Our Heart as the Loneliest Hunter. A Close-Reading on Intimacy in The Heart is a Lonely Hunter by Carson McCullers.

Karen Verheyden
Persbericht

Our Heart as the Loneliest Hunter. A Close-Reading on Intimacy in The Heart is a Lonely Hunter by Carson McCullers.

Intimiteit in The Heart is a Lonely Hunter van Carson McCullers: de Heilige Graal?

“The eternal quest of the individual human being is to shatter his loneliness”

- Norman Cousins -

Volgens sommigen is eenzaamheid een element dat verzonken zit in de menselijke natuur. Het is iets waar de mens zich tegen verzet, echter zonder -langdurig- resultaat. In elk van ons schuilt dus een soort van Sisyphus, die steeds opnieuw de -bij voorbaat verloren- strijd aangaat tegen eenzaamheid.

Het fundamentele menselijke karakter van eenzaamheid is het uitgangspunt van het onderzoek naar dit thema in de roman The Heart is a Lonely Hunter geschreven door Carson McCullers.  De protagonist in dit werk is John Singer, een doofstomme man die samenleeft met de doofstomme Antonapoulos, ook wel ‘de Griek’ genoemd. Wanneer Antonapoulos naar een instelling gestuurd wordt, blijft Singer alleen achter. Vanaf dit moment beginnen vier dorpsgenoten hem hun belevenissen en hersenkronkels toe te vertrouwen. Menselijke relaties worden dus prominent naar voren gebracht in deze roman, waardoor een analyse zich opdringt.

Eenzaamheid an sich is echter een veelzijdig concept, en valt dus moeilijk te onderzoeken. Aangezien het terug valt te brengen naar een gebrek aan intimiteit, heb ik besloten om hierop te focussen. Ruth Sharabany beweert dat intieme relaties gebaseerd zijn op onder andere eerlijkheid en spontaniteit, een diepgaand gevoel van begrip, en zich kwetsbaar durven opstellen tegenover elkaar. Als overige indicatoren vermeldt zij verbondenheid, het unieke karakter van de relatie, gedeelde activiteiten en het delen met- en het helpen van elkaar. Daarbovenop worden onderling vertrouwen en loyaliteit samen als één element in haar lijst geplaatst. De relaties afgebeeld in de roman worden getoetst aan deze acht kenmerken, om te bepalen of deze wel of niet als intieme relaties beschouwd kunnen worden.

Singer en Antonapoulos hebben klaarblijkelijk allebei een andere opvatting van hun band. Met andere woorden, er is een onevenwicht in de intimiteit: wat de één als intiem en betekenisvol beschouwt, laat de ander vrijwel koud. Zo praat Singer bijvoorbeeld vaak tegen Antonapoulos, terwijl deze niet reageert of interesse toont. Bovendien betwijfelt Singer vaak of de Griek hem wel begrijpt, wat een diepgaand begrip tussen de twee meteen als weinig waarschijnlijk doet overkomen. Singer blijft echter hoopvol en houdt de eenzijdige intimiteit staande.

Dit onevenwicht komt terug in de relatie tussen Singer en zijn vier bezoekers. Hier ervaart Singer hun band als niet intiem, terwijl de vier dorpsbewoners hun vriendschap met de doofstomme man wel als uitzonderlijk en diepgaand beschouwen. Zij geloven allemaal dat hij -en enkel en alleen hij- hen echt doorgrondt, tot in het diepste van hun ziel. Maar hij begrijpt hoogstens wat ze letterlijk zeggen, en niet wat de dorpelingen nu eigenlijk echt bedoelen. Dit blijkt bijvoorbeeld uit Singer’s statement dat: “[h]e had agreed with each of them in turn, though what is was they wanted him to sanction he did not know”(158).

De  wederzijdse verbondenheid ontbreekt dus in de relatie tussen Singer en zijn bezoekers. Singer deelt het gevoel niet dat ze een speciale band hebben, terwijl zij echter blind lijken voor zijn onverschilligheid. Mick Kelly veronderstelt dat als Singer niet doofstom was geweest, hij haar in vertrouwen had genomen zoals zij hem: “if he could have talked he would have told her many things”(213). Dit idee wordt echter verpulverd door het feit dat hij technisch gezien kan praten, maar echter prefereert om het niet te doen. Hun zogezegd diepgaande verbondenheid wordt dus schromelijk overroepen door zijn bezoekers. Hij ziet hen louter als een afleiding, in afwachting tot zijn volgende bezoek aan Antonapoulos: “It was better to be with any person than to be too long alone”(181). Met deze uitspraak herleidt hij de vier dorpelingen tot een diversie, die bovendien ook nog eens makkelijk vervangbaar is: eenieders gezelschap is goed.

Ook tussen Singer’s bezoekers onderling is er interactie, maar deze blijkt evenmin intiem te zijn. Biff Brannon, de café-eigenaar, poogt een intieme band op te bouwen met tiener Mick Kelly, maar dit valt in het water door haar desinteresse en hostiliteit. Jake Blount en Benedict Copeland, de één een dronkenlap en de ander een dokter, delen hetzelfde antikapitalistische gedachtegoed waardoor een vriendschap tussen hen een mogelijkheid lijkt. Deze hoop valt echter aan stukken na een verhitte ruzie. Blount beseft -net te laat- dat zij, als gelijkgezinden, een vriendschappelijke band hadden kunnen opbouwen. Terwijl er dus voor deze personages een mogelijkheid tot intimiteit in hun kaarten ligt, laten ze deze kans aan zich voorbijgaan. De mogelijkheid op zich zorgt echter voor een sprankje hoop.

In alle relaties in deze roman komt een gebrek aan gedeelde inbreng en inzet sterk naar voren, wat als de oorzaak van het gebrek aan intimiteit gezien kan worden. In plaats van wederzijdse banden, manifesteert zich eerder een hiërarchie: Antonapoulos staat bovenaan, aanbeden door Singer als “My Only Friend”(188). Deze wordt op zijn beurt bewonderd door de vier dorpsbewoners, de laagst geplaatsten in deze piramide. In echte -wederzijdse- intieme relaties zou er maar één niveau bestaan. Er is dus een onevenwicht in de perceptie van hun relaties. Terwijl de één een relatie als intiem beschouwd, ziet de ander het helemaal niet als zodanig. Deze ongelijkheid gaat tegen het hele concept van intimiteit in, dat uiteraard gebaseerd is op wederkerigheid. Aan geen enkel element van Sharabany wordt door beide partijen voldaan. Bijgevolg kan geen enkele relatie in deze roman als intiem bestempeld worden, maar ze kunnen wel allemaal beschouwd worden als een ‘poging tot’.

De relaties geportretteerd in deze roman werpen een licht op hoe de mens met intimiteit omgaat. De personages volharden in hun zoektocht naar intimiteit, met als doel uiteindelijk hun eenzaamheid te doorbreken. Zelfs al lijkt intimiteit onmogelijk om te bereiken, de mens kan niet ingaan tegen zijn natuur. Hij zal onvermijdelijk zijn eeuwigdurende queeste voortzetten, een queeste met het doorbreken van eenzaamheid als Heilige Graal. 

Bibliografie

Boddy, Kasia. Introduction. The Heart is a Lonely Hunter. By Carson McCullers. London: Penguin Books, 2008. xi-xxviii. Print.

Brehm, Sharon S., Rowland S. Miller, Daniel Perlman, and Susan M. Campbell. Intimate Relationships. New York: McGraw-Hill, 2002. Print.

Jarski, Rosemarie. A Word from the Wise. Ebury Press, 2006. Print.

Lazare Mijuskovic, Ben. Loneliness in Philosophy, Psychology and Literature. Assen: Van Gorcum, 1979. Print.

Margulis, Stephen T., Valerian J. Derlega, and Barbara A. Winstead. “Implications of Social Psychological Concepts for a Theory of Loneliness”. Communication, Intimacy, and Close Relationships. Ed. Valerian J. Derlega. Orlando: Academic Press. Inc., 1984. Print.

McCullers, Carson. The Heart is a Lonely Hunter. London: Penguin Books, 2008. Print.

Sharabany, Ruth. “Continuities in the Development of Intimate Friendships: Object Relations, Interpersonal, and Attachment Perspectives”. Theoretical Frameworks for Personal Relationships. Ed. Ralph Erber and Robin Gilmour. Hillsdale: Lawrence Erlbaum Associates, Inc., 1994. 157-178. Print.

Whitt, Jan. The Exhiled Heir: An Introduction to Carson McCullers and Her Work. Reflections in a Critical Eye. Ed. Jan Whitt. Lanham: University Press of America, Inc., 2008. xii-xxxi. Print. 

Universiteit of Hogeschool
Bachelor of Arts in de Taal- en Letterkunde Engels - Spaans
Publicatiejaar
2014
Kernwoorden
Share this on: