Is het faillissementsrecht in faling? Over de invloed van de remuneratie van de curator op bankruptcy governance.

Dennis Cardinaels
Money makes the world go round! Ook voor de curator?!Veronderstel – bij wijze van voorbeeld – dat Jef als aannemer een kleine EBVBA opgericht heeft waarin enkel hij enig aandeelhouder en bestuurder is. Wat is het gevolg ten aanzien van Jef indien hij gelden die toekomen aan zijn EBVBA ten nadele van de EBVBA bedrieglijk afroomt naar zijn privévermogen? Volgens het vennootschaps- en strafwetboek (hierna: W.Venn./Sw.) kan - materieel gezien - de aansprakelijkheid van Jef als bestuurder in het gedrang komen ex artikel 527-528 W.Venn. iuncto artikel 492bis Sw.

Is het faillissementsrecht in faling? Over de invloed van de remuneratie van de curator op bankruptcy governance.

Money makes the world go round! Ook voor de curator?!

Veronderstel – bij wijze van voorbeeld – dat Jef als aannemer een kleine EBVBA opgericht heeft waarin enkel hij enig aandeelhouder en bestuurder is. Wat is het gevolg ten aanzien van Jef indien hij gelden die toekomen aan zijn EBVBA ten nadele van de EBVBA bedrieglijk afroomt naar zijn privévermogen? Volgens het vennootschaps- en strafwetboek (hierna: W.Venn./Sw.) kan - materieel gezien - de aansprakelijkheid van Jef als bestuurder in het gedrang komen ex artikel 527-528 W.Venn. iuncto artikel 492bis Sw. Echter, om een geslaagde aansprakelijkheidsvordering in te stellen dient - formeel gezien - de algemene vergadering van de EBVBA hiertoe te besluiten. Jef is hier vrij zeker dat hij in hoedanigheid van aandeelhouder evenwel geen aansprakelijkheidsvordering gaat instellen tegen zichzelf in hoedanigheid van bestuurder. Kan Jef echter “op zijn twee oren blijven slapen”?

Deze problematiek die hier enigszins simplistisch wordt voorgesteld schetst een in de praktijk vaak voorkomend probleem waarbij bestuurders, met rugdekking van de (meerderheids)aandeelhouders in de algemene vergadering, vanuit eigen geldgewin de vennootschap ‘managen’ in strijd met de wet, haar statuten en/of het vennootschapsbelang. Hoeven zij evenwel bij ‘leven’ van de vennootschap niet te vrezen voor een aansprakelijkheidsvordering van de vennootschap, kan dit veranderen vanaf het moment dat de curator aan het roer van de boedelgemeenschap komt na faillissement van de vennootschap/onderneming. Vanuit zijn taak, als ‘bestuurder’ van de boedelgemeenschap, vanuit het boedelbelang een zo positief mogelijke vereffening te realiseren komt het immers aan hem toe immateriële activa (zoals aansprakelijkheidsvorderingen) te realiseren in het belang van de schuldeisers in de boedel. De curator zal evenwel maar aansprakelijkheidsvorderingen instellen én voeren in de mate hij ook effectief voor deze diensten vergoed wordt…

Uit dit laatste spanningsveld tussen de curator en de schuldeisers in de boedel, analoog aan het agency conflict tussen de aandeelhouders en de bestuurder(s) in een actieve vennootschap, is huidig onderzoek ontsproten. Hierbij wordt vanuit de nood(zaak) om boedelaansprakelijkheidsvorderingen te voeren, op basis van een rechtsvergelijkende en rechtseconomische analyse hoofdzakelijk toegespitst op de vraag (i) hoe de curator op dit moment vergoed wordt in België, (ii) waar het huidig vergoedingssysteem tekortschiet en (iii) hoe deze tekortkomingen weggewerkt/verbeterd (zouden) kunnen worden. Daar waar de eerste vraag eerder het Belgisch recht belicht, is het onderzoek ten aanzien van de volgende onderzoeksvragen schatplichtig aan het Nederlands, Engels, Australisch en Noord-Amerikaans recht alsmede het voornamelijk in de common law-traditie verankerd gebruik van rechtseconomie.

Gezien de curator naar Belgisch recht hoofdzakelijk vergoed wordt op basis van de gerealiseerde activa (boedelfinancieringsmodel) en er in beperkte omstandigheden slechts een geringe overheidsfinanciering plaatsvindt, leidt dit tot voor de schuldeisers in de boedel negatieve gevolgen. Aan de ene kant zal de curator, zeker bij negatieve boedels, onvoldoende geïncentiveerd worden om aansprakelijkheidsvorderingen in te stellen en aan de andere kant worden bestuurders/handelaars ertoe gedreven bij nakend faillissement zoveel mogelijk activa af te romen. Aldus maakt de huidige financieringswijze de vorderingsmogelijkheden van de boedel tegenover de gewezen bestuurders/handelaar(s) de facto louter theoretisch. De schuldeiser in de boedel – algemeen bevoorrechte schuldeisers, chirografaire en achtergestelde schuldeisers – blijven verstoken achter…

Deze pijnlijke vaststelling noopt aldus tot een herziening van huidige regelgeving. Daar waar in de rechtseconomische traditie geruime tijd verdedigd werd dat dit opgelost kon worden door louter de vergoeding af te laten hangen van de door de bestuurder/curator geleverde performantie, zetten modernere theorieën (managerial power approach) daarenboven in op een verhoogd controlebeleid. Hiermee zou opportunistisch gedrag van de bestuurder/curator, gedreven door de wens een zo hoog mogelijke vergoeding te krijgen, maximaal ingedijkt kunnen worden.

Concreet betekent dit dat wat het vergoedingsaspect betreft enerzijds via een vergoeding aan de curator van de met de aansprakelijkheidsvordering gepaard gaande transactiekosten het risico-avers karakter aan hem ontnomen dient te worden. Deze transactiekosten die in de verhouding tussen de schuldeisers in de boedel en de curator het karakter van agencykost hebben betreffen enerzijds de kosten die gepaard gaan met de instelling van de aansprakelijkheidsvordering (i.a. onderzoek, opstellen dagvaarding, kosten van neerlegging van dagvaarding, rolrechten, …) en anderzijds de kosten van uitvoering van de aansprakelijkheidsvordering (i.a. opstellen conclusies, pleidooien, uitvoerende maatregelen, …). In weerwil van diverse rechtsvergelijkende voorstellen (waaronder overheidsfinanciering, financiering door schuldeisers in de boedel zelf, overdracht van aansprakelijkheidsvorderingen, …) kan deze pecuniaire incentive verwezenlijkt worden via een curatorenfonds opgericht op basis van door oprichtende ondernemingen te betalen verwijderingsbijdragen de voorkeur. Dergelijk fonds kan immers voorzien in een vergoeding voor de volledige transactiekosten en is derhalve in tegenstelling tot overheidsfinanciering noch begrotingsgevoelig noch forfaitair. Er dient daarenboven geen rangorde doorbroken te worden teneinde de schuldeisers in de boedel te incentiveren en de curator kan in tegenstelling tot bij een overdracht zelf aan het ‘roer’ blijven van de uitvoering van de vordering. Door deze vergoeding als voorschot te beschouwen en een terugbetaling te stipuleren bij voldoende resterend actief wordt meteen het risico op insolvabiliteit van het fonds ingedijkt.

Vanuit de doelstelling het te ‘gretig’ instellen van aansprakelijkheidsvorderingen (t.g.v. het wegnemen van de risicofactoren) te vermijden/beperken dient anderzijds een verscherpte controle op het door de curator geleverd ‘bestuur’ van de boedelgemeenschap plaats te vinden door de schuldeisers in de boedel (desgevallend via oprichting van een schuldeiserscomité). Dergelijke controle valt uiteen in verhoogde inspraak- en informatierechten van deze schuldeisers voor, tijdens én na de vereffening teneinde enerzijds eenvoudiger te anticiperen op een zo positief mogelijke vereffening en anderzijds – indien noodzakelijk – eenvoudiger aanspraakrechten (e.g. strafrechtelijke en/of burgerlijke aansprakelijkheid curator, vervanging curator, aanstelling curator ad hoc, …) te kunnen laten gelden tegenover de curator. Deze controlerechten fungeren ten aanzien van de curator aldus als een bijkomende niet-pecuniaire incentive.

Besluitend kan gesteld worden dat de hervorming van het pay-setting proces (via een door een curatorenfonds te vergoeden voorschot van noodzakelijke transactiekosten) en een verhoogd controlebeleid dé twee lichtpunten vormen aan het einde van een donkere tunnel waarin maar weinig curatoren op basis van de huidige Belgische regelgeving geïncentiveerd worden een boedelaansprakelijkheidsvordering in te stellen, ook al zou dit in het belang van de boedelgemeenschap en bij afleiding de schuldeisers in de boedel zijn…

Bibliografie

BibliografieA. Wetgeving1) Belgisch recht

Burgerlijk WetboekBelgische FaillissementswetGerechtelijk WetboekHypotheekwetStrafwetboekWetboek van KoophandelWetboek van VennootschappenKoninklijk besluit van 26 oktober 2007 tot vaststelling van het tarief van de rechtsplegingsvergoeding bedoeld in artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek en tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van de artikelen 1 tot 13 van de wet van 21 april 2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten verbonden aan de bijstand van de advocaat.KB van 10 augustus 1998 houdende vaststelling van de regels en barema's tot bepaling van de kosten en het ereloon van de curatoren. 

2) Duits rechtInsolvenzOrdnung 

3) Engels rechtInsolvency ActInsolvency RulesSmall Business Enterprise and Employment Act 2015Technical Manual 

4) Nederlands rechtNederlandse faillissementswetRegeling van de Minister van Veiligheid en Justitie van 27 februari 2012, nr. 5725931/12, houdende regels voor de beoordeling van de gegrondheid van verzoeken van curatoren tot verstrekking van een voorschot en de grenzen waarbinnen zodanige verzoeken kunnen worden toegewezen (Garantstellingsregeling curatoren 2012), Staatscourant 2012, 5

5) Noord-Amerikaans rechtAmerikaanse Bankruptcy Code

B. Rechtspraak:

1) Belgisch recht

Cass. 28 november 2013, RABG 2014, 351 met noot SONCK, S.Cass. 25 januari 2013, RW 2012-13, 1584 met concl. VAN INGELGEM, A.Cass. 7 juni 2012, RW 2012-13, 544 met noot HELSEN, F.Cass. 26 april 2012, RW 2012-13, 944Cass. 23 februari 2012, TRV 2012, 319Cass. 17 november 2011, P&B 2012, 26Cass. 17 november 2011, Ius & Actores, 2012, 165Cass. 4 februari 2011, RW 2011-2012, 370 met noot VANANROYE, J.Cass. 10 januari 2011, P&B 2011, 192Cass. 10 december 2008, Pas. 2008, 2907Cass. 17 januari 2008 TBH 2008, 321Cass. 17 oktober 2008, Pas. 2008, 2276Cass. 17 oktober 2008, RABG 2009, 537Cass. 17 oktober 2008, JDSC 2010, 163Cass. 24 oktober 2002, Pas. 2002, 2026Cass. 24 oktober 2002, RW 2002-2003, 902 met concl. DUBRULLE, G.,Cass. 15 juni 2001, RW 2001-02, 842Cass. 19 oktober 1999, TRV 2000, 457 met noot VANANROYE, J.Cass. 5 december 1997, TBH 1998, 523 (Sepp-arrest);Cass. 2 maart 1995, Pas. 1995, I, 250 (Sefi-arrest);Cass. 2 mei 1994, Pas. 1994, 429Cass. 16 juni 1988, RCJB 1990, 44 met noot VEROUGSTRAETE, I..Cass. 17 oktober 1986, Arr. Cass. 1986-87, 217Cass. 17 oktober 1986, Pas. 1987, I, 200Cass. 17 oktober 1986, RW 1986-87, 1033Cass. 17 oktober 1986, R.C.J.B. 1988, 327 met noot DE VROEDE, P.Cass. 6 mei 1983, RCJB, 1986, 712 met noot GÉRARD, P.Cass. 6 mei 1983, ArrCass. 1982-83, 1108;Cass. 19 november 1982, ArrCass. 1983, 373Cass. 26 februari 1981, RW 1981-1982, 2836Cass. 12 februari 1981, Pas. 1981, I, 639 (het Unac-arrest);Cass. 8 maart 1965, Pas. 1965, I, 684Cass. 1 juni 1876, Pas. 1878, I, 221Antwerpen, 27 februari 2012, NJW 2012, 644Antwerpen, 27 februari 2012, TBH 2013 796 met noot BERCKMANS, C.;Antwerpen, 27 februari 2012 RABG 2012, 756 met noot VANLERSBERGHE, P.Antwerpen, 20 december 2001, RW 2002-03, 708Antwerpen, 12 december 1983, TBH 1984, 529Bergen, 9 september 2013, JLMB 2014, 1607Bergen 11 januari 2013, JLMB 2013, 1745Bergen, 23 oktober 2006, TBH 2007, 600Bergen, 20 februari 2003, JLMB 2004, 73Bergen, 6 november 1989, TBH, 1990, 977Bergen, 16 februari 1981, Pas. 1981, 61Brussel, 13 maart 2012, DAOR 2012, 305Brussel, 21 april 2010, RPS 2013, 115 met noot COIPEL, C.Brussel, 15 maart 2001, TBH 2001, 51 met noot PARIJS, R.Brussel 25 januari 1990, TBH 1990, 888;Gent 25 juni 2012, TGR-TWVR 2012, 335Gent, 18 april 2002, TRV 2002, 255Gent 8 december 2010, TBH 2011, 265Gent, 24 juni 2009, TGR-TWVR 2011, 212Gent 28 februari 2008, P&B 2009, 141Gent, 5 februari 1986, TBH 1989, 602Luik, 14 februari 2006, JLMB 2006, 829Luik, 7 april 1982, TBH 1983, 266;Arbrb. Gent, 27 april 1987, RW 1987-1988, 749;Kh. Brugge, 10 mei 2010, RW 2012-13, 349 Kh. Brussel, 8 december 1999, DAOR 2000, 14Kh. Charleroi, 2 september 1998, JLMB 1999, 987Kh. Charleroi, 2 september 1998, TBH 2000, 635 met noot VOGLET, B.Kh. Gent, 19 juni 1987, JL 1989, 603Kh. Ieper, 17 mei 1999, TRV 1999, 534Kh. Luik, 3 december 1986, JLMB 1987, 1377.Kh. Namen, 20 oktober 1987, Rev.Not.B. 1990, 656;Kh. Nijvel, 6 juni 1997, JLMB 1997, 1223;Rb. Brussel 23 januari 1895, JLMB 2011, 1354Rb. Luik 10 oktober 2001, JLMB 2002, 120Rb. Namen 27 februari 1877, JLMB 2011, 1353Vz. Kh. Gent 26 januari 1998, TBH 1998, 122Vred. Sint-Jans-Molenbeek, 14 maart 1989, JT 1989, 384

2) Engels recht

Brook v Reed [2011] EWCA Civ 331

Moore Stephens v Stone Rolls Ltd [2009] 3 WLR, 455

Moore Stephens v Stone Rolls Ltd [2009] UKHL, 39; [2009] Bus LR 1356

Re Prestige Grinding Ltd [2006] B.C.C. 421

Buchler v Talbot [2004] UKHL 9

Lewis v IRC Comrs [2001] 2 BCLC 392

Katz & Ors v McNally & Ors [1997] BCC 784;UTSA Pty Ltd v. UltraTune Australia Pty Ltd [1996] 14 ACLC 1262

Re Tony Rowse NMC Ltd v M.E. Mann QC, [1996] B.C.C. 196

Grovewood Holdings Plc v James Capel & Co Ltd, [1995], B.C.C. 760

Re Oasis Merchandising Services Ltd. [1995] B.C.C. 911

3) Nederlands recht

HR 16 september 2005, NJ 2006, 311HR 21 december 2001, NJ 2005, 95 (Lunderstädt vs. De Kok)HR 21 december 2001, NJ 2005, 96 (Sobi vs. Hurks II);HR 14 juni 1991, NJ 1991, 630;HR 27 mei 1988, NJ 1988, 964Rb. Haarlem, 15 januari 2007, JOR 2007, 59

C. Rechtsleer:

1) Doctrinaal wetgevende initiatieven

Uncitral Legislative Guide on Insolvency Law part one and two (25 juni 2004), UN Doc.  E.05.V.10, (2005)

2) Boeken:

i) Algemene literatuur (m.i.v. rechtseconomie)

ALLEN, W.A., International Liquidity and the Financial Crisis, Cambridge, Cambridge University Press, 2013, 255p.

BEBCHUK, L.A.en FRIED, J.M., “Pay without performance: overview of the issues”, in KIEFF, F.S. en PAREDES, T.A., Perspectives on Corporate Governance, Cambridge, Cambridge University Press, 2010, 479p.

BEBCHUK, L. en FRIED, J., Pay without performance: the unfulfilled promise of executive compensation, Cambridge, Massachusetts en London, Harvard University Press, 2004, 278p.

BOURGEOIS, G., Inleiding tot de rechtsvergelijking, Antwerpen, Kluwer rechtswetenschappen, 1998, 184p.

COOTER, R. en ULEN, T, .Law and economics, Addison-Wesley, The Pearson series in economics 2014, 538p.

DECOSTER, A., BERLAGE, L., DE GRAUWE, P., EYCKMANS, J., GOOS, M., SCHOKKAERT, E., VAN CAYSEELE, P., VERBOVEN, F. en WATTEYNE, A., Economie : een inleiding, Leuven, Universitaire Pers Leuven, 911p.

EASTERBROOK, F.H. en FISCHEL, D.R., The economic structure of corporate law, Harvard, Harvard University Press, 1991, 370p.

FISHER, R. en URY, W., Getting to yes: negotiating an agreement without giving in, London, Random House Business Books, 2012, 204p.

GEORGAKOPOULIS, N.L., Principles and methods of Law and Economics: basic tools for normative reasoning, Cambridge, Cambridge University Press, 2005, 378p.

Graydon, studie, 3 maart 2014, Faillissementen januari-februari 2014, https://graydon.be/uploads/files/140303%20FaillissementenNL.pdf, 12

KIEFF, F.S. en PAREDES, T.A., Perspectives on Corporate Governance, Cambridge, Cambridge University Press, 2010, 479p.

MACEY, J.R., Corporate governance : promises kept, promises broken, Princeton-Oxford, Princeton University Press, 2008, 334p.

MATTEI, U., Comparative Law and Economics, Michigan, The University of Michigan Press, 1997, 266p.

MONKS, R.A.G. en MINOW, N., Corporate Governance, West-Sussex, John Wiley & Sons Ltd, 2011, 512p.

OPPETIT, B., “Droit et économie” in F. Terré, Archives de philosophie du droit tome 37 : droit et économie, Parijs, Sirey 1992, 398p. 

ROBBINS, S.P. en COULTER, M., Management, Harlow-Essex, Pearson Education Limited, 2014, 720p.

SMITH, R.C. en WALTER, I., Governing the modern corporation: capital markets, corporate control and economic performance, New York, Oxford University Press, 2007, 322p.

ZWEIGERT, K. en KÖTZ, H., Introduction to comparative law, Oxford, Clarendon Press, 1998, 714p.

ii) Belgisch recht

BOSSUYT, A., “De curator als procespartij”, in X, Faillissement en reorganisatie, Mechelen, Kluwer, 2009, 7

BRAECKMANS, H., DIRIX, E., STORME, M.E., TILLEMAN, B. en VANMEENEN, M. (eds.) Curatoren en vereffenaars: actuele ontwikkelingen III, Antwerpen-Cambridge, Intersentia 2012, 560p.

BYTTEBIER, K., DE BATSELIER, E. en JANSSENS, E., Faillissement en Gerechtelijk Akkoord herbekeken, Antwerpen-Apeldoorn, Maklu, 2004, 245p.

CLOTTENS, C., Proportionaliteit van stemrecht en risico in kapitaalvennootschappen, Antwerpen, Biblo, 2012, 545p.

COOLS, S., De verdeling van beslissingsbevoegdheden tussen de algemene vergadering en raad van bestuur in de NV, proefschrift ingediend met oog op het verkrijgen van de graad van Doctor in de Rechten, 2014, 651p.

CORNELIS, L., “Persoonlijk : over schade en de aansprakelijkheidsvordering van de curator”, in BERNAUW, K., JACQUES HERBOTS, H., COUSY, H. en STIJNS, S., Liber Amicorum Yvette Merchiers, Brugge, Die Keure, 2001, 1030p.

CLOQUET, A., Les novelles: droit commercial tome IV : les concordats et la faillite, Brussel, Maison Ferdinand Larcier, 1985, 870p.

DE MAREZ, D., De afgeleide schade van aandeelhouders van een naamloze vennootschap: onderzoek naar het bestaan van een eigen vorderingsrecht van individuele aandeelhouders voor de via het vermogen van een naamloze vennootschap geleden schade, proefschrift ingediend met het oog op het behalen van de academische graad van doctor in de rechten aan de Katholieke Universiteit Leuven, Onuitg. Leuven, 2004,  500p.DE PAGE, H., Traité Elémentaire de droit civil Belge, Brussel, Bruylant, 1964, II, 1167p.

DE WILDE, A., Boedelschulden in het insolventierecht, Antwerpen-Oxford, Intersentia, 2005, 408p.

DE WULF, H., LEVRAU, A., MEEUS, D., VAN DEN BERGHE, L., VAN DER ELST, C., VERBEKE, L.H. en WYMEERSCH, E., Corporate Governance: het Belgisch perspectief, Antwerpen-Groningen, Intersentia Rechtswetenschappen, 1998, 244p.

DEKKERS, R., VERBEKE, A.L., CARETTE, N. en VANHOVE, K., Handboek Burgerlijk Recht: Deel III : verbintenissen, bewijsleer en gebruikelijke contracten, Antwerpen, Intersentia, 2007, 892p.

DESEYNE, P., VANDENBROUCKE, L., DECLERQ, J. en DE FLEUR, B., Vademecum voor de rechter-commissaris met een softwareprogramma voor de opvolging van de faillissementsafwikkeling, Kortrijk-Heule, Uitgeverij UGA, 2011, 700p.

DIRIX, E., “De bewindvoerder in het insolventierecht” in Liber Amicorum Walter Van Gerven, Deurne, Kluwer, 2000, 600p.

FRANÇOIS, A., Het vennootschapsbelang in het Belgische vennootschapsrecht : inhoud en grondslagen, Antwerpen-Groningen, Intersentia Rechtswetenschappen, 1999, 795p.

GEENS, K., De nieuwe vennootschapswetten van 7 en 13 april 1995, Kalmthout, Biblo, 1995, 372p. 

GEENS, K. en VAN OMMESLAGHE, P., “De organisatie van het stelsel van de personenvennootschappen”, in BRAECKMANS, H., CAPRASSE, O., DE CORDT, Y., DE WULF, H., DIEUX, X., FORIERS, P.A., FRANÇOIS, A., GEENS, K., HELLEMANS, F., HORSMANS, G., MARESCEAU, K., NELISSEN GRADE, J.M., VAN OMMESLAGHE, P. en WYCKAERT, M., De modernisering van het vennootschapsrecht : op initiatief van het Belgisch centrum van het vennootschapsrecht, Brussel, Larcier, 2014, 268p.

GEENS, K. “Over corporate governance, aandeelhoudersstructuren en vennootschapsrecht”, in Knelpunten van dertig jaar vennootschapsrecht, Kalmthout, Biblo, 1998, 780p.

JEHASSE, P., Manuel de liquidation, Mechelen, Wolters Kluwer, 2007, 776p.

LAENENS, J., BROEKX, K., SCHEERS, D. en THIRRIAR, P., Handboek Gerechtelijk Recht, Antwerpen-Cambridge, Intersentia, 2012, 853p.LAURENT, F., Principes de droit civil, Brussel, Bruylant, 1878, XX, 746p.

LEMAL, M., Pratique du droit: les effets de la faillite sur les personnes, Waterloo, Wolters Kluwer, 2012, 188p.

MAES, B., Inleiding tot het burgerlijk procesrecht, Brugge, Die Keure, 2008, 294p.

MAILLEUX, B., “Het actief van een faillissement: algemeen”, in BRAECKMANS, H., DE TANDT, F.,. DIRIX, E, VAN CAMP, E. en LYSENS, T., Faillissement en reorganisatie, Mechelen, Kluwer, 2012, II.G.10-20

OLAERTS, M., Vennootschappelijke beleidsbepaling in geval van financiële moeilijkheden; de positie van bestuurders en aandeelhouders, Antwerpen-Oxford, Intersentia, 2007, 441p.

SAGAERT, V., “Zaakwaarneming” in X, Bijzondere overeenkomsten: artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, IV, Commentaar verbintenissenrecht, Comm.Bijz.Ov. 2004, 15;

SOENS, P., “Stopzetting van een vennootschap- het faillissement” in VAN OEVELEN, A., ERNST, P., FRANÇOIS, A. en VAN PASSEL, M. (eds.), Bestendig handboek Vennootschap & Aansprakelijkheid, Mechelen, Kluwer, 2001, IV, 2dln., 2000p.

STORME, M.E., Zekerheden- en insolventierecht Deel II en v., Gent-Mariakerke 2013, 1175p. (www.storme.be);

STORME, M.E., Vertegenwoordiging, lastgeving, kwaliteitsrekening en aanverwante rechtsfiguren: syllabus ten behoeve van het vak notarieel zaken- en contractenrecht, Gent-Mariakerke, 2009-2010, 77p., raadpleegbaar op de website : https://www.law.kuleuven.be/personal/mstorme/ZCR-lastgeving.pdf;

‘T KINT, F. en DERIJCKE, W., La faillite, Brussel, De Boeck & Larcier, 2006, 439p.

TILQUIN, T. en SIMONART, V., Traité des sociétés : Tome 2, Diegem, Kluwer, 1997, 399p.

VAN CAMP, E.en MERTENS, I., Faillissementswet anno 2008, Mechelen, Wolters Kluwers, 2008, 455p.

VAN DEN BERGHE, L., DE WULF, H. en HAMER, P., Corporate Governance: Comment optimiser votre conseil d’administration, Editions Kluwer, 2003, 244p.

VANDER MEULEN, B. en VERCRUYSSE, D., Praktische gids voor faillissementscuratoren, Mechelen, Kluwer, 2007, 679p.VAN GERVEN, W. en COVEMAEKER, S., Verbintenissenrecht, Leuven-Den Haag, Acco, 2006, 719p.

VAN OMMESLAGHE, P., “le droit commun de la société et la société de droit commun”, in FORIERS, P.A eds. Aspects récents du droit des contrats, éditions du jeune barreau de Bruxelles, Brussel 2001, 341p.

VAN ORSHOVEN, P., BOES, M. en ALLEMEERSCH, B., Tussen gelijk hebben en gelijk krijgen, Leuven, Acco, 2011, 485p.

VANANROYE, J., “Curator, individuele schuldeiser en bestuursaansprakelijkheid”, in BRAECKMANS, H., COUSY, H., DIRIX, E., TILLEMAN, B.en VANMEENEN, M. (eds.), Curatoren en vereffenaars: actuele ontwikkelingen, Antwerpen-Oxford, Intersentia, 2006, 1029p.

VANANROYE, J., Onverdeelde boedel en rechtspersoon, Antwerpen, Biblo, 2014, 365p.

VANANROYE, J., De Civielrechtelijke aansprakelijkheids van een curator: tanden zonder tijger? in SAMOY, I. en JURA FALCONIS, Professionele aansprakelijkheid, Antwerpen, Intersentia, 2015, 166p.VEROUGSTRAETE, I., JASSOGNE, C., LEBEAU, J.P., HORDIES, J.P., KOKOT, M., LEMAL, M., MELLAH, M., WILLEMART, M. en WILLEMART, S., Traité pratique de droit commercial Tome II : Insolvabilité et distribution, Waterloo, Wolters Kluwer, 2010, 1152p.

WYCKAERT, M. en PARREIN, F., “Een ongeluk komt nooit alleen. Hoe weegt de insolventie van de vennootschap op de bestuurdersaansprakelijkheid?” in CLOTTENS, C., COOLS, S., GEENS, K., HELLEMANS, F., PARREIN,  F., TAS, R., WAUTERS, M. en WYCKAERT, M., Themis 65 : Vennootschaps- en financieel recht, Brugge, Die Keure, 2011, 160p.

ZENNER, A., “Des frais et dépenses de l’administration de la faillite aux dette de masse”, in X, Les créanciers et le droit de la faillite, Brussel, Etablissements Emile Bruylant, 1983, 795p.

iii) Duits recht:

HUECK, G. en WINDBICHLER, C., Gesellschaftsrecht, München, C.H. Beck, 2008, 505p.

UHLENBRUCK, W., HIRTE, H. en FALLENDER, H., InsolvenzOrdnung: Kommentar, München, C.H. Beck Verlag, 3424p. (op de website: https://beck-online.beck.de/Default.aspx?vpath=bibdata/komm/UhlenbruckK…)

 

iv)  Engels recht

BAILEY, E. en GROVES, H., Corporate Insolvency Law and Practice, Reed Elsevier, LexisNexis Butterworths, 2007, 405p.

DAVIES, P.L., Gower and Davies: principles of modern company law, London, Sweet & Maxwell, 2008, 1258p.

FINCH, V., Corporate Insolvency Law, Cambridge, Cambridge University Press, 2009, 867p.

FLETCHER, I.A., The Law of Insolvency, London, Sweet & Maxwell, 2002, 920p.

MUMFORD, M.J. en KATZ, A.J., Making creditor protection effective, London, The Centre for Business Performance, 2010, 77p.

 

v) Frans recht:

HOUIN, C.S.A., Droit des entreprises en difficulté, Issy-les-Moulineaux Cedex, LDGJ Lextenso Editions, 2013, 701p.

vi) Italiaans recht:

ANGELICI, C. en FERRI, G.B., Manuale di diritto commerciale, Turijn, UTET Giuridica Wolters Kluwer Italia, 1087p.

SANTI, E.F., Il diritto fallimentare e delle procedure concorsuali, Padova, Cedam, 2012, 671p.

vii) Nederlands recht

BOEKRAAD, G.A.J., Afwikkeling van de faillissementsboedel, Deventer, W.E.J. Tjeenk Willink, 1997, 323p.

COUWENBERG, L.I., ELSKAMP, F., VAN DER HEIDEN, A.J.J., VAN DER HEIJDEN, C.M., PETERS, P.J. EN SOEDIRA, A.D.W., Praktijkboek Insolventierecht, Deventer, Kluwer, 2008, 128p.

FRANKEN, M.J.M., DETHMERS, H.H., VAN INGEN, M.J.W., DE JONG, P.P.G., ROSENBERG POLAK, J.C. en WIND, J., Insolad: Rapport Insolad Afwikkeling faillissementen, Deventer, Kluwer, 2011, 355p.

FRANKEN, M.J.M., Insolad: Rapport Beloning Curatoren, Wolters Kluwer BV, 2008, 41p.

KALFF, M., MULDER, R. en DE RANITZ, S.H., Insolad: de integere curator, Deventer, Kluwer, 2007, 106p.

LOEFF, J.A.L.M., Wat moet worden verstaan onder faillissementskosten en hoe behooren deze te worden gedragen?, preadvies NJV 1935, ’s Gravenhage, Belinfante, 1935, 361p.

PANNEVIS, M., Polak Insolventierecht, Deventer, Kluwer, 2014, 438p.

PANNEVIS, M., Polak: Faillissementsrecht, Deventer, Kluwer, 2005, 438p.

SPINATH, I., STADIG, J.E. en WINDT, M., Insolad: Curator en crediteuren, Deventer, Kluwer, 2009, 175p.

VAN GALEN, R.J., PRINCEN, J.G. en MULDER, R., Insolad: De insolvente vennootschap, Deventer, Kluwer, 2010, 178p.

VERSTIJLEN, F., De faillissementscurator, Brabant, W.E.J. Tjeenk Willink, 1998, 449p.

VRIESENDORP, R.D., Insolventierecht, Deventer, Wolters Kluwer, 2013, 464p.

VRIESENDORP, R.D., VERSTIJLEN, F.M.J. en VAN DIJCK, G. m.m.v. KOPALIT, D.F., Evaluatie Garantstellingsregeling Curatoren 1999-2005, Den Haag, Boom Juridische Uitgevers, 2006, 113p.

VRIESENDORP, R.D., Insolad Onbehoorlijk bestuur in het insolventierecht, Deventer, Kluwer, 1997, 82p.

WESSELS, B., Vereffening van de boedel, Deventer, Kluwer, 2001, 216p.

YILDIRIM, P., “De Garantstellingsregeling curatoren” in VAN BOOM, W.H., LINDENBERGH, S.D. en PAPE, S.B., Privaatrecht ondersteund : doelen, baten, kosten en effecten van bijzondere ondersteuning door de overheid van privaatrechtelijke handhaving, Den Haag, Boom Juridische Uitgevers, 2007, 239p.

viii) Noord-Amerikaans recht

REISBERG, A., Derivative actions and corporate governance, New York, Oxford University Press, 2009, 334p.

SMITH, R.C. en WALTER, I., Governing the modern corporation: capital markets, corporate control and economic performance, New York, Oxford University Press, 2007, 322p.

TABB, C.J. en BRUBAKER, R., Bankruptcy Law: Principles, Policies and Practice, Cincinnati Ohio, Anderson Publishing Co., 2003, 686p.

3) Tijdschriftartikels:

i) Working paper

HOPT, K.J. en LEYENS, P.C., “Board Models in Europe - Recent Developments of Internal Corporate Governance Structures in Germany, the United Kingdom, France, and Italy : ECGI - Law Working Paper No. 18/2004;

ii) Internationaal- en Europees recht

HUY, D.T.N. en HIEN, D.T.N., “The backbone of European corporate governance standards after financial crisis, corporate scandals and manipulation”, EBR 2010, 215-240

VANDER BAUWHEDE, H., “Corporate Governance and the cost of debt financing: European Evidence”, Acc.Bedr.M. 2008, 20-28

iii) Australisch recht

LEGG, M., PARK, E., TURNER, N., en TRAVERS, L., “The rise and regulation of litigation funding in Australia”, Northern Kentucky Law Review 2011, 625-673

iv) Belgisch recht

BERCKMANS, C., “Schuldeisers en stilzitten curator: het monopolie doorbroken?”, NJW 2012, 478-494

BORN, H., “La notion de devoirs extraordinaires en matière de faillites et leur évaluation”, JCB (nu: TBH-RDCB) 1980, 261-290

COOLS, S., “Variabele remuneratie: de rol van tantièmes uitgespeeld of onderschat”, TRV 2012, 153-172

DE CEUSTER, M.J.K. “Van kredietrisico tot liquiditeitsrisico: een regulatoire zoektocht naar een veiliger financieel systeem”, Bank.Fin. 2010, 283-288

DE GEYTER, S. “Money, money, money : over remuneratie van bestuurders en topmanagers”, TRV 2013, 16-23

DE PUYDT, R., “De kosten- en ereloonstaat van de advocaat” TPR 2007, 1762-1784

DE WULF, H., VAN DER ELST, C. en VERMEESCH, S., “Radicalisering van corporate governance-regelgeving: remuneratie en transparantie na de wet van 6 april 2010”, TBH 2010, 911-963

DEBRAY, O. en LEMBERGER, D., “La nouvelle loi “Corporate Governance” et les limites à la remuneration et aux indemnités des dirigeants d’entreprise”, Bank.Fin.R. 2010, 195-196

DELBOO, M., « De familiale burgerlijke maatschap », Not.Fisc.M. 2003, 265-281

DERIJCKE, W., “De rechtspersoonlijkheid van de failliete boedel”, in BOSSUYT, A., DECONINCKX, B., DIRIX, E., FETTWEIS, A. en FORIER, E., Liber spei et amicitiae: Ivan Verougstraete, Brussel, Larcier, 2012, 297-304

GEENS, K., “200 jaar vennootschapsrecht in perspectief : Quo vadis ius societatum?”, TPR 2007, 73-140

GEINGER, H., VAN BUGGENHOUT, C. en VAN HEUVERSWIJN, C., “Overzicht van rechtspraak: het faillissement en het gerechtelijk akkoord”, TPR, 1996, 909-1189

HEENEN, J., “Le curateur, peut-il exercer, au nom des créanciers une action en responsabilité contre un tiers dont la faute a causé une diminution de l’actif ou un aggravation du passif de la masse?”, RCJB 1983, 14-34

KIRKPATRICK, G., “Corporate Governance Lessons from the Financial Crisis”, OECD Journal Financial Market Trends, 2009, 1-30

LINDEMANS, G., “Eenvoudig, maar niet gemakkelijk: over collectieve schade bij faillissement” TRV 2014, 794-796

LYBAERT, N.en BERVOETS, K., “De kennisgeving van het corporate governance-hoofdstuk en de invloed op winstmanipulatie”, Acc.Bedr.M. 2008, 9-25

SAMOY, I. en SAGAERT, V., “De wet van 21 april 2007 betreffende de verhaalbaarheid van kosten en erelonen van een advocaat”, RW 2007-2008, 674-698

STORME, M.E., “Van trust gespeend? Trusts en fiduciaire figuren in het Belgisch privaatrecht”, TPR 1998, 90 raadpleegbaar op de site : https://www.law.kuleuven.be/web/mstorme/trust.pdf;

RENDERS, A., VANDENBOGAERDE, S. en VERFAILLE, S., “Eigendomsstructuren en corporate governance: complementen of substituten”, Acc.Bedr.M. 2008, 3-15

RPDB v° Faillite et Banqueroute nr.1599-1605

VAN BUGGENHOUT, C. en VAN MIEROP, I., “De boedelschulden onder faillissementsbeheer: status quaestionis”, Not.Fisc.M. 1996, 85-96

VAN HULLE, C., “Corporate Governance: inherent klant van de schandaalpers?”, TEM 2003, 179-197

VANANROYE, J., “Organisatierecht : werfbezoek aan een onvoltooide piramide”, Acta Falconis, 2014, 1-63

VANANROYE, J., “Slingerende toerekening : de zakelijke rechten van een maatschap, TRV 2014, 233-259

VANANROYE, J., “Ook de enige vennoot heeft gezelschap”, TRV 2014, 425-426;

VANANROYE, J., “Aandeelhouders hebben geen zelfstandig vorderingsrecht voor afgeleide schade”, noot onder Cass. 23 februari 2012, TRV 2012, 319-325

VANANROYE, J., “Collectieve schade in het faillissement, in het bijzonder bij aansprakelijkheid wegens onrechtmatige kredietverlening en –handhaving”, TRV 1999, 152-170

VAN BUGGENHOUT, C. en CLEVENBERG, O., “L’action en responsabilité pour aggravation du passif, préjudice collectif et cumul des préjudices invdividuels: tentative d’éclaircissement”, TBH 1995, 536-545

VANOVERBEKE, J. “De familiale burgerlijke vennootschap – Een instrument voor successieplanning”, TFR 2000, 607-626

VEROUGSTRAETE, I., “Dettes de masse, privilèges et monnaie de faillite”, noot onder Cass. 16 juni 1988, RCJB 1990, 18-44

VEROUGSTRAETE, I., “Knelpunten van het faillissementsrecht”, TPR 1986, 573-609

 

v) Duits recht:

SCHMIDT, K., “Insolvenzeröffnung mit Massekostenvorschuss – Vor einer neuerlichen Änderung des § 26 InsO”, NJW 2011, 1255-1259

vi) Engels recht:

ARMOUR, J., CHEFFINS, B.R. en SKEEL, D.A., “Corporate Ownership structure and the evolution of Bankruptcy Law: lessons from the United Kingdom”, Vand.L.Rev. 2002, 1699-1785

ARMOUR, J., DEAKIN, S.en KONZELMANN, S. “Shareholder primacy and the trajectory of UK Corporate Governance” British Journal of .Industrial Relations 2003, 531-555

ARMOUR, J. en WALTERS, A., “Funding liquidation: a functional overview”, Law Quarterly Review 2006, 295-326

FRIEZE, S.A., “Opposing other creditors’ claims and the office holder’s remuneration”, Insolv.Int. 2012, 11-15

HOWE, A., “Use of after-the-event insurance in asset recovery”, Recovery, 2007, 26-27

KEAY, A., “Litigation expenses in liquidations”, Insolv.Int. 2009, 113-116

KEAY, A, “Wrongful trading and the liability of company directors: a theoretical perspective”, Legal Studies 2005, 431-461

KEAY, A. en MURRAY, M., “Making Company Directors Liable: A Comparative Analysis of Wrongful Trading in the United Kingdom and Insolvent Trading in Australia”, Int.Insolv.Rev. 2005, 27-55

KEAY, A., “Directors’ duties to creditors: contractarian concerns relating to efficiency and over-protection of creditors”, The Modern Law Review, 2003, 665-699

SCHULTE, R.,“Enforcing wrongful trading as standard of conduct for directors and a remedy for creditors: the special case of corporate insolvency”, Company Lawyer, 1999, 80-82

TOLMIE, F., “Funding litigation by liquidators: a consideration of the amendment to Rule 4.218”, Insolvency Lawyer, 2003, 153-156

WALTON, P., “Insolvency litigation: a case of “if it ain’t broke, don’t fix it”?”, Insolv.Int. 2015, 9-14

vii) Nederlands recht:

AERTS, W., “De rol van de curator bij de bestijding van faillissementsfraude”, TVI 2005, 12

KOOPS, N., “Curator bedankt voor oninteressant faillissement; Advocatuur voor faillissementen van bedrijven waar niks meer te halen is, is nauwelijks nog een curator te vinden”, NRC Handelsblad, 2009, 13

KORTMANN, S.C.J.J., “Bad bankruptcy governance”, TVI 2003, 265

MELISSEN, W.A.H. en MULDER, R., “Beloning curatoren en lege boedels; stand van zaken, wat wordt van curatoren verlangd?”, TVI 2009, 185

MENSONIDES, H.S.en VOÛTEN P.C., “Good bankruptcy governance: checks and balances”, TVI 2004, 23

VAN DELDEN, A.H. en BAUW, E., “Toezicht in faillissementen: een rechterlijke taak?”, TVI 2004, 51

VAN DIJCK, G., “How to fund assetless estates in insolvency? Assessing European Funding Mechanisms”, ECFR 2014, 154

VAN DIJCK, G., “Biedt een basisvergoeding soelaas? : Empirisch onderzoek naar de salaristekorten in faillissemeent”, TVI 2013, 3

VAN DIJCK, G., VRIESENDORP, R.D., VIELVOYE, D.C.M.H. en RACHID, N., “Lege boedels: code rood of vals alarm? Een verkennende empirische studie naar Bredase ervaringen met lege boedels”, TVI 2008, 33

VAN DIJCK, G., VRIESENDORP, R.D., VIELVOYE, D.C.M.H. en RACHID, N., “Lege boedels: code rood of vals alarm? Een verkennende empirische studie naar Bredase ervaringen met lege boedels”, TVI 2008, 33 e.v.

viii) Noord-Amerikaans recht

JOSLIN, J.S., “Torts and bankruptcy”, Boston College Law Review, 1960, 185-195

KIM, B., “Recent developments: Sarbanes-Oxley Act”, Harv. J. 2003, 235-252

KLEIN, D.en EDELMAN, M.V., “Litigating against directors and officers of bankrupt dot-com entities: a potential asset for the debtor’s estate”, Delaware Journal of Corporate Law, 2002, 803-834

KLERMAN, D., “Earth first: CERCLA Reimbursement Claims and Bankruptcy”, The University of Chicago Law Review, 1991, 795-822

MYERS M., “The decisions of the Corporate Special Litigation Committees: an empirical investigation”, Indiana Law Journal 2009, 1309-1311

PONOROFF, L., “Enlarging the bargaining table: some implications of the corporate stakeholder model for federal bankruptcy proceedings”, Cap.U.L.Rev., 1994, 441-498

ix) Rechtseconomie

AGHA, M., “Leverage, executive incentives and corporate governance”, Accounting and Finance, 2013, 1-30

BUCHANAN, M. en YOON ,Y.J., “Symmetric tragedies : commons and anticommons”, JL&E 2000, 1-13

DEY, A., “Corporate Governance and agency conflicts”, Journal of Accounting Research 2008, 1143-1181

DUGGAN, A, “Contractarianism and the law of corporate insolvency”, Can.Bus.L.J. 2005, 470-471

FAMA, E.F. en JENSEN, M.C., “Separation of ownership and control”, Journal of Law and Economics, 1983, 301-325

GNEEZY, U., MEIER, S. en REY-BIEL, P., “When and why incentives (don’t) work to modify behaviour”? Journal of Economic Perspective, 2011, 191-210

GOULD, J.P., “The economics of legal conflicts”, The Journal of Legal Studies, 1973, 279-300

HARDIN, G., “The Tragedy of the Commons”, Science magazine 1968, 1243-1248

HELLER, M., “The Tragedy of the Anticommons: a concise introduction and lexicon”, Mod.L.Rev. 6-25

JENSEN, M.C. en MURPHY, K.J., “Performance Pay and Top-Management Incentives”, The Journal of Political Economy, 1990(a), 225-264

JENSEN, M.C. en MECKLING, W.H., “Theory of the Firm: Managerial Behavior, Agency Costs and Ownership Structure”, Journal of Financial Economics 1976, 301-325

KOROBKIN, D.R., “Contractarianism and the normative foundations of Bankruptcy Law”, Tex.L.Rev. 1992-1993, 541-631

KRAFT, K. en NIEDERPRÜM, A., “Determinants of management compensation with risk-averse agents and dispersed ownership of the firm”, Journal of Economic Behavior & Organization,1999, 17-27

MOKAL, R.J., “Contractarianism, contractualism and the law of corporate insolvency”, Sing.J.Legal Stud. 2007, 51-95

MICHELMAN, F.I., “Ethics, economics and the law of property”, Tulsa L. Rev 2006, 663-690

VELJANOVSKI, C., “Third-party litigation funding in Australia and Europe”, Journal of Law, Economics & Policy 2011-12, 409-449

Krantenartikel:

X, Karel De Boeck blijft twee jaar langer CEO van Dexia met jaarloon van 600.000 euro, Trends 2014, raadpleegbaar op de website : http://trends.knack.be/economie/mensen/karel-de-boeck-blijft-twee-jaar-… 

Universiteit of Hogeschool
Master Vennootschapsrecht
Publicatiejaar
2015
Kernwoorden
Deel deze scriptie