Zijn adolescenten van overbeschermende ouders gelukkiger? Een studie naar de relatie tussen overbescherming, levensgeluk, narcisme en defensieve bescherming van het ego.

Eline Blommé
Persbericht

Zijn adolescenten van overbeschermende ouders gelukkiger? Een studie naar de relatie tussen overbescherming, levensgeluk, narcisme en defensieve bescherming van het ego.

Helikopterouders, hyperouders of overbeschermende ouders. Een genuanceerde visie.

“Ouders die hun kinderen overmatig aandacht geven, beschermen tegen beren op de weg en aan alle kanten hun cognitieve prestaties en sociaal-emotionele ontwikkeling proberen te sturen”. Het is slechts één van de vele omschrijvingen die overbeschermend ouderschap met zich meedraagt. Tegenwoordig wordt het fenomeen van overbescherming voornamelijk door de media onder de aandacht gebracht. Niet alleen omwille van de veronderstelde wijdverspreidheid binnen de gezinnen van vandaag. Vanuit alle hoeken worden overbeschermende ouders sterk bekritiseerd voor de negatieve impact op de ontwikkeling van het kind dat dit soort ouderschap met zich zou meebrengen. Zo wordt onder andere gesteld dat dergelijke opvoeding mee aan de basis zou liggen van het groeiende narcisme dat onze maatschappij van vandaag lijkt te typeren. Anderzijds lijkt men overbescherming mee verantwoordelijk te stellen voor de verminderde gevoelens van welbevinden die ‘de jeugd van tegenwoordig’ zou ervaren.

Wetenschappelijk onderzoek naar zowel overbescherming als de hiermee gepaard gaande gevolgen zijn echter beperkt. Mede hierdoor is op vlak van opvoeding een debat ontstaan met aan de ene kant een kamp dat overbescherming als uitermate negatief beschouwt, zoals onder andere de media, maar ook een beperkte groep die een meer optimistische visie aanhoudt. Deze laatsten veronderstellen dat een sterke ouderlijke verbonden- en betrokkenheid net positief is voor de ontwikkeling van het kind.

Ongetwijfeld heeft u zich als ouder al meerdere keren afgevraagd of u het wel goed doet in de opvoeding van uw kind wanneer u zoveel mogelijk zijn of haar pad probeert te effenen. En ook jij beste adolescent, vroeg zich wel eens af waar moeder mee bezig is toen ze voor de zoveelste keer aanbood om taxi te spelen na een geweldig feestje. Als meisje is het werkelijk not done om door het donker te fietsen. Of dit hier dan om overbescherming gaat, is wellicht de vraag die jullie zich nu stellen. Waarschijnlijk vragen jullie zich ook af wat dit soort opvoeding bij een adolescent teweegbrengt. Met mijn scriptie, waarin op verkennende wijze onderzoek gevoerd werd naar de betekenis en de invloed van overbescherming bij adolescenten, werd gepoogd hierop een antwoord te bieden.

ANGSTGEDREVEN VERSUS EGO-BETROKKEN OVERBESCHERMING

Het scriptieonderzoek baseert zich op een recente studie waarin twee onderzoekers argumenteerden voor het bestaan van twee soorten overbescherming, namelijk angstgedreven en egobetrokken overbescherming. Het eerste type lijkt voort te komen vanuit een ouderlijk gevoel van angst dat gepaard gaat met groei en ontwikkeling van het kind. De angstgedreven vorm zou vooral tot uiting komen in twee specifieke leeftijdsfases, de peutertijd en puberteit. Beide fases worden gekenmerkt door de mogelijkheid om op onderzoek te gaan en te experimenteren met grenzen. Een peuter leert zijn eigen willetje ontdekken en experimenteert met het woordje ‘neen’. In de tweede stap bouwt de adolescent autonomie op zodat die geleidelijk aan onafhankelijk van ouders beslissingen kan nemen en verantwoordelijkheid kan opnemen. Het gevaar bestaat dat ouders zich hierin te stug gaan opstellen en te dicht op de huid van hun kind gaan zitten. De ouderlijke bescherming of betrokkenheid staat dan niet meer in verhouding tot de ontwikkeling en de mogelijkheden van het kind. Ze maken zich overmatig zorgen om hun kind en willen het beschermen.

Een tweede en meer recente invalshoek waaruit overbescherming betekenis lijkt te krijgen, betreft het egobetrokken type waarin het zelfbeeld van het kind het uitgangspunt vormt. Egobetrokken overbeschermende ouders trachten het zelfbeeld van hun kind te beschermen en zelfs op te krikken, door de speciaalheid van hun kind alsmaar te benadrukken en hen steeds te geven wat ze willen.

Op basis van de gegevens van 581 adolescenten tussen 14 en 19 jaar en 386 moeders, via vragenlijsten verzameld, werd evidentie gevonden voor de twee onderscheiden vormen van overbescherming. Angstgedreven overbescherming lijkt voor moeders en adolescenten gekenmerkt te worden door ouderlijke angstige opvattingen met betrekking tot de ontwikkeling van het kind. Dit uit zich in een angstige opvoeding, voortijdige probleemoplossing, kinderachtig behandelen en een gebrek aan respect voor de persoonlijke levenssfeer. De egobetrokken vorm wordt voornamelijk omschreven in termen van overmatig complimenteren en faalervaringen van het kind toe te schrijven aan iets of iemand anders. Opvallend betreft het feit dat adolescenten voornamelijk de angstgedreven vorm als overbescherming beschouwen. Moeders maken eveneens een onderscheid, maar lijken in vergelijking met de adolescenten minder nuance te zien tussen beide vormen. Verder bleek dat de gemiddelde scores voor overbescherming zoals gerapporteerd door zowel moeders als adolescenten vrij laag zijn. Beide groepen geven hiermee aan relatief weinig overbescherming te ervaren of door te voeren in hun opvoeding. Ondanks de lage scores geven adolescenten aan zich meer overbeschermd te voelen in vergelijking met wat moeders aangeven. Er is met andere woorden sprake van een verschil in visie op overbescherming tussen moeders en adolescenten.

EFFECTEN VAN OVERBESCHERMING OP DE ONTWIKKELING VAN DE ADOLESCENT

Een belangrijk ondermijnend effect van angstgedreven overbescherming die voornamelijk door de media aan het licht gebracht wordt, betreft het verminderde welbevinden. Angst en depressieve klachten zouden vaker gepaard gaan met dergelijke opvoedingsstijl.

Logisch zou verondersteld kunnen worden dat egobetrokken overbescherming positief geassocieerd is met welbevinden. De algemeen bekende wijsheid stelt immers dat complimenteren een gunstige invloed heeft op het welbevinden van het kind. Meer complimenten zou leiden tot een beter zelfbeeld met meer levenstevredenheid en minder depressieve gevoelens. Hierbij moet echter de vraag gesteld worden of overmatig prijzen en ongegrond complimenteren net geen narcisme veroorzaakt.

Uit dit onderzoek bleken verbanden met mogelijke gevolgen van overbescherming enkel via de rapportering van adolescenten. Tussen beide vormen van overbescherming en het welbevinden van de adolescenten kon geen significante samenhang vastgesteld worden. Noch angstgedreven, noch egobetrokken overbescherming lijken bij te dragen tot meer, dan wel minder welbevinden. Voor narcisme geldt eenzelfde conclusie. Zowel het angstgedreven type als de egobetrokken vorm lijken niet te leiden tot een toename, dan wel een vermindering van narcisme.

CONCLUSIE

Ook al was het omwille van het onderzoeksopzet niet mogelijk om sterke oorzaak-gevolg uitspraken te doen, toch werd met deze scriptie een accuratere en meer genuanceerde kijk verkregen op de definiëring en de dynamiek van overbescherming. Het fenomeen blijkt niet zo vaak voor te komen als door de media wordt gesuggereerd en ook de vooropgestelde schadelijke gevolgen van overbescherming konden niet aangetoond worden. Op het eerste zicht lijkt het dus allemaal mee te vallen. Het mag wel duidelijk zijn dat meer (langdurig) onderzoek nodig is.

Bibliografie

Anderson, B. J., & Coyne, J. C. (1991). Miscarried helping in the families of children and adolescents with chronic diseases. In J. H. Johnson & S. B. Johnson (Eds.), Advances in child health psychology (pp. 167–177). Gainesville: University of Florida.

Auerbach, J.S. (1984). Validation of two scales for narcissistic personality disorders. Journal of Personality Assessment, 48(6), 649-653. doi: 10.1207/s15327752jpa4806_13

Back, M.D., Küfner, A.C.P., Dufner, M., Gerlach, T.M., Rauthmann, J.F., & Denissen, J.J.A. (2013). Narcissistic admiration and rivalry: Disentangling the bright and dark sides of narcissism. Journal of Personality and Social Psychology, 105(6), 1013-1037. doi: 10.1037/a0034431

Barber, B. K. (1996). Parental psychological control: Revisiting a neglected construct. Child Development, 67(6), 3296-3319. doi: 10.2307/1131780

Baumeister, R.F., & Vohs, K.D. (2001). Narcissism as addiction to esteem. Psychological Inquiry, 12(4), 206-210.

Baumrind, D. (1966). Effects of authoritative parental control on child behavior. Child Development, 37(4), 887-907. doi: 10.1111/j.1467-8624.1966.tb05416.x

Bayer, J.K., Sanson, A.V., & Hemphill, S.A. (2006). Parent influences on early childhood internalizing difficulties. Journal of Applied Developmental Psychology, 27(6), 542-559. doi: 10.1016/j.appdev.2006.08.002

Beck, U., Hajer, M.A., & van der Aart, I. (1997). De wereld als risicomaatschappij: essays over de ecologische crisis en de politiek van de vooruitgang. Amsterdam: De Balie.

Beyers, W., & Goossens, L. (2001). Developmental trajectories of emotional separation in early and middle adolescence: A latent growth curve approach. Part of Unpublished Doctoral Dissertation, K.U.Leuven, Belgium.

Blos, P. (1979). The adolescent passage. Madison, CT: International Universities Press.

Blum, R.W., Resnick, M.D., Nelson, R., & St Germaine, A. (1991). Family and Peer Issues Among Adolescents With Spina Bifida and Cerebral Palsy. Pediatrics, 88(2), 280-285.

Bouma, J., Rancher, A.V., Sanderman, R., & van Sonderen, E. (1995). Het meten van symptomen van depressie met de CES-D: een handleiding. Rijksuniversiteit Groningen: Noordelijk Centrum voor Gezondheidsvraagstukken.

Bradley, G.W. (1978). Self-serving biases in the attribution process: A reexamination of the fact or fiction question. Journal of Personality and Social Psychology, 36(1), 56-71. doi: 10.1037/ 0022-3514.36.1.56

Brown, G.W., Birley, J.L T., & Wing, J.K. (1972). Influence of family life on the course of schizophrenic disorders: A replication. British Journal of Psychiatry, 121(3), 241-258. doi: 10.1192/bjp.121.3.241

Brown, R.P., Budzek, K., & Tamborski, M. (2009). On the meaning and measure of narcissism. Personality and Social Psychology Bulletin, 35(7), 951-964. doi: 10.1177/0146167209335461

Brummelman, E., & Thomaes, S. (2010). Opvoeding en de ontwikkeling van grandioos en kwetsbaar narcisme: Een overzicht. Kind en Adolescent, 31(3), 116-130. doi: 10.1007/BF03089712

Brummelman, E., & Thomaes, S. (2011, mei 30). Ouders geloven in de kracht van complimenten. Oudersonline. Geraadpleegd op 5 mei, 2014 via http://www.ouders.nl/artikelen/ouders-geloven-in-de-kracht-van-complime…

Cabrera, N., Tamis-LeMonda, C.S., Bradley, R.H., Hofferth, S., & Lamb, M.E. (2003). Fatherhood in the twenty-first century. Child Development, 71(1), 127-136. doi: 10.1111/1467-8624.00126

Cain, N.M., Pincus, A.L., & Ansell, E.B. (2008). Narcissism at the crossroads: Phenotypic description of pathological narcissism across clinical theory, social/personality psychology, and psychiatric diagnosis. Clinical Psychology Review, 28(4), 638-656. doi: 10.1016/j.cpr.2007.09.006

California Task Force to Promote Self-Esteem and Personal and Social Responsibility (1990). Toward a state of esteem. Sacramento CA: California State Department of Education.

Ceulemans F. (2010, augustus 27). Weg met de hyperouder! [blogpost]. Geraadpleegd op 10 april, 2013 via http://weekend.knack.be/lifestyle/radar/supermama-blog/supermama-blog-f…

Champney, H. (1941). The measurement of parent behavior. Child Development, 12(2), 131-166. doi: 10.2307/1125346

Claeys, G. (2011). Geluk kan uw kinderen schaden. Wanneer ouders het te goed willen doen. DSWeekblad, 1(1), 36-40.

Corry, N., Merritt, R.D., Mrug, S., & Pamp, B. (2008). The factor structure of the narcissistic personality inventory. Journal of Personality Assessment, 90(6), 593-600. Doi: 10.1080/ 00223890802388590

Davies, W. H., Noll, R. B., DeStefano, L., Bukowski, W. M., & Kulkarni, R. (1991). Difference in the child-rearing practices of parents of children with cancer and controls: The perspectives of parents and professionals. Journal of Pediatric Psychology16(3), 295–306. doi: 10.1093/jpepsy/16.3.295

Day, R.D., & Padilla-Walker, L.M. (2009). Mother and father connectedness and involvement during early adolescence. Journal of Family Psychology, 23(6), 900-904. doi: 10.1037/a0016438

Deboes, T. (2013). Bemoeiziek, afwezig, overbezorgd. Klasse voor leraren, 239, 10-13.

Deeder, J., & Wuyts, D. (2013, maart 5). Zelfwaarde en de invloed van maatschappelijke verwachtingen. [blogpost]. Geraadpleegd op 28 april, 2014 via http://www.mensenkennis.be/klinische-psychologie/zelfwaarde-en-de-invlo…

De Gendt, T. (2012). Willen we het té goed doen? Psychologies Magazine, 21, 110-104. Geraadpleegd via http://www.psychologies.be/nl/_/familie/opvoeding/willen-we-het-te-goed…? category=80&pg=3

De Jong, W. (2011). Het verwende kind-syndroom: Jongens en meisjes verwaarloosd door verwenning. Huizen: Pica

De Wachter, D. (2012). Borderline Times: Het einde van de normaliteit. Tielt: Lannoo.

Dickinson, K.A., & Pincus, A.L. (2003). Interpersonal analysis of grandiose and vulnerable narcissism. Journal of Personality Disorders, 17(3), 188-207. doi: 10.1521/pedi.17.3.188.22146

Diener, E.D., Emmons, R.A., Larsen, R.J., & Griffin, S. (1985). The Satisfaction With Life Scale. Journal of personality assessment, 49(1), 71-75. doi: 10.1207/s15327752jpa4901_13

Dixon, H. (2013, 30 augustus). 'Helicopter parents’ creating a generation incapable of accepting failure. The Telegraph. Geraadpleegd op 28 juli, 2014 via http://www.telegraph.co.uk/ education/10277505/Helicopter-parents-creating-a-generation-incapable-of-accepting-failure.html

Donnellan, M.B., Trzesniewski, K.H., & Robins, R.W. (2009). An emerging epidemic of narcissism or much ado about nothing? Journal of Research in Personality, 43(3), 498-501. doi: 10.1016/j.jrp.2008.12.010

DuBois, D., & Tevendaele, H. (1999). Self-esteem in childhood and adolescence: Vaccine or epiphenomenon? Applied and Preventive Psychology, 8(2), 103-117. doi: 10.1016/S0962-1849(99)80002-X

Egan, V., Chan, S., & Shorter, G.W. (2014). The Dark Triad, happiness and subjective well-being. Personality and Individual Differences, 67, 17-22. doi: 10.1016/j.paid.2014.01.004

Ellis, H. (1898). Auto-eroticism: A psychological study. Alienist and Neurologist, 19(x), 260–299.

Emmons, R.A. (1984). Factor analysis and construct validity of the Narcissistic Personality Inventory. Journal of Personality Assessment, 48(3), 291-300. doi: 10.1207/s15327752jpa4803_11

Emmons, R.A. (1987). Narcissism: Theory and measurement. Journal of personality and social psychology, 52(1), 11-17. doi: 10.1037/0022-3514.52.1.11

Fingerman, K.L., Cheng, Y.P., Wesselmann, E.D., Zarit, S., Furstenberg, F., & Birditt, K.S. (2012). Helicopter Parents and Landing Kids: Intense Parental Support of Grown Children. Journal of Marriage and Family, 74(4), 880-896. doi: 10.1111/j.1741-3737.2012.00987.x

Fogteloo, M. (2009). Het basismateriaal is: kind. Minder opvoeding is beter. De Groene Amsterdammer, 15. Geraadpleegd via http://www.groene.nl/artikel/het-basismateriaal-is-kind

Foster, J.D., Campbell, W.K., & Twenge, J.M. (2003). Individual differences in narcissism: Inflated self-views across the lifespan and around the World. Journal of Research in Personality, 37(6), 469-486. doi: 10.1016/S0092-6566(03)00026-6

Fresco, D.M., Alloy, L.B., & Reilly-Harrington, N. (2006). Association of Attributional Style for Negative and Positive Events and the Occurrence of Life Events with Depression and Anxiety. Journal of social and clinical psychology, 25(10), 1140-1160. doi: 10.1521/jscp.2006.25.10.1140

Freud, S. (1914). On narcissism: An introduction. The Standard edition of the Complete Psychological Works of Sigmund Freud, 14, 74.

Gar, N.S., & Hudson, J.L. (2008). An examination of the interactions between mothers and children with anxiety disorders. Behavior Research and Therapy, 46(12), 1266-1274. doi: 10.1016/j.brat.2008.08.006

Geurts, E. (2010), Overbescherming, een vorm van kindermishandeling?. In J. van der Ploeg en R. de groot (Eds.), Kindermishandeling: een complex probleem. (pp. 89-106) Antwerpen / Apeldoorn, België/Nederland: Garant.

Gibbs, N. (2009). The growing backlash against overparenting. Time Magazine. Geraadpleegd via http://www.time.com/

Green, M., & Solnit, A.J. (1964). Reactions to the threatened loss of a child: a vulnerable child syndrome: Pediatric Management of the Dying Child, Part III. Pediatrics, 34(1), 58-66.

Grolnick, W.S., Kurowski, C.O., Dunlap, K.G., & Hevey, C. (2000). Parental resources and the transition to junior high. Journal of Research on Adolescence, 10(4), 465-488. doi: 10.1207/SJRA1004_05

Grolnick, W.S., & Seal, K. (2008). Pressured parents, stressed-out kids: Dealing with competition while raising a successful child. New York: Prometheus Books.

Hallum, A. (1995).  Disability and the transition to adulthood:  Issues for the disabled child, the family, and the pediatrician. Current Problems in Pediatrics. 25(1), 12-50. doi: 10.1016/S0045-9380(06)80013-7

Heider, F. (1958). The psychology of interpersonal relations. New York: Wiley.

Helikopterouder zorgt voor angstig kind (2012, augustus 20). Faqt. Geraadpleegd op 2 april, 2013 via http://www.faqt.nl/recent/helikopterouder-zorgt-voor-angstig-kind/

Holmbeck, G. N., Johnson, S. Z., Wills, K. E., McKernon, W., Rose, B., Erlkin, S., & Kemper, T. (2002). Observed and perceived parental overprotection in relation to psychosocial adjustment in preadolescents with a physical disability. The mediational role of behavioral autonomy. Journal of Consulting and Clinical Psychology, 70(1), 96-110. doi: 10.1037/0022-006X.70.1.96

Horton, R.S., & Tritch, T. (2014). Clarifying the Links Between Grandiose Narcissism and Parenting. The Journal of Psychology: Interdisciplinary and Applied, 148(2), 133-143. doi: 10.1080/ 00223980.2012.752337

Hullmann, S. E., Wolfe-Christensen, C., Meyer, W.H., McNall-Knapp, R., & Mullins R.R. (2010). The relationship between parental overprotection and health-related quality of life in pediatric cancer: the mediating role of perceived child vulnerability. Quality of Life Research, 19(9), 1373-1380. doi: 10.1007/s11136-010-9696-3

John, O.P., & Robins, R.W. (1994). Accuracy and bias in self-perception: Individual differences in self-enhancement and the role of narcissism. Journal of Personality and Social Psychology, 66(1), 206-219. doi: 10.1037/0022-3514.66.1.206

Kernberg, O.F. (1975). Borderline conditions and pathological narcissism. New York: Jason Aronson.

Kernis, M.H. (2003). Toward a conceptualization of optimal self-esteem. Psychological Inquiry, 14(1), 1-26. doi: 10.1207/S15327965PLI1401_01

Kins, E., Beyers, W., Soenens, B., & Vansteenkiste, M. (2009). Patterns of home leaving and subjective well-being in emerging adulthood: The role of motivational processes and parental autonomy support. Developmental Psychology, 45(5), 1416-1429. doi: 10.1037/a0015580

Kins, E., & Soenens, B. (2013, september). Generation me and its helicopter parents: a study on parental overprotection in adolescence. In Keijsers, L. (voorzitter) & Seiffge-Krenke, I. (panellid), Parent-child relationships in middle/late adolescence and emerging adulthood. Symposium van het 16th European Conference on Developmental Psychology, Lausanne, Switzerland.

Knee, C.R., & Zuckerman, M. (1996). Causality orientations and the disappearance of the self-serving bias. Journal of Research in Personality, 30(1), 76-87. doi: 10.1006/jrpe.1996.0005

Kohn, A. (1994). The truth about self-esteem. Phi Delta Kappan, 76(4), 272-283. doi: http://alfiekohn.org/articles.htm#education

Kohn, A. (2014). The Myth of the Spoiled Child: Challenging the Conventional Wisdom about Children and Parenting. Boston: Da Capo Press.

Kohut, T.A. (1971). The analysis of the self: A systematic approach to the psychoanalytic treatment of narcissistic personality disorders. New York: International Universities Press.

Kubarych, T.S., Deary, I.J., & Austin, E.J. (2004). The narcissistic personality inventory: Factor structure in a non-clinical sample. Personality and Individual Differences, 36(4), 857-827. doi: 10.1016/S0191-8869(03)00158-2

LeMoyne, T., & Buchanan, T. (2011). Does “hovering” matter? Helicopter parenting and its effect on well-being. Sociological Spectrum, 31(4), 399-418. doi: 10.1080/02732173.2011.574038

Levine M. (2006). The price of privilege. New York: HarperCollins

Levy, D.M. (1943). Maternal overprotection. New York: Columbia University Press.

Levy-Warren, M. H. (1999). I am, you are, and so are we: A current perspective on adolescents separation-individuation theory. In A. H. Esman, L. T. Flaherty, & H. A. Horowitz (Eds.), Adolescent psychiatry: Developmental and clinical studies (Vol. 24, pp. 3-24). Hillsdale, NJ: Analytic Press.

Mahler, M.S. (1972). On the first three subphases of the separation-individuation process. The International Journal of Psychoanalysis, 53(3), 333-338.

Marano, H.E. (2004, November 1). A nation of wimps: the high cost of invasive parenting. Geraadpleegd op 12 augustus, 2013 via http://www.psychologytoday.com/articles/ 200411/nation-wimps

McAnarney, E.R. (1985). Social maturation: A challenge for handicapped and chronically ill adolescents. Journal of Adolescent Health Care, 6(2), 90-101. doi: 10.1016/S0197-0070(85)80033-4

McLeod, B.D., Weisz, J.R., & Wood, J.J. (2007). Examining the association between parenting and childhood depression: A meta-analysis. Clinical Psychology Review, 27(8), 986-1003. doi: 10.1016/j.cpr.2007.03.001

Meyer, W.U., Mittag, W., & Engler, U. (1986). Some Effects of Praise and Blame on Perceived Ability and Affect. Social Cognition, 4(3), 293-308. doi: 10.1521/soco.1986.4.3.293

Mezulis, A.H., Abramson, L.Y., Hyde, J.S., & Hankin, B.L. (2004). Is There a Universal Positivity Bias in Attributions?: A Meta-Analytic Review of Individual, Developmental, and Cultural Differences in the Self-Serving Attributional Bias. Psychological Bulletin, 130(5), 711-747. doi: 10.1037/0033-2909.130.5.711

Miller, J.D., & Campbell, W.K. (2008). Comparing clinical and social-personality conceptualizations of narcissism. Journal of Personality, 76(3), 449-476. doi: 10.1111/j.1467-6494.2008.00492.x

Miller, D.T., & Ross, M. (1975). Self-serving biases in the attribution of causality: Fact or fiction? Psychological bulletin, 82(2), 213-225. doi: 10.1037/h0076486

Morf, C.C., & Rhodewalt, F. (2001). Unraveling the paradoxes of narcissism: A dynamic self-regulatory processing model. Psychological Inquiry, 12(4), 177-196. doi: 10.1207/S15327965PLI1204_1

Mullins, L.L., Fuemmeler, B.F., Hoff, A., Chaney, J.M., Van Pelt, J., & Ewing, C.A. (2004). The relationship of parental overprotection and perceived child vulnerability to depressive symptomotology in children with type 1 diabetes mellitus: The moderating influence of parenting stress. Children’s Health Care, 33(1), 21-34. doi: 10.1207/s15326888chc3301_2

Muris, P., Meesters, C., & van Brakel, A. (2003). Assessment of anxious rearing behaviors with a modified version of “Egna Minnen Beträffande Uppfostran” questionnaire for children. Journal of Psychopathology and Behavioral Assessment, 25(4), 229-237. doi: 10.1023/A:1025894928131

Muris, P., Steerneman, P., Merckelbach, H., & Meesters, C. (1996). The role of parental fearfulness and modeling in children’s fear. Behavior Research and Therapy, 34(3), 265-268. doi: 10.1016/0005-7967(95)00067-4

National Survey of Student Engagement. (2007). Experiences That Matter: enhancing Student Learning and Success – Annual Report 2007. Center for Postsecondary Research, Indiana University at Bloomington.

Nederlands Jeugdinstituut (2010). Perfectionistische ouders, kwetsbare kinderen? Overbescherming als teken van de tijd. Nederlands Jeugdinstituut. Geraadpleegd op 27 juli, 2014 via http://www.nji.nl/nl/(302321)-Themabericht-Perfectionistische-ouders,-k…

Nolen-Hoeksema, S., Grayson, C., & Larson, J. (1999). Explaining the gender difference in depressive symptoms. Journal of Personality and Social Psychology, 77(5), 1061-1072. doi: 10.1037/0022-3514.77.5.1061

Otway, L. J., & Vignoles, V. L. (2006). Narcissism and childhood recollections: A quantitative test of psychoanalytic predictions. Personality and Social Psychology Bulletin, 32(1), 104-116. doi: 10.1177/0146167205279907

Padilla-Walker, L.M., & Nelson, L.J. (2012). Black hawk down?: Establishing helicopter parenting as a distinct construct from other forms of parental control during emerging adulthood. Journal of Adolescence, 35(5), 1177-1190. doi: 10.1016/j.adolescence.2012.03.007

Parker, G. (1983). Parental overprotection: a risk factor in psychosocial development. New York: Grune and Stratton.

Parker, G., & Lipscombe, P. (1979). Parental overprotection and Asthma. Journal of Psychosomatic Research, 23(5), 295-299. doi: 10.1016/0022-3999(79)90034-5

Parker, G., Tupling, H., & Brown, L.B. (1979). Parental Bonding Instrument. British Journal of Medical Psychology, 52, 1-10.

Peron, J. (2012, August 6). Paranoid parents are a bigger threat to kids [blogpost]. Geraadpleegd op 28 maart, 2013 via http://www.huffingtonpost.com/james-peron/paranoid-parents-are-a-bi_b_1…

Perris, C., Jacobsson, L., Linndström, H., Von Knorring, L., & Perris, H. (1980). Development of a new inventory for assessing memories of parental rearing behaviour. Acta Psychiatrica Scandinavica, 61(4), 265-274. doi: 10.1111/j.1600-0447.1980.tb00581.x

Pincus, A.L., & Lukowitsky, M.R. (2010). Pathological narcissism and narcissistic personality disorder. Annual Review of Clinical Psychology, 6(1), 421-446. doi: 10.1146/annurev.clinpsy.121208. 131215

Pomerantz, E.M., Moorman, E.A., & Litwack, S.D. (2007). The how, whom and why of parents’ involvement in children’s academic lives: More is not always better. Review of Educational Research, 77(3), 373-410. doi: 10.3102/003465430305567

Pont, S. (2008, januari 10). Hyperouders maken zwakke kinderen. De Volkskrant. Geraadpleegd op 22 april, 2013 via http://www.volkskrant.nl/

Poulin, C., Hand, D., & Boudreau, B. (2005). Validity of a 12-item version of the CES-D used in the National Longitudinal Study of Children and Youth. Chronic Diseases in Canada, 26(2-3), 65-72. doi: http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/16251012

Radloff, L.S. (1977). The CES-D Scale: A self-report depression scale for research in the general population. Applied Psychological Measurement, 1(3), 385-401. doi: 10.1177/014662167700100306

Rapee, R.M. (1997). Potential role of childrearing practices in the development of anxiety and depression. Clinical Psychology Review, 17(1), 47-67. doi: 10.1016/S0272-7358(96)00040-2

Raskin, R.N., & Hall, C.S. (1979). A narcissistic personality inventory. Psychological Reports, 45(2), 590-590. doi: 10.2466/pr0.1979.45.2.590

Raskin, R.N., & Terry, H. (1988). A principal-components analysis of the Narcissistic Personality Inventory and further evidence of its construct validity. Journal of Personality and Social Psychology, 54(5), 890-902. doi: 10.1037/0022-3514.54.5.890

Roberts, B.W., Edmonds, G., & Grijalva, E. (2010). It is developmental me, not generation me: Developmental changes are more important than generational changes in narcissism – Commentary on Trzesniewski & Donnellan. Perspectives on Psychological Sciences, 5(1), 97-102. doi: 10.1177/1745691609357019

Roelofs, J., Meesters, C., ter Huurne, M., Bamelis, L., & Muris, P. (2006). On the links between attachment style, parental rearing behaviors, and internalizing and externalizing problems in non-clinical children. Journal of Child and Family Studies, 15(3), 319-332. doi: 10.1007/s10826-006-9025-1

Rose, P. (2002). The happy and unhappy faces of narcissism. Personality and Individual Differences, 33(3), 379-391. doi: 10.1016/S0191-8869(01)00162-3

Rubin, K.H., Nelson, L.J., Hastings, P., & Asendorpf, J. (1999). The transaction between parents' perceptions of their children's shyness and their parenting styles. International Journal of Behavioral Development, 23(4), 937-957. doi: 10.1080/016502599383612

Rutter, M. (1987). Psychosocial resilience and protective mechanisms. American Journal of Orthopsychiatry, 57(3), 316-331. doi: 10.1111/j.1939-0025.1987.tb03541.x

Ryan, R., & Deci, E.L. (2000). Self-Determination Theory and the Facilitation of Intrinsic Motivation, Social Development, and Well-Being. The American Psychologist, 55(1), 68-78. doi: 10.1037/0003-066X.55.1.68

Salmivalli, C. (2001). Feeling good about oneself, being bad to others? Remarks on self-esteem, hostility and aggressive behavior. Aggression and Violent Behavior, 6(4), 375-393. doi: 10.1016/S1359-1789(00)00012-4

Schaefer, E.S. (1965). Children’s reports of parental behavior: An inventory. Child Development, 36(2), 413-424. doi: 10.2307/1126465

Schiffrin, H.H., Liss, M., Miles-McLean, H., Geary, K.A., Erchull, M.J., & Tashner, T. (2014). Helping or hovering? The effects of helicopter parenting on college students’ well-being. Journal of Child and Family Studies, 23(3), 548-557. doi: 10.1007/s10826-013-9716-3

Sedikides, C., Rudich, E.A., Gregg, A.P., Kumashiro, M.,  & Rusbult, C. (2004). Are Normal Narcissists Psychologically Healthy?: Self-Esteem Matters. Journal of Personality and Social Psychology, 87(3), 400-416. doi: 10.1037/0022-3514.87.3.400

Segrin, C., Woszidlo, A., Givertz, M., Bauer, A., & Murphy, M.T. (2012). The association between overparenting, parent-child communication, and entitlement and adaptive traits in adult children. Family Relations, 61(2), 237-252. doi: 10.1111/j.1741-3729.2011.00689.x

Segrin, C., Woszidlo, A., Givertz M., & Montgomery, N. (2013). Parent and child traits associated with overparenting. Journal of Social and Clinical Psychology, 32(6), 569-595. doi: 10.1521/ jscp.2013.32.6.569

Smetana, J.G., Campione-Barr, N., & Daddis, C. (2004). Longitudinal development of family decision making: Defining healthy behavioral autonomy for middle-class African American adolescents. Child Development, 75(5), 1418-1834. doi: 10.1111/j.1467-8624.2004.00749.x

Sweeney, P.D., Anderson, K., & Bailey, S. (1986). Attributional style in depression: A meta-analytic review. Journal of personality and social psychology, 50(5), 974-991. doi: 10.1037//0022-3514.50.5.974

Thomaes, S., Bushman, B.J., Stegge, H., & Olthof, T. (2008). Trumping shame by blasts of noise: narcissism, self-esteem, shame, and aggression in young adolescents. Child Development, 79(6), 1792-1801. doi: 10.1111/j.1467-8624.2008.01226.x

Thomaes, S., & Stegge, H. (2007). Hoe narcisten tot bloei komen: Over gezonde en ongezonde zelfgevoelens bij kinderen en adolescenten. Kinder- en Jeugdpsychotherapie, 34(2), 24-37.

Thomasgard, M. (1998). Parental perceptions of child vulnerability, overprotection, and parental psychological characteristics. Child Psychiatry and Human Development, 28(4), 223-240. doi: 10.1023/A:1022631914576

Thomasgard, M., Metz, W.P., Edelbrock, C.P., & Shonkoff, J.P. (1995). Parent-child relationship disorders. Part 1. Parental overprotection and the development of the parent protection scale. Journal of Developmental and Behavioral Pediatrics, 16(4), 244-250. doi: 10.1097/00004703-199508000-00006

Trzesniewski, K.H., & Donnellan, M.B. (2010). Rethinking “Generation Me”: A study of cohort effects from 1976–2006. Perspectives on psychological science, 5(1), 58-75. doi: 10.1177/ 1745691609356789

Trzesniewski, K.H., Donnellan, M.B., & Robins, R.W. (2008). Is “Generation Me” really more narcissistic than previous generations? Journal of Personality, 76(4), 903-918. doi: 10.1111/j.1467-6494.2008.00508.x

Twenge, J.M. (2006). Generation me: Why today’s young Americans are more confident, assertive, entitled and more miserable than ever before. New York: Free Press.

Twenge, J.M., & Campbell, W.K. (2009). The narcissism epidemic: Living in the age of entitlement. New York: Free Press.

Twenge, J.M., & Foster, J.D. (2008). Mapping the scale of the narcissism epidemic: Increases in narcissism 2002–2007 within ethnic groups. Journal of Research in Personality, 42(6), 1619-1622. doi: 10.1016/j.jrp.2008.06.014

Twenge, J.M., Konrath, S., Foster, J.D., Campbell, W.K., & Bushman, B.J. (2008). Egos inflating over time: A cross-temporal meta-analysis of the narcissistic personality inventory. Journal of Personality, 76(4), 875-902. doi: 10.1111/j.1467-6494.2008.00507.x

Ungar, M. (2009). Overprotective parenting. Helping parents provide children the right amount of risk and responsibility. The American Journal of Family Therapy, 37(3), 258-271. doi: 10.1080/01926180802534247

Verhaeghe, P. (2012). Identiteit. Amsterdam: De Bezige Bij.

Weary, G. (1979). Self-serving attributional biases: Perceptual or response distortions? Journal of Personality and Social Psychology, 37(8), 1418-1420. doi: 10.1037/0022-3514.37.8.1418

Weissman, M.M., & Klerman, G.L. (1977). Sex differences in the epidemiology of depression. Archives of General Psychiatry, 34(1), 98-111. doi: 10.1001/archpsyc.1977.01770130100011

Whaley, S.E., Pinto, A., & Sigman, M. (1999). Characterizing interactions between anxious mothers and their children. Journal of Consulting and Clinical Psychology, 67(6), 826-836. doi: 10.1037/0022-006X.67.6.826

Wood, J.J., McLeod, B.D., Sigman, M., Hwang, W.C., & Chu, B.C. (2003). Parenting and childhood anxiety: theory, empirical findings, and future directions. Journal of Child Psychology and Psychiatry, 44(1), 134-151. doi: 10.1111/1469-7610.00106

Young-Eisendrath, P. (2008). The self-esteem trap: Raising confident and compassionate kids in an age of self-importance. New York: Little, Brown Book Group.

Zuckerman, M. (1979). Attribution of success and failure revisited, or: The motivational bias is alive and well in attribution theory. Journal of Personality, 45(2), 245-287. doi: 10.1111/j.1467-6494.1979.tb00202.x

Universiteit of Hogeschool
Master of science in de klinische psychologie - afstudeerrichting klinische psychologie
Publicatiejaar
2014
Kernwoorden
Share this on: