Legalisering van draagmoederschap in België op grond van mensenrechtelijke argumenten

Levi Sanders
Het huidige draagmoederschapsrecht in België: een kind overboord?Levi Sanders – Student aan de Rechtenfaculteit KULVelen vertelden me dat schrijven over draagmoederschapslegalisering heel interessant is omdat het een actueel onderwerp is. Dat is het eigenlijk niet: al zo’n twintig jaar kent België problemen met het inpassen van draagmoederschap in het recht en komen tragische draagmoederschapsgevallen in de media. Aangezien draagmoederschap nog steeds niet wettelijk geregeld is, moeten de huidige regels ook op draagmoederschapsgevallen toegepast worden.

Legalisering van draagmoederschap in België op grond van mensenrechtelijke argumenten

Het huidige draagmoederschapsrecht in België: een kind overboord?

Levi Sanders – Student aan de Rechtenfaculteit KUL

Velen vertelden me dat schrijven over draagmoederschapslegalisering heel interessant is omdat het een actueel onderwerp is. Dat is het eigenlijk niet: al zo’n twintig jaar kent België problemen met het inpassen van draagmoederschap in het recht en komen tragische draagmoederschapsgevallen in de media. Aangezien draagmoederschap nog steeds niet wettelijk geregeld is, moeten de huidige regels ook op draagmoederschapsgevallen toegepast worden. Zoals wellicht duidelijk was, leidt dit tot vaak tot onmenselijke situaties. Hierbij geef ik enkele voorbeelden: draagmoederschapscontracten, waarin dus afspraken staan omtrent de uitvoering van de draagmoederschap, zijn in België verboden. Dit leidt ertoe dat een draagmoeder nooit kan worden gedwongen om het geboren kindje aan de wensouders af te staan. Wensouders kunnen daarentegen niet gedwongen worden om het kindje op te nemen indien het gehandicapt geboren zou worden. De rechter mag niet oordelen over zo’n draagmoederschapskwesties omdat de contracten verboden zijn. Daarom trekken veel Belgische wensouders naar een land waar draagmoederschap wel wettelijk geregeld is. Ze betalen dan erg veel geld aan een buitenlandse draagmoeder, die het kindje baart in dat land. In België worden zo’n buitenlandse geboorteaktes van het kind niet aanvaard omdat ze niet overeenkomstig het Belgische recht zijn opgesteld. Volgens het Belgische recht is immers de vrouw, die een kind baart altijd de juridische moeder. Die juridische moeder moet op de geboorteakte staan. Aangezien het in het geval van draagmoederschap altijd de draagmoeder en niet iemand van de wensouders is die het kind baart,  moet volgens het Belgische recht het de draagmoeder zijn die op de geboorteakte vermeld staat. Op zo’n buitenlandse geboorteakte zijn dat steeds de wensouders. Dit heeft tot gevolg dat zo’n kinderen niet naar België moeten komen. Zij zitten dus spreekwoordelijk vast tussen de grenzen van het recht.

Daarom heb ik met professor K. Lemmens (prof mensenrechten in Leuven) besloten om draagmoederschap in België mensenrechtelijk te ontleden. Hierbij werd in tegenstelling tot andere masterproeven of werken niet gevraagd om te vergelijken met landen, die wel draagmoederschap in  de wet hebben geregeld, om inspiratie voor een legalisering op te doen. Nee, het doel van dit onderzoek was om veel diepgaander onderzoek te voeren. Deze masterproef bestaat daarom uit drie grote delen: in het eerste deel wordt het Belgische recht met betrekking tot draagmoederschap geanalyseerd. In dit deel heb ik ook samengewerkt met meerdere fertiliteitsklinieken en -artsen, waardoor ik gegevens over de uitvoering van draagmoederschap in België in kaart kon brengen. In dit deel heb ik ook een heel aantal aanvaardingsgolven van draagmoederschap in België besproken. Het tweede deel is mensenrechtelijk en bestudeert uitspraken van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM), zoals of er recht is op een (genetisch) kind. Daarbij worden ook alle relevante arresten over draagmoederschap, afstammingsvermoedens  besproken. In het derde deel worden de bevindingen van de eerste twee hoofdstukken samengebracht en worden er suggesties aan de Belgische wetgever gegeven.

Deze masterproef pleit in de eerste zin voor altruïstisch draagmoederschap. Dit betekent dat ouders die een draagmoederschapskind zouden wensen, de draagmoeder geen loon geven. Ze betalen slechts de onkosten van de zwangerschap en betalen haar geen hoge bedragen voor haar diensten. Ook 80% van de uitgevoerde draagmoederschappen in België doet een beroep op deze vorm door familie of vrienden in te schakelen. Commercieel draagmoederschap, waarbij dus hoge bedragen circuleren om het loon van de draagmoeder te kunnen betalen, zou er immers toe leiden dat een sociale discriminatie zou ontstaan: armere wensouders zouden plots geen toegang meer hebben tot draagmoederschap, terwijl rijkere wensouders dit wel kunnen. Echter heeft het pleiten voor altruïstisch draagmoederschap een nadeel: rijke wensouders zonder sociaal netwerk om op terug te vallen, worden zo uitgesloten. Daarom heeft deze masterproef een creatieve oplossing bedacht.

Als tweede aanbeveling aan de wetgever suggereert deze masterproef dat het oorspronkelijke afstammingsrecht wordt gewijzigd. Het probleem met het huidige recht is het mater semper certa est-adagium. Deze Latijnse spreuk houdt in dat in het Belgische recht de vrouw, die geboorte geeft aan een kind, altijd de juridische moeder is. Bij de toepassing van deze afstammingsregel wordt niet naar de feiten gekeken. Aangezien in het geval van draagmoederschap de draagmoeder altijd het kind baart, is zij bijgevolg steeds de juridische moeder van het kind. Dat is hierboven reeds gezegd om het probleem te illustreren. Bij het legaliseren van draagmoederschap heeft de wetgever daarom twee keuzes: dit principe wordt aangepast (de wijziging van het oorspronkelijke afstammingsrecht) of er wordt gekozen voor een vereenvoudigde adoptieprocedure van het draagmoederschapskind door de wensouders. Bij deze laatste keuze wordt het mater semper certa est-adagium niet aangepast en blijft de draagmoeder de juridische moeder, maar kunnen de wensouders via een adoptieprocedure vlug het ouderschap over het kind verkrijgen. Deze masterproef argumenteert vrij uitgebreid dat het oorspronkelijke afstammingsrecht en dus het mater semper certa est-adagium moet aangepast worden.

De derde suggestie is dat de wensouders een genetische link met het kind moeten hebben. Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens benadrukte immers in een arrest over draagmoederschap hoe belangrijk het voor de identiteit van een kind was om een genetische link met één van zijn ouders te hebben.

De vierde suggestie gaat er om of draagmoederschap enkel moet openstaan voor personen met vruchtbaarheidsproblemen. Deze vraag is van belang: indien hier met een ‘ja’ op wordt geantwoord, wil dit zeggen dat homoseksuelen worden uitgesloten. Zij hebben vaak immers geen vruchtbaarheidsproblemen, maar kunnen – doordat ze homoseksueel zijn – door een andere oorzaak geen kinderen krijgen. Deze masterproef heeft op een mensenrechtelijke wijze erg uitgebreid geargumenteerd waarom een draagmoederschapsprocedure wél voor homoseksuelen zou moeten openstaan.

In dit onderzoek mochten maximum 20.000 woorden staan. Ik had dit aantal al overschreden, maar ik wou veel meer mensenrechtelijk onderzoek doen. Ik wou ook onderzoeken of bij een legalisering van draagmoederschap de draagmoeder tijdens de procedure ook recht zou mogen hebben op abortus. Ik wou ook de nationaliteitsvereiste onderzoeken. Dit betekent of enkel Belgische personen een aanvraag voor draagmoederschap zouden mogen doen. Dit paste echter niet meer in het onderzoek. Ik eindig met een quote van Oprah Winfrey om eens over na te denken:

“Biology is the least of what makes someone a mother.”

Bibliografie

Bibliografie

 

Wetgeving

 

België

 

Art. 8 en 14 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden van 4 november 1950, BS 19 augustus 1955, err. BS 29 juni 1961, 394.

Art. 22bis en art. 23 van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994, BS 17 februari 1994, 4135.

Boek 1, Titel II, Hoofdstuk II (Akten van geboorten), Boek 1, Titel V, Hoofdstuk I (Hoedanigheden en voorwaarden vereist om een huwelijk te mogen aangaan), Boek 1, Titel VII (Afstamming) en Boek 1, Titel VII (Adoptie) van het Burgerlijk Wetboek van 21 maart 1804, Code Napoléon 3 september 1807.

Art. 231, 361, 1° en 363 van het Strafwetboek van 8 juni 1867, BS 9 juni 1867, 3133.

Art. 138bis §1 en 1231-13, eerste lid van het Gerechtelijk Wetboek van 10 oktober 1967, BS 31 oktober 1967, 11360.

Wet van 13 februari 2003 tot openstelling van het huwelijk voor personen van hetzelfde geslacht en tot wijziging van een aantal bepalingen van het Burgerlijk Wetboek, BS 28 februari 2003, 09880.

Wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie, BS 16 mei 2005, 26956.

Wet 18 mei 2006 tot wijziging van een aantal bepaling van het burgerlijk wetboek teneinde de adoptie door personen van hetzelfde geslacht mogelijk te maken, BS 20 juni 2006, in werking getreden op 30 juni 2006, 31128.

Wet van 1 juli 2006 tot wijziging van de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot het vaststellen van de afstamming en de gevolgen ervan, BS 29 december 2006, 76040.

 

Buitenlandse wetgeving

 

Art. 16-7 en art. 16-9 Code Civil van 21 maart 1804, Code Napoléon 3 september 1807.

Art. 51-52 of The Russian Family Code 1995 (as amended), enacted from the first of March 1996.

Artikel 24novies Bundesverfassung der Schweizerischen Eidgenossenschaft, Bundesblatt 18 april 1999.

Art. 123 of The Family Code of Ukraine (as amended), enacted from the first of January, 2003.

Gesetz über die Vermittlung der Annahme als Kind und über das Verbot der Vermittlung von Ersatzmüttern – Adoptionsvermittlungsgesetz – AdVermiG, 2001 (BGBl. 2002, I, Seite 354).

Human Reproductive Technology Act 1991 (Western-Australia), enacted from the tenth of January 2014.

Surrogate Parenthood Act 1988 (Queensland), enacted from the ninth of November 1995.

Sectie 3, Human Fertilisation and Embryology Act 1990, enacted from the first of Novembre 1990.

The 2013 Florida Statues, 742.14: Donation of eggs, sperm, or preembryos.

The 2013 Florida Statues, 742.15: Gestational surrogacy contract.

The 2013 Florida Statues, 742.16: Expedited affirmation of parental status for gestational surrogacy.

The 2013 Florida Statues, 742.17: Dispostion of eggs, sperm or preembryos; rights of inheritance.

The Assisted Reproductive Treatment Act 2008 (South-Australia), enacted from the first of January 2010.

 

 

Voorbereidende documenten

 

Adv. RvS nr. 39.474/AV, 39.475/AV, 39.476/AV, 39.478/AV en 39.525/AV, Parl. St. Senaat 2005-06, nr. 3-417/3.

Bulletin – Schriftelijke vragen en antwoorden, Parl.St. Kamer 2011-2012,  B107.

Memorie van toelichting bij het wetsontwerp tot hervorming van de adoptie, Parl. St. Kamer 2000-2001, nr. 50-1366/01.

Verslag Kamer, Parl. St. Kamer, nr. 50-1366/011.

Verslag namens de commissie voor justitie, Parl.St. Kamer, 2004-2005, nr.51K0597/032.

Verslag over het wetsontwerp tot hervorming van de adoptie, Parl.St. Kamer, nr. 50-1336/11.

Verslag Senaatscommissie I, Parl.St. Senaat 1984-85, nr. 904/2, 55.

Verslag van de werkgroep bio-ethiek, Parl.St. Senaat 2004-05, nr. 3-417/2.

Wetsvoorstel (Defraigne, C.) betreffende draagmoederschap, Parl.St. Senaat 2007-2008, nr. 4308/1.

Wetsvoorstel (De Roeck, J. en Vanlerberghe, M.) betreffende het draagmoederschap, Parl.St. Senaat 2004-05, nr. 3-1271/1.

Wetsvoorstel (De Meyer, M. en Jiroflée, K.) betreffende het draagmoederschap, Parl.St. Kamer 2004-05, nr. 51-1915/001.

Wetsvoorstel (Mahoux, P.) betreffende het draagmoederschap, Parl.St. Senaat 2007-2008, nr. 4-633/1.

Wetsontwerp houdende de vaststelling van de afstamming van de meemoeder, Parl.St. Senaat, 2013-2014, nr. 5-2445/5.

Wetsvoorstel (G. Swennen en M. Temmerman) houdende organisatie van centra voor draagmoederschap, Parl. St. Senaat 2010-2011, 5-929/1.

Wetsvoorstel (Nyssens, C.) tot het verbieden van zowel draagmoederschap waarbij de draagmoeder niet genetisch verwant is met het kind als draagmoederschap waarbij die genetische verwantschap wel bestaat, Parl.St. Kamer BZ 2007, nr. 52K0170/001.

Wetsvoorstel 20 juli 2005 (De Schamphelaere, M.) tot aanvulling van het Strafwetboek met bepalingen betreffende de commercialisering van en de bemiddeling inzake draagmoederschap, Parl.St. Senaat 2004-05, nr. 3-1319/1.

Wetsvoorstel (Beke, W.) tot aanvulling van het Strafwetboek met bepalingen betreffende de commercialisering en de bemiddeling inzake draagmoederschap, Parl.St. Senaat 2007-2008, nr. 4-555/1.

Wetsvoorstel (Temmerman, M. en Vanlerberghe, M.) tot bestraffing van het commercieel draagmoederschap en de publiciteit hiervoor, Parl.St. Senaat 2007-2008, nr. 4-557/1.

Wetsvoorstel (Vankrunkelsven, P.) tot regeling van het draagmoederschap, Parl.St. Senaat BZ 2007, nr. 4-193/1.

Wetsvoorstel (Vautmans, H.) tot regeling van het draagmoederschap, Parl.St. Kamer 2007-2008, nr. 52K0969/001.

Wetsvoorstel (De Schamphelaere, M.) tot wijziging van het Strafwetboek voor wat betreft het draagmoederschap, Parl.St. Kamer 2007-2008, nr. 52K0822/001.

Wetsvoorstel (Tommelein, B.) tot regeling van het draagmoederschap, Parl.St. Senaat 2010, nr. 5-130/1.

 

 

 

 

 

Rechtsspraak

 

 

Rechtspraak van het EHRM en ECRM

 

EHRM 7 december 1976, nr. 5493/72, Handyside v. Verenigd Koninkrijk, NJ 1978, 236.

EHRM 25 april 1978, nr. 5856/72, Tyrer v. Verenigd Koninkrijk.

EHRM 26 april 1979, nr. 6538/74, Sunday Times v. Verenigd Koninkrijk.

EHRM 13 juni 1979, nr. 6833/74, Marckx v. België, RW 1979-80, 947-959.

EHRM 11 september 1979, nr. 6289/73, Airey v. Ierland.

EHRM 22 oktober 1981, nr. 7525/76, Dudgeon v. Verenigd Koninkrijk.

EHRM 25 maart 1983, nrs. 5947/72, 6205/73, 7052/75, 7061/75, 7107/75, 7113/75 en 7136/75, Silver en anderen v. Verenigd Koninkrijk.

EHRM 28 november 1984, nr. 8777/79,Rasmussen v. Denemarken.

EHRM 26 maart 1985, nr. 8978/80, X en Y v. Nederland.

EHRM 28 mei 1985, nr. 9214/80, nr. 9473/81 en nr. 9474/81, Abdulaziz, Cabales en Balkandali v. Verenigd Koninkrijk.

EHRM 14 mei 1986, nr. 16580/90, Jolie en Lebrun v. België.

EHRM 17 oktober 1986, nr. 9532/81, Rees v. Verenigd Koninkrijk. 

EHRM 18 december 1986, nr. 9697/82, Johnston en anderen v. Ierland.

EHRM 24 maart 1988, nr. 10465/83, Olsson v. Zweden.

EHRM 21 juni 1988, nr. 10730/84, Berrehab v. Nederland.

EHRM 7 juli 1989, nr. 10454/83, Gaskin v. Verenigd Koninkrijk.

EHRM 21 februari 1990, nr. 9310/81, Powell en Raynor v. Verenigd Koninkrijk.

EHRM 25 maart 1992, nr. 13343/87, B. v. Frankrijk.

EHRM 25 maart 1992, nr. 13590/88, Campbell en Fell v. Verenigd Koninkrijk, §52-53

EHRM 16 december 1992, nr. 13710/88, Niemietz v. Duitsland.

EHRM 25 maart 1993, nr. 13134/87, Costello-Roberts v. Verenigd Koninkrijk.

EHRM 22 februari 1994, nr. 16213/90, Burghartz v. Zwitserland.

EHRM 26 mei 1994, nr. 16969/90, Keegan v. Ierland.

EHRM 27 oktober 1994, nr.18535/91, Kroon v. Nederland.

EHRM 27 september 1995, nr. 18984, McCann en anderen v. Verenigd Koninkrijk.

EHRM 22 april 1997, nr. 21830/93, X, Y en Z v. Verenigd Koninkrijk.

EHRM 29 juni 1999, nr. 27110/95, Nylund v. Finland.

EHRM 27 september 1999, nr. 31417/96 en nr. 32377/96, Lustig-Prean en Beckett v. Verenigd Koninkrijk.

EHRM 27 september 1999, nr. 33985/96 en nr. 33986/96, Smith en Gardy v. Verenigd Koninkrijk.

EHRM 10 mei 2001, nr. 28945/95, T.P. en K.M. v. Verenigd Koninkrijk.

EHRM 2 oktober 2001, nr. 36022/97, Hatton en anderen v. Verenigd Koninkrijk.

EHRM 7 februari 2002, nr. 53176/99, Mikulic v. Kroatië.

EHRM 29 april 2002, nr. 2346/02, Pretty v. Verenigd Koninkrijk.

EHRM, 20 juni 2002, nr. 50963/99, Al-Nashif en anderen v. Bulgarije.

EHRM 26 februari 2002, nr. 36515/97, Fretté v. Frankrijk.

EHRM 5 november 2002, nr. 33711/96, Yousef v. Nederland.

EHRM 9 januari 2003, nr. 39392/98 en nr. 39829/98, L. en V. v. Oostenrijk.

EHRM 28 januari 2003, nr. 44647/98, Peck v. Verenigd Koninkrijk.

EHRM 13 februari 2003, nr. 42326/98, Odièvre v. Frankrijk.

EHRM 28 januari 2003, nr. 44647/98, Peck v. Verenigd Koninkrijk.

EHRM 6 maart 2003, nr. 67914/01, Margarita Sijakova en anderen v. voormalig Joegoslavische republiek van Macedonië.

EHRM 12 maart 2003, nr. 46221/99, Öcalan v. Turkije.

EHRM 26 juni 2003, nr. 48206/99, Maire v. Portugal.

EHRM 24 juli 2003, nr. 40016/98, Karner v. Oostenrijk.

EHRM 8 april 2004, nr. 11057/02, Haase v. Duitsland.

EHRM 1 juni 2004, nr. 45582/99, L. v. Nederland.

EHRM 22 september 2004, nrs. 78028/01 en 78030/01, Pini en Bertani & Manera en Atripaldi v. Roemenië.

EHRM 17 februari 2005, nr. 42758/98 en 45558/99, K.A. en A.D. v. België.

EHRM 31 januari 2006, nr. 50435/99, Rodrigues da Silva en Hoogkamer v. Nederland.

EHRM 8 juni 2006, nr. 10337/04 Lupsa v. Roemenië.

EHRM 11 januari 2007, no. 61259/00, Musa en anderen v. Bulgarije.

EHRM 18 januari 2007, nr. 73819/01, Estrikh v. Letland.

EHRM 10 april 2007, nr. 6339/05, Evans v. Verenigd Koninkrijk.

EHRM 21 juni 2007, no. 23499/06, Havelka en Anderen v. Tsjechië.

EHRM 4 december 2007, nr. 44362/04, Dickson v. Verenigd Koninkrijk.

EHRM 12 juni 2008, nr. 71127/01, Bevacqua en S. v. Bulgarije.

EHRM 22 januari 2008, nr. 43546/02, E.B. v. Frankrijk.

EHRM 4 december 2008, nrs. 30562/04 en 30566/04, S. en Marper v. Verenigd Koninkrijk.

EHRM 13 januari 2009, nr. 33932/06, Todorova v. Italië.

EHRM 28 mei 2009, nr. 26713/05, Bigaeva v. Griekenland.

EHRM 15 september 2009, nr. 8227/04, E.S. en anderen v. Slovakije.

EHRM 2 maart 2010, nr. 13102/02, Kozak v. Polen.

EHRM 1 april 2010, nr. 57813/00, S.H. en anderen v. Oostenrijk.

EHRM 19 oktober 2010, nr. 20999/04, Özpinar v. Turkije.

EHRM 16 december 2010, nr. 25579/05, A, B en C v. Ierland.

EHRM 15 september 2011, nr. 17080/07, Schneider v. Duitsland.

EHRM 3 november 2011, nr. 57813/00, S.H. en anderen v. Oostenrijk.

EHRM 17 januari 2012, nr. 1598/06, Kopf en Liberda v. Oostenrijk.

EHRM 22 maart 2012, nr. 45071/09, Ahrens v. Duitsland.

EHRM 22 maart 2012, nr. 23338/09, Kautzor v. Duitsland.

EHRM 9 mei 2012, nr. 25358/12, Paradiso en Campanelli v. Italië.

EHRM 10 mei 2012, nr. 45237/08, Madah en anderen v. Bulgarije.

EHRM 4 oktober 2012, nr. 43631/09, Harroudj v. Frankrijk.

EHRM 9 januari 2013, nr. 21722/11, Oleksandr Volkov v. Oekraïne.

EHRM 12 februari 2013, nr. 58149/08, Amie en anderen v. Bulgarije.

EHRM 26 juni 2014, nr. 65192/11, Menesson v. Frankrijk.

EHRM 26 juni 2014, nr. 65941/11, Labassee v. Frankrijk.

EHRM 11 september 2014, nr. 29176/13, D en anderen v. België. Dit

EHRM (nog geen uitspraak), nr. 44024/13, Laborie v. Frankrijk.

EHRM (nog geen uitspraak), nr. 9063/14, Foulon v. Frankrijk.

EHRM (nog geen uitspraak), nr. 10410/14, Bouvet en anderen v. Frankrijk.

ECRM 5 oktober 1982, nr. 7626/76, X. v. Frankrijk.

 

 

België

 

Grondwettelijk Hof 16 december 2010, nr. 144/2010, T.Fam. 2011, 56, noot Swennen, F., Act.dr.Fam. 2011, 3, noot Massager, N. en TJK 2011, 139, noot Melkebeek, C.

Grondwettelijk Hof 3 februari 2011, Juristenkrant 2011, afl. 224, 1, noot Verschelden, G., Act.dr.fam. 2011, afl. 3-4, 75, noot Gallus, N.

Grondwettelijk Hof 7 maart 2013, Juristenkrant 2013, afl. 266, 1.

Grondwettelijk Hof 12 juli 2012, nr. 93/2012, RTDF 2013, 153, noot Cap, S. en Sosson, J., RW 2012-13, 38 en RW 2012-13, 943.

Grondwettelijk Hof 19 juli 2013, nr. 96/2013.

Grondwettelijk Hof 19 juli 2013, nr. 105/2013.

Cass. 9 juni 1938, Pas. 1938, I, 207.

Cass. 14 november 1853, Pas. 1854, 1, 10.

Cass. 8 december 1966, Arr.Cass. 1967, 450.

Cass. 28 maart 1974, RW 1974-75, 343.

Cass. 24 september 1976, Arr.Cass. 1977, 98.

Cass. 29 januari 1993, Arr.Cass. 1993, 129 en Pas. 1993, 121.

Cass. 4 november 1993, Arr. Cass. 1993, 919, JT 1994, 187 en Rev. trim. dr. fam. 1994, 494, noot Fallon, M.

Cass. 14 december 2001, Arr.Cass. 2001, 2200, JLMB 2002, 532, noot Genicot, G. en Leleu, Y., JLMB 2002, 261, noot Trouet, C., Jour.Jur. 2002, 6, Juristenkrant 2002, afl. 42, 1, Pas. 2001, 2129., RGAR 2002, 494, T.Gez./Rev.dr.Santé 2001-02, 239, noot Fagnart, J. en TBBR 2002, 328, noot Trouet, C., www.cass.be.

Gent (15e k.) 16 januari 1989, TGR 1989, 52.

Rb. Turnhout 4 september 1989, RW 1989-90, 686-687, noot Dirix, E.

Gent 24 februari 1995, RW 1995-96, 611.

Rb. Brussel 7 januari 1998, TBBR 2002, 213, noot Van Gysel, A.-C.

Jeugdrb. Torhout 4 oktober 2000, RW 2001-2002, 207, noot Swennen, F.

Rb. Gent 31 mei 2001, TBBR 2002, 27, noot Verschelden, G.

Antwerpen (Jk.) 14 januari 2008, RW 2007-08, 1774, noot Swennen, F.

Luik 19 februari 2008, JLMB 2008, 832-834, noot Wautelet, P.

Rb. Antwerpen 19 december 2008, Tijdschrift@IPR.be 2010, 140, noot Verhellen J.

Jeugdrb. Antwerpen 22 april 2010, T.Fam. 2010, 43-51, noot Pluym, L.

Rb. Hoei 22 maart 2010, JT 2010, 420, noot Gallus, N. en JLMB 2010, 1815, noot Wautelet, P.

Luik (1ste kamer) 6 september 2010, JT 2010, 634, RTDF 2010, 1125, noot Henricot, C., Saroléa, S. en Sosson, S., JLMB 2011, 57-61, noot Wautelet, P.

Rb. Brussel 15 februari 2011, Tijdschrift@ipr.be 2011, 125.

Rb. Nijvel 6 april 2011, RTDF 2011, 700-704, noot Henricot, C.

Jeugdrb. Hoei (11e k.) 22 december 2011, RTDF 2012, 404, noot.

Jeugdrb. Brugge (21e kamer) 19 januari 2012, TJK 2012, 260, noot Pluym, L.

Gent (Jk.) 30 april 2012, TBBR 2012, 387, noot Verschelden, G.

Jeugdrb. Brussel 23 augustus 2012, Act.dr.fam. 2013, 99, noot Gallus, N.

Rb. Brussel (12e k.) 18 december 2012, onuitg.

Rb. Luik 15 maart 2013, Act.dr.fam. 2013, 93-96, noot Henricot, C.

 

Buitenlandse rechtspraak

 

Supreme Court of California, Johson v. Calvert, California Reporter 2nd, Vol. 19, 494-515.

Court of Appeal of California 10 maart 1998, Marriage of Buzzanca, California Appelate Reports 4th, Vol. 61, 1410-1430.

 

 

Rechtsleer

 

Handboeken

 

Adams, M., Verantwoordelijkheid en recht, Mechelen, Kluwer, 2008, 544 p.

Alofs, E. en De Ruysscher, D., Het nieuw samengesteld gezin: recht en geschiedenis, Antwerpen-Appeldoorn, Maklu, 2014, 188 p.

Alexy, R., A theory of constitutional rights, Oxford, Oxford University Press, 2002, 516 p.

Arai-Takahashi, Y., The margin of appreciation doctrin and the principle of proportionality in the jurisprudence of the ECHR, Antwerpen, Intersentia, 2001, 300 p.

Arnoux, I., Les droits de l’être humain sur son corps, Bordeaux, Presses Universitaires de Bordeaux, 1994, 575 p.

Asser, C., Handleiding tot de beoefening van het Nederlands burgerlijk recht: Personen-en

familierecht, Deventer, Kluwer, 2010, 1144 p.

Baldew, I.M., Dingen die niet voorbijgaan, Assen, Van Gorcum, 1993, 195 p.

Baeteman, G., Afstamming en adoptie, Brussel, Story-Scientia, 1987, 462 p.

Baeteman, G., Overzicht van het personen-en gezinsrecht, Antwerpen, Kluwer 1993, 1170 p.

Barbaix, R., Eggermont, S., Geelhand, N. en Swennen, F., Koekoekskinderen, Gent, Larcier, 2009, 196.

Bailey-Harris, R., Masson, J.M. en Probert, R., Principles of family law, Londen, Sweet & Maxwell, 2008, 917 p.

Becker, U. en Ehlers, D., European fundamental rights and freedoms, Berlijn, De Gruyter Rechtswissenschaften Verlags-GmbH, 2004, 618 p.

Beaumont, P. en Trimmings, K., International surrogacy arrangements: legal regulation at the international level, Oxford, Hart Publishing, 2013, 559 p.

Bekkers, R., Land, J., Prins M.,  Van Roosmalen, J. en Vierhout M., Verloskunde en gynaecologie: casuïstiek uit de dagelijkse praktijk, Houten, Bohn Stafleu van Loghum, 2007, 212 p.

Berting, J., De versplinterde samenleving, Delft, Eburon, 2006, 232 p.

Boeles, P., Den Heijer, M., Lodder, G. en Wouters K., European Migration Law, Antwerpen, Intersentia, 2009, 467 p.

Blyght, E. en Landau, R., Third party assisted conception across cultures: social, legal and ethical perspectives, Londen, Jessica Kingsley publishers Ltd, 2004, 288 p.

Boele-Woelki, K., I. Curry-Sumner., Vonk. M. en Schrama, W., Commercieel draagmoederschap en illegale opneming van kinderen, Den Haag, Boom Juridische uitgevers, 2012, 353 p.

Borghs, P., Juridische aspecten homoseksueel ouderschap. Het recht om lief te hebben, Gent, Mys & Breesch, 1998, 167 p.

Borghs, P., Juridische gids over ouderschap voor holebi’s, en transgenders, Brussel, Gelijke Kansen in Vlaanderen, 2010, 110 p.

Bradley, A.W., Janis, M.W. en Kay, R.S., European human rights law. Text and materials, Oxford, Oxford University Press, 2008, 1016 p.

Brems, E., Human rights: Universality and diversity, Den Haag, Kluwer law International, 2001, 592 p.

Brems, E. en Gerards, J. (Eds.), Shaping rights in the ECHR, Cambridge, Cambridge University Press, 2013, 378 p.

Broeckhuijsen-Molenaar, A., Civielrechtelijke aspekten van kunstmatige inseminatie en

draagmoederschap, Deventer, Kluwer, 1991, 245 p.

Buysse, A. en Hamilton, M., Transnational jurisprudence and the ECHR: Justice, politics and rights, Cambridge, Cambridge University Press, 2012, 330 p.

Campo, R., Gordt, S. en Norre, J., Zwanger worden… Ook voor ons? Medische en psychologische adviezen over vruchtbaarheid, Tielt, Lannoo Terra, 2003, 208 p.

Casman, H., Notarieel familierecht, Gent, Mys & Breesch, 1991, 654 p.

Chambers, D., A sociology of family life, Cambridge, Policy Press, 2012, 233 p.

Chodkiewicz, C. en Delmas-Marty, M. (Eds.), The European convention for the protection of human rights: international protection  versus national restrictions, Den Haag, Martinus Nijhoff Publishers, 1992, 346 p.

Christoffersen, J., Fair Balance: A study of proportionality, subsidiarity and primarity in the European Convention on human rights, Den Haag, Martinus Nijhoff Publishers, 2009, 670 p.

Claeys, I., Algemeen Verbintenissenrecht, Gent, 2011, 214 p.

Clapham, A., “The ‘Drittwirkung’ of the Convention”, in R. MacDonald, F. Matscher en H. Petzold (Eds.), The European system for the protection of human rights, Dordrecht, Nijhoff, 1993, 63-82.

Clayton, R. en Tomlinson H., The Law of Human Rights, Oxford, Oxford University Press, 2000, 2768 p.

Cook, R., Kaganas, F. en Sclater, S. (Eds.), Surrogate motherhood: international perspectives, Oxford-Portland, Hart Publishing Ltd, 2003, 308 p.

Cornelis, L., Algemene theorie van de verbintenis, Antwerpen, Intersentia, 2000, 476 p.

Covemaeker, S. en Van Gerven, W., Verbintenissenrecht, Leuven, Acco, 2010, 728 p.

Cummings, M. en Yashon, R., Human genetics and society, Belmont, Brooks Cole, 2009, 400 p.

De Busscher M., Meese J. en Van Der Kelen, D., (Eds.), Wet & Duiding, Boek 4: Straf- en strafprocesrecht, Brussel, Larcier, 2014, 268 p.

De Corte, R. en De groote, B., Handboek civiel recht, Brussel, Larcier, 2010, 721 p.

Decorte, R. en Degroote, B., Overzicht van het burgerlijk recht, Mechelen, Kluwer, 2005, Zesde herwerking uitg, 747 p.             

De Hert, P., Artikel 8 EVRM en het Belgisch recht: de bescherming van privacy, gezin, woonst en communicatie, Gent, Mys & Breesch, 1998, 367 p.

Dekkers, R. en Dirickx, E., Handboek burgerlijk recht, Antwerpen, Intersentia, 2009, 589 p.

De Meester-De Meyer, W. (Ed.), Bio-ethica in de jaren ’90, Gent, Omega Editions, 1987, 514 p.

De Schutter, O., International Human Rights law: cases, materials, commentary, Cambridge, Cambridge University Press, 2014, 1152 p.

De Vries, B.R., Nouwt, S. en Prins, C., Reasonable expectations of privacy?, Cambridge, Cambridge University Press, 2005, 382 p.

De Vroede, P. en Gorus, P. (Eds.), Inleiding tot het recht, Mechelen, Kluwer, 2007, 398 p.

Dhondt, M., Handboek gynaecologie, Leuven, Acco, 2012, 432 p.

D’Hooghe T., Enzin P. en Vanderschueren D., Baby’s gevraagd! Over de mogelijkheden en beperkingen van vruchtbaarheidsbehandelingen, Leuven, Acco, 2005, 214 p.

Docquir, B., Le droit de la vie privée, Brussel, Larcier, 2008, 358 p.

D’ornellas, P., Bioéthique. Propos pour un dialogue, Parijs, Lethellieux, 2009, 153 p.

Dorssemont, F., Lörcher, K. en Schömann, I.,  The European Convention on human rights and the employment relation, Oxford, Hart Publishing, 2013, 482 p.

Douglas, G. en Lowe, N.V., Bromley’s family law, Oxford, University Press, 2006, 1248 p.

Duijst, W.L.J.M., Gezondheidsstrafrecht, Deventer, Kluwer, 2009, 229 p.

Dutertre, G., Key Case-law extracts – European Court of human rights, Straatsburg, Council of Europe Publishing, 2003, 468 p.

Elshof, T., Van huis uit katholiek, Delft, Eburon, 2008, 494 p.

Englert, Y., Het menselijk embryo in-vitro, Leuven-Apeldoorn, Belgisch Raadgevend Comité voor Bio-ethiek Garant-Uitgevers, 1999, 149 p.

Erauw, J. en Fallon, M., De nieuwe wet op het internationaal privaatrecht, wet van 16 juli 2004, Mechelen, Kluwer, 2004, 374 p.

Erauw, J., Fallon, M., Guldix, E., Meeusen, J., Pertegás-Sender, M., Van Houtte, H., Watté, N., en Wautelet, P. (Eds.), Het Wetboek Internationaal Privaatrecht becommentarieerd, Antwerpen, Intersentia, 2006, 722 p.

Ergec, R., Protection Européenne et internationale des droits de l’homme, Brussel, Bruylant, 2006, 336 p.

European Parlement., A comparative study on the regime of surrogacy in EU member states, Brussel, 2013, 382 p.

Faes, P., Het rechtsmisbruik in fiscale zaken. Artikel 344 § 1 WIB – 15 jaar later, Brussel, Brussel, Larcier, 2010, 586 p.

Fedtke, J. en Oliver, D.  (Eds.), Human rights and  the private sphere: A comparative study, Abingdon, Routledge-Cavendish, 2007, 604 p.

Fenwick, H., Civil Liberties and Human Rights, Londen, Cavendish Publishing Limited, 2007, 1728 p.

Forowicz, M., The reception of international law in the European Court of Human Rights, Oxford, Oxford University Press, 2010, 456 p.

Foster, S., Human Rights and Civil Liberties, Harlow, Longman, 2011, 880 p.

Freeman, M. (Ed.), Law and childhood studies: current legal issues, Volume 14, Oxford, Oxford University Press, 608 p.

Gallus, N., Le droit de la filiation. Rôle de la vérité socio-affective et de la volonté en droit belge, Larcier, 2008, 226 p.

Genicot, G. en Leleu, Y.-H., Le droit médical. Aspects juridiques de la relation médecin-patient, Brussel, De Boeck, 2001, 243 p.

Gerlo, J., Handboek voor familierecht, I, Personen-en familierecht, Brugge, Die Keure, 2003, 359 p.

Gerards, J., EVRM – Algemene beginselen, Den Haag, Sdu Uitgevers, 2011, 307 p.

Gilmore, S. en Glennon L., Hayes and Williams’ Family Law, Oxford, Oxford University Press, 2014, 717 p.

Greer, S., The European Convention on Human Rights. Achievements, Problems and Prospects, Cambridge, Cambridge University Press, 2006, 365 p.

Groen, L.C., Het zelfrealisatierecht: Ruimtelijk instrumentarium in verhouding tot het eigendomsrecht, Amsterdam, Stichting Instituut voor Bouwrecht, 2014, 487 p.

Hammerstein-Schoonderwoerd, W.C.E., Robert, W.C.J. en Van Mourik, M.J.A., Bijzondere wijzen van voortplanting, draagmoederschap en de juridische problematiek, Zwolle, W.E.J. Tjeenk Willink BV, 1986, 147 p.

Handelstein, O., Hayden, S. en D. Lynn.  (Eds.), Contemplating maternity in an era of choice, Plymouth, Lexington books, 2010, 344 p.

Harris, D., Moeckli, D., Sangeeta, S. en Sivakhumaran, S. (Eds.), International human rights law, Oxford, Oxford University Press, 2014, 688 p.

Heirbaut, D., Cumulatieve editie van het burgerlijk wetboek, Mechelen, Kluwer, 2004, 2269 p.

Heirbaut, D., Privaatrechtsgeschiedenis van de Romeinen tot heden, Gent, Academia Press, 2002, 428 p.

Henstra, A., Van afstammingsrecht naar ouderschapsrecht: een beschouwing over de positie van sociale en biologische ouders in het familierecht, Den Haag, Boom Juridische uitgevers, 2002, 213 p.

Hoksbergen, R. en Walenkamp H., Adoptie: een levenslang dillemma, Houten, Bohn Stafleu van Loghum, 2000, 302 p.

Jacobs, F.C.L.M. en Maris, C.W., Rechtsvinding en grondslagen van het recht, Assen, Van Gorcum, 2003, 512 p.

Kindt, E.J., Privacy and data protection issues of biometric applications: a comparative legal analysis, Dordrecht, Springer, 2013, 907 p.

Kingdon R.M. en Witte J., Sex, marriage, and family in John Calvin’s Geneva: Courtship, engagement and marriage, Grant Rapids, WM B. Eerdmans Publishing Co., 2005, 513 p.

Kuitenbrouwer M. en Leenders, M., Geschiedenis van de mensenrechten: bouwstenen voor een interdisciplinaire benadering, Hilversum, Uitgeverij Verloren, 1996, 318 p.

Lammens, F. en Vierhout M., Praktische gynaecologie, Bohn Stafleu van Louthem, Houten, 2005, 276 p.

Lammerant, I., L’adoption et les droits de l’homme en droit comparé, Brussel, Bruylant, 2001, 763 p.

Leenen, H.J.J., Handboek gezondheidsrecht Deel I, Rechten van mensen in gezondheidszorg, Houten, Bohn Stafleu van Loghum, 2007, 386 p.

Leleu, Y.-H., Droit des personnes et des familles, Brussel, Larcier, 2005, 771 p.

Lewis, B.C., Papa’s baby: Paternity and artificial insemination, New York, New York University Press, 2012, 256 p.

Mahieu, G. en Pire, D., La filiation, Brussel, Larcier, 1999, 230 p.

Massager, N., Droit familial de l’enfance, Brussel, Bruylant, 2009, 616 p.

Massager, N., Les droits de l’enfant à naître, le statut juridique de l'enfant à naître et l'influence des techniques de procréation médicalement assistée sur le droit de la filiation. Étude de droit civil, Brussel, Bruylant, 1997, 1013 p.

Möller, K., The global model of constitutional rights, Oxford, Oxford University Press, 2012, 240 p.

Morgan, R., The genetics revolution: history, fears, and future of a life-altering science, Westport, Greenwood Press, 2006, 232 p.

Mosselmans, S., Voogdij, Mechelen, Kluwer, 2004, 531 p.

Mowbray, A., The Development of Positive Obligations under the European Convention on

Human Right by the European Court of Human Rights, Oxford-Portland, Hart Publishing, 2004, 255 p.

Nicolau, G., L’influence des progrès de la génetique sur le droit de la filiation, Bourdeaux, Presses universitaires de Bourdeaux, 1991, 644 p.

Nys, H., Geneeskunde: Recht en medisch handelen, Mechelen, Kluwer, 2005, 714 p.

Nys, H. en Wuyts, T., De wet betreffende de medisch begeleide voortplanting: commentaar op de wet van 6 juli 2007, Antwerpen, Intersentia, 2007, 117 p.

Ovey, C., Rainey, B. en Wicks, E., Jacobs, White and Overy: The European convention on Human Rights, Oxford, Oxford University Press, 2014, 720 p.

Puelinckx-Coene, M., Erfrecht: openvallen en toewijzing nalatenschap, erfovereenkomsten, reserve en inbreng, Mechelen, Kluwer, 2011, 926 p.

Raes, K., Tegen betere wetten in. Een ethische kijk op het recht, Gent, Academia Press, 2003, 211 p.

Schwenzer, I. (Ed.), Tensions between legal, biologica land social conceptions of parentage, Antwerpen-Oxford, Intersentia, 2007, 391 p.

Senaeve, P., Compendium van het personen-en familierecht, Leuven, Acco, dertiende herwerking uitg, 2011, 700 p.

Senaeve, P., Swennen, F. en Verschelden G., De hervorming van het afstammingsrecht, Antwerpen, Intersentia, 2007, 444 p.

Smyth, C., European asylum law and the rights of the child, Abingdon, Routledge, 2014, 250 p.

Speybroeck, J., Recht. Principes en praktijk, Gent, Academia Press, 2014, 266 p.

Stijns, S., Verbintenissenrecht, Deel 1, Brugge, Die Keure, 2005, 268 p.

Svacina, S., Burgerlijk wetboek 20ste herziene uitgave (Reeks Maklu Wetboekpockets), Antwerpen, Maklu, 2015, 668 p.

Swann, S. en Von Bar, C., Principles of European contract law: unjustified enrichment, Vol. 8, Oxford, Hart Publishing, 2010, 776 p.

Swennen, F., Gezins-en familierecht in kort bestek, Antwerpen, Intersentia, 2005, 261 p.

Swennen, F., Het personen-en familierecht, Antwerpen, Intersentia, 2012, 511 p.

Ter Heerd, J., Het experiment beproefd: een juridische analyse van medische experimenten met mensen, Antwerpen-Appeldoorn, Maklu, 2000, 106, 721 p.

Trouet, C., Van lichaam naar lichaamsmateriaal. Recht en het nader gebruik van cellen en weefsels, Antwerpen, Intersentia, 2003, 590 p.

Van Den Wyngaert, C., Strafrecht, Strafprocesrecht & Internationaal Strafrecht in hoofdlijnen, Antwerpen/Apeldoorn, Kluwer, 2006, 1314 p.

Van dijk, P. en Van Hoof, G.J.H. (Eds.), Theory and practice of the European Convention on Human Rights, Den Haag, Kluwer Law International, 1998, 1190 p.

Van Gerven, W., Verbintenissenrecht, Leuven, Acco, 2006, 728 p.

Van Kempen, P.H.P.H.M.C., Repressie door mensenrechten. Over positieve verplichtingen tot aanwending van strafrecht ter bescherming van fundamentele rechten, Nijmegen, Oratie Radbout Universiteit Nijmegen, Wolf Legal Publishers, 2008, 97.

Van Malderen, C., Adoptie en wettiging door adoptie, Brussel, Larcier, 1970, 367 p.

Van Wissen, G.J.M., Grondrechten, Zwolle, W.E.J. Tjeenk Willink, 1992, 167 p.

Verschelden, G., Afstamming, Mechelen, Kluwer, 2004, 762 p.

Verschelden, G., De nieuwe afstammingswetgeving, Mechelen, Kluwer, 2007, 460 p.

Verschelden, G., Handboek Belgisch Familierecht, Brugge, Die Keure, 2010, 842 p.

Verwilghen, M., Het nieuwe adoptierecht in België, Mechelen, Kluwer, 2005, 559 p.

Vrg Alumni., Recht in beweging – 19e VRG Alumnidag 2012, Antwerpen, Maklu, 2012, 397 p.

Wautelet, P. (Ed.), Relations familiales internationales. L’actualité vue par la pratique, Luik, Athemis, 2010, 264 p.

X., Personen- en gezinsrecht ont(k)leed editie 2012, Mechelen, Kluwer, 2012, 479 p.

X., Recht voor verpleegkundigen en vroedvrouwen, Mechelen, Kluwer, 2007, 518 p.

Youdrow, H.C., The margin of appreciation doctrine in the dynamics of European human rights jurisprudence, Den Haag, Martinus Nijhoff Publishers, 1996, 232 p.

 

 

Bijdragen in verzamelwerken

 

Antokolskaia, M., “Draagmoederschap naar Russisch recht”, in K. Boele-Woelki en M. Oderkerk (Eds.), (On)geoorloofdheid van het draagmoederschap in rechtsvergelijkend perspectief, Antwerpen/Groningen, Intersentia, 1999, 121-149.

Asch, A., “Surrogacy and the family” in D.M. Bartels, A. Caplan, R. Priest en D. Vawter, Beyond baby M., Clifton New Jersey, Human Press, 1990, 243-259.

Autin, C., “Gestation pour autrui: expérience d’un centre belge de procréation médicalement assistée” in G. Schamps en J. Sosson (Eds.), La gestation pour autrui: vers un encadrement?, Brussel, Bruylant, 2013, 9-21.

Baeteman, G. en Hofströssler, P., “Het EVRM en het Belgisch familierecht: waakzaamheid

geboden” in J. Velu (Ed.), Présence du droit public et des droits de l’homme; mélanges offerts à Jacques Velu, Brussel, Bruylant, 1992, 1683-1710.

Balthazar, T., “De rol van het ethisch comité van het ziekenhuis bij knelpunten rond medisch begeleide voortplanting en draagmoederschap: een analyse aan de hand van tien jaar casuïstiek binnen het UZ Gent” in S. Tack en G. Verschelden (Eds.), Medisch begeleide voortplanting in juridisch en ethisch perspectief, Antwerpen, Intersentia, 2014, 217-229.

Bartels, D.M., “Surrogacy arrangements. An overview” in D.M. Bartels, A. Caplan, R. Priest en D. Vawter (Eds.), Beyond baby M. ethical issues in new reproductive techniques, Clifton New Jersey, Humana Press, 1990, 173-182.

Bogaert, M., Cassiers, L., Roelant, M. en Stiennon, J.-A. (Eds.), in X, De adviezen van het Belgisch raadgevend Comité voor Bio-ethiek van 2000-2004, Brussel, Lannoo Campus, 2005, 547-582.

Bopp, J., “Surrogate motherhood agreements. The risk to innocent human life” in D.M. Bartels, A. Caplan, R. Priest en D. Vawter (Eds.), Beyond baby M. ethical issues in new reproductive techniques, Humana Press, Clifton, New Jersey, 1990, 173-182.

Brinsden, P.R., “Clinical Aspects of IVF Surrogacy in Britain” in R. Cook en S.H. Sclater (Eds.), Surrogate Motherhood: International Perspectives, Oxford, Hart Publishing, 2003, 99-112.

Castelein, C., “Grondvoorwaarden voor adoptie” in P. Senaeve en F. Swennen (Eds.), De hervorming van de interne en internationale adoptie, Antwerpen, Intersentia, 2006, 1-120.

Coene, G. en Raes, K., “Een vreemde eend in de buik. Draagmoeders of baarvrouwen? De ethiek van het gewilde, niet-uterine ouderschap” in W. Debeuckelaere, J. Meeusen en , H. Willekens (Eds.) Met rede ontleed, de rede ontkleed, Gent, Mys en Breesch, 2002, 125-155.

Cohen-Jonathan, G., “Respect for private and family Life” in R. MacDonald, F. Matscher en H. Petzold (Eds.), The European system for the protection of human rights, Dortrecht, Martinus Nyhoff, 1993, 405-444.

Cooper, J., “Horizontalitly: The Application of Human Rights Standards in Private Disputes”, in R. English en P. Havers (Eds.), An Introduction to Human Rights and the Common Law, Oxford, Hart Publishing, 2000, 53-69.

De Boeck, A. en Van Oevelen, A., “De begrenzing van de contractuele vrijheid ten aanzien van het menselijk lichaam” in M. Adams, L. Braeckmans, D. Cuypers, A. De Boeck, X. Dijon, M. Kempen, H. Nys, P. Reynaert, E. Tanghe, G. Vanheeswijck, D. Van Heule, F. Van Neste, L. Van Slycken, A. Van Oevelen, J. Velaers en W. Weyns (Eds.), Over zichzelf beschikken? Juridische en ethische bijdragen over het leven, het lichaam en de dood, Antwerpen, Maklu, 1996, 305-353.

De Hert, P., “Artikel 8: recht op privacy” in Y. Haeck en J. Vande Lanotte (Eds.), Handboek

EVRM - Deel 2; artikelsgewijze commentaar, Volume I, Antwerpen, Intersentia, 705-788.

De Wolf, A., “Draagmoederschap in België en Frankrijk: een stand van zaken” in K. Boele-Woelki en M. Oderkerk (Eds.), (On)geoorloofdheid van draagmoederschap in rechtsvergelijkend perspectief, Antwerpen, Intersentia, 1999, 89-126.

Eissen, M., “The principle of proportionality in the case-law of the European Court of Human Rights” in R. MacDonald, F. Matscher en H. Petzold (Eds.), The European system for the protection of human rights, Dortrecht, Martinus Nyhoff, 1993, 125-146.

Heida, A., “Draagmoederschap” in J.K.M. Gevers en H.J.T. Leenen (Eds.), Rechtsvragen rond voortplanting en erfelijkheid, Deventer, Kluwer, 1986, 42-48.

Henricot, C., “Le droit international privé à l‘épreuve d‘un nouveau mode d‘établissement de la filiation: le cas de la gestation pour autrui” in N. Gallus (Ed.), Actualité en droit familial, Brussel, Bruylant, 2010, 31-72.

Kalkman-Bogerd, L.E., “Artikel 8 en artikel 12 in verband met kunstmatige voortplanting en draagmoederschap” in J.K.M. Gevers (Ed.), Het EVRM en de gezondheidszorg, Nijmegem, Ars Aequi Libri, 1994, 119-135.

Khazova, O., “Genetics and Artificial Procreation in Russia”, in R. Deech, M.-T. Meulders-Klein en P. Vlaardingenbroek (Eds.)., Biomedicin, the Family and Human Rights, Den Haag/Londen/New York, Kluwer Law International, 2002, 377-391.

Khazova, O., “Russia, the new family code” in A. Bainham (Ed.), The international survey of family law, Den Haag, Martinus Nijhoff Publishers, 1998, 371-381.

Loenen. T., “De herpositionering van het EHRM in het licht van de dynamiek tussen voortrekkersrol en waakhondfunctie”, in J. Gerards en A. terlouw (Eds.), Amici Curiae. Adviezen aan het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, Nijmegen, Wolf Legal Publishers, 2012, 183-191.

Marrotta, F., Russo, C.  en Trichilo, P., “Article 8, § 1” in E. Decaux, P.H. Imbert en L.E. Petiti (Eds.), La Convention européenne des droits de l’homme; commentaire article par article, Parijs, Economica, 1995, 305-316.

Massager, N., “L‘influence des techniques de procréation médicalement assistée sur la filiation de l‘enfant à naître” in X., 10 années d’application du nouveau droit de la filiation, Volume I, Luik, Jeune Barreau de Liège, 1997, 135-263.

Mathieu, G. en Sosson, J., “L’enfant, né d’une gestation pour autrui: quelle filiation?” in G. Schamps en J. Sosson (Eds.), La gestation pour autrui: vers un encadrement?, Brussel, Bruylant, 2013, 375-409.

Narayan, U., “The gift‘ of a child: Commercial surrogacy, gift surrogacy, and motherhood” in P. Boling (Ed.), Expecting trouble; Surrogacy, fetal abuse and new reproductive technologies, Boulder, Westview Press, 1995, 177-202.

Peeters P. en Rimanque, K., “De toepasselijkheid van grondrechten in de betrekkingen tussen private personen – algemene probleemstelling”, in K. Rimanque (Ed.), De toepasselijkheid van de grondrechten in private verhoudingen, Antwerpen, Kluwer, 1982, 1-33.

Quirynen A. en Senaeve, S., “Het afstammingsrecht na de arresten van het Grondwettelijk Hof” in X., Recht in beweging, Antwerpen, Maklu, 2013, 279-307.

Roscam Abbing, H.D.C., “Artikel 8: recht op privéleven”, in J.K.M. Gevers (Ed.), Het EVRM en de gezondheidszorg, Nijmegem, Ars Aequi Libri, 1994, 105-117.

Roscam Abbing, H.D.C., “Enige gezondheidsrechtelijke aspecten van het draagmoederschap” in K. Boele-Woelki en M. Oderkerk (Eds.), (On)geoorloofdheid van draagmoederschap in rechtsvergelijkend perspectief, Antwerpen, Intersentia, 1999, 25-32.

Rubellin-Devichi, J., “Congélation d’embryon. Fécondation in vitro. Mère de substitution. Point de vu d’un juriste”, in H. Nyssens (Ed.), Génétique, procreation et droit, Arles, Actes Sud, 1985, 307-328.

Senaeve, P., “Materieelrechtelijke problemen in het nieuwe afstammingsrecht” in P. Senaeve (Ed.), Vijf jaar toepassing van het nieuwe afstammingsrecht, Leuven, Acco, 1993, 19-123.

Senaeve, P., “Ontwikkelingen in het afstammingsrecht 2007-2010” in J. Du Mongh en P. Senaeve (Eds.), Personen- en familierecht, Brugge, Die Keure, 2011, 43-47.

Senaeve, P., “Ontwikkelingen in het afstammingsrecht 2011 - 2013" in I. Boone, C. Declerck, J. Du Mongh en P. Senaeve (Eds.), Themis, vormingsonderdeel 85: Personen- en familierecht, Brugge, die Keure, 2014, 1-51.

Senaeve, P., “Overeenkomsten tussen en met samenlevende personen andere dan echtgenoten”, in J. herbots, Y. Merchiers en M. Storme (Eds.), De overeenkomst vandaag en morgen, XVI Postuniversitaire cyclus Willy Delva 1989-1990, Antwerpen, Kluwer, 1990, 415-453.

Senaeve, P., “Vaderlijke afstamming binnen het huwelijk” in P. Senaeve (Ed.), Het nieuwe afstammingsrecht, Leuven, Acco, 1987, 57-124.

Spielmann, D., “Obligations positives et effet horizontal des dispositions de la Convention”, in F. Sudre (Ed.), L’Interprétation de la Convention européenne des droits de l’homme, Brussel, Bruylant, 1998, 133-174.

Steenhoff, G., “Rechtsvergelijkende synthese” in K. Boele-Woelki en M. Oderkerk (Eds.), (On)geoorloofdheid van het draagmoederschap in rechtsvergelijkend perspectief, Antwerpen, Intersentia, 1999, 150-175.

Uerpmann-Wittzack, R., “Personal Rights and the Prohibition of Discrimination” in D. Ehlers (Ed.), European Fundamental rights and freedoms, Berlin, De Gruyter Rechtswissenschaften, 2007, 67-96.

Verschelden, G., “De hervorming van het afstammingsrecht door het Grondwettelijk Hof” in P. Senaeve, F. Swennen en G. Verschelden (Eds.), Ouders en kinderen, Antwerpen, Intersentia, 2013, 14-38.

Vlaandingerbroek, P., “Draagmoederschap” in X., 10 années d’application du nouveau droit de la filiation, I, Luik, Ed. Du jeune Barreau de Liège, 1997, 10-34.

Wautelet, P., “Draagmoederschap en afstammingsbanden - een Belgisch Ipr-perspectief,” in S. Rutten en K. Saarloos (Eds.), Van afstamming tot nationaliteit. Opstellen aangeboden aan professor mr. G. R. de Groot ter gelegenheid van zijn 25-jarig ambtsjubileum als hoogleraar rechtsvergelijking en internationaal privaatrecht aan de Universiteit Maastricht, Mechelen, Kluwer, 2013, 159-170.

Wuyts, T., “De afstamming na medisch begeleide voortplanting” in P. Senaeve, F. Swennen en G. Verschelden (Eds.), De hervorming van het afstammingsrecht, Antwerpen, Intersentia, 2007, 289-401.

 

Tijdschriften

 

Anderson, E.S., “Is women’s labour a commodity?”, Philosophy and public affairs 1990, Vol. 19, 71-92.

Annas, G. J., “The Changing Face of Family Law: Global Consequences of Embedding Physicians and Biotechnology in the Parent-Child Relationship”, Family Law Quarterly, Vol. 42, 2008, 511-528.

Antokolskaia, M., “Russian family law”, FJR 1997, 54-62.

Baeteman, G., “Het afstammingsrecht in België”, TPR 1989, 1539-1578.

Baker, A., “The enjoyment of rights and freedoms: A new conception of the ambit under article 14 ECHR”, Modern Law Review 2006, 714-737.

Balthazar, T. en Tack, S., “Patiëntenrechten. Informed consent in de zorgsector: recente evoluties”, CABG 2007/5, Brussel, Larcier, 2007, 1-106.

Benvenisti, E., “Margin of appreciation, consensus, and universal standards”, International law and politics 1999, Vol 31, 843-854.

Birnbaum, G., “Surrogacy, autonomy and the surrogate mother”, Ucl Juris.Rev. 1999, 100-106.

Blake, F., Hamill R. en Lodge M., “The breadth, dept hand utility of class, partisan and ideological schemata, American Journal of political science 1985, Vol. 29, 850-870.

Borghs, P., “Grondwettelijk Hof versoepelt adoptie door meemoeder”, Juristenkrant 2012, afl. 253, 4-5.

Borghs, P., “Homoseksualiteit en ouderschap. Actuele stand van zaken”, NJW 2004, 290-302.

Brauch, J., “The Margin of Appreciation and the Jurisprudence of the European Court of Human Rights: Threat to the Rule of Law”, Columbia Journal of European Law 2005, Vol. 11, 113-150.

Brazier, M., “Regulating the reproduction business”, Medical Law Review 1999, 166-193.

Dana, A.R., “The state of surrogacy laws: determining legal parentage for gay fathers”, Duke journal of gender law and policy 2010-11, Vol. 18, 353-390.

Buijsen, C. en Van Den Berg, M., “Hoogtechnologisch draagmoederschap: de techniek staat voor niets, nu het recht nog!”, NJB 2004, 724-728.

Cohen, J., Devroey, P., De Wert., Pennings, G., Shenfield, F. en Tarzlatis, B., “ESHRE Task Force on Ethics and Law 10: surrogacy”, Human Reproduction 2005, Vol. 20, 2705-2707.

De Both, A. en De Sutter, P., “Draagmoederschap: een eeuwenoude voortplantingstechniek in een juridisch niemandsland”, Tijdschrift voor Geneeskunde 2010, 795-799.

De Hert, P. en Herbots, P., “Wettelijke regeling van draagmoederschap dringt zich op”, Juristenkrant 2008, afl. 179, 10-11.

De Kezel, E., “Draagmoederschap”, Juristenkrant 2011, 5.

De Meuter, S., “Het kind en zijn moeder(s), het moederschap na medisch begeleide voortplanting inzonderheid draagmoederschap”, TPR 1990, 645-677.

Denys, K., Dhont, M. en Stuyver, I., “Hoogtechnologisch draagmoederschap in Vlaanderen. Medische, juridische en ethische aspecten aan de hand van casuïstiek”, Tijdschrift voor Geneeskunde 2007, 1021-1029.

De Sutter, P. en Stuyver, I., “A five-year experience with gestational surrogacy and the impact of legal changes”, Human Reproduction 2010, Vol. 25, 235-236.

DremzcweskI, A.Z. , “La Convention européenne des droits de l’homme et les rapports entre particuliers”, C.D.E. 1980, 3-24.

Dzehtsiarou, K., “European Consensus and the Evolutive Interpretation of the European Convention on Human Rights”, German Law Journal 2011, Vol. 12, 1730-1745.

Eijkholt, M., “Het recht op procreatie: voldragen of in statu nascendi?”, TvGR 2007, 2-9.

Engle, E., “Third party effect of fundamental rights”, Hanse Law Review 2009, Vol. 5, 165-173.

Feldman, D., “The developing scope of article 8 of the European human rights”, European Human Rights Law Review 1997, 265-274.

Forder, C., “Article 8 ECHR: The Utter Limits of ‘Family Life’ and the Law of Parenthood”, MJECL 1997, Vol. 4, 125-142.

Genicot, G. en Leleu, Y.-H.,“La maîtrise de son corps par la personne”, JT 1999, 589-600.

Gersz, S.R., “The contract in surrogate motherhood: a review of the issues”, Law, Med. & Health Care 1984, 107-114.

Gobert, M., “Réflexions sur les sources du droit et les ‘principes’ d’indisponibilité du corps humain et de l’état des personnes à propos de la maternité de substitution”, Rev.trim.dr.civ. 1992, 489-528.

Graham, M.L., “Surrogate gestation and the protection of choice”, Santa Clara Review 1982, 291-323.

Guldix, E., “De impact van de medische wetenschap en techniek op het personen- en gezinsrecht”, RW 1993-94, 1104-1128.

Heida, A.,  “De Engelse wet betreffende draagmoederschapsregelingen”, N.J.B. 1987, 12-14.

Heida, A., “Juridische perikelen rond het draagmoederschap”, W.N.P.R. 1984, 649-653.

Heyvaert, A., “De nieuwe procreatietechnieken en de Afstammingswet van 31 maart 1987”, Vl.T.Gez. 1988, 227-246.

Helfer, L.R., “Consensus, Coherence, and the European Convention on Human Rights”, Cornell International Law Journal 1993, 133-165.

Janssen, H.L., “Constitutionele interpretatie. Een rechtsvergelijkend onderzoek naar de vaststelling van de reikwijdte van het recht op persoonlijkheid”, Tijdschrift voor bestuurswetenschappen en publiek recht 2003,  667-668.

Jongeneel-Van Amerongen, M., “Commercieel draagmoederschap”, FJR 1993, 258-260.

Kamp, I., “Betwisting van de vaderlijke erkenning”, Jura Falconis 2012-2013, 685-711.

Kavanaugh, K.A., “Policing The Margins: Rights Protection And The European Court Of Human Rights”, European Human Rights Law Review 2006, 422-444.

Kersten, H. en Sutorius, E., “Het gezag van de draagmoeders”, NJB 1997, 1116-1120.

Kilkelly, U., “Children’s Rights: a European Perspective”, JSIJ 2004, 68-95.

Kok, J., “Afstand van ouderrechten”, FJR 2007, 105.

Kruger, T. en Verhellen, J., “De erkenning in België van buitenlandse familierechtelijke akten”, T.Vreemd. 2006, 278-285.

Lambert, H., “The European Court of Human Rights and the Right of Refugees and Other Persons in Need of Protection to Family Reunion”, IJRL 1999, 427-450.

Lampe, M.F., “Procréation assistée – Problèmes éthiques et juridiques liés au sort de l‘embryon – Statut de l‘enfant à naître”, RTDF 1986, 129-174.

Langenaken, E., “Le droit de la filiation face à l’inceste: norme égalitaire ou norme symbolique”, RTDF 2004, 356-369.

Lawrence, D.E., “Surrogacy in California: Genetic and gestational rights”, Golden gate university Law Review 2010, Volume 21, 525-557.

Lee, R.L., “New Trends in Global Outsourcing of Commercial Surrogacy: A Call for Regulation”, Hastings Women’s Law Journal 2009, Vol. 20, 275-288.

Leleu, Y.-H., “Le droit transitoire de la prescription des actions relatives à la recherche de la filiation adultérine”, JT 1993, 845-850.

Mahieu, G., “L’adoption”, Rép.Not., Brussel, Larcier, 1989, 1-15.

Mahonney, P., “Universality versus Subsidiarity in the Strasbourg Case law on free speech: explaining some recent judgements”, European Human Rights Law Review 1997, 364-379.

Martens, I., “Familierechtelijke aspecten van draagmoederschap in België en Nederland. De zaak Baby D.”, TJK 2006, 5-19.

Martens, I., “Adoptie. Hervorming van intern en interlandelijk adoptierecht”, NJW 2006, 338-361.

Merckx, D., “Onderschuiving van een kind” in X., Strafrecht en strafvordering: commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, Mechelen, Kluwer, 1984-heden, losbladig.

Meulders-Klein, M-T., “Le droit de l’enfant face au droit à l’enfant et les procréations médicalement assistées”, Rev.Trim. Dr.Civ. 1988, 645-672.

Meulders-Klein, M.T., “La réforme du droit de la filiation en Belgique”, Rev.Trim.dr.Fam. 1979, 5-72.

Montero, E., “L’adoption consécutive à un contrat de mère porteuse”, T.Gez. 1997-98, 124-128

Mortier, F., “Ethici: koele minnaars van draagmoederschap”, TJK 2006, 20-26.

Mrazik, M.T. en Schoenholtz, A.I., “Protecting and Promoting the Human Right to Respect for Family Life: Treaty-based Reform and Domestic Advocacy”, GILJ 2009-2010, 651-684.

Mutcherson, K.M., “How parents are made: A response to discrimination in baby making: The unconstitutional treatment of prospective parents through surrogacy”, Indiana law journal 2013, Vol. 88, 1207-1216.

Nys, H. en Wuyts, T., “De wet betreffende de medisch begeleide voortplanting en de bestemming van de overtallige embryo‘s en de gameten”, RW 2007-08, 762-776.

O’Connell, R., “Cinderella comes to the ball: Art. 14 and the right to non-discrimination in the ECHR”, Legal studies 2009, 1-20.

Ostrovsky, A.A., “How the Margin of Appreciation Doctrine Preserves Core Human Rights within Cultural Diversity and Legitimises International Human Rights Tribunals”, Hanse Law Review 2005, Vol. 1, 47-64.

Ovey, C., “The margin of appreciation and article 8 of the Convention”, Human rights law journal 1998, 10-12.

Pierce, W.L., “Survey of state activity regarding surrogate motherhood”, Family law reports 1985, 3001-3004.

Pire, D., “L’enfant incestueux et la Convention européenne des droits de l’Homme”, JLMB 1990, 1169-1170.

Pluym, L., “Het recht van het kind om zijn ouders te kennen (art. 7.1 IVRK) na heterologe medisch begeleide voortplanting, adoptie en draagmoederschap in België”, TJK 2012, 5-22.

Rasilla del Moral, I., “The Increasingly Marginal Appreciation of the Margin of Appreciation Doctrine”, German Law Journal 2006, Vol. 7, 611-624.

Robertson, J.A., “Procreative liberty and the control of conception, pregnancy and childbirth”, Virginia law review 1983, 405-464.

Rouvroy, A., ‘‘Quelques questions relatives aux procréations médicalement assistées’’, JT 1997, 769-777.

Ruby, L., “New Trends in Global Outsorcing of Commercial Surrogacy: A Call for Regulation”,

Hastings Women’s Law Journal 2009, 275-300.

Ryznar, M., ”International Commercial Surrogacy and its Parties, J. Marshall L. Rev. 2009, 1009-1039.

Schoots, M., “Wetsaanpassing in verband met draagmoederschap?”, FJR 2004, 189-194.

Schokkenbroek, J.,  “The basis, nature and application of the margin of appreciation doctrine in the case law of the European Court of Human Rights”, Human Rights Law Journal 1998, 30-36.

Schokkenbroek, J., “The prohibition of discrimination of art. 14 of the Convention and the margin of appreciation”, Human rights law journal 1998, 20-23.

Senaeve, P., “Juridische aspecten van het draagmoederschap”, Vl.T.Gez. 1988, 247-258.

Senaeve, P., “Juridische implicaties van nieuwe ontstaansvormen van menselijk leven”, RW 1985-86, 625-652.

Shenfield, F., “ESHRE: Task force on ethics and law 10: surrogacy”,  Human Reproduction 2005, Vol. 20, 2705-2707.

Sosson, J., “La création d’un lien légal avec la mère génétique d’un enfant conçu par gestation pour autrui: une question de filiation ou d’adoption?”, RTDF 2011, 176-179.

Sottiaux, S., “Recente ontwikkelingen in de Europese rechtspraak inzake seksuele betrekkingen: een gemiste kans?”, TBP. 2001, 375-383.

Swennen, F., “Juridische grondslagen voor de strafrechtelijke immuniteit van de geneesheer i.h.b. de vereiste van het therapeutisch oogmerk”, T.Gez. 1997-98, 3-21.

Swennen, F., “Afstamming en Grondwettelijk Hof”, RW 2011-2012, 1102-1110.

Van den Akker, O.B.A., “Psychosocial aspects of surrogate motherhood”, Human Reproduction Update 2007, Vol. 13, 53-62.

Tillemans, D. en Willems, E., “Overzicht van rechtspraak – De controle op de geschiktheid van de kandidaat-adoptanten om te adopteren”, T.Fam. 2011, 24-51.

Traest, F., “Interlandelijke adoptie na de wet van 24 april 2003”, RW 2003-04, 1361-1375.

Van Crombrugge, S., “De invoering van het leerstuk van fraus legis of wetsontduiking in het Belgisch fiscaal recht”, TRV 1993, 271-286.

Van Gestel, R. en Verschuuren, J.,  “Nachtvluchten aan banden door artikel 8 EVRM”, NJCM-Bulletin 2002, 154-162.

Van Poppel, V., “Wetsontduiking bij clandestiene huwelijken”, TPR 1968, 427-457.

Vansweevelt, T., “De toestemming van de patiënt”, TPR 1991, 285-378.

Verhellen, J., “Draagmoederschap: het internationaal privaatrecht uitgedaagd”, Tijdschrift@ipr.be 2010, 164-172.

Verhellen, J. “Draagmoederschap en de grenzen van het Belgisch IPR”, TPR 2011, 1511-1557.

Verschelden, G., “Een pleidooi voor een familierechtelijke regeling van draagmoederschap in

België”, TPR 2011, 1421-1510.

Verschelden, G., “Commentaar bij art. 319 BW”, Comm. Pers. 2009, 1-12.

Verschelden, G., “De discrete bevalling: onaanvaardbare ontwijking van ouderlijke verantwoordelijkheid”, T.Fam. 2009, 81-84.

Verschelden, G., “Het nieuwe afstammingsrecht: een compromis tussen biologisch en sociaal ouderschap”, RW 2007-08, 338-358.

Verschelden, G., “Nood aan een familierechtelijk statuut voor draagmoederschap in België met aandacht voor grensoverschrijdende aspecten”, T. Fam. 2010, 69-70.

Veys, M., “Afstamming na medisch begeleide voortplanting en draagmoederschap”, TBBR 2006, 402-415.

Vrancken, J.M.B., “Contractualisering en draagmoederschap”, TPR 1997, 1751-1761.

Wautelet, P., “De doorwerking in België van buitenlandse akten: een kritisch overzicht”, T.Vreemd. 2008, 36-48.

Warbrick, C., “The Structure of Article 8”, EHRLR 1998, 32-36.

Wilkinson, S., “The exploitation argument against commercial surrogacy”, Bioethics 2003, 169-187.

Williams, J.F., “Surrogate parenthood, an analysis of the problems and a solution: representation for the child”, W. Mitchell Law Review 1985, 142-182.

Wils, W., “Bio-ethiek en recht: het geval van draagmoederschap”, N. Tijd. Pol. 1989, afl. 5, 1-15.

Wils, W., “Draagmoederschap: een vergelijkende studie vanuit het recht van de Verenigde Staten van Amerika”, Jura'Falc.' 1988-89, 9-33.

Wuyts, T., “Het bezit van staat als absolute grond van niet-ontvankelijkheid bij betwisting van de afstamming strijdig met het recht op eerbiediging van het privé-leven”, T.Fam. 2011, 64-70.

X, “Adviezen van de Nationale Raad: draagmoeder”, Tijdschrift van de Nationale Raad – Orde van Geneesheren 2010, afl. 131, 1-8.

 

 

 

Andere bronnen

 

Akandji-Kombe, J.-F., Positive obligations under the European Convention on Human rights, Straatsburg, Council of Europe Publishing, 2007, 72 p.

Autin, C., Surrogacy: the Belgian experience, 15 december 2013, https://onedrive.live.com/view.aspx?cid=22D684049E1FACC7&resid=22d684049e1facc7%21824&app=WordPdf.

Belrap, Report of the College of Physicians for Assisted Reproduction Therapy: Belgium 2011,  http://www.belrap.be/Documents/Reports/Global/FinalReportV2_IVF11_10JAN14.pdf.

Gerards, J., Het prisma van de grondrechten: inaugurele rede, Nijmegen, Radboud Universiteit Nijmegen, 2011, 58 p.

Greer, S., The margin of appreciation: Interpretation and discretion under the European Convention on Human Rights, Straatsburg, Council of Europe Publishing, 2000, 60 p.

Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht, Document préliminaire No 11 de mars 2011 à l’intention du Conseil d’avril 2011 sur les affaires générales et la politique de la Conférence. Questions de droit international privé concernant le statut des enfants, notamment celles résultant des accords de maternité de substiuttion à caractère international, http://www.hcch.net/upload/wop/genaff2011pd11e.pdf.

Hancock, M., Draagmoederschapsovereenkomsten in Europa en wereldwijd. Medische, sociale, ethische en juridische aspecten, Parlementaire assemblee van de Raad van Europa, Sociale zaken, gezondheid en familiezaken commissie, 2004, 30 p.

Instituut Samenleving en Technologie, Dossier 2O: Fertiliteitsbehandelingen: de realiteit voorbij de technologie, 5-20, http://ist.vito.be/nl/pdf/dossiers/fertiliteitsdossier.html.

Kilkelly, U., The right to respect for private and family life. Human rights handbook no. 1, Straatsburg, Council of Europe publishing, 2003, 72 p.

Pluym, L., De notariële akte in het kader van draagmoederschap: De lege lata en de lege ferenda, masterproef notariaat Universiteit Gent, 2010, 77 p.

Puppinck, G., “ECHR: Towards the liberalisation of Surrogacy”, Revue Lamy Droit Civil 2014, http://www.academia.edu/8433481/ECHR_Towards_the_Liberalisation_of_Surrogacy_-_Regarding_the_Mennesson_v._France_and_Labassee_v._France_cases_n_65192_11_and_n_65941_11_, 13 p.  

Raadgevend Comité voor Bio-ethiek, Advies nr. 30 betreffende zwangerschap-voor-een-ander, 5 juli 2004, http://www.health.belgium.be/filestore/7972417/Advies30-zwangerschap-voor-een-ander_7972417_nl.pdf.

Van Grunderbeeck, D., Grondbeginselen van een Europees personen- en familierecht geformuleerd vanuit

het perspectief van de mensenrechten – Deel I, onuitg. Doctoraatsthesis Rechten K.U.Leuven, 2002, 253 p.

Vansteelandt, B., “Draagmoederschap”, Bibliotheek van het federaal Parlement dossier nr. 99, 28 september 2005, www.dekamer.be/kvvcr/pdf_sections/biblio/dossier99N.pdf

Universiteit of Hogeschool
Rechten
Publicatiejaar
2015
Kernwoorden
Share this on: