So You Think You Can Choose

Tine De Vroede
Leerling zoekt studierichtingJe zit in het tweede jaar van het secundair onderwijs en moet binnenkort beslissen wat je wil studeren in het derde en daarop volgende jaren. Zo vele opties om uit te kiezen, maar welke is de beste keuze? Is er wel een beste? Wat als je fout kiest? Met de hervorming van het secundair onderwijs, die het oprichten van domeinscholen promoot, wordt het direct juist kiezen zelfs nog belangrijker.

So You Think You Can Choose

Leerling zoekt studierichting

Je zit in het tweede jaar van het secundair onderwijs en moet binnenkort beslissen wat je wil studeren in het derde en daarop volgende jaren. Zo vele opties om uit te kiezen, maar welke is de beste keuze? Is er wel een beste? Wat als je fout kiest? Met de hervorming van het secundair onderwijs, die het oprichten van domeinscholen promoot, wordt het direct juist kiezen zelfs nog belangrijker. Immers, wie op een domeinschool zit en wil veranderen van interessegebied, moet ook veranderen van school, vrienden, … Nog nooit is een goede studiekeuze zo belangrijk geweest. Maar ken je jezelf goed genoeg om deze belangrijke keuze te maken?

In de scriptie ‘So You Think You Can Choose’ werd een vragenlijst ontwikkeld die je helpt bij het maken van een studiekeuze.  De vragenlijst laat je uit een hele reeks activiteiten kiezen welke je leuk of leuker, saai of saaier vindt.  Met deze antwoorden kan je aan de slag om je interesses te ontleden en in categorieën onder te brengen. Er zijn zes categorieën, gemaakt door John Holland, een Amerikaanse psycholoog. De zes categorieën zijn:  1) realistische, 2) intellectuele, 3) artistieke, 4) sociale, 5) ondernemende en 6) conventionele interesses. Deze zes interessecategorieën worden heel vaak de RIASOC-interesses genoemd. ‘So You Think You Can Choose’ zocht naar de overeenkomsten in interessecategorieën bij leerlingen binnen eenzelfde studierichting. Zo bleken bijvoorbeeld leerlingen in economische richtingen, zoals economie en handel, de hoogste interesse te vertonen in ondernemende activiteiten.

Heb je met de vragenlijst jouw hoogste interesses ontdekt, dan ‘voorspelt’  ‘So You Think You Can Choose’ in welke studierichting(en) jij waarschijnlijk het best zou aarden. Deze ‘voorspelling’ is gebaseerd op de studiekeuze van leerlingen die dezelfde interesses als jou vertoonden.  Zo zal  bijvoorbeeld bij een hoge score in sociale activiteiten de richting humane wetenschappen als goede match voorgesteld worden omdat gemiddeld genomen leerlingen in humane wetenschappen ook deze sociale interessecategorie als hoogste interesse hebben.

Omdat je studie je leven kan bepalen, is het belangrijk om je keuze vanuit meerdere oogpunten te benaderen. Niet alleen vanuit de RIASOC-interesses maar ook vanuit tien studiedomeinen probeert ‘So You Think You Can Choose’ samen met jou op zoek te gaan naar de perfecte studiekeuze. De domeinen (technologie, sport, praktijk, talen,  wetenschappen, wiskunde, artistieke expressie,  sociale wetenschappen, sociaal en persoonlijk dienstbetoon en economie) worden duidelijk omschreven in de vragenlijst, telkens aan de hand van voorbeeldvakken. Opnieuw kan je telkens aangeven hoe leuk je dit domein vindt. Met de antwoorden op deze vragen kan je ook nu jezelf weer situeren binnen de groep van jouw leeftijdsgenoten, om vervolgens hieruit de  studierichtingen te filteren waarvoor de meeste leerlingen met overeenkomstige studiedomeinen kozen.

Om een goede studiekeuze te maken is het raadzaam om ook je reeds verworven vaardigheden in kaart te brengen. Niet geheel onverwacht is er een grote samenhang tussen interesses en vaardigheden gevonden. Immers, hoe beter je iets kan, hoe interessanter je het meestal ook vindt en hoe interessanter je het vindt, hoe beter je het kan. Omdat er een sterke samenhang tussen interesses en vaardigheden is, zit  deze component dus ook in de vragenlijst van ‘So You Think You Can Choose’ verweven.

De onderzoekers van ‘So You Think You Can Choose’ ontwikkelde een figuur waarin de link tussen jouw RIASOC-interesse en domeininteresse en de studierichtingen gemakkelijk af te lezen is. Zo krijg je na het doorlopen van de vragen vrij snel een behoorlijk nauwkeurig  kijk op “jouw” studierichtingen.

De vragenlijst van ‘So You Think You Can Choose’ geeft je de mogelijkheid om aan de hand van 40 items “jouw” studierichting te bepalen. Jouw toekomst ligt in jouw handen!

So You Think You Can Choose? NOW YOU KNOW YOU CAN!

Bibliografie

Bibliografie

Alexander, J. M., Johnson, K. E., Leibham, M. E., & Kelley, K. (2008). The development of conceptual interests in young children. Cognitive Development, 23, 324–334.

Armstrong, P. I., Hubert, L., & Rounds, J. (2003). Circular Unidimensional Scaling: A New Look at Group Differences in Interest Structure. Journal of Counseling Psychology, 50(3), 297–308.

Armstrong, P. I., & Rounds, J. (2008). Linking leisure interests to the RIASEC world of work map. Journal of Career Development, 35(1), 5-22.

Barrick, M.R., Mount, M.K., & Gupta, R. (2003). Meta-analysis of the relationship between the five-factor model of personality and Holland’s occupational types. Personnel Psychology, 56 (1), 45-74.

Beinicke, A., Pässler, K., & Hell, B. (2014). Does gender-specific differential item functioning affect the structure in vocational interest inventories?. International Journal for Educational and Vocational Guidance, 14, 181–198.

Boonen, E., Magez, W., & Veraghtert, H. (2002). ZOBEST: Zelfonderzoek Belangstelling Einde Secundair. Brussel: VCLB service.

Ceyssens, F., Coppenholle, S., Lanckman, A., Lecoutere, D., Lowyck, J., Magez, W., Timmers, J., Van Gool, R., Van Huynegem, J. (2002). Werkboek voor de leerling: Op stap naar het secundair onderwijs. Publicatiereeks 'Op Stap', Brussel:VCLB-service.

Christiaens, X. (1960). Christiaens, Belangstellingstest voor 11- tot 14-jarigen.

Darcy, M. U., & Tracey, T. J. (2007). Circumplex structure of Holland’s RIASEC interests across gender and time. Journal of Counseling Psychology, 54(1), 17–31.

De Fruyt, F., & Mervielde, I. (1997). The five-factor model of personality and Holland's RIASEC interest types. Personality and Individual Differences, 23(1), 87-103.

Denissen, J.J.A., Geenen, R, van Aken, M.A.G., Gosling, S.D., & Potter, J. (2008). Development and Validation of a Dutch Translation of the Big Five Inventory (BFI). Journal of Personality Assessment, 90(2), 152-157.

Denissen, J. J., Zarrett, N. R., & Eccles, J. S. (2007, april). I like to do it, I’m able, and I know I Am: Longitudinal couplings between domain-specific achievement, self-concept, and interest. Child Development, 78(2), 430 – 447.

Dotterer, A. M., McHale, S. M., & Crouter, A. C. (2009). The development and correlates of academic interests from childhood through adolescence. Journal of Educational Psychology, 101(2), 509–519.

Field, A. (2013). Discovering statistics using IBM SPSS statistics: And sex and drugs and rock 'n' roll (4th ed.). SAGE Publications.

Gati, I. (1991). The Structure of Vocational Interests. Psychological Bulletin, 109(2), 309-324.

Gerlitz, J.-Y., & Schupp, J. (2005). Zur Erhebung der Big-Five-basierten Persönlichkeitsmerkmale im SOEP. Research Notes, 4, 1–36.

Germeijs, V., Verscheuren, K., & Mels, F. (2007). Studie-en beroepskeuzeprocessen. In K. Verschueren, & H. Koomen (Red.), Handboek diagnostiek in de leerlingenbegeleiding (pp. 181-196). Antwerpen/Appeldoorn, België/Nederland: Garant.

Gupta, S., Tracey, T. J., & Gore, P. J. (2008). Structural examination of RIASEC scales in high school students: Variation across ethnicity and method. Journal of Vocational Behavior, 72, 1-13.

Hansen, J. C. (2005). Assessment of interests. In S. D. Brown, & R. W. Lent (Red.), Career development and counseling: Putting theory and research to work (pp. 281-304). Hoboken, NJ: John Wiley & Sons.

Hartung, P. J., Porfeli, E. J., & Vondracek, F. W. (2005). Child vocational development: A review and reconsideration. Journal of Vocational Behavior, 66, 385–419.

Hogerheijde, R., & De Ruyter, J. (1995). BZO: Beroepskeuze Zelf-Onderzoek.

Holland, J. L. (1997). Making vocational choices: A theory of vocational personalities and work (3e ed.). Odessa, FL: Psychological Assessment Resources.

Holland, J.L. (1985). Self-Directed Search.

Kerger, S., Martin, R., & Brunner, M. (2011). How can we enhance girls’ interest in scientific topics?. British Journal of Educational Psychology, 81, 606–628.

 

Larsen, R.J., & Buss, D. M. (2008). Personality psychology: Domains of knowledge about human nature. Boston: McGraw Hill

Larson, L.M., Rottinghaus, P.J., & Borgen, F.H. (2002). Meta-analyses of Big Six Interests and Big Five Personality Factors. Journal of Vocational Behavior, 61, 217–239.

Lee, E., Thorpe, L., & Stinissen, J. (1977). OII: Occupational Interest Inventory, Leuvense Aanpassing voor het Secundair Onderwijs. Amsterdam: Swets & Zeitlinger B.V.

Lent, R.W., Lopez, F.G., & Bieschke, K.J. (1993). Predicting mathematics-related choice and success behaviors: Test of an expanded social cognitive model. Journal of Vocational Behavior, 42, 223-236.

Lent, R.W., Lopez, F.G., Brown, S.D. & Gore, P.A. (1996). Latent structure of the sources of mathematics self-efficacy. Journal of vocational behaviour, 49 (45), 292-308.

Lent, R. W., Tracey, T. J., Brown, S. D., Soresi, S., & Nota, L. (2006). Development of interests and competency beliefs in Italian adolescents: An exploration of circumplex structure and bidirectional relationships. Journal of Counseling Psychology, 53(2), 181–191.

Lippa, R. (1998). Gender-related individual differences and the structure of vocational interests: The importance of the people-things dimension. Journal of Personality and Social Psychology, 74, 996–1009.

Low, K. S., Yoon, M., Roberts, B. W., & Rounds, J. (2005). The stability of vocational interests from early adolescence to middle adulthood: A quantitative review of longitudinal studies. Psychological Bulletin, 131(5), 713-737.

Magez, W. (1991). J(AN). Belangstellingsproef voor Jongens en Meisjes 6de Leerjaar L.O.

Magez, W., Bos, A., & Lanckman, K. (1991). BSTR: Belangstelling Studierichtingen Test in Rubrieken.

Magez, W.,  Lecoutere, D., & Ryckeboer, C. (2009). BBK-2(U) versie PT-B. Belangstellingsvragenlijst. VCLB-Service.

Magez, W., & Stinissen, H. (2003). "Belangstelling" in de schoolloopbaanbegeleiding (SLB). VCLB.

Mount, M.K., Barrick, M.R., Scullen, S.M., & Rounds, J. (2005). Higher-order dimensions of the big five personality traits and the big six vocational interest types. Personnel Psychology, 85, 447-478. 

Nagy, G., Trautwein, U., & Lüdtke, O. (2010). The structure of vocational interests in Germany: Different methodologies, different conclusions. Journal of Vocational Behavior, 76, 153–169.

Nauta, M. M. (2010). The development, evolution, and status of Holland’s theory of vocational personalities: Reflections and future directions for counseling psychology. Journal of Counseling Psychology, 57(1), 11-21.

Piron, H. (1981). Belangstellingstest voor Jongens Einde Basisonderwijs.

Prediger, D. J. (1982). Dimensions underlying Holland’s hexagon: Missing link between interests and occupations? Journal of Vocational Behavior, 21, 259-287.

Rounds, J. B., & Armstrong, P. I. (2005). Assessment of needs and values. In S. D. Brown, & R. W. Lent (Red.), Career development and counseling: Putting theory and research to work (pp. 305-329). Hoboken, NJ: John Wiley & Sons.

Rounds, J., Tracey, J.T., & Hubert, L. (1992). Research Methodology: Methods for evaluating vocational interest structural hypothesis. Journal of Vocational Behavior, 40, 239-259.

Schraw, G., & Lehman, S. (2001). Situational interest: A review of the literature and directions for future research. Educational Psychology Review, 13(1), 23-52.

Spijkerman, R. (1994). Studie-en beroepskeuze: Achtergronden en theorieën voor de praktijk van de dienstverlening. Alphen aan de Rijn, Nederland: Samsom.

Sodano, S. M., & Tracey, T. J. (2007). Development of career interests and perceived competence. In V. B. Skorikov, & W. Patton (Red.), Career Development in Childhood and Adolescence (pp. 61-86). Sense Publishers.

Spokane, A. R., & Cruza-Guet, M. C. (2005). Holland's theory of vocational personalities in work environments. In S. D. Brown, & R. W. Lent (Red.), Career development and counseling: Putting theory and research to work (pp. 24-41). Hoboken, NJ: John Wiley & Sons.

Su, R., Rounds, J., & Armstrong, P. I. (2009). Men and things, women and people: A meta-analysis of sex differences in interests. Psychological Bulletin, 135(6), 859–884.

Taylor, N., & de Bruin, G. (2006). Basic Traits Inventory (BTI). Johannesburg: Jopie van Rooyen & Partners SA (Pty) Ltd.

Tracey, T. J. (2002). Development of interests and competency beliefs: A 1-year longitudinal study of fifth- to eighth-grade students using the ICA–R and structural equation modeling. Journal of Counseling Psychology, 49(2), 148–163.

Tracey, T. J., & Robbins, S. B. (2005). Stability of interests across ethnicity and gender: A longitudinal examination of grades 8 through 12. Journal of Vocational Behavior, 67, 335–364.

Tracey, T. J., & Ward, C. C. (1998). The structure of children's interests and competence perceptions. Journal of Counseling Psychology, 45(3), 290-303.

Van Dale Uitgevers. (2014). Gratis Woordenboek. Opgeroepen op Mei 5, 2014, van Van Dale: http://www.vandale.be

Vanderlocht, M. (2007). Belangstelling voor Studiegebieden Verkennen (BSV). Brussel: VCLB service.

Verschueren, K. (2014). Begeleiding van keuzeprocessen in studie en loopbaan [PowerPoint-presentatie]. Geraadpleegd via https://cygnus.cc.kuleuven.be

Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming. (sd). Maxistructuur. Opgeroepen op November 12, 2013, van Hervormingsecundair: http://www.hervormingsecundair.be

Vlaams Parlement. (2013, Juni 4). Masterplan hervorming S.O. Opgehaald van Vlaams Parlement: http://www.vlaamsparlement.be

 

Universiteit of Hogeschool
Master in de psychologie: schoolpsychologie
Publicatiejaar
2015
Kernwoorden
Share this on: