Iedere cultuur zijn talenten: cultuursensitief, vraaggericht en muzisch agogisch werken

Freya Longin & Margaux Lempereur Freya Longin Maragux Lempereur
Binnen onze bachelorproef bespreken we vier thema’s: vraaggericht en cultuursensitief werken, maatschappelijke kwetsbaarheid, muzisch agogisch werken en opvoedingsondersteuning. Deze vier thema’s worden uitgebreid uitgelegd. We hebben gekozen om deze vier thema’s te bespreken aan de hand van onze projectaanvraag: een product ontwikkelen waarbij de interactie bevorderd wordt en dit voor en samen met de ouders. Dit moet gebeuren op een vraaggerichte, muzisch-agogische en cultuur sensitieve wijze.Vraaggericht en cultuursensitief werkenWe hebben vier definities gevonden voor vraaggericht werken.

Iedere cultuur zijn talenten: cultuursensitief, vraaggericht en muzisch agogisch werken

Binnen onze bachelorproef bespreken we vier thema’s: vraaggericht en cultuursensitief werken, maatschappelijke kwetsbaarheid, muzisch agogisch werken en opvoedingsondersteuning. Deze vier thema’s worden uitgebreid uitgelegd. We hebben gekozen om deze vier thema’s te bespreken aan de hand van onze projectaanvraag: een product ontwikkelen waarbij de interactie bevorderd wordt en dit voor en samen met de ouders. Dit moet gebeuren op een vraaggerichte, muzisch-agogische en cultuur sensitieve wijze.

Vraaggericht en cultuursensitief werkenWe hebben vier definities gevonden voor vraaggericht werken. Het belangrijkste dat we uit de vier definities hebben onthouden is: vraaggericht werken is samen met de cliënt op zoek gaan naar een vraag en hier antwoord te bieden via begeleiding. Cultuursensitief werken is noodzakelijk voor een goede hulpverlening. Dit uit zich in de begeleidershouding. De cliënten moeten zich aanvaard/thuis voelen ongeacht hun afkomst of achtergrond. Er zijn verschillende kenmerken van vraaggericht werken. Deze zijn: rekening houden met bejegening, goede relatie en communicatie, keuzemogelijkheden, eigen regie, vakbekwaamheid, kaders en samenwerking. Deze kenmerken zorgen ervoor dat men goed vraaggericht werkt. Als men vraaggericht te werk gaat moet men ervoor zorgen dat de cliënt gemotiveerd wordt anders is de kans op verandering zeer klein. Dit fenomeen leggen we uit aan de hand van het schema van Van Yperen, Booy en Van Der Veldt. Binnen dit thema leggen we ook kort uit wat cultuur is. Het is een verzamelnaam voor gedeelde achtergrond, gewoontes en rituelen. Cultuur hangt samen met cultuursensitief werken. Om cultuursensitief te kunnen werken, kan men gebruik maken van verschillende theoretische modellen, zoals: de structurentheorie, het Driestappenmodel van David Pinto, TOPOI-model van Edwin Hoffman, BOSPAD-methode van Hilde Zevenbergen en Meetladder diversiteit. Deze theorieën worden uitgebreid besproken. Als men communiceert met mensen van een andere cultuur zijn er zaken waarop men moet letten. Men moet zich bewust zijn van zijn eigen cultuur en ervoor zorgen dat men deze niet steeds op de voorgrond plaatst. De andere persoon zou zich hierdoor slecht kunnen voelen. Er zijn linken tussen vraaggericht en cultuursensitief werken. Deze twee manieren van werken hangen zeer sterk samen. Men heeft ze beide nodig om een goede begeleidershouding te hebben. Kwaliteit van bestaan is één van de onderdelen van vraaggericht werken. Dit heeft geen specifieke betekenis, men kan dit zelf invullen. Shalock en Verdugo geven een paar uitgangspunten waarmee men rekening moet houden indien men hiermee aan de slag wil gaan. Kwaliteit van bestaan wordt onderverdeeld in domeinen en deze worden dan nog eens onderverdeeld in indicatoren. Empowerment werken hoort ook onder vraaggericht en cultuursensitief werken. Dit wil zeggen op het vlak van hulpverlening, dat men de mensen gaat helpen hun kennis en eigen waarden te ontdekken. Empowerment werken binnen etnische groepen is vooral belangrijk om de etnische identiteit te versterken. Als men empowerment werkt binnen de hulpverlening betekent dit dat men aan de slag gaat met de krachten van de cliënten. Werken vanuit krachtenperspectief/talent hoort onder vraaggericht en cultuursensitief werken. Een talent is iets dat men heeft meegekregen en waar men goed in is. Het is belangrijk om te weten over welk talent men beschikt en de cliënt dient dit ook te weten. Een talent achterhalen, gaat via observatie.

Het tweede thema is muzisch agogisch werken (MAW).Muzisch betekent dat men op een speelse manier een verandering gaat teweegbrengen bij een cliënt. Hiervoor hebben we ons gebaseerd op de definitie van Behrend. Er zijn verschillende soorten van muzische activiteiten. Agogisch werken is meer begeleiding/hulpverlening. Om agogisch te werk te gaan kan men vier kenmerken volgen: doelgerichtheid, bewustheid, procesmatigheid en systematiek. Dus MAW is een doelbewuste begeleiding om een verandering in de ontwikkeling te brengen bij een cliënt. De muzische middelen en hun appèlwaarde horen onder muzisch agogisch werken. De appèlwaarde van activiteit is de waardering die iemand geeft aan het materiaal en de activiteit zelf. Dit is persoonsgebonden en er zijn drie verschillende appèlwaarden.

Opvoeding is het derde thema van onze bachelorproef. We hebben het hier over de opvoeding binnen andere culturen. We bespreken vooral de opvoeding van Marokkaanse en Turkse gezinnen aangezien er in onze groep bijna alleen maar Marokkaanse en Turkse gezinnen aanwezig waren. Binnen dit deel komen de verschillende ouderschapspatronen en opvoedingsstijlen aan bod. Opvoedingsondersteuning hoort ook tot dit deel. We hebben de definitie van Expoo gekozen om dit uit te leggen. We verduidelijken ook de doelen waarom Huis der Gezinnen met opvoedingsondersteuning werkt. Interactie tussen ouder en kind wordt hier ook besproken omdat dit binnen de opvoeding één van de belangrijkste componenten is. Volgens Belsky zijn er drie factoren die interactie tussen ouder en kind vormen: karakteristieken van de ouders, contextuele factoren van steun en stress en karakteristieken van de kinderen. De factoren die ervoor zorgen om een kwaliteitsvolle interactie te hebben, worden hier ook uitgebreid uitgelegd. Wederkerigheid binnen interactie ouder-kind is zeer belangrijk. Dit wordt ook verder toegelicht.

Het vierde thema dat wordt verklaard binnen onze bachelorproef is maatschappelijke kwetsbaarheid. Dit wordt hier besproken omdat de ouders binnen Huis der Gezinnen maatschappelijk kwetsbare families zijn.

Voor ons praktijkgedeelte hebben we gekozen om met muzisch agogische sessies te werk te gaan. Daar er niet genoeg tijd was om woensdagnamiddag elke keer een MAW sessie te geven, hebben we besloten om onze MAW sessie over drie weken te verdelen. Elke sessie die we gaven, was om de talenten van de ouders en de kinderen te achterhalen. We zijn gestart vanuit het talentenperspectief. Aangezien een grote deel van de groep anderstalig was, hadden we gekozen om Margaux Frans te laten spreken en Freya in het Nederlands. We hebben dit gedaan om cultuursensitief aan de slag te gaan zodat de moeders zich thuis voelden. Hieruit hebben we een MAC-box gecreëerd. MAC-box staat voor muzisch- agogische creativiteiten- box. Hierin kunnen al de ideeën en vragen van de ouders beantwoord worden. Bijvoorbeeld: veel moeders hadden de vraag om hun kinderen Arabisch te leren schrijven en lezen, in de MAC-box zijn er boeken aanwezig om de kinderen dit aan te leren. Ook waren er moeders die vroegen om hen te helpen een kinderboerderij te bezoeken, via een fiche in de MAC-box vinden ze al de informatie terug die nodig is.

Met onze bachelorproef willen we aantonen dat communicatie niet altijd via verlopen taal moet verlopen, maar dat het ook evengoed via muzische middelen kan gaan. Door cultuursensitief en vraaggericht aan de slag te gaan wordt de cliënt gemotiveerd en dit zorg dan weer voor een enthousiaste en leuke sfeer.  

Bibliografie

Algra, A. & De Kiefte, F. (2009). Het ontdekken van talenten. Amersfoort, Nederland:Kwintessens

Azghari, Y. (2011). Omgaan met diversiteit in de sociale dienstverlening. Amsterdam, Nederland: Boom, Nelissen

Behrend, D. (2008). Muzisch- agogische methodieken: een handleiding. Bussum, Nederland: Coutinho.

Blaauwendraad, M. & Berger, M. (2002). Een ontdekkingsreis naar balans tussen continuïteit en verandering. Utrecht, Nederland: NIZW

Blokland, G. Bakker, I. & Wijnen, H. (2001). Samen delen. Utrecht, Nederland: SWP

Delahaij, R. (2004). Dossier empowerment. Utrecht, Nederland: Forum

Dewulf, L. (2014). Talentenpraktijk. Geraadpleegd op 14 april 2015 via http://www.talentpraktijk.be/luk-dewulf/

Expoo. (2014) Opvoedingsondersteuning in beeld. Geraadpleegd op 28 februari 2015 via http://www.expoo.be/opvoedingsondersteuning-in-beeld

Hauspie, B. (2010). Kenmerken en hulp- en dienstverleningsbehoeften van

maatschappelijk kwetsbare jongvolwassenen. Gent, België: Universiteit Gent

Hoffman, E. (2009). Interculturele gespreksvoering. Houten, Nederland: Bohn Stafeu Van Loghum

Huis der Gezinnen. (2014). Visietekst groepswerking Amodoe. Huis der Gezinnen. Anderlecht

Huis der Gezinnen. (2014). Inloopteam en projectwerking – voorstelling. Huis der gezinnen. Anderlecht

Interculturaliseren. (2015). Communiceren met personen met een etnisch- cultureel  diverse achtergrond. Geraadpleegd op 1 februari 2015 via        http://www.interculturaliseren.be/index.php?id=49

Jacobs, A. (z.j.). Met talenten aan de slag. Sint-Niklaas, België: Abimo

Janssens, A. & Van Doorn, E. (2012). Groeien doe je samen. Tielt, België: Uitgeverij Lannoo.

Kind en Gezin. (2008). Werken met maatschappelijke kwetsbare gezinnen. Visietekst

Pigmentzorg. (2012). Kleurrijke hulpverlening! Naar meer interculturalisering in de sector personen met een handicap. Geraadpleegd op 14 april 2015 via                         http://www.pigmentzorg.be/toolbox/fiche/kleurrijke-hulpverlening-naar-meer -interculturalisering-in-de-sector-personen-met-een

Pinto, D. (2007). Interculturele communicatie. Een stap verder. Houten, Nederland: Bohn Stafleu Van Loghum

Scheffers, M. (2010). Sterk met een vitaal netwerk. Bussum, Nederland: Coutinho

Schermer, K. (2008). Interculturele samenwerking en communicatie. Groningen, Nederland: Wolters-Noordhoff

Sibma, A.C. (2010). De invloed van de interactie tussen ouder en kind op de ontwikkeling van het jonge kind. Universiteit Utrecht.

Tan, N., Bekkema, N. & Öry, F. (2008) Toepasbaarheid van opvoedingsondersteuning      voor Marokkaanse en Turkse gezinnen in Nederland. Leiden, Nederland:               TNO kwaliteit van leven

Van den Berg, G. (2010). Interventies houden geen rekening met culturele verschillen. Jeugdkennis en Co, 4, nr. 2.

Van Robaeys,B., Geerts, L. & Balli, S. (2014). Verbinden vanuit diversiteit. Tielt, België: Lannoo

Van Yperen, T., Booy, Y. & Van Der Veldt, M. (2003). Vraaggerichte hulp, motivatie en effectiviteit jeugdzorg. Utrecht, Nederland: Uitgeverij NIZW.

Verdoorn, P. & van Vulpen, A. (2011). Werken aan kwaliteit van bestaan. Boom, België: Nelissen

Vettenburg, N. (1989). Jeugd en maatschappelijke kwetsbaarheid. Jeugd in bijzondere       situaties. Hazekamp

Vettenburg, N. & Walgrave, L. (2009). Maatschappelijke kwetsbaarheid op school.  Welwijs. Jaargang 20, nummer 3.

Vilans. (2013). Vraaggericht werken in de langdurige zorg, voor docenten en opleider. Zorg & Welzijn. Utrecht, Nederland: Vilans.

Vos, I. (2003). Cultuurparticipatie en maatschappelijke kwetsbare groepen. Tielt, België: Uitgevrij Lannoo.

VZW De Lork – All-in project. (2013). Kleurrijke hulpverlening. Brussel, België: Onbekend.

Zevenbergen,  H. (2012). Waarom een interculturalisatie moeilijker is dan het lijkt. Signaal. Getuigenissen uit de praktijk.

Universiteit of Hogeschool
Bachelor in de Orthopedagogie
Publicatiejaar
2015
Kernwoorden
Share this on: