SPLONK voor anderstalige nieuwkomers

Liesbeth De Vriendt
Steeds meer scholen krijgen te maken met anderstalige nieuwkomers in de klassen. Hoe gaat u met deze leerlingen aan de slag als de school geen aanspraak maakt op aanvullende lestijden? De SPLONK-box ontstond, een uitdagende box vol spelletjes die de anderstalige leerlingen aanzetten om op een speelse manier de Nederlandse woordenschat in te oefenen.

Spelend leren in een taal die je niet begrijpt

Sla een krant open of kijk naar het nieuws, dezer dagen gaat het overal en constant over vluchtelingen die hun land verlaten op zoek naar een beter leven. Velen onder hen kiezen voor België, dus komen er ook telkens meer anderstalige nieuwkomers terecht in het Belgische onderwijs. Maar hoe leer je een kind, dat geen woord begrijpt van de Nederlandse taal, iets bij op een snelle en efficiënte manier? Ik onderzocht het in mijn eindwerk en ging op zoek naar een creatieve methode om buitenlanders onze moedertaal aan te leren, zonder gebruik te maken van aanvullende lestijden bovenop het normale rooster. Het was me in deze zoektocht niet hoofdzakelijk te doen om het aanleren van een basiswoordenschat, ik wou er met mijn model voor zorgen dat de anderstalige er plezier in vond om een nieuwe taal te leren. Vanaf het moment dat een kind het leuk vindt om iets te leren, zal de verwerving van informatie veel makkelijker en sneller verlopen. Wanneer echter het kind voortdurend moet aangemaand worden om de aandacht erbij te houden en met tegenzin op te letten, gaat er veel tijd verloren. En laat dat nu net zijn wat we proberen te vermijden. Na enkele bestaande methodieken te hebben bestudeerd, verdiepte ik me in een essentiële vraag: Hoe verloopt taalverwerving bij een kind juist? Het antwoord op deze vraag bestond uit vier fasen: voorbewerken, semantiseren, consolideren en controleren. Vier lange woorden waar weinig mensen iets aan hebben zonder uitleg. Kortweg betekenen ze dat het belangrijk is om allereerst het nieuwe woord aan te brengen op een manier die het kind kan verbinden met een gekende situatie. Vervolgens komt de betekenis van het woord aan bod, door deze uit te leggen, uit te beelden of zelfs uit te breiden, de zogenaamde ‘uitjes’. Daarna wordt het woord voldoende herhaald en ingeöefend en tenslotte gaat de begeleider na of het nieuwe woord effectief gekend is door de leerling. Een van de conclusies die ik uit deze informatie kon trekken, was dat het aanleren van een basiswoordenschat bijna onmogelijk zelfstandig tot stand kan komen, een begeleider is vaak van essentieel belang om de taalverwerving tot een goed einde te brengen. En zo kwam ik uiteindelijk tot het ontwerp van mijn model SPLONK, wat staat voor Spelend Leren, Ontdekken, Nieuwsgierig, Kindvriendelijk. De woordenschat verdeelde ik onder in verschillende categorieën zoals bijvoorbeeld dieren en voeding. Woorden worden aangebracht op een auditieve en visuele manier om zoveel mogelijk de aandacht van het kind te trekken en vooral erbij te houden. Elke persoon heeft zijn sterktes en talenten, en bij het testen van de methode bleek dit een van de essentiële bouwstenen. Als een leerling goed overweg kan met de pc, is er geen betere manier om basiswoordenschat aan te leren dan met een interactieve powerpoint. En vooral: besteed voldoende aandacht aan de moedertaal van het kind zelf, zodat het af en toe kan terugvallen op een vertrouwd gegeven. Zelfvertrouwen zorgt voor een opgedreven leergierigheid!

Bibliografie

Bibliografie

Schriftelijke bronnen

Ammerlaan, G. (april 2013). “Spel is de manier waarop de natuur leren bedoel heeft.” HCO (internet http://www.hco.nl/images/paginas/lerendkind/Spelend_leren/Interview_Mar…).

Hoogeveen, M., Bonset, H. (2010). “Woordenschatontwikkeling in het basisonderwijs. Een inventarisatie van empirisch onderzoek.” SLO (internet http://www.slo.nl/downloads/2010/woordenschatontwikkeling-in-het-basiso…).

Hoogeveen, M. Woordenschatontwikkeling in het basisonderwijs opnieuw onderzocht (te verschijnen). SLO, Enschede. (ontvangen Word-bestand)

Lenaerts, L., Wauthier, Y. (2014). Geen pANiek. Snel op weg met anderstalige nieuwkomers, Garant, Antwerpen - Apeldoorn, p. 53-56.

Leysen, J., De Schryver, A., Frateur, V., e.a. (2005). Riedel en Ritme. Vlaamse taalriedels. Cursistenboek, Acco, Leuven, p. 31.

OVSG (2010). Basisonderwijs. Didactische suggesties bij het leerplan Nederlandse taal. Domein taalbeschouwing, strategieën en (inter-)culturele gerichtheid, Politeia, Brussel, p.8-12.
OVSG (2010). Basisonderwijs. Leerplan Nederlandse Taal. Domein taalbeschouwing, strategieën en (inter-)culturele gerichtheid, Politeia, Brussel.
Paus, H. (red), Bacchini, S., Dekkers, R., e.a. (2012). Portaal. Praktische taaldidactiek voor het primair onderwijs, Coutinho, Bussum, p. 165.

Paus, H. (red), Bacchini, S., Dekkers, R., e.a. (2012). Portaal. Praktische taaldidactiek voor het primair onderwijs, Coutinho, Bussum, p. 166-167.

Pittomvils, S. (2016). “Ideeën.” Taalrijk (internet http://taalrijk.be/Idee.html).

Slembrouck, S., Van Avermaet, P. (12/04/2014). “In een taalbad verzuip je.” De Standaard. (internet http://www.standaard.be/cnt/dmf20140411_01064591).

Smegen, I. (2012). Speel je wijs. Theater, drama en spel voor taalontwikkeling op de basisschool, Van Gorcum, Assen, p. 30-31.

Van Coillie, J. (2014). Handleiding Horen, Zien en Schrijven, Bazalt, Nederland.
van der Toorn-Schutte, J. (2014). De taaltrap. Nederlands voor anderstalige kinderen. Boom, Amsterdam, p. 8-11

Verhoeven, L., Vermeer, A. (1986). Taaltoets allochtone kinderen. Actieve woordenschattaak, Zwijsen, Tilburg.
Verhoeven, L. & Vermeer, A. (1986). Taaltoets allochtone kinderen. Passieve woordenschattaak, Zwijsen, Tilburg.

Mondelinge bronnen

Verneirt, D. (27 januari 2017). OVSG. Contactdag anderstalige nieuwkomers, Gemeentelijke Bassisschool Sleidinge, Sleidinge. (powerpoint-presentatie)
Caluwe, J. (SES-leerkracht). (taalverwerving bij anderstalige nieuwkomers). Mondelinge communicatie op 9 januari 2017. Basisschool De Wereldreiziger, Antwerpen.

Universiteit of Hogeschool
Odisee - Campus Waas
Publicatiejaar
2017
Promotor(en)
Elke Van Nieuwenhuyze / Hilde Van den Bossche
Kernwoorden
Share this on: