The awareness of aphasia in Flanders

Eline De Coninck Leonie Vercruysse
Wat weet de Vlaamse bevolking van afasie? 1518 personen werden geïnterviewd in 10 Vlaamse winkelstraten. Daaruit bleek dat 21,8% van de Vlaamse bevolking reeds van afasie had gehoord maar slechts 11,0% had ook basiskennis omtrent afasie. In de toekomst zijn bewustwordingscampagnes nodig om de notie van afasie bij de Vlaamse bevolking te verhogen gezien een hoger publiek bewustzijn zorgt voor een hogere QoL van afasiepatiënten.

Afasie: onbekend bij de Vlaamse bevolking. En bij u?

Afasie: onbekend bij de Vlaamse bevolking. En bij u?

 

‘Does something exist without a name?’ (Elman et al., 2000). Deze vraag is direct toepasbaar op het publieke bewustzijn van afasie. Wereldwijd werd de afgelopen jaren onderzoek gevoerd naar besef en kennis van afasie bij verschillende bevolkingsgroepen. Telkens werd dezelfde conclusie getrokken. Afasie is een vrijwel onbekende aandoening en het kennisniveau bij de verschillende onderzochte bevolkingsgroepen is teleurstellend laag. Waarom is deze aandoening zo (on)bekend? Zijn initiatieven mogelijk om van afasie een bekender begrip te maken? En hoe bekend klinkt afasie in de oren van de Vlaamse bevolking? Op zoek naar antwoord op deze vragen trokken twee studenten aan de Universiteit Gent de straat op.

Wat is afasie?

Afasie is het verlies of de achteruitgang van taal, veroorzaakt door hersenschade (Benson, 1979). Er kan een onderscheid worden gemaakt tussen acuut verworven afasie en degeneratieve afasie. Onder acuut verworven afasie verstaat men afasie ten gevolge van een cerebrovasculair accident (CVA), traumatic brain injury (TBI), infectie, tumoraal proces of toxiciteit. De aandoening ontstaat dus plots ten gevolge van een acuut hersenletsel. Degeneratieve afasie daarentegen is het gevolg van een neurodegeneratieve aandoening (bv. de ziekte van Alzheimer, multiple sclerose, …). Hierbij sterven de zenuwcellen in de loop der jaren af, waardoor de functies in de aangetaste gebieden gradueel afnemen. In dit geval spreekt men over progressieve taalstoornissen, waarbij de ernst van afasie met de tijd toeneemt.

De straat op

Dit onderzoek ging het publieke bewustzijn en de kennis omtrent afasie in Vlaanderen na. Verder werd onderzocht op welke manier participanten eventueel in aanraking zijn gekomen met afasie. Tot slot werden ook de verschillen in besef en kennis tussen diverse categorieën (leeftijd, geslacht, opleidingsniveau en beroep) nagetrokken. Om een globaal beeld te krijgen over het besef en de kennis van afasie bij de Vlaamse bevolking, werd gekozen voor een enquête-onderzoek in de twee grootste steden van elke Vlaamse provincie. Participanten werden bijgevolg geïnterviewd in Kortrijk en Brugge (West-Vlaanderen), Aalst en Gent (Oost-Vlaanderen), Mechelen en Antwerpen (Antwerpen), Genk en Hasselt (Limburg) en Leuven en Brussel (Vlaams-Brabant). De enquêtes werden telkens afgenomen in de grootste winkelstraat van elke stad. Rekening houdend met de bevolkingsspreiding in Vlaanderen, werd gepoogd 0,1% van de stadsbevolking te interviewen. In totaal werden 1518 personen ondervraagd.

Scores van de Vlaamse bevolking

 

De belangrijkste resultaten werden voor u samengevat:

  1. Van de 1518 participanten had 21,8% reeds van afasie gehoord.
  2. 50,5 % van degenen die al van afasie hadden gehoord, bezaten eveneens basiskennis over afasie. Dit betekent dat over de gehele steekproef slechts 11,0 % basiskennis over afasie bezat.
  3. Significant meer vrouwen hadden al van afasie gehoord, maar er was geen significant verschil tussen mannen en vrouwen wat betreft basiskennis van afasie.
  4. Significant meer personen tussen 22 en 55 jaar en boven de 55 jaar hadden reeds van afasie gehoord dan jongeren.
  5. Personen met een medische of paramedische beroep hadden vaker van afasie gehoord dan personen met een ander beroep.

 

Mogelijke implicaties voor het bevorderen van het publieke bewustzijn van afasie

 

Zoals blijkt uit de resultaten van deze studie is het besef van afasie bij de Vlaamse bevolking beperkt, terwijl een hoger publiek bewustzijn 3 positieve gevolgen met zich zou meebrengen:

1) Een groter publiek bewustzijn zorgt voor een betere sponsering door publieke fondsen en individuen. Er is immers minder kans dat men investeert in een aandoening waar men nog nooit van heeft gehoord.

2) Het kan eveneens leiden tot een hogere kwaliteit van dienstverlening. Een hogere sponsering beïnvloedt de kwaliteit van de zorg. Zo zullen beroepsbeoefenaars in de gezondheidszorg meer kennis hebben over de aandoening. Eveneens zal er vanuit de gezondheidszorg meer aandacht worden besteed aan belangenbehartiging en de emotionele toestand van de patiënt, waardoor de quality of life van de patiënten met afasie zal verhogen. Ook de kans op genezing beïnvloedt in hoge mate de quality of life van afasiepatiënten.

3) Tot slot vergemakkelijkt een hoger publiek bewustzijn de re-integratie in de maatschappij van personen met afasie. Afasie is een weinig bekende pathologie. Bijgevolg is er minder begrip en empathie voor patiënten met afasie. S. Klisser (1998) verwoordde het probleem als volgt: ‘If the disorder doesn’t have a name, how will it ever be understood?’.

Mogelijke initiatieven

 

Om een hoger publiek bewustzijn van afasie te verkrijgen, moet eerst en vooral het woord ‘afasie’ worden gebruikt. Het blijkt dat artsen en andere hulpverleners, maar ook de media het woord ‘afasie’ vermijden, omdat personen niet weten wat het is. Hierdoor ontstaat een vicieuze cirkel die het herkennen en het bewustzijn van afasie negatief beïnvloedt.

In de toekomst moeten systematische bewustzijnscampagnes worden opgestart, niet enkel voor de man in de straat, maar evenzeer voor hulpverleners, daar het aanvoelt dat lang niet alle zorgverleners notie en kennis hebben van afasie. Verschillende initiatieven zijn mogelijk. Eerst en vooral hebben logopedisten een belangrijke rol in het verhogen van het publieke bewustzijn van afasie. Verder kunnen bewustzijnscampagnes worden gevoerd door het aanbrengen van posters met informatie omtrent afasie op publieke plaatsen, het verstrekken van educatief materiaal op gezondheidsbeurzen of afasie als topic gebruiken op lezingen bij maatschappelijke groeperingen (politie, brandweer, scholieren, rotary clubs, …). Bij het verspreiden van dergelijk informatief materiaal spelen verenigingen zoals de Vereniging Afasie vzw een belangrijke rol. 

Het is eveneens van groot belang dat de bevolking over afasie te horen krijgt via de media. Hier worden niet enkel televisie, krant, radio, … bedoeld, maar ook sociale media zoals facebook, twitter, …

Verder is het belangrijk dat familie en vrienden van personen met afasie worden gestimuleerd om het publieke bewustzijn van afasie te verhogen. Organisaties die zich inzetten voor de rechten van personen met afasie (bv. de Vereniging Afasie vzw) en zelfhulpgroepen (bv. STAP VOOR STAP, Gent; CVA, houd moed, Antwerpen) zijn een middel ter bevordering van voorlichting omtrent afasie en belangenbehartiging van personen met afasie.

‘Does something exist without a name?’ (Elman et al., 2000). Afgeleid uit bovenstaande luidt het antwoord op deze vraag volmondig ‘neen’. Het is dus duidelijk dat initiatief moet worden genomen om het besef van afasie bij de Vlaamse bevolking te doen toenemen. Een hoger publiek bewustzijn van afasie kan voor subsidiëring en kwaliteitsvolle zorgverlening zorgen. Dit zal een positieve invloed hebben op de quality of life van patiënten met afasie.

Bibliografie

Belgische Federale Overheid (2015). Opleidingsniveau van de bevolking. Geraadpleegd op 3 mei 2016 via http://statbel.fgov.be/nl/statistieken/cijfers/arbeid_leven/opleiding/n…

Breakey, L. (2000). Public policy and you, increasing consumer access. ASHA Special Interest Division 2: Neurophysiology and Neurogenic Language Disorders Newsletter, 10.

Brown, K., McGahan, L., Alkhaledi, M., Seah, D., Howe, T., Worrall, L. (2006). Environmental factors that influence the community participation of adults with aphasia: The perspective of service industry workers. Aphasiology, 20(7), 595-615.

Code, C., Mackie, N. S., Armstrong, E., Stiegler, L., Armstrong, J., Bushby, E., Carew-Prince, P., Curtis, H., Haynes, P., McLeod, E., Muhleisen, V., Neate, J., Nikolas, A., Rolfe, D., Rubly, C., Simpson, R. & Webber, A. (2001). The public awareness of aphasia: An international survey. International Journal of Language & Communication Disorders, 36(s1), 1-6.

Elman, R., Ogar, J., & Elman, S. (2000). Aphasia: Awareness, advocacy, and activism. Aphasiology, 14, 455-459.

FOD Economie (2 juli 2015). Bevolking naar woonplaats, nationaliteit, burgerlijke staat, leeftijd en geslacht. Geraadpleegd op 31 augustus 2015 via http://bestat.economie.fgov.be/BeStat/BeStatMultidimensionalAnalysis?lo…

Gross, C., Anderson, G., Powe, N. (1999). The relation between funding by the National Institutes of Health and the burden of disease. The New England Journal of Medicine,340 (24), 1881-1887.

Hanna, R., Rohm, A., Crittenden, V.L. (2011). We’re all connected: The power of social media ecosystem. Business Horizons, 54 (3), 265-273.

Helm-Estabrooks, N. (2000). Advocacy partners: Utilizing your national associations. ASHA Special InterestDevision 2: Neurophysiology and Neurogenic Language Disorders Newsletter, 10.

Jenkins, S. (2012). Public Awareness of Aphasia. (Electronic Thesis or Dissertation). Geraadpleegd op 3 oktober 2015 via https://etd.ohiolink.edu/

Keuleers, P., Brysbaert, M. (2010). SUBTLEX-NL. Geraadpleegd op 31 augustus 2015 en 6 april 2016 via http://crr.ugent.be/isubtlex/

Lucas, L. (2000). Working to influence public policy through grassroots advocacy. ASHA Special InterestDevision 2: Neurophysiology and Neurogenic Language Disorders Newsletter, 10, 13-15.

Malcom, R., McNeill & Sheila, R., Pratt (2001). Defining aphasia: Some theoretical and clinical implications of operating from a formal definition. Aphasiology, 15, 901-911.

McCann, C., Tunnicliffe, K., & Anderson, R. (2012). Public awareness of aphasia in New Zealand. Aphasiology, 27(5), 568-580.

Musson, N. (2000). Let’s get in the game. ASHA Special InterestDevision 2: Neurophysiology and Neurogenic Language Disorders Newsletter, 10, 4-5.

Patterson, R., Robert, A., Berry, R., Cain, M., Iqbal, M., Code, C., Rochon, E., Leonard, C. (2015). Raising public awareness of aphasia in southern Ontario, Canada – a survey. International Journal of Speech-Language Pathology, 121-126.

Simmons-Mackie, N., Code, C., Armstrong, E., Stiegler, L., & Elman, R.J. (2002). What is aphasia? Results of an international survey. Aphasiology, 16, 837-848

Van Borsel, J. (2009). Wetenschappelijk onderzoek in de logopedie (derde druk). Leuven: Acco.

Van Borsel, J., Verniers, I., Bouvry, S. (1999). Public Awareness of Stuttering. Folia Phoniatrica et Logopaedica, 51, 124-132.

Vlaamse Vereniging van Logopedisten. Afasie. Geraadpleegd op 4 september 2015 en 26 april 2016 via http://www.vvl.be/zorgverlener/afasie

Vereniging van Afasie vzw (2005). Afasie, wat nu? Geraadpleegd op 4 september 2015 en 26 april 2016 via http://verenigingafasievzw.weebly.com/uploads/6/0/8/2/60823931/brochure… 

Universiteit of Hogeschool
Master of Science in de logopedische en audiologische wetenschappen
Publicatiejaar
2016
Promotor(en)
John Van Borsel
Kernwoorden
Share this on: