Libidoremmende medicatie: een kwalitatief exploratief belevingsonderzoek bij seksuele delinquenten

Lena Boons
Medicatie die het libido van zedendelinquenten afremt, wordt vaak beschouwd als hét middel om verdere slachtoffers te voorkomen. Maar wat doet dit soort medicatie eigenlijk met de zedendelinquent? Welke fysieke, psychologische en seksuele gevolgen ervaren deze mensen? Hoe beschrijven ze de impact ervan op hun leven? Deze scriptie werpt een eerste blik op de ervaringen met libidoremmende medicatie vanuit het perspectief van mensen met de diagnose pedofilie.

Een pil voor elke pedofiel?

" "

Een pil voor elke pedofiel? Onze samenleving denkt in ieder geval dat libidoremmende medicatie dé oplossing is voor het behandelen van zedenplegers. Het gebruik van deze middelen wordt haast als een vanzelfsprekendheid beschouwd, zo blijkt uit recente krantenkoppen als ‘Pedofiel Pieter Ceunen wil zich chemisch laten castreren’, ‘Chemische castratie voor man die kwetsbare personen aanrandde’ en ‘Indonesië straft kindermisbruik met castratie of doodstraf’. Ook de bevindingen uit recent wetenschappelijk onderzoek steunen de combinatie van gedragstherapie en libidoremmende medicatie bij de behandeling van pedofielen. Maar wat doen deze libidoremmers precies? De medicijnen hebben een invloed op verschillende vormen van de seksualiteitsbeleving; zo spelen ze een rol in het orgasme, de frequentie en het plezier van masturberen, de spermaproductie en de seksuele fantasieën. De wetenschap is het echter nog niet eens over de langetermijneffecten van de middelen op de gezondheid van patiënten. Toch is het belangrijk de ingrijpende gevolgen niet te onderschatten en het gebruik ervan met enige voorzichtigheid te benaderen. Deze scriptie werpt een eerste blik op de ervaringen van twaalf pedofielen omtrent het gebruik van libidoremmende medicatie.

Meer na- dan voordelen?

Spontaan zou men denken dat pedofielen vooral negatieve ervaringen zouden hebben met de medicatie. Maar verrassend genoeg blijken de middelen vooral voor positieve ervaringen te zorgen. Ze hebben namelijk een positieve invloed op de psychologische gezondheid en zorgen ervoor dat plegers minder snel boos worden of agressief reageren. Door het inbouwen van een extra veiligheid beschouwen enkele pedofielen hun problematiek als een gedane zaak. Bovendien verdwijnt de drang naar kinderen of het bekijken van kinderporno en verminderen de seksuele fantasieën. Zijn er dan helemaal geen nadelen aan verbonden? Toch wel. De grootste nadelen die worden gerapporteerd zijn de lichamelijke bijwerkingen. Afhankelijk van de gebruikte medicatie kan er sprake zijn van botontkalking, borstvorming, gewichtstoename, ontstekingen in de borst, kortademigheid, vermoeidheid en overmatig zweten. Deze nevenwerkingen kunnen voor moeilijkheden zorgen gedurende dagdagelijkse activiteiten zoals het oplopen van trappen of het werken in de tuin. Daarnaast hebben deze lichamelijke ongemakken een psychologische component, ze brengen namelijk angst, schaamte en verlegenheid met zich mee.

Wat met legale seks?   

Vroeger had ik met mijn ex-vrouw elke dag seks, zelfs drie keren per nacht. Dan ging ik die wakker maken van hey het is tijd voor mij ik heb goesting”.

Aan iedere pedofiel werd gevraagd om een beeld te schetsen van zijn seksuele activiteiten. Zowel de hoeveelheid masturbatie als het seksueel contact met de partner daalden sinds het nemen van de medicatie, wat schuldgevoelens teweegbrengt binnen de relatie. Bovendien heeft de meerderheid last van erectiestoornissen. Ondanks de invloed van libidoremmers op de seksuele opwinding, vertellen enkelen dat ze nog steeds meerdere keren per week de lakens delen met hun partner. De verminderde zin in seks is niet enkel te wijten aan het gebruik van de medicatie maar ook aan andere factoren zoals de gevangenisperiode, de schuldgevoelens omtrent de gepleegde feiten en de angst om opnieuw fouten te maken. Ondanks de impact van libidoremmers op de seksualiteitsbeleving, is de meederheid van de bevraagde pedofielen tevreden met zijn seksueel leven. Ze vinden het goed dat hun libido wordt afgeremd, aangezien dit de kans op herval doet dalen.

Kiezen tussen de cholera en de pest

We hebben de keuze gehad tussen de cholera en de pest. Het is ofwel slikt ge uw pillen, ofwel gaat ge terug in de gevangenis zitten”.

De bevraagde mannen ervaren het gebruik van de libidoremmende medicatie niet als een vrije keuze. Bovendien kregen ze te weinig informatie over de werking van de middelen. Zo vrezen enkele mensen dat ze gaan sterven door het gebruik van de medicatie of er kanker van zullen krijgen. Anderen omschrijven de middelen dan weer als een ‘succesverhaal’ en zouden niet meer zonder willen leven. Maar wat gebeurt er als de pedofielen vrijkomen? Nemen ze hun medicatie dan nog wel in? Plegers die positief staan ten aanzien van de medicatie beweren de middelen te blijven nemen voor de rest voor hun leven. Pedofielen met negatieve ervaringen wensen echter te stoppen met de middelen zodra de controle vanuit de hulpverlening wegvalt.

Is medicatie werkelijk dé oplossing?

Is het werkelijk zo simplistisch voor te stellen als een pil voor elke pedofiel? Libidoremmende medicatie heeft een positief effect, dat is duidelijk. Toch kan het niet dienen als standaardbehandeling voor elke pleger en moet het steeds in combinatie met gedragstherapie worden gebruikt. Uit dit onderzoek blijkt dat de medicatie een hulpmiddel is voor veel pedofielen en het hen de kans geeft tot het leiden van een normaal leven. “Zonder libidoremmende medicatie zou het veel minder ontspannend zijn en waarom zou ik kiezen voor een minder ontspannende levensstijl als ik voor een andere levensstijl kan kiezen?”

 

 

 

Bibliografie

1.    Wetgeving

Verdrag van 4 november 1950 tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, BS 19 augustus 1955.

Strafwetboek 8 juni 1867, BS 9 juni 1867.

Wet betreffende de rechten van de patiënt 22 augustus 2002, BS 26 september 2002.

Wet van 1 februari 2016 tot wijziging van diverse bepalingen wat de aanranding van de eerbaarheid en het voyeurisme betreft, BS 19 februari 2016.

 

2.    Sociaalwetenschappelijke bronnen

Adi, Y., Ashcroft, D., Browne, K., Beech, A., & Fry-Smith, A. (2002). Clinical effectiveness and cost-consequences of selective serotonin reuptake inhibitors in the treatment of sex offenders. Health Technology Assessment, 6, 1-67.

American Psychiatric Association. (2013). Diagnostic and statistical manual of mental disorders fifth edition, DSM-5. American Psychiatric Publishing: Washington DC.

Andrews, D. A., Bonta, J. & Wormith, J. S. (2011). The Risk-Need-Responsivity (RNR) Model. Does Adding the Good Lives Model Contribute to Effective Crime Prevention? Sage Publications, 38(7), 735- 755.

Baarda, B, De Goede, P.M. & Teunissen, J. (2005). Basisboek kwalitatief onderzoek. Handleiding voor het opzetten en uitvoeren van kwalitatief onderzoek. Houten: Stenfer Kroese.

Baker, W.L. (1984). Castration of the male sex offender: a legally impermissible alternative. Loyola Law Review, Spring, 30(2), 37-399.

Barbaree, H.E., & Marshall, W.L. (2006). An Introduction to the Juvenile Sex Offender: Terms, Concepts, and Definitions. In H.E. Barbaree, & W.L. Marshall (Reds.), The Juvenile Sex Offender (pp. 1-18). New York: The Guilford Press.

Beech, A.R., & Harkins, L. (2012). DSM-IV paraphilia: Descriptions, demographics and treatment interventions. Agression and Violent Behavior, 17(6), 527- 539. doi: 10.1016/j.avb.2012.07.008

Beyens, K. & Tournel, H. (2010). Mijnwerkers of ontdekkingsreizigers? Het kwalitatieve interview. In T. Decorte, & D. Zaitch (Reds.), Kwalitatieve methoden en technieken in de criminologie (pp. 205-207). Leuven: Acco.

Bijleveld, C.C.J.H. (2009). Methoden en technieken van onderzoek in de criminologie. Den Haag: Boom Juridische uitgevers.

Bogaerts, S., Daalder, A., Vanheule, S., Desmet. M. & Leeuw, F. (2008). Personality disorders in a sample of paraphilic and nonparaphilic child molesters. International Journal of Offender Therapy and Comparative Criminology, 52(1), 21-30. doi: 10.1177/0306624X07308261

Bourget, D. & Bradford, J. M. W. (2008). Evidential basis for the assessment and treatment of sex offenders. Oxford Journals, 8(1),130-146. doi: 10.1093/brief-treatment/mhm022

Bradford, J.M. (2000). The treatment of sexual deviation using a pharmacological approach. The Journal of Sex Research, 37(3), 248-257. doi: 10.1080/00224490009552045

Bradford, J.M. & Pawlak, A. Double-blind placebo crossover study of cyproterone acetate in the treatment of the paraphilias. Archives of Sexual Behavior, 22(5), 383-402.

Briken, P., Hill, A. & Berner, W. (2003). Pharmacotherapy of paraphilias with long-acting agonists of luteinizing hormone-releasing hormone: a systematic review. The Journal of Clinical Psychiatry, 64(8), 890-897.

Cooper, A.J. & Cernowsky, Z.Z. (1994). Comparison of Cyproterone Acetate (CPA) and Leuprolide Acetate (LHRH Agonist) in a chronic pedophile: a clinical case study. Biological Psychiatry, 36, 269-271.

Chism, L. S. (2013). The case for castration: a ‘shot’ towards rehabilitation of sexual offenders. Law & Psychology Review, 37, 193-209. 

Cosyns, P. (2009). Behandeling van plegers van seksueel geweld. [Jaarverslag]. Antwerpen: Universitair Forensisch Centrum.

Daalder, A. & Essers. A. (2003). Seksuele delicten in Nederland. Tijdschrift voor Criminologie, 45(4), 330-401.  

De Forensische Zorgspecialisten. (2015). Factsheet Static/ Stable/ Acute. https://www.deforensischezorgspecialisten.nl/files/Factsheet_STATIC_STA…

De Heer, M. (2015). Vrijwilligheid, dwang en drang. Utrecht: Kenniscentrum kinder- en jeugdpsychiatrie.

Dens, W. (2010). Verkrachting en aanranding van de eerbaarheid (Master thesis). Geraadpleegd op http://lib.ugent.be/fulltxt/RUG01/001/458/210/RUG01-001458210_2011_0001…

De Ruiter, C. & Hildebrand. M. (2005). Behandelingsstrategieën bij forensisch-psychiatrische patiënten. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.

De Ruiter, C. & Veen, V. (2005). Terugdringen van recidive bij geweldsdelinquenten: Werkzame interventies bij relationeel, seksueel en algemeen geweld. Utrecht: Trimbos-instituut.

De Waag. (2012). Libidoremmende middelen. Forensische zorgspecialisten: Nederland

Dickey, R. (1992). The management of a case of treatment-resistant paraphilia with a long-acting LHRH agonist. The Canadian Journal of Psychiatry, 37(8), 567-569.

Douglas, T. (2014). Criminal rehabilitation through medical intervention: moral liability and the right to bodily integrity. The Journal of Ethics, 18(2), 101-122. doi: 10.1007/s10892-014-9161-6

Elmir, R., Schmied, V., Jackson, D., & Wilkes, I. (2011). Interviewing people about potentially sensitive topics. Nurse Researcher, 19(1), 12-16.

Expertisecentrum Forensische Psychiatrie. (2008). Libidoremmende medicatie bij de behandeling van zedendelinquenten. [Verslag]. Utrecht: Expertisecentrum Forensische Psychiatrie.

Expertisecentrum Forensische psychiatrie. (2014). Seksueel Grensoverschrijdend Gedrag. Landelijk zorgprogramma voor daders van seksuele delicten in de forensische psychiatrie. Geraadpleegd op https://www.efp.nl/web/images/uploads/publicaties/ZP_SGG_versie_3.0.pdf

Fernandez, Y., Harris, A.J.R., Hanson, R.K. & Sparks, J. (2012). STABLE-2007 coding manual (Revised 2012). Ottawa, ON: Public Safety Canada.

Gijs, L., Gianotten, W., Vanwesenbeeck, I. & Weijenborg, P. (2009). Seksuologie. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.

Giltay, E.J. & Gooren, L.J. (2009). Potential side effects of androgen deprivation treatment in sex offenders. American Academy of Psychiatry and Law, 37, 53-58.

Goethals, K. & Cosyns P. (2014). Seksuele stoornissen in de DSM-5. Tijdschrift voor Psychiatrie, 56(3), 196-200.

Gooren, L.J. (2011). Ethical and medical considerations of androgen depreviation treatment of sex offenders. The Journal of Clinical Endocrinology & Metabolism, 96(12), 3628-3637. doi: 10.1210/jc.2011-154

Grubin, D., Beech, A. (2010). Chemical castration for sex offenders. British Medical Journal, 340, 433-434. doi: 10.1136/bmj.c74

Guay, D.R.P. (2009). Drug treatment of paraphilic and nonparaphilic sexual disorders. Clinical Therapeutics, 31(1), 1-31. doi: 10.1016/j.clinthera.2009.01.009

Hansen, H. & Lykke, Olesen, L. (1997). Treatment of dangerous sexual offenders in Denmark. The Journal of Forensic Psychiatry, 8(1), 195-199. doi: 10.1080/09585189708412004

Hanson, R.K., Bourgon, G., Helmus, L. & Hodgson, S. (2009). The principles of effective correctional treatment also apply to sexual offenders. Sage Journals, 36(9), 865-891. doi: 10.1177/0093854809338545

Hanson, R.K. & Busiere, M.T. (1998). Predicting relapse: a meta-analyses of sexual offender recidivism studies. Journal of Consulting and Clinical Psychology, 66(2), 348-362.

Hanson, R.K., Harris, A.J.R., Scott, T. & Helmus, L. (2007). Assessing the risk of sexual offenders on community supervision: The Dynamic Supervision Project. Corrections Research User Report 2007-05.

Hare, R.D. (1980). A research scale fort the assessment of psychopathy in criminal populations. Personality and Individual Differences, 1(2), 111-119.

Hare, R.D. (1991). The Hare Psychopathy Checklist-Revised. Toronto, Ontario: Multi Health Systems.

Harris, A.J.R., Phenix, A. & Hanson, R.K. (2003). STATIC-99 Coding Rules (Revised 2003). Ottawa, ON: Public Safety Canada.

Harrison, K. (2008). Legal and ethical issues when using antiandrogenic pharmacotherapy with sex offenders. Sexual Offender Treatment, 3(2), 1-11.

Harsch, S., Bergk, E. J., Steinert, T., Keller; F. & Jockush, U. (2006). Prevalence of mental disorders among sexual offenders in forensic psychiatry and prison. International Journal of Law and Psychiatry, 29, 446-449. doi: 10.1016/j.ijlp.2005.11.001

Harte, J. & Breukink, M. (2010). Objectiviteit of schijnzekerheid?: Kwaliteit, mogelijkheden en beperkingen van instrumenten voor risicotaxatie. Tijdschrift voor Criminologie, 52(1), 52-72.

Hildebrand, M., de Ruiter, C. & de Vogel, V. (2003). Recidive van verkrachters en aanranders na tbs. De relatie met psychopathie en seksuele deviantie. De Psycholoog, 3, 114-123.

Hildebrand, M., de Ruiter, C. & de Vogel, V. (2004). Psychopathy and sexual deviance in treated rapists: association with sexual and nonsexual recidivism. Sexual Abuse, 16(1), 1-24. doi: 10.1023/B:SEBU.0000006281.93245.de

Hill, A., Briken, P., Kraus, C., Strohm, K. & Berner, W. (2003). Differential pharmacological treatment of paraphilias and sex offenders. International Journal of Offender Therapy and Comparative Criminology 47(4), 407-421. doi: 10.1177/0306624X03253847

Jagt, A. (2010). Het gebruik van libidoremmende middelen bij zedendelinquenten (Master thesis). Geraadpleegd op http://www.seksuologischehulpverlening.info/sites/default/files/bestand…

Jüngen, IJ. D. & Tervoort M.J. (2013). Toegepaste geneesmiddelenkennis. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.

Kafka, M. (1997). Hypersexual desire in males: an operational definition and clinical implications for males with paraphilias and paraphilia-related disorders. Archives of Sexual Behavior, 26(5), 505-526. doi: 10.1023/A:1024507922470

Kalmus, E. & Beech. A.R. (2005). Forensic assessment of sexual interest: a review. Aggression and Violent Behavior, 10(2), 193-217. doi: 10.1016/j.avb.2003.12.002

Krueger, R.B. & Kaplan, M.S. (2001). Depot-leuprolide acetate for treatment of paraphilias: a report of twelve cases. Archives of Sexual Behavior, 30(4), 409-422.

Kvale, S. (2007). Doing interviews. Londen: Sage.

Laschet, U. & Laschet L. (1971). Psychopharmacotherapy of sex offenders with cyproteron acetate. Pharmacopsychiatry Neuropsychopharmacol, 4, 99-104.

Lemmens, L. (23/02/2016). Voyeurisme voortaan strafbaar [bericht op portaal]. Geraadpleegd op http://www.legalworld.be/legalworld/Voyeurisme-voortaan-strafbaar-2016…

Leys, M., Zaitch, D. & Decorte. T. (2010). De gevalstudie. In T. Decorte, & D. Zaitch (Reds.), Kwalitatieve methoden en technieken in de criminologie (pp. 76-118). Leuven: Acco.

Lodewijks, H., Doreleijers, T. & De Ruiter, C. (2008). Savry risk asessment in violent Dutch adolescents. Relation to sentencing and recidivism. Criminal Justice and Behavior, 35(6), 696-709. doi: 10.1177/009385480831614

Lüllman, H., Mohr, K. & Hein, L. (2014). Atlas van de farmacologie. Baarn: Sesam.

Maesschalck, J. (2010). Methodologische kwaliteit in het kwalitatief criminologisch onderzoek. In T. Decorte, & D. Zaitch (Reds.), Kwalitatieve methoden en technieken in de criminologie (pp. 76-118). Leuven: Acco.

Maletzky, M.B. (1991). Treating the sexual offender. Londen: Sage.

Maletzky, M.B. & Field, G. (2003). The biological treatment of dangerous sexual offenders: a review and preliminary report of the Oregon pilot depo-Provera program. Agression and Violent Behavior, 8, 391-412. doi: 10.1016/S1359-1789(02)00065-4

Maletzky, M.B., Tolan, A. & McFarland, B. (2006). The Oregon depo-provera program: a five year follow-up. Sexual Abuse, 18, 303-316. doi: 10.1007/s11194-006-9021-4

Miles, M., & Huberman (1994). Chapter 10: Drawing and Verifying Conclusions. Qualitative Data Analysis. Newbury Park: Sage. 2nd ed.: 245-280.

Mortelmans, D. (2013). Handboek kwalitatieve onderzoeksmethoden. Leuven: Acco.

Mortelmans, D. (2010). Het kwalitatief onderzoeksdesign. In T. Decorte, & D. Zaitch (Reds.), Kwalitatieve methoden en technieken in de criminologie (pp. 76-118). Leuven: Acco.

Pearson, S. F., Lipton, D.S., Cleland, C.M. & Yee, D.S (2002). The effects of behavioral/cognitive-behavioral programs on recidivism. Crime & Delinquency, 48(3), 476-496.

Peters, M.J.V, Jeandarme, I. & Pouls, C. (2013). Recidive en risicotaxatie binnen de forensisch psychiatrische zorg: een huidige stand van zaken en nieuwe ontwikkelingen. Wegwijzer voor de sociale sector 2012-2013, 469-483.

Raadgevend Comité voor Bio-etiek. (2006). Advies nr. 39 van 18 december 2006 betreffende de hormonale behandeling van plegers van seksuele misdrijven. [Advies]. Brussel: Federale overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu.

Rainey, B. & Harrison, K. (2008). Pharmacotherapy and human rights in sexual offenders: best friends or unlikely bedfellows? Sexual Offender Treatment, 3(2), 1-10.

Rice, M.E & Harris, G.T. (2011).  Is androgen deprivation therapy effective in the treatment of sex offenders? Psychology Public Policy and Law, 17(2), 315-332. doi: 10.1037/a0022316.

Rousseau, L., Couture, M., Dupont, A., Labrie, F. & Couture, N. (1990). Effect of combined androgen blockade with an LHRH agonist and flutamide in one severe case of male exhibitionism. The Canadian Journal of Psychiatry, 35(4), 338-341.

Rösler, A. & Witztum, E. (1998). Treatment of men with paraphilia with a long-acting analogue of gonadotropin-releasing hormone. The New England Journal of Medicine, 338, 416-422.doi: 110.1056/NEJM199802123380702

Rösler, A. & Witztum, E. (2000). Pharmacotherapy of paraphilias in the next millennium. Behavioral Sciences & the Law, 18(1), 43-56. doi: 10.1002/(SICI)1099-0798(200001/02)18:1<43::AID-BSL376>3.0.CO;2-8 

Schermer, M.H.N. (2003). Drang en informele dwang in de zorg. Hoofdstuk 3 uit het rapport Signalering Ethiek en Gezondheid. Geraadpleegd op https://ceg.nl/uploads/publicaties/hfdst.3_drang_en_informele_dwang_Sch…

Serin, R.C., Mailloux, D.L. & Malcolm, P. B. (2001). Psychopathy, deviant sexual arousal and recidivism among sexual offenders. Journal of Interpersonal Violence, 16(3), 234-246. doi: 10.1177/088626001016003004

Silverman, D. (2013). Doing qualitative research: A practical handbook. Los Angeles: Sage.

Smid, W. (2014). Zedendelinquenten onderscheiden: een globaal overzicht van zaken met betrekking tot subgroepen, recidiverisico’s en behandelbaarheid van zedendelinquenten (en drie calls voor verder onderzoek). Utrecht: Kwaliteit forensische zorg.

Smid, W.J., Koch, M., & van den Berg, J.W. (2014). Static-99R Scorehandleiding (herziene uitgave 2014). (Bewerkte vertaling van Harris, A.J.R., Phenix, A., Hanson, R.K., & Thornton, D. STATIC-99R Coding Manual: Revised 2003. Her Majesty The Queen in Right of Canada, 2003.) Utrecht: De Forensische Zorgspecialisten.

Smid, W., van Beek, D. & De Doncker, D. (2009). Plegers van seksueel geweld. In Gijs, L., Gianotten, W., Vanwesenbeeck, I. & Weijenborg, P. (Reds). Seksuologie (pp. 437-463). Houten: Bohn Stafleu van Loghum.

Smid, W., van Beek, D. & Wever. E. (2012). Plegers van seksuele delicten: etiologie, assessment en interventies. Tijdschrift voor Gedragstherapie, 45, 199-228.

Stevens, L. (2002). Strafrecht en seksualiteit: de misdrijven inzake aanranding van de eerbaarheid, verkrachting, ontucht, prostitutie, seksreclame, zedenschennis en oversspel. Antwerpen: Intersentia.

Thibaut, F., De La Barra, F., Gordon, H., Cosyns, P., Bradford, J. M. W. & WFSBP Task Force on Sexual Disorders. (2010).  The World Federation of Societies of Biological Psychiatry (WFSBP). Guidelines for the biological treatment of paraphilias. The World Journal of Biological Psychiatry, 11, 604-655.

Tiggelaar, L. & Koster, K. (2008). Penisplethysmografie als effectevaluatiemaat voor libidoremmende medicatie. Tijdschrift voor Seksuologie, 32(3), 121-127.

Tubex, H. (2000). Seksuele delinquentie doorheen de strafprocessus. In C. Dillen, & P. Cosyns (Reds.), Behandeling van seksuele delinquenten in België (pp. 9- 42). Leuven/Apeldoorn: Garant.

Van de Putte, D. (2016). Seksuele delinquentie. In Decoene, S (Red.), Over stoute dingen doen (pp. 133-155). Leuven/ Den Haag: Acco.

Van den Berg, J. W. Smid, W. J.& Koch, M. (2014). Stable-2007 Scorehandleiding. (Vertaling van Fernandez, Y., Harris, A. J. R., Hanson, R. K., & Sparks, J. Stable-2007 Coding Manual: Revised 2012. Her Majesty The Queen in Right of Canada, 2012.) Utrecht: De Forensische Zorgspecialisten.

Van der Put, C. E., Stams, G. J. M., Hoeve, M., Dekovic, M., Spanjaard, H. J. M., van der Laan, P. H. & Barnoski, R. P. (2012). Changes in the Relative Importance of Dynamic Risk Factors for Recidivism During Adolescence. Sage, 56(2), 296-316.

Van Hunsel, F. & Cosyns, P. (2002). Biomedische interventies bij plegers van seksueel geweld. Tijdschrift voor Seksuologie, 26, 87-96.

Van Lankveld, J. & Cohen-Kettenis, P.T. (2008).  Seksuele stoornissen en gender- identiteitsstoornissen. In W. Vandereycken, C.A.L. Hoogduin, & P.M.G. Emmelkamp (Reds.), Handboek psychopathologie. Deel 1 basisbegrippen (pp. 353-394). Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.

Van Oeckel, K. (2007). Hormonale therapie bij plegers van seksueel geweld: een overzicht. Tijdschrift voor Seksuologie, 31, 85-94.  

van Zessen, G. (2013). Hyperseksualiteit en DSM-5. Tijdschrift voor Seksuologie, 37(4), pp. 167-171.

Veen, V.C. & de Ruiter, C. (2005). De effectiviteit van behandelingen bij seksuele delinquenten: een overzicht van de internationale literatuur. Justitiële Verkenningen, 31(1), 75-95.

Wilson, J. & Yates, P. (2009). Effective interventions and the Good Lives Model: Maximizing treatment gains for sexual offenders. Aggression and Violant Behaviour, 14(3), 157-161.

Yates, P.M. (2013). Treatment of sexual offenders: research, best practices and emerging models. International journal of behavioral consultation and therapy, 8(3-4), 89-95.

 

3.    Niet-wetenschappelijke bronnen

Redactie. (28.10.2016). Pedofiel Pieter Ceunen wil zich chemisch laten castreren. Het Laatste Nieuws. Geraadpleegd op http://www.hln.be/hln/nl/922/Nieuws/article/detail/2946725/2016/10/28/P…

Redactie. (16.06.2016). Chemische castratie voor man die kwetsbare personen aanrandde. Het Laatste Nieuws. Geraadpleegd op Belga. (28.10.2016). Pedofiel Pieter Ceunen wil zich chemisch laten castreren. Het Laatste Nieuws. Geraadpleegd op http://www.hln.be/hln/nl/922/Nieuws/article/detail/2946725/2016/10/28/P…

Redactie. (25.05.2016). Indonesië straft kindermisbruik met castratie of doodstraf. Het Laatste Nieuws. Geraadpleegd op http://www.hln.be/hln/nl/922/Nieuws/article/detail/2714633/2016/05/25/I…

 

 

Universiteit of Hogeschool
Master in de criminologische wetenschappen
Publicatiejaar
2017
Promotor(en)
Inge Jeandarme & Geert Vervaeke
Kernwoorden
Share this on: