Zijn we allemaal zo anders dan we denken?

Jolien Colman
Er wordt onderzocht wat de gelijkenissen en de verschillen tussen een school in Zuid-Afrika en een school uit België zijn en op welke manier je deze positief kan overbrengen naar leerlingen van de lagere school.

Zijn we allemaal zo anders dan we denken?

Het begon allemaal als een jeugddroom om ooit les te gaan geven in het Zuiden. In het laatste jaar van mijn opleiding werd het mede dankzij mijn docenten mogelijk om deze droom om te zetten in een kans! Deze kans greep ik met beide handen. Op 13 februari was het dan zover. Ik maakte kennis met Heatherbank, een school in Zuid-Afrika waarop ik 3 maanden zou meedraaien in het tweede leerjaar.

Al snel was ik ervan overtuigd om de dingen die ik in Zuid-Afrika ging leren en ontdekken als basis van mijn eindwerk te gebruiken. Dit had 3 belangrijke redenen! Ikzelf was de eerste reden. Al van toen ik klein was, werd ik geprikkeld toen ik in contact kwam met andere culturen. Mijn lagere school werkt samen met Studio Globo en de Baobabklas van toen. Veel sessies en inleefateliers die we bijwoonden, herinner ik me nog erg goed. Het positieve gevoel dat ik hieraan overgehouden heb, wil ik ook graag aan kinderen meegeven! De tweede reden had te maken met iets dat me was opgevallen tijdens stages, gesprekken,… Vele leerkrachten vinden het namelijk moeilijk om culturen diepgaand in de klas te bespreken. Dit onder andere doordat ze weinig specifieke kennis hebben omtrent culturen. Velen van hen gaven aan dat ze daarom vaak naar externe organisaties grijpen. Persoonlijk vind ik het belangrijk dat er ook in klas- en schoolverband aan cultuureducatie wordt gedaan. Dit leunt dan meteen aan bij mijn derde pijler namelijk het feit dat het aanbrengen van culturen een belangrijk aspect is binnen de opvoeding van kinderen. Leerlingen moeten in contact komen met diversiteit en er een correcte open houding tegenover ontwikkelen. 

In het begin vond ik het moeilijk om te bepalen rond welk facet ik wou werken. Ik heb allerlei dingen overwogen zoals feesten, vrije tijd,… Tot ik uiteindelijk iets vond waar ik volledig achter stond: Ik ging werken rond iets waar ik een hele goede kijk op kreeg namelijk de gelijkenissen en de verschillen in het schoolleven van leerlingen in mijn stageschool in Zuid-Afrika en in België. Uit mijn verkennend onderzoek had ik ondervonden dat er vaak nadruk wordt gelegd op de verschillen. Dit was iets wat ik wou vermijden, dit maakte mijn grote ontwerpvraag.

Met mijn doel en probleemstelling in het achterhoofd ging ik op onderzoek. Ik startte met het opstellen van mijn onderzoeksvragen, om deze zo goed mogelijk te beantwoorden zocht ik naar verschillende manieren van aanpak. Ik zorgde ervoor dat ik een mengeling had van technieken: gesprekken, enquêtes, observatie, participatie, literatuur… Dankzij al deze wijzen kon ik mijn verkregen informatie goed plaatsen en vergelijken.

Uit mijn onderzoek had ik geleerd dat het belangrijk is dat de leerlingen niet leren over elkaar maar van en door elkaar. Dit kan je natuurlijk het best realiseren door daadwerkelijk met elkaar in contact te treden. Dit leidde tot het eerste deel van mijn ontwerp namelijk het project interculturele communicatie. Hierbij werden de leerlingen van mijn beide stagescholen correspondenten van elkaar. Ze stuurden elkaar foto’s van dingen die ze graag wouden laten zien, waar ze fier op waren,… De leerlingen hoorden en zagen alles van elkaar. Dit zorgde voor een gevoel van verbondenheid.

Uit enquêtes die afgenomen waren in dit vierde leerjaar van de Gemeentelijke basisschool van Waasmunster bleek dat enkele leerlingen een stereotiep of veralgemenend beeld van Afrika hadden. Dit zorgde ervoor dat ik twee grote doelen voor ogen had. Ten eerste dat de leerlingen gingen beseffen dat er veel meer gelijkenissen tussen hen waren dan ze dachten en ten tweede dat ze de verschillen in hun eigenheid en context zouden bekijken en begrijpen. De bundeling van technieken om dit te realiseren leidde tot een projectdag waarbij de foto’s vanuit het project een belangrijke rol speelden. Deze dag deelde ik in 3 grote delen waarbij ook het interactief en samenwerkend leren centraal stonden. Voor elke cluster werden de leerlingen in andere groepen verdeeld op een originele wijze. Dit zorgde ervoor dat de leerlingen in contact kwamen met verschillende opvattingen. Op deze manier moesten ze hun eigen gedacht verwoorden en het standpunt van anderen proberen begrijpen.

Het eerste deel was een spel waarbij de leerlingen op een losse manier kennis maakten met de verschillende facetten van het schoolleven. Dit werd ondersteund door de letters van Heatherbank. Elke letter stond voor een onderdeel. Na het spel werden alle onderdelen besproken. Zowel in het spel als in de nabespreking kwamen er zelfgenomen foto’s terug. Dit zorgde voor een authentiek en eerlijk beeld. Doordat ik alles wat ik vertelde zelf had meegemaakt, merkte je dat de betrokkenheid van de leerlingen hoger lag. Ze stelde veel vragen en gaven veel input waardoor ik nog meer kon vertellen.

Het tweede deel bestond uit het maken van een affiche waarbij de leerlingen de positieve punten van Heatherbank naar voren moesten laten komen. Deze opdracht werd door de leerlingen zeer aangenaam gevonden. Ze deden er alles aan om hun affiche zo mooi mogelijk te maken. Ze gebruikten de handen uit het logo, voegden de Zuid-Afrikaanse vlag toe, schreven enkele positieve punten op,… Doordat de leerlingen de affiche te mooi wouden maken viel het hoofddoel van deze opdracht een beetje weg. De leerlingen waren vooral bezig met het uitzicht en minder met de inhoud. Als kleine aanpassing zou ik van deze opdracht een tijd over opdracht maken! En ze vervangen door elk groepje nog een bericht voor Heatherbank te laten maken waarin een positief kenmerk naar voren komt. Deze zou dan later naar Zuid-Afrika gestuurd kunnen worden. Het derde en laatste deel bestond uit een quiz waarbij alles nog eens op een speelse manier herhaald werd.

Vanuit de reflectie van de leerlingen achteraf blijkt dat de 2 vooropgestelde hoofddoelen bereikt zijn. Persoonlijk heb ik een goed gevoel bij dit ontwerp als antwoord op de grote vraag waarrond dit onderzoek draaide. Namelijk: Op welke manier kan je gelijkenissen en verschillen tussen leerlingen van GBS Waasmunter en Heatherbank positief in beeld brengen? 

Bibliografie

INTERNET 
www.studioglobo.be/nl/lager 
www.planbelgie.be/wat-doet-plan 
www.kleurbekennen.be/wat-is-kleur-bekennen/educatief-materiaal 
www.djapo.be/basisonderwijs/  
BOEKEN EN HANDLEIDINGEN 
Bruin, K. & Van der Heijde, H. (2007). Intercultureel onderwijs in de praktijk, Coutinho, Bussum. 
Salembier, E. & Marleyn, O. (2006) Wereldburgerschap op school. Hoeveel wereldburgers telt jouw school, Kleur Bekennen, Poot printers, Groot-Bijgaarden. 
Salembier, E. & Marleyn, O. (2007). Wereld wonder wijs. Denk- en doeboek over opvoeden tot wereldburgers in het lager onderwijs, Kleur bekennen, Poot printers, Groot-Bijgaarden. 
Brander, P. (2001). Allemaal anders allemaal gelijk, Vormen vzw, Antwerpen. 
Sierens, S. (2007). Leren voor diversiteit - leren in diversiteit. Burgerschapsvorming en gelijke leerkansen in een pluriforme samenleving: een referentiekader, Steunpunt diversiteit en leren, Gent. 
Berlet, I. & Bulthuis, F. & Jacobs, H. & Langberg, M. & Wanner, P. & Thijs, A. (2008). Omgaan met culturele diversiteit in het onderwijs, Stichting leerplanontwikkeling, Enschede.  
LEERPLANNEN  
OVSG (2010). Wereldoriëntatie. Maatschappij. Ruimte, Politeia, Brussel. 

Universiteit of Hogeschool
Bachelor lager onderwijs
Publicatiejaar
2017
Promotor(en)
Jonatan De Geest
Kernwoorden
Share this on: