selewski DT, Paden ML, Cooper DS, Bridges BC, Zappitelli M, et al. Renal replacement therapy in critically ill patients receiving extracorporeal membrane oxygenation. Clin J Am Soc Nephrol. 2012 Aug;7(8):1328-36.

27.  Clec'h C, Darmon M, Lautrette A, Chemouni F, Azoulay E, Schwebel C, et al. Efficacy of renal replacement therapy in critically ill patients: a propensity analysis. Critical care. 2012 Dec 19;16(6):R236.

28.  Skogby M, Adrian K, Friberg LG, Mellgren G, Mellgren K. Influence of hemofiltration on plasma cytokine levels and platelet activation during extra corporeal membrane oxygenation. Scand Cardiovasc J. 2000 Jun;34(3):315-20.

29.  Shen J, Yu W, Chen Q, Shi J, Hu Y, Zhang J, et al. Continuous renal replacement therapy (CRRT) attenuates myocardial inflammation and mitochondrial injury induced by venovenous extracorporeal membrane oxygenation (VV ECMO) in a healthy piglet model. Inflammation. 2013 Oct;36(5):1186-93.

30.  Messiaen P, Wensing AMJ, Fun A, Nijhuis M, Brusselaers N, Vandekerckhove L. Clinical Use of HIV Integrase Inhibitors: A Systematic Review and Meta-Analysis. PloS one. 2013 Jan 9;8(1).

31.  Elwood M. Forward projection - using critical appraisal in the design of studies. Int J Epidemiol. 2002 Oct;31(5):1071-3.

32.  Schroll JB, Moustgaard R, Gotzsche PC. Dealing with substantial heterogeneity in Cochrane reviews. Cross-sectional study. BMC medical research methodology. 2011;11:22.

33.  Higgins JPT, Thompson SG. Quantifying heterogeneity in a meta-analysis. Stat Med. 2002 Jun 15;21(11):1539-58.

34.  Chen JS, Ko WJ, Yu HY, Lai LP, Huang SC, Chi NH, et al. Analysis of the outcome for patients experiencing myocardial infarction and cardiopulmonary resuscitation refractory to conventional therapies necessitating extracorporeal life support rescue. Crit Care Med. 2006 Apr;34(4):950-7.

35.  Vincent JL, de Mendonca A, Cantraine F, Moreno R, Takala J, Suter PM, et al. Use of the SOFA score to assess the incidence of organ dysfunction/failure in intensive care units: results of a multicenter, prospective study. Working group on "sepsis-related problems" of the European Society of Intensive Care Medicine. Crit Care Med. 1998 Nov;26(11):1793-800.

36.  Magovern GJ, Jr., Simpson KA. Extracorporeal membrane oxygenation for adult cardiac support: the Allegheny experience. Ann Thorac Surg. 1999 Aug;68(2):655-61.

37.  Garcia JP, Kon ZN, Evans C, Wu Z, Iacono AT, McCormick B, et al. Ambulatory veno-venous extracorporeal membrane oxygenation: innovation and pitfalls. The Journal of thoracic and cardiovascular surgery. 2011 Oct;142(4):755-61.

38.  Sung K, Lee YT, Park PW, Park KH, Jun TG, Yang JH, et al. Improved survival after cardiac arrest using emergent autopriming percutaneous cardiopulmonary support. Ann Thorac Surg. 2006 Aug;82(2):651-6.

39.  Wigfield CH, Lindsey JD, Steffens TG, Edwards NM, Love RB. Early institution of extracorporeal membrane oxygenation for primary graft dysfunction after lung transplantation improves outcome. J Heart Lung Transplant. 2007 Apr;26(4):331-8.

40.  Pagani FD, Aaronson KD, Swaniker F, Bartlett RH. The use of extracorporeal life support in adult patients with primary cardiac failure as a bridge to implantable left ventricular assist device. Ann Thorac Surg. 2001 Mar;71(3 Suppl):S77-81; discussion S2-5.

41.  Luo XJ, Wang W, Hu SS, Sun HS, Gao HW, Long C, et al. Extracorporeal membrane oxygenation for treatment of cardiac failure in adult patients. Interactive cardiovascular and thoracic surgery. 2009 Aug;9(2):296-300.

42.  Combes A, Leprince P, Luyt CE, Bonnet N, Trouillet JL, Leger P, et al. Outcomes and long-term quality-of-life of patients supported by extracorporeal membrane oxygenation for refractory cardiogenic shock. Crit Care Med. 2008 May;36(5):1404-11.

43.  Vanzetto G, Akret C, Bach V, Barone G, Durand M, Chavanon O, et al. [Percutaneous extracorporeal life support in acute severe hemodynamic collapses: single centre experience in 100 consecutive patients]. The Canadian journal of cardiology. 2009 Jun;25(6):e179-86.

44.  Chen YC, Tsai FC, Chang CH, Lin CY, Jenq CC, Juan KC, et al. Prognosis of patients on extracorporeal membrane oxygenation: the impact of acute kidney injury on mortality. Ann Thorac Surg. 2011 Jan;91(1):137-42.

45.  Kim TH, Lim C, Park I, Kim DJ, Jung Y, Park KH. Prognosis in the patients with prolonged extracorporeal membrane oxygenation. The Korean journal of thoracic and cardiovascular surgery. 2012 Aug;45(4):236-41.

46.  Yan X, Jia S, Meng X, Dong P, Jia M, Wan J, et al. Acute kidney injury in adult postcardiotomy patients with extracorporeal membrane oxygenation: evaluation of the RIFLE classification and the Acute Kidney Injury Network criteria. Eur J Cardiothorac Surg. 2010 Feb;37(2):334-8.

47.  Chen YS, Yu HY, Huang SC, Chiu KM, Lin TY, Lai LP, et al. Experience and result of extracorporeal membrane oxygenation in treating fulminant myocarditis with shock: what mechanical support should be considered first? J Heart Lung Transplant. 2005 Jan;24(1):81-7.

48.  Chen YS, Ko WJ, Chi NH, Wu IH, Huang SC, Chen RJ, et al. Risk factor screening scale to optimize treatment for potential heart transplant candidates under extracorporeal membrane oxygenation. Am J Transplant. 2004 Nov;4(11):1818-25.

49.  Buckley E, Sidebotham D, McGeorge A, Roberts S, Allen SJ, Beca J. Extracorporeal membrane oxygenation for cardiorespiratory failure in four patients with pandemic H1N1 2009 influenza virus and secondary bacterial infection. Br J Anaesth. 2010 Mar;104(3):326-9.

50. Brechot N, Luyt CE, Schmidt M, Leprince P, Trouillet JL, Leger P, et al. Venoarterial extracorporeal membrane oxygenation support for refractory cardiovascular dysfunction during severe bacterial septic shock. Crit Care Med. 2013 Jul;41(7):1616-26.

51.  Kolla S, Awad SS, Rich PB, Schreiner RJ, Hirschl RB, Bartlett RH. Extracorporeal life support for 100 adult patients with severe respiratory failure. Annals of surgery. 1997 Oct;226(4):544-64; discussion 65-6.

52.  Cheng R, Hachamovitch R, Kittleson M, Patel J, Arabia F, Moriguchi J, et al. Complications of extracorporeal membrane oxygenation for treatment of cardiogenic shock and cardiac arrest: a meta-analysis of 1,866 adult patients. Ann Thorac Surg. 2014 Feb;97(2):610-6.

53.  Zangrillo A, Landoni G, Biondi-Zoccai G, Greco M, Greco T, Frati G, et al. A meta-analysis of complications and mortality of extracorporeal membrane oxygenation. Critical care and resuscitation : journal of the Australasian Academy of Critical Care Medicine. 2013 Sep;15(3):172-8.

54.  Park M, Azevedo LC, Mendes PV, Carvalho CR, Amato MB, Schettino GP, et al. First-year experience of a Brazilian tertiary medical center in supporting severely ill patients using extracorporeal membrane oxygenation. Clinics. 2012 Oct;67(10):1157-63.

55.  Hemmila MR, Rowe SA, Boules TN, Miskulin J, McGillicuddy JW, Schuerer DJ, et al. Extracorporeal life support for severe acute respiratory distress syndrome in adults. Annals of surgery. 2004 Oct;240(4):595-605; discussion -7.

56.  Chang WW, Tsai FC, Tsai TY, Chang CH, Jenq CC, Chang MY, et al. Predictors of mortality in patients successfully weaned from extracorporeal membrane oxygenation. PloS one. 2012;7(8):e42687.

57.  Lin CY, Chen YC, Tsai FC, Tian YC, Jenq CC, Fang JT, et al. RIFLE classification is predictive of short-term prognosis in critically ill patients with acute renal failure supported by extracorporeal membrane oxygenation. Nephrol Dial Transplant. 2006 Oct;21(10):2867-73.

58.  Mason DP, Boffa DJ, Murthy SC, Gildea TR, Budev MM, Mehta AC, et al. Extended use of extracorporeal membrane oxygenation after lung transplantation. The Journal of thoracic and cardiovascular surgery. 2006 Oct;132(4):954-60.

59.  Bagshaw SM, Uchino S, Kellum JA, Morimatsu H, Morgera S, Schetz M, et al. Association between renal replacement therapy in critically ill patients with severe acute kidney injury and mortality. Journal of critical care. 2013 Dec;28(6):1011-8.

60.  Bartlett RH, Roloff DW, Custer JR, Younger JG, Hirschl RB. Extracorporeal life support: the University of Michigan experience. JAMA. 2000 Feb 16;283(7):904-8.

61.  Cheng A, Sun HY, Lee CW, Ko WJ, Tsai PR, Chuang YC, et al. Survival of septic adults compared with nonseptic adults receiving extracorporeal membrane oxygenation for cardiopulmonary failure: a propensity-matched analysis. Journal of critical care. 2013 Aug;28(4):532 e1-10.

62.  Elsharkawy HA, Li L, Esa WA, Sessler DI, Bashour CA. Outcome in patients who require venoarterial extracorporeal membrane oxygenation support after cardiac surgery. J Cardiothorac Vasc Anesth. 2010 Dec;24(6):946-51.

63.  Fiser SM, Tribble CG, Kaza AK, Long SM, Zacour RK, Kern JA, et al. When to discontinue extracorporeal membrane oxygenation for postcardiotomy support. Ann Thorac Surg. 2001 Jan;71(1):210-4.

64.  Fortenberry JD, Meier AH, Pettignano R, Heard M, Chambliss CR, Wulkan M. Extracorporeal life support for posttraumatic acute respiratory distress syndrome at a children's medical center. Journal of pediatric surgery. 2003 Aug;38(8):1221-6.

65.  Hei F, Lou S, Li J, Yu K, Liu J, Feng Z, et al. Five-year results of 121 consecutive patients treated with extracorporeal membrane oxygenation at Fu Wai Hospital. Artif Organs. 2011 Jun;35(6):572-8.

66.  Kielstein JT, Heiden AM, Beutel G, Gottlieb J, Wiesner O, Hafer C, et al. Renal function and survival in 200 patients undergoing ECMO therapy. Nephrol Dial Transplant. 2013 Jan;28(1):86-90.

67.  Ko WJ, Lin CY, Chen RJ, Wang SS, Lin FY, Chen YS. Extracorporeal membrane oxygenation support for adult postcardiotomy cardiogenic shock. Ann Thorac Surg. 2002 Feb;73(2):538-45.

68.  Lan C, Tsai PR, Chen YS, Ko WJ. Prognostic factors for adult patients receiving extracorporeal membrane oxygenation as mechanical circulatory support--a 14-year experience at a medical center. Artif Organs. 2010 Feb;34(2):E59-64.

69.  Liu KS, Tsai FC, Huang YK, Wu MY, Chang YS, Chu JJ, et al. Extracorporeal life support: a simple and effective weapon for postcardiotomy right ventricular failure. Artif Organs. 2009 Jul;33(7):504-8.

70.  Maj G, De Bonis M, Pieri M, Melisurgo G, Pappalardo F. Extracorporeal life support for refractory cardiac arrest: what is a good outcome? Intensive care medicine. 2012 Dec;38(12):2083-5.

71.  Mendiratta P, Wei JY, Gomez A, Podrazik P, Riggs AT, Rycus P, et al. Cardiopulmonary resuscitation requiring extracorporeal membrane oxygenation in the elderly: a review of the Extracorporeal Life Support Organization registry. ASAIO journal. 2013 May-Jun;59(3):211-5.

72.  Michaels AJ, Schriener RJ, Kolla S, Awad SS, Rich PB, Reickert C, et al. Extracorporeal life support in pulmonary failure after trauma. The Journal of trauma. 1999 Apr;46(4):638-45.

73.  Oto T, Rosenfeldt F, Rowland M, Pick A, Rabinov M, Preovolos A, et al. Extracorporeal membrane oxygenation after lung transplantation: evolving technique improves outcomes. Ann Thorac Surg. 2004 Oct;78(4):1230-5.

74.  Pokersnik JA, Buda T, Bashour CA, Gonzalez-Stawinski GV. Have changes in ECMO technology impacted outcomes in adult patients developing postcardiotomy cardiogenic shock? Journal of cardiac surgery. 2012 Mar;27(2):246-52.

75.  Roch A, Lepaul-Ercole R, Grisoli D, Bessereau J, Brissy O, Castanier M, et al. Extracorporeal membrane oxygenation for severe influenza A (H1N1) acute respiratory distress syndrome: a prospective observational comparative study. Intensive care medicine. 2010 Nov;36(11):1899-905.

76.  Slottosch I, Liakopoulos O, Kuhn E, Deppe AC, Scherner M, Madershahian N, et al. Outcomes after peripheral extracorporeal membrane oxygenation therapy for postcardiotomy cardiogenic shock: a single-center experience. The Journal of surgical research. 2013 May;181(2):e47-55.

77.  Thiagarajan RR, Brogan TV, Scheurer MA, Laussen PC, Rycus PT, Bratton SL. Extracorporeal membrane oxygenation to support cardiopulmonary resuscitation in adults. Ann Thorac Surg. 2009 Mar;87(3):778-85.

78.  Unosawa S, Sezai A, Hata M, Nakata K, Yoshitake I, Wakui S, et al. Long-term outcomes of patients undergoing extracorporeal membrane oxygenation for refractory postcardiotomy cardiogenic shock. Surgery today. 2013 Mar;43(3):264-70.

79.  Wang JG, Han J, Jia YX, Zeng W, Hou XT, Meng X. Outcome of veno-arterial extracorporeal membrane oxygenation for patients undergoing valvular surgery. PloS one. 2013;8(5):e63924.

80.  Wu MY, Lin PJ, Tsai FC, Haung YK, Liu KS, Tsai FC. Impact of preexisting organ dysfunction on extracorporeal life support for non-postcardiotomy cardiopulmonary failure. Resuscitation. 2008 Oct;79(1):54-60.

{C}{C}{C}{C}

81.  Wu MY, Lee MY, Lin CC, Chang YS, Tsai FC, Lin PJ. Resuscitation of non-postcardiotomy cardiogenic shock or cardiac arrest with extracorporeal life support: the role of bridging to intervention. Resuscitation. 2012 Aug;83(8):976-81. 

Universiteit of Hogeschool
Geneeskunde
Publicatiejaar
2014
Kernwoorden
Share this on: