Naar een zuivere conceptueel-theoretische toepassing van het belang van het kind in het strafrecht. De strafrechtelijke toepassing van artikel 3 IVRK in de kinderschoenen.

Elise Blondeel
Deze masterproef handelt over de huidige problematische wisselwerking tussen enerzijds het strafrechtskader en anderzijds de implementatie van artikel 3 van het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind.
Het is actueel onduidelijk welke mogelijkheden diverse actoren van de strafrechtsketen hebben om beide kaders op elkaar af te stemmen en op die manier te komen tot strafrechtelijke beslissingen die ‘het belang van het kind’ waarborgen. De casus van internationale parentale ontvoering wordt gebruikt om deze problematiek te concretiseren.

Parentale ontvoering: een juridische oplossing in de kinderschoenen.

Parentale ontvoering: een juridische oplossing in de kinderschoenen.

 

Significante problematiek: jaarlijks duizenden kinderen slachtoffer

386. Dat is het aantal kinderen dat in 2017 in ons land alleen al door één van de ouders onrechtmatig overgebracht werd naar, of ongeoorloofd achtergehouden werd in, het buitenland. Op EU-schaal komt dit neer op duizenden kinderen per jaar. Krantenkoppen spreken over een ‘zorgwekkende stijging’ en over de noodzaak om maatregelen te nemen. Heel wat maatschappelijke aandacht gaat naar deze problematiek. Terecht. Want het hoeft geen betoog dat het inzetten van deze kinderen als speelbal in een conflictueuze gezinssituatie ze tot slachtoffer maakt. Europese studies bevestigen de bevindingen van Child Focus. De getroffen kinderen worden onvoldoende betrokken in de juridische procedure die tot een oplossing ‘in het belang van het kind’ zou moeten leiden. 

Opvallend is echter dat een juridisch adequate vertaling van het maatschappelijk aanvoelen dat iets moet gedaan worden aan het welzijn van deze ontvoerde kinderen vooralsnog ontbreekt. 

Dansen op een slappe koord tussen recht en welzijn

Deze adequate juridische vertaalslag dient in staat te zijn de grote diversiteit aan situaties op een correcte manier af te handelen. Een rigide juridisch kader voldoende soepel toepassen op een dynamisch fenomeen zoals kinderontvoering is allerminst een sinecure. Bovendien ontstaat bij parentale ontvoering een heus spinnenweb aan procedures, door twee complicerende factoren die om de hoek komen kijken. Bij deze dossiers is allereerst sprake van een samenspel van verschillende rechtstakken: enerzijds burgerlijk recht en anderzijds strafrecht. Ten tweede voltrekt het misdrijf zich over de landsgrenzen heen waardoor er naast een nationale reactie ook nood is aan een internationaal optreden. De wetgever staat voor de uitdaging de kinderen te bevrijden uit het juridische kluwen aan beslissingen.

Een fictief voorbeeld maakt veel duidelijk. Ontmoet Iwan, het zoontje van een Poolse papa en een Belgische mama. Ernstig partnergeweld heeft aanleiding gegeven tot een vechtscheiding. Na escalatie van het huiselijk geweld vreest mama voor Iwans veiligheid. Op een dag beslist papa zijn zoon mee te nemen naar Polen. Mama is er het hart van in. De burgerlijke rechter, die beslist over de verblijfsplaats van Iwan, stelt in zijn vonnis dat Iwan moet terugkeren naar mama in België. De strafrechter besluit papa te vervolgen voor het plegen van het misdrijf parentale ontvoering. Maar stel nu dat Iwan ontvoerd werd door mama, uit bescherming voor het geweld van haar ex-partner. Waarschijnlijk is een terugkeer hier net niét in het belang van Iwan. Een vervolging van mama lijkt dan ook allerminst adequaat, want wat gebeurt er dan met Iwan? Stof tot nadenken.

Cruciaal is dat beide procedures los van elkaar staan en hun eigen finaliteit nastreven. Een burgerlijke beslissing over het verblijf van het kind in het voordeel van de ontvoerende ouder is dus mogelijk. Maar wat als deze ouder, die de zorg voor het kind draagt, toch vervolgd wordt? Beide beslissingen zijn duidelijk niet op elkaar afgestemd.

Mijn scriptie onderzoekt op welke wijze “het belang van het kind” een plaats verdient in en zich verhoudt ten opzichte van het strafrechtelijke aspect van de juridische afhandeling van het fenomeen van kinderontvoering.

In het belang van het kind

Onderzoek naar de toepassing van “het belang van het kind” in (straf)procedures is broodnodig. Het is namelijk zo dat ons land, door het ondertekenen van het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind (IVRK), een internationale verplichting heeft aangegaan artikel 3 na te leven. Het IVRK vereist in zijn artikel 3 dat in alle beslissingen betreffende kinderen hun belangen de eerste overweging vormen. Problematisch is echter de huidige enge interpretatie van het artikel. Daarbij wordt artikel 3 enkel toegepast op procedures waarin kinderen rechtstreeks betrokken zijn als verweerder, slachtoffer of getuige. Nochtans pleit het VN-Kinderrechtencomité voor een ruime toepassing van de vereiste “in het belang van het kind” op alle procedures die een significante impact zullen hebben op het kind. Duidelijk is dat de beslissing om de ontvoerende ouder al dan niet te vervolgen voldoet aan deze vereiste.

Noodzakelijke toepassing van artikel 3 IVRK in de strafprocedure

Ik vertegenwoordig sterk het standpunt dat “het belang van het kind” gerespecteerd moet worden in àlle juridische beslissingen: niet alleen in de burgerrechtelijke, maar ook in de strafprocedure. De juridische probleemstelling gaat echter nog verder dan de toepassing van artikel 3 IVRK in de strafprocedure alleen. Momenteel is het zo dat beide beslissingen – de burgerlijke en de strafrechtelijke – elkaar kunnen ondergraven en zo het belang van het kind in het gedrang brengen. In de huidige stand van zaken verhinderen diverse problemen van juridisch-technische aard een goede afhandeling en afstemming van beide procedures. Deze knelpunten situeren zich op de verschillende echelons van de strafrechtsbedeling: zowel op wetgevend, strafvervolgend en straftoemetend niveau. Het onderzoek focust op de mate waarin er binnen strafrechtsinstrumenten ruimte gelaten wordt om rekening te houden met eerdere burgerrechtelijke beslissingen “in het belang van het kind”, zonder afbreuk te doen aan de autonomie en in bepaalde mate ook suprematie of voorrang van het strafrecht. Dit gebeurt door een rechtspraakanalyse en een conceptuele denkoefening voor de verschillende cruciale actoren in de volledige strafprocedure: wetgever, openbaar ministerie en strafrechter. Het onderzoek focust met andere woorden niet alleen op het waarom van de toepassing van artikel 3 IVRK op het strafrecht, maar geeft ook aan hoe dat moet en kan gebeuren in ons huidige strafrecht.

Kinderrechtendiscours uit de schaduw van het strafrecht

Deze knelpunten die kunnen leiden tot nefaste beslissingen voor het betrokken kind maken duidelijk dat het hoog tijd is voor het ontwikkelen van een monitoringsmechanisme om deze juridische beslissingen te stroomlijnen. Artikel 3 op een correcte manier toepassen op de strafprocedure is een eerste stap richting een zuiver conceptueel kader waarin het kinderrechtendiscours niet langer overschaduwd wordt door het juridische kluwen aan beslissingen. Ooit zei Kofi Annan voor de Verenigde Naties “We must put the best interests of children at the heart of all decision-making.” Laat ons die woorden verwezenlijken, want alleenzo zal de schreeuw om hulp van de 386 kinderen niet langer hulpeloos klinken. 

Bibliografie

Wetenschappelijke literatuur

Alen, A., & Pas, W. (1996). The UN convention on the rights of the child’s self-executing character. Monitoring children’s rights, 165-186

Arnou, P. (1986). Het gezag van gewijsde van de vrijspraak of buitenvervolgingstelling voor de burgerlijke rechter. Verstraeten, R., Strafprocesrecht voor rechtspractici, Leuven-Amersfoort, Acco, 163-189.

Beaumont, P. R., & McEleavy, P. E. (1999). The Hague Convention on international child abduction. Oxford University Press

Beyens, K. (2000).Straffen als sociale praktijk. Een penologisch onderzoek naar straftoemeting, Brussel: VUBPress.

Blomqvist, P., Heimer, M. (2016) Equal Parenting when Families Break Apart: Alternating Residence and the Best Interests of the Child in Sweden. Social Policy & Administration, 50, 7, 787-804 

Blondeel E., De Bondt, W. (2017) Verblijfsco-ouderschap: komt het welzijn van het kind tot zijn recht? Een kritische benadering van het huidig juridisch kader. 

Boswell, G. (2002). Imprisoned fathers: The children’s view. The Howard Journal of Criminal Justice, 41(1), 14-26

Bouckaert, S. (2006). Het recht op maatschappelijke dienstverlening van minderjarige vreemdelingen in illegaal verblijf. Een stand van zaken van de rechtspraak. Tijdschrift voor Jeugd en Kinderrechten, (2), 101-117

Centrum Internationale Kinderontvoering (2017), Bouncing Back: Ensuring the Well-being of children in judicial cooperation in cases of international child abduction, funded by the 

Europion Union, geraadpleegd op 3 februari 2018, http://missingchildreneurope.eu/mediator/researchreport/categoryid/2

Child Rights International Network (2016). Rights, Remedies and Representation: A global report on access to justice for children.

Cleiren, C. P. M., & Frielink, P. M. (2010). Het opportuniteitsbeginsel (Redactioneel). Strafblad8, 3

Dallaire, D. (2007). Children with incarcerated mothers: Developmental outcomes, special challenges and recommendations, Journal of Applied Developmental Psychology (1),15-24

De Bondt, W. (2014). De speelruimte van de EU om zich te bemoeien met de nationaal voorziene strafmaten. In Pauwels, L. & Vermeulen, G. (Eds.), Actuele ontwikkelingen inzake EU Justitiebeleid, canabisbeleid, misdaad en straf, jongeren en jeugdzorg, internationale vrede, veiligheid en gerechtigheid, gewelddadig extremisme & private veiligheid en zelfregulering (Vol. 7, pp. 66–89). Antwerpen: Maklu.

Decaigny, T. (2014). Onderzoeksrechter of rechter van het onderzoek: elementen in het debat. Rechtskundig Weekblad77, 923-933.

de Keijser, J.W. (2001). Theoretische reflectie: de vergeten basis voor een bezonnen rechtspleging. Delikt en Delinkwent, 392.

De Kezel, E. (1999). Het begrip het belang van het kind. Rechtkundig Weekblad,1163–1167.

De Laet, L., & Van De Voorde, R. (2010). Kinderen als wapen en prooi in vechtscheidingssituaties. Signaal, 71, 4-25.

Demarré, H. (2010). Strafrechtelijke aanpak ouderontvoering niet altijd productief, Juristenkrant, 10-11.

Demo, D. H., & Acock, A. C. (1988). The impact of divorce on children. Journal of Marriage and the Family, 619-648.

De Nauw, A., Inleiding tot het bijzonder strafrecht, Mechelen, Wolters Kluwer, 2010, 242.

Denzin, N. K. (1970). Sociological methods: a sourcebook. London: Butterworth.

de Roos, T. (2007). Experimenteren met sancties? Strafrechtstheoretische kanttekeningen bij een empirischwetenschappelijke trend. Tijdschrift voor Criminologie

De Smet, B. (2005). Jeugdbeschermingsrecht in kort bestek (Vol. 5). Intersentia nv.

Deschuyteneer, L. (2015). Recent case law of the European Court of Human rights on international parental child abduction. The application of Articles 6 and 8 of the European 

Convention on Human Rights. Journal for International Private Law (2),148-161.

De Smet, B. (2015). ‘Niet-afgifte van kinderen’ in Vandeplas, A., Arnou, P. (eds.), Strafrecht en strafvordering. Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, Mechelen, Kluwer, 148-149

Desmet, E., Beeck, O. D., & Vandenhole, W. (2012). Evaluatie van de kind-en jongereneffectrapportage (JoKER). Gent: Keki

Duker, M. (2003). Legitieme straftoemeting: Een onderzoek naar de legitimiteit van de straftoemeting in het licht van het gelijkheidsbeginsel, het democratiebeginsel en het beginsel van een eerlijke procesvoering. Den Haag: Boom Juridische Uitgevers

Elster, J. (1989). Solomonic judgements: Studies in the limitation of rationality. Cambridge University Press., 123-174

Fijnaut, C., Van Daele, D., & Parmentier, S. (2000). Een openbaar ministerie voor de 21ste eeuw. Leuven: Universitaire pers.

Freeman, M. (2014). Parental Child Abduction: The Long-Term Effects, geraadpleegd op 1 april 2018, http://www.childabduction.org.uk/images/longtermeffects.pdf

Frielink, P. M. (2010). De positieve interpretatie van het opportuniteitsbeginsel.Ars Aequi, 59(10), 730-732

Funderburk, C. (2013). Best Interest of the Child Should Not Be an Ambiguous Term. Child. Legal Rts. J.33, 229.

Geelhoed, W. (2012). Europeanisering van het algemeen belang in de strafrechtelijke handhaving. Nederlands Juristenblad, 5.

Geelhoed, W. (2013). Het opportuniteitsbeginsel en het recht van de Europese Unie: een onderzoek naar de betekenis van strafvorderlijke beleidsvrijheid in de geëuropeaniseerde rechtsorde. Kluwer: Deventer.

Goossens, R. Het belang van het kind: onderzoek naar het gebruik van het argument 'het is in het belang van het kind' in jeugdbeschermingzaken, Wordpress, geraadpleegd op 20 maart 2018,  http://www.riangoossens.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/02/Het-bel….

Greif, G.L. (2000). A Parental Report on the Long-Term Consequences for Children of Abduction by the Other Parent, Child Psychiatry and Human Development, 31 (1), 59-78

Groenhuijsen, M. S. (2013). Afrondende en overkoepelende beschouwingen over het thema privatisering van het strafrecht. Ars Aequi62(7/8), 606-614.

Groenhuijsen, M. S., & Hartveld, A. (2005). Het slachtoffer in het brandpunt van dynamiek en stabiliteit van het systeem van strafprocesrecht. AE Harteveld, DH de Jong & EF Stamhuis (red.). Systeem in ontwikkeling: liber amicorum G. Knigge, 171-187.

Gutwirth, S. & De Hert, P. (2001). Een theoretische onderbouw voor een legitiem strafproces. Reflecties over procesculturen, de doelstellingen van de straf, de plaats van het strafrecht en de rol van slachtoffers, Delikt en Delinkwent, 1048-1087.

Haeck, Y., & Burbano Herrera, C. (2011). Procederen voor het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Intersentia Publishers.

Hanson, K. (2000). Directe werking van het IVRK en'het belang van het kind': noot onder Cass. 31 maart 1999, Cass. 4 november 1999 en Cass. 10 november 1999. Tijdschrift voor Jeugdrecht en Kinderrechten,2, 63-66.

Herbots, K., & Put, J. (2010). De grondwettelijke verankering van kinderrechten. Tijdschrift voor Jeugdrecht en Kinderrechten11(1), 9-19.

Hildebrandt, M. (1998). Slachtofferschap en de legitimatie van het strafrecht. Rechtfilosofie & Rechtstheorie27(1), 39.

Hissel, S., Bijleveld, C. & Kruttschnitt C. (2010). The well-being of children of incarcerated mothers: An exploratory study for the Netherlands, European Journal of Criminology, 346-360.

Kalverboer, M. E., & Beltman, D. General Comment nummer 14 in vreemdelingenprocedures: de toepassing van General Comment 14 van het VN-Kinderrechtencomité ter doorbreking van de impasse ten aanzien van het “belang-van-het-kind”-beginsel in vreemdelingenprocedures. General Comment, (14), 7-8.

Kelk, C., & Silvis, J. (1992). Vrijheid inzake straftoemeting. Justitiële Verkenningen, 18(8), 8-22.

Keller, H., Grover, L. (2012), General Comments of the Human Rights Committee and their legitimacy, in: H. Keller & G. Ulfstein (red.), UN human rights treaty bodies: law and legitimacy, Cambridge: Cambridge University Press, 2012, p. 127.

Klimek, L. (2016). European arrest warrant. Springer.

Kruger, T. (2010). Studie internationale kinderontvoering door ouders van en naar België in 2007 en 2008: een synopsis. Tijdschrift voor internationaal privaatrecht.-Gent, (1), 143-151

Kruger, T. (2011). International child abduction: the inadequacies of the law. Bloomsbury Publishing.

Kwakman, N. J. M. (2010). Het Openbaar Ministerie en slachtoffers van delicten. Sdu-uitgevers;

Lauwereys, H. (2017). Wat met (de rechten van) de kinderen?
De relevantie van de gezinssituatie bij de bestraffing van volwassenen. Panopticon (39)(2)

LIBE (2015). Cross-border parental child abduction in the European Union, Study conducted by the Swiss Institute of Comparative Law, for the Committee on Civil Liberties, Justice and Home Affairs of the European Parliament


Liefaard, T., & Doek, J. E. (2015). Kinderrechten in de rechtspraak: een internationaal perspectief. Tijdschrift voor Familie-en Jeugdrecht2015(12), 6.

McEleavy, P. (2015). The European Court of Human Rights and the Hague Child Abduction Convention: Prioritising Return or Reflection?. Netherlands International Law Review62(3), 365-405.

Merckx, E. (2015). Het belang van het kind en gezinshereniging onder art. 8 EVRM na het arrest-Jeunesse. Tijdschtift voor Vreemdelingenrecht,(4),258–269.

Montori, V. M., Swiontkowski, M. F., & Cook, D. J. (2003). Methodologic issues in systematic reviews and meta-analyses. Clinical orthopaedics and related research413, 43-54.

Pérez-Vera, E., Explanatory Report on the 1980 Hague Child Abduction Convention, Den Haag, HccH, 1982, 18-19.

Reneman, A. M. (2011). Het Kinderrechtenverdrag krijgt tanden: over hoe het VN Verdrag inzake de Rechten van het Kind via het EU-recht en het EVRM binnendringt in het Nederlandse vreemdelingenrecht. Asiel & Migrantenrecht2011, 14.

Reynaert, D. (2007). Het belang van het kind: zoektocht naar de lading voor een vlag. Tijdschrift voor Jeugdrecht en Kinderrechten, 8(4), 203–205.

Rood-De Boer, M. (1988). Met het oog op het belang van het kind : opstellen aangeboden aan professor mr. Madzy Rood-de Boer ter gelegenheid van haar emeritaat. Deventer: Kluwer

Rozie, J., Vandermeersch, D., De Herdt, J., Debauche, M., & Taeymans, M. (2017). Commissie voor de hervorming van het strafrecht. Voorstel van voorontwerp van boek I van het strafwetboek. Brugge: Die Keure

Schmidt, A. (1992). Een databank voor straftoemeting. Justitiële Verkenningen, 18(8), 23-41

Smets, S. (2013). De doorwerking van het Kinderrechtenverdrag in de rechtspraak van het EHRM, Tijdschrift voor Jeugd- en Kinderrechten (2), 82-89

Smyth, C. (2015). The Best Interests of the Child in the Expulsion and First-entry Jurisprudence of the European Court of Human Rights: How Principled is the Court’s Use of the Principle? European Journal of Migration and Law17(1), 70-103.

Snacken, S. (2017). Waarom straffen? Wie? Hoe?. Justitie 2020. Straffen: waarom? hoe?/Justice 2020. Punir: pourquoi? Comment?, 27.

Spijkerboer, T. (2009). Structural instability: Strasbourg case law on children's family reunion. European Journal of Migration and law11(3), 271-293.

Stevens, L. (2010). Internationale parentale ontvoering en het belang van het tijdsverloop: noot bij Neulinger and Shuruk v. Switzerland, EHRM 6 juli 2010 (GK), nr. 41615/07. Tijdschrift voor Mensenrechten8(3), 15-16.

Sykes, B. & Pettit, B. (2015), Severe Deprivation and System Inclusion Among Children of Incarcerated Parents in the United States After the Great Recession, Journal of Social Sciences, 108-136

Van Assche, C. (2012). Het Grondwettelijk Hof en Het Internationaal Recht Je t'Aime, Moi non Plus. Rev. BDI45, 438.

Van Bueren, G. (1995). The international law on the rights of the child. Dordrecht: Nijhoff.

Vandaele A. (1999). De directe werking van het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind: een stand van zaken, in: Verhellen, E., o.a (red.), Kinderrechtengids.

Vandaele, A. (2000). Een vergiftigd verjaardagsgeschenk van het Hof van cassatie bij de tiende verjaardag van het Internationaal verdrag inzake de rechten van het kind. Rechtskundig weekblad.64(7), 233-238.

Van Daele, D. (2010). Het opportuniteitsbeginsel en de afhandeling van strafzaken in België. Strafblad8(3), 194-206.

Vandenhole, W. (2010). Kan belang van kind ontvoering door ouder verantwoorden?, De juristenkrant: een actuele kijk op het recht217, 6.

Vander Beken, T. (1999). Forumkeuze in het internationaal strafrecht : verdeling van misdrijven met aanknopingspunten in meerdere staten. Antwerpen: Maklu

Van Wingerden, S. G. C., & Wermink, H. T. (2015). Een normatieve kijk op de rol van daderkenmerken bij straftoemetingsbeslissingen. Trema Straftoemetingsbulletin38, 11.

Verbeke, A. L. (2014). Bemiddelen voor het geschil: Family Governance. Tijdschrift voor Privaatrecht, (3), 969-983.

Verbruggen, F., (2004), Aspecten van internationalisering van het strafrecht. In Van Daele, D., Verstraeten, R., Verbruggen, F., & Spriet, B (Eds.), Straf(proces)recht. Brugge: Die Keure.

Verhellen, E. (2000). Verdrag inzake de rechten van het kind: achtergronden, motieven, strategieën, hoofdlijnen. Garant.

Verheyde, M. (2003). Internationale parentale ontvoeringen. Nieuw Juridisch Weekblad, 43, 990-995.

Verschelden, G. (2013). Het belang van het kind in het komende afstammingsrecht: considerans voor de wetgever, niet voor de rechter, Tijdschrift voor Familierecht(98) 99.

Verstraete, L. (1974). Het belang van het kind als beleidsnorm voor de rechter. Jura Falconis, 11 (2), 183-190.

Verstraeten, R. (2003). Handboek strafvordering. 3e bijgewerkte druk Antwerpen: Maklu 

Verstraeten, R., Verbruggen, F. (2006). Strafrecht en strafprocesrecht voor bachelors. Antwerpen: Maklu.

Verstraeten, R., Verbruggen, F. (2017). Strafrecht en strafprocesrecht voor bachelors. 10e herziene uitgave Antwerpen: Maklu.

Verstraeten, R., Van Daele, D., Bailleux, A., & Huysmans, J. (2012). De burgerlijke partijstelling : analyse en toekomstperspectief : een rechtsvergelijkende studie. Antwerpen: Intersentia.

Von Bogdandy, A. (2008). Pluralism, direct effect, and the ultimate say: On the relationship between international and domestic constitutional law. International Journal of Constitutional Law6(3-4), 397-413.

Walker, L. (2010). The impact of the Hague Abduction Convention on the rights of the family in the case-law of the European Court of Human Rights and the UN Human Rights Committee: the danger of Neulinger. Journal of private international law6(3), 649-682.

Wayne, R. H. (2008). The Best Interests of the Child: A Silent Standard—Will You Know It When You Hear It?. Journal of Public Child Welfare2(1), 33-49.

Wylleman, A. (1988). Het gezag van gewijsde: uitdrukking van het rechterlijk gezag. Tijdschrift voor privaatrecht,33-88

Zermatten, J. (2010). The best interests of the child principle: Literal analysis and function. The International Journal of Children's Rights18(4), 483-499.

 

Wetgeving en beleidsdocumenten

Artikel 432, Belgisch Strafwetboek, 8 juni 1867

Artikel 28quater, Belgisch Wetboek van Strafvordering, 17 november 1808

Artikel 138, Gerechtelijk wetboek, 10 oktober 1967

Artikel 9 Internationaal verdrag 20 november 1989 inzake de rechten van het kind opgemaakt te New-York, B.S17 januari 1992. 

Artikel 3 Internationaal verdrag 20 november 1989 inzake de rechten van het kind opgemaakt te New-York, B.S 17 januari 1992. 

Artikel 11 Internationaal verdrag 20 november 1989 inzake de rechten van het kind opgemaakt te New-York, B.S 17 januari 1992. 

Artikel 4 Voorafgaande Titel, Belgisch Wetboek van Strafvordering, 17 november 1808

Council of Europe, Recommendation CM/Rec(2018)5 of the Committee of Ministers to member States concerning children with imprisoned parents, Adopted by the Committee of Ministers on 4 April 2018 at the 1312th meeting of the Ministers' Deputies

Decreet houdende instelling van het kindeffectrapport en de toetsing van het regeringsbeleid aan de naleving van de rechten van het kind, 15 juli 1997, BS 7 oktober 1997.


European Union: Council of the European Union, Council Framework Decision 2002/584 on the European Arrest Warrant and the Surrender Procedures between Member States, 13 June 2002, -002/584/JHA, geraadpleegd op 12 maart 2018, http://www.refworld.org/docid/3ddcfc495.html

Europese Commissie (2011). Communicatie van de Europese Commissie, Een EU-agenda voor de rechten van het kind, COM(2011)60.

FRA (2017) Child-friendly justice,Perspectives and experiences of children involved in judicial proceedings as victims, witnesses or parties in nine EU Member States, Luxembourg, Publications Office. 

Geens, K. (2016). De sprong naar het recht voor morgen, hercodificatie van de basiswetgeving.

Herziening van art. 22bis van de Grondwet, Parl.St. Kamer 2007-08, nr. 52-0175/001,6 en nr. 52-0175/005, 13 en 31-32; herziening van art. 22bis van de Grondwet, teneinde een lid toe te voegen betreffende de bescherming van aanvullende rechten van het kind, Parl.St. Senaat 2004-05, nr. 3-265/3, 5.

Outline Haags Kinderontvoeringsverdrag; art. 1 Haags Kinderontvoeringsverdrag; 

Raad van Europa (2010). Richtlijnen van het Comité van Ministers van de Raad van Europa over Kindvriendelijke justitie, 17 November 2010, CM/Del/Dec(2010)1098/10.2abc-app6.

RvS 29 mei 2013, nr. 223.630, 10-11.

UN Committee on the Rights of the Child (CRC) (2003). General Comment No. 5.(2003) General measures of implementation of the Convention on the Rights of the Child, UN Doc. CRC/GC/2003/5, 27 november 2003. 

UN Committee on the Rights of the Child (CRC) (2013). General comment No. 14 (2013) on the right of the child to have his or her best interests taken as a primary consideration (art. 3, para. 1), UN Doc. CRC /C/GC/14.

Vanobbergen, B. (2017), Jaarverslag Kinderrechtencommissariaat 2016-2017 ‘Waar is mijn thuis?’, Kinderrechtencommissariaat: Brussel.

Verordening 2201/2003/EG van 27 november 2003 van de Raad betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en tot intrekking van Verordening nr. 1347/2000/ EG, P.B, L. 338, 23 december 2003. 

Wet 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie

Wet 1 augustus 1985 houdende de goedkeuring van het Europees Verdrag van Luxemburg betreffende de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen inzake het gezag over kinderen en betreffende het herstel van het gezag over kinderen, opgemaakt te Luxemburg op 20 mei 1980, BS 11 december 1985 

Wet 10 augustus 1998 houdende instemming met het verdrag betreffende de burgerlijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen, opgemaakt te ’s-Gravenhage op 25 oktober 1980, tot opheffing van de artikelen 2 en 3 van de wet van 1 augustus 1985 houdende de goedkeuring van het Europees Verdrag van Luxemburg betreffende de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen inzake het gezag over kinderen en betreffende het herstel van het gezag over kinderen, opgemaakt te Luxemburg op 20 mei 1980, BS 24 april 1999.

Wet van 21 februari 2014 houdende instemming met het Facultatief Protocol bij het Verdrag inzake de Rechten van het Kind betreffende een mededelingsprocedure, aangenomen te New York op 19 december 2011, BS 20 augustus 2014, 60.987

Wet van 10 april 2014 tot invoering van de probatie als autonome straf in het Strafwetboek en tot wijziging van het Wetboek van strafvordering en de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, BS 19 juni 2014, 46200.

Wet van 6 juli 2017 houdende vereenvoudiging, harmonisering, informatisering en modernisering van bepalingen van burgerlijke recht en van burgerlijk procesrecht alsook van het notariaat, en houdende diverse bepalingen inzake justitie (1), BS24 juli 2017

Wetsontwerp tot invoering van de probatie als autonome straf in het Strafwetboek, tot wijziging van het Wetboek van strafvordering, het Gerechtelijk Wetboek en de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, Parl.St. Kamer 8 januari 2014, nr. 3274/001

 

Rechtspraak

Cassatie, 13 februari 1978, 701

Cass. 4 november 1999, AR. C.99.0048.N

Cass. 10 november 1999, AR P.99.0689.F

Cass. 2 maart 2012, AR. C.10.0685.F.

Cass. 14 oktober 2003, AR P.03.0591.N, RTDF 2005, 631-633.

Grondwettelijk Hof, Brno, TZ 90/2017, 7 augustus 2017

Juan Asensi Martínez v. Paraguay, Nr. 1407/2005, Menrechtencomité, 24 april 2009

 Léopold Dumont de Chassart v. Italy, Nr. 1229/2003, Mensenrechtencomité, 14 september 2006

Maumousseau and Washington v. France, nr. 39388/05, EHRM, 6 december 2007

Neulinger and Shuruk v. Switzerland, nr. 41615/07, EHRM, 6 juli 2010

X v. Latvia nr.27853/09, EHRM, 26 november 2013

Zoltowskiv. Australia, Nr.2279/2013, Mensenrechtencomité, 7 december 2015

 

Andere:

Blondeel E., De Bondt, W. (2017) Verblijfsco-ouderschap: komt het welzijn van het kind tot zijn recht? Een kritische benadering van het huid juridisch kader. 

Child focus. Jaarverslag 2016. Brussel: Europees centrum voor vermiste en seksueel uitgebuite kinderen.

Child focus. Jaarverslag 2017. Brussel: Europees centrum voor vermiste en seksueel uitgebuite kinderen.

Child Focus (2017). Bemiddeling in internationale kinderontvoeringen: een proefproject, geraadpleegd op 23 april 2018, van http://www.childfocus.be/nl/nieuws/bemiddeling-in-internationale-kinder…

Europese Commissie, Europees Aanhoudingsbevel, geraadpleegd op 23 maart 2018, https://e-justice.europa.eu/content_european_arrest_warrant-90-nl.do

FOD Justitie (2018), Brochure: het Openbaar Ministerie, geraadpleegd op 30 maart 2018, http://www.om-mp.be/om_mp/files/en-savoir-plus/brochures/NL/15a-Het%20O…

Geens, K. (2017) Potpourri V, geraadpleegd op 25 april 2018 van https://www.koengeens.be/policy/potpourri-v

Kinderrechtencomité, (2017), “Kinderrechtencomité”, geraadpleegd op 2 november 2017, https://www.kinderrechten.nl/professionals/kinderrechtencomite/

Kinderrechtencommissariaat (2013), VN-Kinderrechtencomité verduidelijkt ‘belang van het kind’, geraadpleegd op 16 februari 2018, van https://www.kinderrechtencommissariaat.be/actueel/vn-kinderrechtencomit…-‘belang-van-het-kind’

Kinderrechtencommissariaat (2018), Rapporten en slotbeschouwingen, geraadpleegd op 23 april 2018, van https://www.kinderrechtencommissariaat.be/rapporten-en-slotbeschouwingen

Kinderrechtencommissariaat (2018), Alternatieve rapporten werpen kritische blik op naleving kinderrechten in België, geraadpleegd op 23 april 2018, van https://www.kinderrechtencommissariaat.be/actueel/alternatieve-rapporte…

 

Universiteit of Hogeschool
Master of Science in de Criminologische Wetenschappen
Publicatiejaar
2018
Promotor(en)
Wendy De Bondt
Kernwoorden
Share this on: