Uber en het statuut van de Uber drivers

Lise-Marie Platteau
Juridische analyse van Uber aan de hand van drie deelvragen:
- Doet Uber aan car-sharing?
- Is Uber een transportbedrijf of technologiebedrijf?
- Wat is het sociaal statuut van de Uber drivers?
En tot slot: Heeft de kwalificatie van Uber als bedrijf een invloed op de kwalificatie van de Uber drivers?

Over Uber

Uber, whut?

Als meest bekende voorbeeld van de deeleconomie is Uber de laatste jaren niet meer uit het nieuws weg te slaan. Wat begon in 2009 in San Francisco, Californië als een bedrijf dat luxevervoer wilde aanbieden met een simpele druk op de knop, groeide als snel uit tot één van de meest spraakmakende bedrijven van de afgelopen 10 jaar. Rijden met Uber is een ‘way of life’ geworden.  Tegenwoordig is het bedrijf wereldwijd actief en is het er al in geslaagd om meer dan 5 miljard (!) ritten uit te voeren sinds haar oprichting, dat is waanzinnig. Uber heeft ervoor gezorgd dat het goedkoper, gemakkelijker, sneller en betrouwbaarder is om met een druk op de knop een taxi te bestellen.

Maar niet iedereen is fan. Zo zou er bijvoorbeeld sprake zijn van oneerlijke concurrentie met de taxisector en werd Uber ook reeds ‘gebanned’ in verschillende landen. Daarbovenop wordt Uber ook nog geconfronteerd met vele rechtszaken, niet alleen vanwege taxibedrijven omwille van de oneerlijke concurrentie, maar zelfs vanwege haar eigen chauffeurs.

Omdat er de laatste jaren al zeer veel gepubliceerd werd over Uber, voornamelijk in diverse media, werd gekozen om in deze masterproef te focussen op hoe Uber juridisch precies in elkaar zit. Aan de hand van drie deelvragen zal worden nagegaan hoe bij Uber nu precies de vork aan de steel zit.  

A helping friend offering a ride to one another?

Uber profileert zich graag als ‘a helping friend offering a ride to one another’. Hiermee bedoelt Uber dat haar diensten louter worden aangeboden aan de Uber-community en dat die diensten dus onder car-sharing vallen. Uber maakt dus maar al te graag gebruik van de positieve connotaties die vasthangen aan de sharing gedachte en surft maar al te graag mee op de golf van de deeleconomie. Maar eigenlijk hoopt Uber op die manier gewoon om niet te worden beschouwd als een taxidienst en niet te moeten voldoen aan de strenge taxireglementering.

Transportbedrijf of softwarebedrijf?

Uber zelf zegt een software- of technologiebedrijf te zijn en geen transportbedrijf. Uber is naar eigen zeggen een tussenpersoon die optreedt als bemiddelaar tussen vraag en aanbod, tussen gebruikers en chauffeurs. Tegenstanders en critici van Uber daarentegen beweren dat Uber gewoon een transportbedrijf is dat vervoersdiensten aanbiedt aan het publiek. Meer nog, volgens de taxisector is Uber tevens aanbieder van taxidiensten. Eigenlijk is het een mix van beide, het is een combinatie van bits en atomen zoals Kalanick het zelf zo graag zegt. Maar het Hof van Justitie moest n.a.v. een prejudiciële vraag toch een keuze maken en besluit dat Uber een transportbedrijf is, met alle gevolgen van dien. Is Helpling dan ook een schoonmaakbedrijf, Facebook een mediabedrijf en Airbnb een hotelketen?

De Uber driver: werknemer of zelfstandige?

Net zoals Uber er alles aan doet om te worden gekwalificeerd als een technologiebedrijf en niet als een transportbedrijf, doet het er ook alles aan om haar drivers als zelfstandigen te laten kwalificeren en niet als werknemers. Het sociaal statuut van de Uber chauffeurs is het onderwerp van veel controverse. Sommige elementen wijzen duidelijk in de richting van een werknemer, terwijl andere elementen dan weer duidelijk wijzen in de richting van een zelfstandige. Hier wordt dan ook uitgebreid bij stilgestaan. Eerst wordt er gekeken naar de gevolgen van het sociaal statuut, daarna volgt er een analyse van de betrokken contractspartijen en hun onderlinge relaties en vervolgens wordt het arbeidsrechtelijke kader toegepast op Uber. Verschillende klassieke arbeidsrechtelijke criteria passeren de revue en worden zeer concreet toegepast op Uber. Zijn de chauffeurs wel zo vrij om zelf te bepalen wanneer en hoe ze werken, gelet op onder meer het ratingsysteem, het surge pricing systeem, de eenzijdige prijszetting en de mogelijkheid tot deactivatie? Rechtspraak uit de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Zuid-Afrika maakt ons alvast iets wijzer, maar toch moeten we helaas besluiten dat er grote rechtsonzekerheid is. Met de huidige criteria geraken we er niet of toch zeer moeilijk aan uit. Ons huidige arbeidsrecht is achterhaald. Het strakke keurslijf van het huidige arbeidsrecht botst met de flexibiliteit en innovatie van de deeleconomie. Daarom wordt er ook gezocht naar enkele mogelijke oplossingen naar de toekomst toe.

Tot slot zal worden nagegaan of er een verband bestaat tussen deze vragen. Met andere woorden: heeft de kwalificatie van Uber als bedrijf een invloed op de kwalificatie van de Uber drivers? Het is alleszins opvallend dat dezelfde argumenten in grote mate terugkomen.

Zelfrijdende auto’s

De echte toekomst ligt echter in de zelfrijdende auto’s waarmee Uber al druk aan het experimenteren is. De vraag naar het sociaal statuut van de drivers zal dan een overbodige vraag worden en voor Uber zal het dan wel heel moeilijk zijn om te blijven ontkennen dat ze geen aanbieder zijn van transportdiensten.

 

Lise-Marie Platteau

 

Bibliografie

 

1. Wetgeving

  • Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (VWEU), Pb. L. 26 oktober 2012, afl. 326, 47-390.
  • Verord. Europees Parlement en Raad nr. 593/2008, 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I), Pb. L. 4 juli 2008, afl. 177, 6-16.
  • Richtl. Europees Parlement en Raad nr. 2000/31, 8 juni 2000 betreffende juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, in de interne markt (E-commerce richtlijn), Pb. L. 17 juli 2000, afl. 178, 1-16.
  • Richtl. Europees Parlement en Raad nr. 2006/123, 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt (Dienstenrichtlijn), Pb. L. 27 december 2006, afl. 376, 36-68.
  • Wetboek van economisch recht, BS 29 maart 2013.
  • Programmawet (I) van 27 december 2006 (Arbeidsrelatieswet), BS 28 december 2006
  • Wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten (Arbeidsovereenkomstenwet), BS 22 augustus 1978.
  • Wet houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken (Wet Flexi-Jobs), BS 26 november 2015.
  • Wet (NL) van 6 juli 2000 houdende nieuwe regels omtrent het openbaar vervoer, besloten busvervoer en taxivervoer (Wet personenvervoer 2000), www.wetten.overheid.nl/BWBR0011470/2018-02-17.
  • Employment Rights Act (UK) 1996, www.legislation.gov.uk/ukpga/1996/18/contents.
  • Labour Relations Act (SA) 1995.
  • Telecommunications Act (USA) 1996.
  • Ord. Br. van 27 april 1995 betreffende de taxidiensten en de diensten voor het verhuren van voertuigen met chauffeur, BS 1 juni 1995.
  • KB nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, BS 29 juli 1967.
  • KB 29 oktober 2013 tot uitvoering van artikel 337/2, §3 van de programmawet van 27 december 2006 wat betreft de aard van de arbeidsrelaties die bestaan in het kader van de uitoefening van werkzaamheden die vallen onder het toepassingsgebied van het paritair subcomité voor het wegvervoer en de logistiek voor rekening van derden, BS 26 november 2013.
  • Memorie van Toelichting bij ontwerp van Programmawet (I), Parl.St. Kamer 2006-07, DOC 51 2773/001.

2. Rechtspraak

3. Rechtsleer

Boeken

  • LASHINSKY, A., Uber. De wilde rit. Het verhaal achter een van de meest opvallende, omstreden en marktverstorende bedrijven, Houten, Unieboek, 2017, 224 p.
  • LIEMAN, R., Uber voor alles. Hoe de on-demand economie ons leven beïnvloedt, Amsterdam/Antwerpen, Business Contact, 2018, 270 p.
  • NEVENS, K., De arbeidsrelatie, de zelfstandige en de ondernemer, Brugge, Die Keure, 2011, 730 p.
  • VAN DE MOSSELAER, G., Werknemer of zelfstandige? De kwalificatie van de arbeidsrelatie, Mechelen, Kluwer, 2014, 97 p.
  • VANDERSCHAEGHE, A., Soorten arbeidsovereenkomsten, Mechelen, Kluwer, 2005, 150 p.
  • VAN EECKHOUTTE, W., Handboek Belgisch Arbeidsrecht, Mechelen, Kluwer, 2014, 643 p.
  • VAN EECKHOUTTE, W., Sociaal Compendium. Arbeidsrecht met fiscale notities, Mechelen, Kluwer, 2016, 3011 p.

Bijdragen in verzamelwerken

  • AERTS, P.-J., “Uber en autodelen” in STORME, M. en HELSEN, F. (eds.), Innovatie en disruptie in het economisch recht, Mortsel, Intersentia, 2017, 217-278.
  • CUYPERS, D., “De gevolgen van de herkwalificatie”, in RIGAUX, M. en VAN REGENMORTEL, A. (eds.), Rechts(on)zekerheid omtrent (schijn)zelfstandigheid, Antwerpen, Intersentia, 177-228.
  • GOYVAERTS, J., “Aard van de arbeidsrelatie” in HENDRICKX, F. en ENGELS, C. (eds.), Arbeidsrecht deel 1, Brugge, Die Keure, 2015, 181-215.
  • RIGAUX, M., “Flexibilisering en deregulering, oorzaken van een toenemend precair karakter van de individuele arbeidsrelatie” in HUMBLET, P. (ed.), Flexibele arbeid, Antwerpen, Kluwer, 1991, 171-177.
  • SERROYEN, C., “Losse krachten” in HUMBLET, P. (ed.), Flexibele arbeid, Antwerpen, Kluwer, 1991, 73-99.
  • VANDINGENEN, E., “Deeleconomie” in VANNEROM, J. (ed.), M-commerce, Mortsel, Intersentia, 2017, 176-212.
  • VAN OLMEN, C. en DEVLOO, K., “De ‘Uberisatie’ van het Belgisch arbeidsrecht” in Economie van de toekomst. Toekomst van de economie, Brussel, Bruylant, 2016, 119-152.

Tijdschriftartikelen

  • AERTS, P.-J., “Uber, episode IV: een nieuwe hoop”, Juristenkrant 2017, 4.
  • AERTS, P.-J., “Uber is een transportdienst”, Juristenkrant 2018, 3.
  • AERTS, P.-J., “Uber is taxidienst, vindt Brusselse stakingsrechter”, Juristenkrant 2016, 5.
  • AERTS, P.-J., “Uber pop(s) and then it… stops”, Juristenkrant 2015, 5.
  • BALES, R.A. en WOO, C.P., “The Uber million dollar question: are Uber drivers employees or independent contractors?”, Mercer L. Rev. 2017.
  • BEDNAROWICZ, B., “Lang leve Uber: Arbeid in de gig-economie in het licht van het Europees Unierecht”, JTT 2018, 97-101.
  • BOSSUYT, J., “Sharing is caring?”, Juristenkrant 2016, 11.
  • BROWN, G., “An Uberdilemma: employees and independent contractors in the sharing economy”, Md. L. Rev. Endnotes 2016.
  • CAUFFMAN, C. en SMITS, J., “The sharing economy and the law. Food for European Lawyers”, MJ 2016, 903-907.
  • DE MASI, A., “Uber: Europe’s backseat driver for the sharing economy”, CICLJ 2016.
  • DE RIDDER, E., “Tijd voor de sharing economy?”, Juristenkrant 2015, 12-13.
  • DE RIDDER, E., “Uberchauffeur verliest wagen na veroordeling”, Juristenkrant 2015, 4
  • DE VRIES-STOTIJN, A., “De status van Uber – Wie betaalt er aan het eind van de rit?”, TvC 2016, 99-106.
  • DE WORTELAER, J., “Flexi-jobs in de horeca: het nieuwe manna van de menukaart”, Or. 2017, 15.
  • ELLIOTT, R. E., “Sharing app or regulation hack(ney)?: defining Uber Technologies, Inc.”, J. Corp. L. 2016.
  • GOLDFAYS, M., “Travailleurs à la demande – “Zero-hours contracts”, Ors. 2014, 2-17.
  • HELSEN, F., “Deeleconomie: de wetgever wordt pas wakker”, Juristenkrant 2015, 12-13.
  • LORRE, J., “Aard van de arbeidsrelatie als deus ex machina”, RW 2006, 1662-1676.
  • NERINCKX, S., “Arbeid in de deeleconomie”, Juristenkrant 2016, 16.
  • NERINCKX, S., “Deliveroo, Uber en sociaal statuut – beslecht?”, Expat News 2018, 18-20.
  • NERINCKX, S., “The Uberization of the labour market: some thoughts from an employment law perspective on the collaborative economy”, Era Forum 2016, 245-265.
  • NEYRINCK, N., “Taxis bruxellois: Uber garde un pied dans la porte” (noot onder Kh. Brussel 23 september 2015), RDIR 2015, 475-478.
  • NOTO LA DIEGA, G., “Uber law and awareness by design. An empirical study on online platforms and dehumanised negotiations”, REDC 2015, 383-413.
  • PODSZUN, R., WÜSTHOF, L., CONDE GALLEGO, B., MORAIS CARVALHO, J., FABBIO, P., SIK-SIMON, R. en WEJMAN, F., “Uber – a pan-European regulatory challenge”, EuCML 2015, 59-67.
  • REDFEARN, R., “Sharing economy missclassification: employees and independent contractors in transportation network companies”, Berkeley Tech. L. J. 2016.
  • RENDERS, D. en DE VALKENEER, D., “Arrêt “Asociacion Profesional Elite Taxi”: Uber, un service de transport freiné dans sa course?”, JDE 2018, 47-48.
  • RENDERS, D. en DE VALKENEER, D., “Un taxi nommé Uber ou faut-il réformer le cadre normatif bruxellois sur les taxis?”, CDPK 2015, 482-508.
  • RUTHERFORD, W., “Fitting a square peg into a round hole: Alexander v. FedEx ground package systems & the sharing economy”, Liberty U. L. Review 2016.
  • TERRYN, E., “The sharing economy in Belgium – a case for regulation?”, EuCML 2016, 45-51.
  • SIMON, P., “Uber saisi par le droit du marché intérieur”, R.A.E. 2017, 521-532.
  • STOKES, A. M., “Driving courts crazy: a look at how labor and employment laws do not coincide with ride platforms in the sharing economy”, Neb. L. Rev. 2017.
  • VAN CLEYNENBREUGEL, P., “Le droit de l’Union européenne ne se prête-t-il pas (encore) à l’ubérisation des services?”, Rev. Dr. Ulg 2018, 108-120.
  • VANDEN POEL, I., VAN EECKHOUTTE, A., HEYNDRICKX, S., DE MAESENEIRE, G. en DE KEZEL, E., “Inleiding – Toepassingsgebied van de Arbeidsovereenkomstenwet – Begrip, geldigheidsvoorwaarden en bewijs van de arbeidsovereenkomst”, TPR 2014, 116-160.
  • VAN EECKHOUTTE, W. en DE MAESENEIRE, G., “Arbeidsrelatieswet. Het bepalen van de rechtsaard van arbeidsrelaties”, NJW 2007, 98-119.
  • VAN HOOGENBEMT, H., “Zelfstandigheid en schijnzelfstandigheid na de Programmawet (I) van 27 december 2006”, Or. 2007, 49-65.
  • VAN OLMEN, C. en SIMON, N., “Le lien de subordination à l’épreuve de l’ubérisation de l’économie?”, Soc. Kron. 2016, 273-281.
  • WOUTERS, M., “Uberisering en het arbeidsrecht. De ambiguïteit van arbeidsrelaties in de deeleconomie”, Arbeidsrecht Journaal 2017, 5-11.

4. Online artikelen

5. Websites

6. Documenten

  • BERINS COLLIER, R., DUBAL, V.B. en CARTER, C., “Labor platforms and gig work: the failure to regulate”, IRLE working paper no. 106-17 2017.
  • GARBEN, S., “Protecting workers in the online platform economy: an overview of regulatory and policy developments in the EU”, European Agency for Safety and Health at Work (EU-OHSA) 2017.
  • Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, De Raad, Het Europees Economisch en Sociaal Comité en Het Comité van de Regio’s, “Een Europese agenda voor de deeleconomie”, 2 juni 2016, COM(2016) 356def – SWD(2016)184def.
  • NATIONALE ARBEIDSRAAD en CENTRALE RAAD VOOR HET BEDRIJFSLEVEN, Diagnose van de sociale partners over digitalisering en deeleconomie – Uitvoering van het Interprofessioneel Akkoord 2017-2018, 4 oktober 2017, rapport nr. 107, www.cnt-nar.be/RAPPORT/rapport-107-NL.pdf.
  • UNIZO STUDIEDIENST, Dossier ‘Freelancer Focus 2015. Onderzoek naar freelancen in Vlaanderen n.a.v. de Unizo week van de freelancer 2015’, www.unizo.be/images/res436512_9.pdf.
Universiteit of Hogeschool
Master in de Rechten
Publicatiejaar
2018
Promotor(en)
Marc De Vos
Kernwoorden
Share this on: