Invloed van ouders en rolmodellen op de identiteitsontwikkeling van dove en slechthorende adolescenten en jongvolwassenen.

Sara Van Leuven
Deze masterproef onderzoekt de invloed van moeders (al dan niet doof) en rolmodellen op de identiteitsontwikkeling van dove/slechthorende jongeren in Vlaanderen. Daarnaast wordt er gekeken of de rol van moeders en de aanwezigheid van een rolmodel invloed hebben op de mate waarin de jongeren zichzelf aanvaarden als dove/slechthorende personen.

Wieg, opvoeding én rolmodellen bepalen identiteit en zelfaanvaarding bij dove jongeren

Wieg, opvoeding én rolmodellen bepalen identiteit en zelfaanvaarding bij dove jongeren

Het merendeel van de jongeren die doof/slechthorend geboren zijn, hebben horende ouders en groeien daardoor op in een horende meerderheidscultuur. Voor deze jongeren is het vaak een grote uitdaging om zichzelf te leren aanvaarden als dove persoon en om een eigen identiteit als dove persoon op te bouwen. Ik ben zelf als doof kind geboren in een horend gezin. Vanuit mijn persoonlijke ervaringen en vanuit mijn opleiding Master in de Klinische Psychologie deed ik onderzoek naar de zoektocht naar identiteitsontwikkeling bij dove en slechthorende jongeren in Vlaanderen.

Ik ging op zoek naar 150 dove en slechthorende jongeren tussen 16 en 30 jaar, samen met hun moeders. Er waren twee groepen: 95 dove jongeren met horende moeders (64%; DKHO) en 54 dove jongeren met dove/slechthorende moeders (36%; DKDO). Zij vulden apart op een online platform vragenlijsten in, die zowel in het Nederlands als in Vlaamse Gebarentaal (VGT), werden aangeboden. Er werd volledige anonimiteit gegarandeerd.

Identiteit als Dove: Horend, Doof of Dansen in twee werelden?

De jongeren beschreven de mate waarin ze zichzelf ervaarden als doof persoon en/of ze een dove of een horende identiteit opbouwden: verkiest men bijvoorbeeld de dovengemeenschap boven de horende gemeenschap? Communiceert men liever in Vlaamse Gebarentaal dan het gesproken Nederlands? Een derde mogelijkheid is het opbouwen van een biculturele identiteit: de jongere is actief in zowel de dove als de horende gemeenschap en voelt zich in beide werelden op zijn plaats. In de literatuur wordt aangetoond dat deze jongeren die “dansen” in zowel de horende als de dove cultuur, het meest gelukkig zouden zijn en de minste psychische problemen zouden ervaren.

 

Welke rol spelen moeders en andere rolmodellen?

Het opgroeien in een horend of doof gezin heeft een belangrijke impact op hoe je als dove jongere in het leven staat. Maar dit werd nog nauwelijks onderzocht. Mijn onderzoek is het eerste dat nagaat welke rol opvoeding, aanvaarding en communicatie door de moeder speelt in de zelfaanvaarding en identiteitsontwikkeling van de jongere. Daarnaast bestuderen we de invloed van rolmodellen: met wie identificeren dove jongeren zich en welke impact hebben zij op de identiteitsontwikkeling en zelfaanvaarding van de dove jongere?

Wieg, opvoeding én rolmodellen

Uit de resultaten blijkt dat dove jongeren met dove/slechthorende ouders een sterkere dove identiteit hebben en ook beter gebarentaal beheersen. Deze jongeren hebben ook de hoogste zelfaanvaarding als dove persoon. Dove jongeren met horende ouders hebben daarentegen een sterkere horende identiteit. Alhoewel er geen verschillen zijn gevonden tussen de jongeren van dove en van horende ouders op vlak van biculturele identiteit. Het onderzoek toont ook aan dat de jongeren van horende ouders zichzelf minder aanvaarden als dove personen en ook meer piekeren over en worstelen met hun identiteit als dove persoon. Echter, hoe beter de communicatie tussen de jongere en de moeder verloopt, hoe makkelijker de jongeren zichzelf als dove personen kunnen aanvaarden!

De opvoedingsstijl van de moeder lijkt een beperkte, maar verrassende rol te spelen in de zelfaanvaarding en identiteitsontwikkeling van de jongere. Tegen de verwachtingen in, blijkt dat hoe meer een moeder de zelfstandigheid van de dove jongere ondersteunt in het maken van keuzes rond zijn/haar doofheid, hoe minder de jongere zichzelf als dove aanvaardt. Verrassend blijkt ook dat jongeren die psychologische controle van de moeder ervaren (bvb. de moeder probeert te beïnvloeden hoe de jongere zich moet voelen en gedragen) vaker een biculturele identiteit hebben. Deze opvoedingsstijl – die in veel onderzoeken samenhangt met negatieve ontwikkelingsuitkomsten – heeft hier ook een positieve invloed op hoe de dove jongere naar zichzelf kijkt als dove jongere.

De identiteitsontwikkeling wordt ook beperkt beïnvloed door rolmodellen, identificatiefiguren waarnaar dove jongeren opkijken. Dove jongeren die zo’n rolmodel hebben zijn enerzijds actiever in de dovencultuur, maar piekeren ook vaker over hun identiteit als dove persoon. Het hebben van een rolmodel blijkt verrassend geen invloed te hebben op de zelfaanvaarding van de dove jongeren.

Image removed.

Open voor beide werelden

Dit onderzoek betekent een belangrijke stap in het beter begrijpen van de complexe en dynamische zoektocht naar identiteit en zelfaanvaarding van dove jongeren in Vlaanderen. Een voorzichtige conclusie is dat het, voor dove jongeren én hun moeders, altijd een goed idee is om open te staan voor zowel de dove als horende wereld, gemeenschap en/of cultuur, hoe moeilijk dat soms ook is.

Bibliografie

Referentielijst

Antia, S. D., & Kreimeyer, K. H. (1997). The generalization and maintenance of the peer social behaviours of young children who are deaf or hard of hearing. Language, Speech, and Hearing Services in Schools, 28, 59-69. doi:10.1044/0161-1461.2801.59

Baarda, B. (2009). Dit is onderzoek! Groningen/Houten, Nederland: Noordhoff Uitgevers. Baron, R. M., & Kenny, D. A. (1986). The moderator-mediator variable distinction in social

psychological research: Conceptual, strategic, and statistical considerations. Journal of Personality and Social Psychology, 51, 1173-1182. doi: 10.1037/0022-3514.51.6.1173

Bat-Chava, Y. (2000). Diversity of deaf identities. American Annals of the Deaf, 145, 420-428.doi: 10.1353/aad.2012.0176

Beck, G., & de Jong, E. (1990). Opgroeien in een horende wereld. Tricht, Nederland: Van Tricht. Bellin, W., & Stephens, D. (2002). The value systems of deaf and hearing adolescents. Deafness and Education International, 4, 148-165. doi: 10.1179/146431502790560809

Beyers, W., & Goossens, L. (2008). Dynamics of perceived parenting and identity formation in late adolescence. Journal of Adolescence, 31, 165-184. doi: 10.1016/j.adolescence. 2007.04.003

Beyers, W., Luyckx, K. Soenens, B., & Vansteenkiste, M. (2007). Identiteitsontwikkeling in de adolescentie. In A. Vyt, M. A. G. van Aken, J. Bijstra, & P. P. M. Leseman (Red.), Jaarboek Ontwikkelingspsychologie, Orthopedagogiek en Kinderpsychiatrie, 7 (pp. 145-168).

Houten, Nederland: Bohn Stafleu van Loghum.

Bloed, H. (1983). Creatieve handvaardigheid. Leiden, Nederland: stageverslag SKL-cursus. Bosma, H. A., & Kunnen, S. (2001). Determinants and mechanisms in ego identity development:

A review and synthesis. Developmental Review, 21, 39–66. doi: 10.1006/drev.2000.0514 Broesterhuizen, M. (1992). De sociaal-emotionele ontwikkeling van dove kinderen: een ontwikkelingspsychologische en psychometrische studie van patronen van psychosociale aanpassing bij dove kleuters en adolescenten. Sint-Michielsgestel, Nederland: Instituut

voor Doven.

Corker, M. (1996). Deaf transitions: Images and origins of deaf families, deaf communities, and deaf identities. Philadelphia: Jessica Kingsley Publishers.

Côté, J. E., & Levine, C. (1988). A critical examination of the ego identity status paradigm.

Developmental Review, 8, 147-184. doi: 10.1016/0273-2297(88)90002-0 De Clerck, G., & Pinxten, R. (2012). Gebarentaal zegt alles. Leuven, België: Acco.

61

Delagrange, B. (1999). De invloed van het taalmodel op het psychisch functioneren van dove personen. Proefschrift van Vormingsleergang voor Sociaal en Pedagogisch Werk Gent, België.

Doof Actie Front, Vlaams GebarentaalCentrum vzw, & Federatie van Vlaamse Dovenorganisaties vzw. (n.d.). Toelichting erkenning van de Vlaamse Gebarentaal. Geraadpleegd op http://www.vlaamsegebarentaal.be/downloads/toelichting-erkenning-VGT.pdf

Erikson, E. (1968). Identity, youth and crisis. New York: Norton. (In vertaling: Identiteit, Jeugd en Crisis. Utrecht, Nederland: Spectrum).

Erting, C. (1994). The deaf way: Perspectives from the international conference on deaf culture. Washington: Gallaudet University Press.

Fellinger, J., Holzinger, D., & Pollard, R. (2012). Mental health of deaf people. Lancet, 379, 1037- 1044. doi: 10.1016/S0140-6736(11)61143-4.

Fevlado vzw. (2016). Missie van Fevlado. Geraagdpleegd op http://www.fevlado.be/fevlado- vzw/over-fevlado/fevlado-missie

Freeman, B., Dieterich, C., & Rak, C. (2002). The struggle for language: Perspectives and practices of urban parents with children who are deaf or hard of hearing. American Annals of the Deaf, 147, 37-44. doi: 10.1353/aad.2012.0237

Freeman, R., Carbin, C., & Boese, R. (1981). Can’t your child hear? A guide for those who care about deaf childeren. Austin, Texas: Pro-Ed.

Gray, M. R., & Steinberg, L. (1999). Unpacking authoritative parenting: Reassessing a multidimensional construct. Journal of Marriage and the Family, 61, 574-587. doi: 10.2307/353561

Hambleton, R. K. (1994, april). Guidelines for adapting educational and psychological tests: A progress report. Paper presented at the Annual Meeting of the National Council on Measurement in Education, New York.

Hardy, S. A., Pratt, M. W., Pancer, S. M., Olsen, J. A., & Lawford, H. L. (2010). Community and religious involvement as contexts of identity change across late adolescence and emerging adulthood. International Journal of Behavioral Development, 1-10. doi: 10.1177/0165025410375920

Harris, M., & Mohay, H. (1997). Learning to look in the right place: A comparison of attentional behavior in deaf children with deaf and hearing mothers. Journal of Deaf Studies and Deaf Education, 2, 95-103. doi: 10.1093/oxfordjournals.deafed.a014316

62

Henggeler, S. W., & Cooper, P. F. (1983). Deaf child-hearing mother interaction: Extensiveness and reciprocity. Journal of Pediatric Psychology, 8, 83-95. doi: 10.1093/jpepsy/8.1.83

Henggeler, S. W., Watson, S. M., & Whelan, J.P. (1990). Family functioning and the social adaptation of hearing-impaired youths. Journal of Abnormal Child Psychology, 18, 143- 163. doi: 10.1007/BF00910727

Hintermair, M. (2000). Hearing impairment, social networks, and coping: The need for families with hearing-impaired children to relate to other parents and to hearing-impaired adults. American annuals of the Deaf, 145, 41-53. doi: 10.1353/aad.2012.0244

Hintermair, M. (2006). Parental resources, parental stress, and socioemotional development of deaf and hard of hearing children. Journal of Deaf Studies and Deaf Education, 11, 493- 513. doi: 10.1093/deafed/enl005

Holmbeck, G. N. (1997). Toward terminological, conceptual, and statistical clarity in the study of mediators and moderators: Examples from the child- clinical and pediatric psychology literatures. Journal of Consulting and Clinical Psychology, 65, 599-610.doi: 10.1037//0022-006X.65.4.599

Hurd, N. M., Zimmerman, M. A., & Xue, Y. (2008). Negative adult influences and the protective effects of role models: A study with urban adolescents. Journal of Youth Adolescent, 38, 777-789. doi: 10.1007/s10964-008-9296-5

Isarin, J. (2006). Hoor hen! Zwolle, Nederland: Van Thricht.

Isarin, J. (2008). Zo hoort het. Dove kinderen in het CI-tijdperk: een participatieonderzoek. Deventer, Nederland: Van Tricht.

Israelite, N., Ower, J., & Goldstein, G. (2002). Hard-of-hearing adolescents and identity construction: Influences of school experiences, peers, and teachers. Journal of Deaf Studies and Deaf Education, 7, 134-148. doi: 10.1093/deafed/7.2.134

Jackson, C. W., & Turnbull, A. (2004). Impact of deafness on family life: A review of the literature.

Topics in Early Childhood Special Education, 24, 15-29. doi: 10.1177/ 027112 140402400 10201

Jambor, E., & Elliot, M. (2005). Self-esteem and coping strategies among deaf students. Journal of Deaf Studies and Deaf Education, 10, 63-81. doi: 10.1093/deafed/eni004

Jong-Fevlado (2014). Wat is Jong-Fevlado? Geraadpleegd op http://www.jongfevlado.com/ newjfsite/index.php/jong-fevlado/wat

63

Kent, B. A. (2003). Identity issues for hard-of-hearing adolescents aged 11, 13, and 15 in mainstream setting. Journal of Deaf Studies and Deaf Education, 8, 315-324. doi: 10.1093/deafed/eng017

Kind en Gezin. (2015). Het kind in Vlaanderen. Aangeboren doofheid en slechthorendheid.

Geraadpleegd op http://www.kindengezin.be/img/KIV2015.pdf

Knoors, H. (1998). Dove en slechthorende kinderen. Handboek Kinderen & Adolescenten, 421- 429. doi: 10.1007/978-90-313-8644-4_52

Knoors, H., & De Klerk, A. (1999). De pedagogische waarde van aandacht voor Dovencultuur. In

F. Verstraete & R. D’Hoore, Reflecties over Dovencultuur (pp. 77-93). Gent, België: Cultuur voor Doven.

Koester, L. S. (1994). Early interactions and the socioemotional development of deaf infants.

Early Development and Parenting, 3, 51-60. doi: 10.1002/edp.2430030107

Kroeber, A. L., & Kluckhohn, C. (1952). Culture: A critical review of concepts and definitions. New York: Vintage.

Kunnen, S. (2014). Identity development in deaf adolescents. Journal of Deaf Studies and Deaf Education, 19, 496-507. doi: 10.1093/deafed/enu010

Kushalnagar, P., Topolski, T. D., Schick, B., Edwards, T. C., Skalicky, A. M., & Patrick, D. L. (2011). Mode of communication, perceived level of understanding, and perceived quality of life in youth who are deaf or hard of hearing. Journal of Deaf Studies and Deaf Education, 16, 512-523. doi: 10.1093/deafed/enr015

Ladd, P. (2005). Deafhood: a concept stressing possibilities, not deficits. Scandinavian Journal of Public Health, 33, 12-17. doi: 10.1080/14034950510033318

Leigh, I. (1999). Inclusive education and personal development. Journal of deaf Studies and Deaf Education, 4, 236-245. doi: 10.1093/deafed/4.3.236

Leigh, I. (2009). A lens on deaf identities. New York: Oxford University Press.

Li, L., & Moore, D. (1998). Acceptance of disability and its correlates. The journal of Social Psychology, 138, 13-25. doi: 10.1080/00224549809600349

Lindert, R. B. (2000). American Sign Language “Classifiers”: Can hearing mothers learn to use them effectively? In A. Baker, B. Van den Bogaerde, & O. Crasborn (Eds.), Cross-linguistic perspectives in Sign Language Research: Selected Papers from TISLR 2000. Hamburg: Signum Verlag, pp. 209-223.

64

Litovsky, V. G. & Dusek, J. B. (1985). Perceptions of child rearing and self-conceptdevelopment during the early adolescent years. Journal of Youth and Adolescence, 5, 373-387. doi: 373. doi:10.1007/BF02138833

Loots, G., Devisé, I., Lichtert, G., Hoebrechts, N., Van De Ginste, C., & De Bruyne, I. (2003). De gemeenschap van doven en slechthorenden in Vlaanderen. Gent, België: Fevlado- Diversus vzw.

Loots, G., Mathijs, I., Devisé, I., De Bruyne, I., & Matthijs, L. (2005). Leren visueel communiceren met dove baby’s en peuters. Gent, België: Academia Press/Fevlado-Diversus.

Luckner, J. H., & Velaski, A. (2004). Healthy families of children who are deaf. American Annuals of the Deaf, 149, 324-335. Journal of Deaf Studies and Deaf Education, 16, 325-342. doi: 10.1353/aad.2005.0003

Luyckx, K., Goossens, L., & Soenens, B. (2006). A developmental contextual perspective on identity construction in emerging adulthood: Change dynamics in commitment formation and commitment evaluation. Developmental Psychology, 42, 366-380. doi: 10.1037/0012-1649.42.2.366

Luyckx, K., Goossens, L., Soenens, B., & Beyers, W. (2006). Unpacking commitment and exploration: Validation of an integrative model of adolescent identity formation. Journal of Adolescence, 29, 361-378. doi: 10.1016/j.adolescence.2005.03.008

Luyckx, K., Schwartz, S. J., Berzonsky, M. D., Soenens, B., Vansteenkiste, M., Smits, I., & Goossens, L. (2008). Capturing ruminative exploration: Extending the four-dimensional model of identity formation in late adolescence. Journal of Research in Personality, 42,

58-82. doi: 10.1016/j.jrp.2007.04.004

Magry, J. (1997). De individuele psychotherapie met doven in Vlaanderen: Een exploratieve studie (Masterproef van Universiteit Gent, België).

Marcia, J. (1966). Development and validation of ego identity status. Journal of Personality and Social Psychology, 3, 551-558. doi: 10.1037/h0023281

Marcia, J. (1980). Identity in adolescence. In J. Adelson (Ed.), Handbook of Adolescent Psychology

(pp. 159-187). New York: Wiley.

Maxwell-McCaw, D., & Zea, M.C. (2011). The Deaf Acculturation Scale (DAS): Development and validation of a 58-item measure. Journal of Deaf Studies and Deaf Education, 16, 325- 342. doi: 10.1093/deafed/enq061

Mcllroy, G., & Storbeck, C. (2011). Development of deaf identity: An etnographic study. Journal of Deaf Studies and Deaf Education, 16, 494-511. doi: 10.1093/deafed/enr017

65

Meerum Terwogt, M., Rieffe, C., & Smit, C. (2002). Hoe brengen dove en horende kinderen een emotioneel geladen boodschap over? Van Horen Zeggen, 43(3), 11-15:

Mitchell, E. R., & Karchmer, A. M. (2004). Chasing the mythical ten percent: Parental hearing status of deaf and hard of hearing students in the United States. Sign Language Studies, 4, 231-244. doi: 10.1353/sls.2004.0005

Norden, K. (1981). Learning processes and personality development in deaf children. American Annals of the Deaf, 126, 393-395. doi: 1 0.1353/aad.2012.1452

Obrzut, J. E., Maddock, G. J., & Lee, C. P. (1999). Determinants of self-concept in deaf and hard of hearing children. Journal of Developmental and Physical Disabilities, 11, 237-251. doi: 10.1023/A:1021848632322

Preacher, K. J., & Leonardelli, G. J. (2001). Calculation for the Sobel test: An interactive calculation tool for mediation tests. Geraadpleegd op http://quantpsy.org/sobel/sobel.htm

Rachford, D., & Furth, H. G. (1986). Understanding of friendship and social rules in deaf and hearing adolescents. Journal of Applied Developmental Psychology, 4, 391-402. doi: 10.1016/0193-3973(86)90008-0

Rainer, J. D. (1976). Some observations on affect induction and ego development in the deaf.

International Review of Psycho-Analysis, 3, 121-128.

Rotter, J. B. (1954). Social learning and clinical psychology. Social Learning and Clinical Psychology, 5, 466. doi: 10.1037/10788-000

Schein, J. D. (1989). At home among strangers. Washington: Gallaudet University Press.

Slot, W., & van Aken, M. (2013). Psychologie van de adolescentie: Basisboek. Amersfoort, Nederland: ThiemeMeulenhoff.

Sobel, M. E. (1982). Asymptotic intervals for indirect effects in structural equations models. In S. Leinhart (Ed.), Sociological methodology 1982 (pp. 290-312). San Francisco: Jossey-Bass.

Soenens, B., Beyers, W., Vansteenkiste, M., Sierens, E., Luyckx, K., & Goossens, L. (2004, July).

The ‘gross anatomy’ of parenting styles in adolescence: Three or four dimensions? Paper presented at the 18th biennial meeting of the International Society for the Study of Behavioural Development (ISSBD), Ghent, Belgium.

Soenens, B., Vansteenkiste, M., Lens, W., Luyckx, K., Goossens, L., Beyers, W., & Ryan R. M. (2007). Conceptualizing parental autonomy support: Adolescent perceptions of promotion of independence versus promotion of volitional functioning. Developmental Psychology, 43, 633-646. doi: 10.1037/0012-1649.43.3.633

66

Soenens, B., Vansteenkiste, M., Luyckx, K., & Goossens, L. (2006). Parenting and adolescent problem behavior: An integrated model with adolescent self-disclosure and perceived parental knowledge as intervening variables. Developmental Psychology, 42, 305-318. doi: 10.1037/0012-1649.42.2.305

Solomon, A. (2013). Ver van de boom. Als je kind anders is. Amsterdam, Nederland: Nieuw- Amsterdam uitgevers.

Spencer, P., & Marschark, M. (2003). Cochlear Implants. Issues and implications. In M. Marschark & P. Spencer. Deaf Studies, Language and Education (pp. 434-448).Oxford: Oxford University Press.

Swaans-Joha, D., Constandse-van Dijk, C., & Pijnenburg, M. (1988). Doven in zicht: Een onderzoek naar de leefsituatie van volwassen doven. Utrecht, Nederland: Docom.

Tijsseling, C. (2006). Anders doof-zijn, een nieuw perspectief op dove kinderen. Twello, Nederland: Van Tricht.

van Crombrugge, H. (2010). Een kwestie van stijl. HJK, 1, 28-31. Geraadpleegd op http://tm.thiememeulenhoff.nl/assets/documentenservice_zen/hjk/archief/… september_2010/jrg38_nr1_september2010_H.van_Crombrugge_Een_kwestie_van_st ijl_pag_28_31.pdf

Van der Meulen, A., & Krabbendam, L. (2013). Ontwikkeling van het zelf en de identiteit. In W. Slot & M. van Aken (Ed.), Psychologie van de adolescentie: Basisboek (pp. 129-147). Amersfoort, Nederland: ThiemeMeulenhoff.

van Eldik, T. (1998). Psychische problemen, gezinsbelasting, gezinsfunctioneren en meegemaakte stress bij dove kinderen. Voorburg, Zoetemeer: Instituut voor Doven Effatha.

Van Herreweghe, M., & Vermeerbergen, M. (1998). Thuishoren in een wereld van gebaren. Gent, België: Academia Press.

van Hoof, A. (1999). The identity status field re-reviewed: An update of unresolved and neglected issues with a view on some alternative approaches. Developmental Review, 19, 497–556. doi: 10.1006/drev.1999.0484

Van Kerschaver, E. (2012). Een geïntegreerd volksgezondheidsprogramma voor de preventie van doofheid, 10 jaar veralgemeende AABR-screening bij pasgeborenen in Vlaanderen.

Doctoraatsproefschrift van Universiteit Antwerpen, België.

Van Leuven, S. (2014). De hulpverleningsnood bij dove en slechthorende jongeren met psychosociale problemen (Bachelorproef van Hogeschool West-Vlaanderen, België).

67

Geraadpleegd op http://dspace.howest.be/bitstream/10046/1123/1/Bachelorproef+ Van+Leuven+Sarah+16.pdf

Vander Beken, K. (2010). Personen met een auditieve beperking. In E. Broeckaert & G. Van Hove (Ed.). Bijzondere orthopedagogiek (pp. 131-210). Antwerpen/Appeldoorn, België: Garant.

Vansteenkiste, M., & Soenens, B. (2015). Vitamines voor groei: Ontwikkeling voeden vanuit de Zelf-Determinatie Theorie. Leuven, België: Acco.

Vlaams Communicatie Assistentie Bureau voor Doven vzw. (2017). Sector Onderwijs. Geraadpleegd op http://www.cabvlaanderen.be/f_main.aspx?pag=onderwijs

Wiggins, J. (2004). Motivation, ability and opportunity to participate: A reconceptualization of the RAND model of audience development. International Journal of Arts Management, 1, 22-33. Geraadpleegd op http://www.jstor.org/stable/41064828

Wrigley, O. (1996). The politics of deafness. Washington: Gallaudet University, Press Zaidman-Zait, A. (2007). Parenting a child with a cochlear implant: A critical incident study.

Journal of Deaf Studies and Deaf Education, 12 (2), 221-238. doi: 10.1093/deafed/enl032

Universiteit of Hogeschool
Klinische Psychologie
Publicatiejaar
2017
Promotor(en)
Wim Beyers
Kernwoorden
Share this on: