Schikken en schuldig pleiten als belastingplichtige. Rechtsbescherming uit art. 6 EVRM bij het afsluiten van een minnelijke schikking of het erkennen van schuld bij het openbaar ministerie

Eva Nackaerts
Deze masterscriptie onderzoekt of er voldoende rechtsbescherming aanwezig is voor de belastingplichtige verdachte die een minnelijke schikking afsluit of zijn schuld erkent bij het parket. Hierbij wordt er getoetst aan de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.

Schikken en schuldig pleiten als belastingplichtige: rechtsbescherming bij het afsluiten van een minnelijke schikking of het erkennen van schuld bij het openbaar ministerie

 

Gemiddeld 95% van de strafrechtelijke veroordelingen in de U.S. worden bekomen door een plea bargain. Bij de andere 5% van de gevallen spreekt de rechter een straf uit. Ook België kent sinds 2016 zijn eigen plea bargain, namelijk de voorafgaande erkenning van schuld. Deze nieuwe alternatieve afhandelingsmethode komt naast de minnelijke schikking te staan, die we al sinds 1935 kennen in ons Belgische strafprocesrecht. Beide rechtsfiguren zijn interessant om een fraudezaak af te handelen.

Plea bargaining

Plea bargaining is de procedure waarbij een verdachte afstand doet van zijn recht op een behandeling door de rechter en akkoord gaat met een door het Openbaar Ministerie voorgestelde straf. Zowel de minnelijke schikking als de voorafgaande erkenning van schuld kenmerken zich door een efficiënter en sneller verloop dan de klassieke strafprocedure. De behandeling ten gronde wordt namelijk overgeslagen en de verdachte gaat akkoord met de door het openbaar ministerie voorgestelde geldsom (in het geval van een minnelijke schikking) of straf (in het geval van een VES). Doordat de verdachte akkoord gaat met de voorgestelde maatregel wordt er bovendien in een efficiëntere en effectievere strafuitvoering voorzien.

Minnelijke schikking en VES in een fiscale strafprocedure

Een fiscale strafzaak kent gemiddeld een langer verloop dan een gewone strafzaak en wordt gekenmerkt door een zekere complexiteit. Daarnaast houdt een fiscaal misdrijf nooit een geweldpleging in. In strafzaken waar de feiten duidelijk zijn en er voor de belastingplichtige fraudeur geen verdedigingslijnen voorhanden zijn, kan het interessant zijn om de behandeling ten gronde over te slaan en een (verruimde) minnelijk schikking af te sluiten of schuld te erkennen bij het openbaar ministerie. De fiscale strafzaak wordt op een proceseconomische wijze afgehandeld en zowel het parket als de verdachte hebben hier baat bij. Bij een minnelijke schikking heeft daarbovenop de fiscus ook nog eens een voordeel, aangezien de ontdoken belastingen integraal betaald moeten worden als voorwaarde om een schikking te kunnen sluiten.

Minder tolerantie, meer bestraffing

In onze huidige maatschappij wordt fiscale fraude niet meer getolereerd. Fraudebestrijding is een hot topic geworden in de politiek, de financiële wereld wordt transparanter en af en toe duikt er een lek op die grootschalige fraude ontbloot. Dit leidt tot meer bestraffing, zij het administratief, zij het strafrechtelijk. Om de toestroom aan fraudemisdrijven beter de baas te kunnen alternatieve afhandelingsmethoden gebruikt worden. Maar efficiëntie heeft ook zijn prijs, zijnde de verzaking aan bepaalde grondrechten. Een goede wetgever maakt hierbij een afweging tussen een efficiënte strafprocedure en de grondrechten van de verdachte.

EHRM legt standaarden op

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) velde in 2014 met Natsvlishvili en Togonidze t. Georgië een mijlpaalarrest, waarin ze het gebruik van plea bargaining aanvaardt maar wel enkele procedurele waarborgen oplegt. Beschikken onze Belgische procedures wel over voldoende compenserende waarborgen om te voldoen aan de rechtspraak van het EHRM? Ook het Grondwettelijk Hof merkte deze rechtspraak op en wees onze wetgever op de afwezigheid van een inhoudelijke controle door de rechter bij een verruimde minnelijke schikking. Maar heeft het Grondwettelijk Hof zijn werk toen volledig gedaan? Dit werk onderzoekt de sterke en zwakke punten van beide rechtsfiguren en zoekt naar alternatieven in procedures uit andere rechtsstelsels.

Conclusie

Het creëren van een alternatieve strafprocedure die zowel proceseconomisch is als de grondrechten van de verdachte respecteert is geen sinecure. We zijn goed op weg maar toch is er nog ruimte voor verbetering in ons Belgisch strafrecht. Zo kan men bijvoorbeeld bij de minnelijke schikking de bijstand van een advocaat beter verplicht voorschrijven en de rechter tot een kwalificatiecontrole verplichten. Als sluitstuk van deze masterscriptie stel ik een fraudebestrijdingsmiddel voor dat mede gebaseerd is op de Franse convention judiciaire d’intérêt public, de comparution sur reconnaissance préalable de culpabilité en de Nederlandse strafbeschikking.

 

 

Bibliografie

BIBLIOGRAFIE

AFDELING I. BELGIË

§1. Wetgeving

Wet houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering Wetboek van Strafvordering.
Strafwetboek.
Wetboek van de Inkomstenbelastingen.

Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde. Algemene wet inzake douane en accijnzen.
Gerechtelijk Wetboek.
Wet betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie. Wet van 7 juni 1949, BS 18 juni 1949, 5608.

Wet van 30 december 1957, BS 13-14 januari 1958.

Wet van 28 juni 1984 tot uitbreiding van het toepassingsveld van het verval van de strafvordering voor sommige misdrijven, ter betaling van een geldsom, BS 22 augustus 1984, 11.787.

Wet van 10 februari 1994 houdende regeling van een procedure voor de bemiddeling in strafzaken, BS 27 april 1994, 11.195.

Wet 28 april 1999 tot aanvulling, wat de bestrijding van de fiscale fraude betreft, van het koninklijk besluit nr. 185 van 9 juli 1935 op de bankcontrole en het uitgifteregime voor titels en effecten en van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, BS 25 juni 1999, 23.916.

115

Wet 14 april 2011 houdende diverse bepalingen, BS 6 mei 2011, 26.576.

Wet 11 juli 2011 tot wijziging van de artikelen 216bis en 216ter van het Wetboek van strafvordering en van artikel 7 van de wet van 6 juni 2010 tot invoering van het Sociaal Strafwetboek, BS 1 augustus 2011, 43.878.

Wet van 20 september 2012 tot instelling van het " una via "-principe in de vervolging van overtredingen van de fiscale wetgeving en tot verhoging van de fiscale penale boetes, BS 22 oktober 2012, 64.132

Wet 5 februari 2016 tot wijziging van het strafrecht en de strafvordering en houdende diverse bepalingen inzake justitie, BS 19 februari 2016, 13.130.

Programmawet van 25 december 2016, BS 29 december 2016, 90.879.

Koninklijk besluit nr. 22 betreffende het rechterlijk verbod aan bepaalde veroordeelden en gefailleerden om bepaalde ambten, beroepen of werkzaamheden uit te oefenen, BS 27 oktober 1934.

KB nr. 59 van 10 januari 1935, BS 13 januari 1935, 173. §2. Voorbereidende documenten en pseudowetgeving

Verslag van de Commissie voor de Financiën en Begroting, Parl.St. Kamer 2010-11, nr. 53- 1208/012.

Verslag namens de Commissie voor de Justitie uitgebracht door mevrouw Lahaye-Battheu, Parl.St. Kamer 2010-11, nr. 53-1344/003.

Amendement nr. 18 van de heer Verherstraeten bij het wetsontwerp houdende diverse bepalingen, Parl.St. Kamer 2010-11, nr. 53-1208/007.

Verslag van de Commissie voor de Justitie uitgebracht door de heren Delpérée en Van Rompuy, Parl.St. Senaat 2010-11, 5-869/4.

Wetsontwerp houdende diverse bepalingen, Parl.St. Senaat 2010-11, nr. 5-869-7.

116

Amendement nr. 9 van mevrouw Turan, Parl.St. Senaat 2010-11, nr. 5-893/2. Amendement nr. 6 van de dames Faes en Stevens, Parl.St. Senaat 2010-11, nr. 5-893/2.

Verslag namens de Commissie voor de Justitie uitgebracht door Khattabi en Stevens, Parl.St. Senaat 2010-11, nr. 5-893/3.

MvT bij het wetsontwerp houdende wijziging van het strafrecht en de strafvordering en houdende diverse bepalingen inzake justitie, Parl.St. Kamer 2015-16, nr. 54-1418/1.

Amendement nr. 3 van de heer Van Ecke bij het wetsontwerp houdende wijziging van het strafrecht en de strafvordering en houdende diverse bepalingen inzake justitie, Parl.St. Kamer 2015-16, nr. 54- 1418/3.

Adv. RvS. nr. 57792/1/V bij de de wet van 5 februari 2016 tot wijziging van het strafrecht en de strafvordering en houdende diverse bepalingen inzake justitie, BS 19 februari 2016.

Verslag namens de Commissie voor Justitie uitgebracht door de dames Özen en Van Vaerenbergh, Parl.St. Kamer 2015-16, nr. 54-1418/5.

Vr. en Antw. Kamer 2015-16, 5 juli 2016, 93 (Vr. nr. 1286 G. CALOMNE).
Integraal verslag plenumvergadering van 1 december 2016 (namiddag), Parl.St. 2016-2017,

Criv. 54 Plen. 142.
Vr.en Antw. Kamer 2015-16, 23 november 2016, 55 (Vr. nr. 1425 V. SCOURNEAU).

Vr. en Antw. Kamer 2017-18, 20 september 2017, afl. 131, 239 (Vr. nr. 1564 P. VANVELTHOVEN).

Wetsontwerp van 6 november 2017 houdende wijzigingen van diverse bepalingen van het strafrecht, de strafvordering en het gerechtelijk recht, Parl.St. Kamer 2017, 54-2753/001.

Amendement nr. 16 van de heer Laaouej bij het wetsontwerp houdende wijzigingen van diverse bepalingen van het strafrecht, de strafvordering en het gerechtelijk recht, Parl.St. Kamer 2017-2018, nr. 2753/004.

117

Amendement nr. 20 van de heer Terwingen bij het wetsontwerp houdende wijzigingen van diverse bepalingen van het strafrecht, Parl.St. Kamer 2017-2018, nr. 2753/004.

Verslag van de eerste lezing namens de Commissie voor de Justitie uitgebracht door de heer Brotcorne, Parl.St. Kamer 2017-2018, nr. 2753/005.

Wetsontwerp van 8 maart 2018 houdende wijzigingen van diverse bepalingen van het strafrecht, de strafvordering en het gerechtelijk recht, tekst aangenomen in plenaire vergadering en aan de koning ter bekrachtiging voorgelegd, Parl.St. Kamer 2017-2018, nr. 2753/010.

Verslag namens de onderzoekscommissie uitgebracht door de heren Massin en Clarinval, mevrouw Becq en de heer Van Quickenborne, Parl.St. 2017-2018, nr. 2179/007.

Adv.RvS. nr. 61.795/1/V bij het wetsontwerp houdende wijzigingen van diverse bepalingen van het strafrecht, de strafvordering en het gerechtelijk recht, Parl.St. Kamer 2017-18, nr. 2753/001.

Gemeenschappelijke omzendbrief nr. 6/2012 van de minister van justitie en het college van procureurs-generaal bij de hoven van beroep, 30 mei 2012, http://www.om- mp.be/extern/getfile.php?p_name=4263343.PDF&pid=4943261.

Gemeenschappelijke omzendbrief nr. 6/2016 van het college van procureurs-generaal bij de hoven van beroep, 10 maart 2016, http://www.om-mp.be/nl/meer-weten/om_mp/files/en- savoir-plus/circulaires/COL%20PG-2016/NL/COL%2006_2016.zip.

Verslag Rekenhof, Minnelijke schikkingen bij fiscale misdrijven, 13 mei 2015, https://www.ccrek.be/Docs/2015_15_MinnelijkeSchikkingenFiscaleMisdrijve….

§3. Rechtspraak

GwH 14 februari 2013, nr. 6/2013, Arr.GwH2013, 65, BS 19 maart2013, 16327, Dr.pén.entr. 2013, 129, Fisc.Koer. 2013, 359, , FJF 2014, 854, Rev.trim.dr.fam. 2015, 767, RW 2012-13, 1119 en RW 2013-14.

118

GwH 28 februari 2013, nr. 20/2013, Arr.GwH 2013, 369, BS 27 maart 2013, 19442, NC 2013, 238, NJW 2013, afl. 283, 445, Rev.dr.pén. 2014, 83, noot VANDEVENNE, F., RW 2012-13, 1199, RW 2013-14, 99, noot Soc.Kron., J.T., 2013, 497, noot FUNCK, H., en TVW 2013, 199.

GwH 3 april 2014, nr. 61/2014, BS 2 juni 2014, 42195, Dr.pén.entr. 2014, 169, noot LECOCQ, A. en CECI, E., JLMB 2014, 976 en Juristenkrant 2014, afl. 289, 2.

GwH 2 juni 2016, nr. 83/2016, BS 1 juli 2016, 40.548, Juristenkrant 2016, afl. 331, 1 en 3, JLMB 2016, 1838, noot MICHIELS, O., NC 2016, 340, NJW 2016, 672, noot BAILLEUX, A., RW 2016-17, 40, RW 2016-17, 949 en TBH 2016, afl. 7, 711.

GwH 25 januari 2017, nr. 6/2017, BS 9 maart 2017, 34.518, Juristenkrant 2017, afl. 343, 1 en 3, JT 2017, afl. 6686, 296, noot CHOME, M., NJW 2017, afl. 362, 354, RW 2016-17, 1040.

Cass. 30 oktober 1939, Pas. 1939, I, 451.

Cass. 4 april 1979, Pas. 1979, I, 924.

Cass. 20 juli 1979, JT 1980, 336 en Pas. 1979, I, 1307.

Cass. 27 november 1984, Arr.Cass. 1984-85, 424, Bull. 1985, 379 en Pas. 1985, I, 379.

Cass. 19 november 1985, Arr.Cass. 1985-86, nr. 189.

Cass. 30 september 1987, Arr.Cass. 1987-88, 140, Bull. 1988, 132, Pas. 1988, I, 132 en Verkeersrecht 1988, 42, noot.

Cass. 9 december 1997, Arr.Cass. 1997, 1307, Bull. 1997, 1382, FJF 1998, 5 en Pas. 1997, I, 1382.

Cass. 5 februari 1999, Act.fisc. 1999, afl. 15, 5, Arr.Cass. 1999, 142, Bull. 1999, 148, Fisc.Act. 1999, afl. 13, 5, Fiskoloog, afl. 698, 6, FJF 1999, 227, JDF 1999, 201, JLMB 1999, RCJB 2002, 573, RW 1998-99, 1352, RW 1999-00, 640, TFR 1999, 381.

Cass. 8 september 1999, AFT 2000, 65, Arr.Cass. 1999, 1042, Bull. 1999, 1083, Fisc.Act. 1999, afl. 39, 7, FJF 1999, 646.

119

Cass. 15 februari 2000, Arr.Cass. 2000, 418 en Bull. 2000, 413.
Cass. 30 januari 2001, Arr.Cass. 2001, 190, Bank Fin.R. 2001, 185, noot STEENNOT, R.,

Juristenkrant 2001, afl. 27, 1, Pas. 2001, 190 en RW 2001-02, 888.

Cass. 18 juni 2003, Arr.Cass. 2003, 1417 en FJF 2003, 762.

Cass. 22 oktober 2003, Arr.Cass. 2003, 1918, concl. SPREUTELS, J., Juristenkrant 2003, afl. 78, 5, FJF 2004, 25, JT 2004, afl. 6133, nootBOIGELOT, E., JLMB 2004, 336, noot ROGGEN, F., Pas. 2003, 1645, RCJB 2005, 83, noot BEERNAERT, M., Rev.dr.pén. 2004, 277, RGCF 2005, 101, RW 2004-05, 416, noot DE NAUW, A., TBH 2004, 199, noot CREPLET, O., T.Strafr. 2004, 167, noot STESSENS, G., TFR 2004, afl. 255, 139, noot SPEECKE, J.

Cass. 2 april 2008, Arr.Cass. 2008, 831, JT 2008, afl. 6314, 390, noot KUTY, F., en Pas. 2008, 809.

Cass. 16 maart 2010, Arr.Cass. 2010, 776, Pas. 2010, 848, RABG 2010, 866, noot DELBROUCK, L., en T.Strafr. 2010, 273.

Cass. 3 januari 2012, Arr.Cass. 2012, 8, NC 2012, 305 en Pas. 2012, 8.
Cass. 23 april 2013, Arr.Cass. 2013, 967, NC 2014, 398, noot DERUYCK, F. VERVOORT,

B., en Pas. 2013, 922.
Cass. 19 juni 2013, Arr.Cass. 2013, 1551, Dr.pén.entr. 2014, 157, noot HUYBRECHTS, L.,

NC 2015, 25, Pas. 2013, 1401 en Rev.dr.pén. 2013, 1021.
Cass. 17 december 2015, Arr.Cass. 2015, 2985, Pas. 2015, 2940 en RABG 2016, 1061. Cass. 21 maart 2017, FJF 2017, 189 en TFR 2018, afl. 537, 236, noot ENGELEN, J. RvS 15 maart 1995, nr. 52.230, Rec.Arr.R.v.St. 1995, 171, noot DEFOOR, R. Antwerpen 2 december 1999, RW 2000-01, 167, noot VAN DE PLAS, A.
Antwerpen 24 februari 2009, Fisc.Koer. 2009, 407.

120

Antwerpen 20 maart 2012, FJF 2013, 10.
Antwerpen 3 juni 2014, Fiscoloog 2014, afl. 1404, 8-10.

Bergen 11 oktober 2016, Fisc.Koer. 2017, 835, noot X., FJF 2017, 258, JLMB 2018, 503, noot L. HERVE, RGCF 2017, 55 en TFR 2017, afl. 517, 237, noot J. SPEECKE.

Brussel 13 juni 2014, Fisc.Act. 2014, afl. 34, 7.
Gent 8 december 1962, RW 1952-63, 721-725
Gent 10 mei 2005, FJF 2006, 731 en TGR-TWVR 2008, 78.
Gent 15 juni 2010, Fisc.Koer. 2010, nr. 16, 625.
Gent 25 maart 2014, RABG 2014, afl. 19, 1315, noot HENS, K. en COOPMAN, B. Rb. Brussel 29 januari 2015, Fisc.Koer. 2015, 797, noot X. en FJF 2016, 41.

Rb. Hoei 1 februari 1984, RRD 1984, 81.
Rb. Mechelen 6 december 1982, RW 1984-85, 2091. Corr. Leuven 6 december 2006, T.Strafr. 2007, 216, noot. Corr. Luik 17 januari 2017, JLMB 2017, 669.
Pol. Antwerpen 5 oktober 2001, Verkeersrecht 2002, 68. Pol. Hasselt 22 februari 1988, Limb.Rechtsl. 1988, 57. §4. Rechtsleer
A. Boeken

BEERNAERT, M., BOSLY, H. en VANDERMEERSCH, D., Droit de la procedure penale, Brugge, La Charte, 2014, 1065 p.

121

COOPMAN, B. en HENS, K., De minnelijke schikking in fiscale zaken, Antwerpen, Intersentia, 2012, 237 p.

DE BUSSCHER, M., MEESE, J., VAN DER KELEN, D. en VERBIST, J., Wet en duiding. Strafprocesrecht, Brussel, Larcier, 2013, 730 p.

DE BUSSCHER, M., MEESE, J., VAN DER KELEN, D. en VERBIST, J., Strafprocesrecht. Duiding 2017, Brussel, Intersentia, 2017, 979 p.

DE MEESTER, K. en VAN CAUTER, J., Justice for sale: onderhandelen over schuld en boete in strafzaken, Gent, Larcier, 2015, 55 p.

DEN HARTOG, A, Artikel 6 EVRM: grenzen aan het streven de straf eerder op de daad te doen volgen, Antwerpen, Maklu, 1992, 358 p.

DEPAUW, S. en VAN PUYENBROECK, L., Potpourri II: wijzigingen m.b.t. het strafrecht en de strafvordering, Mechelen, Wolters Kluwer, 2016, 321 p.

DERUYCK, F., Overzicht van het Belgisch strafprocesrecht, Brugge, die Keure, 2017, 289 p. DE TROYER, I. en VANDENBERGHE, L., Handboek fiscale procedure

inkomenstenbelastingen, Antwerpen, Intersentia, 2014, 387 p.
FRANCHIMONT, M., JACOBS, A. en MASSET, A., Manuel de procédure pénale, Brussel,

Larcier, 2012, 1603 p.
MAES, J., AUGUSTYNS, L., en BERKMOES, H., Actualia strafrecht en evaluatie potpourri

II, Antwerpen, Intersentia, 2017, 110 p.
MAUS, M. en DE MEULENAER, S., Everest handboek fiscaal strafrecht, Brugge, die

Keure, 2010, 300 p.
MAUS, M., Handboek fiscale sanctionering, Brugge, die Keure, 2015, 300 p.

SEPULCHRE, V., Droit de l’homme et libertés fondamentales en droit fiscal, Brussel, Larcier, 2004, 531 p.

122

TRAEST, P., en VANDROMME, S., Strafrecht en strafprocesrecht in hoofdlijnen. Potpourri., Antwerpen, Maklu, 2016, 100 p.

V ANDE LANOTTE, J. EN HAECK, Y ., Handboek EVRM. Deel 2: artikelsgewijze commentaar, I, Antwerpen, Intersentia, 2004, 1066 p.

VANDE LANOTTE, J. EN HAECK, Y., Handboek EVRM. Deel 1: algemene beginselen, Antwerpen, Intersentia, 2005, 949 p.

VANDERKERKEN, C., Fiscale strafvervolging en rechtsbescherming: wapengelijkheid, zwijgrecht en bewijslastverdeling, Gent, Larcier, 2006, 539 p.

VERHELST, S., De rol van het slachtoffer in het straf(proces)recht, Antwerpen, Intersentia, 2013, 711 p.

VERSTRAETEN, R., Handboek strafvordering, Antwerpen, Maklu, 2012, 1372 p. B. Verzamelwerken

ARNOU, P., “Minnelijke schikking” in X (ed.), Strafrecht en strafvordering. Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, Mechelen, Kluwer, 1993, 1-41.

BEIRNAERT, K., “De minnelijke schikkking” in DEMEESTER, T. (ed.), Potpourri II – strafrecht en strafprocesrecht, Antwerpen, Intersentia, 2016, 37-42.

DE NIL, N., “Recente wijzigingen in de regelgeving aangaande het consensueel strafrecht” in DE WINTER, J., DE HERDT, J. en DE NIL, N., (eds.), De potpourri-wetten, Brussel, Larcier, 2017, 197-235.

DUPONT, L., en PETERS, T., “De uitbreiding anno 2011 van toepassingsmogelijkheden van de minnelijke schikking in het Belgische strafrecht: bron van klassenjustitie?”, in SPAEPENS, T., GROENHUIJSEN, M., en KOOIJMANS, T., (eds.), Universalis. Liber Amicorum Cyrille Fijnaut, Mortsel, Intersentia, 2011, 71-86.

123

FERNANDEZ-BERTIER, M., “Analyse critique de l’extension du régime de la transaction pénale en droit belge” in JACOBS, A. en MASSET, A. (eds.), Actualités de droit pénal, Luik, Anthemis, 2011, 203-256.

HUYBRECHTS, L., “Het verhoor onder de Salduzwet” in GOOSSENS, F., BERKMOES, H., DUCHATELET, A. en HUTSEBAUT, F. (eds.), De Salduz-regeling. Theorie en praktijk, vandaag en morgen, Brussel, Politeia, 2012, 109-118.

RAVYSE, S., “De minnelijke regeling van fraude in strafonderzoeken: heden en toekomst” in DE BIE, B. (ed.), De transactie als instrument voor fraudebestrijding. Afstemming van de sociale, fiscale en strafrechtelijke aspecten, Antwerpen, Intersentia, 2006, 33-61.

SPRIET, B., “Het vennootschaps-beroepsverbod uit het KB nr. 22 van 24 oktober 1934 na de wijziging door de wet van 2 juni 1998” in TILLEMAN, B., (ed.) Ondernemingsstrafrecht, Brugge, die Keure, 1999, 189-201.

TERSAGO, P., “Guilty plea-de voorafgaande erkenning van schuld” in DEMEESTER, T. (ed.), Potpourri II – strafrecht en strafprocesrecht, Antwerpen, Intersentia, 2016, 25-35.

VERSTRAETEN, R., “Actuele knelpunten en ontwikkelingen omtrent de burgerlijke vordering uit het misdrijf” in TRAEST, P. en DE NAUW, A. (eds.), Strafrecht: wie is er bang van het strafrecht?, Gent, Mys & Breesch, 1998, 335-381.

VERSTRAETEN, R., “De visie van een strafrechtspecialist” in De hervorming van de strijd tegen de fiscale fraude, Gent, Uitgeverij Larcier, 2010, 139-143.

VERSTRAETEN, R., “De verruiming van de minnelijke schikking” in Vlaamse Conferentie bij de balie te Antwerpen (ed.), Geboeid door het strafrecht, de advocaat en de strafrechtspleging, Brussel, De Boeck, 2011, 59-83.

VERSTRAETEN, R. en BAILLEUX, A., “De verruimde minnelijke schikking: een wenselijk maar delicaat product” in CBR (ed.), CBR jaarboek 2012-2013, Antwerpen, Intersentia, 2013, 1-80.

124

C. Tijdschriften

ANTHONISSEN, K., COOPMAN, B. en FRANCIS, E., “Naar een proportionele beteugeling van financiële en fiscale fraude: denkpistes voor een 'betere inning'”, AFT 2004, 3-17.

ANTHONISSEN, K. en VERVECKEN, G., “Hoe en wanneer schikken in fiscale strafzaken”, AFT 2012, afl. 3, 11-16.

BAILLEUX, A. en VERBRUGGEN, F., “Hoor wie klopt daar kinderen? Zoekingen in onderwijsinstellingen”, TORB 2011-12, 306-328.

BAUWENS, T., “Idem. Verschillend maar in onlosmakelijke verbondenheid ook substantieel hetzelfde”, T.Strafr. 2015, 86-88.

BEERNAERT, M.-A., “Transactions, accords de plaider coupable et autres procédures judiciaires simplifiées - Quelques considérations sur la jurisprudence de la Cour européenne des droits de l'homme en matière de justice pénale consensuelle ou négociée, en marge de l'arrêt Natsvlishvili et Togonidze c. Géorgie du 29 avril 2014”, Rev. Trim. D.H., 2015, 207- 218.

BUYSSE, C., “Non bis in idem-beginsel: definitieve strafsanctie sluit belastingverhoging uit”, Fiscoloog 2014, afl. 1404, 8-10.

BUYSSE, C., “Fiscus kan zich voor ontdoken BTW wel burgerlijke partij stellen lastens dader”, Fiscoloog 2017, afl. 1524, 3-7.

COOPMAN, B. en HENS, K, “De verruiming van de minnelijke schikking: de deus ex machina voor fiscale strafdossiers?”, Fisc.Act. 2011, afl. 32, 6-12.

COVELIERS, D., “De versoepeling van het bankgeheim- deel II: het fiscaal bankgeheim in het Belgisch recht”, AFT, 2012, 4-23.

DECAIGNY, T., DE HERT, P. en VAN GARSSE, L., “De minnelijke schikking na de wetten van 14 april en 11 juli 2011: verruiming van de buitengerechtelijke afhandeling en fundamentele hervorming”, RW 2011-12, 550-563.

125

DECOKER, J., GYSELAERS, L., HOET, P., COPPENS, J., VROMAN, F., VANDERMEERSCH, M., DECAIGNY, T., BAUWENS, T., VAN DE HEYNING, C., DE SMET, B., SCHOORENS, G., MEGANCK, B., VAN BAVEL, H., BAEYENS, E., MENNES, I. en MILLEN, J., “De wet van 5 februari 2016 tot wijziging van het strafrecht en de strafvordering en houdende diverse bepalingen in justitie (Potpourri II) gewikt en gewogen”, T.Strafr. 2016/1, 2-158.

DE FORMANOIR, E., “L’extension de la transaction pénale par les lois des 14 avril et 11 juillet 2011”, RDCP 2010, 245-276.

DE JAEGER, M. en VAN VOLSEM, F., “Een toelichting bij de Una Via-Wet van 20 september 2012, T.Strafr. 2013, 2-23.

DELVIGNE, N., “La transaction pénale et son application aux infractions fiscales”, JDF 2015, 257-283.

DE MEULENAER S. en MAUS, M., “Omzendbrief over minnelijke schikking ontgoochelt”, Fisc.Act. 2012, afl. 23, 1-4.

DE RUYVER, B. en VAN IMPE, K., “De minnelijke schikking en bemiddeling in strafzaken”, RW 2000-01, 445-463.

DESSY, F., “La reconnaissance préalable de culpabilité : entre révolution textuelle et involution culturelle ? - Première analyse à la fortune du pot...”, Pli jur., 2016, afl. 36, 19-33.

DESTERBECK, F., “Fiscale toepassing minnelijke schikking vaak niet evident”, Fisc.Act. 2012, afl. 21, 1-4.

DESTERBECK, F., “Verbeurdverklaring en belastingheffing mogen cumulatief”, Fisc.Act. 2017, afl. 41, 6-8.

DUPONT, L., “Hoe minnelijk is de minnelijke schikking”, Panopticon 1984, 469-476. EERENS, F., “De vraag om inlichtingen: vraag maar raak?”, TFR 2015, 386-410.

126

FERNANDEZ-BERTIER, M., en VAN DER EECKEN, N., “La transaction pénale élargie déclarée inconstitutionnelle: vers une motivation de la transaction et un contrôle juridictionnel suffisant et effectif’, Dr.pén.entr. 2016, 213-223.

GNEDASJ, S. en VANHULLE, H., “Not even God judges twice for the same act...and tax offence. Draagwijdte en grenzen van het ne bis in idem-beginsel”, TFR 2014, 643-686.

HERVE, L., “L'administration fiscale peut-elle réclamer un impôt lié à une transaction pénale homologuée par le tribunal?”, JLMB, 2018, 508-516.

KENIS, P., “Het verval van de strafvordering door betaling van een geldsom, ook minnelijke schikking genoemd, na de wetten van 14 april 2011 en 11 juli 2011”, T.Strafr. 2012, 395-409.

KNIGGE, M., “De toelaatbaarheid van procesovereenkomsten naar Belgisch en Nederlands recht”, TPR 2014, 1117-1156.

LAMMENS, K., “De verruimde minnelijke schikking van art 216bis Sv. in fiscale strafzaken, theorie en praktijk”, RW 2012-13, afl. 32, 1242-1253.

LUGENTZ, F., “La transaction pénale: la circulaire commune n° 6/2012 (du 30 mai 2012) du ministre de la Justice et du collège des procureurs généraux près les cours d’appel relative à l’article 216bis du Code d’instruction criminelle “, Dr.pén.entr. 2012, 211-217.

MAUS, M., “Spreken is zilver en zwijgen is goud, of is het omgekeerd? Het zwijgrecht in fiscale (straf)zaken” in X, Het strafrecht bedreven. Liber amicorum Alain De Nauw, Brugge, die Keure, 2011, 617-640.

MEESE, J. en TERSAGO, P., “Verruimde minnelijke schikking in strafzaken”, NJW 2012, afl. 262, 314-321.

ROBIJNS, O., “Van de verplichting om mee te werken tot het recht om te zwijgen”, Pacioli 2011, nr. 310, 1-4.

ROZIE, J., “De verbeurdverklaring van het instrument van het misdrijf: een noodzakelijk kwaad of een onevenredige straf?”, NC 2017, 255-268.

127

SCHOORENS, G., “De transformatie van de minnelijke schikking”, Vigiles 2011, 105-109. SPAGNOLI, K., “Geen inning van belastingen via de burgerlijke partijstelling”, Fiscoloog

1999, afl. 733, 6-7.

TERSAGO, P., “Het belang van gerechtelijke antecedenten in het straf(proces)recht”, NC 2011, 8-38.

VAN BAVEL, H., “De minnelijke schikking in strafzaken drie jaar na de verruiming”, T.Strafr. 2014, 279-292.

VANDEN HEEDE, F., “De fiscale maatregelen in de wet van 14 april 2011”, Pacioli 2011, nr. 321, 1-11.

VANDERKERKEN, C., “De minnelijke schikking in fiscale strafzaken: de strafrechter als klerk voor het akkoord (?)”, AFT 2013, afl. 3, 4-10.

VANDERMEERSCH, D., “L’extension du champ de la transaction pénale: une réforme qui suscite des questions”, JT 2011, 669-672.

VERSTRAETEN, R. en BAILLEUX, A., “De verruimde minnelijke schikking: een wenselijk maar delicaat product”, NC 2012, 422-461.

VERSTRAETEN, R., BAILLEUX, A., HUYSMANS, J. en DE HERT, S., “Stevige verbouwingen in het strafprocesrecht: de procedure met de voorafgaande erkenning van schuld, de invoering van conclusietermijnen in strafzaken en een vernieuwd stelsel van rechtsmiddelen”, Themis 2015-2016, 123-194.

X, “Inzage in het strafdossier”, Juristenkrant 2013, afl. 264, 2.

D. Noten

BAILLEUX, A., “Afwezigheid daadwerkelijke rechterlijke controle bij minnelijke schikking levert ongrondwettigheid op” (noot onder GwH 2 juni 2016), NJW 2016, 678-679.

BEERNAERT, M.-A., “Négociacion sur la peine et procès équitable”, (noot onder EHRM 20 juni 2002) Rev.Trim.D.H. 2003, 965-974.

128

HENS, K. en COOPMAN, B., “De onbestaande discretie van fiscale gesprekken in het kader van de minnelijke schikking” (noot onder Gent 25 maart 2014), RABG 2014, afl. 19, 1318- 1323.

HUYBRECHTS, L., “Het niet meewerken aan zijn eigen beschuldiging in belastingzaken” (noot onder EHRM 5 april 2012), NC 2014, 394-397.

MEESE, J., “Afkopen kan, maar vereist daadwerkelijke rechterlijke controle” (noot onder GwH 2 juni 2016), NC 2016, 350-353.

MICHIELS, O., “La transaction pénale élargie face au contrôle de la Cour constitutionnelle” (noot onder GwH 2 juni 2016), JLMB 2016, 1847-1852.

SPEECKE, J., “Conséquence fiscale d’une transaction pénale conclue et homologuée en violation de l’article 216bis in fine C.I.cr. (noot onder Bergen 11 oktober 2016), TFR 2017, afl. 517, 241.

VERSTRAELEN, S., “Ontbrekende beroepsmogelijkheid bij minnelijke schikking: wat na de handhaving?” (noot onder GwH 2 juni 2016), T.Strafr. 2017, 323-328.

X., (noot onder Bergen 11 oktober 2016), Fisc.Koer. 2017, 837-838.

AFDELING II. EUROPA

§1. Wetgeving

Art. 4.1 van het 7de protol bij EVRM

Art. 14 IVBPR

Art. 54 Schengenuitvoeringsovereenkomst

Aanbev.Raad 17 september 1987, nr. R(87)18 concerning the simplification of criminal justice, Straatsburg, 1988.

Richtl. Parl.Raad. nr. 2010/64/EU van 20 oktober 2010 betreffende het recht op vertolking en vertaling in strafprocedures, Pb.L. 26 oktober 2010, afl. 280, 1.

129

Richtl. Parl.Raad. nr. 2013/48/EU van 22 oktober 2013 betreffende het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures en in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel en het recht om een derde op de hoogte te laten brengen vanaf de vrijheidsbeneming en om met derden en consulaire autoriteiten te communiceren tijdens de vrijheidsbeneming, Pb.L. 6 november 2013, afl. 294, 1.

Richtl. Parl.Raad. nr. 2016/1919 van 26 oktober 2016 betreffende rechtsbijstand voor verdachten en beklaagden in strafprocedures en voor gezochte personen in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel, Pb.L. 4 november 2016, afl. 297, 1.

§2. Rechtspraak

HvJ 11 februari 2003, nr. C-187/01 en C-385/01, Gözütok en Brügge, J.T.dr.eur. 2003, afl. 100, 183, Jur.HvJ 2003, 1345, NJB 2003, 732, NJW 2003, 774, noot ONGENA, T., Pb.C. 2003, afl. 83, 5, RABG 2003, 465, RAE 2003-04, 119, RUDH 2003, 325, RW 2003-04, 1078, Rec.CJCE 2003, 1345, SEW 2004, 90, noot KLIP, A., SEW 2003 afl. 3, 9 en T.Strafr. 2004, 41, noot DE GRYSE, B.

Concl. Advocaat-generaal D. Ruiz-Jarabo Colomer, 19 september 2002 bij HvJ 11 februari 2003, nr. C-187/01 en C-385/01, Gözütok en Brügge.

EHRM 27 februari 1980, nr. 6903/75, Deweer/België, NJ 1980, 561.
EHRM 13 mei 1980, nr. 6694/74, Artico/Italië, JT 1980, 547, Publ.Eur.Court H.R. 1980,

Serie A, nr. 37.

EHRM 23 juni 1981, nr. 7238/75 en 6878/75, Le Compte, Van Leuven en De Meyere/België, JT 1981, 625, noot LAMBERT, P., Publ.Eur.Court H.R. 1981, Serie A, nr. 43 en Vl. T. Gez. 1981-82, 24.

EHRM 10 februari 1983, nr. 7299/75 en 7496/76, Albert en Le Compte/België, Publ.Eur.Court H.R. 1983, Serie A, nr. 58.

EHRM 12 februari 1985, nr. 9024/80, Colozza/Italië, Publ.Eur.Court H.R. 1985, Serie A, nr. 89.

130

EHRM 19 december 1989, nr. 9783/82, Kamasinski/Oostenrijk, Publ. Eur. Court H.R. 1989, Serie A, nr. 168, Rev.trim.DH 1991, 217.

EHRM 21 februari 1990, nr. 11855/85, Hakansson en Sturesson/Zweden, Publ.Eur.Court H.R. 1990, Serie A, nr. 171-A en Rev.trim.DH 1991, 491, noot FLAUSS, J.

EHRM 23 mei 1991, nr. 20834/92, Oberschlick/Oostenrijk, Ars Aequi 1992, 1942, Liga 1991, 16, NJB 1991, 1431, Publ.EurCourt H.R. 1991, Serie A, nr. 204, RUDH 1991, 389 en Rev.trim.DH 1992, 379, noot LAMBERT, P.

EHRM 28 augustus 1991, nr. 12151/86, F.C.B/Italië, Liga 1991, afl. 9-10, 20, NJB 1992, 18, Publ.Eur.Court H.R. 1991, Serie A, nr. 208-B en RUDH 1991, 496.

EHRM 25 februari 1992, nr. 10802/84, nr. 17358/90, Pfeifer and Plankl/Austria, H.R.L.J. 1992, 355, Liga 1992, afl. 5-6, 22, Publ.Eur.Court H.R. 1992, Serie A, nr. 227 en RUDH 1993, 30.

EHRM 25 september 1992, nr. 13611/88, Croissant/Duitsland, Liga 1992, afl. 9-10, 15, NJB 1993, 121, Publ. Eur. Court H.R. 1992, Serie A, nr. 237-B en RUDH 1993, 279.

EHRM 22 juni 1993, nr. 12914/87, Melin/Frankrijk, NJB 1995, 387, Publ.Eur.Court H.R. 1993, Serie A, nr. 261-A en RUDH 1993, 416.

EHRM 24 juni 1993, nr. 14518/89, Schuler-Zgraggen/Zwitserland, Jaarboek Mensenrechten 1993, 274, Liga 1994, afl. 3-4, 19; NJB 1995, 425, Publ.Eur.Court H.R. 1993, Serie A, nr. 263, RUDH 1993, 331, RW 1993-94, 878, nootBERX, C. en Soc.Kron. 1998, 515, noot JACQMAIN, J.

EHRM 23 november 1993, nr. 14032/88, Poitrimol/Frankrijk, Jaarboek Mensenrechten 1993, 293, Liga 1994, 16, NJB 1995, 491, NQHR 1994, 49, P&B 1994, 7, noot VANLERBERGHE, B., Publ.Eur.Court H.R. 1994, Serie A, nr. 277-A, RUDH 1993, 421 en Rev.trim.DH 1995, 615, noot ROGGEN, F.

EHRM 21 september 1994, Fayed/Verenigd Koninkrijk, Publ.Eur.Court H.R. 1995, Serie A, nr. 294-B.

131

EHRM 22 februari 1996, Bulut/Austria, Rep.Eur.Court H.R. 1996, II, 346 en Rev.trim.DH 1996, 627, noot MARTENS, P.

EHRM 17 december 1996, nr. 19187/91, Saunders/Verenigd Koninkrijk, JDF 1997, 98, NJB 1997, 814, Rep. Eur. Court H.R. 1996, 2044.

EHRM 25 november 1997, nr. 18954/91, Zana/Turkije, AM 1998, 149, Mediaforum 1998, 54, noot SCHUIJT, G., NJB 1998, 363, RUDH 1997, 224 en Rep.Eur.Court H.R. 1997, VII, 2533.

EHRM 21 april 1998, nr. 22600/93, Daud/Portugal, NJB 1998, 1076, P&B 2000, 171, noot JUDO, F. en Rep. Eur. Court H.R. 1998, II, 739.

EHRM 3 mei 2001, nr. 31827/96, J.B./Zwitserland, Fiscoloog 2001, afl. 804, 2 en TFR 2002, afl. 226, 776.

EHRM 20 juni 2002, Borghi t. Italië, Rev.trim.DH 2003, afl. 55, 963.
EHRM 14 januari 2003, nr. 26891/95, Lagerblom/Zweden, NJB 2003, 572 en T.Strafr. 2003,

285.

EHRM 20 juli 2004, nr. 50178/99, Nikitin/Rusland, https://hudoc.echr.coe.int.
EHRM 18 oktober 2006, nr. 18114/02, Hermi/Italië, JLMB 2007, 552, noot ERDMAN, F.,

NJB 2007, 284 en T.Strafr. 2007, 83.

EHRM 27 november 2008, nr. 36391/02, Salduz/Turkije, JDE 2009, afl. 156, 66, J.dr.jeun. 2009, afl. 281, 31, JLMB 2009, 196, Juristenkrant 2008, afl. 180, 1 en 2, NC 2009, 98, NJB, 105, NJW 2009, afl. 194, 24, RW 2011-12 , 157, TJK 2009, 248, T.Strafr. 2009, 36 en T.Strafr. 2009, 234.

EHRM 10 februari 2009, nr. 14939/03, Zolothukin/Rusland, Dr.pén.entr. 2009, 327, noot KRENC, F., JDE 2009, afl. 157, 91, JT 2009, afl. 6343, 150, NJB 2009, 964, RABG 2009, 871, noot HOET, P., RW 2011-12, 500 en T.Strafr. 2009, 128.

132

EHRM 27 oktober 2011, nr. 25303/08, Stojkovic/België en Frankrijk, Juristenkrant 2011, afl. 238, 3, RW 2013-14, 236 en T.Strafr. 2012, 43.

EHRM 5 april 2012, nr. 11663/4, Chambaz/Zwitserland, FJF 2012, 848, NJB 2012, 1585, NC 2014, 390, RGCF 2012, 427 en T.Strafr. 2012, 184.

EHRM 22 mei 2012, nr. 10249/03, Scoppola/Italië, NJB 2012, 2133, RW 2013-14, 1358 en T.Strafr. 2012 233.

EHRM 29 april 2014, nr. 9043/05, Natsvlishvili en Togonidze/Georgië, NJB 2014, 2132.

EHRM 20 mei 2014, nr. 37394/11, Glantz / Finland, TBH 2015, afl. 1, 129.

EHRM 20 mei 2014, nr. 3758/11, Häkkä / Finland, https://hudoc.echr.coe.int.

EHRM 20 mei 2014, nr. 11828/11, Nykänen / Finland, https://hudoc.echr.coe.int.

EHRM 23 februari 2016, nrs. 46632/13 en 28671/14, Navalnyy en Ofitserov/Rusland, https://hudoc.echr.coe.int.

EHRM 15 november 2016, nr. 24130/11, 29758/11, A.&B./Norway, Juristenkrant 2017, afl. 341, 3, JLMB 2017, 1068, noot MICHIELS, O. en FALQUE, G., NJB 2017, 455 en RGCF 2017, 333.

EHRM 12 mei 2017, nr. 21980/04, Simeonovi/Bulgarije, https://hudoc.echr.coe.int.

EHRM 7 november 2017, nr. 64734/11, Leuska e.a./Estland, https://hudoc.echr.coe.int.

§3. Rechtsleer

RAINEY, B., WICKS, E. en OVEY, C., The European Convention on Human Rights, Oxford, Oxford University Press, 2017, 692 p.

W.A. SCHABAS, The european convention on human rights. A commentary, Oxford, Oxford University Press, 2015, 1308 p.

133

AFDELING III. NEDERLAND

§1. Wetgeving

Wetboek van Strafrecht.
Wetboek van Strafvordering. Algemene wet inzake rijksbelastingen. Algemene wet bestuursrecht. Algemene douanewet.

Wet van 7 juli 2006 tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek van Strafvordering en enige andere wetten in verband met de buitengerechtelijke afdoening van strafbare feiten (Wet OM-afdoening), Stb. 2006, 330.

Wet van 1 december 2011 tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering, het Wetboek van Strafrecht en enige andere wetten tot versterking van de positie van de rechter- commissaris (Wet versterking positie rechter-commissaris), Stb. 2011, nr. 600.

Besluit van 23 december 2009 tot wijziging van het Besluit justitiële gegevens, Stb. 2009, 10. Besluit van 20 juni 2011 ter verdere uitvoering van de Wet OM-afdoening, Stb. 2011, 308.

§2. Voorbereidende documenten en pseudowetgeving

MvT bij Wijziging van het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek van Strafvordering en enige andere wetten in verband met de buitengerechtelijke afdoening van strafbare feiten (Wet OM- afdoening), Kamerstukken II 2004-05, 29.849, nr. 3.

Memorie van antwoord bij Wijziging van het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek van Strafvordering en enige andere wetten in verband met de buitengerechtelijke afdoening van strafbare feiten (Wet OM-afdoening), Kamerstukken I 2004-05, 29.849, C.

134

Nota van de Commissie voor Justitie bij Wijziging van het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek van Strafvordering en enige andere wetten in verband met de buitengerechtelijke afdoening van strafbare feiten (Wet OM-afdoening), Kamerstukken II 2004-05, 29.849, nr. 7.

MvT bij Implementatie van richtlijn nr. 2010/64/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 betreffende het recht op vertolking en vertaling in strafprocedures (Pb.L. 26 oktober 2010, afl. 280, 1), Kamerstukken II 2011-12, 33.355, nr. 3.

Protocol aanmelding en afdoening van fiscale delicten en delicten op het gebied van douane en toeslagen, Stcrt. 2015, nr. 17271.

§3. Rechtspraak

HR 15 september 1986, ECLI:NL:HR:1986:AC4311, NJ 1987, 304. HR 9 juni 1987, ECLI:NL:HR:1987:AC0921, NJ 1988, 583.
HR 24 november 1987, ECLI:NL:HR:1987:AD0064, NJ 1988, 617. HR 19 juni 1990, ECLI:NL:HR:1990:ZC8556, NJ 1991, 119.

HR 5 maart 1991, ECLI:NL:HR:1991:AB9066, NJ 1991, 694.
HR 14 april 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC5324, BNB 1993, 183, noot P.J. WATTEL, VN

1993, 1491 en WFR 1993, 751.
HR 22 februari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4894, NJ 2000, 557.

§4. Rechtsleer A. Boeken

CASTELIJN, M.J.A, “Commentaar op art. 76 AWR” in Sdu Commentaar Strafvordering, Den Haag, Sdu, 2015, 1166-1174.

CORSTJENS, G.J.M. en BORGERS, M.J., Het Nederlands strafprocesrecht, Deventer, Kluwer, 2014, 1091 p.

135

DE BONT, G.J.M.E. en DE HAAS, P., “De algemene wet inzake rijksbelastingen” in KRISTEN, F.G.H., LAMP, R.M.I., LINDEMAN, J.M.W. en LUCHTMAN, M.J.J.P. (eds.), Bijzonder strafrecht. Strafrechtelijke handhaving van sociaal-economisch en fiscaal recht in Nederland, Den Haag, Boom Lemma Uitgevers, 2011, 213-238.

KESSLER, M., De strafbeschikking, Deventer, Kluwer, 2015, 173 p.
KEULEN, B.F. en KNIGGE, G., Strafprocesrecht, Deventer, Kluwer, 2016, 725 p.

REMMELINK, J., Inleinding tot de studie van het Nederlandse strafrecht, Deventer, Gauda Quint, 1996, 975 p.

VALKENBURG, W.E.C.A. en VAN DER WERFF, J.H., Fiscaal straf- en strafprocesrecht, Deventer, Kluwer, 2014, 381 p.

B. Tijdschriften

DE BONT, G.J.M.E., “De fiscale strafbeschikking: een ongewenste nouveauté?”, WFR 2005, 1553-1559.

PAARDEKOOPER, M.R., “De geruisloze invoering van de fiscale strafbeschikking”, WFR 2011, 900-903.

STEENMAN, R., “De strafbeschikking: een nieuwe afdoeningsmogelijkheid voor fiscale delicten”, WFR 2005, 1415-1428.

VAN IMMERSEEL, S.F. en VISSERS, A.B., “De fiscale strafbeschikking. Beschikt of geschikt?”, TvSO 2013, 204-209.

VAN KAMPEN, P. en HEIN, D., “Strijd om stukken: de Wet processtukken”, NJB 2013, 57- 65.

X (redactie), “Invoering fiscale strafbeschikking”, Vakstudie Nieuws 2010, afl. 8, 1-3.

136

AFDELING IV. FRANKRIJK

§1. Wetgeving

Code de procédure pénale.

Code générale des impôts.

Loi n° 99-515 du 23 juni 1999 renforçant l'efficacité de la procédure pénale.

Loi n° 2004-204 du 9 mars 2004 portant adaption de la justice aux évolutions de la criminalité.

Loi n° 2016-1691 du 9 décembre 2016 rélative à la transparence, à la lutte contre la corruption et à la modernisation de la vie économique sur la corruption dans le secteur bancaire et financier: de la sécurisation à l’innovation (“loi Sapin-II”).

§2. Voorbereidende documenten en pseudowetgeving

Projet de loi relatif à la lutte contre la fraude, sénat 2017-2018, n° 385.

Exposé des motifs, projet de loi portant adaption de la justice aux évolutions de criminalité, Assemblée Nationale, 17 april 2003, n° 784.

Observations du Gouvernement sur les recours dirigés contre la loi portant adaption de la justice aux évolutions de la criminalité, JORF n° 59 van 10 maart 2004, 4662.

Rapport fait par M. Sébastien Denaja, au nom de la commission des lois constitutionnelles, de la législation et de l’administration générale de la république, sur le projet de loi (n° 3623), après engagement de la procédure accélérée, relatif à la transparence, à la lutte contre la corruption et à la modernisation de la vie économique, Assemblée Nationale, 26 mei 2016, n° 3785 et 3786.

Circulaire n° CRIM-04-12-E8-02.09.04 relative à la présentation des dispositions de la loi n° 2004-204 du 9 mars 2004 portant adaptation de la justice aux évolutions de la criminalité relatives à la procédure de comparution sur reconnaissance préalable de culpabilité, 2 september 2004, http://www.vie-publique.fr/documents-vp/circulaire_plaider_coupable.pdf.

137

Circulaire n° 2016/F/0138/FA1 relative à la présentation et la mise en œuvre des dispositions pénales prévues par la loi n°2016-1691 du 9 décembre 2016 relative à la transparence, à la lutte contre la corruption et à la modernisation de la vie économique, 31 januari 2018, http://circulaire.legifrance.gouv.fr/pdf/2018/02/cir_43109.pdf.

§3. Rechtspraak

Cons.const. 2 maart 2004, nr. 2004-492, JORF 10 maart 2004, 4646.
Cour d’Appel de Paris 30 oktober 2017,

https://www.economie.gouv.fr/files/files/directions_services/afa/CJIP_H…,

§4. Rechtsleer A. Boeken

DESPORTES, F. en LAZERGES-COUSQUER, L., Traité de procédure pénale, Parijs, Economica, 2016, 2461 p.

GUINCHARD, S. en BUISSON, J., Procédure pénale, Parijs, LexisNexis, 2013, 1633 p. PRADEL, J., Procédure pénale, Parijs, Editions Cujas, 2015, 1023 p.

B. Tijdschriften

BOURSIER, M.-E., “L’impact de la loi n° 2016-1691 du 9 décembre 2016 rélative à la transparence, à la lutte contre la corruption et à la modernisation de la vie économique sur la corruption dans le secteur bancaire et financier: de la sécurisation à l’innovation”, RD banc.fin. 2016, étude 32, 1-10.

COLOMBET, A.M. en HANNEDOUCHE-LERIC, S., “Le nouveau dispositif anti-corruption de la loi Sapin 2: quelles avancées et quelles zones d’ombre?”, JCP 2017, doctr. 128, 1-4.

DELAGE, P., “La comparution sur reconnaissance préalable de culpabilité: quand la pratique ramène à la théorie”, Rec.Dalloz 2005, 1970-1974.

DESPREZ, F., “La limitation par la Cour de cassation de la portée de l’aveu en cas d’échec d’une procédure de CRPC”, Gaz.Pal. 9-13 november 2008, 3983-3990.

138

DETRAZ, S., “Action publique” in Encyclopédies Jurisclasseur: procédures formulaire, losbl. (10 juli 2017), nr. 128-134.

DEZEUZE, E. en PELLEGRIN, G., “Extension du domaine de la transaction pénale: la convention judiciaire d’intérêt public. À propos de la loi n° 2016-1691 du 9 décembre 2016”, JCP 2017, doctr. 64, 1-10.

GAUDEMET, A. en DILL, A., “Convention judiciaire d’intérêt public: une première particulière”, JCP 2017, doctr. 1331, 1-5.

GAYET, C., “La comparution sur reconnaissance préalable de culpabilité bientôt réformée”, Dalloz Actualité 24 januari 2014, 1.

GUERY, C., “Le renvoi aux fins de comparution sur reconnaissance préalable de culpabilité”, AJ Pénal 2013, 86-89.

MOLINS, F., “Comparution sur reconnaissance préalable de culpabilité”, Rép.pén.Dalloz 2013, nr. 1-57.

REBUT, D., “Convention judiciaire d’intérêt public. La CJIP au service du budget de l’état”, JCP 2017, doctr. 1297, 1-4.

ROUMIER, W., “Parquet national financier: signature de la première convention judiciaire d’intérêt public”, Dr.pén. 2017, alerte 61, 1-2.

SAAS, C., “De la composition pénale ou plaider-coupable: le pouvoir de sanction du procureur”, RSC 2004, 827-843.

SEGONDS, M., “Les apports de la loi du 9 décembre 2016 à l’anticorruption”, Dr.pén. 2017, étude 4, 1-12.

Universiteit of Hogeschool
Master in de rechten
Publicatiejaar
2018
Promotor(en)
Axel Haelterman
Kernwoorden
Share this on: