Wanneer overdaad schaadt: over taakvariatie, autonomie en depressie bij Vlaamse doctorandi

Jolien Gorissen
Recent werd gevonden dat het niet goed gesteld is met de mentale gezondheid van de doctorandi aan de Vlaamse universiteiten. Het doel van het huidige onderzoek is om de
effecten van taakvariatie en autonomie, beide onderdeel van job controle zoals beschreven door Karasek (1979), op depressie te bestuderen. De data zijn afkomstig van de Survey of Junior Researchers, die in 2013 werd afgenomen bij 4069 doctorandi aan vijf Vlaamse universiteiten. Er werd gevonden dat een hoge mate van autonomie de meest ongunstige uitkomst biedt, wat ingaat tegen enkele robuuste modellen in de (bedrijfs)psychologie.

De vergeten werknemers: depressie bij Vlaamse doctorandi

Laat mij u meenemen naar een willekeurige universiteit op een warme septemberavond, waar enkele honderden studenten en trotse ouders verzameld zijn voor hun plechtige proclamatie. De volksliederen zijn gezongen, de foto’s genomen, de glazen leeg. De meeste studenten hebben hun kot voorgoed opgeruimd en kijken nog een laatste keer achterom naar een tijdperk dat nu al als een herinnering aanvoelt. Maar terwijl uit de meeste monden een vaarwel klinkt, glinstert in de ogen van enkele laureaten een begroeting. Zij mogen na een succesvolle masteropleiding met gepaste trots hun carrière bij de alma mater verderzetten. Zij zullen de volgende jaren belangrijk onderzoek verrichten, nieuwe studenten begeleiden, over de hele wereld reizen om congressen bij te wonen en mogelijks zich regelmatig ongelukkig, overspannen en eenzaam voelen.

U leest het goed, 1 op 3 van de Vlaamse doctoraatsstudenten ervaart ernstige mentale gezondheidsproblemen. Dat het probleem ook wereldwijd draagvlak vindt werd duidelijk toen In maart 2017 het artikel Work organization and mental health problems in PhD students* viraal ging. Met meer dan 25 000 likes en 11 000 shares op sociale media binnen de tijdsspanne van een paar dagen werd het duidelijk dat er een prangend onderwerp was aangekaart. Meer onderzoek werd dan ook aangemoedigd, waarom voelen onze doctorandi zich zo slecht?

De academische sector wordt gekenmerkt door een sterk individualistische cultuur. Professoren beschikken niet altijd over de tijd of vaardigheden om hun doctoraatsstudenten voldoende te ondersteunen of ondervinden zelf aan den lijve de effecten van stress. Van de jonge primussen wordt dan ook verwacht dat ze nu voldoende oud en wijs zijn om deze klus zo zelfstandig mogelijk te klaren. En zo wordt het stokpaardje van het doctoraat meteen ook een valkuil: autonomie. Wacht even, autonomie zegt u? Werkt dat niet volgens het principe ‘hoe meer, hoe beter’? Niemand zit toch te wachten op een micromanager die geen ruimte laat voor creativiteit of flexibele werkuren of die je voortdurend met deadlines om de oren slaat? Dromen we niet allemaal van een job waar we zelf onze planning kunnen opstellen en genoeg verantwoordelijkheid krijgen? Natuurlijk wel, autonomie is een voorwaarde om voldoening te halen uit je job! Maar zoals bij veel zaken geldt ook hier: overdaad schaadt.

In theorie…

Dit gaat in tegen enkele robuuste modellen en begrippen uit de (bedrijfs)psychologie. Het bekende demands-control model van Karasek bijvoorbeeld zegt dat job controle als een buffer kan werken bij hoge job eisen. Job controle bestaat uit autonomie en taakvariatie. Hoe hoger je scoort op deze twee begrippen, hoe beter je bestand zou zijn tegen de negatieve effecten van hoge job eisen. Anders gezegd, een hoge werkdruk kan zorgen voor veel stress, maar wanneer je genoeg variatie in je takenpakket hebt en voldoende autonomie krijgt zal je hier minder last van hebben. De laatste decennia wordt dit echter meer en meer in vraag gesteld. Uit verschillende bronnen blijkt reeds dat taakvariatie belangrijker is als buffer dan autonomie. Dit betekent niet dat we autonomie onmiddellijk moeten afschrijven. Het betekent dat er een andere dynamiek speelt dan we tot nu toe dachten. Een mogelijke piste is dus dat autonomie geen lineaire relatie vertoont met welzijn van werknemers (dus niet hoe meer hoe beter), maar misschien wel een curvilineaire relatie (te weinig is niet goed, maar te veel ook niet). Uit het onderzoek in deze masterproef bleek zelfs dat een hoge mate van autonomie nefaster was voor het mentaal welzijn van de doctorandi dan een lage mate van autonomie.

Waarom is te veel autonomie dan slecht voor ons? Hier bestaan reeds verschillende theorieën rond die allemaal het onderzoeken waard zijn, waaronder de volgende:

  • Bij een hoge mate van autonomie hoort een hoge mate van verantwoordelijkheid, waardoor wanneer er iets fout loopt de schuld vaak enkel bij zichzelf wordt gelegd.
  • Door flexibele werkuren en –plaatsen is er minder 'face to face' contact tussen werknemers en supervisors. Wanneer een groot deel van de communicatie via elektronische media gebeurt wordt de kwaliteit van sociale steun sterk verminderd en moet een werknemer zelf actief naar feedback en hulp vragen.
  • Hoe meer autonomie je krijgt hoe meer andere vaardigheden je ook moet bezitten zoals goed kunnen plannen, zelfsturend en -kritisch zijn. Niet iedereen bezit deze automatisch.
  • Verschillende soorten autonomie bufferen verschillende soorten stressoren. Zo zal zelf een planning kunnen opstellen vooral het negatieve effect van tijdsdruk tegengaan. Dit heet het triple match principe.

 

In de praktijk…

Om het probleem op te lossen zal een shift in de huidige academische bedrijfscultuur nodig zijn. Momenteel wordt te vaak verondersteld dat doctorandi capabel genoeg zijn om met hoge mate van autonomie om te gaan en lijken professoren vaak niet voldoende aanspreekbaar. Het kan bijvoorbeeld nuttig zijn om systematisch gesprekken in te plannen tussen doctorandi en hun supervisors of extern aangestelde personen, niet om het onderzoek te bespreken maar alle bijkomende zorgen en vragen.  Het is belangrijk dat er een evenwicht gevonden wordt, supervisors mogen niet gaan micromanagen, maar moeten wel beschikbaar zijn, op een laagdrempelige manier, wanneer de doctoraatsstudent nood heeft aan ondersteuning.

Ook gelijkaardig onderzoek bij professoren moet gestimuleerd worden, want zij moeten tenslotte de doctorandi begeleiden. Lijden professoren zelf onder de druk van hun functie? Zijn zij op de hoogte van het mentaal welzijn van hun doctoraatsstudenten? Antwoord op deze vragen zal een vollediger beeld scheppen van de huidige academische cultuur, waardoor het probleem bij de wortel kan aangepakt worden.

Laat me u tot slot opnieuw meenemen naar onze kersverse doctorandi. De lichtjes in hun ogen hebben het potentieel om over enkele jaren te resulteren in baanbrekende geneeskunde, economische modellen of technologieën. Laat de passie en opwinding die zij hier en nu voelen de motor blijven doorheen de volgende jaren. Maak moderne  bedrijfsproblematieken ook bespreekbaar op onze universiteiten en geef zo de onderzoekers die hard bouwen aan onze toekomst  de kans om dit met plezier te blijven doen.

 

*Levecque, Anseel, De Beuckelaer, Van der Heyden & Gisle (2017)

Bibliografie

Akerboom S. & Maes S. (2006) Beyond demand and control: the contribution of  organizational risk factors in assessing the psychological well-being of  health employees. Work and Stress  20 (1), 21–36. Anderson, R. J., Freedland, K. E., Clouse, R. E., & Lustman, P. J. (2001). The prevalence  of comorbid depression in adults with diabetes - A meta-analysis. Diabetes  Care, 24(6), 1069-1078. doi:10.2337/diacare.24.6.1069 Aronsson, G. (1989). Dimensions of control as related to work organization, stress and  health.  International Journal of Health Services, 19, 459–468 Bakker, A. B., Demerouti, E., de Boer, E., & Schaufeli, W. B. (2003). Job demands and  job  resources as  predictors of absence duration and frequency. Journal of  Vocational  Behavior, 62, 341–356. Doi:  10.1016/S0001-8791(02)00030-1  Baltes, B. B., Bauer, C. C., Bajdo, L. M., & Parker, C. P. (2002). The use of multitrait multimethod  data for detecting nonlinear relationships: The case of  psychological climate and job satisfaction. Journal of Business and  Psychology, 17, 3–17. Bandura, A. (1977). Self-efficacy: Toward a unifying theory of behavioral change.  Psychological Review, 84(2), 191-215. Barbier, L. (2016). Hoe Vrijer, hoe Blijer? Over leiderschapsstijlen, jobautonomie en  depressie bij  mannelijke en vrouwelijke doctorandi (Masterproef).  Geraadpleegd van http://lib.ugent.be/fulltxt/RUG01/002/274/615/RUG01 002274615_2016_0001_AC.pdf Barnett, R. C. & Brennan, R. T. (1997). Change in job conditions, change in  psychological distress, and gender: a longitudinal study of dual-earner couples.  Journal of Organizational  Behavior, 18, 253–274. doi:10.1002/(SICI)1 Barnett, R. C. & Brennan R. (1995). The relationship between job experiences and  psychological  distress: A structural equation approach. Journal of Organizational  Behaviour, 16(3), 259–276 

Boer, C. (2014) Model van Karasek: Ruimte om te leren; analyse regelruimte en  werkdruk. Geraadpleegd op   http://www.gewoonsolo.nl/uploads/files/karasek_21032014.pdf  Brannen J. (2005) Time and the negotiation of work-family boundaries: autonomy or  illusion? Time Soc., 14 (1), 113–131 Bourdeaud’hui, R., Janssens, F., & Vanderhaeghe, S. (2017, 31 januari). Vlaamse  werkbaarheidsmonitor 2016 - werknemers. Geraadpleegd van  http://www.sarwgg.be/sites/default/files/documenten/StIA_20170125_Werkb… heidsmonitorWerknemers2016_RAP.pdf Brown, T.A., Barlow, D.H. (2005). Dimensional versus categorical classification of  mental disorders in the fifth edition of the Diagnostic and Statistical  Manual of Mental Disorders  and beyond: comment on the special section. J.  Abnorm. Psychol. 114 (4), 551–556 Carstensen, L. L. (1991). Selectivity theory: Social activity in life-span context. Annual  Review of Gerontology and Geriatrics, 11, 195–217. 
Chung-Yan, G. A. (2010). The nonlinear effects of job complexity and autonomy on job  satisfaction, turnover, and psychological well-being. Journal of Occupational  Health Psychology, 15, 237–251. 
De Bruin, G. P, & Taylor, N. (2006). The job demand-control model of job strain across  gender. SA Journal of Industrial Psychology, 32(1), 66-73. 
De Cuyper, N. and De Witte, H. (2006). Autonomy and workload among temporary  workers: Their effects on job satisfaction, organisational commitment, life  satisfaction, and self-rated performance. International Journal of Stress  Management, 13(4), 441–459. 
de Hoogh, A.H.B., Koopman, P.L., & Den Hartog, D.N., & (2004). De ontwikkeling van  de CLIO: een vragenlijst voor charismatisch leiderschap in organisaties.  Gedrag & Organisatie, 17(5), 354-382. 

De Jonge, J., & Schaufeli, W. B. (1998). Job characteristics and employee well-being: A  test of  Warr’s vitamin model in health care workers using structural equation  modelling. Journal of Organizational Behavior, 19, 387–407. 
Demerouti, E., Derks, D., Lieke, L., & Bakker, A. B. (2014). New ways of working:  Impact onworking conditions, work–family balance, and well-being. In C.  Korunka & P. Hoonakker (Eds.), The impact of ICT on quality of working life  (pp. 123–141). Nederland:  Springer 
Demerouti, E., Bakker, A. B., Nachreiner, F., & Schaufeli, W. B. (2001). The job  demands-resources model of burnout. Journal of Applied Psychology, 86,  499 –512.  Doi: 10.1037/0021-9010.86.3.499 
Dodd, N. G., & Ganster, D. C. (1996). The interactive effects of variety, autonomy, and  feedback on attitudes and performance. Journal of Organizational Behavior,  17, 329 –347. Doi: 10.1002/(SICI)1099-1379(199607)17:4<329::AID-  JOB754>3.0.CO;2-B 
Edimansyah, B. A., Rusli, B. N., Naing, L., Mohamed Rusli, B. A., Winn, T., & Tengku  Mohamed Ariff, B. R. H. (2008). Self-perceived depression, anxiety, stress  and their relationships with psychosocial job factors in male automotive  assembly workers. Industrial Health, 46, 90 – 100. 
Faragher, E. B., Cass, M., & Cooper, C. L. (2005). The relationship between job  satisfaction and health: A meta-analysis. Occupational and Environmental  Medicine, 62, 105–112. Doi: 10.1136/oem . 2002.006734 
FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg (z.j.) Psychosociale risico’s op het  werk.  Retrieved from http://www.werk.belgie.be/defaultTab.aspx?id=564  Fox M.F., Fonseca C., Bao J. (2011) Work and family conflict in academic  science: patterns and  predictors among women and men in research universities.  Social Studies of Science, 41(5), 715 - 735

Frese, M. (1989). Theoretical models of control and health. In S. L. Sauter, J. J. Hurell  Jr., & C. L. Cooper (Eds.), Job control and worker health (pp. 107–128).  Chichester, U.K.: Wiley. Ganster, D.C. and Schaubroeck, J. (1991), Work stress and employee health, Journal  of Management, Vol. 17 No. 2, pp. 235-271. Gisle L. (2014) Geestelijke gezondheid. In: Van der Heyden J, Charafeddine R (ed.).  Gezondheidsenquête 2013. Rapport 1: Gezondheid en Welzijn. WIV-ISP, Brussel  Goldberg, D. (1972). The detection of psychiatric illness by questionnaire: A technique  for the  identification and assessment of non-psychotic psychiatric illness.  London, New York:  Oxford University Press.  Griffin J. M., Greiner, B. A., Stansfeld, S. A., & Marmot, M. (2007). The effect of  selfreported  and observed job conditions on depression and anxiety symptoms:  A comparison of theoretical models. Journal of Occupational Health  Psychology, 12(4), 334-349.  doi:10.1037/1076-8998.12.4.334  Hackman, J. R., and Oldham, G. R. (1975). Development of the Job Diagnostic Survey.  Journal of Applied Psychology, 60, 159–170 Hakanen, J.J., Schaufeli, W.B., Ahola, K., 2008a. The job demands-resources model: a  three-year cross-lagged study of burnout, depression, commitment, and work  engagement. Work and Stress 22, 224–241 Harrow, M., Hansford, B. G., & Astrachan-Fletcher, E. B. (2009). Locus of control:  Relation schizophrenia, to recovery, and to depression and psychosis: A 15-year  longitudinal study.  Psychiatry Research, 168, 186–192. Doi:  10.1016/j.psychres.2008.06.002 
Hobfoll, S.E. (1989). Conservation of resources: A new attempt at conceptualizing stress.  American Psychologist, 44, 513–524 
Hounkpatin, H. O., Wood, A. M., & Brown, D. A. (2015). Why does Income Relate to  Depressive Symptoms? Testing the Income Rank Hypothesis Longitudinally.  Social  Indicators Research, 124(2), 637-655. doi:10.1007/s11205-014-0795-3 

Ibrahim R., Zirwatul A. R. & Ohtsuka, K. (2012) Review of the Job Demand-Control and  Job  Demand-Control-Support models: Elusive moderating predictor effects  and cultural  implications. Southeast Asia Psychology Journal, 1. pp. 10-21.  ISSN 2289-1870 Janssens, F. (2015, 08 juni). Actieve jobs: sleutel tot werkbaar werk en duurzame  inzetbaarheid? Geraadpleegd van   http://sarwgg.be/sites/default/files/documenten/StIA_20150521_ActieveJo… arWerk_RAP.pdf 
Johnson JV, Hall EM. (1988) Job strain, work place social support, and cardiovascular  disease: a cross-sectional study of a random sample of the Swedish working  population. Am J Public Health 78, 1336–42.  Jorm, A. F. (2000). Does old age reduce the risk of anxiety and depression ? A review of  epidemiological studies across the adult life span. Psychological Medicine, 30(1),  11-22.  doi:10.1017/S0033291799001452 
Karasek, R. A. (1979). Job demands, job decision latitude, and mental strain: Implications  for job  redesign. Administrative Science Quarterly, 24(2), 285-308.   doi:10.2307/2392498 Karg, K., Burmeister, M., Shedden, K., & Sen, S. (2011). The serotonin transporter  promoter  variant (5-HTTLPR), stress, and depression meta-analysis  revisited: evidence of genetic moderation. Archives of General Psychiatry,  68(5), 444-454. doi:10.1001/archgenpsychiatry.2010.189 
Kinman G. (2001). Pressure Points: A review of research on stressors and strains in UK  academics. Educational Psychology 21(4), 473-492.  
Kubicek, B., Paškvan, M., & Bunner, J. (2017). The Bright and Dark Sides of Job  Autonomy. In  C. Korunka & B. Kubicek (Eds.), Job Demands in a changing  world of work, 45-63, Springer International Publishing. doi:  10.1007/978-3-319 54678-0_4 
Kubicek, B., Korunka, C. and Tement, S. (2014). ‘‘Too much job control? Two studies  on curvilinear relations between job control and eldercare workers' well-being’. International  Journal of Nursing Studies, 51(12), 1644–1653. doi:  10.1016/j.ijnurstu.2014.05.005 
Lancester, B. P. (1999). Defining and Interpreting Suppressor Effects: Advantages and  Limitations.. Paper gepresenteerd op de Annual Meeting of the Southwest Educational  Research Association, San Antonio, Verenigde staten. Geraadpleegd van  http://files.eric.ed.gov/fulltext/ED426097.pdf 
Langfred, C. (2004). Too Much of a Good Thing? Negative Effects of High Trust and  Individual Autonomy in Self-Managing Teams. The Academy of Management  Journal, 47(3), 385- 399.  
Lawford B. R., Young R., Noble E. P., et al. 2006. The D2 dopamine receptor (DRD2)  gene is associated with co‐morbid depression, anxiety and social dysfunction in  untreated veterans with post‐traumatic stress disorder. Eur. Psychiatry 21:180– 185 Levecque K., Anseel F., Gisle L., Van der Heyden J., De Beuckelaer (2016) The mental  health of PhD students in Flanders. Geraadpleegd op 01 augustus 2016 via  https://www.ecoom.be/sites/ecoom.be/files/Ecoom%20brief12_GHQ_%20Engel s-finaal.pdf  Levecque, K., Anseel, F., De Beuckelaer, A., Van der Heyden, J., & Gisle, L. (2017).  Work  organization and mental health problems in PhD students. Research  Policy, 46(4), 868-879. doi:10.1016/j.respol.2017.02.008 Levecque K. (2006) Generalised anxiety and depression in the general population: risk  factors according to the Belgian health interview survey 2001. Depression and  Anxiety 23(8):509–511 
Maslow, A.H. (1943). A Theory of Human Motivation. Psychological Review, 50, 370 396 
Morgeson, F. P., & Humphrey, S. E. (2006). The Work Design Questionnaire (WDQ):  Developing and validating a comprehensive measure for assessing job design  and the nature of work. Journal of Applied Psychology, 91, 1321–1339. 

Netemeyer, R.G., Boles, J.S., & McMurrian, R. (1996) Development and validation of  workfamily conflict and family-work conflict scales. Journal of Applied  Pscyhology, 81(4), 400-410.  doi:10.1037/0021-9010.81.4.400 Prins P.J.M., Braet C. (2008). Handboek klinische ontwikkelingspsychologie. Houten:  Bohn  Stafleu van Loghum 
Rai, D., Zitko, P., Jones, K., Lynch, J., & Araya, R. (2013). Country- and individual-level  socioeconomic determinants of depression: multilevel cross-national comparison.  The British Journal of Psychiatry, 202(3), 195-203.  doi:10.1192/bjp.bp.112.112482 
Rafferty, Y., Friend, R., & Landsbergis, P. A. (2001). The association between job skill  discretion, decision authority and burnout. Work & Stress, 15(1), 73–85. 
Rey J.J., Abad F.J. , Barrada J.R., Garrido L.E., Ponsoda V.(2014) The impact of  amiguous response categories on the factor structure of the GHQ-12. Psychol.  Assess., 26 , pp. 1021– 1030 Ross, C.E., Mirowsky, J., 1989. Explaining the social patterns of depression: control and  problem solving–or support and talking? J. Health Soc. Behav. 30 (2), 206–219. 
Rotter, J. B. (1966). Generalized expectancies for internal versus external control of  reinforcement. Psychological Monographs, 80, 1–28 
Rounsaville, B. J., Alarcon, R.D., Andrews, G., Jackson, J. S., Kendell, R. E., & Kendler,  K. (2002). Basic nomenclature issues for DSM–V. In D. J. Kupfer, M. B. First, &  D. E. Regier  (Eds.,), A research agenda for DSM–V (pp. 1–29). Washington,  DC: American Psychiatric Association. Ryan, R. M., & Deci, E. L. (2000). Self-determination theory and the facilitation of  intrinsic motivation, social development, and well-being. American Psychologist,  55, 68 –78. 
Rydstedt, L. W., Ferrie, J., & Head, J. (2006). Is there support for curvilinear relationships  between psychosocial work characteristics and mental well-being? Crosssectional and long-term data from the Whitehall II study. Work & Stress, 20(1),  6–20. 

Schaufeli W. & Bakker A. (2003) De psychologie van arbeid en gezondheid (Rev.ed.)  Houten, Nederland: Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media  Schmidt K. H., Diestel S. (2011). Differential effects of decision latitude and control on  the job demands-strain relationship: A cross-sectional survey study among elderly  care nursing staff. International Journal of Nursing Studies, 48, 307–317 Schreurs, P. J. G., & Taris, T. W. (1998). Construct validity of the demand-control model:  A double cross-validation approach. Work & Stress, 12, 66–84 Seligman, M. E. P., Maier, S. F., & Geer, J. H. (1968). Alleviation of learned helplessness  in the  dog.  Journal of Abnormal Psychology, 73, 256 –262. doi:  10.1037/h0025831 
Shevlin, M., & Adamson, G. (2005). Alternative factor models and factorial invariance  of the  GHQ-12: A large sample analysis using confirmatory factor analysis.  Psychological Assessment, 17(2), 231-236. doi:10.1037/1040-3590.17.2.231 Saragih, S. (2011). The Effects of Job Autonomy on Work Outcomes: Self Efficacy as an  Intervening Variable. International Research Journal of Business Studies, 4(3),  203-215. 
Skinner E.A. (1996) A guide to constructs of control. Journal of Personality and Social  Psychology, Vol 71(3), 549-570. 
Schwartz, B. (2004). The Paradox of Choice: Why More is Less. Geraadpleegd van  http://keithdwalker.ca/wp-content/summaries/m-p/Paradox%20of%20Choice.S… 
Thomas, W.H. Ng & Feldman, D. C. (2015). The Moderating Effects of Age in the  Relationships  of Job Autonomy to Work Outcomes. Work Aging Retire, 1(1), 64 78. doi:10.1093/workar/wau003 
Van den Broeck, A., Schreurs, B., Guenter, H., & Van Emmerik, H. (2015). Skill  utilization and well-being: A cross-level story of day-to-day fluctuations  and  personal intrinsic values. Work & Stress, 29, 306–324 

Van der Doef, M., & Maes, S. (1999). The job demand-control(-support) model and  psychological  well-being: A review of 20 years of empirical research. Work and  Stress, 13, 87–114 Vanroelen, C., Levecque, K., & Louckx, F. (2009). Psychosocial working conditions and  self-reported health in a representative sample of wage-earners: A test of the  different hypotheses of the demand-control-support-model. International  Archives of Occupational and Environmental Health, 82(3), 329-342. doi:10  .1007/s00420-008-0340-2 Warr p. (1994) A conceptual framework for the study of work and mental health. Work  Stress, 8 (2), 84–97 
Warr, P. B. (1990). The measurement of well-being and other aspects of mental health.  Journal of  Occupational Psychology, 63, 193–210. Doi: 10.1111/j.2044 8325.1990.tb00521.x 
WHO | Depression. (2016). Geraadpleegd op 29 december, 2016, van  http://www.who.int/mediacentre/factsheets/fs369/en/ 
Widiger, T., & Samuel, D. (2005). Diagnostic categories or dimensions? A question for  the Diagnostic and statistical manual of mental disorders – fifth edition. Journal  of Abnormal Psychology, 114, 494–504. Winefield A.H., Jarret R.  (2001). Occupational stress in university staff. International journal of stress management 8(4), 285-298 doi:10.1023/A:1017513615819 
Woolston, C. (2017). Degree and depression. Geraadpleegd van  http://blogs.nature.com/naturejobs/2017/03/30/degree-and-depression/ 
Ye, S. (2009). Factor structure of the General Health Questionnaire (GHQ-12): The role  of wording effects. Personality and Individual Differences, 46, 197-201. Mirowsky, J., & Ross, C. (1992). Age and Depression. Journal of Health and Social  Behavior, 33(3), 187-205. 

Missinne, S., & Levecque, K. (2011). Discriminatie en etnische ongelijkheden in  depressie: een multilevel-analyse voor de Europese bevolking. Tijdschrift voor  sociologie, 32(2), 177–202 Van de Velde, Sarah, Levecque, K., & Bracke, P. (2011). Vlaanderen versus Nederland:  verschillen in depressieve klachten bij mannen en vrouwen gemeten met de CES D8. Tijdschrift voor psychiatrie, 53(2), 73–82. Van de Velde, Sarah, Bracke, P., & Levecque, K. (2010). Gender differences in  depression in 23 European countries: cross-national variation in the gender gap in  depression. Social science & medicine, 71(2), 305–313. Van De Voorde, K., Veld, M., & Van Veldhoven, M. (2016). Connecting empowerment focused HRM and labour productivity to work engagement: the mediating role of  job demands and resources. Human Resource Management Journal, 26(2), 192 210. doi:10.1111/1748-8583.12099 
Van der Kooy, K., van Hout, H., Marwijk, H., Marten, H., Stehouwer, C. and Beekman,  A. (2007), Depression and the risk for cardiovascular diseases: systematic review  and meta- analysis. Int. J. Geriat. Psychiatry, 22: 613–626. doi:10.1002/gps.1723 
Van Veldhoven, M., & Meijman, T. (1994). Het meten van psychosociale  arbeidsbelasting met  een vragenlijst: de vragenlijst beleving en beoordeling van  de arbeid (VBBA). Amsterdam: Nederlands Instituut voor Arbeidsomstandigheden NIA. 
Van Veldhoven, M., Meijman, T. F., Broersen, J. P. J., & Fortuin, R. J. (2002, 01  december). Handleiding VBBA. Geraadpleegd van http://www.marcvanveldhoven.com/handleiding_vbba.pdf 
 

Universiteit of Hogeschool
Master bedrijfspsychologie en personeelsbeleid
Publicatiejaar
2017
Promotor(en)
Prof. Dr. Katia Levecque
Kernwoorden
Deel deze scriptie