Hoe kunnen leerkrachten inspelen op de verschillende gezinsvormen waarin leerlingen uit het secundair onderwijs opgroeien?

Emma Vandenbussche
In deze scriptie worden zeven verschillende gezinsvormen van dichtbij bekeken. Er worden in deze scriptie tips, verdeeld op zeven vlakken, gegeven over hoe leerkrachten kunnen omgaan met die verschillende gezinsvormen in hun klas. Deze scriptie kwam tot stand door gesprekken met leerlingen en leerkrachten.

Dat gezin is niet normaal?!

“Some families have one mommy, some families have one daddy, or two families… But if there’s love dear… those are the ties that bind, and you’ll have a family in your heart, forever.” Mrs. Doubtfire slaat de nagel op de kop en maakt duidelijk dat een gezin niet moet bestaan uit een man, een vrouw en kinderen om gelukkig te leven. Dat cliché moet dringend verbroken worden!

Het gezin is een belangrijke factor in de samenleving. Vroeger bestond een gezin enkele en alleen uit een papa, mama en hun biologische kinderen. Alle andere vormen van gezinnen werden verworpen. Tegenwoordig is de maatschappij volledig veranderd. Eén op de vijf kinderen groeit niet meer op in zo’n traditioneel gezin. In een klas moeten leerlingen leren hoe ze met elkaar moeten omgaan en leren ze de maatschappij kennen. Dan is het ook normaal dat alternatieve gezinsvormen een warme plaats in de klas krijgen. Wat kunnen leerkrachten doen? Hoe moeten zij omgaan met deze verscheidenheid?

Welke gezinsvormen bestaan?
Het traditionele gezin is sterk verminderd door onder andere de sterke steiging van het aantal echtscheidingen. In dit eindwerk worden zes alternatieve gezinsvormen besproken. We kunnen van een alternatieve gezinsvorm spreken wanneer het niet gaat om een vader, moeder en hun biologische kinderen. Leerlingen kunnen opgroeien in een éénoudergezin, een holebigezin, een pleeggezin, een adoptiegezin, een nieuw samengesteld gezin, maar ook in een begeleidingstehuis. Iedere gezinsvorm heeft zo zijn eigen positieve en negatieve gevolgen. Deze gevolgen hebben vaak hun uitwerking in de klas. Leerkrachten moeten zich bewust zijn van het bestaan van de verschillende gezinsvormen en de gevolgen.

Wat kunnen leerkrachten doen?
Voor de bachelorproef vonden interviews plaats met leerkrachten en leerlingen die opgroeien in de zeven verschillende alternatieve gezinsvormen. Aan de hand van hun verhaal werden heel praktische tips verzameld.

Belangrijk is dat leerkrachten beseffen dat ze geen therapeut zijn en dus ook niet alle problemen van jongeren kunnen oplossen. Op zeven vlakken kunnen leerkrachten handelingen stellen om leerlingen uit alternatieve gezinnen een goed gevoel te schenken in de klas.Positief klasklimaat
Voor iedere leerling is het belangrijk dat leerkrachten streven naar een positief klasklimaat. Er moeten duurzame relaties ontstaan tussen leerlingen onderling en leerlingen en hun leerkrachten. Openheid is daarbij belangrijk. Leerkrachten mogen geen kritische houding aannemen en moeten alle leerlingen evenveel kansen schenken. Ook culturele verschillende moeten hierbij een plaats krijgen in de klas.

Omgaan met de gevoelens van leerlingen
Een klas is een weerspiegeling van de maatschappij. Een klas moet dan ook een veilige plaats zijn om hun emoties te oefenen. Daarvoor moeten leerkrachten rekening houden met de puberijsberg. Ze moeten verder kijken dan enkel het imago van de leerlingen. Ze moeten oog hebben voor het gedrag en vooral de reden van dat gedrag. De drempel moet weggewerkt worden, zodat leerlingen sneller tot de nodige hulpkanalen komen.

Puberijsberg

Omgaan met rouw
In bepaalde gezinsvormen staat rouw centraal. Rouwen heeft verschillende oorzaken. Leerlingen kunnen gezonde, maar ook ongezonde rouwemoties creëren. Leerkrachten moeten deze emoties signaleren en de leerlingen een context aanbieden om de rouwemoties te kunnen plaatsen.

Automatische gedachten
Studies tonen aan dat er een verband bestaat tussen onze gedachten en onze gevoelens. Daardoor creëren we vaak onbewust automatische gedachten over onszelf. Deze automatische gedachten zijn veelal negatief, vooral voor jongeren die het gevoel hebben niet op te groeien in een normaal gezin, kunnen deze automatische gedachten bijzonder hard aanwezig zijn. Leerkrachten moeten deze signaleren en eventueel proberen te doorprikken, of leerlingen de weg tonen naar de nodige hulp.

Communiceren met tieners
Om met jongeren om te kunnen gaan, moeten we eerst positief kunnen communiceren. In deze bachelorproef wordt dus ook stilgestaan bij de communicatie met jongeren. Communicatie geeft jongeren namelijk een gevoel gerespecteerd te worden. Ze voelen zich hierdoor volwassen en onafhankelijk. De interactieprincipes van Biemans en Polderman, de socratische methode en de oplossingsgerichte methode worden aangereikt om de communicatie te verbeteren.

Omgaan met ouders
Daarnaast is het belangrijk dat leerkrachten op een positieve, betrokken manier omgaan met ouders. Scholen moeten een iedereen-is-welkom-beleid voeren. Ze moeten zich open en respectvol opstellen tegenover alle ouders en daarbij staat een open communicatie tijdens contactmomenten centraal.

Praktische zaken
Er kunnen ook heel wat praktische zaken afgesproken worden met ouders en leerlingen, die het schoolwezen vergemakkelijken. Leerkrachten kunnen ouders hierin goed bijstaan. Het is ook uiterst belangrijk dat de verschillende gezinsvormen onder de aandacht komen tijdens de lessen. Zo kunnen leerlingen opgroeien tot wereldburgers.

In deze bachelorproef worden voor deze zeven punten heel praktische tips gegeven, die iedere leerkracht kan toepassen in zijn lessen. Zo kunnen we alles samen het clichédenken proberen te vermijden en alle leerlingen een positief gevoel te geven in de klas. Elke leerling verdient dezelfde kansen, ongeacht zijn afkomst of gezinssituatie.

Naar aanleiding van dit onderzoek werd een website gemaakt, zodat leerkrachten makkelijk aan de nodige informatie kunnen geraken. Breng dus zeker eens een bezoekje aan gezinsvormen.weebly.com.

Bibliografie

Websites

Cavaria. (s.d.). Draagmoederschap. Geraadpleegd op 27 december 2017, op https://cavaria.be/draagmoederschap.

Cavaria. (s.d.). Adoptie sinds 2006. Geraadpleegd op 27 december 2017, op https://cavaria.be/adoptie-sinds-2006.

Ensie. (2016, 29 december). Gezin. Geraadpleegd op 10 januari 2018, op https://www.ensie.nl/piet-van-der-ploeg/gezin.

Klasse. (2016, 1 januari). Je leerlingen groeien niet op in een traditioneel gezin. Geraadpleegd op 9 september 2017, op https://www.klasse.be/6952/leerlingen-groeien-niet-op-i-traditioneel-ge….

Nederlandse encyclopedie. (s.d.). Gezin. Geraadpleegd op 16 september 2017, op http://www.encyclo.nl/begrip/gezin.

Regionale Overleggroep Bijzondere Jeugdzorg. (s.d.). Begeleidingstehuizen. Geraadpleegd op 29 december 2017, op http://www.robj.be/index.php/voorzieningen/begeleidingstehuizen.

Van Dale. (2017). Betekenis ‘gezin’. Geraadpleegd op 16 september 2017, op http://www.vandale.nl/gratis-woordenboek/nederlands/betekenis/gezin#.Wl….

Vernooij, F. (2018, 1 januari). Bedrijfseconomische begrippen met een G. Geraadpleegd op 10 januari 2018, op https://www.fons-vernooij.nl/bb-site/hoofdg.html.

Wikiwoordenboek. (2017, 29 april). Gezin. Geraadpleegd op 16 september 2017, op https://nl.wiktionary.org/wiki/gezin.
 

Boeken

Appeldoorn, B., Goyens, M. & Willens J. (2013). Living together apart: scheiden als partner, samenleven als ouders. Tielt: Lannoo.

Bollen, D. & Witters, C. (2006). Een kind uit een pleeggezin in je klas. Antwerpen: Garant.

Boone, I. (2016). Personen-, familie- en familiaal vermogensrecht. Leuven: Acco.

Bossaerts, B. (2000). Leven in een eenoudergezin. Tielt: Uitgeverij Lannoo. 

Brus, A. (2012). Bammam & bamkids, hèt bamboek. Nijkerk: Uitgeverij van Brug.

Bronselaer, J. (2007). Impact op gedragsproblemen bij kinderen. In Vlaamse Overheid. De impact van een (echt)scheiding op kinderen en ex-partners. (p. 70-97). Brussel: s.n.

Bronselaer, J. (2007). Impact op de sociale relaties van kinderen. In Vlaamse Overheid. De impact van een (echt)scheiding op kinderen en ex-partners. (p. 113-129). Brussel: s.n.

Carrette, V. (2007). Impact op het psychologische welbevinden van kinderen. In Vlaamse Overheid. De impact van een (echt)scheiding op kinderen en ex-partners. (p. 38-69). Brussel: s.n.

Cavaria. (2013). Kleur bekennen. S.l.: s.n.

Colpin, H., De Munter, A., Kuti, K. & Vandemeulebroecke, L. (2004). Als je er alleen voor staat. Tielt: Uitgeverij Lannoo.

Corijn, M. (2007). Impact op de verdere relatie- en gezinsvorming bij kinderen. In Vlaamse Overheid. De impact van een (echt)scheiding op kinderen en ex-partners. (p. 130-147). Brussel: s.n.

Corijn, M. & Van Peer, C. (2013). Gezinstransities in Vlaanderen. Brussel: s.n.

Craeynest, K. (2007). Impact op het schools functioneren van kinderen. In Vlaamse Overheid. De impact van een (echt)scheiding op kinderen en ex-partners. (p. 98-112). Brussel: s.n.

Emmery, K. (2015). Jong met een hart voor familie. Tielt: Uitgeverij Lannoo.

Fauquant, A. (2016). Onderwijskunde 5: Focus op pubers. [cursustekst]. Brugge: Katholieke Hogeschool VIVES.

Fauquant, A. (2016). Onderwijskunde 5: Omgaan met moeilijke gezinssituaties en specifieke moeilijkheden bij jongeren.  [cursustekst]. Brugge: Katholieke Hogeschool VIVES.

Fauquant, A. (2016). Onderwijskunde 5: Oplossingsgericht werken. [cursustekst]. Brugge: Katholieke Hogeschool VIVES.

Genijn, K. (2013). Schooltas vol verdriet. Leuven: Acco.

Herbert, M. (1996). Echtscheiding. Baarn: Uitgeverij Intro.

Johnson, R.L., McCann V. & Zimbardo, P.G. (2013). Psychologie een inleiding. Amsterdam: Pearson Benelux.

Knaven, S. (2007). Welk gezin past bij jou? Haarlem: Uitgeverij J.H. Gottmer.

Lodewijckx, E. (2008). Veranderende leefvormen in het Vlaams gewest, 1990 – 2007 (en 2021). Brussel: s.n.

Maaskant, A. & Reinders, A. (2013). Pleegkinderen opvoeding, begeleiding en zorg. Tielt: Lannoo Campus.

Michielsen, D. (2005). Wennen & hechten. Amsterdam: Uitgeverij SWP.

Nagel, Y. (2006). Co-ouderschap. Het beste van twee ouders. Baarn: Uitgeverij De Kern.

Pleegzorg Vlaanderen (2016). Registratierapport 2016. Leuven: Pleegzorg Vlaanderen.

Put, E. (2004). 2 ouders apart. Tielt: Uitgeverij Lannoo.

Welscher, M. (2012). Adoptiepubers. Gesprekken met pubers en ouders. Nijkerk: Uitgeverij van Brug.

Willemse, A. (2004). Elke dag is pleegzorgdag. Tielt: Uitgeverij Lannoo.

Wolfs, R. (2008). De adoptiedialoog. Amsterdam: Uitgeverij SWP.

 

Audiovisuele bronnen

Columbus, C. (regie). (1993, 24 november). Mrs. Doubtfire. [Dvd]. Los Angeles: 20th Century Fox.

Karrewiet. (verslaggeving). (2017, 18 november). De week van Karrewiet. [tv-uitzending]. Brussel: VRT, Ketnet.

Universiteit of Hogeschool
Bachelor in het secundair onderwijs: Nederlands en project kunstvakken
Publicatiejaar
2018
Promotor(en)
Griet Vanwynsberghe
Kernwoorden
Share this on: