Jeugdwelzijnsorganisaties als sleutel op het radicaliseringsvraagstuk? Habbekrats als case study.

Astrid Loots
Het radicaliseringsvraagstuk is een realiteit binnen alle lagen van onze huidige westerse samenleving. Onze samenleving zal een kritische denkoefening moeten uitvoeren om een adequaat antwoord te formuleren op dit hedendaags vraagstuk. Deze bachelorproef geeft daartoe een eerste aanzet en wil nagaan of jeugdwelzijnsorganisaties, zoals Habbekrats, een rol kunnen spelen in de preventie van radicalisering

Is er een sleutel op het radicaliseringsvraagstuk?

22 maart 2016.

What we feared, has happened
(The Guardian, 22/03/2016)

Oorlog, vechten voor vrede, terrorisme, samen-sterk, aanslagen, elkaar steunen, verslaging, afkeer, verdriet, …

Er heerst een bar klimaat in onze huidige westerse samenleving. Door verschillende aanslagen tegen onze democratische waarden en normen is ons samen-sterk-idee steeds meer geëvolueerd naar een wie-is-de-schuldige-principe. Een nieuw fenomeen dat ervoor zorgt dat ook binnen onze vrije samenleving de grenzen van vrijheid en gelijkheid in vraag worden gesteld. Door elkaar met de vinger te wijzen, vergeten de democratische landen misschien wel de kernvraag. Zo blijft de discussie vaak hangen bij wie verantwoordelijk is voor welke gebeurtenissen. Terwijl het gesprek eigenlijk zou moeten gaan over wat er moet veranderen in de ziel van onze samenleving, zodat geen enkel persoon nog vatbaar is voor dergelijk extreem gedachtengoed. Het lijkt dat we inderdaad de kernvraag naast ons neerleggen. Te vaak focussen we op het negatieve en vergeten we het positieve dat kan ontstaan. Zo kan dit een wake-up-call zijn dat er inderdaad iets mis is in de verschillende lagen van onze samenleving.

Met dit in het achterhoofd kunnen deze donkere tijden een ervaring zijn op weg naar een betere toekomst. Het is belangrijk dat we als samenleving alle uithoeken van het begrip radicalisering verkennen en niet louter focussen op de repressieve aard. Het is een complex concept dat vele invullingen kent. Het is dan ook noodzakelijk dit vraagstuk met de nodige zorg te benaderen.

Daarnaast moeten er meer maatregelen geïnspireerd zijn op de voedingsbodem van radicalisering. Zo zijn er ontelbaar veel omgevings- en individueel-psychologische kenmerken, die een rol kunnen spelen in dit complex fenomeen. Bovendien staan al deze factoren in wisselwerking met elkaar, wat elk radicaliseringsproces uniek maakt. Om meer duidelijkheid te scheppen omtrent het graduele proces van radicalisering, wordt er in de scriptie uitgebreid ingegaan op het dynamisch model van radicalisering (Noppe et al., 2010). Zo wordt dit proces voorgesteld aan de hand van een piramide, waarbij drie stadia elkaar opvolgen. In eerste instantie gaat het over radicalisme, gevolgd door extremisme en in zeldzame gevallen is de uitkomst terrorisme. Het is niet zo dat elke persoon alle stadia doorloopt. Bovendien zal slechts een kleine minderheid overgaan tot het effectief plegen van terroristische aanslagen. Een tijdige tussenkomst is hierbij dus noodzakelijk. Dit kan voornamelijk in de eerste en beperkt in de tweede fase. Het is daarom belangrijk om in te zetten op een combinatie van zowel preventieve als repressieve maatregelen.

De eerder gestelde vraag: ‘Wat moet er veranderen in de ziel van onze samenleving zodat we radicalisering in de toekomst kunnen vermijden?’ vertrekt vanuit het principe; beter voorkomen dan genezen. In dit opzicht zal het dus belangrijk zijn om de komende jaren in te zetten op preventie. In deze scriptie wordt er specifiek aandacht besteed aan Preventative Counter-Radicalisation. Dit is een strategie dat ervoor wil zorgen dat niet-geradicaliseerde (jong)volwassenen niet bezwijken aan de lokroep van radicalisering. In dat opzicht willen zij voornamelijk de banden tussen het individu en de samenleving versterken (United Nations Counter-Terrorism Implementation Task Force, 2008). Daarnaast benadrukken zij dat de strafrechtelijke definitie eindig is en dat een repressieve aanpak van radicalisering in sommige gevallen contraproductief is. Het is belangrijk jongeren en volwassenen te socialiseren via de klassieke structuren in onze samenleving.

Concluderend kan gesteld worden dat er in de preventie van radicalisering aandacht moet zijn voor een open en constructieve dialoog tussen verschillende partners. Bovendien moeten er voorzieningen zijn, die inzetten op sociale inclusie. Jeugdwelzijnsorganisaties spelen in dat opzicht een cruciale rol, maar zullen het radicaliseringsvraagstuk op zich niet oplossen. Wel zijn zij een deel van de oplossing, in combinatie met andere klassieke structuren. Met dit in het achterhoofd lijkt het samen-sterk-idee  een basisprincipe op weg naar een betere toekomst.

Bibliografie

Adler, P. A., & Adler, P. (1998). Peer power : preadolescent culture and identity. New Brunswick: Rutgers University Press.

Beelen, S., De Maeyer, J., Dewaele, C., Grymonprez, H., & Mathijssen, C. (2014). Wat is outreachend werken? In S. Beelen, J. De Maeyer, C. Dewaele, H. Grymonprez, & C. Mathijssen (Eds.), Reach out! Praktijkboek voor outreachend werken (pp. 96-113). Leuven: Lannoo Campus.

Bjørgo, T. (2005). Root causes of terrorism : myths, reality, and ways forward. London: Routledge.

Bjørgo, T. (2013). Strategies for preventing terrorism. New York: Palgrave Macmillan.

Bouverne-De Bie, M. (2012). Van probleemdefinitie naar sociaalagogisch werkveld (H3). In M. Bouverne-De Bie (Ed.), Sociale Agogiek (pp. 119-132). Gent: Academia Press.

Buelens, E. (2014). Maatschappelijke kwetsbare jongeren actief als vrijwilligers in Brusselse voetbalclubs: onderzoek naar de meerwaarde van vrijwilligerswerk in de sport. Jeugdbeleid, 8(3), 51-56.

Buijs, F. J., Demant, F., & Hamdy, A. (2006). Strijders van eigen bodem : radicale en democratische moslims in Nederland. Amsterdam: Amsterdam University Press.

Callens, S., Fornaciari, D., Martens, L., Van Der Mauten, F., & Van der Elst, C. (2011). Gezondheidszorg in een notendop: praktische gids gezondheidszorg. Brugge: Die Keure.

Coolsaet, R. (2015). Wat drijft de Syriëstrijder? Samenleving En Politiek, 22, 4-13.

Coolsaet, R., & Van de Voorde, T. (2011). Jihadi terrorism and the radicalisation challenge : European and American experiences. Surrey: Ashgate.

Coppens, E., Van Audenhove, C., & Vanclooster, S. (2013). Meer dan een habbekrats: onderzoek naar de sleutelelementen in de werking van 7 jeugdwelzijnshuizen voor jongeren.

de Goede, M., & Simon, S. (2013). Governing future radicals in Europe. Antipode, 45(2), 315-335. doi:10.1111/j.1467-8330.2012.01039.x

De Maeyer, J., Dewaele, C., & Beelen, S. (2012). Outreachend werken: praktijkkader in ontwikkeling. POW ALERT, 38(5), 31-39.

Decorte, T., & Zaitch, D. (2010). Kwalitatieve methoden en technieken in de criminologie. Leuven: Acco.

Desnerck, G., Vanderstraeten, A., & Verbruggen, A. (2008). Sociologische verbeelding: visie en vizier. Gent: Academia Press.

Doosje, B., Loseman, A., & van den Bos, K. (2013). Determinants of radicalization of Islamic youth in the Netherlands: personal uncertainty, perceived injustice, and perceived group threat. Journal of Social Issues, 69(3), 586-604. doi:10.1111/josi.1203025

European Institute of Peace. (2016). How to prevent violent extremism and radicalisation? 13/05/2016. Retrieved from http://www.eip.org/en/news-events/how-prevent-violent- extremism-and-radicalisation

Europese commissie. (2005). Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad betreffende rekrutering voor terrorisme: aanpakken van de factoren die bijdragen tot gewelddadige radicalisering. Retrieved from Brussel: http://eur-lex.europa.eu/legal- content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:52005DC0313&from=NL

Feddes, A. R., Mann, L., & Doosje, B. (2015). Increasing self-esteem and empathy to prevent violent radicalization: a longitudinal quantitative evaluation of a resilience training focused on adolescents with a dual identity. Journal of Applied Social Psychology, 45(7), 400-411. doi:10.1111/jasp.12307

Gielen, A. (2008). Radicalisering en identiteit : radicale rechtse en moslimjongeren vergeleken. Amsterdam: Aksant.

Given, W. B. (1949). Bottom-up management : people working together. New York: Harper.

Habbekrats. (2016). Dringende hulp: de Habbekrats hulpknop is er voor jou. 12-05-2016. Retrieved from http://www.habbekrats.be/dringendehulp.php

Hafez, M., & Mullins, C. (2015). The radicalization puzzle: a theoretical synthesis of empirical approaches to homegrown extremism. Studies in Conflict & Terrorism, 38(11), 958-975. doi:10.1080/1057610x.2015.1051375

Horgan, J. (2005). The psychology of terrorism. London: Routledge.

Jou, W. (2016). Ideological radicalism and democratic experience in new democracies. Democratization, 23(4), 592-612. doi:10.1080/13510347.2014.993386

Kerchove, G. (2010). Ten years after 9/11: evaluating a decade of intensified counter-terrorism. Den Haag: The International Centre for Counter-terrorism.

King, M., & Taylor, D. M. (2011). The radicalization of homegrown Jihadists: a review of theoretical models and social psychological evidence. Terrorism and Political Violence, 23(4), 602-622.

Maliepaard, M., Lubbers, M., & Gijsberts, M. (2010). Generational differences in ethnic and religious attachment and their interrelation: a study among Muslim minorities in the Netherlands. Ethnic and Racial Studies, 33, 451-472.

McCauley, C. R., & Moskalenko, S. (2011). Friction: how radicalization happens to them and us. Oxford: Oxford University Press.

Naber, P. (2004). Vriendschap en sociale cohesie: de rol van leeftijdsgenoten in de opvoeding van de jeugd. Den Haag: Hogeschool INHOLLAND.

Noppe, J. (2011a). Dynamisch model van radicalisering.

Noppe, J. (2011b). Preventie van radicalisering in België. Handboek Politiediensten (Vol. 100, pp. 1-30). Mechelen: Kluwer.

Noppe, J., Ponsaers, P., Verhage, A., & Easton, M. (2010). Preventie van radicalisering in België. Governance of Security Research Report Series (Vol. 3). Antwerpen; Apeldoorn: Maklu.

Noppe, J., & Verhage, A. (2011). Radicalisering en de rol van de lokale setting. Cahiers politiestudies, 1(18), 119-134.

Pauwels, L. (2014). Oorzakelijke mechanismen en verklaringsmodellen voor regelovertredend gedrag. Gent: Academia Press.

Ponsaers, P., De Ruyver, B., Easton, M., Verhage, A., Noppe, J., Hellinckx, J., & Vandevelde, M. (2010). Onderzoeksrapport polarisering en radicalisering: een integrale preventieve aanpak. Retrieved from: http://hdl.handle.net/1854/LU-3175163

Schils, N., & Pauwels, L. (2014). Explaining violent extremism for subgroups by gender and immigrant background, using SAT as a framework. Journal of strategic security, 7(3), 27-47.

Schmid, A. P. (2013). Radicalization, de-radicalization, counter-radicalization: a conceptual discussion and literature review ICCC research paper. The Hague: International Centre for Counter Terrorism.

Slot, W., & van Aken, M. (2013). Psychologie van de adolescentie: basisboek. Amersfoort: ThiemeMeulenhoff.

Stephan, W. G., & Stephan, C. W. (2000). An integrated threat theory of prejudice. In S. Oskamp (Ed.), Reducing prejudice and discrimination (pp. 23-45). Mahwah, N.J.: Psychology Press.

Sutherland, E., Cressey, D., & Luckenbill, D. (1992). Principles of criminology. New York: General Hall.

Tajfel, H., & Turner, J. C. (1986). The social identity theory of inter-group behavior. Chicago: Nelson-Hall.

United Nations Counter-Terrorism Implementation Task Force. (2008). First report of the working group on radicalisation and extremism that lead to terrorism: inventory of state programmes. Retrieved from New York: file:///Users/astridloots/Downloads/CTITFReportWGRadicalizationandExtremism- InventoryofStateProgrammes.pdf

van Bergen, D. D., Feddes, A. F., Doosje, B., & Pels, T. V. M. (2015). Collective identity factors and the attitude toward violence in defense of ethnicity or religion among Muslim youth of Turkish and Moroccan Descent. International Journal of Intercultural Relations, 47, 89-100. doi:10.1016/j.ijintrel.2015.03.026

Van Ceulebroeck, N., Crivit, R., & Neirynck, B. (2013). Maatschappelijke kwetsbaarheid voor dummies. Retrieved fromfile:///Users/astridloots/Downloads/2013maatschappelijkekwetsbaarheidvoordummiesdropzonejuni.pdf

van de Rakt, M., Weerman, F., & Need, A. (2005). Delinquent gedrag van jongens en meisjes: het (anti)sociale kapitaal van vriendschapsrelaties. Mens & Maatschappij, 80(4).

van den Bos, K., Loseman, A., & Doosje, B. (2009). Waarom jongeren radicaliseren en sympathie krijgen voor terrorisme: onrechtvaardigheid, onzekerheid en bedreigde groepen. Retrieved from Utrecht: Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum: file:///Users/astridloots/Downloads/volledige-tekst_tcm44-211243.pdf

van den Bos, K., Loseman, A., & doosje, B. (2012). Radicalisering onder jongeren. Groepen, 7(1), 5- 19.

Veldhuis, T., & Bakker, E. (2007). Causale factoren van radicalisering en hun onderlinge samenhang. Vrede en veiligheid, 4.

Vettenburg, N., Walgrave, L., & Van Kerckvoorde, J. (1984). Jeugdwerkloosheid, delinquentie en maatschappelijke kwetsbaarheid : een theoretisch en empirisch onderzoek naar de veronderstelde band tussen werkloosheid en delinquentie bij 17-19 jarigen. Antwerpen: Kluwer.

von Hippel, K. (2008). A counterradicalization strategy for a new US administration. Annals of the American Academy of Political and Social Science, 618, 182-196. doi:10.1177/0002716208316727

Wikström, P. O. H. (2010). Situational Action Theory In F. Cullen & P. Wilcox (Eds.), Encyclopedia Of Criminological Theory. London: SAGE Publications.

Universiteit of Hogeschool
Bachelor in de Criminologische wetenschappen
Publicatiejaar
2016
Promotor(en)
Ben Heylen
Kernwoorden
Share this on: