Bodem en onderbegroeiing in het Sint-Annabos, bedreigd stadsbos van Antwerpen

Freya Michiels
De 37-jarige evolutie en de actuele toestand van de bodem en de onderbegroeiing in het Sint-Annabos in Antwerpen.

Onder de bomen van het Sint-Annabos

Het urbane bos van Antwerpen, het Sint-Annabos, heeft recentelijk veel aandacht verworven aangezien het gedeeltelijk gaat verdwijnen in 2017 voor de werf van de Oosterweelverbinding. Het publiek kwam daartegen in opstand en dat heeft geloond. Op 27 september 2016 werd bekend gemaakt dat van de oorspronkelijk geplande kap van 71 hectare bos er uiteindelijk slechts 14 hectare zullen verdwijnen. Beheermaatschappij Antwerpen mobiel wil nu het Noordelijke Insteekdok gebruiken als alternatief voor het Sint-Annabos voor de tijdelijke opslag van grond uit de Schelde bij de aanleg van de Scheldetunnel.

Het verzet tegen de kap van het Sint-Annabos heeft te maken met de enorme maatschappelijke waarde ervan. Ademloos, Natuurpunt Antwerpen Noord en Bond beter leefmilieu schatten zelfs dat de maatschappelijke waarde van het bos 166,8 miljoen euro bedraagt en dat het voor een meerwaarde van 42 miljoen euro per jaar zorgt. Daarbij baseerden ze zich onder andere op de luchtzuiverende werking van het bos, zijn milderende impact op de klimaatverandering en de recreatiemogelijkheden die het biedt aan de ruim half miljoen inwoners van de stad Antwerpen. Verder vormt het bos ook een belangrijke buffer voor geluidsoverlast en fijn stof tussen de Antwerpse ring, de industrie en de woonkernen.

Om de impact van de tijdelijke ontbossing te begrijpen, zijn er inspanningen gaande om de huidige toestand van het Sint-Annabos te documenteren. De focus van de masterproef lag bij de onderbegroeiing en de bodem, en hoe die geëvolueerd zijn over de laatste 37 jaar. In 1977 – ’78 werd het bos namelijk voor de eerste keer geïnventariseerd voor de thesis van Erik Van Boghout (projectcoördinator bij de Vlaamse overheid Agentschap voor Natuur en Bos). Die inventaris werd herhaald en uitgebreid zodat we het functioneren van de bodem onder het bos en zijn relatie tot de biodiversiteit, kunnen begrijpen.

Er werden bodemstalen genomen op een diepte van 0-15 cm, 15-30 cm en 30-50 cm in 46 afgebakende proefvlakken. Die stalen onderzochten we op gebied van zuurtegraad, kalkgehalte (calciumcarbonaat) en gehalte organisch materiaal. Daaruit bleek dat de bosbodem (die afkomstig is van baggerspecie uit de Schelde) in het calciumcarbonaat-bufferbereik zit. Bijgevolg is de bodem gebufferd tegen verzuring en heeft het een stabiele structuur. Het hoge kalkgehalte zorgt tevens voor een actief en divers bodemleven. Daarnaast was er ook sprake van afbraak van organisch materiaal in de onderste bodemlaag. De nieuwe aanmaak van humus via de verhoogde input van bosstrooisel compenseert die afbraak echter in de bovenste bodemlaag.

Verder hebben we ook de bedekkingsgraad van de aanwezig planten geschat en maten we het volume dood hout en boomdiameters. We delen de proefvlakken in op basis van het grondvlak die elke boomsoort inneemt. Canadapopulier (Populus x canadensis Moench) was de hoofdboomsoort in 29 proefvlakken aangezien het bos daarmee oorspronkelijk aangeplant was. Aan de hand van de Ellenbergwaarden karakteriseerden we de vegetatie. Een hogere lichttransmissie door de boomlaag zorgde voor een dichtere en meer diverse ondergroei. Uit ons onderzoek blijkt dat Grote brandnetel (Urtica dioica L.), Hondsdraf (Glechoma hederacea L.), en Gewone vlier (Sambucus nigra L.) de grootste bedekking hadden.

We besluiten dat het Sint-Annabos op het vlak van hogere planten een relatief soortenarm bos van het brandneteltype is die een goede bodemkwaliteit heeft. Mede door het rijke populierenstrooisel, zal de bosbodem nog voor geruime tijd tegen verzuring gebufferd zijn. Er is nog evolutie mogelijk. We zien namelijk een lichte ontwikkeling naar het braam-brandneteltype, dat veel soortenrijker is. Ook de verdere evolutie naar een elzen-essenbos is mogelijk. De grootste factor die meespeelt in de kwaliteit van het bos is de bosleeftijd. Om het Sint-Annabos toch sneller te laten evolueren naar een divers, structuurrijk en waardevol bos, is de belangrijkste beheermaatregel de instandhouding van de onderetage. Doordat er minder licht invalt op de bodem zullen lichtminnende ruigtekruiden (zoals Grote brandnetel (U. dioica) en Braam (Rubus spp.)) plaatsmaken voor bosplanten. De afwezigheid van bossoorten in de wijde omgeving bemoeilijken dat proces echter. Een introductie van een aantal inheemse bossoorten van kruid- en struiklaag valt daarom te overwegen.

Bibliografie

Afdeling bos, natuur en landschap. (2015). Bestandsbeschrijving. Leuven: KU Leuven.

Agentschap voor natuur en bos. (s.a.). Sint-Annabos (kaart aan de ingang van het Sint-Annabos). Antwerpen: Beheersmaatschappij Antwerpen mobiel.

Asshoff, R., Scheu, S., Eisenhauer, N. (2010). Different earthworm ecological groups interactively impact seedling establishment. European journal of soil biology, 46 (5), 330-334.

Barbier, S., Gosselin, F. & Balandier, P. (2008). Influence of tree species on understory vegetation diversity and mechanisms involved – A critical review for temperate and boreal forests. Forest ecology and management, 254 (1), 1-15.

Beheermaatschappij Antwerpen mobiel. (2015). De Oosterweelverbinding. Antwerpen: Vlaamse overheid. Gevonden op het internet op 9 december 2015: https://www.oosterweelverbinding.be/

Bolan, N.S., Hedley, M.J. & White, R.E. (1991). Processes of soil acidification during nitrogen cycling with emphasis on legume based pastures. Plant and soil, 134 (1), 53-63.

Bond beter leefmilieu. (2011). Meerwaarde Sint-Annabos geschat op 42 miljoen euro per jaar. Brussel: Bond beter leefmilieu. Gevonden op het internet op 9/04/2016: http://www.bondbeterleefmilieu.be/page.php/15/show/710

Boothroyd-Roberts, K., Gagnon, D. & Truax, B. (2013). Can hybrid poplar plantations accelerate the restoration of forest understory on abandoned fields. Forest ecology and management, 287, 77-89.

Bouché, M.B. (1997). Stratégies lombriciennes. In: Eisenhauer, N., Marhan, S., Scheu, S. (2008). Assessment of anecic behavior in selected earthworm species: Effects on wheat seed burial, seedling establishment, wheat growth and litter incorporation. Applied soil ecology, 38 (1), 79-82.

Buck, J.R. & St. Clair, S.B. (2012). Aspen increase soil moisture, nutrients, organic matter and respiration in Rocky Mountain Forest communities. PloS one, 7 (12), 1-6.

Buurtmonitor. (2015). Stad Antwerpen in cijfers. Antwerpen: Stad Antwerpen. Gevonden op het internet op 9/04/2016. https://stadincijfers.antwerpen.be/

Cole, D.W. & Rapp, M. (1981). Elemental cycling in forest ecosystems. In: Reichle, D.E. (Ed.). Dynamic properties of forest ecosystems (p. 341-408). Cambridge: Cambridge university press.

DeByle, N.V. & Winokur, R.P. (1985). Introduction. In: N.V. Debyle en R.P. Winokur (Eds.). Aspen: Ecology and management in the Western United States (p. 1). Fort Collins (Colorado): U.S. Department of Agriculture, Forest Service, Rocky Mountain Forest and Range Experiment Station.

De Keersmaeker, L., Martens, L., Verheyen, K., Hermy, M., De Schrijver, A. & Lust, N. (2004). Impact of soil fertility and insolation on diversity of herbaceous woodland species colonizing afforestations in Muizen forest (Belgium). Forest ecology and management, 188 (1), 291-304.

De Keersmaeker, L., Thomaes, A. & Vandekerkhove, K. (2015). Populieren: geschikte pioniers voor de ontwikkeling van bijkomend boshabitat. Bosgazet, 35, 8-9.

De Schrijver, A., Janssens, I., Staelens, J. & Wuyts, K. (2010a). Koolstof- en nutriëntenkringlopen. In: Den Ouden, J., Muys, B., Mohren, F. & Verheyen, K. (Eds.). Bosecologie en bosbeheer (p. 167-175). Leuven: Acco.

De Schrijver, A., Van Hoydonck, G., Nachtergale, L., De Keersmaeker, L., Mussche, S. & Lust, N. (2000). Comparison of nitrate leaching under silver birch (Betula pendula) and Corsican pine (Pinus nigra ssp. laricio) in Flanders (Belgium). Water, air and soil pollution, 122 (1), 77-91.

De Schrijver, A. Wuyts, K., Van Nevel, L. & Mohren, F. (2010b). Nutriëntenbeheer. In: Den Ouden, J., Muys, B., Mohren, F. & Verheyen, K. (Eds.). Bosecologie en bosbeheer (p. 403-415). Leuven: Acco.

Den Ouden, J., Mohren, F., De Waal, R. & De Schrijver, A. (2010). Groeiplaats en bodem. In: Den Ouden, J., Muys, B., Mohren, F. & Verheyen, K. (Eds.). Bosecologie en bosbeheer (p. 133-150). Leuven: Acco.

De Somviele, B. (2016). Bosbarometer 2015. Gontrode: BOS+.

Dickmann, D.I. (2001). An overview of the genus Populus. In: D.I. Dickmann, J.G. Isebrands, J.E. Eckenwalder & J. Richardson (Eds.). Poplar culture in North America (p. 1-41). Ottawa (Canada): NRC Research press.

Dossche, T. (1998). Ecologische effecten van bladstrooisel van loofboomsoorten op de ontwikkeling van recent beboste landbouwgronden (Mortagnebos-Zwevegem). In: Verstraeten, A., De Keersmaeker, L., Vandekerkhove, K., De Bruyn, L., Smets, K. & Willems, L. (2003). Evaluatie van beheersmaatregelen om de ecologische waarde van populieraanplantingen te optimaliseren. Geraardsbergen: Instituut voor bosbouw en wildbeheer.

Dufrêne, M. & Legendre, P. (1997). Species assemblages and indicator species: the need for a flexible asymmetrical approach. Ecological monographs, 67 (3), 345-366.

Durwael, L., Roelandt, B., De Keersmaeker, L. & Lust, N. (2000). Beschrijving van natuurtypen in Vlaanderen: bossen. In: Verstraeten, A., De Bruyn, L., De Keersmaeker, L., Vandekerkhove, K., Smets, K., D’Havé, H., Lust, N., De Schrijver, A. & Willems, L. (2004). Evaluatie van beheermaatregelen om de ecologische waarde van populierbossen te optimaliseren. Geraardsbergen: Instituut voor bosbouw en wildbeheer.

Eisenhauer, N., Schuy, M., Butenschoen, O., Scheu, S. (2009). Direct and indirect effects of endogenic earthworms on plant seeds. Pedobiologia, 52 (3), 151-162.

Eisenhauer, N., Partsch, S., Parkinson, D., Scheu, S. (2007). Invasion of a deciduous forest by earthworms: changes in soil chemistry, microflora, microarthropods and
Vegetation. Soil biology & biochemistry, 39 (5), 1099-1110.

Ellenberg, H. & Leuschner, C. (2010). Zeigerwerte der Pflanzen Mitteleuropas. In: Ellenberg, H. & Leuschner, C. (Eds.). Vegetation Mitteleuropas mit den Alpen: 6 Auflage. Stuttgart: UTB GmbH.

Faber, J.H. & Van Der Hout, A. (2009). Introductie van regenwormen ter verbetering van de bodemkwaliteit. Wageningen: Alterra.

Fons, J., Klinka, K. & Kabzems, R.D. (1998). Humus forms of trembling aspen ecosystems in northeastern British Columbia. Forest ecology and management, 105 (1), 241-250.

ForestryNepal. (2014). Sunto clinometer. Gevonden op het internet op 29/02/2016: http://www.forestrynepal.org/notes/mensuration/tree/height/instruments/…

Geopunt. (2016). Antwerpen, België, 51°14’00.39’’N, 4°22’39,56’’O, schaal 1:22663. Gevonden op het internet op 1/03/2016: http://www.geopunt.be/

Google earth. (2013a). Antwerpen, België, 51°12’47,52’’N, 4°24’59,60’’O, ooghoogte 9,69 km. Europa technologies.

Google earth. (2013b). Antwerpen, België, 51°14’00,39’’N, 4°22’39,56’’O, ooghoogte 4,66 km. Europa technologies.

Grietens, E. (2010). Maatschappelijke waarde Sint-Annabos geschat op 166,8 miljoen euro. Brussel: Bond beter leefmilieu. Gevonden op het internet op 9/04/2016: http://www.bondbeterleefmilieu.be/page.php/30/533/12621

Gybels, R., Viaene, J., Vandervelden, J., Reubens, B. & Vandecasteele, B. (2013). Eindrapport: Biomassa als bodemverbeteraar: Onderzoek naar de toepassing van beheerresten als bodemverbeteraar. Brussel: Inverde en Agentschap voor natuur en bos.

Hendriks, J.L.J. (1977). Vegetatiekundige typering van loofbossen op voedselrijke en vaak door menselijke ingrepen beïnvloedde gronden. In: Verstraeten, A., De Keersmaeker, L. & Vandekerkhove, K. (2003). Populieren, brandnetels en natuurbehoud: Omstreden positie van cultuurpopulieren onder de loep. Natuur.Focus, 2 (1), 37-41.

Hermy, M. (1985). Ecologie en fytosociologie van oude en jonge bossen in Binnen-Vlaanderen. In: Verstraeten, A., De Bruyn, L., De Keersmaeker, L., Vanderkerkhove, K., Smets, K., D’Havé, H., Lust, N., De Schrijver, A. & Willems, L. (2004). Evaluatie van beheermaatregelen om de ecologische waarde van populierbossen te optimaliseren. Geraardsbergen: Instituut voor bosbouw en wildbeheer.

Hermy, M., Honnay, O., Firbank, L., Grashof-Bokdam, C. & Lawesson, J.E. (1999). An ecological comparison between ancient and other forest plant species of Europe, and the implications for forest conservation. Biological conservation, 91 (1), 9-22.

Hermy, M. & Vandekerkhove, K. (2004). Bosgebieden. In:

Hermy, M., De Blust, G. & Slootmaekers, M. (Eds.). Natuurbeheer (p. 307-357). Leuven: Davidsfonds.

Hicks, D.J. & Taylor, M.S. (2015). Effects of Aesculus glabra canopy on understory community structure and environment in a temperate deciduous forest. Castanea, 80 (1), 8-19.

Hill, M.O. (1979). The development of a flora in even-aged plantations. In: Ford, E.D., Malcolm, D.C. & Atterson, J. (Eds.). The Ecology of Even-aged Forest Plantations (p. 175–192). Cambridge: Institute of terrestrial ecology.

Hill, M.O., Mountford, J.O., Roy, D.B. & Bunce, R.G.H. (1999). Ellenberg’s indicator values for British plants: ECOFACT volume 2 technical annex. Huntingdon: Institute of terrestrial ecology.

Hommel, P.W.F.M., Spek, T. & De Waal, R.W. (2002). Boomsoort, strooiselkwaliteit en ondergroei in loofbossen op verzuringsgevoelige bodem: Een verkennend literatuur- en veldonderzoek. Wageningen: Alterra, Research instituut voor de groene ruimte.

Hommel, P.W.F.M., Spek, T., De Waal, R.W., De Hullu, P.C. & Den Ouden, J. (2001). Alternatieve boomsoortkeuze verhoogt ecologische en recreatieve waarde van bossen op verzuringsgevoelige gronden: Terug naar het lindenwoud. Nederlands bosbouw tijdschrift, 73 (6), 12-23.

Honnay, O., Hermy, M. & Coppin, P. (1999). Effects of area, age and diversity of forest patches in Belgium on plant species richness, and implications for conservation and reforestation. Biological conservation, 87 (1), 73-84.

Huybrechts, W. & De Blust, G. (1996). Mira-2: Verdroging. Brussel: Instituut voor natuurbehoud.

Inverde. (2011). Aanvullingen bij bosecologie. Gevonden op 7 december 2015 op het internet: http://www.inverde.be/supportpage/377

Jassal, F.S., Black, T.A., Novak, M.D., Gaumont-Guay, D. & Nesic, Z. (2008). Effect of soil water stress on soil respiration and its temperature sensitivity in an 18-year-old temperate Douglas-fir stand. Global change biology, 14 (6), 1-14.

Jennings, S.B., Brown, N.D. & Sheil, D. (1999). Assessing forest canopies and understorey illumination: canopy closure, canopy cover and other measures. Forestry 72 (1), 59-73.

Kips, L. & Van Droogenbroeck, B. (2014). Valorisatie van groente- en fruitstromen: opportuniteiten en knelpunten. Merelbeke: Instituut voor landbouw- en visserijonderzoek.
KMI. (2016). Klimaat. Ukkel: Koninklijk meteorologisch instituut van België. Gevonden op het internet op 1/03/2016: http://www.meteo.be/meteo/view/nl/16788784-Klimaatatlas.html

Krapfenbauer, A. & Gasch, J. (1989). Der Waldbodenhumus als Zustandsweiser. In: Den Ouden, J., Muys, B., Mohren, F. & Verheyen, K. (Eds.). Bosecologie en bosbeheer (p. 173). Leuven: Acco.

Kuhn, T.J., Safford, H.D., Jones, B.E. & Tate, K.W. (2011). Aspen (Populus tremuloides) stands and their contribution to plant diversity in a semiarid coniferous landscape. Plant ecology, 212 (9), 1451-1463.

Kuyper, T., Berg, M. & Muys, B. (2010). Voedselweb. In: Den Ouden, J., Muys, B., Mohren, F. & Verheyen, K. (Eds.). Bosecologie en bosbeheer (p. 177-185). Leuven: Acco.
Légaré, S., Bergeron, Y., Leduc A. & Paré, D. (2001). Comparison of the understory vegetation in boreal forest types of southwest Quebec. Canadian journal of botany, 79 (9), 1019-1027.

Lieffers, V.J., Messier, C., Stadt, K.J., Gendron F. & Comeau, P.G. (1999). Predicting and managing light in the understory of boreal forests. Canadian journal of forest research, 29 (6), 796-811.

Londo, G. (1975). De decimale schaal voor vegetatiekundige opnamen van permanente kwadraten. Gorteria: tijdschrift voor de floristiek, de plantenecologie en het vegetatie-onderzoek van Nederland, 7 (7), 101-106.

Lükewille, A., Bredemeier, M. & Ulrich, B. (1993). Input-output relations of major ions in European forest ecosystems. Agriculture, ecosystems and environment, 47 (2), 175-184.

Lust, N., Kongs, T., Nachtergale, L. & De Keersmaeker, L. (2001). Spontaneous ingrowth of tree species in poplar plantations in Flanders. Annals of forest science, 58 (8), 861-868.

McCune, B. & Grace, J.B. (2002a). Chapter 9: Data transformations. In McCune, B. & Grace, J.B. & Urban, D.L. (Eds.). Analysis of ecological communities (p. 67-79). Oregon: Mjm Software Design.

McCune, B. & Grace, J.B. (2002b). Chapter 11: Hierarchical clustering. In McCune, B. & Grace, J.B. & Urban, D.L. (Eds.). Analysis of ecological communities (p. 86-96). Oregon: Mjm Software Design.

McCune, B. & Grace, J.B. (2002c). Chapter 16: Nonmetric multidimensional scaling. In McCune, B. & Grace, J.B. & Urban, D.L. (Eds.). Analysis of ecological communities (p. 125-142). Oregon: Mjm Software Design.

Meiresonne, L. & Van Slycken, J. (1996). Revised yield tables of ‘Beaupre’ and ‘Ghoy’. Geraardsbergen: Instituut voor bosbouw en wildbeheer.

Meiwes, K.J., Khanna, P.K. & Ulrich, B. (1986). Parameters for describing soil acidification and their relevance to the stability of forest ecosystems. Forest ecology and management, 15 (3), 161-179.

Mekkink, P. (2003). De bodemgesteldheid van bosreservaten in Nederland: deel 8, bosreservaat Liefstinghsbroek. Wageningen: Alterra, Research instituut voor de groene ruimte.

Messier, C., Parent, S. & Bergeron, Y. (1998). Effects of overstory and understory vegetation on the understory light environment in mixed boreal forests. Journal of vegetation science, 9 (4), 511-520.

Monastersky, R. (2015). Anthropocene: The human age. Nature, 519 (7542), 144-147.

Muys, B. (1991). Strooisel en humus: onbekend is onbemind. In: Hommel, P.W.F.M., Spek, T. & De Waal, R.W. (2002). Boomsoort, strooiselkwaliteit en ondergroei in loofbossen op verzuringsgevoelige bodem: Een verkennend literatuur- en veldonderzoek. Wageningen: Alterra, Research instituut voor de groene ruimte.

Muys, B. (1993). Synecologische evaluatie van regenwormactivitieit en strooiselafbraak in bossen van het Vlaamse Gewest als bijdrage tot een duurzaam bosbeheer. Onuitgegeven masterthesis, Katholieke universiteit Leuven.

Muys, B. & Granval, P. (1997). Earthworms as bio-indicators of forest site quality. Soil biology and biochemistry, 29 (3), 323-328.

Muys, B. & Lust, N. (1992). Inventory of the earthworm communities and the state of litter decomposition in the forests of Flanders, Belgium and its implications for forest management. Soil biology and biochemistry, 24 (12), 1677-168.

NatuurpuntWAL. (2016). Natuurgebied Sint-Annabos. Gevonden op het internet op 1/03/2016: http://www.natuurpuntwal.be/index.php?page=sint-annabos

IPCC. (2014). Climate Change 2014: Synthesis Report. Genève (Zwitserland): IPCC.

Overloop, S. (2014). Milieurapport Vlaanderen (MIRA): Themabeschrijving bodemkwaliteit. Aalst: Vlaamse milieumaatschappij.

Peterken, G.F. & Game, M. (1984). Historical factors affecting the number and distribution of vascular plant species in the woodlands of Central Lincolnshire. Journal of ecology, 72 (1), 155-182.

Pigott, C.D. & Taylor, K. (1964). The distribution of some woodland herbs in relation to the supply of nitrogen and phosphorus in the soil. Journal of animal ecology, 33, 175-185.

Qian, H., Klinka, K., Økland, R.H., Krestov, P. & Kayahara, G.J. (2003). Understorey vegetation in boreal Picea mariana and Populus tremuloides in British Columbia. Journal of vegetation science, 14 (2), 173-184.

Rees, R., Robinson, B.H., Evangelou, M.W.H., Lehmann, E. & Schulin, R. (2012). Response of Populus tremula to heterogeneous B distributions in soil. Plant soil, 358 (1), 403-415.

Rees, R., Robinson, B.H., Menon, M., Lehmann, E., Günthardt-Goerg, M.S. & Schulin, R. (2011). Boron accumulation and toxicity in hybrid poplar (Poplar nigra x euramericana). Environmental science & technology, 45 (24), 10538-10543.

Reich, P.B., Oleksyn, J., Modrzynski, J., Mrozinski, P., Hobbie, S.E., Eissenstat, D.M., Chorover, J., Chadwick, O.A., Hale, C.A. & Tjoelker, M.G. (2005). Linking litter calcium, earthworms and soil properties: a common garden test with 14 tree species. Ecology letters, 8 (8), 811-818.

Roberts, M.R. (1991). Stand development and overstory-understory interactions in an aspen-northern hardwoods stand. Forest ecology and management, 54 (1), 157-174.

Rockström, J., Steffen, W., Noone, K., Persson, Å., Chapin, F.S., Lambin, E.F., Lenton, T.M., Scheffer, M., Folke, C., Schellnhuber, H.J., Nykvist, B., De Wit, C.A., Hughes, T., Van Der Leeuw, S., Rodhe, H., Sörlin, S., Snyder, P.K., Costanza, R., Svedin, U., Falkenmark, M., Karlberg, L., Corell, R.W., Fabry, V.J., Hansen, J., Walker, B., Liverman, D., Richardson, K., Crutzen, P. & Foley, J.A. (2009). A safe operating space for humanity. Nature, 461 (7263), 472-475.

Rothe, A. (2005). Tree species management and nitrate contamination of groundwater: a Central Europe perspective. In: Binkley, D. & Menyallo, O. (Eds.). Tree species effects on soils: implications for global change (p. 71-83). Dordrecht: Springer.

Royer-Tardif, S. & Bradley, R.L. (2011). Forest floor properties across sharp compositional boundaries separating trembling aspen and jack pine stands in the southern boreal forest. Plant and soil, 345 (1), 353-364.
74

Sabau, J., Schmidt, M.G. & Krzic, M. (2010). The impact of black cottonwood on soil fertility in coastal western hemlock forest. Forest ecology and management, 260 (8), 1350-1358.

Simonson, J., Posner, J., Rosemeyer, M., Baldock, J. (2010). Endogeic and anecic earthworm abundance in six Midwestern cropping systems. Applied soil Ecology, 44 (2), 147-155.

Stump, L.M. & Binkley, D. (1993). Relationships between litter quality and nitrogen availability in Rocky Mountain forests. In: Buck, J.R. & St. Clair, S.B. (2012). Aspen increase soil moisture, nutrients, organic matter and respiration in Rocky Mountain Forest communities. PloS one, 7 (12), 1-6.

Thomaes, A. (2001). Verspreiding van oud-bosplanten in jonge bossen: invloed van bodem en competitie. In: Verstraeten, A., De Bruyn, L., De Keersmaeker, L., Vanderkerkhove, K., Smets, K., D’Havé, H., Lust, N., De Schrijver, A. & Willems, L. (2004). Evaluatie van beheermaatregelen om de ecologische waarde van populierbossen te optimaliseren. Geraardsbergen: Instituut voor bosbouw en wildbeheer.

Thomaes, A., De Keersmaeker, L., Van Calster, H., De Schrijver, A., Vandekerkhove, K., Verstraeten, G. & Verheyen, K. (2012). Diverging effects of two contrasting tree species on soil and herb layer development in a chronosequence of post-agricultural forest. Forest ecology and management, 278, 90-100.

Ulrich, B. (1983). Soil acidity and its relations to acid deposition. In: Ulrich, B. & Pankrath, J. (Eds.). Effects of accumulation of air pollutants in forest ecosystems (, p. 127-146). Dordrecht: D. Reidel publishing company.

Van Boghout, E. (1978). Het St. Annabos (Antwerpen-Linkeroever): Diagnose, situering en omvorming. Onuitgegeven masterthesis, Rijksuniversiteit Gent, Faculteit van de landbouwwetenschappen.

Vancampenhout, K., De Vos, B., Wouters, K., Van Calster, H., Swennen, R., Buurman, P. & Deckers, J. (2010). Determinants of soil organic matter chemistry in maritime temperate forest ecosystems. Soil biology & biochemistry, 42 (2), 220-233.

Vancreaynest, L. & Staelens, J. (2013). Milieurapport Vlaanderen (MIRA): Themabeschrijving verzuring. Aalst: Vlaamse milieumaatschappij.

Vandekerkhove, K., De Keersmaeker, L., Walleyn, R., Köhler, F. & Crevecoeur, L. (2011). Meer zwaar dood hout en oude bomen in de Vlaamse bossen: Nieuwe kansen voor gespecialiseerde biodiversiteit. Natuur.focus, 10 (4), 155-160.

Van Reeuwijk, L.P. (Ed.). (2002). Procedures for soil analysis: Sixth edition. Wageningen: International soil reference and information center (ISRIC).

Van Slycken, J., De Boever, L. & Ponseele, K. (2002). Naar een toekomst voor populier in Vlaanderen: het belang van populier in Vlaanderen. Brussel: Instituut voor natuur- en bosonderzoek.

Van Slycken, J., Mohren, F., Knol, R., Zwaenepoel, A. & Thomassen, E. (2010). Bos op vochtige gronden. In: Den Ouden, J., Muys, B., Mohren, F. & Verheyen, K. (Eds.). Bosecologie en bosbeheer (p. 545-554). Leuven: Acco.

Verstraeten, A., De Bruyn, L., De Keersmaeker, L., Vandekerkhove, K., Smets, K., D’Havé, H., Lust, N., De Schrijver, A. & Willems, L. (2004). Evaluatie van beheermaatregelen om de ecologische waarde van populierbossen te optimaliseren. Geraardsbergen: Instituut voor bosbouw en wildbeheer.

Verstraeten, A., De Keersmaeker, L. & Vandekerkhove, K. (2003a). Populieren, brandnetels en natuurbehoud: Omstreden positie van cultuurpopulieren onder de loep. Natuur.Focus, 2 (1), 37-41.

Verstraeten, A., Vandekerkhove, K. & De Keersmaeker, L. (2003b). Naar een ecologisch verantwoord beheer van populierenbossen. Silva Belgica, 2, 44-51.

Whitney, G.G. & Foster, D.R. (1988). Overstorey composition and age as determinants of the understorey flora of woods of Central New England. Journal of ecology, 76 (3), 867-876.

Wolf, R.J.A.M., Dimmers, W.J., Hommel, P.W.F.M., Jagers op Akkerhuis, G.A.J., Vrielink, J.G. & De Waal, R.W. (2006). Bekalking en toevoegen van nutriënten: Evaluatie van de effecten op het bosecosysteem – een veldonderzoek naar vegetatie, humus en bodemfauna. Wageningen: Alterra.

Yuan, Z.Y. & Chen, H.Y.H. (2009). Changes in nitrogen resorption of trembling aspen (Populus tremuloides) with stand development. Plant soil, 327 (1), 121-129.

Zak, D.R., Pregitzer, K.S., Curtis, P.S., Vogel, C.S., Holmes, W.E. & Lussenhop, J. (2000). Atmospheric CO2 soil-N availability and allocation of biomass and nitrogen by Populus tremuloides. Ecological applications, 10 (1), 34-36.

Universiteit of Hogeschool
Master in de Biowetenschappen: Land- en tuinbouwkunde (afstudeerrichting natuur en milieu)
Publicatiejaar
2016
Promotor(en)
Bart Muys
Kernwoorden
Share this on: