The Role of the Community Officer in the Signalling of Religious Affiliated Radicalisation within the Netherlands

Pieter Appelboom
TUSSEN KORAN EN KALASJNIKOVMijn buurjongen, Mo. Aardige knul, zegt altijd vrolijk gedag. Zo af en toe loopt hij wel eens door de straat. Al lijkt hij de laatste tijd wel wat minder buiten te komen. Eerst was hij ook nog regelmatig op de voetbalclub te vinden, nu vrijwel nooit meer. En waarom loopt ie eigenlijk opeens in zo’n jurk, zo’n djellaba-ding? Ach ja, ieder z’n hobby. Die baard vind ik hem overigens niet staan, maar dat zal er tegenwoordig wel bij horen.

The Role of the Community Officer in the Signalling of Religious Affiliated Radicalisation within the Netherlands

TUSSEN KORAN EN KALASJNIKOV

Mijn buurjongen, Mo. Aardige knul, zegt altijd vrolijk gedag. Zo af en toe loopt hij wel eens door de straat. Al lijkt hij de laatste tijd wel wat minder buiten te komen. Eerst was hij ook nog regelmatig op de voetbalclub te vinden, nu vrijwel nooit meer. En waarom loopt ie eigenlijk opeens in zo’n jurk, zo’n djellaba-ding? Ach ja, ieder z’n hobby. Die baard vind ik hem overigens niet staan, maar dat zal er tegenwoordig wel bij horen. Ik bedenk me net, ik heb hem eigenlijk al een hele poos niet meer gezien..[1]

Waar de migrantenstroom vanuit Syrië de afgelopen periode behoorlijk is aangetrokken, maken politie- en veiligheidsdiensten zich voornamelijk zorgen over hen die de andere kant op lijken te willen gaan. Geradicaliseerde jongeren die naar Syrië trekken om zich aldaar vermoedelijk bij terreurorganisaties te voegen, zorgen zowel hier, als daar, voor de nodige kopzorgen. 

Een proactieve aanpakIn verschillende Europese landen is sinds 2012 een aanzienlijke toename te zien van jongeren die lijken te radicaliseren, en vervolgens uitreizen naar Syrië. Het huidige contraterrorisme beleid probeert naast een verscherpte beveiliging, naar aanleiding van aanslagen in Brussel en Parijs, nadrukkelijk om lokale radicalisering vroegtijdig in de kiem te smoren. Maar, vooraleer een individuele aanpak van de-radicalisering kan worden geïnitieerd, zullen we eerst moeten weten wie er precies radicaliseren. Aangezien veel jongeren radicaliseren binnen de eigen woonplaats, hebben beleidsbepalers een vroeg-signalerende rol toegedicht aan onder andere de wijkagent. Deze wijkagent, zeker in grotere steden, is de liaison tussen de politie en de lokale gemeenschap en wordt geacht de wijk als geen ander te kennen. Wijkagenten zouden radicaliserende wijkbewoners dan ook moeten kunnen herkennen, maar gebeurt dit ook?    

Jong, man en gelovigDit afstudeeronderzoek ging op zoek naar de ervaring van de wijkagent in het herkennen van radicalisering. Hiervoor zijn interviews gehouden in vijf Nederlandse steden. Enkel wijkagenten die ervaringen hebben met radicalisering zijn benaderd, waardoor de overgrote meerderheid uitgesloten was van deelname.  

Onderzoek uit 2007 toonde aan dat de wijkagent niet voldoende op de hoogte was van radicalisering. Inmiddels blijkt de wijkagent goed geïnformeerd omtrent het fenomeen. Radicalisering, eenvoudig gesteld een proces waarin iemand steeds verder overtuigd lijkt te raken van extremistische opvattingen, wordt door de wijkagent vooral ervaren als een plotselinge verregaande interesse in de Islam. Naast het geloof zijn er twee andere grote gemene delers onder geradicaliseerde wijkbewoners: het betreft veelal mannen en ze zijn betrekkelijk jong. 

Herken de JihadistHerkennen wijkagenten radicalisering? Het antwoord is zoals zo vaak, niet eenduidig. Wijkagenten worden ten eerste sporadisch ingelicht door wijkbewoners over mogelijk radicaliserende medebewoners. Deze wijzen hen dan op een veranderd uiterlijk of plotselinge religiositeit. De wijkagent geeft twee hoofdredenen voor deze beperkte informatiestroom vanuit de wijk: hun beperkte aanwezigheid in de wijk en de lastige vertrouwensrelatie tussen burger en agent. Met dit laatste wordt bedoeld dat wijkbewoners wel degelijk informatie willen geven, maar niet wanneer dit leidt tot officiële opvolging waardoor voor- en achternaam bij de ‘geradicaliseerde’ terecht kan komen. Ook bezorgde families van geradicaliseerde personen lichten de wijkagent in, maar enkel waneer zoon of dochter reeds naar Syrië is vertrokken.

Ten tweede observeren wijkagenten ook zelf veranderingen bij wijkbewoners. Hoewel zij realiseren dat interesse in de Islam vanzelfsprekend niet gelijk staat aan radicalisering, is het toch bijzonder wanneer dit zeer plots lijkt te gebeuren. Een bewoner die zich voorheen vooral inliet met criminaliteit en drugs en daarna plotsklaps devoot Moslim is, is op zijn minst opmerkelijk. In sommige wijken vàlt het op, in andere víel het op. Elders is streng religieus zijn eerder regel dan uitzondering, waardoor veranderingen nauwelijks opvallen. Andere manieren om radicalisering te herkennen zoals voorgesteld in bijvoorbeeld de Handleiding voor Beleid en Praktijk (2013)[2], worden zelden opgemerkt. Mogen we van wijkagenten verwachten dat zij zaken vaststellen zoals ‘politiek ongenoegen’, ‘sociale isolatie’ of  ‘onttrekken uit kern-instituties’ in hun vaak al veeleisende wijken?

De derde en tevens meest voorkomende manier waarop wijkagenten worden geïnformeerd omtrent radicaliserende wijkbewoners is via een lokaal overlegorgaan. Deze vorm van overleg, vaak onder leiding van de gemeente, centraliseert informatie afkomstig van professionals in de wijk. Hier komt dus informatie samen vanuit bijvoorbeeld scholen, sociaal werk of reclassering en wordt dit naar de wijkagent doorgespeeld. Daarnaast wordt de wijkagent regelmatig direct ingelicht door leden van lokale moskeeën, al varieert dit wel van wijk tot wijk.

Een actieve rolAlhoewel de wijkagent dus niet direct bijdraagt aan de initiële signalering, leveren zij wel regelmatig wijkinformatie nadat zij op mogelijke radicalisering zijn geattendeerd door bijvoorbeeld het overlegorgaan. Mede door deze wijkgerichte kennis kunnen jongeren geduid worden als radicaal, of simpelweg als zoekende tiener. De wijkagent wordt regelmatig geïnstrueerd om informatie te ‘halen’, maar doet dit ook op eigen initiatief. Hierdoor is radicalisering voor de meeste een behoorlijke taak geworden binnen hun functie, die bovendien prioriteit geniet. Overigens zet de ene wijkagent deze informatie direct in een landelijke computersysteem, waar de ander liever eerst een deskundige inlicht. Ten slotte gaat de wijkagent ook regelmatig langs bij de ‘radicaliserende’ jongeren, alsook bij hun families. Hoewel dit niet altijd gewenst is, kan dit tot zinvolle informatie leiden, maar ook tot een verbeterde relatie tussen burger en politie. Zowel de wijkagent als de meeste ouders willen per slot van rekening niet dat hun jongeren uitreizen naar Syrië.

Op naar avontuurMohammed pakt zijn Kalasjnikov op en herlaadt. Om hem heen geschreeuw en knallen van inslaande mortieraanvallen. Plotseling ziet hij twee donkere schimmen in zijn richting komen aanrennen. Hij blijft rustig en brengt zijn wapen in aanslag. Vervolgens geeft hij zich over aan zijn rechter wijsvinger. Met een doffe knal vallen de levenloze lichamen van de man en vrouw op de stoffige zandvlakte. Het zand stuift op en even lijkt het volkomen stil.

‘Mo. Mo, Mo! Kom naar beneden, het eten is klaar!’ Mo zet zijn koptelefoon af, klapt zijn laptop dicht en vergezelt zijn familie. ‘Het wordt tijd dat je weer eens naar buiten gaat, dat ge-computer van jou de hele vakantie’, snauwt zijn moeder. ‘Waarom ga je niet gewoon weer voetballen, zoals vroeger?’ 

[1] Fictief verhaal

[2] Somers, B., de Wever, B., Bonte, H. & Creemers, J. (2013). Beheersen van Moslimradicalisering. Handreiking voor Beleid en Praktijk. Antwerpen.

 

Bibliografie

REFERENCE LIST

 

Adang, O., Quint, H. & van der Wal. (2010).  Zijn wij anders? Waarom Nederland geen grootschalige etnische rellen heeft. Uitgeverij Reed Business, Den Haag.

Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst, (2004). From Dawa tot Jihad: The Various Threats from Radical Islam to the Democratic Legal Order, AIVD: The Hague.

Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst, (2014). Transformatie van het jihadisme in Nederland: zwermdynamiek en nieuwe slagkracht, AIVD: Den Haag.

Al-Lami, M. (2009). Studies in Radicalisation: State of the Field Report: Politics and International Relations Working Paper.

Al Raffie, D. (2013). Social Identity Theory for Investigating Islamic Extremism in the Diaspora. Journal of Strategic Security. 6(4): 67-91.

Atran, S. (2010). Pathways To and From Violent Extremism: The Case for Science-Based Field Research.

Bakker, E. (2006). Jihadi terrorists in Europe. Their characteristics and the circumstances in which they joined the jihad. An exploratory study. The Hague: Netherlands Institute of International Relations Clingendael.

Bakker E. (2013). Nederlandse strijders in Syrie: een gevaar? Internationale Spectator, vol. 67 (6): 2-7.

Bakker, E., Paulussen, C. & Entenmann, E. (2013). Dealing with European Foreign Fighters in Syria: Governance Challenges & Legal Implications, The Hague: ICCT.

Bakker, E., Paulussen, C. & Entenmann, E. (2014). Returning Jihadist Foreign Fighters. Challenges Pertaining to Threat Assessment and Governance of this Pan- European Problem. Security and human Rights 25. 11-32.

Bayley, D. H. (1988). Community Policing: A report from the devil's advocate. In J.R. Greene and S.D. Mastrofski (Eds.), Community Policing: Rhetoric or Reality (pp. 225-237). New York: Praeger Publications.

Bayley D. H. (1989). Community policing in Australia: An appraisal, in Chappell D & Wilson P (ed), Australian policing contemporary issues. Sydney: Butterworths: 63– 82.

Bayley, D.H. (1994). Police for the Future. New York: Oxford University Press.

Bennett, T. (1994). Community Policing on the Ground: Developments in Britain, in Rosenbaum, D.P. (ed). The Challenge of Community Policing: Testing the promises, Thousand Oaks, CA: Sage, pp. 224-46.

Bizina, M. & Gray, D. H. (2014). Radicalization of Youth as a growing Concern for Counter-Terrorism Policy, Global Security Studies, Vol. 5 (1).

Bloor, M., Wood, F. (2006). Keywords in Qualitative Methods. A Vocabulary of Research Concepts. SAGE publications.

Boeije, H. (2005). Analyseren in kwalitatief onderzoek: denken en doen. Amsterdam: Boom.

Borum, R. (2003). Understanding the Terrorist Mind-set. FBI Law Enforcement Bulletin 72 (july), 7-10.

Borum, R. (2011). Radicalization into Violent Extremism I: A Review of Social Science Theories. Perspectives on Radicalization and Involvement in Terrorism. Vol.4 (4).

Boudon, R. (1981). The logic of Social Action: An introduction to Sociological Analysis. London: Routledge & Kegan Paul.

Bouhana, N. & Wikström P. H. (2011). Al Qa'ida-Influenced Radicalisation: A Rapid Evidence Assessment Guided by Situational Action Theory. Research, Development and Statistics, Office for Security and Counter-Terrorism. London: Home Office.

Boydstun, J. & Sherry, M. (1975). San Diego Community Profile: Final Report. Washington, DC: Police foundation.

Briggs, R., Fieschi, C. & Lownsbrough, H. (2006). Bringing it Home - Community-based approaches to counter-terrorism. London.

Broadhead, R. S., & Rist, R. C. (1976). Gate keepers and the social control of social research. Social Problems, 23, 325-336.

Brogden, M. & Nijhar, P. (2005). Community Policing: National and international models and approaches, Cullompton: Willan Publishing.

Bronitt, S. and Stenning, P. (2011). Understanding discretion in modern policing. Criminal Law Journal 35 (6) pp.319-332, Sydney: Law Book Company.

Buijs, F. J., Demant, F. & Hamdy, A. (2006). Strijders van eigen bodem: Radicale en democratische moslims in Nederland. Amsterdam: Amsterdam University Press.

Center for Security Studies. (2013). European Strategies Against Jihadist Radicalisation. CSS Analysis, Security Policy. No. 128.

Choudhury, T., Fenwick, H. (2011). The Impact of Counter-Terrorism Measures on Muslim Communities, Project Report. Equality and Human Rights Commission Research Report, 72, Manchester.

Corden, A. & Sainsbury, R. (2006). Using verbatim quotations in reporting qualitative social research: Researchers’ views. SPRU, University of York.

Council of the European Union. (23/11/2010). Council conclusions on the role of the police and civil society in combating violent radicalisation and recruitment of terrorists, 16178/10.

Curry, L.A., Nembhard, I.M. & Bradley, E.H. (2009). Qualitative and Mixed Methods Provide Unique Contributions to Outcomes Research. Circulation. 119:1442-52.

De Kerchove, G. & van Reedt Dortland, R. (2008). The EU response to Radicalisation and recruitment to Terrorism. In R. Coolsaet (Ed). Jihadi-terrorism and the radicalisation challenge in Europe. (pp. 147-153). Aldershot: Ashgate.

Dinten W.L., van Dinten, L.C., Schouten, I.F.M. & Voorthuijsen, D.C. (2011). Omdat de samenleving eraan toe is. Naar een lokaal contextgedreven, regionaal en landelijk systeem gedreven Nederlandse Nationale Politie. Wijk bij Duurstede: Stichting Bascole. Hieruit: Bevindingen, pp. 7-22. Effecten van transformeren van de politieorganisatie, pp. 32-37.

Easton, M. (2010). Organisatorische uitdaging verbonden aan multiple community policing be. In F., Bovenkerk, M., Easton, L., Gunther Moor & P., Ponsaers (Eds.), Cahiers Politiestudies 15. Multiple communities en de politiële aanpak ervan (pp. 49-67), Antwerpen/Apeldoorn: Maklu (ISBN 9789046602478).

Edwards, J. A. & Lampert, M. D. (1993). Talking Data: Transcription and Coding in Discourse Research (eds), Hillsdale, NJ: Lawrence Erlbaum.

Eijkman, Q., Lettinga, D. & Verbossen, G. (2012). Impact of Counter-Terrorism on Communities: Netherlands Background Report. Institute for Strategic Dialogue

European Commission. (2006). ‘Terrorist recruitment: a Commission’s Communication addressing the factors contributing to violent radicalisation’, MEMO/05/329.

European Crime Prevention Network. (2012). Community (oriented) policing in Europe: Concepts, theory and practice. EUCPN Toolbox Series, No. 2. Brussels.

Expert Group (2008). Radicalisation Processes Leading to Acts of Terrorism. A Concise Report prepared by the European Commission’s Expert Group on Violent Radicalisation. Submitted to the European Commission on 15 May.

Fermin, A. (2009). Islamitisch en extreem-rechtse radicalisering in Nederland. Een vergelijkend literatuur onderzoek. RISBO. Den Haag: WODC.

Friedmann, R.F. (1992). Community Policing. Hertfordshire: Harvester Wheatsheaf. 

Ganor, B. (2002). Defining Terrorism: Is One Man's Terrorist Another Man's Freedom Fighter? Police Practise and Research, Vol. 3, No. 4, pp. 287-304.

Garssen, A. (2006). Verstoren ... of ... (ver)binden? Hoe geeft de wijkagent in Nederland, Engeland, België en Duitsland inhoud aan het vroegtijdig signaleren van radicalisme en islamitisch terrorisme? Meesterstuk Leergang Internationale Politie Oriëntatie van Instituut Clingendael & de School voor Politieleiderschap.

Giddens, A. (1985). The Constitution of Society. Cambridge: Polity.

Gielen, A. (2008). Radicalisering en identiteit. Radicale rechtse en moslimjongeren vergeleken. Amsterdam.

Gill, P., Stewart, K., Treasure, E. & Chadwick, B. (2008). Methods of data collection in qualitative research: interviews and focus groups. British Dental Journal, Vol. 204 (6) 291-295.

Goldstein, H. (1977). Policing a Free Society. Cambridge, MA: Ballinger.  

Goldstein, H. (1987). Toward community-oriented policing: Potential, basic requirements, and threshold questions. Crime and Delinquency, 33 (1): 6-30.

Graaff, B. de (2009). De ongrijpbare vijand; hoe effectief is terrorismebestrijding?. De Groene Amsterdammer, 24 juli 2009, 20-23.

Greene, J. R. (2000). Community  Policing  in  America:  Changing  the  Nature,  Structure,  and Function  of  the  Police.  Vol.  3:  Policies, Processes,  and  Decisions  of  the  Criminal Justice System: NCJ.

Gurr, T. R. (1970). Why Men Rebel. Princeton, NJ: Center of International Studies, Princeton UP.

Gusfield, J. R. (1975). The community: A critical response. New York: Harper Colophon.

't Hart, H., Boeije, H. & Hox, J. (2005). Onderzoeksmethoden (4e druk). Amsterdam: Boom onderwijs.

Harvey, D. (1990). The Condition of Post-modernity. London: Blackwell.

Herbert, S. (2006). Citizens, cops, and power: Recognizing the limits of community, Chicago, IL: University of Chicago Press.

Hoffman, B. (2006). Inside Terrorism (Rev. ed.). New York: Columbia University Press.

Hofmann, D. C. (2012). Twenty Important Journal Articles and Reports on Radicalisation to, and De-Radicalisation from Terrorism. Perspectives on Terrorism. Vol 6, Issue 6.

Hutchinson, S. & Skodol-Wilson, H. (1992). Validity threats in scheduled semi structured research interviews, Nursing Research, 41 (2), pp. 117-119.

Innes, M. (2006). Policing uncertainty: countering terror through community intelligence and democratic policing, Annals of the American Academy of Political and Social Science, 605(1): 222-41.

Jacobson, M. (2005). Downsizing prisons: How to reduce crime and end mass incarceration. New York, NY: University Press.

King, G., Keohane R. & Verba, S., (1994). Designing Social Inquiry: Scientific Inference in Qualitative Research. Princeton: Princeton University Press.

Kool, W. (2007). Mission Impossible? Het signaleren van islamitisch radicalisme en terrorisme door Nederlandse wijkagenten. Tijdschrift voor de politie, Nr 3. p. 4-8.

Kundnani, A. (2014). The Muslims Are Coming!: Islamophobia, Extremism, and the Domestic War on Terror. London.

Kvale, S. & Brinkmann, S. (2009). InterViews: learning the craft of qualitative research interviewing. (2nd edition). Thousand Oaks, CA: Sage.

LeCompte, M. D. & Goetz, J. (1982). Problems of reliability and validity in ethnographic research. Review of educational research, vol 52, no. 1, 1982, pp. 31-60.

Legard, R., Keegan, J. & Ward, K. (2003): ‘In-depth Interviews’. In: J. Ritchie & J. Lewis eds. Qualitative Research Practice. A Guide for Social Science Students and Researchers. Thousand Oaks,CA: Sage Publications:138-169.

Lichtman, M. V. (2014). Qualitative Research for the Social Sciences. SAGE Publications.

Lum, C., Kennedy, L. W. & Sherley A. (2006). Are counter-terrorism strategies effective? The results of the Campbell systematic review on counter-terrorism evaluation research. Journal of Experimental Criminology 2: 489-516.

Merton, R (1938). "Social Structure and Anomie." American Sociological Review 3:672- 82.

Mack, N., Woodsong, C., MacQueen, K., Guest, G & Namey, E.  (2005).  Qualitative Research Methods: A Data Collector’s Field Guide.  Research Triangle Park, NC: Family Health International.

Marshall, M. N. (1996). Sampling for qualitative research. Family Practice, 13(6), 522- 525. 

Marshall, C. & Rossman, G. B. (1999). Designing qualitative research (3rded.). Thousand Oaks, CA: Sage.

Maso, I. & A. Smaling. (1998). Kwalitatief onderzoek: praktijk en theorie. Amsterdam: Boom.

Matarazzo, J. (1964). Interviewer mm-humm and interviewee speech duration. Psychotherapy: Theory, Research and Practice 1:109–14.

Maxwell, J. (2013). Qualitative Research Design: An interactive Approach, 3rd edition. London: Sage.

Miles,  M.  B.  &  Huberman,  A.  M.  (1984).  Qualitative  Data  Analysis:  A  Sourcebook  of  New Methods. California; SAGE publications Inc.

Minister van Veiligheid en Justitie. (2014). Antwoorden kamervragen over jihadsteden in Nederland, 7 april 2014 met kenmerk 2014Z06296.

Ministerie van Binnenlandse Zaken. (2007). Actieplan Polarisatie en Radicalisering 2007-2011, Den Haag.

Moghaddam, F. (2005) The Staircase to Terrorism; A Psychological Exploration American Psychologist, 60 (2), 161-9.

Morrison V.L. (1988). Observation and snowballing: useful tools for research into illicit drug use? Social Pharmacology, 2(3), 247-271.

Mortelmans, D. (2007). Handboek kwalitatieve onderzoeksmethoden. Leuven: Acco.

Mortelmans, D. (2013). Handboek Kwalitatieve Onderzoeksmethoden. Leuven: Acco

National Coördinator Terrorismebestrijding. (2005-a). Signaleren van radicaliseringsprocessen en herkennen van voorbereidingshandelingen. 3 I’s en 6 V’s. NCTb, Den Haag.

 

Nationaal Coördinator Terrorisme en Veiligheid. (2013). Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland 32, maart, Den Haag.

 

Nationaal Coördinator Terrorisme en Veiligheid. (2014). Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland 36, januari, Den Haag.

 

Nationale Politie (2012). Inrichtingsplan Nationale Politie. DenHaag.

 

Nelen, J.M. (2008). Evidence maze; het doolhof van het evaluatieonderzoek (oratie). Maastricht: Universiteit Maastricht.

Neumann, P. R. (2006). Europe’s Jihadist Dilemma, Survival, vol. 48 (2). Pp. 71-84.

Noppe, J., Ponsaers, P., Verhage, A., De Ruyver, B., & Easton, M. (2011). Preventie en radicalisering in België. Antwerpen: Maklu.

OSCE. (2014). Preventing Terrorism and Countering Violent Extremism and Radicalization that Lead to terrorism: A Community-Policing Approach. Vienna.

Out, R. (2013). CoPPRa: Community policing and prevention of radicalisation. Journal of Political Science, 2. ISSN: 2196-8136.

Palys, T. (2008). Purposive Sampling. In. L. Given (Ed.), The SAGE encyclopaedia of qualitative research methods (pp. 697-698). Thousand Oaks, CA: Sage.

Patton, M. Q. (1990).  Designing qualitative studies. Qualitative Evaluation and Research Methods 2, 145-198.

Patton, M. Q. & Cochran, M., (2002). A guide to using qualitative research methodology, Medecines Sans Frontières.

Peck, S. M. (1987). The Different Drum: Community Making and Peace. Simon & Schuster.

Precht, T. (2007). Home grown terrorism and Islamist radicalisation in Europe – From Conversion to Terrorism. Danish Ministry of Justice, Danish Security and Intelligence Service (PET). Danish Ministry of Justice.

Projectgroep Organisatie Structuren. (1977). Politie in verandering: een voorlopig theoretisch model, Den Haag: Staatsuitgeverij.

Punch, M., van der Vijver, K. & Zoomer, O. (2002). "Dutch COP": Developing community policing in the Netherlands, Policing: An international Journal of Police strategies & Management, Vol. 25 (1), pp. 60-79.

RAN POL WG. (2012). Proposed Policy Recommendations for the High Level Conference. Radicalisation Awareness Network, December.

Richards, A. (2011). The problem with ‘radicalization’: the remit of ‘Prevent’ and the need to refocus on terrorism in the UK, International Affairs, 87(1): 143-152.

Romaniuk, P. & Chowdhury-Fink, N. (2012). From Input to Impact: Evaluating Terrorism Prevention Programs. Center on Global Counterterrorism Cooperation, New York.

Russell-Bernard, H. (2006).  Research Methods in Anthropology:  Qualitative and Quantitative Approaches.

Sageman, M. (2004). Understanding Terror Networks. Philadelphia: University of Pennsylvania Press.

Schils, N. & Pauwels, L. (2014). Explaining Violent Extremism for Subgroups by Gender and Immigrant Background, Using SAT as a Framework. Journal of Strategic Security, Vol. 7(3), pp. 27-47.

Schmid, A. P. (2013). Radicalisation, De-Radicalisation, Counter-Radicalisation: A Conceptual Discussion and Literature Reveiw, The Hague: International Centre for Counter-Terrorism.

Schoonenberg, K. (2012). Veiligheid in de wijk: De wijkagent als verbindende factor? Een praktijkgericht kwalitatief onderzoek naar de wijkagent in Laak.

Seagrave, J. (1996). Defining community policing, American Journal of Police, Vol. 15 (2), pp. 1-22.

Silber, M. D., & Bhatt, A. (2007). Radicalization in the West: The Homegrown Threat. New York Police Department. New York: NYPD Intelligence Division.

Silverman, D., (2013). Doing Qualitative Research: A Practical Handbook, 4, London: Sage.

Skogan, W. & Roth, J. (2004). Introduction  in:  W. Skogan (ed) Community Policing: can it work? Wadsworth: Thomson Publishing  xvii-xxxiv.

Skogan, W. G. (2006). Police and Community in Chicago: A tale of Three Cities. New York: Oxford University Press.

Slootman, M. & J. Tillie (2006) Processen van radicalisering. Waarom sommige Amsterdamse moslims radicaal worden. Amsterdam: IMES.

Somers, B., de Wever, B., Bonte, H. & Creemers, J. (2013). Beheersen van Moslimradicalisering. Handreiking voor Beleid en Praktijk. Antwerpen.

Spalek, B. & Imtoual, A. (2007). Muslim Communities and Counter-Terror Responses: "Hard" Approaches to Community Engagement in the Uk and Australia. Journal of Muslim Minority Affairs, Vol. 27, No. 2.

Spalek, B., McDonals, L. & El awa, S. (2011). Preventing religio-political extremism amongst Muslim youth: A study exploring police community partnership. Arts & Humanities Research Council.

Strauss, A., & Corbin, J. (1998). Basics of qualitative research: Techniques and procedures for developing grounded theory. Thousand Oaks, CA: Sage.

Terpstra, J. (2009). Community policing in practice: Ambitions and realization. Policing. A Journal of Policy and Practice, 4(1), 64-72.

Terpstra, J. (2010). Community Policing in the Netherlands and the use of other related police models: problem-oriented, disorder and reassuring policing. Cahiers Politiestudies, Jaargang 10-3, nr. 16, p. 215-232.

Terpstra, J. (2011). Governance and accountability in community policing. Crime, Law and Social Change 55, 2-3, pp. 87-104.

Taylor, M. & Horgan, J. (2006). A Conceptual Framework for Addressing Psychological Process in the Development of the Terrorist. Terrorism and Political Violence, Vol. 18 (4).

Tilley, N. (2003). Community Policing, problem-oriented policing and intelligence led policing in T. Newburn (ed) Handbook of Policing. Cullompton, Willan Publishing.

Trojanowicz, R. T. & Bucqueroux, B. (1990). Community Policing: A Contemporary Perspective. Cincinnati, OH: Anderson Publishing Co.

UK Terrorism Act. (2000), s.43 & s.44. United Kingdom.

van der Vijver, K. & Zoomer, O. (2004). Evaluating community policing in the Netherlands. European journal of crime, criminal law and criminal justice, 12 (3). pp. 251-267.

Veldhuis, T., & Staun, J. (2009). Islamist radicalisation: A root cause model, Netherlands  Institute of International Relations Clingendael.

Verhage, A., Ponsaers, P. (2012). Impacts of Community Oriented Policing, in: Encyclopaedia of Criminology and Criminal Justice (ECCJ), Bruinsma, G., Weisburd, D. (eds.).

Verhoeven, N. (2007). Wat is Onderzoek? Praktijkboek methoden en technieken voor het hoger onderwijs, Amsterdam: Boomonderwijs.

Vidino, L. and Brandon, J. (2012). Countering Radicalisation in Europe. Retrieved from the International Centre for the Study of Radicalisation and Political Violence (ICSR).

VNG. (2006). Radicalisme Signaleren en Aanpakken. Vroegtijdige aanpak van radicaliserende jongeren. Handreiking voor gemeenten.

Webb, E. J., Campbell, D. T., Schwartz, R. D. & Sechrest, L. (1966). Unobtrusive Measures: Nonreactive Research in the Social Sciences. Chicago, IL: Rand McNally.

Weggemans, D., Bakker, E. & Grol, P. (2014). Who Are They and Why Do They Go? The Radicalization and Preparatory Processes of Dutch Jihadist Foreign Fighters. Perspectives on Terrorism, Vol. 8 (4). P. 100.

Weiss, R. S. (1994). Learning from strangers: The art and method of qualitative interviewing. New York: Free Press.

White, S. & McEvoy, K. (2012). Countering Violent Extremism: Community Engagement Programmes In Europe, Qatar International Academy for Security Studies.

Wikström, P. H. (2004). Crime as alternative: Towards a cross-level situational action theory of crime causation. In J. Mc Coard (Ed.), beyond empiricism: Institutions and intentions in the study of crime. (pp. 1-37). New Burnswick: Transaction.

Wikström, P. H. (2005). The social origins of pathways in crime. Towards a developmental ecological action theory of crime involvement and its changes. In: D. Farrington, ed. Integrated developmental and life-course theories of offending. Advances in Criminological Theory, Vol. 14. New Brunswick: Transaction, pp.211-246.

Wikström, P. H. (2006). Individuals, settings and acts of crime. Situational mechanisms and the explanation of crime. The explanation of crime: Context, mechanisms and development. Cambridge: Cambridge University Press, pp.61-107.

Wiktorowicz, Q. (2005). Muslim Extremism in the West. Lanham: Rowman & Littlefield publishers.

Wilson, J. Q., & Kelling, G. L. (1982). Broken windows: The police and neighbourhood

safety. Atlantic Monthly, 211, 29-38.

Zannoni, M., Naaijkens, B. (2007). Starten met een anpak van polarisatie en radicalisering. Een stappenplan voor het verkennen en ontwikkelen van een aanpak en voor het verzamelen en verwerken van informatie. Den Haag: COT Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement.

Zelin, A. Y. (2013). ICSR Insight. Up to 11,000 foreign fighters in Syria: steep rise among Western Europeans. International Centre for the Study of Radicalisation and Political Violence (ICSR).

Zimring, F. E. (2011). The city that became safe: New York’s lessons for urban crime and its control. Oxford: Oxford University Press.

 

Popular media:

Vrij Nederland. (2015). De 126 Jihadisten waar we bang voor zijn. Reportage. Lensink, H. & Alberts, J.

Le Monde. (2015). Les nouveaux chiffres de la radicalisation. 26 mars.

 

Universiteit of Hogeschool
Master in de Criminologische Wetenschappen
Publicatiejaar
2015
Kernwoorden
Share this on: