Een fixatiereducerend beleid, een haalbare kaart binnen een woonzorgcentrum?

Luc Vervoort
Met een literatuurstudie wordt de problematiek van fysieke fixatie bij ouderen in woonzorgcentra geschetst. In de praktijk wordt een bijscholing ontwikkeld en onderzocht of afbouwen van fysieke fixatie veilig en haalbaar is .

Een fixatiereducerend beleid, een haalbare kaart binnen een woonzorgcentrum?

 

Een fixatiereducerend beleid, een haalbare kaart binnen een woonzorgcentrum?

 

Verpleegkundige die bejaarde vastbond: "Ik wou niet dat ze in de vijver belandde" (VRT NWS 13.12.2016)

Fysieke fixatie of vrijheidsbeperking bij ouderen wordt in de media vaak met spectaculaire krantenkoppen belicht zoals hierboven. In woonzorgcentra wordt veel belang gehecht aan kwaliteitszorg. Prevalentiecijfers tonen echter aan dat fysieke fixatie vaak wordt toegepast. Internationaal liggen deze cijfers tussen 15 en 66%. Voorbeelden van fixatiemiddelen zijn bedhekkens, voorzettafels en Zweedse gordels of onrustgordels die vastgemaakt worden aan het bed of de zetel.

Redenen voor fysieke fixatie

Verpleegkundigen fixeren in de eerste plaats om de veiligheid van de bewoner te verhogen, zoals het voorkomen van vallen. Maar er wordt ook gefixeerd om de veiligheid van de medebewoner te verhogen, bijvoorbeeld wanneer er sprake is van agressie.

In de wetenschappelijke literatuur wordt een verklaring voor het toepassen van vrijheidsbeperkende maatregelen gezocht in o.a. bewonerskenmerken, bijvoorbeeld wegloopgedrag en organisatorische kenmerken zoals onvoldoende personeelsbezetting. Bewonerskenmerken blijken volgens meerdere studies de belangrijkste determinanten te zijn voor het toepassen van vrijheidsbeperkende maatregelen. Een verhoogde zorgafhankelijkheid, ernstige mobiliteitsproblemen en cognitieve beperkingen zijn de belangrijkste risicofactoren.

Ook de houding van verpleegkundigen tegenover fixeren, is een sterk beïnvloedende factor om vrijheidsbeperking toe te passen in de ouderenzorg. Verpleegkundigen gebruiken copingstrategieën om met hun morele conflicten bij het fixeren om te gaan. Een voorbeeld hiervan is dat verpleegkundigen zich focussen op het verwachte voordeel zoals het voorkomen van valincidenten. Ondanks hun morele conflicten en twijfels beslissen verpleegkundigen dus vaak wel te fixeren. Vaak is deze beslissing om te fixeren gebaseerd op routine of traditie en wordt door verpleegkundigen omschreven als een ‘gewone’ verpleegkundige interventie.

Gevolgen van fysieke fixatie

Er zijn veel negatieve gevolgen van fixeren en ze hebben een grote invloed op de autonomie en het welzijn van ouderen. Zorgverleners onderschatten of zijn zich niet bewust van de negatieve gevolgen van fysieke fixatie voor de gezondheid van ouderen. Het is mogelijk dat sommige problemen door vrijheidsbeperking juist verergeren. Bewoners die worden gefixeerd, bewegen minder. Als gevolg daarvan nemen spierkracht en evenwicht bij de bewoner af. Hierdoor ontstaat een vicieuze cirkel. Wanneer de bewoner opnieuw valt, wordt dit door de zorgverleners gezien als een bevestiging dat fixeren een adequate aanpak is om valincidenten te voorkomen. De kans op verwondingen of valgerelateerde verwondingen kan niet voorkomen worden door te fixeren. Het is een misvatting dat fixeren effectief is voor valpreventie en meer veiligheid kan bieden. Bewoners kunnen ook incontinent worden omdat ze niet in staat zijn om naar het toilet te gaan of niet meer duidelijk kunnen maken dat ze naar het toilet wensen te gaan. Bijvoorbeeld bij dementie in een gevorderd stadium.

Onrust neemt toe wanneer bewoners gefixeerd worden. Onrust kan de bewoner ertoe aanzetten zich te willen bevrijden, bijvoorbeeld uit een onrustgordel. In het ergste geval zou de bewoner kunnen verstrikt geraken in de onrustgordel en overlijden door wurging. Niet alleen het gebruik van een onrustgordel draagt een groot risico met zich mee, ook bedhekkens kunnen gevaarlijk zijn. Wanneer de bewoner over de bedhekkens wil klimmen, valt hij van een grotere hoogte. Bovendien kan de bewoner ook bekneld raken tussen de bedhekkens met armen, benen of hoofd. Als gevolg daarvan kunnen doorligwonden of andere verwondingen ontstaan.

Ook de psychische gevolgen zoals stress, eenzaamheid, angst en depressie zijn niet te onderschatten. In de literatuur wordt de nadruk gelegd dat de gevolgen extra ingrijpend zijn voor mensen met dementie omdat deze mensen zeer kwetsbaar zijn. Mensen met dementie weten vaak niet waar ze zich bevinden en zijn op zoek naar geborgenheid. Fixeren versterkt de hulpeloosheid en verstoort het gevoel van geborgenheid.

Alternatieven voor fysieke fixatie

Een persoonsgerichte zorg of zorg op maat is van belang om vrijheidsbeperking in de praktijk terug te dringen. Verder is er nood aan een duidelijk beleid waar fixatie als laatste redmiddel wordt gezien en waar de nadruk gelegd wordt op het gebruik van alternatieven. Daarbij is het ook belangrijk om zorgverleners te scholen en te ondersteunen.

In de literatuur wordt ook een open cultuur aangehaald. Een open cultuur houdt in dat er kan geleerd worden uit fouten en incidenten in plaats van bijvoorbeeld te verwijten. Verschillende auteurs spreken hier ook over risico-acceptatie, bijvoorbeeld valrisico aanvaarden. Ook elke val registreren en analyseren is een goede maatregel om de kans op herhaling onder controle te houden.

Er werden veel alternatieven voor vrijheidsbeperking in de literatuur gevonden zoals de alternatievenbundel van Vilans met ruim 80 alternatieven voor vrijheidsbeperking. In de alternatievenbundel worden een aantal stappen besproken die van belang zijn voor het afbouwen van vrijheidsbeperking. Voor de praktische uitwerking van de bachelorproef heb ik deze methodische aanpak van Vilans toegepast op 3 casussen met voorbeelden uit de praktijk. De casussen werden in teamverband besproken en vervolgens werden de arts, familie en de bewoner op de hoogte gebracht van deze bespreking en betrokken bij de besluitvorming. De casusbesprekingen hebben er ook effectief toe geleid dat alternatieven voor vrijheidsbeperking werden uitgeprobeerd bij deze bewoners. Vrijheidsbeperking afbouwen was haalbaar in de praktijk en bovendien was dit veilig. Naast deze casusbesprekingen werd ook een bijscholing voor het werkveld ontwikkeld als bijdrage voor een fixatie-arme zorgverlening.

Fixeren is niet efficiënt bij valpreventie en onrust. Fysieke fixatie afbouwen is haalbaar en veilig mits een persoonsgerichte en methodische aanpak.

 

Luc Vervoort

 

 

Bibliografie

Literatuurlijst

Bredthauer, D., Becker, C., Eichner, B., Koczy, P., & Nikolaus, T. (2005). Factors relating to the use of physical restraints in psychogeriatric care: A paradigm for elder abuse. Zeitschrift für Gerontologie und Geriatrie , 38 (1), 10-18.

Cunha, M., André, S., Bica, I., Ribeiro, O., Dias, A., & Andrada, A. (2016). Chemical and Physical Restraint of Patients. Procedia-Social and Behavioral Sciences , 217, 389-399.

Decré, H. (2016). Verpleegkundige die bejaarde vastbond: "Ik wou niet dat ze in de vijver belandde". Opgeroepen op september 8, 2017, van VRT NWS: http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/binnenland/1.2843551

Dielis-van Houts, A. (2003). Van risicoacceptatie tot vrijheidsbeperking. In T. van der Kruk, C. Salentijn, & M. Schuurmans (Red.), Verpleegkundige zorgverlening aan ouderen (pp. 373-390). Utrecht: Lemma.

Feng, Z., Hirdes, J. P., Smith, T. F., Finne-Soveri, H., Chi, I., Du Pasquier, J. N., et al. (2009). Use of physical restraints and antipsychotic medications in nursing homes: a cross national study. International Journal of Geriatric Psychiatry , 24 (10), 1110-1118.

Gastmans, C., & Vanlaere, L. (2005). Cirkels van zorg: Ethisch omgaan met ouderen. Leuven: Davidsfonds.

Goeminne, L., De Ridder, D., & Liégeois, A. (2003). Fixeren of niet fixeren? Mechelen: Kluwer.

Gulpers, M. J., Bleijlevens, M. H., Ambergen, T., Capezuti, E., van Rossum, E., & Hamers, J. P. (2013). Reduction of Belt Restraint Use: Long-Term Effects of the EXBELT Intervention. Journal of the American Geriatrics Society , 61 (1), 107-112.

Halfens, R. J., Meesterberends, E., Neyens, J. C., Rondas, A. A., Rijcken, S., Wolters, S., et al. (2016). Rapportage Resultaten: Landelijke Prevalentiemeting Zorgproblemen 2015. Opgeroepen op september 26, 2016, van Zorg voor Beter: https://nl.lpz-um.eu/Content/Public/NL/Publications/LPZ%20Rapport%20201…

Hamers, J. P., Gulpers, M. J., Bleijlevens, M. H., Capezuti, E., & van Rossum, E. (2013). De weg naar een bandenloze zorg in Nederland. Tijdschrift voor Gerontologie en Geriatrie , 44 (6), 253-260.

Hardeman, F., Van Vliet, M., van der Leeuw, J., & Gerretsen, A. (2014). Ruim 80 alternatieven voor vrijheidsbeperking in de zorg. Opgeroepen op september 5, 2016, van Vilans: http://www.vilans.nl/docs/vilans/publicaties/alternatievenbundel-vrijhe…

Heinze, C., Dassen, T., & Grittner, U. (2012). Use of physical restraints in nursing homes and hospitals and related factors: a cross-sectional study. Journal of Clinical Nursing , 21 (7-8), 1033-1040.

Hertogh, C., & Wouters, E. (2014). Ethische aspecten bij het gebruik van toezichthoudende domotica. In J. van Hoof, & E. J. Wouters (Red.), Het verpleeghuis van de toekomst is (een) thuis (pp. 73-74). Geraadpleegd via Springer Link.

Hofmann, H., & Hahn, S. (2014). Characteristics of nursing home residents and physical restraint: a systematic literature review. Journal of Clinical Nursing , 23 (21-22), 3012-3024.

Hofmann, H., Schorro, E., Haastert, B., & Meyer, G. (2015). Use of physical restraints in nursing homes: a multicentre cross-sectional study. BMC geriatrics , 15, 129.

Lampo, E., Carlassara, V., Degryse, B., Lauwers, H., Glorieux, F., Vermeulen, B., et al. (2016). Slimme technologie als alternatief voor fysieke fixatie: eindrapport. Opgeroepen op maart 6, 2017, van STAFF-project: https://staffproject.jimdo.com/resultaten/

Milisen, K., Coussement, J., Boonen, S., Geeraerts, A., Druyts, L., Van Weesenbeeck, A., et al. (2011). Nursing staff attitudes of hip protector use in long-term care, and differences in characteristics between adherent and non-adherent residents: A survey and observational study. International Journal of Nursing Studies , 48 (2), 193-203.

Möhler, R., & Meyer, G. (2014). Attitudes of nurses towards the use of physical restraints in geriatric care: A systematic review of qualitative and quantitative studies. International Journal of Nursing Studies , 51 (2), 274-288.

Möhler, R., Richter, T., Köpke, S., & Meyer, G. (2012). Interventions for preventing and reducing the use of physical restraints in long-term geriatric care - a Cochrane review. Journal of Clinical Nursing , 21 (21-22), 3070-3081.

Schim van der Loeff-van Veen, R. J. (2012). Geriatrie. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.

Slachmuylders, K., Ceulemans, C., Franck, E., Van Genechten, N., Roossens, J., Michiels, I., et al. (2012). Fixatie: Eerst denken en dan liever niet doen. Zorgmagazine , 6-13.

Van Wesenbeeck, A., De Becker, I., Man, B., & Milisen, K. (2002). Het gebruik van fixatiemiddelen bij ouderen. In K. Milisen, L. De Maesschalck, & I. Abraham (Red.), Verpleegkundige zorgaspecten bij ouderen (pp. 373-384). Maarssen: Elsevier.

Vermeer, K. (2014). Gezamenlijk kun je de zorg veranderen op basis van evidence. Nederlands Tijdschrift voor Evidence Based Practice , 12 (1), 21-23.

Werkgroep Zorgaanpak. (2013). Procedure beperkende maatregelen/fixatie.

Zwijsen, S. A., Depla, M. F., Niemeijer, A. R., Francke, A. L., & Hertogh, C. M. (2012). Surveillance technology: An alternative to physical restraints? A qualitative study among professionals working in nursing homes for people with dementia. International journal of nursing studies , 49 (2), 212-219.

 

Universiteit of Hogeschool
Brugopleiding Verpleegkunde
Publicatiejaar
2017
Promotor(en)
Els Wilbers
Kernwoorden
Share this on: