Is de spaarquote te hoog of te laag? Schattingen van de "gouden-regel"-spaarquote

Jonas De Jaeger
De "gouden-regel"-spaarquote is de spaarquote waarin de consumptie op lange termijn maximaal is. Het doel van deze masterproef is om de "gouden-regel"-spaarquote van de lidstaten van de OESO te schatten en te analyseren of de huidige spaarquote van de lidstaten te hoog, te laag of optimaal is. De evaluatie van de spaarquote gebeurt op vier manieren. Uit dit onderzoek blijkt dat de spaarquote in bijna elke geanalyseerde economie te laag is. Een optimale of te hoge spaarquote komen zelden voor. Verder onderzoek kan aantonen waar het spaartekort zich bevindt en welke maatregelen beleidsmakers kunnen nemen om de spaarquote in een economie te verhogen

Belg spaart te weinig

"Het is goed nieuws dat de Belgen minder sparen."

Bovenstaand citaat is afkomstig van begin dit jaar, toen bekend werd dat de Belg minder dan ooit spaart. De Belg staat gekend als een grote spaarder. Vaak wordt gepleit om dat geld uit te geven om de economie te stimuleren. Maar de economische theorie zegt net dat sparen de economie op de lange termijn stimuleert. Is veel sparen nu goed of niet?

In de economische literatuur bestaat er zoiets als de “gouden-regel”-spaarquote. Als dit niveau van sparen bereikt is, is de consumptie in de economie maximaal. De vraag is dus of het niveau van sparen in België boven of onder dit niveau ligt.

De scriptie " Is de spaarquote te hoog of te laag? Schattingen van de "gouden-regel"-spaarquote" analyseert de nationale spaarquote van de lidstaten van de OESO tussen 1995 en 2011. De nationale spaarquote is het totaal aan sparen van de gezinnen, bedrijven en de overheid.

Deze scriptie gaat via drie verschillende methoden na of de spaarquote in de lidstaten van de OESO hoog genoeg is om de gouden regel te bereiken. Uit de resultaten blijkt dat enkel IJsland aan de voorwaarden voor de gouden regel voldoet.

De gemiddelde nationale spaarquote in België is 19,3 %. Idealiter is die 37,6 %. Zelf spaarkampioen Japan spaart te weinig. De optimale spaarquote in Japan is 46 % terwijl het gemiddelde niveau  21 % bedraagt. De hoge spaarquote van de gezinnen wordt er ongedaan gemaakt door de hoge staatsschuld. Van alle lidstaten van de OESO scoort Turkije het slechtst. De gemiddelde optimale spaarquote is 63,2 %; terwijl de gemiddelde spaarquote er slechts 16,5 % bedraagt.

De hoogte van de optimale spaarquote hangt onder andere af van de economische groei en de slijtage van het bestaande kapitaal.

Door de spaarquote te verhogen kan de economie een fikse boost krijgen, wat in deze onzekere economische tijden absoluut van pas kan komen. Het is aan de beleidsmakers om maatregelen te nemen om het sparen aan te moedigen.

Het onderzoek in deze scriptie is natuurlijk beperkt. De scriptie gaat enkel na of de spaarquote te hoog of te laag is. Verder onderzoek is nodig om te achterhalen waar dit tekort zich bevindt. We weten in ieder geval dat de meeste regeringen door aanhoudende begrotingstekorten een slechte invloed uitoefent op de spaarquote.

Verder onderzoek moet ook uitwijzen welke maatregelen het effectiefst zijn om de mensen en bedrijven meer te doen sparen.

Bibliografie

Abel, A. B., Mankiw, N. G., Summers., H. L., Zeckhauser., J. R. (1989). Assessing Dynamic Efficiency: Theory and Evidence. Review of Economic Studies, 56 (1), 1-19.
Barro, R. J., Sala-I-Martin, X. (2004). Economic Growth (2de editie). Cambridge: MIT Press.
Boskin. (1986). Theoretical and Empirical Issues in the Measurement, Evaluation and Interpretation of Postwar U.S. Saving. In: Adams, F. G. & Susan, M. W. Savings and Capital Formation: The Policy Options. Massachusetts: D.C. Heath and Company.
Cass, D. (1965). Optimum Growth in an Aggregative Model of Capital Accumulation. Review of Economic Studies, 32 (3), 233-240
Diamond, P. (1965). National Debt in a Neoclassical Growth Model. American Economic Review, 55 (5), 1126-1150.
Donders, J.H.M. (1985). The Golden Rule of Accumulation and the Open Economy. De Economist, 133 (4), 545-557.
Evans, O. (1992). National Savings and Targets for the Federal Budget Balance. In: Yusuke, H. (red.). The United States Economy: Performance and Issues. Washington: International Monetary Fund.
Feenstra, Robert C., Robert Inklaar en Marcel P. Timmer (2015). The Next Generation of the Penn World Table. American Economic Review, 105 (10), 3150-3182. Opgehaald van www.ggdc.net/pwt.
Heylen, F. (2004). Macro-economie (2de editie). Antwerpen: Garant Uitgevers.
SCHATTINGEN VAN DE "GOUDEN-REGEL"-SPAARQUOTE 69
Imbs, J., Méjean, I. (2010). Trade Elasticities: A Final Report for the European Commission.
Koopmans, T. C. (1965). On the Concept of Optimal Economic Growth. The Economic Approach to Development Planning, Amsterdam: Elsevier
Mankiw, N. G. (2013). Macroeconomics (8ste editie). New York: Worth Publishers.
Miranda, K. (1995). Does Japan Save Too Much? In: Baumgartner, U. & Meredith, G. Saving Behaviour and the Asset Price "Bubble" in Japan: Analytical Studies. Washington: International Monetary Fund.
Phelps, E. (1961). The Golden Rule of Accumulation: A Fable for Growthmen. American Economic Review, 51 (4), 638-643.
Phelps, E. (1965). Second Essay on the Golden Rule of Accumulation. American Economic Review, 55 (4), 793-814
Ramsey, F. P. (1928). A Mathematical Theory of Saving. The Economic Journal, 38 (152), 543-559
Romer, D. (2012). Advanced Macroeconomics (4de editie). New York: McGraw-Hill.
Solow, R. (1956). A Contribution to the Theory of Economic Growth. Quarterly Journal of Economics, 70 (1), 65-94.
Swan, T. W. (1956). Economic Growth and Capital Accumulation. The Economic Record, 32 (2), 334-361.

Universiteit of Hogeschool
Toegepaste Economische Wetenschappen
Publicatiejaar
2016
Promotor(en)
Luc Hens
Kernwoorden
Share this on: