Oriënteringsproeven voor het vak wiskunde

Hasan Demir
De eerste keuze in verband met wiskunde gebeurt bij de overgang van de eerste graad naar de tweede graad secundair onderwijs. Om de wiskundige competenties van de leerlingen zo adequaat mogelijk te evalueren, heb ik enkele oriënteringsproeven opgesteld van getallenleer en meetkunde. De manier van evalueren is minstens zo belangrijk. Differentiatie, samenwerken en zelfevaluatie zijn hierbij de belangrijkste pijlers.

Oriënteringsproeven in het vak wiskunde

Inleiding

In het secundair onderwijs gebeurt de eerste studiekeuze in verband met wiskunde bij de overgang van de eerste graad A-stroom naar de tweede graad ASO. Deze keuze vind ik persoonlijk heel belangrijk. Enerzijds zijn er leerlingen die hun talenten overschatten en anderzijds zijn er leerlingen die zich niet bewust zijn van hun wiskundige capaciteiten en hierdoor de verkeerde keuze maken. Het is dus nodig om een duidelijk beeld te hebben van de al dan niet bereikte doelstellingen in de eerste graad A-stroom. Uit het literatuuronderzoek kunnen we besluiten dat het belangrijk is om competentiegericht te evalueren als we deze competenties in kaart willen brengen. Evaluatie moet als doel hebben het leren te bevorderen en feedback is hierbij cruciaal. Ook is het belangrijk om op frequente basis te evalueren om daarna tijdig bij te sturen. Hiervoor heb ik oriënteringsproeven ontwikkeld die voldoen aan deze voorwaarden van competentiegericht evalueren. Bij de proeven heb ik de focus gelegd op twee deelgebieden van het leerplan VVKSO, nl. het rekenen met gehele getallen en transformaties. De oriënteringsproeven zijn opgesteld voor een secundaire school die het leerplan VVKSO volgt, maar kan ook gebruikt worden door andere scholen die dit leerplan volgen.

Differentiatie

Differentiatie is onmisbaar bij deze manier van evalueren. Iedere leerling moet uitgedaagd worden op zijn/haar niveau. Maar door alleen te focussen op de cognitieve aspecten, is het niet mogelijk om maximaal te differentiëren. Verder is het belangrijk om in te spelen op de interesses van de leerlingen. Wanneer leerlingen geprikkeld worden met zaken uit hun leefwereld, heeft dit een positieve invloed op de motivatie. In de bijlage van mijn bachelorproef heb ik enkele afbeeldingen en raadsels opgenomen die eventueel toegevoegd kunnen worden aan dergelijke proeven. Bovendien heeft niet elke leerling hetzelfde leerprofiel. Ieder heeft namelijk een bepaalde leeromgeving waarin hij/zij efficiënt kan leren. Bij het afnemen van de proeven heb ik een uitbreidingsmogelijkheid voorzien waarbij de leerlingen de proef verbeteren met een medeleerling. Ook heb ik visuele ondersteuning en geheugensteuntjes opgenomen bij de remediëring. Ten slotte is er een mogelijkheid om te leren in een ICT-context. Ik heb een instructievideo gemaakt die ze op elk moment kunnen bekijken door het scannen van een QR-code. Bij de oriënteringsproeven differentieer ik dus niet alleen op vlak van leerstatus, maar ook naar leerprofiel en interesses.

Werkwijze en resultaat

Bij het afnemen van de proeven doorloop ik vier stappen, waarvan de tweede stap optioneel is. De eerste stap is het individueel laten oplossen van de basisoefeningen door de leerlingen. Het is aangeraden om deze basisproef in de klas af te nemen nadat de leerlingen voldoende oefenmomenten hebben gehad. Deze proef wordt competentiegericht geëvalueerd en verbeterd door de leerkracht en er wordt genoteerd welke doelstellingen al dan niet voldoende bereikt zijn. De tweede stap is het vergelijken van de oplossingen met die van een medeleerling. De leerkracht deelt deze groepen in op basis van leerstatus. Hierdoor krijgen de leerlingen de kans om van elkaar te leren. Op basis van de resultaten van de individuele basisproef krijgt de leerling bij de derde stap remediërings- of verdiepings- oefeningen. In geval van tijdsnood, kunnen deze oefeningen meegegeven worden als huistaak. De verantwoordelijkheid wordt hierdoor deels verschoven naar de leerling. De vierde stap is het reflecteren van de behaalde resultaten op deze oriënteringsproeven (basisproef, remediëring en verdieping) gedurende het schooljaar. Op basis hiervan en andere relevante informatie kan de leerkracht na overleg met de klassenraden de leerling oriënteren naar een studierichting met 4 of 5 uren wiskunde.

Bibliografie

Belga (2013, 25 november). “Watervalsysteem is niet beter dan zittenblijven”. Geraadpleegd op 12 december 2017, van http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/binnenland/1.1786806# De Standaard. (2001). “Humor in de klas werkt”. Geraadpleegd op 3 juni 2018, van http://www.standaard.be/cnt/dmf20110824_176 Gemeenschapsonderwijs (2005, 1 september). “Leerplan tweede graad ASO”. 2005/044 Hooft van Huysduynen, P. (2007). “Wat verstaan leerlignen onder grappig docentgedrag?” Utrecht University Repository Jansen, P. (2002). Competenties en constructen. Arbeids- en organisatiepsychologische wetenschap en de praktijk van competentiemanagement. Gedrag & Organisatie, 2-18. Janssen, T., Trio, M., Kelchtermans, R., Dierckx, L, Orye, A. (2017). Evalueren om te leren – Cursustekst opvoedkunde 2a, 8-10. Kerpel, A. (2014, 1 juni). “Differentiatie”. Geraadpleegd op 27 december 2017, van https://wijleren.nl/differentiatie-uitleg.php Kessels, J. (1999a). Het verwerven van competenties: kennis als bekwaamheid. Opleiding & Ontwikkeling, 20-22. Kessels, J. (1999b). Het einde van strategisch opleiden? Opleiding & Ontwikkeling, 27-33. Klasse (2017, 20 mei). “Modernisering secundair: nieuw model voor studierichtingen”. Geraadpleegd op 14 mei 2018, van https://www.klasse.be/73458/nieuw-modelstudieaanbod-secundair/ Mulder, M. (2000). Competentieontwikkeling in bedrijf en onderwijs; achtergronden en verantwoording. Wageningen: Universiteit Wageningen. Onderwijs Vlaanderen (2017, 26 juni). “Structuur en organisatie van het voltijds secundair onderwijs”. Geraadpleegd op 27 december 2017, van http://dataonderwijs.vlaanderen.be/edulex/document.aspx?docid=9418 Peeters, W. (2016, 2 februari). “Digitaal Toetsen: 7 gratis tools”. Geraadpleegd op 23 december 2017, van https://www.vernieuwenderwijs.nl/digitaal-toetsen-7-gratis-tools/ Roe, R. A. (2002). Competenties – Een sleutel tot integratie in theorie en praktijk van de A&O-psychologie. Gedrag & Organisatie, 203-224. Van Thillo, J. (2014, 7 maart). “Extra wiskunde kan verschil maken voor slaagkansen universiteit”. Geraadpleegd op 15 december 2017, van http://www.standaard.be/cnt/dmf20140307_01013449 VVKSO (2002, 1 september). “Leerplan wiskunde tweede graad ASO”. D/2002/0279/047 Winkels. J., Hoogeveen, P. (2014). “Het didactisch werkvormen boek: variatie en differentiatie in de praktijk”. Uitgeverij: Gorcum B.V.

Coubergs, C., Struyven, K., Engels, N., Cools, W., De Martelaer, K. (2013). “Binnenklasdifferentiatie: leerkansen voor alle leerlingen”. Uitgeverij: ACCO: Brussel Gemeenschapsonderwijs (2006, 1 september). “Leerplan eerste graad A-stroom”. 2006/005 Raedts, M., Masui, C. (2007). “Van vraag tot tekst”. Praktische leidraad voor literatuurverslagen, Uitgeverij Acco: Leuven Struyven, K., Coubergs, C., Gheyssens, E., Engels, N. (2015). “Ieders leer-kracht: binnenklasdifferentiatie in de praktijk”. Uitgeverij: ACCO: Brussel Universiteit Brussel (2017). “Onderwijskiezer Slaagkansen in het hoger onderwijs”. Geraadpleegd op 24 december 2017, van https://gf.vub.ac.be/onderwijskiezer-slaagkansenin-het-hoger-onderwijs… Universiteit Gent (2016, 11 oktober). “70% van de nieuwe bachelorstudenten laat slaagkans berekenen aan de UGent”. Geraadpleegd op 25 oktober 2017, van https://www.ugent.be/nl/actueel/persberichten/slaagkans-test-vaardighed… Van De Gaer, S. (2015). “Remediëringsproef wiskunde”. Richting: 2A Van Der Donk, C., Van Lanen, B. (2016). “Praktijkonderzoek in de school”. Derde, herziene druk, Uitgeverij Coutinho: Bussum VVKSO (2009, 1 september). “Leerplan wiskunde eerste graad A-stroom”. D/2009/7841/003

Universiteit of Hogeschool
Leerkracht secundair onderwijs: economie - wiskunde
Publicatiejaar
2018
Promotor(en)
Mieke Vanormelingen
Kernwoorden
Share this on: