Wolk in mijn hoofd. Gezinsondersteunend werken bij postpartum depressie

Friedl Teirlinck
Voor 10 tot 20% van de kersverse moeders en hun partners wordt de periode na de bevalling overschaduwd door een postpartum depressie. Hoe kunnen de partners van deze mama's die vaak aangeven zich machteloos te voelen, beter geïnformeerd en ondersteund worden? En hoe kan het taboe rond dit thema doorbroken worden zodat moeders met een hulpvraag (sneller) de weg vinden naar de juiste hulpverlening?

Wolk in mijn hoofd

In het regeerakkoord van de nieuwe Vlaamse regering dat op 30 september 2019 werd afgerond, trok één zin mijn aandacht: Voor het psychisch welzijn van de bevolking verhogen we het aanbod in de geestelijke gezondheidszorg zodat we ook hier de wachtlijsten verder kunnen terugdringen en sneller tegemoet kunnen komen aan de zorgvraag, met prioriteit voor kinderen, jongeren en de perinatale geestelijke gezondheidszorg. Waarom nu specifiek die perinatale geestelijke gezondheidszorg? Ik schreef er afgelopen academiejaar een bachelorproef over met als titel Wolk in mijn hoofd.

10 à 20% van de moeders
Een kind krijgen is een ingrijpende gebeurtenis. Tijdens de zwangerschap krijgt de toekomstige mama uitgebreid de tijd om te dromen en fantaseren over de roze wolk die haar te wachten staat. In het hoofd van vele mensen leeft de gedachte dat een geboorte gepaard gaat met veel vreugde en geluk. Voor een aantal van de kersverse moeders en hun partners wordt de periode na de bevalling echter overschaduwd door de postpartum depressie, in de volksmond ook wel postnatale depressie genoemd. Deze stoornis komt voor bij ongeveer 10 à 20% van de moeders en ik ben één van die mama’s.

Impact op de partner
Als een vrouw een postpartum depressie krijgt, heeft dit een grote impact op het leven van haar partner en op hun relatie. De partner is vaak bereid om zich als verzorger op te stellen maar overbelasting en eenzaamheid dreigen de overhand te nemen. In de hulpverlening is het belangrijk om oog te hebben voor de partner, hem (of haar) de juiste ondersteuning en (h)erkenning te bieden. De hulpverlener moet zich in het perspectief van de partner kunnen verplaatsen en weten wat de impact van de psychische aandoening is op zijn leven. Theoretische kennis kan de hulpverlener daarbij helpen.

Triade in de geestelijke gezondheidszorg
Gezien de vermaatschappelijking van de zorg, de bezuinigingen in de geestelijke gezondheidssector en de verdere ambulantisering hebben patiënten, hun omgeving en hulpverleners elkaar steeds meer nodig. Deze drie partijen kunnen samen een triade vormen en samen werken. Er zijn een aantal belangrijke redenen waarom het werken met de familie op termijn zeer vaak zorgt voor meer kwaliteit en een grotere efficiëntie. Het betrekken van de familie maakt de opnameduur korter, het aantal heropnames daalt waardoor de prognose gunstiger is en de behandeling goedkoper is. Daarnaast kunnen de naasten informatie bezorgen die van belang kan zijn bij het stellen van de diagnose. Investeren en samenwerken met de partner, is ook investeren in de toekomst van de relatie van de psychisch kwetsbare en haar partner. Je kan niet verwachten dat de partner bij een opname aan de zijlijn staat toe te kijken om daarna weer volop aan de slag te gaan als de partner terug thuis komt. Tot slot kan de hulpverlener tijdens het samenwerken met de partner waken over diens draagkracht en ondersteuning bieden zodat de partner blijft volhouden.

Destigmatisering
In het Vlaams regeerakkoord staat ook beschreven dat er verder zal ingezet worden op de destigmatisering van geestelijke gezondheidsproblemen en op drempelverlaging om ondersteuning te zoeken. Patiënten in de geestelijke gezondheidszorg lijden namelijk aan angst voor het psychiatrische stigma. Het gaat hierbij om de ‘schade’ die psychische problemen kunnen veroorzaken aan de identiteit. De schadelijke gevolgen van stigmatisering voor de psychisch kwetsbare mensen zijn een vermindering van het gevoel van eigenwaarde, een verminderde levenskwaliteit, angst en depressie en een lagere therapietrouw. Het stigma rond de geestelijke gezondheid kan op verschillende niveaus worden aangepakt. Allereerst kan er algemeen gewerkt worden aan het verbeteren van de bewustwording in de maatschappij en het sensibiliseren. Daarnaast kunnen ervaringsdeskundigen worden ingezet om patiënten te overtuigen tot meer openheid. Een derde manier om het stigma aan te pakken situeert zich op het individuele niveau waarbij een hulpverlener samen met de patiënt een antistigmaplan opstelt.

Sensibiliseringscampagne
Met deze theoretische kennis werkte ik samen met een reclamebureau een sensibiliseringscampagne uit die gefinancierd werd door het UZ Gent en eind augustus 2019 door de voltallige Vlaamse pers werd opgepikt. De campagne bestaat uit een filmpje van 3 minuten met twee getuigenissen, waaronder die van mezelf, met daaraan gekoppeld een website: www.wolkinmijnhoofd.be. Met deze campagne hebben we drie doelen voor ogen: informeren, ondersteunen aan de hand van getuigenissen en tips en doorverwijzen naar professionele hulp.

Het Gents Expertisenetwerk voor Perinatale Mentale Gezondheid, waar ik als ervaringsdeskundige zelf deel van uitmaak, zal een vzw oprichten met als doel het vergaren van fondsen om andere veranderingsstrategieën die in mijn bachelorproef zijn opgenomen (onder meer het inrichten van een aparte ruimte waar de partner ook ontvangen kan worden en waar hij eventueel ook kan verblijven, en het publiceren van een boek met getuigenissen) te financieren.

Mijn postpartum periode verliep helemaal anders dan dat ik ze mij had voorgesteld. Die roze wolk heb ik toen nooit gezien. Maar zeven jaar later heeft die ervaring er wel voor gezorgd dat ik een sensibiliseringscampagne heb kunnen lanceren, deel uitmaak van het Vlaams en Gents expertisenetwerk voor perinatale mentale gezondheid en stichtend lid ben van een VZW. Een tweede geboorte, deze keer wel met gevoelens van blijdschap en vreugde.

winhoofd

Bibliografie

Akwa GGZ. (2016). Samenwerking en ondersteuning naasten van mensen met psychische problematiek. Geraadpleegd op 9 augustus 2019, via https://www.ggzstandaarden.nl/generieke-modules/samenwerking-en-onderst…
Baars, J., & van Meekeren, E. (Reds.). (2013). Een psychische stoornis heb je niet alleen. Praten met families & naastbetrokkenen. Amsterdam: Boom.
Bransen, E., Paalvast, M. & Slaats, M. (2014). De kracht van naasten ontsluiten. Tijdschrift voor Psychotherapie, (40)1. p.20-33.
Choy, J. (2006). De vraag op het antwoord: systemische interventies voor conflicten in organisaties. Santpoort: Nistro. In Baars, J., & van Meekeren, E. (Reds.). (2013). Een psychische stoornis heb je niet alleen. Praten met families & naastbetrokkenen. Amsterdam: Boom.
Dedry, A. (2016). Zorg zonder naam. Mantelzorgwijzer. Tielt: Lannoo.
Catthoor, K., De Hert, M. & Peuskens, J. (2003). Stigma bij schizofrenie – Een literatuuroverzicht. Tijdschrift voor psychiatrie, 45(2), p.87-96. In Magiels, G. (2016). Al te gek. Psychose tussen brein en samenleving. Lannoo: Tielt.
Catthoor, K. (2016). The silent sorrow in psychiatric stigma: Exploration of stigma experiences in adolescents and adults with personality disorders, family members of persons with psychotic disorders, and psychiatric trainees.[Proefschrift]. Antwerpen: Universiteit Antwerpen.
Corrigan, P. (Ed). (2014). The stigma of disease and disability. Understanding causes and overcoming injustices. Washington, DC: American Psychological Association.
Egan, G. (1998). Deskundig hulpverlenen. Een model, vaardigheden en methoden. Assen: Van Gorcum. In Meulink, A.M. (2015). Postpartum depressie. Depressief na een bevalling: oorzaken, gevolgen en adequate ondersteuning. Amsterdam: Uitgeverij SWP.
Familieplatform Geestelijke Gezondheid vzw. (z.d.). Beroepsgeheim. Geraadpleegd op 5 augustus 2019, via https://familieplatform.be/beroepsgeheim/
Goffman, E. (2018). Stigma. Notities over de omgang met een geschonden identiteit. Utrecht. Bijleveld.
Keirse, M. (2017). Helpen bij verlies en verdriet. Een gids voor het gezin en de hulpverlener. Lannoo: Tielt.
Keuzenkamp, S., (2017). Wat mensen in armoede en schulden kunnen hebben aan ervaringsdeskundigen. Sociale Vraagstukken. Geraadpleegd op 5 november 2018, via https://www.socialevraagstukken.nl/wat-mensen-in-armoede-en-schulden-ku…
Kleiman, K. (2009). Therapy and postpartum woman. Notes on healing postpartum depression for clinicians and the woman who seek their help. New York: Bantam Books. In Meulink, A.M. (2015). Postpartum depressie. Depressief na een bevalling: oorzaken, gevolgen en adequate ondersteuning. Amsterdam: Uitgeverij SWP.
63
Kleiman, K.R. & Raskin V.D. (2013). This isn’t what I expected. Overcoming postpartum depression. Philadelphia: Da Capo Press.
Kurzban, R. & Leary, M. (2001). Evolutionary origins of stigmatization: The functions of social exclusion. Psychological Bulletin, 127(2). p. 187-208. In Magiels, G. (2016). Al te gek. Psychose tussen brein en samenleving. Lannoo: Tielt.
Magiels, G. (2016). Al te gek. Psychose tussen brein en samenleving. Lannoo: Tielt.
Meulink, A.M. (2015). Postpartum depressie. Depressief na een bevalling: oorzaken, gevolgen en adequate ondersteuning. Amsterdam: Uitgeverij SWP.
Samen Sterk zonder Stigma. (z.d.). Geraadpleegd op 31 juli 2019, via https://www.samensterkzonderstigma.nl/wat-is-stigma/kennis/over-stigma/
Saeys, F., Godderis-T’Jonck, D., Schryvers, K., Persyn, P., Jans V. & Croo, C. (2015). Voorstel van resolutie: betreffende de vroegtijdige detectie en behandeling van de postnatale depressie. Brussel: Vlaams Parlement.
Similes (2012). Familie als partner in de ggz. Een praktische gids voor zorgverleners. Geraadpleegd op 31 juli 2019, via https://nl.similes.be/files/familie-als-partner-in-de-ggz_gids-voor-hul…
Schoen, I., & van Pagée, M. (2017). Samen leven met psychische klachten. Een handreiking. Amsterdam: Boom.
Sheffield, A. (2000). How you can survive when they’re depressed. Living and coping with depression fallout. New York: Harmony.
Slaats, M.E. (2011). Rouwen en verlies verwerken: een proces voor patiënten en familie. In Baars, J., & van Meekeren, E. (Reds.). (2013). Een psychische stoornis heb je niet alleen. Praten met families & naastbetrokkenen. Amsterdam: Boom.
Psychosenet. (z.d.). Geraadpleegd op 31 juli 2019 via https://www.psychosenet.be/stigma/
Van Damme, R., Van Parys, A-S., Vogels, C., Roelens, K., & Lemmens, G. (2018). Screening en detectie van perinatale mentale stoornissen: Richtlijn als leidraad voor het ontwikkelen van een zorgpad. Gent.
Van Deurzen, J. (2019). Schriftelijke vraag: Perinatale geestelijke gezondheidszorg – Proefprojecten. Geraadpleegd op 7 april 2019, via http://docs.vlaamsparlement.be/pfile?id=1432724
Van de Bovenkamp, H., & Trappenburg, M., 2008. Niet alleen de patiënt centraal: Over familieleden in de geestelijke gezondheidszorg. Instituut Beleid en Management Gezondheidszorg. Erasmus MC Universitair Medisch Centrum Rotterdam.
Van Hintum, M., 2015. Te gek voor woorden. Stigma en media. Geraadpleegd op 31 juli 2019, via https://www.samensterkzonderstigma.nl/assets/ST-15-08-Stigma-in-de-Medi…
Vanderleyden, L. & Moons, D. (2015). Informele zorg in Vlaanderen opnieuw onderzocht. SVR-Webartikel 2015/4, Brussel: Studiedienst van de Vlaamse Regering.
Ypsilon. (z.d.). Wie zorgt praat mee! Informatie over privacy en autonomie voor familieleden en naastbetrokkenen. Geraadpleegd op 5 augustus 2019, via https://www.ypsilon.org/privacy

Universiteit of Hogeschool
Professionele bachelor in de gezinswetenschappen
Publicatiejaar
2019
Promotor(en)
Adelheid Rigo
Kernwoorden
Share this on: