Stedelijke bewegingen, het stedelijk vraagstuk, en de democratische stad: het Oosterweeldossier

Marie Mistiaen
Onder invloed van neoliberalisme worden regio's steeds meer autonomoom. Deze ontwikkeling geeft aanzet tot het ontpoppen van steeds meer burgerbewegingen. Het Oosterweeldossier, als casestudy, blijkt voort te komen uit het botsen van de belangen van twee verschillende schalen, wat in de theorie wordt beschreven als het nieuwe stedelijk vraagstuk na Castells.

DE WORTEL VAN CONFLICT IN HET OOSTERWEELDOSSIER

“27 oktober 1998, vijf uur ’s ochtends: onder politiebegeleiding worden de Japanse kerselaars in de tuin voor het Antwerpse Museum voor Schone Kunsten met bulldozers omgeduwd. De overheid beweerde dat de bomen ziek waren, in de plaats moest een stenen plein komen. Omwonenden betwijfelden dat echter. Ze hadden een bomenexpert onder de arm genomen en de bomen bleken gezond. Die 27ste oktober zou de rechtbank van eerste aanleg in kortgeding een uitspraak doen over het lot van de kerselaars. Maar toen de zaak voorkwam, was de kaalslag een feit. Case closed.” Deze gebeurtenis vormde de aanleiding voor het ontstaan van stRaten-Generaal, een bottom-up burgerbeweging die op dit moment vooral gekend als geduchte tegenstander van de overheid in het Oosterweeldossier.

De les die niet geleerd werd

Het Oosterweeldossier is ontegensprekelijk een van de meest omstreden dossiers van de afgelopen decennia, waarbij stRaten-generaal de bekendste aanvechter is van het BAM-traject van de Vlaamse overheid. Dit traject loopt door het noordelijke deel van de stad waardoor de stadsontwikkeling daar wordt gehypothekeerd, zo stelt stRaten-generaal. Dit protest wordt vaak gehekeld door mensen die liever wat vooruitgang in het project zouden zien. Nochtans is het niet de eerste keer in Belgie dat er zich heftig protest voordoet tegen de auto-vriendelijke plannen van de overheid. Van 1965 tot 1973, tijdens de ‘7 vette jaren’ van de auto, had minister van openbare werken de Saeger het lumineuze idee ‘autoroutes de pénétration’ aan te leggen die tot diep in het centrum van de stad zouden doordringen en de rijtijd van pendelaars significant zouden verkorten.

Twee steden werden getrakteerd op deze luxe: Gent en Antwerpen. Toen de minister echter wou doorgaan met het aanleggen van een snelweg tot in het hart van Brussel, stuitte hij op tegenstand. De bewoners maakten zich zorgen dat de vervuiling en de geluidshinder schadelijk zouden zijn voor de leefbaarheid van het gebied. Wegens het grote protest zag de minister uiteindelijk af van zijn plannen en amper enkele jaren later werd steeds frequenter de noodzakelijkheid van zoveel snelwegen in vraag gesteld. Echter, voor Gent en Antwerpen was het kwaad al geschied.

Ondanks dat er destijds een les werd geleerd over grote wegen aanleggen in dichtbevolkte gebieden, lijkt het er op dat de Vlaamse overheid en BAM nu op het punt staat dezelfde fout opnieuw te maken. Twee voorstellen staan tegenover elkaar: het Bam-tracé van de Vlaamse Overheid dat de ring sluit door de stad, of het Meccano-tracé van stRaten-generaal dat het verkeer uit de stad wilt houden en de ring verder noordelijk sluit.

Het stedelijk vraagstuk achterna

Ongeacht de tegenslag die stRaten-generaal tegenwoordig heeft gehad door het gelekte MER-rapport ‘A102/R11bis’, is het belangrijk niet uit het oog te verliezen dat burgerbewegingen vooral symptomatisch zijn voor iets wat misgaat in de maatschappij. Wat dat precies is, is niet altijd gemakkelijk te achterhalen. De eerste echte burgerbewegingen in mei ’68 waren vooral geconcentreerd rond het vraagstuk van collectieve consumptie – onderwijs, gezondheidszorg en huisvesting. In de daarop volgende jaren werden de meeste van hun eisen verwerkt in het institutioneel systeem waardoor ook het protest werd opgelost. Met de recente opkomst van steeds meer burgerbewegingen is het een goede reflex opnieuw na te gaan rond welk vraagstuk men zich deze keer concentreert.

Het Oosterweeldossier, waarin een burgerbeweging het opneemt tegen een overheid, is hierbij een goede case study. Door na te gaan welke belangen BAM, de Vlaamse Overheid en stRaten-generaal voorop stellen, kan de kern van het conflict blootgelegd worden.

Cui bono

Image removed.Er bestaat een algemene consensus over het feit dat de file op de Antwerpse ring niet langer houdbaar is. Het verminderen van die file is dan ook het grootste argument voor de sluiting van de ring. Op dit vlak zijn stRaten-generaal en de Vlaamse overheid het eens. De manier waarop dit moet gebeuren vormt echter het onderwerp van de discussie. Volgens stRaten-generaal zal hun alternatieve route (het Meccano-tracé) via de haven de files evenzeer oplossen als de route door de stad, ligt de kosten/baten analyse beter dan die voor BAM, en vooral: zo wordt de stadsontwikkeling van het noordelijk deel niet gehypothekeerd. Weliswaar zal de rijafstand rond de ring enkele minuten worden verlengd doordat het niet het kortste pad is maar dit nadeel weegt niet op tegen de voordelen.

Maar de overheid weigert de plannen voor het BAM-tracé te veranderen, ondanks de bewijzen die stRaten-generaal aanlevert voor hun beweringen. Elk rapport dat de overheid vrijgeeft waarin de alternatieve route werd geëvalueerd, ook de onafhankelijke rapporten, zouden ook fouten bevatten in het nadeel van de burgerbeweging. Toevallig? Zou kunnen. Worden er argumenten achter gehouden? Daarop lijkt het.

Als het sluiten van de ring door de stad niet in het beste voordeel van de Antwerpse burgers is, voor wie dan wel? Wanneer we Antwerpen’s positie binnen het Trans-Europees Network mee in rekening brengen, wordt er al wat meer duidelijkheid in de zaak gebracht. Het lijkt erop dat de Vlaamse overheid prioriteit geeft aan het doorgaande Europees en binnenlandse verkeer dat met de route door de stad minder lang zal moeten rond rijden. Dat het noordelijke stadsdeel daardoor zal worden doorkruist door een snelweg kan worden beschouwd als collateral damage.

De kern van de zaak ligt dus in het botsen van twee verschillende schalen. De overheid geeft prioriteit aan het verkeer op (inter)nationale niveau, ten koste van de leefbaarheid op het lokaal niveau. Het project is bovendien te zeer gefocust op een snelle afwikkeling – nogal ironisch gezien de 10 jaar waarin het dossier al aansleept – waardoor het de flexibiliteit mist om te gaan met verschillende standpunten. Hiermee bewijst de Vlaamse overheid dat ze vastgeroest zit in een sectorale manier van omgaan met complexe dossiers, Koning Auto nog steeds vereert, en af te rekenen heeft met een sterk staaltje groepsdenken. Door hierop in te springen slaagde een kleine lokale groep de regionale belangen te verdedigen tegen de nationale wil. Het huidige stedelijk vraagstuk gaat dus over het herdenken van de grenzen tussen lokaal, regionaal, nationaal en internationaal.

 

Bibliografie

1.BIBLIOGRAFIE

1.1.Literatuur

Alexander, C. (1965). A city is not a tree. Architectural Form, 172 (April/May). Geconsulteerd op 15 april 2016 via http://www.abc.polimi.it/fileadmin/docenti/TEPAC/2012/FONTANA/A_City_is…

Amin, A. & Graham, S. (1997) The ordinary city. Transactions of the Institute of British Geographers, New Series, 22, pp. 411–429.

Boudreau, J.A. (2010). “Reflections on urbanity as an object of study and a critical epistemology” in Jonathan S. Davies and David L. Imbroscio (eds.) Critical Urban Studies: New Directions. New York: SUNY Press.

Bourgon, J. (2007). Un gouvernement lexible, responsable et respecté. Vers  une ‘nouvelle’ théorie de l’administration publique. Revue Internationale des Sciences Administratives, 1, Vol. 73.

Brenner, N. (2000) The Urban Question as a Scale Question: Reflections on Henri Lefebvre, Urban Theory and the Politics of Scale. International Journal of Urban and Regional Research, Volume 24.2. Blackwell Publishers, Oxford.

Castells, M. (1983). The City and the Grassroots: A Cross-Cultural Theory of Urban Social Movements. Berkeley and Los Angeles: The University of California Press.

Corijn, E. & Saey, P. (2014). Wereldvreemd in Vlaanderen, bakens voor een progressieve politiek. EPO, Berchem.

Eraydin, A., Taşan-Kok, T. (2013). State Response to Contemporary Urban Movements in Turkey: A Critical Overview of State Entrepreneurialism and Authoritarian Interventions. Antipode Vol. 46 No. 1. p110–129.

Goris, J. (2004). Een stem voor iedereen. Interactief beleid met mensen in armoede: Participatie aan het Europese armoedebeleid. Ter Zake. Praktijkblad over lokaal beleid, inspraak en samenlevingsopbouw(2): pp. 16-18.

Healey, P., Cameron, S., Davoudi ET AL. (1995). Introduction: the city—crisis, change and invention, p4. in: P. Healey, S. Cameron, S. Davoudi et al. (Eds) Managing Cities: The New Urban Context, pp. 1–20. Chichester: John Wiley and Sons.

Heyligen, L. (1985). De besluitvorming van autosnelwegen in de Belgische provincies. Onuitgegeven licentiaatsverhandeling. Katholieke Universiteit Leuven, departement Politieke Wetenschappen, 122.

Jessop, B. (1997) ‘The Governance of Complexity and the Complexity of Governance: Preliminary in A. Amin and J. Hausner (eds), Beyond Markets and Hierarchy: Interactive Governance and Social Complexity, Cheltenham: Edward Elgar, 111-147.

Kearns, A. & Paddison, R. (2000). New Challenges for Urban Governance. Urban Studies, Vol. 37, No.5-6, 845 – 850.

Lancksweerdt, E., (2009). Handboek burgerparticipatie. Een juridische verkenning toegespitst op het lokalebestuursniveau, met verdere beschouwingen over de ontwikkelingsmogelijkheden van onze democratie. Brugge: Die Keure.

Lever, W. F. (1997) Delinking urban economies: the European experience, Journal of Urban Affairs, 19 (2), pp. 227–238.

Lootens, M. & Dirckx, T. (2012). Neoliberal urban movements? a geography of conflict and mobilisation over urban renaissance in Antwerp, Belgium. In Contradictions of Neoliberal Planning. Volume 102 of the series GeoJournal Library, pp 99-116.

Lotens, W. (2014). Review van ‘de democratie voorbij’ van Luc Huyse door Walter Lotens. Geconsulteerd op 30 mei 2016 via http://www.dewereldmorgen.be/artikel/2014/05/09/de-democratie-voorbij-v…

Loyens, K. & Van de Walle, S. (2006). Methoden En Technieken Van Burgerparticipatie: Strategieen Voor Betrokkenheid Van Burgers Bij Het Federaal Plan Duurzame Ontwikkeling. Instituut voor de Overheid.

Marcuse, H. (1965). Repressive Tolerance. In A Critique of Pure Tolerance, Robert Paul Wolff, Barrington Moore Jr., and Herbert Marcuse. Boston: Beacon Press.

Mayer, M. (2006). Manuel Castells’ The city and the grassroots. International Journal of Urban and Regional Research, 30, p202–206.

Mayer, M. (2007). Contesting the Neoliberalisation of Urban Governance. In Leitner, H., Peck, J., Sheppard, E. (eds) Contested Urban Futures: Neoliberalisms and their Discontents. New York: Guilford Press, p90-115.

McKeown, K. (1987). Marxist Political Economy and Marxist Urban Sociology: A Review and elaboration of recent developments. Palgrave Macmillan: UK.

Miller, B. (2006). Castells’The city and the grassroots: 1983 and today. International Journal of Urban and Regional Research, 30, p207–211.

Mitchell, D. (2003). The right to the city: Social justice and the fight for public space. New York & London: Guilford Press.

Mitlin, D., Thompson, J. (1995) Participatory approaches in urban areas: strengthening civil society or reinforcing the status quo? Environment and Urbanization, Vol. 7, No. 1.

Montgomery, J. (1998) Making a city: Urbanity, vitality and urban design . Journal of Urban Design, Volume 3, Issue 1.

Pickvance, C. (ed.) (2003). Symposium on Urban Movements. International Journal of Urban and Regional Research. 27: 102-177.

Pinch, S. (1985). Cities and Services: The geography of collective consumption. London: Routledge & Kegan Paul. 1985. pp. 213.

Pruijt, H. (2007). Urban Movements. Published in: Ritzer, George (ed) Blackwell Encyclopedia of Sociology, Malden: Blackwell, 5115-5119.

Purcell, M. (2008). Recapturing Democracy: Neoliberalization and the Struggle for Alternative Urban Futures, New York, Routledge.

Scharpf, F.W. (1994). Games real actors could play: positive and negative coordination in embedded negotiations, Journal of Theoretical Politics, 6 (1), 27-53.

Scott, A.J., Moulaert, F. (1997) The Urban Question and the Future of Urban Research p.267, in Cities, enterprises and society on the eve of the 21st century. London: Pinter.

Smith, N. (1995). Remaking scale: competition and cooperation in prenational and postnational Europe. In H. Eskelinen and F. Snickars (eds.), Competitive European peripheries. Springer Verlag, Berlin.

Swyngedouw, E., Moulaert, F., Rodriguez, A. (2002). Neoliberal Urbanization in Europe: Large-Scale Urban Development Projects and the New Urban Policy. Oxford: Blackwell Publishing, 108 Cowley Road.

Van de Wall, R. (2007). Bouwen voor een onbekende toekomst. De totstandkoming van het Belgische autosnelwegennet (1935-1989). Licentiaatsverhandeling. Katholieke Universiteit Leuven, Faculteit Geschiedenis.

Vanveldhoven S., Lauwers D., (2010). Hoe het Oosterweelproject volledig vastliep. Verkeersspecialist (Mechelen), 171, p18-21.

1.2.Media

B.B.R. (2016, 22 april). ‘Meer draagvlak, meer overkapping’. De Standaard. Geconsulteerd op 12 mei 2016 via http://www.standaard.be/cnt/dmf20160421_02251241

Belga (2016, 22 mei). Weyts: “Verzet tegen Oosterweel schaadt mens, milieu en economie”. De Standaard. Geconsulteerd op 23 mei 2016 via http://www.standaard.be/cnt/dmf20160320_02192544

Belga (2016, 2 juni). De Wever: ‘Afwijken van Oosterweeltracé is uitgesloten’. De Standaard. Geconsulteerd op 3 juni 2016 via http://www.standaard.be/cnt/dmf20160602_02319920

Brinckman, B. (2015, 26 september). Oosterweel aan de wurgpaal. De Standaard. Geconsulteerd op 23 mei 2016 via http://www.standaard.be/cnt/dmf20150925_01887879

B.V.B. (2016, 22 mei). Van Besien: ‘Oosterweel komt er niet’. De Standaard. Geconsulteerd op 23 mei 2016 via http://www.standaard.be/cnt/dmf20160522_02300941

Demeester, W. (2000). Afscheidsbrief aan de Vlaamse Bouwmeester. A+, tweemaandelijks tijdschrift voor architectuur, stedenbouw, design, beeldende kunst. Geconsulteerd op 30 april 2016 via http://www.demeester.com/Narchitectuur.htm

De Ruyter, K. (2010, 20 oktober). In de kijker: Wim van Hees. De Standaard. Geconsulteerd op 12 mei 2016 via http://www.standaard.be/cnt/bv311g67

De Tijd. (1996, 5 oktober). Paulus lanceert vijf geboden voor de Antwerpse economie. Geconsulteerd op 13 mei 2016 via http://www.tijd.be/algemeen/algemeen/Paulus_lanceert_vijf_geboden_voor_…

Joos, K. (2015, 17 december). Hoe lobbyfouten van Ringland 'Dwingland' dreigen te maken. De Morgen. Geconsulteerd op 19 mei 2016 via http://www.demorgen.be/opinie/hoe-lobbyfouten-van-ringland-dwingland-dr…

L.M. (2013, 30 maart). “Als mijn vrouw zegt dat ik moet stoppen, dan doe ik dat”. Gazet van Antwerpen. Geconsulteerd op 30 april 2016 via http://www.ademloos.be/nieuws/de-nachten

Marshall, M. (2015, 25 april). Pruitt-Igoe: the troubled high-rise that came to define urban America. The Guardian. Geconsulteerd op 30 april 2016 via https://www.theguardian.com/cities/2015/apr/22/pruitt-igoe-high-rise-ur…

P.O.J. (2016, 23 mei). Bourgeois: ‘Stop met obstructie voeren tegen Oosterweel’. De Standaard. Geconsulteerd op 23 mei 2016 via http://www.standaard.be/cnt/dmf20160523_02303512

Tormans, S. (2012, 25 januari). Ik vrees dat ik te dicht bij de waarheid kwam. Knack. Geconsulteerd op 20 mei 2016 via http://archief.ademloos.be/nieuws/ik-vrees-dat-ik-te-dicht-bij-de-waarh…

Valcke, T. (2013, 18 mei). De zwartepiet is geen provinciale bevoegdheid. De Standaard. Geconsulteerd op 5 mei 2016 via http://www.standaard.be/cnt/dmf20130517_00586953

1.3.Andere

Agentschap voor Binnenlands Bestuur. (2006). Verkiezingsresultaten Antwerpen 2006. Geraadpleegd op 01 juni 2016 via http://www.vlaanderenkiest.be/verkiezingen2012/#/gemeente/11002/uitslag…

Belgische Grondwet, Artikel 32. Ieder heeft het recht elk bestuursdocument te raadplegen en er een afschrift van te krijgen, behoudens in de gevallen en onder de voorwaarden bepaald door de wet, het decreet of de regel bedoeld in artikel 134.

Vragen en Antwoorden, Kamer van Volksvertegenwoordigers, zitting 1974-1975, Brussel, 3 juni 1975, 2268

 

Universiteit of Hogeschool
Stedenbouw en Ruimtelijke Planning
Publicatiejaar
2016
Promotor(en)
Professor Michiel Dehaene en David Peleman
Kernwoorden
Share this on: