De koepel van de Saint-Paul-Saint-Louis in Parijs, een historische en structurele studie

Laurens Moubax Laurens Moubax
De koepel van de Saint-Paul-Saint-Louis in ParijsEen historisch en structureel onderzoekSinds zijn ontstaan heeft de mens de instinctieve behoefte zich te beschermen tegen externe invloeden van het klimaat en de natuur. De hutten van nomaden of de iglo’s van de eskimo’s tonen dat de koepel in vele beschavingen een fundamenteel element in de architectuur is.

De koepel van de Saint-Paul-Saint-Louis in Parijs, een historische en structurele studie

De koepel van de Saint-Paul-Saint-Louis in ParijsEen historisch en structureel onderzoek

Sinds zijn ontstaan heeft de mens de instinctieve behoefte zich te beschermen tegen externe invloeden van het klimaat en de natuur. De hutten van nomaden of de iglo’s van de eskimo’s tonen dat de koepel in vele beschavingen een fundamenteel element in de architectuur is. Naast deze functie van bescherming heeft de koepel doorheen de geschiedenis ook een specifieke symbolische waarde als statussymbool verworven, denk maar aan Michelangelo’s koepel van de Sint-Pietersbasiliek in Rome of Sir Christopher Wren’s ontwerp van de Saint-Paul’s Cathedral in Londen. Ook in de skyline van Parijs zijn vele koepels prominent aanwezig. De koepelbouw in deze stad kende een geheel eigen ontwikkeling in de 17e en 18e eeuw met als hoogtepunten de koepel van de Chapelle de la Sorbonne van Jacques Lemercier, de Dôme-des-Invalides van Jules-Hardouin Mansart en het Panthéon van Jacques-Germain Soufflot. Maar naast deze parels van de architectuurgeschiedenis liggen vaak meer kleinschalige en meer bescheiden projecten aan de basis van deze evolutie. Zo vormde de koepel van de huidige Saint-Paul-Saint-Louis van de rue St. Antoine, een voor die tijd opmerkelijke poging om een dergelijk uitdagende structuur te construeren met een overspanning van zo’n 12 meter. Het is dan ook interessant de historisch-maatschappelijke context en de bouwtechnische aspecten aan een onderzoek te onderwerpen.

De Saint-Paul-Saint-Louis: een ambitieus project

In 1625 besloten de Parijse jezuïeten een nieuw professiehuis op te richten dat kon voldoen aan de noden die gepaard gingen met hun toenemende populariteit en hun sterke maatschappelijke positie. Dit ambitieuze project met als orgelpunt de bouw van een nieuwe Eglise Saint-Louis (de huidige Saint-Paul-Saint-Louis) kreeg van meet af aan de koninklijke steun van Lodewijk XIII en van de befaamde kardinaal de Richelieu. De complexe hiërarchische structuur van de jezuïetenorde leidde ertoe dat de plannen van de kerk eerst ter goedkeuring naar Rome werden gestuurd. Het centrale Romeinse bestuur stelde broeder Etienne Martellange aan als uitvoerend architect wat in strijd was met de uitdrukkelijke wens van de Parijse jezuïeten die de eerder theoretisch georiënteerde priester François Derand prefereerden. Nadat de fundamenten en de aanzet van de muren onder zijn leiding werden voltooid, werd Martellange in 1629 door de Parijse religieuzen alsnog aan de kant geschoven ten voordele van Derand, die de gevel, tribunes en de volledige dakstructuur realiseerde. In de tijd van haar constructie was de koepel een markant en opvallend bewijs van de Rooms-katholieke aanwezigheid in een stad waar het protestantisme en jansenisme in niet geringe mate aan invloed wonnen. Hoe royaal de steun van prominente figuren uit de Franse geschiedenis en hoe geleerd verschillende jezuïeten ook waren, de uiteindelijke koepelstructuur vertoonde verschillende onconventionele eigenaardigheden.

Een opmerkelijke keuze: een houten koepel

In tegenstelling tot vele andere Italiaanse precedenten werd er in dit geval niet geopteerd voor een stenen koepel, wat meestal gebruikelijk was voor structuren van deze schaal, maar werd er één grote houten structuur ontworpen. Hoewel Derand zelf een uitmuntend expert was in de stereotomie (de kunst om stenen in een complexe vorm te kappen), is het waarschijnlijk een gebrek aan praktische ervaring en angst die aan de basis liggen voor deze keuze. Of Martellange wel een stenen koepel in gedachten had is niet met zekerheid vast te stellen, al moet gezegd worden dat ook hij ondanks zijn uitgebreide oeuvre slechts weinig ervaring had met koepels. Het gebruik van hout is steeds een constante geweest in de Franse architectuur waardoor het realiseren van een houten structuur voor de toenmalige architecten en timmerlui vermoedelijk een minder groot risico vormde. Toch vertoont de koepel een structuur die vanuit bouwtechnisch oogpunt vele vragen oproept. Het laat duidelijk zien dat architecten van die tijd niet vertrouwd waren met koepels van deze omvang en het dus ging om een voorzichtig aftasten van de mogelijkheden en limieten ervan. Met behulp van hedendaagse structurele analyses en modellen kan aangetoond worden dat vele houten elementen in de koepel geen directe functie vervullen wat duidt op de onwetendheid  en onervarenheid van de ontwerpers.

De persoonlijke relatie Derand – Martellange - Jousse

In 1627 schreef Mathurin Jousse ‘le théâtre de l’art de charpentier’ waarin verschillende houten constructies om een heldere, weliswaar schematische manier werden verduidelijkt en geïllustreerd. Naast talrijke dakspanten werden ook enkele kleine koepelstructuren zeer summier en pragmatisch uitgelegd. Een bepaalde afbeelding maakt duidelijk dat de structuur van de Saint-Paul-Saint-Louis geïnspireerd is op het werk van Jousse. Naast dit structurele verband tussen de illustratie van Jousse en de koepel is er het historische verband tussen Martellange, Derand en Jousse. Als leden van de jezuïetenorde en prominente bouwtechnici spreekt het voor zich dat Martellange en Derand in nauw contact met elkaar stonden al was hun onderlinge verhouding niet altijd van vriendschappelijke aard. Mathurin Jousse was geboren in La Flèche en was betrokken bij de constructie van het befaamde jezuïetencollege, uitgevoerd door Martellange. Derand studeerde in dit college en was hier in een latere fase actief als professor voor wie Jousse vermoedelijk verscheidene werktuigen maakte. De historische relatie legt een duidelijke kennisuitwisseling tussen deze figuren bloot. De gelijkenis tussen de koepel, begonnen in 1637, en de illustratie in het werk van Mathurin Jousse kan dus zowel structureel als historisch beargumenteerd worden. Het is dan ook dit verband tussen de concrete realisatie van de Saint-Paul-Saint-Louis en de praktische kennis van vakmensen als Jousse dat leidde tot een geheel eigen ontwikkeling van de Franse koepelbouw.

Ondanks het feit dat nog vele vragen gesteld kunnen worden in de context van koepelbouw in Frankrijk, geeft de studie van een concreet voorbeeld zoals de Saint-Paul-Saint-Louis een verhelderend beeld van de toenmalige kennis en onderlinge verbanden tussen bouwtraktaten en vakmensen. Hoewel deze structuren in de ogen van de moderne mens maar weinig fascinatie opwekken, zijn het deze projecten die architecturale genieën zoals Mansart en Soufflot inspireerden in hun ontwerp van grote, tot de verbeelding sprekende koepels die vandaag als de toeristische trekpleisters van Parijs bij het grote publiek bekend zijn.Laurens Moubax   

Bibliografie

bibliography

Archival sources

Dossier de restauration, Paris, Médiathèque de l’architecture et du patrimoine (Charenton – le – Pont), cote de conservation : 1997/018/0014, Département France ; Ile-de-France ; 75 ; Paris 04.

Plans par Jean-Paul Chauliat, Paris, Médiathèque de l’architecture et du patrimoine (CRMH), Cote de Conservation :1996/080/rouleaux, France ; Ile-de-France ; 75 ; Paris 04.

Dossier de restauration, Paris, Médiathèque de l’architecture et du patrimoine (Saint-Cyr), Cote de Conservation : 2007/007/0023, France ; Ile-de-France ; 75 ; Paris 04.

Literature

ADDIS, Bill, Building: 3000 years of Design Engineering and Construction, Phaidon, Londen, 2007.

AVRIL, Louis, Temples anciens et modernes ou observations historiques et critiques. – sur les plus celèbres monumens d’archtecture grecque et gothique, Meusier, Paris, 1774.

BABELON, Jean-Pierre, MIGNOT, Claude, François Mansart. – Le génie de l’architecture, Gallimard, Paris, 1998.

BALLON, Hilary, Louis Le Vau. – Mazarin’s Collège, Colbert’s Revenge, Princeton University Press, Princeton, 1999.

BLOND, Louis, La maison professe des Jésuites de la Rue Saint-Antoine à Paris, Editions Franciscaines, Paris, 1956.

BLONDEL, Jacques François, Architecture française ou recueil des plans, élévations, coupes et profiles, tome II, Jombert, Paris, 1752.

BLONDEL, Jacques François, Cours d’architecture ou traité de la décoration, distribution et construction des bâtiments, tome III, Veuve Desaint, Paris, 1772.

BLUNT, Anthony, Barok en rococo. – architectuur en decoratie,  (vertaling door A. Van Onck, 1978), Gaade, Amertongen, 1979.

BLUNT, Anthony, Art and architecture in France, Penguin Books, Middlesex, 1981 (11953).

BOUCHOT, Henri, “Notice sur la vie et les travaux d’Etienne Martellange, architecte des jésuites (1569-1641), d’après des documents inédits conservés au Cabinet des estampes de la Bibliothèque Nationale”, in: Bibliothèque de l’école des chartes, 1886, tome 47, pp. 17-52.

BRAHAM, Allan, SMITH, Peter, François Mansart, A. Zwemmer, Londen,1973

BRICE, Germain, Description de la ville de Paris et de tout ce qu’elle contient de plus remarquable, tome II, (4 vol.), Libraries associés, Paris, 1752.

BUSSAGLI, Marco, Rome. – Kunst en architectuur, (vertaling door Tandem Verslag GmbH van ‘Roma. – L’arte nei secoli’, 1999),h.f. Ullmann, Keulen, 2007 .

CERUTTI FUSCO, Annarosa, VILLANI, Marcello, “Pietro da Cortona’s domes between new experimentations and construction knowledge”, in: Proceedings of the first in international congress on construction history, Madrid, 20th- 24th May, 2003, pp. 579 – 591.

CHARVET, Leon, Architectes. – Notices biografiques et bibliografiques avec une table des édifices et la liste chronologique des noms, Bernaux et Cumin, Lyon, 1890, pp. 230-252.

CHANTELOU, Paul Fréart de, Journal du voyage du cavalier Bernin en France, Ludovic Lalanne, Paris, 1885.

CONSTANS, Martine, L’église Saint-Paul Saint-Louis de Paris, Editions de la Tournelle,Paris,  1977.

COWAN, H.J., “A History of Masonry and Concrete Domes in Building Construction”, in: Building Evironment, Pergamum Press, 1997, Great Britain, vol. 12, pp. 1 – 24.

COLLINS, Roger, Sleutelbewaarders. – De geschiedenis van het pausdom van Petrus tot Benedictus XVI, (vertaling door Titia Ram, David Orthel, Jean Schalekamp van ‘Keepers of the keys of heaven. A history of the papacy), Bert Bakker, Amsterdam, 2009.

DE JONGE, Krista, “Echanges architecturaux entre la France et les anciens Pays-Bas dans la domaine religieux: coupoles et dômes”, in: MAES, Gaëtane, BLANC, Jean (Eds), Les échanges artistique entre les anciens Pays-Bas et la France 1482 – 1812, Brepols, 2010, pp. 269-278.

DE JONGE, Krista, DE VOS, Annemie, SNAET, Joris, Bellissimi Ingegni, Grandissimo Splendore. - Studies over de religieuze architectuur in de Zuidelijk Nederlanden tijdens de 17de eeuw, Universitaire Pers Leuven, Leuven, 2000.

DE JONGE, Krista, SNAET, Joris, “Innovation and tradition in seventeenth- and early eighteenth-century vaulting techniques in the Southern Low Countries: A first assessment”, in: Proceedings of the third international congress on construction history, Brandenburg University of Technology Cottbus, Germany, 20th – 24th May 2009.

DE JONGE, Mia, Historische studie van de koepelbouw : semantische aspekten, (2. Vol.), (masterthesis), Jan Delrue (dir.), K.U.Leuven, Fakulteit Toegepaste Wetenschappen, Departement A.S.R.O., Leuven, 1986.

DE MENORVAL, Eugène, Les Jésuites de la rue Saint-Antoine. – L’église Saint-Paul-Saint-Louis et le Lycée Charlemagne, chez Auguste Aubry, Paris, 1872.

DE L’ORME, Philibert, Nouvelles inventions pour bien bastir, Frederique Morel, Paris, 1561.

DELATTRE, Pierre, Les établissements des Jésuites en France depuis quatre siècles 1540 – 1940, tome III, (5 vol.), De Meester, Wetteren, 1995.

DENEUX, Henri,  L’évolution des charpentes du XIe au XVIIIe siècle, Kadar, Paris, 1927.

DERAND, François, L’Architecture des voûtes ou l’art des traits et coupe des voûtes, Sebastien Cramoisy, Paris, 1643.

EMY, Armand Rose, Traité de l’art de la charpenterie, tome I, Carilian-Goeuvy, Paris, 1857

EVANS, Joan, Monastic architecture in France. – From the Renaissance to the Revolution, Hacker Art Books, New York, 1981.

FABRI, Ria, LOMBAERDE, Piet, “Architectural Treatises, Books and Prints in the Libaries of the Jesuits in Antwerp”, in: LOMBAERDE, Piet (ed.), Innovation and Experience in the Early Baroque in the Southern Netherlands. – The Case of the Jesuit Church in Antwerp, Architectura Moderna vol. 6, Brepols, Turnhout, 2008, pp. 187-200.

FEUILLARD, Nicolaï, “(1569 – 1641). – Etienne Martellange”, in: JOUVE, Jean-Pierre, 1804 – 2004 Le Lycée Charlemagne au Marais. – Ouvrage collectif publié à l’occasion du bicentenaire du lycée Charlemagne, Hafiba, Paris, 2004.

FISCHER, Heinz-Joachim, Rome . – 2500 jaar geschiedenis, kunst en cultuur van de Eeuwige Stad, (vertaling door Hans Hoogendoor, Pausanias T.C.T. van ‘Kunstreiseführer Rom’, 2011),ANWB, Den Haag, 2011.

FLETCHER, Banister, A history of architecture, Architectural Press, Oxford, 1996 (11794).

FOUQUERAY, Henri, Histoire de la Compagnie de Jésus en France. – des origines à la suppression (1528 – 1762), tome IV, (5 vol.) Bureaux des études, Paris, 1925.

FROIDEVAUX, Yves-Marie, Techniques de l’architecture ancienne. – Construction et restauration, Mardaga, Sprimont, 1986.

GADY, Alexandre, “De la Maison Professe des Jésuites au lycée Charlemagne. – Topografie et architecture”, in: JOUVE, Jean-Pierre, 1804 – 2004 Le Lycée Charlemagne au Marais. – Ouvrage collectif publié à l’occasion du bicentenaire du lycée Charlemagne, Hafiba, Paris, 2004.

GADY, Alexandre, Jacques Lemercier. – Architecte et ingénieur du Roi, Editions de la Maison des sciences de l’homme, Paris, 2005.

GADY, Alexandre, JULIEN, Pascal, “L’architecture jésuite en France: Etat de la question et perspectives de recherches”, in: ALVARO ZAMORA M., IBANEZ FERNANDEZ J., CRIADO MAINAR J., (Eds), La arquitectura jesuitica. Zaragosa: Institucion ‘Fernando el Catolo’ (C.S.I.C), 2012.

GOETHALS, Emile, Bogen – Gewelven – Koepels, Uitgaven Kunst van Bouwen, Brussel, s.d..

HASLINGHUIS, E. J., Bouwkundige termen. – Verklarend woordenboek der westerse architecturgeschiedenis, Bohn, Sheltema en Holkema, Antwerpen, 1986.

HAUTECOEUR, Louis, Mystique et archtitecture. – symbolisme du cercle et de la coupole, Picard, Paris, 1954.

HAUTECOEUR, Louis, Histoire de l’architecture classique en France. – tome premier III L’architecture sous Henri IV et Louis XIII. – La reconstruction de la France L’architecture religieuse, Picard, Paris, 1966.

HOFFSUMMER, Patrick, Les charpentes du XIe au XIXe siècle. – Typologie et évolution en France du Nord et en Belgique, Monum Editions du Patrimoine, Parijs, 2002.

JANSE, Herman, Houten Kappen in Nederland 1000 – 1940, Delftse Universitaire Pres, Delft, 1989.

JOUSSE, Mathurin, Le théâtre de l’art de charpentier, Georges Griveau, La Flèche, 1627.

JOUSSE, Mathurin, Le théâtre de l’art de charpentier, Georges Griveau, La Flèche, 1749 (11627).

KOSTOV, Spiro, A history of architecture. - settings and rituals, Oxford University Press, Oxford, 1985.

LANTINK, Frans Willem, KOCH, Jeroen, De pausen en de wereld. – geschiedenis van een instituut, Boom, Amsterdam, 2012.

LAUGIER, Marc-Antoine, Essai sur l’architecture, Duchesne, Paris, 1753.

LEWIS, Miles, Architectura. – Elementen en ontwikkeling van de Bouwkunst, (vertaling door Jan van de Westelaken en Margot Olijrhook voor Fontline van ‘Architectura: Elements of Architectual Style’, 2009), Uitgeverij Unieboek, 2009.

MAINSTONE, Rowland, Developments in Structural Form, Penguin, London, 1975.

MAINSTONE, Rowland, Structure in architecture. – History, design and innovation, Ashgate Variorum, Aldershot, 1999.

MALINGRE, Claude, Les Antiquitez de la ville de Paris, chez Pierre Rocolet, Paris, 1640.

MOISY, Pierre, ‘L’architecte François Derand, jésuite lorrain’, in : MOISY, Pierre, Revue d’histoire de l’Eglise de France. Tome 36, n°128, 1950.

MOISY, Pierre, Les églises des Jésuites de l’ancienne assistance de France, Institutum Historicum S.I., Rome, 1958.

NORWICH, John Julius, De pausen. – een geschiedenis, (vertaling door Roland Figel van ‘The popes. A history’ ), Bert Bakker, Amsterdam, 2011.

PEROUSE DE MONTCLOS, Jean-Marie, L’architecture à la française. – XVIe, XVIIe, XVIIIe siècles, Picard, Paris, 1982.

PEROUSE DE MONTCLOS, Jean-Marie, Histoire de l’architecture fraçaise. – De la Renaissance à la Révolution, Mengès, Paris, 1989.

PEROUSE DE MONTCLOS, Jean-Marie, De kunst van Parijs, (vertaling door L. Beukers et al. van Tandem Verslag GmbH van ‘L’art de Paris’), h.f.ullmann, Parijs, 2003 (12000).

PEROUSE DE MONTCLOS, Jean-Marie, “Le Père François Derand (1588/1591 – 1644)”, ”, in: JOUVE, Jean-Pierre, 1804 – 2004 Le Lycée Charlemagne au Marais. – Ouvrage collectif publié à l’occasion du bicentenaire du lycée Charlemagne, Hafiba, Paris, 2004.

PIAGNIOL DE LA FORCE, Jean Aimar, Description historique de la ville de Paris et ses environs, tome V, (8 vol.), Librairies associés, Paris, 1765.

QUAGLIARINI, Enrico, STAZI, Alessandro, D’ORAZIO, Marco,  “Evolution of the analysis criteria for wooden arch structures between the 16th and the 19th centrury”, in: Proceedings of the first in international congress on construction history, Madrid, 20th- 24th May, 2003, pp. 1657-1668.

REYMOND, Marcel, “l’art de la contre-reforme”, in: Revue des deux mondes, numéro juillet, IV, année 81, 1911, pp. 36-61.

RONDELET, Jean, L’art de batir, tome III, Firmin Didot frères, 1852.

SAUVAL, Henri, Histoire et recherche des antiquités de la ville de Paris, tome I, (3. Vol), Moette – Chardon, Paris, 1724.

SAUVAL, Henri, Histoire et recherche des antiquités de la ville de Paris, tome II, (3. Vol), Moette – Chardon, Paris, 1724.

SMITH, Gil R., Architectural diplomacy. – Rome and Paris in the late baroque, MIT Press, London, 1993.

STADE, Franz, Die Holzkonstruktionen, Westermann Druck Zwickau, Leipzig, 1989 (1 1904).

STYNEN, Tijl, Koepelstructuren in de Zuidelijke Nederlanden in de 17de en vroege 18de eeuw. – Analyse en onderzoek naar mogelijke Romeinse invloeden, (2. Vol.), (masterthesis), Krista De Jonge (dir.), K.U.Leuven, Afdeling Architectuur, Leuven, 2006.

TOMAN, Rolf, Barok. – Architectuur – beeldhouwkunst – schilderkunst, (vertaling door Jan Bert Kanon en Dirk de Rijk van ‘Die Kunst des Barok’, 2004), Ullmann en Könemann, Keulen, 2007.

TRACHTENBERG, Marvin, HYMAN, Isabelle, Architecture. – From prehistory to postmodernity, Prentice Hall, New Jersey, 2002 (11986).

TZONIS, Alexander, LEFAIVRE, Liane, Het architectonisch denken en andere architectuur-theoretische studies, (vertaling door SUN - Towards a Non-Oppressive Environment, 1972), SUN, Amsterdam, 2003.

VALLERY-RADOT, Jean, Le recueil de plans d’édifices de la compagnie de Jésus conservé à la Bibliothèque Nationale de Paris, Institutum Historicum S. I., Rome, 1960.

WITTKOWER, Rudolf,  JAFFE, Irma, Baroque Art: the Jesuit contribution, Fordham University Press, New York, 1972.

WITTKOWER, Rudolf, Grondslagen van de architectuur in het tijdperk van het humanisme, (vertaling door Kees van Dooren van ‘Architectural Principles in the Age of Humanism’), SUN, Londen, 1996 (1 1949).

WORTELBOER, Hans, Het instituut Rooms-Katholieke Kerk. – compleet overzicht, Eburon, Delft, 2008.

Website

LE BOEUF, François, “ Mathurin Jousse, maître serrurier à la Flèche et théoricien d’architecture (vers 1575-1645)”, In Situ [en ligne], 2001,  consulted on 29th of April 2015, http://insitu.revues.org/1104.

Universiteit of Hogeschool
Master in de ingenieuswetenschappen: architectuur
Publicatiejaar
2015
Deel deze scriptie